Hij ried me een celibatair jaar aan

“Een jaar celibatair leven, dat is echt afkicken hoor. Ik woonde in Ubud op Bali waar heel wat mooie mannen rondlopen. Ze gaven me veel aandacht, ik zat in een piek van genieten. Pas toen ik het opeens zonder moest doen, kreeg ik door hoe gewend ik was aan mannelijke affectie.

Na dat celibataire jaar lonkte de beloning: de man met wie ik mijn hele leven samen zou zijn, uit vrije wil en niet om een gemis te compenseren. Mijn verblijf op Bali was onderdeel van een speurtocht naar ware liefde, die ik begon nadat een slechte relatie in Nederland op de klippen was gelopen. In de omgeving van Ubud zijn veel mensen bezig met persoonlijke groei. Ik leerde er een life coach kennen, met wie ik geregeld samen at. Dan las ik hem de hele tijd gedichten voor over de mannen waar ik mee bezig was. Tot hij opeens zei: ‘Ik kan het niet meer hóren!’

Ik was in shock. Die vriendelijke, geduldige man die zo hard uit de hoek kwam! Maar juist omdat hij normaal gesproken zo vriendelijk was dacht ik: dan zal hij wel een punt hebben, en besloot te luisteren. Hij zei dat hij me ging vertellen hoe ik de ware kon ontmoeten. Hij legde uit dat mensen in een goede relatie op vijf punten matchen. Spiritueel, intellectueel, emotioneel, fysiek en seksueel. Hij adviseerde me om wanneer een man me interesseerde te letten op elk aspect, in de genoemde volgorde. Bovendien ried hij me aan een celibatair jaar  in te lassen. Zelfs niet kussen, niet flirten, geen heftige omhelzingen. Gewoon niets.

Zijn adviezen boden me een methodiek voor mijn zoektocht naar ware liefde. Iets dat ik kon volgen. Bij alle mannen die ik daarna toetste op die vijf punten, liep het steeds mis bij de emotionele match. Ik trok mannen aan die het lastig vonden om hun gevoelens te uiten en zich emotioneel te verbinden. Voorheen zou ik dat, verblind door verliefdheid of door hormonen, weggewuifd hebben, onvoldoende beseffend dat dat een probleem zou worden. Ook raakte ik in dat jaar, helemaal nieuw voor mij, bevriend met meer vrouwen. Dat zou nooit gebeurd zijn als ik mannen tot mijn beschikking had gehad.

Afgelopen mei was mijn celibataire jaar voorbij. Nu gaat ie komen, mijn ware liefde, dacht ik. Maar hij kwam niet, terwijl ik er zo op gerekend had. Dus vroeg ik de life coach hoe het nou zat. Hoe groot hij de kans achtte dat ik nu wél met iemand op alle vijf gebieden zou matchen. Doodleuk antwoordde hij: ‘De kans dat je de loterij wint is groter.’ Verbijsterd zei ik: ’Waar is dat celibataire jaar dan goed voor geweest?’ Hij, bedaard: ‘Zou je het anders gedaan hebben dan?’ Ik moest echt even slikken. Maar hij had gelijk. Dat jaar zonder afleiding heeft me getransformeerd. Ik heb een veel helderder beeld van wat ik wil.

Ik weet nu absoluut zeker dat ik geen casual dater ben en leg de lat hoog.  Sinds mei heb ik maar twee dates gehad. Ik kom door Covid sowieso weinig mannen tegen. In Nederland zijn amper nog plekken waar mensen samenkomen, en naar Bali terug kan voorlopig niet. Ik heb nu voor mezelf het drie-lovers-model bedacht. Totdat of naast de ware wil ik een man om mee te knuffelen en voor massages, een man voor goede gesprekken en een man voor seks en om babies mee te maken. Misschien bestaat die ene perfecte match helemaal niet. Dan kan ik voor altijd alleen blijven, maar liever ga ik gewoon genieten van wat die verschillende mannen me te bieden hebben.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 9 januari 2021

Ze begon erop te vertrouwen dat ik aan één vrouw genoeg heb

“In november 2019 ging ik ’s morgens om acht uur naar mijn werk. Om drie uur ’s middags had ik de uitvaart van mijn vrouw geregeld.

Mel kreeg thuis in het bijzijn van mijn ouders en ons dochtertje van twee een longembolie, viel neer en stierf meteen. Ze was dertig jaar oud en dertig weken zwanger. Een noodarts deed ter plekke een spoedkeizersnee, een ambulancebroeder reanimeerde de baby. Ik werd gebeld op mijn werk en scheurde naar het ziekenhuis. Pas bij aankomst hoorde ik dat mijn vrouw was overleden en de baby op de intensive care lag.

Ik ben gaan regelen en zorgen. Mijn werkgever gaf me uitzonderlijk verlof om te rouwen en een nieuw ritme op te bouwen als alleenstaande vader. Ik ben vrij nuchter en dacht: ‘Dit wordt mijn leven de komende achttien jaar. Zorgen voor mijn dochters, op een gegeven moment weer werken. Voor iets anders is geen tijd.’ In de kerstvakantie adviseerde een vriend me om op een datingsite te gaan. Niet om een vrouw te zoeken, maar om weer eens gewone gesprekken te voeren met mensen die me niet kenden. Dat idee, om even méér te zijn dan de zielige man die iets verschrikkelijks had meegemaakt, trok me wel.

