Ondenkbaar: een leven zonder antieke juwelen

Wanneer Martijn Akkerman als expert aanzit bij het Tv-programma Tussen Kunst en Kitsch, geeft hij meestal wel een waardeschatting van een ingebracht juweel. Maar eigenlijk interesseert zo’n bedrag hem weinig. Waar hij al sinds zijn jonge jaren warm voor loopt, zijn de verhalen die erbij horen.

“Bij juwelen is de emotie zó groot! Ze hebben ruzies veroorzaakt, huwelijken bezegeld, tot oorlogen en vredes geleid. Willem van Oranje bijvoorbeeld beleende zijn juwelen om de Tachtigjarige Oorlog te financieren. Op schilderijen en meubels zit veel minder emotie, en kleding vergaat. Juwelen daarentegen blijven.

Zelfstudie en praktijk

In mijn familie was veel interesse voor kunst. Mijn vader was musicus en kunstverzamelaar. Een tante verzamelde Noord-Hollandse streekjuwelen, en dankzij een grootmoeder was er een erfenis van prachtige juwelen. Al als tienjarig jongetje was ik er door gefascineerd. Logisch dat ik graag een studie kunstgeschiedenis met als specialisatie antieke juwelen wilde doen. In die tijd kon je daar jammer genoeg niet op afstuderen. Daarom ging ik naar de Vakschool voor de edelmetaalbranche in Schoonhoven. De werkbank paste niet bij me, de juweliersopleiding al beter. Maar de meeste kennis heb ik opgedaan door zelfstudie en in de praktijk bij antiquairs, op veilingen en in mijn eigen winkel.

Verzamelaars creëren

Met een partner heb ik 31 jaar een speciaalzaak gehad in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig waren het goede tijden voor kunst en antiek. We gingen geregeld op inkoop in het buitenland en hadden dus vaak verrassingen voor onze klanten. Ik durf gerust te stellen dat wij juwelenverzamelaars hebben gecreëerd.

Kennis doorgeven

Al in 1974, tijdens mijn stage bij juwelier Fabery de Jonge in Apeldoorn, hield ik voor een aantal klanten mijn eerste lezing over diamanten. Heerlijk vond ik dat, want ik geef graag kennis door. Dat doe ik tot de dag van vandaag op allerlei manieren. Met lezingen voor iedereen die geïnteresseerd is, van kunsthistorische clubs tot personeel van juweliersbedrijven. Ik maak ze wisselend en actueel. Zo zit er voor een lezing eind september bijvoorbeeld altijd wel een verhaal over Prinsjesdag in. Ik schrijf artikelen in bladen als Collect en Vorsten, en in het TV-programma Blauw bloed vertel ik over de juwelen van allerlei vorstenhuizen. Wat ze betekenen, wanneer ze gedragen worden, wat ze bijzonder maakt.

Lalique en Bolin

De optredens in Tussen Kunst en Kitsch zijn wat spectaculairder. Per opnamedag komen er wel duizend mensen. Ongeveer een kwart daarvan heeft een sieraad of juweel bij zich. Dat is aanpoten hoor. Als we iets vinden dat de moeite waard is komt een cameraploeg in actie. Mijn meest opzienbarende ontdekkingen waren een broche van René Lalique en een van de Russische edelsmid Bolin. De Lalique was door de grootvader van de inbrengster rechtstreeks gekocht bij de meester zélf, toen hij exposeerde in Sint Petersburg. Ik heb eraan meegewerkt dat ze hem kon verkopen. Tegenwoordig bevindt de broche zich in het museum Petit Palais in Parijs. De Bolin herkende ik onder andere aan het etui, dat gecontoureerd was naar de vorm van de broche. Verder speelde ervaring natuurlijk mee. Het Fingerspitzengefühl.

Geen taxateur

Wat ik ook veel doe is de beurswaardigheid van juwelen beoordelen. In het verleden voor onder andere de TEFAF en de Kunstmesse Köln, momenteel alleen nog voor de Brussels Art Fair en de Antiekbeurs in Breda. Dan gaat het behalve over de kwaliteit over dingen als de vraag of het een stijlkopie is, of dat een sieraad van functie veranderd is. Zoals wanneer je van een armband oorknoppen maakt. Het gaat niet over de prijs, want ik ben uitdrukkelijk geen taxateur voor verzekeringen of inboedelverdelingen. Dat zou ik ook helemaal niet leuk vinden om te doen.

Verlovingsring uit 1625

Voor lezingen ging ik overigens zelfs een aantal keren naar Australië en Nieuw-Zeeland. Daar heb ik van genoten, maar ik hoef niet perse naar het buitenland. Dichterbij is voor mij nog genoeg te grazen. Bij de restauratie van een huis in mijn geboortestad Alkmaar werd in de beerput een gouden ring met diamant gevonden. Die heb ik weten te determineren als de verlovingsring van Maria Tesselschade Roemer Visscher, een indertijd bekende dichteres en glasgraveuse. De ring was uit 1625!

Hermitage

Mijn meest recente activiteit is het inspreken van de audiotour bij de jubileumtentoonstelling Juwelen! in de Hermitage. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan komt een deel van de enorme juwelencollectie uit Sint Petersburg naar Amsterdam. Voor de bijbehorende catalogus schreef ik vier hoofdstukken. Op de een of andere manier ben ik altijd met mijn vak bezig. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het idee met pensioen te gaan, nooit meer iets doen met antieke juwelen? Ondenkbaar!”

www.martijnakkerman.nl

https://www.avrotros.nl/tussen-kunst-en-kitsch/home/

https://hermitage.nl/nl/tentoonstellingen/jubileumtentoonstelling-juwelen/

 

Dit verhaal verscheen in het septembernummer 2019 van vakblad Edelmetaal

Advertenties

Hoe ik behandeld ben door mijn schoonmoeder, dat gun ik niemand

“Weet je het zeker? Je bent nog zo jong’, zeiden mijn ouders. Maar ze zagen hoe serieus en verliefd we waren, en ze gunden mij mijn geluk. Ik vond Ibrahim een échte man. Lief, met een zacht karakter, respectvol. Hij schold nooit bij ruzies, met wie dan ook. We wilden een toekomst samen en op jonge leeftijd kinderen krijgen. We konden een prachtig, groot huis huren waar we heel blij mee waren. Dus zijn we een paar dagen na mijn achttiende verjaardag getrouwd. Ik had nooit gedacht dat we uit elkaar zouden gaan.

