Geen boek voor luie lezers

Op een ochtend, een half jaar geleden, had hij in nog half slapende staat opeens het goede einde van zijn roman te pakken. Jac Janssen schreef in zijn leven alle mogelijke teksten, maar maakt nu met zijn eersteling Borsthonger een oud verlangen werkelijkheid. 

“Ik word door niets zo gefascineerd als door literatuur. Ik schrijf zelf van kindsbeen af en wilde, ooit, zelf een roman publiceren. Als journalistiek redacteur span ik me in om heldere teksten te maken met weinig jargon. Als romancier kan ik verbeelding en de ongrijpbare dingen tussen mensen meer ruimte geven.

Borsthonger is een nieuw woord, maar het spreekt voor zich. Hoofdpersoon Daniël is geobsedeerd door vrouwenvlees, specifiek door borsten. Ze staan symbool voor allerlei basale gevoelens: voeding, vertrouwen, begrip, liefde, contact, geborgenheid, troost. Al die zaken waar mensen behoefte aan hebben. En natuurlijk ook voor verleiding en leven geven.

Borsthonger begon als een novelle, geïnspireerd door een man die ik zag in een Barcelonees park. Hij stond daar te pronken met een dikke auto en een vrouw met opgepompte boezem ernaast. Geïnspireerd op dat personage begon ik te schrijven. Al snel werd mijn hoofdpersoon een heel andere man. Gaandeweg kwamen er ook anderen bij die ik niet had verwacht. Dat is het leukste aan schrijven. Je begint aan iets en dan komt er een onverwachte wending. Die verrassing probeer ik in stand te houden, terwijl ik intussen toch naar het plot toe blijf werken.

Er heeft wel eens een uitgever naar het manuscript gekeken. Hij zag niet dat ik met clichés speelde. Hij zag alleen een man van middelbare leeftijd die zijn lul achterna loopt. Dat raakte me. Al lezende kun je inderdaad denken: wat is dit? De roman bestaat uit twee heel erg verweven liefdesverhalen, met als rode draad enkele vriendschappen. Als ik een redacteur had gehad zou die vermoedelijk gezegd hebben: gooi er van allebei eentje uit. Maar het is een boek zoals ik het zelf graag lees, met rare omwegen. Borsthonger is geen boek voor luie lezers.

Door dat commentaar heb ik vervolgens een jaar niet aan het boek gewerkt. Toen ben ik er opnieuw aan begonnen en heb het net zo lang verbeterd tot mijn proeflezers enthousiast waren. Driekwart jaar geleden was ik zelf ook tevreden. Ik heb het nu in eigen beheer uitgegeven, op voorinschrijving via crowdfundingsite Voordekunst.

Een passend platform vind ik, omdat Borsthonger een soort dwaaltocht is door de menselijke ziel en laat zien wat kunst kan doen. Het kan je esthetisch genoegen geven, het kan je verbeelding prikkelen en vermaak bieden op niveau. Daarom heb ik het boek ook laten vormgeven door Edwin Smet, een van de beste grafici die ik ken. Het leuke van Voordekunst vind ik bovendien dat ik naast de roman zelf bijzondere extra’s kon geven. Een persoonlijke opdracht voorin bijvoorbeeld, de mogelijkheid om het boek bij mij af te halen of dat ik kwam voorlezen voor een groep.

Ik heb Borsthonger opgedragen aan een man die zichzelf niet goed kent. Dat is een dwaalspoor, een dubbele bodem. Ik laat het graag aan de lezer om uit te zoeken welke dat is.”

http://www.jacjanssentekst.nl/

Campagne ‘Borsthonger’ geslaagd! Enkele updates

http://www.voordekunst.nl

Advertentie

“Ik houd gewoon heel erg van het authentieke ambacht”

Natuurlijk maakt goudsmid Sonja Hunefeld in haar Haagse winkel/werkplaats naast sieraden ook aanzoeks-, verlovings-, relatie- of trouwringen. Die moeten dan wel bijzonder zijn, vooral in de gebruikte techniek. Want eeuwenoude technieken onder de knie krijgen, dat vindt ze het allerleukste aan haar vak.

“Mensen die bij mij binnenkomen zijn vaak vijftig plus. Ze hebben in de loop der jaren hun eigen smaak ontwikkeld en weten wat ze mooi vinden. Mijn uitbundige stijl trekt hen. Trouwen doen de meeste vijftigers echter weinig. De schaarse keren dat een paar relatieringen zoekt, is er meestal wel een geschikt model in mijn bestaande collectie te vinden.

Uitgesproken ideeën

Als ze desondanks in de collectie niet vinden wat ze zoeken, maak ik iets anders dat ook bijzonder is. Ik heb wel eens tekst gegraveerd op de buitenkant van een heel brede ring en die vervolgens doormidden gezaagd. Beide partners hebben daardoor een halve, onleesbare tekst op hun ring. Alleen zij weten dat die samen met het andere exemplaar een betekenis heeft. Eén keer heeft een stel zelfs hun eigen trouwringen gemaakt. Allebei waren ze inderdaad rond de vijftig, allebei waren ze productontwerpers met uitgesproken ideeën. Ik begeleidde hen bij het vormgeven en deed de eindafwerking.”

Terug naar de basis

Welk sieraad Sonja’s klanten ook willen, het is altijd van begin tot eind handgemaakt. Sonja: “Ook de sluitingen en brocheringen. Ik vind het leuk om terug te gaan naar de basis. Om puur goud en zilver te gebruiken en technieken te onderzoeken die al meer dan 5000 jaar oud zijn. Met al onze hedendaagse apparatuur bereiken toch maar heel weinig goudsmeden dezelfde resultaten als de vakmensen van toen.”

Ongeduld

Die basis begint met legeren. “Ik vind het fascinerend om te weten hoe legeren feitelijk werkt. Dat wanneer je 75% fijngoud mengt met maar 25% witmetaal je opeens witgoud hebt. Of dat het groen wordt wanneer je het met cadmium mengt, al mag dat nu niet meer vanwege de giftigheid. Zelf willen legeren heeft ook met mijn ongeduld te maken. Als ik een ontwerp in mijn hoofd heb wil ik niet een of twee dagen wachten tot het juiste materiaal geleverd is. ”

Keum Boo

Een bijzondere techniek die Sonja zich met eindeloos lezen, YouTube-filmpjes kijken en experimenteren eigen heeft gemaakt is het Koreaanse Keum Boo. Het is een vorm van handvergulden, waarbij dik fijngoudfolie op een ander, verwarmd metaal wordt gewreven tot beide metalen fuseren. Waarom zo’n ingewikkeld proces? Sonja: “Gewoon vergulden vind ik goedkoop klinken. De laag bij galvanisch vergulden ís ook maar twee micron dik en slijt dus snel, zeker op ringen. Het folie bij Keum Boo is twintig micron en wordt één met het onderliggende metaal. De fijngoudkleur is heel geschikt voor accenten.

