Gescheiden mannen

‘Angela en Brandy’ staat in smeedijzeren letters op de gevel van het geelgepleisterde huis. Het ligt rustig aan een klein plein, voor de deur een mooie boom. Desondanks ziet het er door de gesloten rolluiken weinig toegankelijk uit.

Op de eerste keer bellen reageert niemand. Maar na vijf minuten en een tweede keer verschijnt een lange vrouw met zware borsten en een dikke buik, beide losjes bungelend in haar jurk. Ja, ze heeft een slaapplek vrij. In de grootste kamer. Ook in de andere kamers trouwens, want ik ben de enige gast die avond.

In de kamer doet de overdaad aan beelden, wandversiering en uitbundig hemelbed een aanslag op mijn zintuigen. Maar omdat het maar voor één nacht is, negeer ik de felle kleuren van lakens en vloerbedekking. Ik negeer de kabouter in zijn schommelstoel die aan de bedhemel hangt. Na drie dagen fietsen wil ik gewoon een avond niksen op een kamer met TV, en die heb ik hier. Bovendien zijn de matrassen fantastisch.

Ik bekijk een documentaire over yeti’s en de talloze wetenschappers die onderzoek doen naar de verschrikkelijke sneeuwman. Het lijkt zowaar of ze er een gevonden hebben. Tot ik erachter kom dat de man in beeld een bovenmatig lange en brede ex-worstelaar is met een aapachtige schedel. Inmiddels is hij politicus in Mongolië, met een brandende interesse in yeti’s.

Voor het ontbijt heeft Angela zich uitgesloofd. Ik mag mijn buik rond eten en wat over is meenemen voor onderweg. Verder is Angela’s specialisatie de monoloog, in Nederlands doorspekt met Duitse uitdrukkingen. Het mag van mij, want ze is een vrouw met een fascinerend leven. Een Zwitserse echtgenoot, een gehandicapte zoon, in weelde levend in verschillende buitenlanden. Gescheiden, om nu eens haar eigen vleugels uit te kunnen slaan.

Haar inkomen haalt ze uit haar bed&breakfast, maar af en toe huisvest ze tegen een normale huurprijs ook mannen die werkloos zijn of net gescheiden of gewoon even de weg kwijt. Natuurlijk roddelt het dorp daar over. Het kan haar niet schelen, ze helpt die lui in een moeilijke periode. En dan is er weer even een man in huis. Kan geen kwaad als er geregeld onbekenden komen logeren.

Ik dacht dat Brandy een exotische echtgenoot was. Het is een lieve, langharige zwarte hond.

’s Morgens zwaaien ze me samen uit.

Geen dier, wel plezier

Een verrassingsmenu voor vegetariërs is nog een zeldzaamheid. Terwijl verrast worden aan tafel juist zo leuk is. Restaurant De Rechtbank heeft zo’n menu niet op de kaart, maar improviseerde het gewoon. En met verve. Voorbij pompoensoep en bladerdeegdingetjes.

Ze stelt het zelf voor, zodra ze hoort dat dit diner, met fles wijn, een cadeau is van een geliefd familielid. Een verrassingsmenu voor zowel de omnivore disgenoot als voor mij, de vegetariër. Hebben we daar zin in? Met bij iedere gang een bijpassend glas, in plaats van één fles voor de hele maaltijd? Dit is een serveerster naar ons hart. Met plezier geven we haar de regie over onze avond.

Omelet

Utrecht is voor vegetariërs een prima stad. Vrijwel elk restaurant biedt een paar vlees- en visloze gerechten aan. En al maakt vrijwel niemand zich er meer van af met een omelet, een beetje fantasieloos zijn die gerechten vaak wel. Iets met pompoen, iets met bladerdeeg. Heel veel verder gaat het zelden.

Mannen

Nee, dan wat de leuke mannen in de open keuken van De Rechtbank doen. Ze warmen me op met een zuurkooltaartje, dat door een dun laagje gesmolten Taleggio en een paar gesmoorde cèpes verrassend mild van smaak is. Een jongen met uitbundig getatoeëerde armen maakt, stuiterend van enthousiasme, een spektakel van de truffelrisotto. Voor onze ogen zet hij de brander op een lepel brandy. Met de warme vloeistof roert hij precies genoeg vlokken los uit een enorme Grana Padano-kaas. Ze maken de risotto perfect.