Al snel merkte ik dat er iets niet goed zat. Zijn moeder belde elke dag of ik bij haar kwam koken en eten. Eerst vond ik dat leuk. Ik ging rechtstreeks vanuit school naar haar toe en bleef tot Ibrahim, die tot s’avonds laat werkte in zijn eigen bedrijf, me op kwam halen. Dan waren we om middernacht thuis, gingen slapen en de volgende ochtend om zeven uur weer het huis uit. Na een paar maanden begon het me te vervelen. Ik wilde ook wel eens een avond thuis zijn. In mijn eigen keuken koken. Toen ik voor het eerst naar mijn eigen huis ging in plaats van naar haar werd ze razend. Ibrahim nam het voor zijn moeder op. Hij had haar beloofd dat hij haar elke dag zou zien. en dat gold ook voor mij.

In het daarop volgende half jaar werd de druk steeds groter. Op een gegeven moment zei ze zelfs dat ze de huur van haar eigen huis zou opzeggen en met haar man en andere kinderen bij ons zou intrekken. Ik zweeg erover tegen mijn ouders, omdat ik ze niet ongerust wilde maken. Maar acht maanden na mijn trouwdag, na de zoveelste grote ruzie met Ibrahim over zijn moeder, vertrok ik met mijn koffers naar mijn vader en zijn tweede vrouw.

Drie dagen later belde Ibrahim vanuit zijn ouderlijk huis. ‘Kom alsjeblieft terug. Ik mis je zo’, zei hij. Op de achtergrond schreeuwde zijn moeder: ‘Ze moet éérst naar mij toe komen’. Daar had ik natuurlijk helemaal geen zin in, maar hij huilde en zei: ‘Kom alsjeblieft, laat haar even praten, en dan gaan we naar een hotel voor een romantische avond, helemaal voor onszelf.’ Ik liet me toch weer overhalen. Stom, want ze begon me meteen verwijten te maken, net zo lang tot ik moest huilen. Ze zei dat ik zielig deed om hem bij haar weg te halen, en toen we vertrokken riep ze ons na: ‘Jullie gaan lekker naar een hotel en laten mij aan mijn lot over!’

In dat hotel hebben we over alles gesproken en ik dacht dat we nu eindelijk ons eigen leven konden gaan leiden. Maar na een week begon het weer. Op een keer krijste ze dat ik niet mijn eigen regels kon maken en smeet in woede haar telefoon tegen de muur kapot. Ik was in shock. Mijn schoonvader gebaarde dat ze niet goed bij haar hoofd is, maar durfde niet tegen haar in te gaan. Zij was de baas over iedereen.

De druppel kwam toen ik in de bus zat op weg naar mijn moeder. Mijn man belde en zei dat ik mijn eigen moeder alleen op mocht zoeken als de zijne meekwam. Toen was het voor mij klaar. Mijn vader heeft me opgehaald, en sindsdien woon ik bij hem. Ibrahim en ik hebben het uitgepraat. Ik gun hem alle geluk en hoop dat hij dezelfde fout niet opnieuw maakt.  Hem kan ik vergeven, maar haar nooit van mijn leven. Hoe ik behandeld ben door mijn schoonmoeder, dat gun ik echt niemand.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 17 augustus 2019

https://www.quest.nl/mens/psychologie/a27403595/waarom-heeft-je-schoonmoeder-zon-beroerd-imago/

Islam & Liefde Coach

Tinder, daten, appen… Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet doe

Karen (38) is al zes jaar vrijgezel. Bewust. Om haar dochter (8) te behoeden voor nieuwe mensen in haar leven, die vervolgens weer verdwijnen.

“Lisa’s vader had soms vriendinnen met kinderen, waar zij mee speelde als ze bij hem was. Dat vond ze leuk. Maar als zo’n relatie uitging, zag ze die kinderen nooit meer en was ze verdrietig. Daarom besloot ik al snel na onze scheiding om voorlopig geen relatie meer aan te gaan. Als wij als ouders ervoor kiezen uit elkaar te gaan, is het niet eerlijk om ons kind op te schepen met telkens nieuwe mensen, die vermoedelijk toch weer uit haar leven verdwijnen.

Vrijgezel zijn gaat me makkelijk af. Ik kan goed alleen zijn en red me financieel prima. Ik ben niet zo fysiek ingesteld en mis seks daarom ook niet. Sowieso heb ik maar weinig relaties gehad. Eigenlijk ben ik maar één keer echt verliefd geweest, op een outdoorsie type dat geen officiële relatie wilde. Ik moest tweeënhalf jaar lang echt mijn best doen om hem bij me te houden. Op een gegeven moment werd er in mijn omgeving steeds meer samengewoond en getrouwd, en dat leek me ook wel wat. Zijn reactie was dat hij op wereldreis wilde. Zonder mij. Hij is nooit gegaan, maar het was duidelijk dat we niet samen verder gingen.

Van de weeromstuit rolde ik heel snel in een relatie met een collega, die het tegendeel was van de outdoorsie man. Met hem kon je plannen maken, hij bleef gewoon gezellig slapen, hij deed nergens moeilijk over. Binnen zes maanden was ik zwanger en trouwden we. Wilde liefde was het niet, maar een tijd lang hadden we het echt wel leuk en genoten van ons fantastische kind.

