Zijn bekomst van affaires

Theo (58): Het was een heel kort gesprek. Dorine stond te strijken, en ik had haar net gevraagd wanneer we weer eens tijd voor elkaar zouden maken en vrijen. Want na ons derde kind was het al twee jaar praktisch nul. Ze antwoordde: “Ik heb er gewoon geen zin in. De hele dag zitten de kinderen aan me, ik heb geen ruimte meer. Je moet geduld hebben.” “Hoe lang dan?”, vroeg ik. “Tien jaar”, bedacht ze heel snel. “Tot ze naar de middelbare school gaan”.

Enorm afgewezen voelde ik me. Totaal de klos. Was dit de uitkomst van een gezin hebben? Toen zei ze: “Je bent niet mijn bezit. Als je wilt kun je iemand anders zoeken om het mee te doen.” En dat gaf opeens heel veel lucht. Ik wilde beslist niet weg. Ik wilde leven met haar en de kinderen. Maar het kon, het mocht met iemand anders. Niet dat ik daarna meteen het huis ben uitgerend om de buurvrouw te bespringen. Ik was ook moe, van het gezinsleven en een volle baan, en bovendien verlegen.

Zo verstreek de tijd. Geleidelijk vreeën we weer wat vaker, maar ook na tien jaar geduld bleef het een zeldzaamheid. Opeens, voor mij volkomen onverwacht, werd ik op een feestje verleid door een kennis van ons gezin. Ze kwam naast me zitten en legde haar hand op mijn been. Keek me aan, lachte, tot ik smolt. Het was een fijn gevoel om toch nog in de markt te liggen, en voor mij het moment om iets te doen met de toestemming die ik ooit gekregen had. Uiteindelijk hebben we een paar keer met elkaar in bed gelegen. Daar is het bij gebleven, omdat ze zich bezwaard voelde naar Dorine. Die wist ervan, maar voor haar was het in de eerste plaats belangrijk dat we het als gezin goed hadden. Ze zei: “Mijn gescheiden vriendinnen hebben het ook niet beter.”

Een hele poos later werd ik opnieuw verleid, dit keer door een getrouwde collega. Ook in haar huwelijk was weinig erotiek. Jarenlang deden we het vaak en op allerlei verschillende plekken. En toen kwam er nóg een vrouw bij. Een alleenstaande bekende van mijn tennisclub. Tijdens een trainingsweekend ging ze steeds heel dicht bij me staan. Vroeg of ik kinderen had. Of ik getrouwd was. “Ja”, zei ik, “en dat blijft ook zo.” Desondanks werd het een affaire. Ze heeft me nooit gevraagd om weg te gaan bij Dorine, maar eiste wel een steeds groter deel van mijn tijd. Als ik de avond en een stuk van de nacht bij haar had doorgebracht en wilde gaan zei ze: “Blijf toch, we liggen nog zo lekker.” Van een uitdaging werd het steeds meer een belasting. Op een gegeven moment trok ik het niet meer en heb het uitgemaakt.

Intussen waren de kinderen groter en werd mijn geduld beloond. De relatie met Dorine bloeide in alle opzichten op. We maakten steeds vaker leuke uitstapjes en hadden veel meer seks. Toch vond ik het jammer dat de getrouwde collega zich op een gegeven moment terugtrok als minnares. Zij blijft voor mij een erg aantrekkelijke vrouw. Maar sindsdien ben ik volledig monogaam. Tijd doorbrengen met Dorine vind ik het allerleukste. Zij is mijn thuishaven, mijn ware liefde. Ik heb mijn bekomst van affaires. Wat niet wegneemt dat als ik oud ben, ik zeker met plezier zal terugkijken op die periode met drie vrouwen. Ik heb de bloemetjes goed buitengezet.

 

Beeld Tomasz Mikolajczyk

Dit verhaal werd eerder geplaatst in AD Magazine van 10 november 2018

Advertenties

Zij wil toch een plek voor zichzelf

Over gemak en ongemak in een relatie. Na 29 jaar gingen Cees (60) en Magda (53) eindelijk écht met elkaar praten. Nu veranderen ze hun huwelijk in een latrelatie. Dat wordt wennen, beseft Cees.