Monniken en boeren

De serveerster schenkt een nieuw glas bij de lasagne van zoete aardappel met een knapperige hazelnotenkorst. Tegelijkertijd spreekt ze van Toscaanse monniken die met hun blote voeten biologische druiven tot deze wijn persten. Bij de sabayon met appel en ahorn-walnotenijs vertelt ze over krenten die tien dagen rijpen in de zon, waarna Andalusische boeren er een licht stroperige dessertwijn van maken.

Gesprekken

Bij De Rechtbank snappen ze dat elk detail bijdraagt aan een feestelijke avond uit. Natuurlijk die vriendelijke, deskundige maar nooit opdringerige bediening. Genoeg licht om te zien wat op je bord ligt. Uiterst bescheiden achtergrondmuziek. Het restaurant heeft er waarschijnlijk geen invloed op, maar zelfs de andere gasten dragen hun steentje bij. Want ze laten hun telefoons in hun tassen en zakken! Ze voeren geanimeerde gesprekken!

Zo uit eten gaan: ik wens het iedereen toe. Met of zonder vlees en vis.

www.derechtbank.com

www.facebook.com/DeRechtbank030

Foto: Sjoerd Schokker

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op http://www.frissemosterd.nl

Verfbeest

Buiten is het fris. Koud zelfs, soms. De meteorologische winter duurt nog dik een maand, en ook daarna blijven de temperaturen vaak een hele tijd laag en de dagen kort.

Maar hoe beschaafd we ook zijn, hoe goed verwarmd onze ruimtes en hoe onbeperkt de toegang tot verlichting, we voelen aan ons water dat de lente eraan komt. En daarmee borrelt ook een oeroud instinct weer op.

Dan willen we het nest in orde maken. Schoon, fris, opgeruimd, klaar voor de nieuwe babies. Of die nu komen of niet. Een vers verfje op deze of gene muur of kozijn hoort er bij.

Veel van die verf ziet er leuk uit, maar is niet zo schoon en fris meer wanneer de resten in het milieu terecht komen. Datzelfde milieu waar we ons water uit halen, en waar ons voedsel wordt gekweekt. Daarom bedacht wateringenieur Gijs van Ginneken een manier om dat verfje wél minder schadelijk te maken. Hij produceert nieuwe, kwalitatief goede latex van resten die zijn afgegeven bij verschillende afvalinzamelaars.

Latex is zijn eerste stap. Olieverven met hun diverse samenstellingen zijn nog te ingewikkeld om te recyclen en verdwijnen in de vuilverbranding. De geproduceerde latex is volgens van Ginneken een kwaliteitsverf, en dus in prijs vergelijkbaar met nieuwe. Wel is de winst van zijn bedrijf Ecopaints lager dan gangbaar, want de kosten zijn op dit moment nog hoog door de kleine productie. Maar wellicht kan Ecopaints dit jaar al opschalen, als twee grote ketens de verf in hun assortiment gaan opnemen.

Luisteren naar je instinct en weer een beetje beest worden kan dus heel gemakkelijk. Gewoon je nest opfleuren met gerecyclede verf.

 

http://eco-paints.nl/over-eco-paints/

https://www.akzonobel.com/nl/news_center/news/nieuws_persberichten/2017/geef-verf-een-nieuw-leven.aspx

 

 

 

verf

Niemendalletjes en de kerstboom

Blije Duurzamista

De Fransen noemen het lingerie. De Italianen zeggen intimo. Een heel mooie vind ik het Duitse woord: Reizwäsche. Hoe je het ook zegt, de luchtige niemendalletjes die je draagt in plaats van ondergoed zijn niet direct functioneel, als in: bescherming van bovenkleding zodat je die minder vaak hoeft te wassen. Wel natuurlijk in die zin, dat draagsters en degenen die er naar kijken, er heel vrolijk van kunnen worden.