Minstens één keer mis

Om Keum Boo in de vingers te krijgen heb ik vooral heel veel uitgeprobeerd. Als het niet minstens één keer mis gaat zie je niet waar je allemaal op moet letten. Het allertofst van al dat onderzoeken vind ik dat ik zoveel leer. En andere goudsmeden zijn ook geïnteresseerd in die kennis. Ik heb al minstens tien keer een workshop gegeven aan collega’s, onder andere aan leden van het Nederlands Gilde van Goudsmeden.”

Granuleren

Tijdens de coronaperiode nam Sonja de tijd om zich te verdiepen in granuleren, de Etruskische techniek waar ze al langer nieuwsgierig naar was. Het werd een groot proces: pas na een jaar lukte het haar piepkleine, perfect ronde fijngoudballetjes te maken en die zonder soldeer te verbinden met een ondergrond.

Verdwijnende balletjes

Om de balletjes te maken wordt extreem dun draad in heel kleine stukjes geknipt. Die worden in een grafieten kroes tot balletjes gesmolten. Bij te hoge smelttemperaturen verbinden koolstofmoleculen zich echter met die van het goud en wordt de kristalstructuur instabieler. Dan is het gissen wat het precieze smeltpunt is, en kan het gebeuren dat bij het bevestigen op een ondergrond de balletjes verdwijnen.

Fusen

Als het wel allemaal gelukt is, worden de balletjes met een zelfgemaakte pasta op een sieraad geplakt en daarna met de vlam aan het oppervlak ‘gefused’. “Als het goed gaat ten minste”, zegt Sonja. “Het gebeurt ook dat ik denk dat alles gefused is, en dat dan toch balletjes loslaten. “

Nieuwe patronen

“Van granuleren ga ik kwijlen. Ik heb het vaak druk in mijn hoofd, maar van het positioneren van de balletjes in een mooi patroon word ik heel rustig. Daarbij wil ik niet de patronen van de oude Etrusken kopiëren. Ik zoek iets nieuws. Voor inspiratie kijk ik bijvoorbeeld naar wat sommige Afrikaanse stammen doen met scarification, het bewust creëren van littekens op de huid in de vorm van balletjes. Granuleren is een techniek die bijna niemand beheerst. Ik vind het leuk om anders te zijn en het wél te kunnen. Maar bovenal houd ik gewoon heel erg van het authentieke ambacht.”

www.odinski.com

http://www.meestergoudsmeden.nl

Een uitgebreide versie van dit verhaal verscheen in het decembernummer 2021 van vakblad Edelmetaal

Je eigen gebruiksaanwijzing leren kennen

Foto door Tara Winstead op Pexels.com

 

Hanneke is moeder van de nu zestienjarige Alex. Ze zocht hulp toen haar dochter veertien was, heel depressief en met last van angstklachten. “We zaten in een traject bij de reguliere GGZ, maar Alex had duidelijk meer specialistische hulp nodig. Op zoek daarnaar kwamen we in een soort oerwoud van tegenstrijdige adviezen terecht”, vertelt Hanneke.

“Het Centrum Jeugd en Gezin gaf ons adressen waar we mogelijk passende hulp konden krijgen. Ze hadden echter allemaal een patiëntenstop óf een wachtlijst van vier maanden. Ter overbrugging kon Alex praten met een Praktijkondersteuner van de huisarts. Maar praten met een vreemde, daar had ze helemaal geen trek in. Van mijn zus hoorden we over EMDR. Het sprak ons aan, dus zochten we iemand die daar goed in was opgeleid. De huisarts verwees ons naar Judith van de Blokenhoeve, orthopedagoge en psychologe. Zij had op korte termijn wél plek.”

Eigen praktijk

Die plek was in Judith’s eigen praktijk Chaya. Ze runt hem al sinds 2003 naast haar werk in loondienst, momenteel bij de GGZ Westelijk Noord-Brabant. Judith: “Mijn werk is nu eenmaal mijn hobby. In mijn vaste banen had en heb ik vaak heel zware gevallen. Ik vind het fijn om dan op zaterdag mensen te helpen waarvan ik weet dat we wat vlotter resultaat kunnen verwachten. Ik werf niet actief, maar ze komen onder andere bij mij via supervisanten, via een grote zorginstelling die geen ruimte heeft of, zoals Hanneke en Alex, via hun huisarts.”

Ouders en gemeente

Hanneke: “Ons eerste gesprek met haar was heel fijn. Ze nam echt de tijd en begreep goed wat Alex nodig had. Alleen de financiering was lastig, want Judith had geen contract met de gemeente. Omdat we aan de gang wilden, besloten we op eigen risico het traject in te gaan.” Judith had dezelfde ervaring met trage financiële afwikkeling door gemeenten, maar merkte dat ouders die zelf met een vraag naar haar toe komen bij die gemeenten meer druk kunnen uitoefenen. Zij weten immers welke behandelaren ze al gehad hebben, en wat niet werkte.

Helpen vanuit begrip

Judith is gespecialiseerd in psychiatrische- en gedragsproblemen. “Ik ben nieuwsgierig naar wat een ander beweegt, wat diegene denkt en hoe ik iemand vanuit begrip kan helpen. Uiteindelijk wil ik mezelf overbodig maken, omdat diegene geleerd heeft zichzelf te helpen. Als je bijvoorbeeld werkt met mensen die een stoornis hebben in het autistisch spectrum, merk je dat ze nét iets anders bedraad zijn. Zowel de hoogbegaafden als de verstandelijk beperkten.

Vijf duidelijkheden

Bij hen gebruik ik de methode Geef me de 5. Dat slaat op de vijf duidelijkheden die ze nodig hebben om de wereld te begrijpen. Het zijn antwoorden op de vragen wat, waar, met wie, wanneer, en de allerbelangrijkste: Hoe? Die slaan we vaak over, terwijl het autisten heel erg helpt als je dat precies uitlegt, en gewenst gedrag positief formuleert. Dus in plaats van te zeggen: ‘Niet met je voeten op de bank’ zeg je ‘Graag met de voeten op de grond.’ Bovendien let ik op de positieve kanten van een situatie: wat kan er wél? Dat wil ik laten zien aan pubers die het niet meer zien zitten. Of aan ouders die soms helemaal zijn vastgelopen.”