Ik stuitte op de foto van Suus, die ik herkende van een wintersportvakantie tien jaar geleden. Ik had haar daar ontmoet via een gezamenlijke vriend. Via de site zocht ik contact, niet wetend dat diezelfde vriend haar al verteld had van Mel’s overlijden. We wisselden online wat berichten uit en vervolgens telefoonnummers. We waren net een paar dagen in gesprek toen mijn jongste dochter thuiskwam uit het ziekenhuis. De plotselinge drukte met doorwaakte nachten vond ik loodzwaar. Ik vertelde het Suus, die het sneu vond dat het zo dramatisch ging. Zij benaderde me niet als intens zielig. Ze vroeg alleen: ‘Vind je het fijn als ik langs kom?’ We dronken gewoon thee, ze hield de baby even vast, we konden ons verhaal bij elkaar kwijt. Het mijne was heftig, maar wel in één keer klaar. Zij had drie kinderen tussen de drie en acht jaar en was al een hele tijd verwikkeld in een moeizame scheiding. Ook heftig, en iets dat langdurig dooretterde.

Daarna spraken we vaker af. Een relatie hield ze af, want door jarenlange ontrouw van haar echtgenoot had ze weinig vertrouwen in mannen. Maar toen ze afgelopen maart op wintersport ging hadden we elke dag contact. We merkten hoe ontzettend leuk we elkaar vonden en hoe we elkaar misten. Dat het zo snel kan gaan verraste ons allebei. Ze begon erop te vertrouwen dat ik aan één vrouw genoeg heb. Bij haar terugkeer besloten we er een officiële relatie van maken.

We bouwen het rustig op, want er zijn vijf kinderen in het spel. Daar moet je heel voorzichtig mee omgaan. Ik ben niet graag in mijn eigen huis, na alles wat er gebeurd is. Suus woont juist op een mooie plek waar alle kinderen de ruimte hebben om te spelen. Eerst kwam ik met mijn meisjes een dag, daarna bleven we een nachtje logeren. We bleven steeds langer en van de zomer hebben we zelfs met ons zevenen twee weken gekampeerd.

Ondanks dat we altijd druk bezig zijn, geeft de relatie me veel rust. Ik slaap zelfs beter. Er is openheid en wederzijdse aandacht. Zodra ik in Suus’ woonplaats  goede opvang voor mijn dochters heb gevonden, trekken we bij haar in. Het is een kwestie van maanden. Ik vind het heel bijzonder. We hadden allebei een triest verhaal, en nu is het zo’n mooi positief verhaal geworden.”

https://www.care4neo.nl/neonatologie/neonatologie-nicu/neonatologie-nicu

Samenwonen samengesteld gezin

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 20 februari 2021

Dansleraren

“Een bevriende astrologe trok ooit onze horoscopen. Ze heeft het twee keer overgedaan, omdat ze niet kon geloven dat alles bij twee mensen zó in elkaar kon klikken. Zelf weten we dat al sinds 27 december 1975, de avond dat ik Andreas in een gaybar de dansvloer optrok. Het zat meteen gebakken tussen ons.

Tot de dag van vandaag maakt mijn hart een sprongetje als ik hem zie. Ik vind alles leuk aan hem. We delen de interesse in kunst, kunst maken en reizen, we houden van tuinieren, fotograferen en grote fietstochten maken. En vanaf die eerste avond is dans een rode draad door ons leven.

We dansten veel als we uitgingen en bezochten graag voorstellingen met moderne dans. Begin jaren negentig nam ik met mijn zus lessen Argentijnse tango. Toen zij daar op een gegeven moment geen zin meer in had, leek het me leuk om de lessen voortaan met Andreas te doen. Hij aarzelde, wilde niet opvallen als twee samendansende mannen tussen al die heterostellen. Zijn angst bleek overbodig. Niemand keek er van op.

Tango is een improvisatiedans, waarin je zonder te spreken moet begrijpen wat de ander wil. Als je relatie niet goed is, sta je voor zo’n verbinding niet helemaal open. Wij dansten al gauw de sterren van de hemel. We gingen zelfs optredens doen en gastlessen geven op tangofestivals. Het leidde tot verzoeken uit onze omgeving om een structureel lesprogramma. Zo groeide onze hobby uit tot een eigen dansschool, die we runden naast ons gewone werk.

Het bracht ons veel gezelligheid. Mensen uit de wijde omtrek volgden onze lessen en kwamen naar dansavonden. Wat we ook leuk vonden zijn de talloze professionele dansers die we leerden kennen. Ze logeerden bij ons, gaven gastlessen en deden optredens. Onze bruiloft in 2013 hebben we dan ook twee keer gevierd: een keer met familie, een keer met de tangocommunity die we zelf hadden opgebouwd.