“Als ik de helft van ons huwelijk thuis ben geweest is het veel. Een beroepsmilitair is nu eenmaal veel op pad. Magda wist dat vanaf het moment dat we elkaar ontmoetten. Ik werd voor het eerst uitgezonden vlak nadat we gingen samenwonen. Zes maanden naar de Sinaï. Voor mij was het een unieke kans op avontuur, en helemaal niet gevaarlijk. Twee keer kwam ze over voor een vakantie. Het gevoel dat we bij elkaar hoorden was zo sterk, dat we besloten na mijn terugkeer te trouwen.

We verhuisden naar een saai dorp in het westen van het land. Onze oudste is er geboren, maar we waren om meerdere redenen niet gelukkig. Achteraf denk ik zelfs dat Magda een postnatale depressie had. We praatten er alleen niet over. Ze is een binnenvetter, ze kropt dingen op, en ik werkte in een organisatie waar je niet zeurt. In die tijd ging ik op missie naar Joegoslavië. Dat heeft op mij een grote impact gehad. Het was een echte oorlog. Er gebeurden gruwelijke dingen, waar wij als militairen getuige van waren. Bij terugkomst deed je kort je verhaal op de kazerne, en daarna was het over tot de orde van de dag.

Maar ik was mijn onbevangenheid, mijn onschuld kwijt. Ik kreeg een korter lontje. Ik voelde me niet gewaardeerd, noch door mijn omgeving, noch door mijn vrouw. Soms knalde mijn boosheid eruit, daarna was ik het snel vergeten. Magda niet. Toen ik overgeplaatst werd naar een andere stad waar we het wel naar onze zin hadden, kon ik die boosheid achter me laten. We woonden in een jonge buurt, Magda had er vriendinnen, onze tweede is er geboren. Het was een fantastische tijd.

De uitzendingen volgden elkaar op.  Bosnië, het Midden-Oosten, Cyprus, de VS. Afghanistan. De laatste acht jaar van mijn loopbaan woonde ik in Italië en Frankrijk en vloog een paar keer per maand naar Nederland. Magda regelde de hele toko thuis, want ze is behalve lief ook pittig en zelfstandig. We leidden parallelle levens. Geen vier handen op één buik, geen samen. Ik werd steeds meer een voorbijganger in het leven van mijn gezin. Bij ergernissen dachten ze: laat maar, hij gaat zo toch weer weg.

Tot ik op mijn 57ste met functioneel leeftijdsontslag moest en wél bleef. Ik was te jong en energiek om niets te doen. Ik liep met mijn ziel onder de arm en bemoeide me met het leven van Magda en de kinderen. Met de beste bedoelingen, maar dat wilden zij natuurlijk helemaal niet. Er waren irritaties en ruzies. Ik ging niet meer ‘zo weg’.

Magda’s idee om uit elkaar te gaan was zó’n schok voor me. Toen zijn we eindelijk écht met elkaar gaan praten. Ik ging in therapie om mijn oorlogservaringen als militair te verwerken en we deden relatietherapie. De scherpe kantjes verdwenen. Toch wil Magda nu een plek voor zichzelf, omdat ze vindt dat onze relatie een vriendschap is geworden. Binnenkort vertrekt ze naar haar eigen woning. Ik blijf in ons oude huis.

Het is niet echt mijn beslissing. Ik houd zielsveel van haar. Ik moet er niet aan denken iemand anders te hebben, en voor haar is het net zo. Daarom hoop ik dat dit goed gaat werken voor ons. We geven het in ieder geval de tijd.”

Dit verhaal werd eerder geplaatst in AD Magazine van 29 juli 2018

In wezen ben je zélf een klokkenverzameling

Het raadsel tijd

Voor de tijd hebben we geen orgaan. Kleine en grote uurwerkcollecties zijn om het fenomeen heen gebouwd, terwijl je het niet kunt zien, horen, ruiken, voelen of proeven. Journalist Alan Burdick onderzocht het in al zijn aspecten in een boek over tijd en waarom die vliegt.

Als jongvolwassene weigerde Burdick een horloge te dragen. Tijd voelde voor hem als een drukkende last, van bovenaf opgelegd. Geleidelijk realiseerde hij zich dat hij de tijd meed omdat hij er heimelijk bang voor was, al had hij geen idee wat het eigenlijk was (en is). Op een dag besloot hij op zoek te gaan naar het antwoord, bij klassieke en moderne filosofen, bij wetenschappers en bij zijn eigen uurwerkreparateur. Waar hij snel achter kwam, was dat er niet één waarheid is over de definitie van tijd. Best merkwaardig, als je bedenkt dat onze hele samenleving rond tijd is opgebouwd.