En toch was ik niet écht gelukkig. Ik had geen partner die me kende, herkende, steunde. Wij waren vooral huisgenoten met een rustig kabbelende relatie. Daarom was ik liever alleen dan eenzaam. Mijn man had niet verwacht dat ik wilde scheiden en was oprecht uit het veld geslagen, maar vóór Lisa’s tweede verjaardag waren we uit elkaar. Een tijd lang was er gedoe over het omgangsrecht. Inmiddels hebben we dat goed geregeld.

In plaats van op zoek te gaan naar een nieuwe partner, ben ik energie gaan steken in mijn eigen ontwikkeling. Ik heb me omgeschoold en ben zelfstandig ondernemer geworden, zodat ik zelf mijn werktijden kan bepalen. Ik werk ’s avonds wanneer Lisa slaapt, en overdag als ze naar school is of bij haar vader. Wanneer ze er wel is wil ik daar geen partner bij hebben. We genieten van onze tijd samen. Thuis, want we zijn nogal huismusjes. Of we gaan een dagje op pad met familie of met een vriendinnetje van haar erbij.

Soms denk ik dat Lisa een gezin moet hebben. Op Koningsdag bijvoorbeeld, als je overal papa’s en mama’s met hun kinderen ziet. Ik heb wel eens gevraagd of ze zou willen dat wij dat ook hebben. ‘Nee’, zei ze toen. ‘We hebben het toch gezellig? Ik hoef jou lekker met niemand te delen.’ Sinds anderhalf jaar heeft haar vader een vaste vriendin met kinderen. Met hen gaat ze ook op vakantie, dus dan heeft ze toch dat gezinsgevoel.

Ik zie vrouwen van mijn leeftijd druk zoeken naar een man. Ze zitten op Tinder, ze daten, ze appen. Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet doe. Waarschijnlijk straal ik ook uit dat ik weinig interesse heb, want er komt zelden iemand op me af. Ik ben echt niet anti-man, en ik sluit niet uit dat er ooit weer iemand komt. Maar ik wil eerst tevreden zijn met mezelf en mijn eigen leven vormgeven. Vrijgezel zijn past me in deze fase van mijn leven heel goed.”

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 10 augustus 2019

Single? Zo blijf je volmaakt gelukkig

 

Ik wil leren om trouw te blijven aan mezelf

Marlies (41) had relaties met mannen en vrouwen, maar merkte dat ze steeds meer op haar tenen ging lopen. Daarom blijft ze voorlopig liever alleen.

“Ik kan heel véél zijn als je mij voor het eerst ontmoet. Ik ben een soort orkaan van energie. Ik lach hard, ik maak platte grappen. Ik ben zorgzaam en trouw, en fel en trots en vrolijk. Voor veel mensen fungeer ik als een antidepressivum. Mijn vader noemt me wel eens een lichtbrenger. Mensen vallen op die eigenschappen. Jammer genoeg vinden ze ze later juist vervelend.

Ik viel meestal voor mannen die mij niet wilden. Op mijn beurt wees ik degenen af die mij wilden. Tot ik op mijn werk Andro leerde kennen. Hij was lief en zorgzaam, we konden geweldig lachen samen. Al na drie maanden trok ik bij hem in. Zonder eigen spullen, want die vond hij allemaal lelijk. Mijn katten moesten in een aparte kamer blijven. Ik had het allemaal over voor de liefde. Maar binnen drie maanden samenwonen was ik een schim van mezelf, doodsbang voor zijn woedeuitbarstingen over alles en niets. Over een vuiltje, want hij had smetvrees. Of als hij me onder de douche niet hoorde zingen. Ik viel tien kilo af, lag vaak uitgeput in bed en hyperventileerde. Mijn familie en vrienden zag ik nauwelijks meer. En toch geloofde ik hem, als hij zei dat ik nooit meer iemand zou tegenkomen die zo van me hield als hij. Maar op een keer zei hij op het werk iets zo denigrerends tegen me dat een collega ervan schrok. Wat precies ben ik vergeten. Ik wist opeens wel dat ik niet gek was. Ik ging terug naar mijn eigen huis.

Een tijd later ontmoette ik Maaike. Aards, vrolijk. Echt een fijn mens. Leven met een vrouw leek me gemakkelijker dan met een man, omdat we zoveel gemeen hebben. Wat gebeurde is dat we ons allebei vergaand aan elkaar aanpasten. Ik ruilde mijn kleurige jurken en bonte sieraden in voor een broek en sneakers en ging er steeds potteuzer uitzien. Maaike kroop bij mogelijke conflicten bijna over de grond om ruzie te vermijden. Ze vond haar werk niet leuk en kreeg een burn-out. Mij verweet ze dat ik mijn werk met zoveel plezier deed en van kleinigheden al gelukkig werd. Na drie jaar zette ze een punt achter onze relatie. Ik heb twee weken gehuild. Toen was het klaar.

Peter kwam onverwacht in mijn leven bij het vrijwilligerswerk dat we allebei deden. We deelden een interesse in koken en filmmaken. Hij was grappig en ontzettend slim. We hadden het gezellig samen. Hij had wel moeite om me deel te laten worden van zijn leven. Hij kon niet op één dag zijn aandacht verplaatsen van zijn werk overdag, naar mij ’s avonds. Dan raakte hij in paniek. Dus zagen we elkaar alleen in het weekeinde. Ik boette niet aan kracht en vrolijkheid in, want door de week had ik mijn eigen leven. Hij hielp me mijn angsten te relativeren, ik hielp hem bij het dempen van zijn paniek, maar we liepen allebei voortdurend op onze tenen. Ik voelde me vaak teveel, hij voelde zich nooit écht op zijn gemak. Elke seconde van elke dag kon veranderen hoe hij over de relatie dacht. We besloten uit elkaar te gaan voor we een hekel aan elkaar zouden krijgen.