Als je zo intensief met deze dans bezig bent, wil je op een gegeven moment naar de bakermat, Buenos Aires. We gingen voor het eerst in 2002. In Europa hadden kenners hun wenkbrauwen opgetrokken en ons gewaarschuwd om niet samen de vloer op te gaan. ‘Twee mannen, dat kan niet in Buenos Aires. Ze halen je meteen van de vloer.’ Ik was koppig en besloot dat ik ten minste één tango met Andreas wilde.

In een grote, bekende gelegenheid stonden we als eersten op de vloer en dansten vier nummers achter elkaar. Een jonge danser zei daarna: ‘ Wat jullie gedaan hebben, je hebt geen idee wat dat hier betekent.’ In de loop der jaren kwamen we daar wel achter. Altijd als we in Buenos Aires naar een milonga, jargon voor dansavond, gingen, vroegen ze: zijn jullie dat Europese stel dat voor het eerst samen danste in Torquato Tasso? Het mooie is, dat gemengde en queer milonga’s tegenwoordig in Buenos Aires heel gewoon zijn.

Dat de dansschool door corona noodgedwongen gesloten is, is zeker een gemis. Verre reizen maken mag voorlopig niet. Maar we zitten ook lekker met ons tweetjes, na zoveel jaren van drukke levens. Financieel redden we ons prima, en nu hebben we opeens de tijd om werkjes te doen die altijd zijn blijven liggen. Ik heb het idee dat we er door dat lagere tempo nóg meer van genieten. Snoeien in de tuin, een kast timmeren. Of gewoon gezellig een eind gaan fietsen of in ons atelier bezig zijn met onze individuele projecten. Corona brengt ons op die manier nog dichter bij elkaar. In alles wat we doen zijn we samen onderweg, nog steeds.”

https://tangobrujo.be/

http://tangoqueer.com/en/home/

https://www.atlasobscura.com/articles/queer-tango-in-buenos-aires

https://petities.nl/petitions/open-de-dansscholen-de-rek-is-eruit?fbclid=IwAR32_fxD5M1uY2ucSxuWVa-mXZilM_xgUecNWMYm0t1s0MgzcLF5SM8w3I4

Our experience learning to dance queer tango as a gay couple

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 7 november 2020

Zacht leiderschap in een drukke klas

“Mijn schoollessen zijn heel gestructureerd. Dat werkt goed, zowel voor mij als voor de stuiterballetjes van het VMBO waar ik dramadocente en klasmentor ben. Alleen komen er steeds meer taken bij. Alles wat je doet moet genoteerd worden in een leerlingvolgsysteem. En dan ben ik ook nog geneigd extra taken naar me toe te halen. Ik ben best energiek, maar ik ging over mijn eigen grenzen heen. Kon minder hebben, was snel geraakt, maakte bijna geen grapjes meer.

Ik ben tijdig gestopt met werken, vóór de overspannenheid uitliep op een burn-out. Na een paar maanden thuis voelde ik me een stuk beter. Desondanks zocht ik iemand die me kon leren mijn grenzen aan te geven. Over coaching met paarden had ik goede dingen gehoord. Ja, ook dat het confronterend kan zijn. Vooral als je leiding geeft.

Op de manege gingen we meteen naar de paddock, de paardenuitloop achter de stal. Een grote zwarte ruin kwam direct naar me toe. Dat paard pikte mijn uitstraling van kracht feilloos op, en toen schrok ik wel even. Ook bij de volgende sessies kreeg ik steeds een paard dat paste bij wat ik op dat moment nodig had. De ene keer een krachtig paard met opdrijvende energie. De andere keer een zachter, geruststellend dier. Tijdens de eerste sessies moest ik steeds huilen. Van blijdschap, omdat ik dit gevonden had. Als je werkt met paarden is er geen bullshit. Je werkt alleen heel duidelijk met wat er nú is.

Op mijn werk leerde ik te spelen met de thema’s die ik tijdens de coaching tegenkwam. Om in de klas eerst mijn eigen ruimte te maken, en pas dan vanuit energie of rust contact te maken met de kinderen. Die reageren vaak net als paarden. Zacht en lief en open kunnen ze zijn, maar ook direct en confronterend.

Na zes sessies waren mijn speelsheid en levensenergie helemaal terug. Ik kan mezelf en de kinderen veel beter sturen, vanuit een zacht leiderschap. Een onverwachte bonus is dat ik vrijwilligster ben geworden in de manege. Ik verzorg de paarden en maak boswandelingen met verstandelijk beperkte cliënten. Bovendien krijg ik rijles en zit nu dus ook óp een paard. Het gaat allemaal over duidelijk communiceren en contact maken.

Mijn doel – grenzen stellen – heb ik bereikt. Al kan ik me voorstellen dat ik in de toekomst af en toe weer een coachingsessie doe. Met paarden.”

http://www.mooncoaching.nl

http://www.centrumvoorpaardencoaching.nl

https://www.bokt.nl/forums/viewtopic.php?f=11&t=1264792

 

Ik besloot uit te zoeken waarom ik zo respectloos met me om liet gaan

“Linde, waarom ben je zo gelukkig?”, vraagt hij weleens, de man met wie ik zes jaar geleden een scharrelrelatie verbrak. Ik ben oprecht blij als ik hem zie en dankbaar, want door hem ben ik van mezelf gaan houden. We hadden het indertijd gezellig, konden urenlang kletsen en bleven soms bij elkaar slapen. Een relatie noemden we het niet. Toch vond ik het vervelend toen ik begon te vermoeden dat hij met veel andere vrouwen seks had. Hij ontkende echter altijd, deed alsof ik een beetje gek was met mijn verdenkingen. Tot hij op mijn verjaardag, in mijn eigen huis, mijn beste vriendin probeerde te versieren. Ik heb een punt gezet achter wat we dan ook hadden, en besloot uit te zoeken waarom ik zo respectloos met me om liet gaan.