Uren, minuten, seconden

Wat elke klok in essentie doet, is de dag opdelen in handzame eenheden. Een heel bruikbaar, door mensen bedacht systeem. Tot de twintigste eeuw maten klokken de uren en de minuten. Met de komst van het quartz-uurwerk werd ook de seconde belangrijk. Burdick kreeg er mee te maken toen hij, al jaren getrouwd, van zijn schoonvader zijn allereerste horloge cadeau kreeg. Een Concord quartz, met de uuraanduiding in goudkleurige streepjes. Niet dat het hielp: op zijn afspraak bij het Bureau International des poids et mesures in het Franse Sèvres kwam hij prompt te laat. Het Bureau is een van de plekken waar hij mensen interviewde die zich beroepsmatig bezig houden met tijd. In zijn boek komt de lezer ze allemaal tegen.

Celklok

De schrijver vertelt mooie verhalen over de afstelling van alle uurwerken ter wereld op dezelfde tijd: de Universal Coordinated Time. Over hoeveel mensen daar dagelijks mee bezig zijn, en waarom dat belangrijk is voor het goed functioneren van GPS-systemen. Hij laat wetenschappers aan het woord die zich bezighouden met hoe tijd in lichaam en geest functioneert. Zij stellen dat zich in allerlei organen en zelfs cellen klokken bevinden, die met elkaar communiceren en zich op elkaar afstemmen. Een wetenschapper bracht maanden achter elkaar alleen door in een grot, afgesloten van het dag- en nachtritme dat door de zon wordt bepaald. Toen hij weer bovenkwam bleek dat hij er bijna een maand langer was gebleven dan hij dacht. Hetzelfde viel op bij mijnwerkers die na een ongeval tien dagen onder de grond hadden gezeten, maar dachten dat het drie dagen waren geweest.

De mens als klok

Onder al onze levens loopt de cyclus die de etmalen indeelt. Talloze lichaamsritmes- en processen worden er door bepaald. Zo is je bloeddruk het hoogst rond het middaguur, en je alertheid het laagst tussen drie en vijf uur in de ochtend. De cyclus is een klok die blijft ‘tikken’, ook als de mens, het dier, de plant en zelfs de schimmel lang achtereen geen daglicht ziet. Nog mooier is de constatering dat iedere cel in het lichaam zijn eigen klok heeft. Een volwassen menselijk lichaam bestaat uit zo’n vijftig miljard cellen. In wezen ben je zélf een klokkenverzameling.

Gelaagde ervaring

Er is dus ‘meetbare’ tijd, aangegeven door een klok. En er is de tijd die je intern ervaart. Maar we gebruiken het woord ook om aan te geven hoeveel uren zijn verstreken, en in welke volgorde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. We gebruiken het om verschil te maken tussen heden, verleden en toekomst, en om nú aan te duiden. Tijd is, kortom, een gelaagde ervaring. In ‘Waarom de tijd vliegt’ mengt Burdick wetenschappelijke waarnemingen en filosofische theorieën met zijn persoonlijke ervaringen. De voor jonge ouders verschrikkelijke ochtendklok van baby’s bijvoorbeeld. De interne klok van algen in de vijver bij zijn kantoorgebouw. Zijn tocht naar de Noordpool in Alaska, waar hij ervaart hoe het is als de dag duurt van half mei tot half augustus.

Vliegen

Tijdloosheid is benaderd door experimenten in donkere grotten of op plekken met eindeloos daglicht. Het kan ook door een lange vliegreis te maken, langs de 24 tijdzones van elk een uur breed. Een intercontinentale vlucht is misschien ook wel de ideale gelegenheid om dit boek te lezen. Je ervaart aan den lijve de tijdsverschillen tussen de ene bestemming en de andere. Over het algemeen is er weinig afleiding, dus je kunt goed opletten. Dat vraagt dit boek ook wel van je. Soms zijn de uitweidingen over wetenschappelijke onderzoeken taai. Dan denk je als lezer: ‘Ja ja. Het zal wel, lekker belangrijk, die femto-, atto- en zeptoseconden, of die beschrijvingen van ogenschijnlijk pietluttige experimenten.’ Sla ze gewoon over en geniet van de fascinerende kennis die je opdoet. Na lezing weet je waarom de astronomie aan de basis staat van de tijd die onze klokken aangeven. Hoe en waarom tijdssystemen ons bestaan gemakkelijker hebben gemaakt. En misschien ook wel of de tijd écht vliegt.