Een luxe artikel dus. Architecte Sophie Young, ah oui, une Française, vond desalniettemin dat frivoliteit en duurzaamheid elkaar niet uit hoeven te sluiten. Zelfs niet met Kerstmis. Juist niet met Kerstmis. Ze ontwerpt en produceert al een jaar of vijf lingerie van een stof die gemaakt wordt van de naalden van afgedankte kerstbomen. Het is een soort viscose, die schijnt aan te voelen als zijde en prima transpiratie absorbeert. De stoffen krijgen kleur met niet-giftige textielverven.

Zowel het materiaal als de…

View original post 87 woorden meer

Het nieuwe weggooien

Opeens zag ik ze staan: een hele toom eenden, even sterk als twee paarden. In zo’n metalen diertje maakte ik als achttienjarige mijn eerste buitenlandse reis, helemaal naar Zuid-Frankrijk.

Opgegroeid in een autoloos gezin, met een vader die vakanties oninteressant vond, was die reis met twee studiegenoten voor mij één groot feest. Voor het eerst van mijn leven zag ik echte bergen, kampeerde naast ijskoude rivieren en voelde hoe heet de mediterrane zon is. Als ik op de achterbank van de rode Deux Chevaux zat, scheen hij door het opgerolde stoffen dak vol in mijn gezicht. Diezelfde achterbank was bovendien heel gemakkelijk uit de wagen te halen. Dan stond naast de tent opeens een bankje, waarop we ons al sjekkies rokend en vin du patron drinkend verbaasden over de eigenaardige gewoontes van de Fransen.

In de decennia erna kwamen honderden, nee duizenden automodellen op de markt. Steeds comfortabeler, met steeds meer snufjes, en de laatste jaren ook steeds duurzamer door een almaar dalend brandstofverbruik, doordat ze elektrisch rijden of doordat ze vergaand demontabel zijn. Ook een soort feest.

Lelijke eenden zie je echter nauwelijks meer. Raar eigenlijk, want ze waren al extreem duurzaam voor het een groen begrip werd. Simpel te demonteren voor hergebruik van materialen en onderdelen. Met een begrijpelijke, mechanische motor, waarin je zelfs als leek gemakkelijk een bougie, accu of V-snaar kon verwisselen. En een heel bescheiden brandstofverbruik van pakweg 1 op 20.

Maar laatst zag ik ze toch weer. Een heel stel eenden stond zomaar in een weiland. Waarschijnlijk nog net zo oncomfortabel als toen vanwege de beroerde vering. Tachtig per uur rijden geeft in een lelijke eend al een sensatie van ongekende snelheid. Een ervaring biedend die de soepele, stille hedendaagse automobiel niet biedt.

Hun bijzondere uiterlijk had het blijkbaar de moeite waard gemaakt de wagens goed te onderhouden. Ze zaten mooi in de lak. Tot mijn ontroering had een ervan zelfs een heel bijdetijds zonnepaneel op het dak. De lelijke eenden worden gebruikt voor nostalgische bedrijfsuitjes en hebben dus zelfs nog economische waarde.

Daarom zeg ik: eigenzinnige vormgeving, dat betaalt zich altijd uit. Combineer het met goed onderhoud, et voilà: daar heb je het nieuwe weggooien.

Lelijke eend

http://duckcity.nl/

http://www.ducktrail.nl/lelijke-eend-huren-zuid-holland/

http://www.telegraaf.nl/autovisie/oldtimer/onder-de-hamer/24807589/__Onder_de_hamer__Peperdure__lelijke_eend___.html

http://www.eendexperience.nl/

http://www.model-space.be/be/auto/2cv-home/index.php

http://www.garageruimzicht.nl/lelijke-eend-huren

http://www.2cvgarage.nl/

 

Tweedehands fonkelen

Een minimalist of een bewoner van een tiny house wordt er stapelgek. De hoarder daarentegen vindt het aanbod waarschijnlijk nog te schraal. Maar voor al die andere stervelingen kan het een bijzonder interessante plek zijn. Of eigenlijk: plekken. Want net zoals koffiezaakjes en verantwoordeburger-tenten is hun aantal de laatste jaren fiks gegroeid. Op 1 Oktober, komende zaterdag, hebben ze zelfs een eigen nationale dag.