Als kind en puber was ik best zelfverzekerd en zou zo’n behandeling  nooit gepikt hebben. Dat zelfvertrouwen kreeg een flinke knauw toen mijn vader op mijn 21ste alle contact met ons gezin verbrak. Hij was altijd heel betrokken en liefdevol geweest, ik kon op hem bouwen, maar opeens was hij weg. In hetzelfde jaar stierf mijn oma. Ik voelde me alleen en verlaten en ging op zoek naar liefde. Korte tijd was ik met een man die toch meer een vriend bleek, daarna ging ik veel daten. Ik zocht iemand die het gemis van een vaderfiguur kon goedmaken. Iemand die de leegte in mezelf zou vullen. Die scharrelrelatie maakte me duidelijk dat een ander zoiets nooit voor me kan doen.

Ik besloot dat ik eerst de relatie met mezelf weer moest eren. Als een liefdevolle vader grenzen stellen als iemand niet goed met me omging, als een liefdevolle moeder voor mezelf zorgen wanneer ik me rot voelde. Ik ging allerlei workshops en cursussen doen om me krachtiger te voelen en weer vertrouwen te krijgen in mijn intuïtie. Met ‘ijsman’ Wim Hof wandelde ik in Polen bij min dertig graden in mijn bikini een berg op. Ik liep blootsvoets over een bed kolen van vijfhonderd graden. Ik deed een stilteweek in een Frans klooster en ten slotte in mijn eentje een pelgrimstocht te voet van Porto naar Santiago de Compostela.

Kennissen hadden me aangeraden op die tocht een trouwring te dragen, om minder door mannen lastig te worden gevallen. Eigenlijk vond ik dat een stomme reden, maar in Porto liep ik bij een tweedehands juwelier tegen een trouwring aan die precies paste. Best bijzonder, want ik heb een kindermaat. Spontaan dacht ik: dan ga ik ook met mezelf trouwen, tijdens een ceremonie op een mooie plek. De eerste wandeldag was ik amper een uur onderweg  toen ik op een wit kapelletje stuitte, op een rots aan zee. Zittend achter die kapel heb ik mezelf trouw beloofd, in goede en in slechte tijden. Ik was superblij en ontroerd, trots dat ik mezelf zo had opgepakt. De twee weken durende wandeltocht daarna beschouw ik als mijn huwelijksreis.

Door alles wat ik geleerd heb over zelfliefde, gebruik ik relaties niet langer om liefde te hàlen. Het mooie is dat ik sindsdien mensen in mijn leven heb die me heel veel geven en er altijd voor me zijn, en ik ben er ook voor hen. Ik woon nu zelfs samen. We hebben het enorm knus en zijn tegelijkertijd ook allebei bezig met persoonlijke ontwikkeling. We kijken heel bewust naar ons eigen gedrag en letten goed op wat ons raakt, zonder ooit aan de ander te vertellen wat die moet voelen. Mijn gouden ring draag ik nog steeds. Ik grap wel eens dat ik een gelukkig getrouwde vrouw ben die samenwoont met iemand anders.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is lopen-over-kolen.jpg

https://www.beautify.nl/waarom-scharrelen-soms-ingewikkelder-is-dan-een-relatie-hebben/

https://www.wimhofmethod.com/activities/exclusieve-iceman-workshop-voor-zelf-innovatie

https://www.lindejelena.com/

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 5 december 2020

Jong, vreemdeling, veroordeeld – en met psychiatrische problemen

Forensisch orthopedagoog Aranka heeft patiënten uit allerlei verschillende culturen, die in aanraking zijn gekomen met justitie.Met een team onderzoekt ze hoe patiënten tot een delict zijn gekomen, en hoe je herhaling kunt voorkomen.

“Onze patiënten zijn over het algemeen jonge mensen tussen de twintig en dertig jaar.  Ze zijn asielzoeker, ongedocumenteerde, vreemdeling met tbs of in strafrecht, of bestuursrechtelijke vreemdeling. Ik werk alleen met de forensische doelgroep. De rechter heeft bepaald dat ze behandeling nodig hebben.

Een heel leven voor zich

Het zijn veroordeelden die een andere culturele achtergrond hebben of tot ongewenst vreemdeling zijn verklaard. Ze hebben psychiatrische problematiek, die behandeld moet worden omdat het een rol speelt bij hun delictgedrag. Na behandeling moeten tbs-vreemdelingen en VRIS’ers* terug naar hun eigen land of naar de penitentiaire inrichting. Allemaal hebben ze nog een heel leven voor zich. Ik wil hen helpen er een goed, stabiel leven van te maken.