Inmiddels realiseer ik me dankzij therapie dat ik liefdesrelaties altijd te belangrijk maak. Als ik een date heb denk ik bij het uitzoeken van kleding: wat zou hij mooi vinden? In plaats van: laten we eens kijken of we elkaar leuk vinden. Daarom zoek ik voorlopig bewust geen nieuwe relatie. Ik wil leren om mijn tijd alleen nog te besteden aan mensen die blij zijn met mij. En om voor alles trouw te blijven aan mezelf.”

http://www.lnbi.nl

 

Uit welke kast moeten biseksuelen komen?

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 3 augustus 2019

Nooit tegelijk verliefd

“Dertien was Anna, toen ik haar ontmoette. In haar ouderlijk huis, waar ik was om piano te spelen met haar vader. Vanaf die tijd kwamen we elkaar in onze kleine provinciestad vaak tegen, en het was altijd hartstikke leuk praten met haar. Later vertelde ze dat ze indertijd verliefd op me was. Op mijn negentiende vertrok ik naar een conservatorium in het midden van het land. Pas toen Anna een paar jaar later in dezelfde stad kwam studeren, werd ik verliefd op hààr. Ik zweeg erover, want ik had een vriendin. Maar op een moment dat we allebei in between relaties waren, belandden we samen in bed. Van vrijen kwam echter niets. We waren gewoon té vertrouwd met elkaar. We zeiden: ‘Hier laten we het bij. We hebben het goed als vrienden’.

In de jaren daarna kregen we allebei een partner en ongeveer tegelijkertijd kinderen, elk een zoon en een dochter. Op een broer-zusachtige manier deelden we heel veel. We gingen samen de stad in met onze kinderwagens. Later zagen we elkaar iedere dag op de crèche en vervolgens op de basisschool. Anna’s kinderen waren zeven en vier jaar toen haar man besloot dat het gezinsleven hem niet paste. Hij wilde om de wereld zeilen, en dat is hij gaan doen.

Niet veel later liep ook mijn eigen relatie stuk en kreeg ik een verhouding met een collega. Met mijn ex-vrouw bouwde ik een goede relatie met co-ouderschap op. Mijn nieuwe vriendin had daar moeite mee. Bovendien voelden mijn kinderen zich niet op hun gemak bij de vriend die hun moeder daarna kreeg. Als ze bij hen waren, wilden ze soms toch liever naar mij. In die tijd hadden Anna en ik een aantal jaren geen contact. Ze vond dat ze Karel de gezellige kwijt was, en mijn nieuwe vriendin kwam er bij haar niet in.

In 1999 waren we allebei vrij en zochten elkaar opnieuw op. Met onze kinderen aten we over en weer bij elkaar. En opeens werd ik weer verliefd op haar. Op een van die sameneet-avonden regende het zo hard, dat het beter was om niet meer naar huis te fietsen. Iedereen bleef slapen. De kinderen bij elkaar, Anna bij mij. Die nacht sloeg de vonk wèl over. Vanzelf. Er was geen seconde dat het niet klopte. Toch aarzelde Anna de volgende ochtend. Ze wilde onze bijzondere vriendschap niet in de waagschaal stellen voor het experiment van een relatie. Veertig dagen lang hadden we geen contact. Toen sms-te ze: ‘Ik heb vlinders in mijn buik’.

De kinderen waren enthousiast over ons. Op dat moment voelde mijn ex zich vrij om met haar vriend naar Frankrijk te verhuizen. Ze wist dat de kinderen bij Anna en mij in goede handen waren. Wij kochten toen een huis dat groot genoeg was voor ons en vier pubers tussen de tien en vijftien jaar. Het leven met nieuwe broers en zussen was voor hen natuurlijk ook wennen, maar al gauw zeiden ze: ‘Wat fijn dat jullie gefuseerd zijn.’ De afwezigheid van beide andere ouders zorgde voor veel rust. We hadden nog maar twee opvoedstijlen die we moesten combineren. Het botste af en toe, maar we hebben geleerd om àlles uit te praten. Een samengesteld gezin heeft ook voordelen. We keken met net iets meer afstand naar elkaar’s kinderen en konden elkaar geruststellen, wanneer een van ons bang was ‘dat er niets van het kind terecht zou komen.’ We zijn nu bijna twintig jaar verder. De kinderen zijn evenwichtige volwassenen geworden die zich echte broers en zussen voelen. Ik vind het een zegen dat we dat samen hebben kunnen doen.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 30 juni 2019

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/man-en-vrouw/155730-verliefd-op-je-beste-vriend-of-vriendin.html

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/07/hart-open-en-relax-1615851-a1019288

https://www.radarplus.nl/article/279/De-lusten-en-de-lasten-van-een-samengesteld-gezin

 

Een podium voor de Zaanse klok in het land van Albert Heijn

Museum Zaanse Tijd opende dit voorjaar een compleet vernieuwde presentatie van haar collectie Zaanse klokken. In een in 19e-eeuwse stijl ingerichte woonkamer komen ze beter tot hun recht dan ooit. Die aanpak reflecteert de missie van het museum: laten zien hoezeer de Zaanse klok verweven is met de industriële geschiedenis van de Zaanstreek.

De Zaanstreek was in de zestiende eeuw het allereerste industriegebied van Nederland. Het begon met het gebruik van de net uitgevonden molen met krukas, waarmee op grote schaal hout gezaagd kon worden. Al snel volgden honderden andere molens die de productie van bijvoorbeeld papier, verf, cacaopoeder en gepelde rijst mogelijk maakten.

Ook de Zaanse zakenman Kornelis Volger deed in papier en was eigenaar van een windmolen. Maar vermoedelijk had hij ook het vak van klokkenmaker geleerd. Volger bouwde de eerste Zaanse klok, bedoeld als huisuurwerk. Een relatief goedkoop model in een eenvoudige houten kast, waarin hij zijn technische kennis van molentechniek combineerde met het recent door Christiaan Huygens uitgevonden slingeruurwerk.