Tweedehandswinkels zijn van alle tijden natuurlijk. Soms heet de aangeboden waar antiek. Op dit moment heet het eerder vintage, want iets minder oud.  En dan heb je nog kringloopartikelen, te vinden in voormalige scholen, schuren en loodsen. Bij organisaties die meestal draaien zonder winstoogmerk en die werk bieden aan mensen die moeilijk aan een baan komen. Ze heten meestal ook gewoon kringloopwinkel. Hoewel, vaak zijn het eerder warenhuizen.

Want bijna alles is er te koop. Heel veel kleren, schoenen, tassen en sieraden. Veel meuk in de categorie servies, fotolijstjes, posters, kandelaars en glaswerk. En verder vrijwel alles van bedden tot wasmachines, van boeken tot dvd’s, klokken, rollators en speelgoed. De vormgeving kan wat gedateerd zijn, de kwaliteit variërend van rotzooi tot top. Ik vind de kringloopwinkels geweldig.

De Japanse opruimgodin Marie Kondo publiceerde in 2014 een boek met de titel Opgeruimd!, dat uitlegt hoe fijn het is in een ordelijke omgeving te vertoeven. Het vervolg heette, veel inspirerender, Spark joy. De kern van haar boeken is, dat je leven enorm opknapt wanneer je alleen bezittingen hebt waar je plezier aan beleeft. Dus weg met alle overbodige spullen. Ze zette een trend van radicaal opruimen. In het Nederlands wordt dat nu ontspullen genoemd.

Als je passend bij de tijdsgeest ook wilt ontspullen hoef je noch de grofvuildienst in te schakelen, noch je kleinere overtollige have en goed in de vuilniszak te gooien. Het is vrijwel allemaal welkom bij de kringloopwinkel.  Ben je juist een beginnend kamerbewoner, net gescheiden man, elpee-adept, liefhebber van mechanische klokken of toe aan wat jaren zeventig servies, dan vind je het hier. Mooi toch: de een zijn meuk is de ander zijn schat .

Wat ook de reden is om naar een kringloopwinkel te gaan, ik sluit ik me aan bij Marie. Haar motto is ook een heel goed criterium bij alle andere keuzes die je in je leven maakt. Eigenlijk de enige vraag die echt telt: ‘Does it spark joy?’

 

https://kringloopdag.nl/

http://tidyingup.com/

http://www.tinyhousenederland.nl/

https://www.facebook.com/events/672675702885765/

 

kinderbed-auto kringloopwinkel-houten servies-vintage theepotten-vintage

 

Rode loper

Sommigen konden een lichte schok ternauwernood verbergen. Anderen waren minder tactisch en zeiden: ‘Wat? Woon jij in die achterbuurt? ‘

Tja, daar woonde ik. Tussen arbeiders, werklozen, studenten, Turken, Marokkanen en kunstenaars.  In een enigszins onderkomen, maar buitengewoon sfeervolle woning uit de jaren twintig. Het was er niet rustig nee. Soms werd er gevochten, en er werd wel eens een moord gepleegd.

Tegelijkertijd kende ik mensen die in beschaafde, rustige dorpen woonden, waar ook wel eens iemand  door geweld om het leven kwam.  Wat je daar dan weer niet had, was de variatie in bewoners en de reuring waar ik zo van houd.

Iets minder leuk voor een groenhart als ik was de hegemonie van de auto. Die had de status van almachtige. De grootste had voorrang, klaar.  Dikwijls stonden ze dubbel geparkeerd. Fietsers en voetgangers waren enigszins lachwekkende sta-in-de-wegs.

De afgelopen vijf jaar veranderde er iets in de buurt. De Chinees werd een chique Aziatisch fusionrestaurant. De Marokkaanse bakker had opeens een interieur van sloophout. In mijn eigen straat opende een biologische eterette en voor een baristakoffie hoef je niet meer naar de binnenstad.

