Zomerkermis en water bij de wijn

Je hebt kermissen voor het plebs. En je hebt theater voor Ons Soort Mensen. Als je niet weet wie dat zijn: Zij die smaak hebben.

Persoonlijk houd ik erg van kermissen.

Toch ga ik al jaren niet meer. De overdaad aan lelijk plastic in de attracties en het tegen elkaar opdreunen met decibellen schrikt me volledig af. Ik ga wel naar de Parade, een reizend theaterfestival. Tijdens de zomermaanden slaat het zijn tenten op in respectievelijk Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam. Wat ik er het allerleukst aan vind, is dat het eruit ziet als een ouderwetse kermis. Inclusief zweefmolen, maar zonder de decibellen.

De sfeervolle tenten van De Parade staan op al even sfeervolle locaties. Vooral die in Utrecht is subliem. Onder de bomen van het Moreelsepark is het fantastisch toeven. Mede omdat je op veel plekken mooi kunt zitten en dan erg lekker eten en drinken. In al die reizende restaurants en bars wordt geen vlees uit de bio-industrie geserveerd. De vis is duurzaam gevangen en de kippen hebben mogen scharrelen voor ze in de pan belandden.

Zelf lust ik geen dieren, maar ik vind het voor hen wel heel fijn dat ze een leven hebben gehad vóór de dood. Voor mijzelf vind ik het fijn dat de huiswijn van biologische druiven is en verkocht wordt in recyclebare PET-flessen. Dat ik op De Parade kan eten van porseleinen serviesgoed, borden, bestek en drinken uit herbruikbare glazen. En kraanwater kan bestellen, in plaats van peperduur bronwater in plastic flessen.

Als ik wil kan ik zelfs gratis kraanwater afhalen bij het Join the Pipe-tappunt op het terrein.  Join the Pipe is een organisatie die de WC’s schoonhoudt.  In ruil vraagt ze een vrijwillige bijdrage voor waterprojecten in ontwikkelingslanden. Sociale duurzaamheid, heet dat. Net zoals het feit dat er tolken gebarentaal zijn bij een aantal voorstellingen.

Een duurzame kermis, ik had nooit kunnen bedenken dat die twee begrippen samengaan.  Maar De Parade laat zien dat het kan. En die korte theatervoorstellingen zijn vaak verrassend leuk!

http://www.deparade.nl

IMG_3787                IMG_3789

Advertenties

Over bloemetjes, bijtjes en bloedvaten

Je stukje speltbrood eten zonder het eerst te dopen in koudgeperste olijfolie en Himalayazout? Nou nou. Dat is een wel heel ongenadig harde trap op de ziel van elke zichzelf respecterende culisnob.

Dan is het leuk om te weten dat nog maar kort geleden, in de jaren tachtig, vakantiegangers naar mediterrane landen het advies kregen op te passen met olijfolie. Omdat wij daar niet aan gewend waren, kon slechts één eetlepel over zo’n zuidelijke salade al genoeg zijn om met de hand voor de bips naar het dichtstbijzijnde toilet te rennen.

Inmiddels is ons spijsverteringsstelsel volledig gewend aan olijven. Sterker, menig gezond-eten-kerk predikt dat we elke dag olijfolie móeten. Zonder hoeven we eigenlijk niet te verwachten dat ons lichaam gezond blijft. Dat Nederland in de eeuwen hiervoor gewoon een bevolking had die soms kort, maar soms ook heel lang leefde, mag gerust een wonder heten.

Het aardige van levende organismen, zoals mensen, is dat ze zich aanpassen aan wat hun omgeving te bieden heeft. Een eskimo zal niet snel dichtslibbende vaten krijgen, al eet hij zelden of nooit groente. In de woestijn zijn zuivelproducten een bederfelijk en schaars goed, en toch wonen er behoorlijk robuuste lieden.

En in Nederland blijk je dus prima koolzaad te kunnen telen en daar een lekkere spijsolie van maken. Koudgeperst, vol onverzadigde vetzuren en helemaal culi. Goed nieuws, want het betekent meer variatie op de akkers en minder voedselkilometers. De zoetig ruikende gele bloemen op een koolzaadveld zijn bovendien heerlijk voor bijen. Die hebben we weer hard nodig om het gros van onze levensmiddelen te bestuiven.  Op dit moment is de oogst in volle gang.