 

Alan Burdick

“Waarom de tijd vliegt”

Uitgeverij Meulenhoff Boekerij

ISBN 9 789029 092128

Dit verhaal verscheen eerder in 0024, magazine over Haute Horlogerie

Van liefde sterker dan de dood

Eveliene wilde een sieraad dat vertelde van de liefde tussen haar en haar overleden man Peter. Gemaakt van hun trouwringen. Nu draagt ze elke  dag met vreugde haar vogeltjesring.

“Vóór hij op 9 april 2015 de operatiekamer inging, hebben Peter en ik samen onze trouwringen afgedaan. De arts had gezegd: ‘Neem maar afscheid’. Ik stopte ze in een zakje, samen met alle sieraden die ik op dat moment droeg. Het was zo’n intens verdrietig moment in niemandsland. Ik dacht dat mijn leven met hem voorbij was.

Peter redde het tóch. Maar onze ringen hebben we niet meer aangedaan. Nog vier maanden heb ik hem thuis verpleegd.

Op onze laatste trouwdag gaf ik hem een schilderijtje met daarop vier musjes. Symbolisch voor ons gezin, want een van de vier stond omgedraaid, alsof hij klaar was om weg te vliegen. Op 10 juli 2015 had Peter nog één heel helder moment. De tuindeuren stonden open en een zwaluw vloog naar binnen. Ik dacht: jasses, die kakt de kamer onder. Maar Peter zei: ‘die zwaluw komt me zo halen’.

Daarna hadden we geen bewust contact meer. Een dag later overleed hij.

Het duurde drie jaar voor ik onze trouwringen weer durfde dragen, na het intense afscheid van ons liefdevolle leven samen. Alleen dan niet gewoon aan elkaar geplakt, als een weduwe. Ik wilde een verhààl. Bij het googelen op ‘trouwringen veranderen’ kwam Aletta’s vogeltjesring boven. Omdat vogeltjes zo’n belangrijke rol spelen voor ons gezin, móest zij wel de juiste persoon zijn.

Het ontwerpen was een heel proces. Ik wilde het ook niet afraffelen. Ik was er klaar voor, maar nog niet helemaal. Terwijl Aletta schetsen en concepten maakte, kon ik er naar toe groeien.

Aletta heeft van onze trouwringen inderdaad een ring gemaakt als een verhaal. Niet glad, omdat het leven niet glad is. Luchtig, omdat het leven wel is doorgegaan, met Peter in een kamer van mijn hart. In twee kleuren goud en met gebruik van de diamanten uit onze trouwringen. Onze zoons vinden het prachtig. Peter’s moeder ook. En andere mensen kijken en zeggen: goh, wat bijzonder. Ik vind het fijn om dan ons verhaal erachter te vertellen, ‘van liefde sterker dan de dood’. Ik draag mijn vogeltjesring elke dag met vreugde.

Dit verhaal verscheen eerder als testimonial op de website van goudsmid Aletta Teunen

http://www.goudsmidutrecht.nl

De Werfkring – Koken als meditatie

In 1976 was De Werfkring het allereerste vegetarische restaurant in Utrecht. Het concept is sinds die tijd nauwelijks veranderd. Dezelfde gerechten, géén muziek en beperkte openingstijden. Het zijn precies de redenen dat mensen steeds terug blijven komen.

Namgyal Lhamo is onder liefhebbers van Tibetaanse muziek een grote naam. Voor optredens als zangeres en instrumentaliste reisde ze de hele wereld over. Voor de liefde streek ze neer in Utrecht. Daar deed ze haar best om via cursussen dat moeilijke Nederlands te leren. Ze zocht bovendien een mogelijkheid om de taal op simpel niveau meer te gebruiken. Het werd een baan als serveerster bij De Werfkring.

Leuk en lekker

De eigenaren hadden voor hun vegetarische restaurant eigen recepten ontwikkeld. Een combinatie van granen, kruiden, peulvruchten, gestoofde groente en rauwkost, zoveel mogelijk van biologische teelt. Altijd vers, geen blik en ter plekke gesneden. Namgyal: “Ik vond die manier van eten leuk. Je kreeg veel verschillende dingen op je bord. Bovendien waren het precies de smaken die ik lekker vind.”