Cultuurverschillen

Onze patiënten komen bijvoorbeeld uit Syrië, Litouwen, Letland, Zweden, Marokko en Turkije. We hebben dus behalve met forensische en psychiatrische problemen ook te maken met heel diverse culturele achtergronden. Hun problemen zijn behoorlijk verschillend. Je ziet bijvoorbeeld verslaving, een licht verstandelijke beperking, autisme, persoonlijkheidsstoornissen of schizofrenie.

Dynamische doelgroep

Deze doelgroep is een heel dynamische, elk delict zit anders in elkaar. Samen met het team pluis ik helemaal uit wat er echt is gebeurd. Ik bekijk of er nog diagnostiek nodig is en doe een risicotaxatie – is er kans op herhaling? Soms wil een patiënt niet meewerken. Voor mij een extra uitdaging om me er in vast te bijten.

Nonverbale signalen

Je kunt veel afleiden uit non-verbale signalen, al zijn de uitingen bij patiënten met een migratieachtergrond vaak anders dan bij Nederlandse patiënten. Maar iemand met schizofrenie bijvoorbeeld ziet en hoort dingen die wij niet zien of horen. Hij kan dan gebaren maken in de lucht of opeens hard lachen. Iemand met een depressie komt niet meer uit bed en is vaak vlak in de emoties.

Therapie

Ik coördineer vervolgens de behandeling. Die bestaat uit individuele therapie, zowel met gesprekken en gedragstraining als non-verbaal met zaken als muziek en bewegen. Op de afdeling is het programma groepsgericht, onder andere met beeldende therapie en door samen te eten en te bewegen.

Ogen en oren

De groepsleiders trekken de hele dag met patiënten op. Ze observeren wat er gebeurt en zijn echt onze ogen en oren op de afdeling. Ze informeren ons ook over de vorderingen van patiënten op het gebied van belangrijke vaardigheden, zoals samenwerken en grenzen stellen.

Koken onder druk

Dat grenzen stellen heel moeilijk kan zijn zagen we bij een man van 27. Hij werkte als kok op hoog niveau en ervoer in zijn werk zoveel druk, dat hij aan de drugs raakte. Hij verloor zijn baan en zijn huis, ging zwerven en pleegde een delict.

Niet langer dakloos en verslaafd

In gesprekken merkten we steeds weer zijn enorme passie voor koken, maar die passie had hem ook àlles gekost. Hij wilde nooit meer in die sector aan het werk. We onderzoeken nu of hij misschien op een lager niveau kan gaan koken, zodat hij toch kan doen wat hij het liefste doet. Intussen leert hij zelfstandig te functioneren in een HAT-woning op het kliniekterrein. Voor hem een mooie en belangrijke stap: van dakloos en verslaafd naar langere tijd drugsvrij in een eigen woning.

Totaal alleen

Herstelondersteunende zorg , zoals het betrekken van het netwerk van een patiënt, vergroot de kans op herstel. Ook binnen de forensische zorg zien we dat dat een beschermende factor is. Een maatschappelijk werker brengt het netwerk van een patiënt in kaart en probeert wat er aan vrienden of familie is te betrekken bij de behandeling. Bij onze doelgroep is dat wel moeilijker. Een enkele keer is iemand zelfs totaal alleen.

Openheid naar de buitenwereld

Voor buitenstaanders is onze aanpak wel eens vaag. Men vraagt zich af of criminelen niet gewoon de gevangenis in moeten. Onze kliniek heeft een social media team, dat een kijkje in de kliniek geeft. Door zulke aandacht voor forensische zorg en de patiënten die erin terecht komen, hopen we dat er meer kennis komt bij het grote publiek. En daarmee meer begrip en bereidheid om mensen een tweede kans te geven. Dat we het hen gunnen een leven op te bouwen. In Nederland of in hun land van herkomst.”

*VRIS-ser: Vreemdeling in de strafrechtketen. Iemand die illegaal in Nederland verblijft en een strafbaar feit heeft gepleegd of hiervan wordt verdacht

Dit verhaal verscheen eerder op de website Ikkanhet.nl van de NVO

https://www.pharos.nl/infosheets/asielzoekers-vluchtelingen-statushouders-medische-zaken-in-de-asielprocedure/

https://www.gevangenenzorg.nl/doelgroep/gevangen-en-tbs/watistbs

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/vaak-een-psychose-en-opvallend-veel-buitenlanders-de-feiten-over-gedwongen-opnames~bf1bf036/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

 

Zo doorbreken deze vluchtelingen het taboe op psychische hulp onder hun lotgenoten

Ons seksleven was voorbij, terwijl we pas midden-dertigers waren.

Wim (69)

“Ik ben net tien dagen met de camper naar de Duitse Waddenkust geweest. Voor het eerst in 45 jaar was ik op vakantie zonder Riet. Ik moest er echt even uit, maar ik heb daar ontzettend zitten janken omdat ik haar zo miste. In gedachten hoorde ik haar roepen: Wim! Wim! Zoals ze me altijd roept, bij alles wat ze nodig heeft.