Doe dus gerust eens iets lokaals met wat trots Hollands Goud genoemd wordt.  En laat vooral de olijfolie niet staan. Daar is hij veel te lekker voor.

www.hollands-goud.nl

https://www.facebook.com/hollandsgoud.koolzaadolie?fref=ts

Koolzaad

De kip als GFT-bak

Zegt de ene stresskip tegen de andere: don’t tok to me.

Hoewel ik meestal het hardst moet lachen om scabreuze moppen, vind ik deze ook bijzonder grappig.  Al zijn de woorden stress en kip niet per definitie een logische combinatie. Met zijn twintigduizenden in een overvolle schuur? Ja, natuurlijk raak je dan gestrest. Maar als ze gewoon aan het scharrelen zijn vind ik het eigenlijk best ontspannen vogels, met hun melodieuze getok. Zeker wanneer er een hardwerkende haan in de buurt is om de dames tevreden te houden

IMG_3705

Op verschillende plaatsen in mijn stadsie Utrecht heb je wat van die vrij rondlopende toompjes kippen. Het ziet er ontzettend gezellig uit en geeft iets veiligs en vertrouwds. Zelfs aan wat minder goed bekend staande buurten.

De firma Kipster denkt er ook zo over en maakt zich hard voor meer kippen in de stad. Al was het maar omdat wat we per persoon gemiddeld aan etensresten weggooien, genoeg is voor één kip om van te leven. Als dank legt ze vlakbij huis een heleboel eieren. Tel uit je winst. En die soms gemeen stinkende GFT-bak heb je niet meer nodig.

Kipster helpt de beginnende kippenstadjer met een introductieboek en de expertise van een kippenprofessor. Je kunt bij hen kippen kopen én mooi vormgegeven hokken die passen bij de aard en gewoontes van het beestje. Als je dat wat definitief vindt kun je ook een hok huren. Vanaf E12,50 per week heb je er een, met minimaal zes kippen erin. Meer kan ook, voor bijvoorbeeld scholen, restaurants of verenigingen.

Helemaal mooi is de garantie: niet goed, kip terug.

Wanneer je toch liever een ei uit de winkel haalt, maar de legster in ieder geval een goed leven gunt, kun je een kip adopteren. Iemand anders zorgt goed voor haar, jij krijgt elke maand een doosje eieren.

Wat vinden jullie, lezers en lezeressen, van deze nieuwe benadering van de kip en het ei?

Tok to me!

 

http://www.kipster.nl

http://www.adopteereenkip.nl

PET-fles wordt luchtig overhemd – in China

Polyester kleding, dat was altijd een symbool van armoe. Van zweterig en slechtzittend en goedkoop. Het riep associaties op met ongelukkige huis-aan-huis verkopers en gefrustreerde huisvrouwen. Stijlvolle kleding was nooit van polyester, maar van linnen of katoen of wol.

Monique Maissan heeft dat helemaal veranderd met een textiel materiaal dat Waste2Wear heet. Gemaakt van gerecyclede PET-flessen, in allerlei kleuren en patronen. Naar believen te leveren in ademende, antibacteriële, vuilafstotende of brandwerende versie. Haar bedrijf Visions in Sjanghai verwerkt het tot schooluniformen en ‘echte’ mode. Maar Visions heeft ook klanten die er gordijnen van maken, of beddengoed, paraplu’s en tassen. In Nederland zijn dat bedrijven als Wehkamp, Claudia Sträter en Beebielove.

Maissan is een Nederlandse die in China een bedrijf heeft opgezet dat klinkt als een klok. Ze streeft naar een onderneming die op alle mogelijke fronten goed bezig is. Dat begint natuurlijk met de grondstof, gemaakt van materiaal dat anders belandt op de vuilnisbelt, of in de afvalverbranding of oceanen. Visions heeft echter ook ruime werkplekken in plaats van overvolle sweatshops. Gebruikt verven en verpakkingen die zo  milieuvriendelijk mogelijk zijn. Heeft samenwerkingen met bedrijven die hun plastic afval inleveren als grondstof. En nog zo wat dingen.

Maissan verdient een enorme veer in haar bips. Dankzij haar sta je als mode- of stijlbewust type niet langer voor gek met polyester kleding (of huishoudtextiel). En zelfs als groene consument kan je de fashionista in je de vrije teugel geven.

www.waste2wear.com

www.beebielove.com

www.claudiastrater.com

www.wehkamp.nl