Cadeautje

Alex kwam bij Judith met slaapproblemen die ze al van kleins af aan had, en een pestverleden van later datum. “Ik heb eerst ingestoken op EMDR, voor een ziekenhuiservaring die ze had als baby van negen maanden. EMDR is een cadeautje om te doen. Het is een methode waarbij je de ontwikkeling van je cliënt weer op gang ziet komen. Dat is zelfs fysiek zichtbaar, met veranderingen in de frontale cortex en onder andere de amygdala en de hersenstam.”

Door de emoties heen

“Ik gebruik het ook met ernstig beperkte kinderen. Die zijn vaak getraumatiseerd door ziekenhuisopname, ongelukken of medische behandelingen waarbij ze niet begrijpen wat er gebeurt. Of door mishandeling of misbruik. Met EMDR ga je door de emoties heen. Het lichaam reageert mee. Dat kan gepaard gaan met wilde bewegingen en heftige emoties als angst, boosheid en verdriet. Ik sluit altijd positief af met spelen, muziek en plezier maken. Daarna kunnen ze ‘in het echt’ gaan oefenen. “

Corona en emoties reguleren

“Voorafgaand aan de EMDR gaf ik Alex psycho-educatie over wat trauma met je kan doen, waardoor ze bij zichzelf de symptomen van PTTS herkende. Tijdens de behandelingen bouwden we een vertrouwensrelatie op. Ze leerde haar spanningen reguleren door sporten, maar toen kwam corona en kon dat niet meer. Daarom ben ik psychodiagnostisch onderzoek gaan doen.

Zelf doen

Alex is heel slim en had zich heel erg aangepast aan haar omgeving, maar ze bleek autisme en Gilles de la Tourette te hebben. Voor dat laatste heb ik haar verwezen naar een specialist, voor het eerste zijn we aan de slag gegaan met Geef me de 5. Vervolgens is ze ook van school veranderd. Ze zit nu in een klas voor kinderen met autisme en is er helemaal op haar plek. Begin december hebben we de therapie afgesloten. Ze kan het nu zelf.”

Moed

Alex beaamt dat. “Ik heb minder paniekaanvallen, ik ben vrolijker, ik heb geleerd om opener te zijn. Ik heb mijn eigen gebruiksaanwijzing leren kennen en kan mezelf nu beter helpen”. Moeder Hanneke vult aan: “We kregen praktische handvaten, zoals herkennen welk gedrag bij welk gevoel hoort, en hoe wij als omgeving Alex kunnen ondersteunen. Dat gaf ons zelf ook moed om door te gaan. We hebben zowel Alex als onszelf beter leren kennen. Het blijkt dat ook mijn man autistische trekjes heeft!”

Meerwaarde

Werken in systemen en rekening houden met levenslopen, dat is wat Judith betreft de grote meerwaarde van de orthopedagogiek. Zeker in coronatijd, nu mensen veel meer worden teruggeworpen op elkaar, zie je hoe belangrijk gezinssystemen zijn. En Hanneke heeft uiteindelijk het voorgeschoten bedrag teruggekregen, met hulp van een jeugdregisseur. Zij kende de wegen voor een eenmalige maatwerkvoorziening.

https://www.geefmede5.nl/home

Praktijk Chaya

Wat zijn de signalen van PTSS door pesten?

 

Dit verhaal verscheen eerder in uitgebreide vorm op Ikkanhet.nl van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Orthopedagogen

De heilige en de broers

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is tim-en-bart-voor-de-toren-van-de-sint-plechelmusbasiliek.jpg
Tim (links) en Bart (rechts)voor de toren van de Sint Plechelmusbasiliek

Eerst waren ze gewoon broers. Als twintigers die hetzelfde beroep kozen, werden ze ook beste vrienden en zetten samen een bedrijf op. In hun vrije tijd werkten ze aan een eigen merk. Vanzelf ging het niet, maar nu is er een wachtlijst van drie jaar voor de handgemaakte horloges van Bart en Tim Grönefeld.

De website van de horological brothers is er alleen in het Engels, met dank aan een Australische marketeer die besloot ‘die jongens’ te helpen toen ze hun eigen merk mechanische horloges begonnen. Logisch is het ook, want de meeste klanten wonen in de USA en Azië. “In Nederland is het minder makkelijk. Wij zijn echte horlogemakers, die een goed product maken met een mooi verhaal. Dat onthouden ook de mensen die in andere landen wonen. Niet hoeveel schroefjes erin zitten”, vertelt oudste broer Bart. “De eerste kopers van zo’n twaalf jaar geleden zijn trots. Ze voelen zich visionairs en onderdeel van ons verhaal. Ze waren destijds op zoek naar iets aparts, dat niet per se uit Zwitserland hoefde te komen. Nu vissen veel liefhebbers achter het net.”

Liefde en besef

De broers groeiden op met een grootvader en vader, die in het Twentse Oldenzaal allebei uurwerkmakers met een juwelierszaak waren. Bovendien onderhielden ze het torenuurwerk van de meer dan een millennium oude Sint Plechelmusbasiliek, midden in het stadje. Een gespreid bedje, zou je denken, maar Bart wilde na het behalen van zijn diploma eerst elders ervaring opdoen. In het Zwitserse Neuchâtel deed hij een zes maanden durende cursus aan de Wostep, een school waar buitenlandse uurwerkmakers leren Zwitserse horloges te onderhouden. “Ik zag daar de prachtige verzameling horloges van een leraar”, glundert Bart. “Toen begon voor mij pas echt de liefde voor het vak. Het besef wat je allemaal met de hand kunt maken.”

Wat later koos ook Tim voor Wostep, en daarna bleven beide broers nog een aantal jaren omdat ze interessant werk kregen aangeboden. Uiteindelijk leidden ze het atelier van Renaud &Papi, een fabriek die eind vorige eeuw het summum van de Zwitserse horloge-industrie was. Tim was de man die zorgde dat horloges op tijd liepen, Bart was de specialist in slagwerken en bijzondere mechanieken.

Twinkeling

Oldenzaal, met dierbare familie en vrienden, was eind jaren negentig de reden dat ze terugkeerden naar hun geboortestad. Vader Sjef voorzag weinig toekomst in de detailhandel en adviseerde zijn zoons om een reparatieatelier voor mechanische horloges te beginnen. Breitling en IWC gingen graag met de getalenteerde Grönefelds in zee. Uiteindelijk hadden ze veertien mensen in dienst. Bart: “Maar als reparateurs stonden we nooit oog in oog met de klant. Daarom begonnen we in de avonduren met het ontwerpen en bouwen van ons eigen merk. De twinkeling van vreugde in iemands ogen bij het zien van iets wat je zelf gemaakt hebt, dat is toch het mooiste dat er is.”