Rustige plek

In 1981 nam ze het restaurant en de receptuur over. De eerste drie jaar werkte ze met hulp van haar zus Chukie. Ze kregen les van de koks en schreven alle recepten nauwkeurig op. “Je kon in de Werfkring niet zomaar een kok neerzetten, omdat de recepten zo eigen waren. Ik had natuurlijk wel ideeën hoe ik het anders wilde doen, maar we begonnen met die basis. We hielden ook vast aan de relatief korte openingstijden. Daardoor hadden we weinig stress en geen vermoeide medewerkers. Verder spelen we dus geen muziek. Mensen vinden dat lekker, zo’n rustige plek midden in de stad. En ook al ben ik musicus, ik hoef mijn eigen muziek niet de hele dag te horen.”

Lieve mensen

Namgyal is tegenwoordig vooral gastvrouw, maar hoe dingen moeten bij De Werfkring leert ze iedere kok zelf. Een goede workflow is cruciaal. “Als je die niet beheerst, heb je om vijf uur ’s middags het eten niet klaar. Je mag bijvoorbeeld nooit vergeten om de avond van tevoren de bonen in de week te zetten. Je hebt genoeg tijd nodig om alles ter plekke te snijden. Steeds dezelfde gerechten maken is trouwens niet saai. Integendeel. Het is een vorm van meditatie.” Zo’n uitspraak past bij Namgyal’s boeddhistische overtuiging en bij haar gasten, waarvan ze zegt: “Lieve mensen, eerlijke mensen, die keer op keer terug komen.”

Rijke smaken

Kleine veranderingen zijn er trouwens wél. Namgyal: “Goed samenstellen is een kunst. Ik wil rijke smaken. Natuurlijk rijk. Een beetje zoals je thuis eet, ongepolijst. Soms voeg ik iets toe, of ik haal bepaalde kruiden weg. Soms maak ik een gerecht minder zoet. Als de smaak goed is, geef ik die kennis door aan de mensen in de keuken.”

Stevig poetsen

Als vegetarisch restaurant was De Werfkring altijd al duurzaam, lang voor het begrip gemeengoed werd. De inkoop van kleine hoeveelheden maakt een diepvriezer tot de dag van vandaag overbodig. Kruiden worden bewaard in verpakkingspotten van eerder gebruikte ingrediënten. Met schoonmaakmiddelen is De Werfkring zuinig: er wordt gewoon steviger gepoetst. Wel bijdetijds is de recent aangeschafte LED-verlichting.

Interessant 

Namgyal staat nog geregeld op muziekpodia. Dan neemt haar team de taken over, maar dat ze het desondanks al zo lang volhoudt komt door haar gasten. “Een restaurant gaat over veel meer dan koken alleen. Je leert ook zo ontzettend veel over mensen. Daardoor blijft het voor mij interessant..”

 

 

http://www.dewerfkring.com/

Namgyal Lhamo

Dit verhaal verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel vier in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

Dessau en het verlangen naar kunst

Je merkt het nauwelijks, eigenlijk. Een paar decennia geleden was dat wel anders. Bij checkpoint Charlie lieten nors kijkende mannen in groene uniformen je met tegenzin binnen. Het land had westerse deviezen nodig, en daarom was Oost-Berlijn voor gedegenereerde kapitalisten toch te bezoeken. Geïntimideerd schuifelden die de grens over om te kijken naar die hen zo vreemde, grauwe stad. De rest van het land kon je vergeten. Op die ene rechte weg dwars door de DDR na dan.

Ergens ben ik de verdwenen grens overgegaan, zonder het in de gaten te hebben. Want veel wegen zijn prima, kastelen prachtig opgeknapt, het assortiment in supermarkten is ruim en het eten in restaurants goed. Dat ik in de voormalige DDR ben valt me pas op, als ik in Gatersleben denk dat het net zo goed Gaterstot had kunnen heten. De meeste inwoners zijn weg. Vertrokken naar een plek met meer werk, meer comfort, meer plezier. Veel huizen liggen er verwaarloosd bij.

Het volgende dorp heet Schadeleben. Letterlijk vertaald klinkt dat als: Jammer zeg, leven. Ik rijd er eindeloos rondjes omdat de bewegwijzering alle kanten opgaat, behalve de juiste. In Stassfurt zijn straten vol oude gaten. Het centrum is vier meter verzakt door de kalimijnbouw in de communistische tijd. Waar ooit een middeleeuws centrum was, is nu een stadsmeertje.