Het sloeg zo aan bij de burgerbevolking, dat een nieuwe Zaanse industrietak ontstond van seriematig geproduceerde klokken. Van 1670 tot 1750 was het in de Zaanstreek een bloeiende branche. In de loop der jaren werd het eenvoudige oermodel in steeds luxere varianten gemaakt, met duurder materiaal en uitbundige versiering. De opkomst van de Friese klok luidde het einde in van de populariteit.

Hernieuwde interesse

Maar aan het eind van de negentiende eeuw was er hernieuwde interesse in antiek en ambachtelijkheid. De Zaanse klokken, gemaakt naar voorbeeld van de oude modellen en nu voorzien van een houten puntdakje, deden het weer goed. En vlak na de tweede wereldoorlog was er nogmaals een enorme opleving in de vraag. Met honderdduizenden gingen de replica’s in binnen- en buitenland over de toonbank. Omdat de klokkenindustrie tegen die tijd uit de Zaanstreek verdwenen was, werden ze in allerlei andere Nederlandse plaatsen geproduceerd, van Schoonhoven tot Almelo. Op dit moment gaan veel oudere exemplaren naar de VS.

Twee mannen en de Zaanse Schans

Twee ondernemende Zaankanters staan aan de wieg van het huidige museum. Eerst was daar in de jaren zestig van de vorige eeuw plaatselijk architect Jaap Schipper. Met lede ogen zag hij hoe in de omgeving steeds meer authentieke houten huizen verkrotten of werden gesloopt. Jaap begon die vervallen of in de weg staande panden op te kopen.

Hij zette ze bij elkaar op de Zaanse Schans en werd daarmee de grondlegger van het gelijknamige kunstmatige dorpje aan de rivier de Zaan. De Zaanse Schans is echter uitdrukkelijk geen openluchtmuseum. De huizen worden bewoond, de molens zijn in gebruik. Sommige bewoners verdienen de kost met kleine winkels, een kaasmakerij of horeca.

In 1976 werd het laatste huis geplaatst, een voormalige ondernemerswoning, met de uitdrukkelijke bedoeling er een museum van te maken. Zakenman Ber van der Molen, de tweede belangrijke man in dit verhaal, bracht zijn collectie klokken onder in de woning. Vanaf dat moment was dat het Museum van het Nederlandse Uurwerk.

Onvoldoende focus

Tien jaar later besloot Ber van der Molen echter zijn geld anders te gaan beleggen. Een schok in de Zaanstreek, en het startsein voor een grootscheepse inzamelingsactie. Met de opbrengst werd de collectie gekocht en ondergebracht in een stichting.

Hoewel de Zaanse Schans honderdduizenden toeristen uit de hele wereld trekt, stapten weinig mensen over de drempel van het museum Toen in 2015 ook nog de gemeentelijke subsidie ophield, besloot het bestuur dat het tijd werd voor een andere strategie. De huisvesting was prachtig, maar de collectie had onvoldoende focus. Een nieuwe aanpak moest vooral het verhaal over de geschiedenis van en het klokkenambacht in de Zaanstreek beter gaan vertellen. Daar hoorde om te beginnen een nieuwe naam bij.

Woonkamer

De presentatie in de woonkamer is het resultaat van de huidige focus. De wanden zijn authentiek Zaans roze geverfd. Voorheen verduisterde ramen laten weer licht binnen. Een gezellige eettafel met stoelen en een bos bloemen maken het huiselijk. Aan de wanden zijn alle mogelijke Zaanse klokken de blikvangers. Van het simpele oermodel tot steeds verfijnder exemplaren van edele houtsoorten en met signatuur. Elders in het museum is een aantal staande klokken uit de streek te zien, een collectie zakhorloges en natuurlijk de grote torenuurwerken. Maar er is geen twijfel mogelijk. Dit museum gaat over de Zaanse klok.

dav

 

Dit artikel verscheen in het juninummer 2019 van vakblad Edelmetaal

http://www.mnuurwerk.nl

Carola viel altijd op donkere vrouwen, totdat ze Sanne tegenkwam

Nanas by Niki de Saint Phalle, exhibit at the Guggenheim Museum.

Carola (32) viel altijd op donker gekleurde vrouwen met buitenlandse wortels. Nu is ze smoorverliefd op de oer-Hollandse Sanne (30).

“Wat nou de reden was dat ik Sanne’s foto op Tinder naar rechts swipete en niet naar links, zoals ik bij de meesten deed? Ik weet het niet. Ze had één foto geplaatst, zonder enige tekst. Normaal gesproken zou ik dan niet reageren. Ik heb er nog met een collega over gesproken. ‘Dat wordt niks’, zei ik, ‘ze is hartstikke blank.’ Maar er was iets in haar gezicht dat me trok. Ze had een heel heldere, open blik. Blauwe ogen, blond haar, een mooie mond. Heel Nederlands zag ze er uit. Totaal anders dan de vrouwen waar ik normaal gesproken op viel.

Dat waren meestal vrouwen met een kleurtje. Nog niet toen ik een puber was in een klein Zeeuws stadje. Daar zijn nu eenmaal zowel minder lesbiennes als minder donkere mensen dan in de Randstad.  Mijn eerste vriendinnetje op mijn vijftiende of zestiende was gewoon een blank meisje uit Rijswijk, dat ik via internet had leren kennen. Ik was wel altijd heel geïnteresseerd in andere culturen. Op de basisschool waren mijn beste vriendinnetjes vluchtelingenkinderen uit Palestina. Hun families waren gastvrij, net zoals mijn eigen familie. We hadden een tamelijk groot gezin met vijf kinderen waar altijd iedereen mee mocht eten. Bij Nederlandse gezinnen was die vanzelfsprekende gezelligheid veel minder.