Tong

Gewend als ze waren aan dure horloges, moest dat eigen merk iets heel goeds en moois worden. Behalve veel tijd staken ze er ook hun spaar- en pensioengeld in. Aan de vooravond van de economische crisis, in november 2008, lanceerden ze hun GTM-06. Een eenmalig horloge met een tourbillon met minutenrepetitie, dat 300.000 Euro kostte. Ze haalden er TV-programma Paul&Witteman mee, maar het vinden van afzetkanalen voor de vervolgmodellen was de eerste vier, vijf jaar lastig. Tot Bart op de beurs in Bazel met het uurwerk van hun tweede model One hertz in zijn hand rondwandelde en verzamelaar George Tong tegenkwam. Die vond de technische vormgeving mooi, met bruggen gemodelleerd als Nederlandse trapgevels. Hij bestelde de nummer 1 uit de serie, nog voor er een kast of wijzerplaat omheen zaten.

Eigen identiteit

Met de One hertz sloegen Bart en Tim de weg in van hun eigen identiteit. Horlogesites- en bladen schreven over hen. De website, Facebook en Instagram maakten direct contact met klanten mogelijk. Model nummer drie, de Parallax, leverde hen de Grand Prix d’Horlogerie de Genève op én een wederverkoper in Singapore. Voor hun volgende model, de Remontoire, kregen ze de prijs nóg een keer. In de Remontoire zit het verkleinde torenuurwerkmechaniek uit de Sint Plechelmusbasiliek. Daarbij draait een radertje op de wijzerplaat en schiet de wijzer elke acht seconden vooruit. Bart: “Daar schrik je bijna van. Het is een beetje spektakel. Mechanisch theater. Omdat de torenuurwerktechniek met een in de lucht hangende ketting niet werkt in een horloge, hadden we een belachelijk aantal onderdelen nodig om het te laten werken, met een klein differentieel. We hebben er 188 stuks van verkocht, met speciaal voor ons gemaakte onderdelen. Daar laten we het bij. Schaarsheid maakt mensen hebberig, waardoor wij weer nieuwe modellen kunnen ontwikkelen.”

Made in Oldenzaal

Het mechanisch uurwerk van de Sint Plechelmus is een essentieel onderdeel geworden van het Grönefeldverhaal. Geregeld nemen Bart en Tim klanten mee de toren op, en ze zijn ook van plan het onderhoud van het torenuurwerk over te nemen. Hun eigenheid heeft hen genoeg bestellingen geleverd om de komende drie jaar aan het werk te zijn. Op hun eerste horloge stond nog niet waar het gemaakt is, omdat verzamelaars geen interesse hadden als het niet Swiss made was. Nu staat op iedere Grönefeld vol trots: Nederland. En op hun laatste horloge zelfs: Oldenzaal.

De GTM-06. Een eenmalig horloge met een tourbillon met minutenrepetitie, dat 300.000 Euro kostte.

http://www.gronefeld.com

http://www.gronefeld.com

https://www.acollectedman.com/blogs/journal/renaud-et-papi-history

https://www.uitinoldenzaal.nl/

http://plechelmus.nl/

Dit verhaal verscheen in het oktobernummer 2021 van vakblad Edelmetaal

De gelukkige graveur

Lei Lennaerts is niet beledigd als je hem een vakidioot noemt. Hij vindt nu eenmaal alle facetten van graveren interessant. Over de breedheid van een zeldzaam geworden beroep.

“Niks lekkerder dan rechtstreeks met stekers werken. Schaven aan staal onder een microscoop en dan dat glinsterende staal zien opkrullen. Als een mes door de boter. Dat is puur, het echte graveren. En dan heel gedetailleerde stempels maken. Je kunt je zowel in 2D als in 3D technisch en creatief helemaal uitleven.

Munten van 1987

Waarom weet ik niet, maar van jongs af aan wilde ik graveur worden. Als puber maakte ik drukplaatjes en had een grote artistieke interesse. De basistechnieken, van handgravure tot de omgang met grote technische machines, leerde ik op de Vakschool in Schoonhoven. Toen ik daarna mijn stage mocht doen bij de Rijksmunt in Utrecht voelde ik me echt uitverkoren. Er werkten heel goede graveurs, van wie ik veel leerde en die me veel lieten doen. Ik maakte er ponsen voor het IJkwezen en de Waarborg van Edele metalen, en hielp met het maken van stempels voor de geldemissie van het volgende jaar. Zo dragen alle munten van 1987 mijn onzichtbare signatuur. Heel erg leuk natuurlijk.

Oude en nieuwe technieken

In september 1987 begon ik bij Venrooy Goud- en Zilverindustrie in Den Bosch. Ik werk er tot de dag van vandaag. Hier kan ik de hele range van mijn vak uitoefenen. Van hand- tot machinaal graveren en alles wat daar mee te maken heeft. Die breedheid past bij me: ik ben eerder generalist dan specialist. Ik heb het oude ambacht geleerd én ben meegegaan in nieuwe technieken. Per opdracht bekijk ik wat de beste techniek is. Penningstempels maakten we vroeger bijvoorbeeld door uitsnijden in een gipsen plaat. Vervolgens goten we die af in kunststof, tastten hem af op de reductiebank en freesden hem verkleind in staal. Tegenwoordig teken ik op de computer en maak na het 3D-printen of frezen met stekers de details. Ik heb ook de pneumatische steker omarmd. In een 3D-gravure kan ik daarmee snel veel staal wegsnijden, in plaats van het tijdrovende frezen of hakken met hamer en beitel.

Productie en unica

Veel van de stempels die ik bij Venrooy maak zijn voor productie in grote aantallen. We maken onderscheidingen, geschenken en sieraden voor bedrijven en instellingen. Bijvoorbeeld insignes, manchetknopen, armbanden en wijzerplaten voor horloges. Tussendoor doe ik dan weer klussen die niets met productie te maken hebben, zoals ontwerpen en gravures voor de handgemaakte horloges van meester-uurwerkbouwer Willem van den Berg. Of voor Venrooys eigen Sint Janshorloge, met in de wijzerplaat een bakje uitgespaard voor een heel klein stukje steen van de Bossche Sint Jansbasiliek. Wat ik ook interessant vind is onderzoek naar technieken die niet meer worden gebruikt, zoals het etsen van stempels. Strikt genomen is dat niet meer nodig, maar het geeft wel een bepaalde klassieke uitstraling.