Zeven weken geleden zijn we verhuisd naar een zorgappartement voor dementen. Een noodsprong, ik kon de verzorging niet meer aan. Dat er nu 24 uur per dag hulp is, is een opluchting. Ik hoef er niet meer vier keer per nacht uit om haar op de WC te helpen. Evengoed voel ik me beroerd. Ik ben de enige gezonde hier. Overdag staan allerlei mensen bij de voordeur te schreeuwen, ze plassen waar het ze uitkomt, ’s nachts gillen ze. Toen we hier een week woonden vroeg Riet: ‘Zijn dat nou allemaal demente mensen? Waar wonen die dan?’ Ik moest haar vertellen dat ze in hetzelfde huis wonen als wij. Of het echt tot haar doordrong weet ik niet.

Riet is een vrouw die in je ziel, in je hart, in je bloed gaat zitten. Al toen ik haar leerde kennen had ze zware astma. Van het vele hoesten had ze een lichte kromming in haar rug. Het hinderde me niet. Ze had een mooi figuur en een geweldig lief, zacht karakter. Daarbij was ze ook nuchter. Als het moest gaf ze zichzelf injecties en ze had altijd pufjes bij zich. Seksueel pasten we ontzettend goed bij elkaar. Vanaf de eerste dag waren we stapelverliefd, een half jaar later getrouwd.

Op onze huwelijksreis naar Israël raakte ze tijdens een astma-aanval buiten bewustzijn. Pas in een ziekenhuis kwam ze weer bij. En toch wilde ze niet naar huis. We hebben de reis gewoon afgemaakt. Thuis in Nederland lag ze soms wel zeven keer per jaar met hevige benauwdheid of een longontsteking in het ziekenhuis. Het brak mijn hart. Ondanks haar zwakke gezondheid kregen we twee kinderen. Verwonderlijk genoeg verminderde na de tweede haar COPD met zeker 75%. Wel kreeg ze korte tijd later hele zware bloedvloeiingen. Daarom werden haar eierstokken verwijderd.

De invloed op haar libido was enorm. Van de ene dag op de andere was ons seksleven voorbij, terwijl we pas midden-dertigers waren. Ik was boos, gefrustreerd, opstandig. Van alle stress en spanning bij elkaar werd ik uiteindelijk depressief en kreeg een psychose, waarin ik bang was voor Riet en in pyjama het huis uit vluchtte. Het heeft jaren geduurd om daaruit te komen. Toen zijn we samen betaalde schoonmaakklussen gaan doen, ik het zware werk, zij het lichte. Dat samen werken vonden we heel prettig.

Een jaar of vijftien geleden kreeg ze chronische slijmbeursontstekingen. De eerste jaren werkten de medicijnen geweldig, maar de ontstekingen bleken het begin van een vorm van Parkinson. Geleidelijk ging ze slechter lopen en praten. Ze kreeg minder uitdrukking in haar gezicht. De laatste drie jaar waren een hel voor me. Riet zat me steeds achter de vodden. Ik moest haar bij alles helpen, tot ik het zat was en lelijk tegen haar ging doen. Daar moest ik dan weer om huilen. En na al die jaren zonder mis ik ons seksleven nog steeds. Heerlijk in elkaar verstrengeld liggen, mijn hoofd op haar borsten leggen. Ik kom zoveel tekort, maar ik ben nooit ontrouw geweest en porno vind ik verschrikkelijk. Riet blijft lief voor me. Soms wil ik graag weg en eindelijk rust hebben, maar ik wil ook bij haar zijn, in wat voor staat ze ook is. Het is een onmogelijke keuze.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 24 oktober 2020

http://www.dementie.nl/impact-partner/wanneer-je-partner-dementie-heeft

http://www.dementie.nl/impact-partner

http://www.dementie-winkel.nl/Mijn-partner-wordt-dement

We klampen ons niet meer aan elkaar vast

Thaïsa: “Eigenlijk wilde ik vanaf komende kerst een half jaar bij mijn grootmoeder in Athene gaan wonen. Mijn moeder is Grieks en sinds mijn geboorte breng ik alle zomers door in Griekenland. Ik spreek de taal, ik heb er vrienden, maar ik kom er alleen op vakantie. Mijn plan was om na het eindexamen van de middelbare school niet meteen te gaan studeren. Ik wilde eerst een poos leven zonder alle afleiding van school, vriendinnen, hobby’s, het hele bestaan in een onrustige stad als Amsterdam. Ik verlangde ernaar even uit die drukte te zijn en misschien ook beter te begrijpen waar ik vandaan kom. Echt uitgewerkt was mijn plan nog niet. Ik had de periode al ingekort naar drie maanden, omdat mijn vriend Cas en ik weer bij elkaar zijn. Door corona heb ik het nu helemaal aan de kant gelegd. Ik ben ook alsnog aan een studie begonnen. Wie weet kunnen we, als we over een paar jaar nog steeds samen zijn, met ons tweeën een tijd naar Griekenland.