Op mijn 22e kreeg ik een relatie met een Amsterdamse van deels Surinaamse afkomst. Ze was heel mooi en lief, had een fantastische  bos krullen. Een vrouwelijke vrouw, waarvan je niet zou zeggen dat ze pot was. Voor haar verhuisde ik naar de hoofdstad. We hebben ruim zes jaar samengewoond. Bij haar familie vond ik ook de gezelligheid waar ik zo van houd. Surinaamse feesten zijn geweldig. Vaak groot, met heel veel mensen en heel veel lekker eten. Er is muziek, er wordt gedanst. En bij mijn schoonmoeder konden we altijd aanschuiven. Ik denk dat in die tijd mijn voorkeur voor donkere vrouwen is ontstaan.

Uiterlijk is natuurlijk het eerste waar je naar kijkt, en de relaties daarna waren altijd met gekleurde vrouwen met buitenlandse wortels. Verder waren ze uiterlijk heel verschillend. Zo was een van mijn vriendinnen een stoere Antilliaanse die op hoog niveau zwom. Ik houd van stevige heupen en billen, terwijl zij juist door dat zwemmen hele brede schouders had en totaal geen billen. Uiteindelijk gaat het er toch om of karakters bij elkaar passen.

Met Sanne gaat alles vanzelf. We hebben nog nooit ruzie gehad. Al tijdens de eerste afspraak was het echt gezellig. Praten ging heel gemakkelijk, heel natuurlijk. We spraken nog een keer af, en nog eens. Na een maand vroeg ik of ze mijn vriendin wilde zijn. En nu, vijf maanden verder, zijn we elke dag samen. Zij is heel relaxed. Ze probeert me niet te veranderen. Dat voelt veilig. Ik kan mezelf zijn met al mijn vreemde dingetjes. Rare geluidjes maken bijvoorbeeld, of in mezelf praten. Ze weet nu al wanneer ze daar wel of niet op hoeft te reageren. Ik ben een zorgzaam iemand, maar kan ook haar zorgzaamheid accepteren.

Op straat of op TV kijk ik nog steeds eerder naar donkere vrouwen dan naar blanke. Sanne kijkt natuurlijk ook wel eens naar mooie vrouwen of mannen. We hebben geen van beide onze ogen in onze zak zitten. Toch kiezen we voor monogamie. In het verleden was dat wel eens anders. Dan bleef het niet bij kijken alleen. Nu vind ik dat een beetje spanning en avontuur niet opweegt tegen de rust van iemand op wie je kunt bouwen. Ik ben tevreden en blij. En kijken mag altijd.”

Dit artikel verscheen eerder in het AD Magazine van 18 mei 2019

https://tinder.com/

https://weareher.com/

https://www.zoeapp.co/

https://vrouwvrouw.nl/lesbisch-daten-in-zeeland

De Gravin zoekt het zelf uit

Een opleiding tot handgraveur is er in Nederland niet meer. Gelukkig zijn er wel mensen als Cécile Oorthuis. Zó gegrepen door het vak, dat ze haar kennis op eigen houtje overal vandaan haalt en voortdurend verdiept. Tot vreugde van menig branchegenoot.

“Op mijn achttiende twijfelde ik tussen de Vakschool in Schoonhoven en het conservatorium in Amsterdam. Die twijfel was niet zo vreemd. Mijn ouders waren goudsmeden en hadden een winkel met sieraden en edelstenen. Wij kinderen waren als vanzelfsprekend bezig met edelstenen, met beitels, met stenen slijpen. Kortom, met allerlei fijn handwerk. Uiteindelijk koos ik toch voor de muziek en werd professioneel dwarsfluitiste. Ik speelde in een orkest, gaf les en vormde met een harpiste een duo, dat nu al vijfentwintig jaar optreedt.

Levendig

Het graveren kwam in 2010 op mijn pad toen een kennis vertelde dat ze in Schoonhoven een cursus handgraveren ging doen. ‘Jeetje, dat zou ook iets voor mij zijn,’ dacht ik meteen, en inderdaad had ik tijdens de basiscursus van tien avonden direct de smaak te pakken. Daarom deed ik bij Zadkine in Amsterdam een vervolgcursus. Dat er verder geen officiële opleiding meer is zag ik als kans, want er zijn weinig mensen die nog handgravures kunnen maken. Terwijl er ondanks computergestuurde- en lasertechnieken zeker vraag naar is. Omdat ze levendiger zijn en eeuwen meegaan. Al snel bedacht ik de bedrijfsnaam De Gravin. Dat klinkt aantrekkelijker dan het wat stijve graveuse.

Oefenen en internet

Het was en is vooral heel veel oefenen. Die zelfdiscipline ben ik als muzikant gewend, en ik vind het werk gewoon heel leuk. Verder ben ik ontzettend gaan snuffelen op internet. Er bleek heel veel zinnige informatie te vinden over het vak en vakgenoten. Zo bestudeerde ik het werk van vooral Amerikaanse master engravers. En ik stuitte op het bestaan van een pneumatische steker, die een eind zou moeten maken aan schouderklachten. Die had ik al snel, omdat ik zoveel oefende. Van een Haarlemse graveur die de Airgraver gebruikte mocht ik het apparaat lenen. Het werkte zo fijn, dat ik al na een dag besloot er zelf een aan te schaffen. Verder heb ik weinig contact met andere handgraveurs. Er zijn er ook niet zo veel. Hun aantal is bijna op de vingers van één hand te tellen.

Klantenkring overnemen

Eind 2013 wilde Herma Lancée haar graveerbedrijf hier in de buurt sluiten vanwege, inderdaad, een hardnekkige schouderblessure. Ze vroeg of ik haar klanten over wilde nemen. Ik ben met allemaal gaan kennismaken en ze wilden graag met mij verder. In januari 2014 werd De Gravin een officieel bedrijf. Mijn klantenkring bestaat voor ongeveer de helft uit juweliers. De andere helft zijn antiquairs, particulieren en organisaties die iets bijzonders willen.