Stempel voor stadhuispenning voor de Gemeenteraad van ’s Hertogenbosch

Meesterproject

Privé ben ik geïnteresseerd in Engelse lantaarnklokken. Ik kocht er ooit een die later vervalst bleek. ‘Dat gaat me nooit meer gebeuren’, dacht ik. Ik heb er een enorme studie van gemaakt. Daarna wilde ik een replica bouwen die niet van echt te onderscheiden is. Dat is gelukt. Ik heb alles zelf gedaan, van het gieten en smeden van messing tot het bouwen van het uurwerk, en uiteraard de gravures. Alleen het maken van de wekkerbel heb ik uitbesteed. Om te voorkomen dat iemand anders dezelfde vergissing begaat als ik, heb ik op ieder onderdeel mijn merkteken gezet, waardoor het altijd herkenbaar is als replica. Je zou het een meesterproject kunnen noemen, want dankzij die klok kwam ik door de ballotage bij het Britse Institute of Professional Goldsmiths. Sinds 2010 ben ik ook Meester bij wat toen nog het Bossche Gilde van Goudsmeden heette, en tegenwoordig het Nederlands Gilde van Goudsmeden.

Boterham

Dat de beroepsopleiding in Schoonhoven ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw is afgeschaft vind ik ontzettend jammer. Veel deskundigheid is al verloren gegaan. Wanneer een bedrijf als Venrooy ooit op zou houden te bestaan, verdwijnt er nog veel meer en houdt uiteindelijk ook de vraag ernaar op. Graveerwerk is een niche, maar met de technieken zijn er nog steeds genoeg andere toepassingen mogelijk. En een goede handgraveur kan ook in de toekomst een prima boterham verdienen.”

www.venrooybv.nl

www.leilennaerts.nl

www.ipgoldsmiths.com

http://www.meestergoudsmeden.nl

Detailopname van de English Lantern clock, volledig door Lei gemaakt en gegraveerd

Je zit hier niet voor je zweetvoeten

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is dsc00049-wouter-klone-2.jpg

Wouter Klöne helpt graag pubers met complexe problematiek. Maar hij en zijn collega’s zijn er uitdrukkelijk niet om jongeren te redden.

“Alles wat me interesseert combineer ik in twee verschillende banen. Binnen een enorme jeugdorganisatie. in de regio Rotterdam, denk ik als gedragswetenschapper mee over complexe opvoedsituaties bij jongeren die niet thuis kunnen wonen. Bij een klein particulier bureau in Brielle bied ik als orthopedagoog diagnostiek en behandeling.

Kwaliteit van het werk waarborgen

Ik ben zelf tweeëneenhalf jaar jeugdzorgwerker geweest. Nu, als gedragswetenschapper, help ik jeugdzorgwerkers op behandelgroepen om de kwaliteit van hun werk te waarborgen. We brengen samen alle factoren in kaart, die van invloed zijn op het gedrag van een jongere. We formuleren doelen waarmee we jongeren een zo stabiel mogelijke opvoeding denken te kunnen geven, en bekijken welke aanpak het beste werkt. Ik zoek ook samenwerking met andere collega’s en, als het kan, de ouders.

Zweetvoeten

De jongeren die bij de jeugdorganisatie wonen, hebben heftige problemen en vaak al een lange hulpverleningsgeschiedenis. Ze hebben meer nodig dan een dak boven hun hoofd en de gebruikelijke opvoeding. Hun vertrouwen is dikwijls geschaad. Ze kunnen bijvoorbeeld te maken hebben gehad met mishandeling, misbruik, verwaarlozing, vechtscheidingen. Er is sprake van spijbelen of angsten om naar school te gaan, van slecht slapen, zelfbeschadiging of pogingen tot suïcide. Vaak zijn ze onder dwang bij ons geplaatst. Desondanks zeggen sommigen: ‘Met mij is niks aan de hand’. Er zijn er die iedereen de schuld geven van hun situatie. Een enkeling wil zélf hulp bij het oplossen van problemen. Wat ook de werkelijkheid mag zijn, wij zeggen altijd tegen ze: ‘Je zit hier niet voor je zweetvoeten.’

Voldoende afstand nemen

De werkdruk is bij iedereen hoog, ja. Je moet een hoop dingen doen en voelt een enorme verantwoordelijkheid. Door de kortingen op de financiering moet je met dezelfde mensen méér cliënten helpen. Maar het is ook aan de hulpverlener zelf om zich minder verantwoordelijk te voelen. Als gedragswetenschapper kan ik mijn collega’s helpen om voldoende afstand te nemen. En ik vraag geregeld hoe het met hén gaat. Dat is belangrijk. Voor mezelf net zo goed.

Activeren

Wat daarbij ook helpt, is de trend dat hulpverleners proberen minder keuzes te maken voor hun cliënten. Ik zie dat ze niet meer zo vaak de problemen van cliënten overnemen en oplossen, maar hen activeren tot zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Tot leren voelen, emoties herkennen en ze reguleren. Deze organisatie is geen gesloten inrichting. Wij doen een aanbod, en dat kunnen cliënten, ook jongeren, accepteren of niet. De hulpverlener is er niet om hen te redden.

Vrijheid

Bij de jeugdzorginstelling werk ik 24 uur per week. In de twaalf uur per week bij het particuliere bureau ben ik los van gemeentelijke eisen. Het is veel kleiner en persoonlijker. Ik heb meer vrijheid om te experimenteren en te kijken wat aanslaat. Pubers en jongvolwassenen komen er op verwijzing van de huisarts. Of omdat hun ouders zelf bellen, over hun kind dat bijvoorbeeld faalangstig is, dyslexie heeft of snel boos wordt.Het verbaast me niet dat jongeren makkelijker vastlopen, want het leven wordt steeds complexer. Tegelijkertijd is het taboe op geestelijke gezondheidszorg veel minder dan vroeger.

Jong

In het contact met de jongeren helpt het dat ik jong ben. Ooit had ik zelf een hulpvraag, dus ik begrijp hoe je je dan kunt voelen. Dat geeft een andere dynamiek dan wanneer ik een oudere man in pak zou zijn. Ik heb bij het particuliere bureau prachtige successen geboekt. Zoals met een autistische jongen met ernstige signalen van depressie, die nu een reguliere ICT-opleiding gaat doen. Of een heel boze jongen met bijzonder slechte schoolcijfers, die nu weer voldoendes haalt. Ik heb een vader leren accepteren dat ADHD écht een ding is. Omdat ik hier honderd procent orthopedagoog ben, kan ik de juiste andere deskundigen erbij betrekken. Zo heb ik een jonge vluchteling met signalen van trauma doorverwezen naar een specialist op het gebied van vluchtelingen en trauma.