De eerste drie jaar van de middelbare school zaten Cas en ik in dezelfde klas, maar we hadden geen enkele aandacht voor elkaar. Precies op het moment dat we allebei naar een andere klas gingen, raakten we aan de praat. Zijn ouders bleken archeologen, die hem elke zomer meenamen naar een dorp bij opgravingen in Griekenland. Bovendien komt zijn moeder uit West-Turkije, dat qua cultuur best veel lijkt op Griekenland. Hij begreep daardoor een groot deel van mijn achtergrond en daarmee van mij. Ik voelde me goed bij hem. Hij is rustiger dan ik, minder snel afgeleid en met minder behoefte aan nieuwe prikkels. Ik ben onvoorzichtiger, ongeremder. Allebei zijn we perfectionistisch en willen graag alles goed doen. We werden heel erg verliefd. We waren zo veel mogelijk bij elkaar, zelfs ’s zomers, als we allebei met onze ouders op verschillende plekken in Griekenland waren. Dan zochten we elkaar op.

Na twee jaar waren we zo vervlochten dat we niet meer goed voelden wie we individueel waren. Ik was veel minder actief dan voorheen. Cas ondernam nauwelijks iets met leeftijdgenoten en was heel bang dat ik hem zou verlaten. Op ons zeventiende besloten we uit elkaar te gaan. Het was niet gemakkelijk, maar toen konden we eindelijk puber zijn. Cas ging voor het eerst los met vrienden, drank en feestjes. Ik werd weer vrolijk en ondernemend. Gek genoeg deed het me pijn dat ik de nieuwe dingen die ik over mezelf ontdekte niet met hem kon delen, terwijl ik hem wel elke dag zag op school. Toen we drie maanden uit elkaar waren ben ik achter hem aan gegaan en heb gesmeekt om hem terug te krijgen. Hij liet zich niet meteen ompraten, totdat hij begreep dat we het anders konden doen dan voorheen. Dat we van elkaar konden houden zonder dat ons hele leven om de relatie zou draaien. We hebben heel voorzichtig, in kleine stapjes, onze relatie nieuw opgebouwd. We praten veel. Iedere minuut kunnen we kiezen of we de volgende minuut nog bij elkaar willen zijn. Als dat lukt zijn we blij en gelukkig. Maar we klampen ons niet meer aan elkaar vast. Dat deden we vroeger, uit angst. Nu durven we ruzie te maken, omdat we weten dat we met elkaar verder willen en het weer bij kunnen leggen.

Ik denk bewust niet na over de vraag of we samen een lange toekomst hebben. Op onze leeftijd kun je daar geen antwoord op geven, want je verandert voortdurend.  Als we straks dertig zijn en nog steeds bij elkaar, wil ik daar misschien wel over nadenken.

Wat als een relatie op vroege leeftijd begint

Alles over jongeren en de liefde, kiezen voor een relatie of toch maar vrijheid?

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 10 oktober 2020

 

 

Een vaste relatie of een spannend onvoorspelbaar leven?

Een vol sociaal levenImage by John Hain from Pixabay

Jelte (52) : “Soms slaat de gedachte toe dat ik wel al héél lang alleen ben. Dan vraag ik me af waarom er tien jaar zat tussen mijn eerste lange relatie en mijn tweede, en waarom ik nu al weer vijftien jaar single ben.

Een kluizenaar ben ik beslist niet. Integendeel. Ik heb een vol sociaal leven met veel goede vriendinnen en een paar vrienden. We gaan naar de film, uit eten, picknicken, of we werken in mijn atelier gezellig naast elkaar aan onze individuele projecten. Met de mannen heb ik gemakkelijk contact, ik snap hun manier van denken. Het zijn types zoals ik. Creatief, niet altijd zeker van hun zaak, niet van die mannetjes. Vrouwen vind ik ingewikkelder. Ik kan ze niet zomaar duiden, en daarmee zijn ze voor mij interessanter. Met sommigen is er seksuele of romantische spanning. Anderen zitten al jaren in een vaste relatie. Met allemaal heb ik het over relaties. Ik vind het boeiend hoeveel verschillen daarin zijn, om te horen waarom iets werkt of waarom niet.

De band met mijn familie is ook hecht. We gaan elk jaar wel een paar dagen gezamenlijk ergens heen, en als ik alleen op vakantie ga amuseer ik me net zo goed. Sinds kort heb ik bovendien een drukke baan, veel drukker dan die ervoor.

En toch zijn er periodes dat ik een partner mis. De feestdagen zijn een traditioneel lastige tijd, maar er zijn ook momenten dat ik gewoon graag mijn liefde kwijt wil. Dat gevoel dat je heel graag bij iemand wilt zijn, zonder dat het om seks draait. Ik ben een klefferd, op het kitscherige af. Ik vind strandwandelingen bij ondergaande zon of samen door de sneeuw lopen heel erg leuk, ontbijtjes op bed brengen, champagne drinken op Valentijnsdag. Behalve die romantiek is het ook fijn om steun aan elkaar te hebben. Af en toe lekker klagen of de ogen uit je kop huilen, met iemand anders in plaats van alleen.

In de afgelopen vijftien jaar had ik veel dates. Met een aantal vrouwen bleef het bij één afspraak, met anderen waren het er drie of vier voordat we wisten dat we niet met elkaar verder wilden. Als ik bij die dates beter mijn best gedaan had, zou ik nu in een gezellige saaie vaste relatie kunnen zitten. Alleen voel ik me dan ingeperkt. Gezelligheid is me te weinig. Ik houd van pittige vrouwen, van een leven zonder vaste plannen, met verrassingen. Tegelijkertijd raak ik mezelf gemakkelijk kwijt in een relatie. Ik pas me teveel aan, tot ik chagrijnig word en weg wil.