Zweten

Veel mensen zijn de laatste jaren op zoek naar unieke ervaringen en authenticiteit. Ze houden van handgemaakte spullen, van persoonlijke cadeaus. Adellijke families hebben daar een langere traditie in. Ze komen bij mij voor het graveren van zegelringen en gebruiksvoorwerpen. Maar voor een andere particulier heb ik bijvoorbeeld een kindertekening op manchetknopen gegraveerd. Een antiquair heb ik geholpen bij de restauratie van een octant, een houten meetapparaat uit de scheepvaart. De graadverdeling moest gestoken worden op nieuwe ivoren plaatjes. Heel eervol is het graveren van de prijs voor de meest spraakmakende regisseur bij het Nederlands Film Festival in Utrecht. De moeilijkste klus tot nu toe was een tekst in een oester. Als je daar een stukje verkeerd wegsteekt is de schade onherstelbaar. Toen heb ik wel gezweet ja.

Sam Alfano

Tijdens mijn surfsessies op internet was me opgevallen dat vooral Amerikanen veel respect hebben voor ambachtslieden. Sam Alfano uit Louisiana is daar een meestergraveur met een grote naam. Hij bleek af en toe privéleerlingen aan te nemen. Het lukte me om er daar een van te zijn. Ik heb toen een week lang vooral technische lessen bij hem gevolgd. In shading, het mooi steken van schaduw, in sculpting, dat is heel veel materiaal weghalen tot er een reliëf blijft staan, in goud inleggen en in running leaf, een soort kettingdecoratie. Sam gaf me veel complimenten, dat was natuurlijk leuk. Al snel na mijn terugkomst was er een klant die zo’n running leaf op een stalen horlogekast wilde. Dat lukte!

Edelsteengraveren

Verder blijf ik me ontwikkelen door mezelf opdrachten te geven. Ik heb een begin gemaakt met edelsteengraveren. Vooral voor gebruik in zegelringen, met een familiewapen of monogram er in. Het is een heel andere techniek, waar ik me helemaal in vast ga bijten. Het mooie vind ik dat het ook een link heeft met thuis, met de edelstenen die ik elke dag in handen had bij mijn ouders. Ik krijg hulp van Henk de Groot, de laatste maar inmiddels gepensioneerde edelsteengraveur van Nederland, en veel juweliers geven me oefenstenen. Iedereen wil zó graag dat ik het ga doen. Want verder wordt edelsteengraveren vrijwel uitsluitend gedaan in Idar-Oberstein. Het is een potdichte wereld.

Erfgoed

Afgelopen jaar wilde ik mezelf toetsen aan de ballotagecommissie van het Nederlands Gilde van Goudsmeden. Zij nemen ook handgraveurs en diamantzetters op, maar hun lijst met technische voorwaarden is lang. Je moet je eigen gereedschap kunnen maken en allerlei graveertechnieken beheersen. Ik ben er trots op dat ik de toets doorstaan heb en nu lid ben van het Gilde. Dat er helemaal geen vakopleiding meer is was voor mij een kans, maar het blijft ook jammer. Handgraveren is toch bijna immaterieel erfgoed.”

https://degravin.jimdo.com/

 

Dit verhaal verscheen in het juninummer 2019 van vakblad Edelmetaal

Trijntje overleed jong, en Jannes vond nooit meer een vrouw die bij hem paste

Voor Jannes (74) met Trijntje trouwde was hij een rokkenjager. Sinds zijn vrouw 23 jaar geleden stierf heeft hij niemand meer gevonden die helemaal bij hem past.

“ ‘Trijntje kwam op de Veluwe een loner tegen’, zei een vriend die sprak op haar begrafenis. Dat klopte. Als jonge man was ik geen deel van een hechte vriendengroep. Door mijn streng-Christelijke opvoeding had ik een sociale achterstand. Bij ons thuis werd niet geknuffeld, en op zondag waren voetballen, zwemmen of dansen uit den boze. Het was een leven waar geen vreugde aan te pas kwam. Het maakte me kwaad en voor altijd onrustig. Vanaf het moment dat ik het ouderlijk huis verliet deed ik alleen nog waar ik zélf zin in had, op de manier die ík wilde.

Het waren de jaren zestig en zeventig. De tijd van seks en drugs en rock&roll. Ik had een woeste bos haar, droeg altijd leren jasjes en spijkerbroeken. Ik zat niet achter de vrouwen aan. Ze kwamen zelf op me af. Geen degelijke gereformeerde vrouwen, maar wereldse types met een open uitstraling. Dat kwam goed uit, want die vond ik interessant. Met tientallen van hen deelde ik het bed. Soms had ik meerdere vriendinnen tegelijk. Toen ik op mijn 27ste Trijntje ontmoette en we een relatie kregen veranderde daar niets aan.

Ze wist ervan, want ik sliep weleens niet thuis. Maar we hadden het er nooit over. Trijntje accepteerde mijn moeilijke kanten. Ik ben onbeheerst, heb geen vriendelijke uitstraling. Uit het niets kan ik woest worden. Daar kon ze mee omgaan, ze bleef kalm. Na vijf jaar gingen we samenwonen in een huis dat mijn toenmalige werkgever voor ons geregeld had. Op een gegeven moment zei hij: ‘Doe me een lol en ga trouwen. Anders krijg ik in deze christelijke gemeente nooit meer een woning voor andere personeelsleden.’ Ik vond trouwen intens burgerlijk. Uit verstandelijke overwegingen heb ik het toch gedaan.

Het eerste jaar van ons huwelijk ging ik iedere avond tegen tienen een eindje rijden om mijn onrust kwijt te raken. Ik hield wel meteen op met andere vrouwen naar bed te gaan. Omdat ik dacht: ‘Dit kan zo niet doorgaan. Dan had je maar niet moeten trouwen.’ Vanaf die tijd heb ik me helemaal op Trijntje gericht en werd de relatie steeds beter. Geestelijk voelde het alsof we altijd samen waren, terwijl we elkaar heel vrij lieten in hoe we wilden werken en onze vrije tijd inrichten. Ook de hartstocht nam alleen maar toe. Ik heb sindsdien geen andere vrouwen meer begeerd.