Inzicht voor docenten

Wanneer we door psychologisch onderzoek een verklaring hebben voor moeilijk gedrag, kan dat inzicht voor docenten een enorm hulpmiddel zijn. Een heel leuk voorbeeld vond ik het verhaal van een jongen die snel afgeleid was. Hij zat vaak uit het raam te staren, of was juist heel druk aan het praten. Dat was te merken aan zijn schoolcijfers. In plaats van hem verbaal tot gewenst gedrag te manen, tikte de docent hem voortaan zachtjes op zijn schouder. Voor een druk kind, dat toch al zo vaak gecorrigeerd wordt, was dat veel vriendelijker.

Geen wachtlijsten

Bij het particuliere bureau zijn eigenlijk geen wachtlijsten. Mensen dragen wel zelf de kosten. Wie bij gecontracteerde zorgverleners zit, moet tussen drie en acht maanden wachten. Helaas: vaak kunnen mensen die het het hardste nodig hebben, het zelf niet betalen. Maar er is overal veel voor me te doen. In Rotterdam help ik professionals, en zij helpen jongeren die niet thuis kunnen wonen. In Brielle help ik jongeren die wél thuis wonen aan meer plezier en succes in hun dagelijks leven. Zo werk ik aan een betere wereld waarin iedereen een beetje aardiger is voor elkaar. En niet te vergeten: voor zichzelf.”

Dit interview verscheen in 2020 op de website Ikkanhet.nl, een initiatief van de Nederlandse Vereniging van pedagogen en onderwijskundigen.

http://www.nvo.nl

http://www.ikkanhet.nl

http://www.jeugdplus.nl/

Diamant – het goede doen is vaak niet eenduidig

Foto door Monstera op Pexels.com

Twintig jaar geleden werd de World Diamond Council opgericht om de verspreiding van conflictdiamant tegen te gaan. Heeft dat gewerkt?

“Dat heeft gewerkt”, zegt diamantair Edward Asscher, sinds juni 2020 voor de tweede keer president van de WDC. “Dankzij alle beleid en maatregelen is een aantal burgeroorlogen zoals in Angola en Sierra Leone ten einde gebracht. De oorlogvoerende partijen konden de ruwe diamant waarmee wapens werden betaald nergens meer kwijt. Het percentage conflictdiamant in de wereldwijde productie is gedaald van 4 naar 0,04 procent. Nu bouwen we aan verbetering van alle andere aspecten eromheen, zoals sociale rechten en milieu. En we blijven op jacht naar die 0,04 procent.”

Misstanden tegengaan

Rond de eeuwwisseling maakten steeds meer NGO’s in ontwikkelingslanden melding van het gebruik van ruwe diamant voor de financiering van oorlogsvoering. Consumenten kregen er pas in 2006 weet van door Leonardo di Caprio’s film Blood diamonds. Iedereen in de diamant- en juwelenindustrie had er belang bij dat aan de illegale handel in ruwe diamant zo snel mogelijk een eind zou komen. Zowel uit ethisch als uit zakelijk oogpunt. Edward Asscher: “Als mens wil je misstanden tegengaan. Zakelijk wil je dat de consument erop vertrouwt dat iedereen in de keten het goed heeft.”

Kimberley Process

Als antwoord op die maatschappelijke ontwikkeling kwam in 2000 de WDC tot stand. De organisatie vertegenwoordigt bedrijven en organisaties van over de hele wereld, uit alle sectoren van de diamantketen. Van ruwe-diamantproducenten tot slijperijen, van edelsmeden tot juweliers. Het kostte de medewerkers drie jaar om een beleid te ontwikkelen dat de keten van ruwe diamant traceerbaar maakte – een system of warranties. Het resultaat werd in 2003 gepresenteerd aan vertegenwoordigers van tientallen regeringen en burgerorganisaties in het Zuid-Afrikaanse stadje Kimberley. Sindsdien heet de controle van de keten het Kimberley Process. Het valt onder de Verenigde Naties.

Gevangenisstraf

Het Kimberley Process heeft wetswijzigingen over de hele wereld tot gevolg gehad. Nergens mag nog ruwe diamant verkocht worden zonder een door de officiële regering van een land uitgegeven Kimberleycertificaat. De koper die toch zo’n partij aanschaft, is net zo strafbaar als de aanbieder. Het Kimberley Process maakte het bijvoorbeeld voor Liberia onmogelijk om nog langer uit buurland Sierra Leone gesmokkelde diamant te exporteren. De regering van dictator Charles Taylor had daardoor geen geld meer voor olie en wapens. Taylor zit nu in de Scheveningse gevangenis een straf van vijftig jaar uit wegens oorlogsmisdaden.

Urgentie

Na zo’n vijftien jaar was een nieuwe wind bij de WDC aangezegd. Er was behoefte aan democratisering en meer verbinding met de diamantairs. Van 2014 tot 2016 leidde Edward Asscher die reorganisatie. Vorig jaar werd hij op verzoek voor de tweede keer president. “Als je met pensioen gaat kun je dat doen, en ik weet er natuurlijk veel van. De urgentie van het Kimberley Process was en is onverminderd groot. Consumenten hechten steeds meer waarde aan maatschappelijk verantwoord gedolven en geslepen diamant en edelstenen.

Het respecteren van mensenrechten is nu ons belangrijkste thema. Bij de grote industriële mijnbouwers twijfelen we niet aan het respecteren van mensenrechten. Onze zorg geldt de artisanale delvers. Arme mensen die rondtrekken op zoek naar ruwe diamanten. Als ze dat doen op het gebied van een officiële mijn met een eigen securitydienst gaat dat wel goed. Maar wanneer de mijn hulp vraagt aan de regering, vinden er soms schermutselingen plaats die kunnen leiden tot schendingen van mensenrechten.”

Alluviale keten

“De WDC helpt gemeenschappen opbouwen, op dit moment ook door bemiddeling bij de toediening van COVID-vaccinaties. In samenwerking met het Gemfair-programma leren artisanale delvers wat de marktwaarde van diamant is, zodat ze zich niet meer laten afschepen met een kwart van de prijs. In Sierra Leone krijgen delvers ter plekke een prijs die klopt met de wereldmarkt. Vervolgens gaat de diamant in een verzegelde verpakking. Dan heb je ook de keten van de alluviale diamant in beeld.”