Nog gekker: opeens zei letterlijk iedereen die hoorde wat mijn adres was, dat zij ook dolgraag een woning wilden in mijn achterbuurt. Zo sfeervol! Al die leuke winkeltjes! Al die authentieke Turken!

Ik concludeer dat ik nu dus op stand woon.

De studenten en kunstenaars zijn aan het verdwijnen. Behalve mannen met knotjes zie ik ook steeds meer bugaboos en bakfietsen. Tot nu toe is die yuppificering goed te hebben, want een beetje meer woorden- en minder vuistenstrijd juich ik toe. Maar waar ik pas echt opgetogen over ben, is het fietspad dat zojuist is aangelegd. In die winkelstraat waar je als niet-automobilist eigenlijk persona non grata was. Een fietspad rood als een loper, dat zegt: hier mag geen auto staan, maar mag jij, fietser, echt gewoon rijden.

Ik hoop natuurlijk dat mijn achterbuurt niet helemaal wordt overgenomen door tweeverdieners. Dat het een beetje onaangeharkt blijft. Maar zo’n fietspad door Klein Ankara, dat is het beste van twee werelden.

Fietspad Kanaalstraat

Nette natuur

Als kind plukte ik wel eens bloemen langs de kant van de weg. Er stond meer dan genoeg, in veel verschillende kleuren. Zoals boterbloemen, pinksterbloemen, madeliefjes, klaver, paarse distel en klaprozen.  Wanneer het precies gebeurde weet ik niet meer, maar geleidelijk werden de bermen steeds saaier.

Flink maaien en met gif spuiten werd gebruikelijk, zodat er alleen een duf grasmatje overbleef. Want die vuige natuur probeerde overal maar een zootje van te maken, en dat kon zomaar niet.Er kwam een moment dat ik me realiseerde dat ik al jaren geen klaprozen, klaver en pinksterbloemen meer had gezien. En al helemaal geen korenbloemen.

Ook particuliere tuinen waren vaak weinig inspirerend. Een gazonnetje, stijve perken. Of nog treuriger: tegels. De enkele bioloog die een natuurlijke tuin cultiveerde werd gezien als een aso, vergelijkbaar met iemand die zijn stukje grond volplempte met oude wasmachines en andere troep. In de stad zag je in veel straten amper groen, omdat het verboden was zelf iets te planten of neer te zetten. Openbare ruimte immers, die door gemeentes onderhouden moest worden.

Gelukkig bleek het keurig houden van het land een prijzige aangelegenheid. Zo prijzig dat het aantrekkelijk werd om wat minder netjes te zijn. Natuurlijk bermbeheer, heette dat. Oude wijn in nieuwe zakken, maar dat doet er niet toe. Geleidelijk keerde er wat ruigheid terug in bermen en parken. Het bleek ook veel goedkoper om mensen toestemming te geven voor de aanleg van geveltuintjes. Het maakte straten groener en leefbaarder, en dat alles ook nog eens aangelegd en onderhouden door de bewoners zelf.

De laatste jaren zijn daardoor de straten in mijn stadse arbeiderswijk vele malen aangenamer geworden. En als ik nu een eindje ga fietsen buiten de stad, is de afwisseling in begroeiing bijna weer als vanouds. Behalve klaver, zuring en wilde margrieten zie ik zelfs weer klaprozen. Nu die korenbloemen nog.

Bermbloemen 2

 

Paarse distel

 

Grotestadsgemeut

Waar je ooit opgetogen binnenstapte bij een etablissement met een bordje: “De koffie is klaar”, is dat precies de plek waar je vandaag de dag niet dood gevonden wilt worden. Of waar je denkt de dood te vinden, vanwege de intens smerige smaak van de soms urenoude bak pleur.

In Nederland begon volgens mij de Coffee Company als eerste met het maken van ontzettend lekkere koffie. Per kopje, terwijl je er op wachtte. Om te beginnen in Amsterdam, en daarna in een heel stel andere steden. De laatste drie, vier jaar doen steeds meer gelegenheden dat. Tot in Emmen en Goes zijn prima cappuccino of espresso te krijgen.