Op haar 46e kreeg Trijntje kanker. Een jaar later was ze dood. Na bijna twintig jaar een heel hecht leven met zijn tweeën moest ik alles alleen doen. Ik had er grote moeite mee, al functioneerde ik wel op mijn werk, met sporten, met bezoeken afleggen bij vrienden en kennissen. Voor vrouwen stond ik heel lang totaal niet open. Tot er uiteindelijk een vurige verstandhouding ontstond met een jonge weduwe die ik via vrienden ontmoette, een slimme vrouw met een brede kijk op het leven.

Toch verwaterde het fysieke op een gegeven moment. Hetzelfde gebeurde daarna met een vroegere vlam die weer opdook. Toen ben ik rationeel gaan denken. Hoofd en kruis moeten in balans zijn, en Trijntje is de enige van wie ik echt op die manier gehouden heb. Mijn grote huis is vaak te klein voor mijn energie en onrust. Daar kan geen vrouw meer bij. Bovendien wil ik niet oud worden met een oude vrouw. Terwijl ik me van een jongere vrouw zou afvragen wat ze moet met mij. Als Trijntje was blijven leven, was ik meegegroeid in haar ouder worden en hadden we het vuur er zeker in kunnen houden. Nu kan ik die knop niet meer omzetten. ”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 4 mei 2019

https://www.linda.nl/nieuws/rouwspecialist-nieuwe-liefde-overlijden-partner-schuldgevoel/

Nieuwe liefde na de dood van je partner

http://www.deatheist.nl/index.php/de-auteur

https://ikbeneenafvallige.wixsite.com/ikbeneenafvallige/single-post/2015/06/27/Religieuze-opvoeding

Ze heeft heftige levensthema´s, maar maakt hem toch vrolijk

Rein (41) en Lieke (29) zijn allebei sociaal werker. Ze helpen graag andere mensen. En elkaar.

“Lieke had overal schijt aan. Ze flapte er alles uit wat ze dacht, had altijd wat te ouwehoeren, was altijd vrolijk. Ik vond haar leuk, maar zat nog midden in een relatie. Bovendien was ze mijn stagiaire en een heel stuk jonger dan ik.

Mijn toenmalige vriendin en ik leefden voor een groot deel langs elkaar heen. Ik was ongelukkig, maar praatte liever niet over mijn eigen sores. Hoewel ik dat opkroppen helemaal niet stoer vind. Alleen: ik praatte al zoveel op mijn werk. Dan had ik daar thuis geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch naar een psycholoog gegaan, die me hielp na te denken of het verstandig was om in die relatie te blijven. Ik realiseerde me dat je steeds moet investeren in contact en communicatie. Anders raak je elkaar kwijt. Desalniettemin besloten mijn vriendin en ik dat het beter was uit elkaar te gaan.

Twee jaar later kwam ik Lieke weer tegen. We gingen een paar keer uit eten, we spraken vaker af. Ik vond het wel lastig dat ze zoveel jonger is, vroeg me af wat andere mensen daarvan zouden vinden. Maar het ging heel natuurlijk, en we werden een stel. Dat ze zulke heftige levensthema’s had, voorzag ik op dat moment niet. Al snel trok ze bij me in. In het begin ging dat hartstikke goed. Toen we een paar maanden samenwoonden werd een oom van Lieke veroordeeld wegens misbruik van Lieke en haar jongere zus. Ook al had ze zelf aangifte gedaan, het was voor haar een moeilijke tijd. Ze voelde zich schuldig omdat ze haar zusje niet had beschermd. In die tijd gingen ook nog eens haar ouders uit elkaar. Alle positiviteit die ze eerst had verdween. Ze was verdrietig en ook angstig. Soms controleerde ze wel acht keer of de voordeur op het nachtslot zat. Het duurde ruim een jaar voor ze weer was bijgekomen.

Een tijdje daarna kreeg ze ontzettende last van een ontstoken dikke darm. Ze was doodmoe, kon niet meer werken, was aan huis gekluisterd. Opnieuw waren de vrolijkheid en energie die ik zo leuk vond weg. Ik ging twee keer zo hard lopen. ’s Morgens voor haar zorgen, dan ’s middags en ’s avonds naar mijn werk. Ik maakte er keiharde grappen over: ‘Kijk mij eens, met mijn jonge vitale vriendin.’ Daar kon zij ook om lachen. Het was voor ons allebei een soort ontlading van spanning. Dankzij andere medicijnen knapte ze opeens snel op. Ze maakte haar opleiding af en werkt nu weer vier dagen in een tehuis met demente bejaarden. We gaan graag uit eten, naar concerten en op reis. We hebben het fijn.

Het lijkt misschien alsof ik de hulpverlener ben in deze relatie. Toch is dat niet zo. Lieke is er net zo goed voor mij. Mijn alcoholistische vader stierf toen ik tien was. Met mijn moeder en broer waren we jarenlang een bijstandsgezin. Ik was nogal een wilde puber, veel drinken, veel blowen, drummen in een metalband. Maar het ging goed hoor, we deden het prima met zijn drieën, al vind ik het natuurlijk jammer dat ik nooit een volwassen contact met mijn vader heb kunnen hebben. Lieke vraagt er vaak naar. Als ik zenuwachtig ben voor iets op mijn werk praat ze er over met me en stuurt tussendoor extra appjes. Zij is mijn klankbord als ik neerslachtig ben. Bij meningsverschillen blijven we in gesprek. Wij hebben het fijn in toptijden én als het niet goed gaat. Ik word gewoon heel vrolijk van haar.”

 

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 27 april 2019

https://www.huiselijkgeweld.nl/dossiers/seksueel_kindermisbruik

https://meld.nl/melding/huiselijk-geweld/kindermisbruik/

Ik zoek hulp

Hoe herken je kindermisbruik?