Geen antwoord

Het goede doen is vaak niet eenduidig. Edward: “Aan synthetische diamant kleven minder mensenrechtenissues en het is goedkoper. Het is echter niet milieuvriendelijker dan natuurlijke diamant, en voor die laatste heeft de consument toch een voorkeur. Wereldwijd verdienen vijf miljoen mensen de kost met natuurlijke diamant. Een land als Botswana haalt er zelfs 35% van zijn nationaal inkomen uit. Dus uitsluitend synthetische diamant gebruiken is niet de oplossing. Als je dat doet stort je miljoenen mensen over de hele wereld in de armoede. Ik sprak laatst een Indiër over de mensenrechten van tienduizend mijnwerkers in Zimbabwe. Hij zei: ‘Als je hier nu een eind maakt aan de alluviale winning, hebben driehonderdduizend slijpers in India straks geen werk meer. Wiens mensenrechten wegen dan het zwaarst?’ Ik had er geen antwoord op. ”

www.worlddiamondcouncil.org

https://www.kimberleyprocess.com/

https://gemfair.com/

https://www.knowbotswana.com/botswana-diamonds.html

Dit verhaal verscheen eerder in het meinummer 2021 van vakblad Edelmetaal

Alsof de relatie bevroor in 1985 en ontdooide in 2017

foto Marcus Aurelius via Pechtels

Ron (66): “Ik herkende meteen haar prachtige glimlach. Al had ik haar bijna 32 jaar geleden voor het laatst gezien in Ecuador, waar ik in die tijd aan een project werkte. Ik ontmoette haar via een kennis, maar ik weet oprecht niet meer hoe en waar. Het was wel liefde op het eerste gezicht. Gedurende mijn laatste drie weken daar hadden we een relatie.

Toen ging ik terug naar Europa, omdat ik al stond ingeschreven voor een studie. Ik moest er nog een woning regelen, het was een drukke tijd. Ik kende Patricia pas heel kort, maar vond het moeilijk om bij haar weg te gaan. Zij voelde hetzelfde. Ze vroeg me om geen contact op te nemen, zodat ze de situatie achter zich kon laten. De eerste paar maanden had ik nog de neiging haar te bellen, en later in de zomervakantie om naar Ecuador te vliegen. Daarna zakten de gevoelens weg.

Voor mijn werk woonde ik in meerdere landen. Met mijn toenmalige vrouw streek ik neer in Portugal. We kregen een dochter, we scheidden in 2012. Speciaal om vroegere huisgenoten terug te vinden voor een reünie ging ik een paar jaar later op Facebook. Dat speuren was leuk, dus ik zocht nog meer mensen van vroeger op. Waaronder Patricia, die ik herkende aan die prachtige glimlach. Ik stuurde een berichtje met de vraag of ze zich mij nog herinnerde. Tweeëneenhalf jaar later, in december 2016, bij het opruimen van haar spambox, stuurde ze antwoord. Ze schreef: “Natuurlijk herinner ik me jou nog”. Ze vertelde dat ze door een huwelijk in de Verenigde Staten terecht was gekomen, twee kinderen had en weduwe was.

In de weken na dat bericht hebben we veel gebeld. We wisten nog zo weinig van elkaar, maar de interesse was al snel weer heel levend. We vroegen ons op een gegeven moment wel af of we het verleden niet idealiseerden. Daarom vloog ik naar de VS. De gevoelens bleken er nog steeds te zijn, alsof de relatie bevroor in 1985 en ontdooide in 2017. Ik voelde en voel me bij haar gezien, begrepen, vertroeteld. 

Sindsdien vlogen we op en neer, maakten samen reizen of waren samen thuis. Patricia is een aanvulling op wie ik ben. Ze is genereus, iemand die iedereen wil betrekken, veel emotioneler dan ik. Ik kan een behoorlijk kouwe kikker zijn, heel realistisch, maar juist daardoor kan ik haar soms adviseren in zakelijke kwesties. Ik ben ook wel lief hoor. Twee jaar geleden kocht ik een mooie verlovingsring voor haar. Als we op reis zijn zoek ik fijne hotels uit, en op haar verjaardag laat ik een grote bos bloemen bezorgen. Af en toe roepen we dat we elkaar blijkbaar weer móesten ontmoeten. Eigenlijk kenden we elkaar niet. Nu dat veel beter is, voelt ze als de liefde van mijn leven.

Patricia wil nog een aantal jaren werken, en na haar pensioen eventueel met mij in Portugal wonen. We hadden tot het zover is best op de huidige manier verder kunnen gaan, als Covid er niet tussen gekomen was. Sinds maart vorig jaar zien we elkaar vrijwel alleen nog via beeldbellen. Een inferieure oplossing, en we hebben niet het eeuwige leven. Onze prioriteit ligt daarom nu bij samenzijn. We hebben besloten te trouwen, zodat ik een verblijfsvergunning voor de VS kan krijgen. Een langdurig proces, dus ik kan pas dit najaar emigreren. Weggaan uit Portugal is wel een beetje een pijnpunt. Ik zit hier prima. Maar ik zie ons dus hoe dan ook samen oud worden. In Portugal, in de VS of ergens anders.”

Dit verhaal verscheen eerder in Mezza, weekendbijlage van het AD

https://gezonderleven.com/liefde-op-latere-leeftijd-passie-op-het-juiste-moment/

https://nl.wikihow.com/Een-oude-vriend-terugvinden

https://www.lannoo.be/nl/liefde-op-leeftijd

Ik heb geen bindingsangst, ik heb vrijheidsliefde

Foto door furkanfdemir op Pexels.com

Pieter (52): ‘Mijn patroon is altijd: een paar jaar met iemand samen, een paar jaar alleen. De eerste drie maanden van mijn leven lag ik in een couveuse. Misschien komt het daardoor dat ik zo goed alleen kan zijn.

Relaties vind ik vaak armoe. Mensen worden elkaars bezit, ze maken de ander verantwoordelijk voor hun geluk.

Mijn op één na laatste vriendin investeerde veel in een heuse relatie met mij.  Ze was belangstellend naar mijn familie en vrienden, naar mij geduldig en vergevend. Ze begreep niet waarom ik op mijn beurt die liefde en investering niet vollédig kon omarmen. Voor mij voelde het alsof er aan mij werd getrokken, als koopmansgedrag. Ik dacht: zie je wel, ik ben gewoon niet geschikt voor een vaste relatie.

Als zelfstandig ontwerper heb ik weinig vastigheid. Bij opdrachten lever ik goed werk dat op tijd af is, maar verder plan ik weinig. Ik vind het een groot goed dat ik van dag tot dag kan bepalen wat ik ga doen. Om op een mooie dag naar buiten te gaan voor een wandeling, of ergens te zitten en een beetje naar mensen te kijken. Ik geniet dan van een soort minimalistische  tevredenheid. In relaties wil ik diezelfde vrijheid, zodat ik veel van het moment kan laten afhangen.