Ik had ook scharrels, ontmoet via vrienden, want een jager of kroegtijger ben ik niet. Ze waren dat wat heel hip friends with benefits heet, vriendinnen waar ik ook het bed mee deelde. Die scharrels duurden wel een half tot een driekwart jaar, de seks was leuk, totdat duidelijk werd dat er geen groei of verdieping in zat en we er een punt achter zetten. Friends with benefits is een moeilijk evenwicht. Het gebeurde wel eens dat een van ons juist meer wilde en de ander niet. Zelf was ik zolang zo’n verhouding duurde monogaam. Eromheen kijken en verder shoppen lag me niet.

Ik worstel al heel lang met mijn tegenstrijdige verlangens naar een vaste relatie en een spannend, niet-voorspelbaar leven. Ik zie inmiddels een patroon in mezelf, waardoor ik me afvraag of ik goed ben in zelfsabotage. Ben ik onbewust geïnteresseerd in vrouwen die al in een relatie zitten, of die anderszins onbereikbaar zijn? Wat voor relatie wil ik dan precies? Het is een vraag die ik uiteindelijk voor mezelf moet beantwoorden.”

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 3 oktober 2020

Wat zijn jouw relatiewaarden?

Zo vind je de partner die echt bij je past: ken jezelf én jouw type

 

Oudertelefoon : “Je merkt dat ouders geruster zijn”

Anniek Ratelband en Alexandra van Veen

Een luisterend oor voor ouders die het even te kwaad hebben met de combinatie van thuis werken, zorgen én onderwijs geven. Dat is de Oudertelefoon, half maart bedacht door de Nationale Denktank van net afgestudeerden en al op 1 mei operationeel. Orthopedagogen Alexandra van Veen en Anniek Ratelband hielpen mee bij de realisatie.

“Een vriendin die bij de Nationale Denktank zit wist dat ik bij de Kindertelefoon heb gewerkt”, vertelt Alexandra. “Ze vroeg of ik wilde meedenken bij het realiseren van een Oudertelefoon. Ik vond het zó’n leuk idee! Ik had al gemerkt dat ouders van kinderen die bij ons in behandeling zijn af en toe vastliepen. Ze wonen vaak in kleine huizen en iedereen heeft last van elkaar. Zij konden ons nog bellen en even stoom afblazen, maar ouders wier kind geen cliënt is bij ons hebben dat net zo goed wel eens nodig. Het past bij wat ons bureau Fibbe doet bij ondersteuning van kinderen met leerproblemen. Samenwerking met ouders en docenten staat centraal.” Collega Anniek vult aan: “We geloven dat vaak een luisterend oor alleen al, is wat ouders nodig hebben. Je kunt toch niet in één telefoongesprek helemaal begrijpen wat hun situatie is, en ze hebben dikwijls zelf al goede ideeën over oplossingen.”

Oplossingsgerichte methodiek

Oud-leden van de Nationale Denktank zetten de telefoonlijnen op en regelden de financiering. Alexandra en Anniek hielpen bij de selectie en training van zo’n 25 vrijwilligers. Mensen uit coaching en zorg, die al veel van gesprekstechnieken weten. Er is een mooie online handleiding gemaakt, en onder begeleiding van een specialist gespreksvoering  worden vrijwilligers via Zoom in de oplossingsgerichte methodiek getraind. “Dat gaat hartstikke goed”, zegt Alexandra. “Het is heel leuk om mee te doen aan iets nieuws dat zo ontzettend snel gaat. Verder krijgen we nog steeds veel telefoontjes van mensen die zich aanmelden. Allemaal supergemotiveerd en met veel leuke ideeën. Hen trainen we in een later stadium op dezelfde manier.”

Geruster

De Oudertelefoon is een beginnende bellijn, maar het aantal telefoontjes groeit gestaag. De meest gestelde vragen gaan over het aanbrengen van structuur, en hoe je overeind blijft in een situatie waar je je betaalde werk moet combineren met zorg en thuisonderwijs. Anniek: “We gaan naast ouders staan en richten ons op oplossingen waar ze wat mee kunnen. We stellen veel open vragen zoals: Waar hoop je op? Heb je dit eerder meegemaakt? Waar kwam het vandaan? Hoe heb je het toen opgelost? Alexandra en ik zitten zelf ook af en toe aan de telefoon. In deze tijd is het heel duidelijk dat er veel vragen zijn, maar we denken dat dat hierna nog steeds zo is. Waarschijnlijk blijft de Oudertelefoon dus ook na de crisis bestaan. Je merkt dat ouders echt geruster zijn, dat ze zich beter voelen. En dat is wat je wilt. ”

 

Dit verhaal verscheen eerder op de website Ikkanhet.nl, een site van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen.

http://www.oudertelefoon.nl

http://www.ikkanhet.nl

http://www.nvo.nl

http://www.fibbescl.nl