En dus is het opeens  een beetje modieus  om te mopperen over een tevéél aan koffietentjes. Net zoals over  een teveel aan eterettes met lokaal, puur en/of biologisch eten. Diezelfde overdaad aan horeca die we zo leuk vinden in andere landen, als we er op vakantie zijn.

Grotestadsgemeut, zou ik zeggen. Veel van het goede maakt blijkbaar in sommigen van ons de snob wakker. Toegegeven, tarwegrassap en cacaonibs zijn tamelijk vies. Maar voor de rest geniet ik met volle teugen van al die zaken waar je lekker en best gezond kunt eten en drinken. Zonder al te veel exotica, meestal gemaakt met producten uit je buurt.

Ik ben blij dat boeren hun waar in hun eigen omgeving af kunnen zetten, in plaats van het te moeten transporteren naar verre oorden. En ik vind het leuk dat veel van die kleine restaurants en koffiezaken gerund worden door mensen die vaak een loopbaan als econoom, jurist, bedrijfskundige of consultant aan de wilgen hebben gehangen. Banen met status, zeker. Alleen dikwijls behoorlijk theoretisch. Die eenzijdigheid bevalt slecht.

Dus zijn ze iets gaan doen dat veel concreter en bevredigender is. Lekkere dingen bereiden en het gezellig maken in een vaak heel persoonlijk ingericht zaakje. De wereld wordt er knusser van, want weinig doet zo goed als een liefdevol bereide maaltijd. Dus doe mij nog maar wat minder juristen en economen, en meer restaurants en koffiezaakjes. Ik noem het: vooruitgang.

IMG_3468IMG_3229408784_510963418933668_127017120_nIMG_3122

http://www.coffeecompany.nl

http://www.smakers.nl

http://www.frietwinkel.nl

http://www.gastmaalendetafel.nl

https://nl-nl.facebook.com/pages/BakBlik030/1391278631111571

http://www.bondsmolders.nl

http://www.misterkitchen.nl

 

De ogen van de uitvaartondernemer

De kist gebruiken waar eerder een andere dode in gelegen heeft? Of het boeket naast de baar laten staan voor de volgende uitvaart? De deeleconomie, waarbij je spullen van anderen gebruikt in plaats van alles nieuw aan te schaffen, lijkt in de uitvaartbranche lastig te implementeren. Maar oh, verrassing: eigenlijk is het al lang gemeengoed.

De Australische verpleegster Bronnie Ware vroeg aan een grote groep ouderen op hun sterfbed waar ze het meeste spijt van hadden. En zoals te verwachten was zei niemand: “Ik wou dat ik meer spullen voor mezelf had gehouden”. Of überhaupt: “Ik wou dat ik meer spullen had gehad”. Het speet hen boven alles dat ze niet geleefd hadden zoals ze zelf wilden, maar zoals van hen verwacht werd. Of dat ze te druk bezig waren geweest met geld verdienen in plaats van tijd door te brengen met familie en vrienden. Zo’n besef van de tijdelijkheid van materieel bezit is vermoedelijk sterker bij mensen die in de uitvaartbranche werken. Zij zien immers vrijwel dagelijks dat na de dood opeens niets meer van jou is. Of het nu je kleine of je grote huis is, je auto of je fiets, je kleren of je beleggingen.

Maar zolang je bij de levenden hoort, zijn allerlei spullen fijn, comfortabel, nuttig of handig. Je hoeft ze alleen niet allemaal te bezitten, want lenen of huren kan net zo goed. Dat is precies wat mensen steeds vaker doen. Het verschijnsel heet de deeleconomie, een trend die is aangezwengeld door de jongere generatie. Zij hecht meer aan ervaringen en gebruik dan aan bezit, en moderne technologie maakt delen gemakkelijk. Inmiddels duizenden mensen lenen of huren via allerlei sites de meest uiteenlopende spullen en diensten van elkaar. Auto’s, woningen, gereedschap en zelfs maaltijden. Delen is milieuvriendelijker, goedkoper en scheelt ruimte in je huis. Voor veel ouderen is het wel wennen. Vooral de eigen auto is nog steeds een puntje.