De laatste vrouw met wie ik een relatie had, ontmoette ik in de kroeg. Ze was net driekwart jaar weduwe en had twee jonge kinderen. We werden minnaars op afspraak, want we waren geen van beiden toe aan een nieuwe relatie. Die vrijheid was fascinerend. Ze was niet bezig met een ideaalbeeld van hoe een relatie eruit moet zien, en de eerste vrouw die mij vrijliet. Soms wist ik niet of ik zin had om naar haar toe te gaan. Dat vond ze geen enkel probleem. Ze wilde dat ik alleen kwam als ik het uit volle overtuiging deed. Ik ben oprecht van haar gaan houden en uiteindelijk werd het toch een relatie. Ik ontmoette haar kinderen en, ondanks mijn achtergrond van me niet willen binden, kreeg ik een goede band met hen. Uiteindelijk liep het stuk, onder meer op onze verschillende ideeën over opvoeding. Na vierenhalf jaar zetten we er een punt achter en ging de relatie over in hechte vriendschap.

Een kinderwens heb ik nooit gehad. Desondanks heb ik tien jaar geleden zaad gedoneerd aan een vriendin. Zij kreeg een heel leuk zoontje, voor wie ik een soort huisvriend ben. Grote vadergevoelens heb ik niet, maar ik wil er altijd voor hem zijn als hij me nodig heeft. Ik vind het mooi dat hij uit vriendschap geboren is. Misschien is vriendschap wel duurzamer dan romantische liefde. Ik voel me compleet. Ik heb geen bindingsangst, ik heb vrijheidsliefde.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine, mei 2021

https://www.bnnvara.nl/artikelen/zijn-we-een-vrijgezellen-maatschappij-aan-het-worden

https://man-man.nl/waarom-single-moet-blijven/

Zeeuwse streeksieraden – van oubollig naar hip

Juwelier Minderhoud uit Westkapelle op Walcheren veranderde de eeuwenoude vormgeving van streeksieraden in hedendaagse hebbedingen. Zowel rechtgeaarde Zeeuwen als toeristen zijn er gek op.

“Klanten lagen nog net niet in slaapzakken voor de deur”, zeggen eigenaar Piet Minderhoud en goudsmid Angelique van Rooijen schaterend en tegelijkertijd nog steeds een beetje verbijsterd, zelfs vijftien jaar na dato. Ze hebben het over het gigantische succes van hun eerste moderne sieraad dat de Zeeuwse knop als uitgangspunt had.

Oubollig

Streeksieraden en klederdrachten werden vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw in Nederland allengs minder gedragen. Deels omdat ze onpraktisch zijn – bij een vrouw vergen aankleden en vastmaken van sieraden bij elkaar al minstens een half uur. Deels omdat jongere generaties zowel de dracht als de sieraden oubollig vonden. Zilveren en gouden erfstukken als oorijzers, mutsspelden, broekstukken, beugelhaken en bloedkoraal-, granaat- en gitsnoeren lagen in talloze kasten te verstoffen.

Liefde voor streeksieraden

Piet Minderhoud, goudsmid en juwelier, bleef altijd wél geïnteresseerd in streeksieraden. Hij kreeg het met de paplepel ingegoten door zijn familie, die al sinds 1875 actief is op Walcheren. Lange tijd waren de meeste klanten vrouwen in klederdracht. Juist in Zeeland, met zijn door het vele water geïsoleerde gemeenschappen, waren hun sieraden heel gevarieerd. Je kon er van alles aan aflezen. Waar iemand vandaan kwam bijvoorbeeld, of diegene getrouwd was, vrijgezel of in de rouw.

Miljoenen knoppen

Vijftien jaar geleden nam Piet de winkelvoorraad over van een Middelburgse juwelier die met pensioen ging. In de talloze dozen troffen hij en Angelique sieraden met Zeeuwse knoppen, van heel klein tot heel groot. “Het leken er miljoenen. We verzopen erin”, grijnst Angelique. “Ze waren te goed en te mooi om zomaar te smelten, dus zei Piet: ‘Verzin eens wat, Angelique’. We monteerden grote knoppen op leren horlogebanden, op de plek van het uurwerk, zetten een kleine advertentie in de plaatselijke krant en toen liep het dus storm.”

Iedere week iets nieuws

Wat lange tijd oubollig was, werd opeens onweerstaanbaar. Onder de noemer Stoer Zeeuws ontwierp Angelique grote hangers, armbanden, ringen, oorhangers, bedels en broches, allemaal met een Zeeuwse knop. Klanten kochten de nieuwe ontwerpen, en zagen ook dat Minderhoud van hun erfstukken iets hips kon maken. Piet: “Ik vind het niet erg om die te verzagen. Alleen van zeldzame sieraden als mutsbellen, dop-ringen en filigrain kraalhaken blijven we af.” Iedere vrijdag, al vijftien jaar lang, verzint Angelique iets nieuws. Meestal een sieraad dat in oplage gemaakt kan worden. Soms iets waar er maar twee van zijn. Een enkele keer een uniek stuk, al dan niet in opdracht. In de beginjaren waren grote zilveren knoppen gewild, momenteel zijn kleinere sieraden in. De huidige merknaam Trendy Zeeuws omvat de hele voortdurend groeiende en veranderende collectie.

Gewoon beginnen

Angelique bekijkt de laatste trends op Pinterest, Instagram en in vakbladen. Als het zo uitkomt geeft ze daar een Zeeuwse draai aan. “Een Zeeuwse knop hoort er altijd wel in, maar ik gebruik ook zwarte glazen knopen van oude mannendracht, gouden krullen en stukken van oorijzers. Of ik wals het kantpatroon van een muts in gegloeid zilver en maak daar een sieraad van. Vaak verguld ik een deel in dezelfde fijngoudkleur als die van traditionele streeksieraden. Op dit moment gebruik ik veel kleurstenen. Ik teken nooit van tevoren een ontwerp, en ontwerpen op de computer of 3D-printen doe ik ook niet. Dat is zó seksloos. Er zit geen leven in, het is té perfect. Ik pak een stuk zilver en begin gewoon. Hoe meer ik bezig ben, hoe meer ideeën ik krijg.”

Nieuw symbool

Verzamelaars kochten altijd al voor flinke bedragen, maar nu zijn de Zeeuwen weer zo trots op hun traditionele knop, dat het uitgroeide tot een nieuw symbool voor de provincie. Tegenwoordig vind je de knop op mokken, kleding, handdoeken, in chocola- en in dropvorm. En het Zeeuws Museum in Middelburg vroeg of Minderhoud sieraden wilde leveren voor in de museumwinkel. Allemaal mooie gevolgen van Minderhoud’s trouw aan Zeeuwse sieraden. Piet en Angelique genieten ervan. Met volle teugen.

www.juwelierminderhoud.nl

https://www.zeeuwsmuseum.nl/nl

Grote Zeeuwse knop op leren armband
Gehamerd, gezwart zilver met fijngoudvergulde Zeeuwse knoppen

Dit verhaal verscheen in het juninummer 2021 van vakblad Edelmetaal