Afgelopen zomer reed ik een paar keer met een OV-fiets naar uitvaarten, op pittoreske plekken zonder noemenswaardig openbaar vervoer. De OV-fiets is een milde vorm van delen. Je wordt lid en kunt dan voortaan snel en voor een prikje op honderden plaatsen in het land een fiets huren. Toch was ik de enige die ongemotoriseerd kwam. Natuurlijk waren er mensen die met zijn vieren of vijven in één auto zaten. Het gros was echter hooguit met zijn tweeën. Waarschijnlijk weet u dat vervoer van rouwenden 70% uitmaakt van de milieubelasting van een uitvaart, omdat veel bezoekers van ver komen. Delen in plaats van hebben zou daar een prachtige oplossing voor zijn. Carpoolen dus, maar dan door mensen die naar dezelfde uitvaart gaan.

Het is te realiseren met een site als Blablacar, die automobilisten met uiteenlopende bestemmingen en potentiele meerijders met elkaar verbindt. Een carpoolsite voor uitvaarten zou ook helemaal passen in de deeleconomie en aansluiten bij de voorlopersrol van de branche. De voorlopersrol? Jazeker, die is er. Zeker sinds het aantal ZZP’ers in de branche zo explosief gestegen is.

Soms zetten zelfstandige uitvaartondernemers gezamenlijke voorzieningen op, zoals Anneke Beunder en Els Görtemöller. In Noordwijkerhout begonnen ze Het Uitvaarthuys, een rouwcentrum met een 24-uurs kamer, een verzorgruimte en een winkel waar de nabestaanden zaken vinden als boeken, condoleancekaarten, urnen, grafmonumenten, herinnerings- en as-sieraden. De meeste ZZP’ers  hebben echter geen eigen rouwcentra, rouwauto’s of andere faciliteiten. Die huren ze bij gespecialiseerde leveranciers  of andere, grotere uitvaartbedrijven. En zelfs die hebben niet àlles in huis. Ze maken zelf geen muziek en geen boeketten. Ze verzorgen geen maaltijden of drukwerk. Ze maken gebruik van bestaand materieel, middelen en mensen, precies zo lang als ze die nodig hebben.

Om ook nabestaanden zover te krijgen dat ze aspecten van de uitvaart realiseren door te delen is lastiger, lijkt me, en vraagt de nodige creativiteit. Kistenverhuur is een mogelijke stap, maar lastig wanneer voor wie de uitvaart een persoonlijk tintje wil geven. Door de kist te beschilderen of beschrijven bijvoorbeeld. Toch denk ik dat nabestaanden bij een uitvaart niet tot het uiterste zullen gaan om verspilling te verminderen. Ik verwacht wel steeds meer interesse voor een groene uitvaart, waarbij gelet wordt op afbreekbare materialen, minimaal vervoer en een biologische lunch.

Eén ding is zeker. De levenden hebben vaak de keuze. Tot besluiten of je je huis voor jezelf houdt of dat je onderdak biedt aan iemand die zonder zit. Kiezen om je laatste dropje zelf op te snoepen of het aan iemand anders te geven. Na de dood deel je alleen nog maar. Op voor de hand liggende manieren, omdat je bezittingen naar anderen gaan. Verdergaand wanneer je je organen beschikbaar stelt voor transplantatie, of zelfs je hele lichaam cadeau doet aan de wetenschap. Maar elk lichaam – begraven, gecremeerd, gecryomeerd, geresomeerd of gecomposteerd – valt uiteindelijk uiteen in moleculen en atomen van alle bekende en onbekende scheikundige elementen. Ze komen daarna terug in  een andere fysieke vorm. In planten, bomen, dieren en mensen. In grond, lucht en water. De atomen die nu de ogen vormen die dit verhaal lezen, kunnen over tien jaar onderdeel zijn van een tak of een rots. En misschien kijken ze wel opnieuw naar de wereld door de ogen van een uitvaartverzorger in de deeleconomie.

20100805-013_Amersfoort_-_Waterspuwer_aan_de_Langegracht

Dit essay verscheen in het Brancheblad Uitvaartzorg, editie April 2016