Ik ben blij dat ik na één overnachting in een monteurspension weer weg kan. Op mijn fiets is het leven altijd goed, de natuur tussen dorpen en stadjes prachtig. In iedere woonplaats denk ik, nog een klein eindje verder, want hier is het ook niet bijster bruisend. Laat in de middag begint het te regenen. Maar ik zie op een bordje dat het nog maar twintig kilometer is tot Dessau.

Ik ben opgetogen. Dessau, de geboorteplaats van de Bauhausbeweging! Een stroming waar we het tijdens de lessen kunstgeschiedenis op school vaak over hadden. De bakermat van het  modernisme, de Duitse zusterbeweging van De Stijl. De grondleggers vluchtten begin jaren dertig voor de nazi’s. Na de oorlog hadden de communisten weinig belangstelling voor de vooruitstrevende gebouwen en kunst die ze achter hadden gelaten. Al waren ze de helden van westerse architecten en kunstenaars, Dessau was toen een onbereikbare bestemming in een afgesloten land.

Nu kan ik er gewoon op de fiets naar toe.

Ondanks de regen krijg ik vleugels. Ik wist niet dat het kon, maar opeens verlang ik naar kunst. Naar interessante dingen om naar te kijken, naar nieuwe ideeën, naar inspiratie en opwinding. Ik denk aan keramiste Dorothea, die me vertelde dat ze na de Wende eindelijk materiaal kon aanschaffen om uitzinnig gekleurd werk te maken. Ze verkocht het in grote aantallen. “Die Leute haben sich so gesehnt nach Farbe, nach fröhlichem”, zei ze. Ik snap precies wat ze bedoelt.

Doorweekt kom ik aan op mijn slaapadres. Een oude villa met een moderne aanbouw. In Bauhausstijl.

 

Jugendherberge Dessau-Roslau

Bauhaus

 

Bauhaus trappenhuis

 

http://www.bauhaus-dessau.de/de/geschichte/bauhaus-dessau.html 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bauhaus

http://www.walter-gropius.com/

http://www.spiegel.de/kultur/gesellschaft/bauhaus-neue-meisterhaeuser-in-dessau-a-969782.html

Eten van héél dichtbij

Fair, noemen Victor Stukker en Joyce Bielderman de filosofie achter hun restaurant Héron. Ze serveren veelvuldig wisselende gerechten en dranken, gemaakt van zo schoon mogelijke producten uit de directe omgeving. Net zo belangrijk vinden ze een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers.

Héron, in de smalle Schalkwijkstraat, ligt weliswaar in het stadscentrum, maar uit de loop van winkelend publiek en dagjesmensen. Bewust, want Victor en Joyce willen gasten die echt komen voor wat zij bieden. Die geïnteresseerd zijn in het concept en graag een hele avond tafelen.

Victor is een geboren horecaman. Van jongs af aan werkte hij in het Sallandse restaurant van zijn ouders. Toen de high school sweethearts naar Utrecht verhuisden, was hij twintig jaar lang bedrijfsleider in allerlei Utrechtse horeca. Tot hij behoefte kreeg aan een plek van zichzelf. Dat werd Héron. Partner Joyce, culinair journaliste, had geen ambities in die richting (‘Ik ben een eter, geen koker’), maar is desondanks met hem meegegroeid. “Heel organisch. Ik dacht mee over alles van inrichting tot menu, viel in toen een bedieningsmedewerker op vakantie was en bleek brood bakken heel leuk te vinden.”

Moois uit de tuin

“Met Héron wil ik andere aspecten van mezelf ontwikkelen”, legt Victor uit. “Nadat we een hond kregen kwam ik weer vaker in het bos. Dat gaf niet alleen een heerlijk vrij gevoel, ik ontdekte ook steeds meer eetbare kruiden en planten. Ons bezoek aan Noma, het Deense sterrenrestaurant dat heel veel gebruik maakt van eetbaars uit de directe omgeving, gaf de doorslag. Ik vond het geweldig wat er allemaal kon en paste het steeds vaker toe op mijn werkplek. Als vrijwilliger op biologische moestuin Maarschalkerweerd, een sociale tuinderij in Utrecht Oost, viel me nog iets op. De tuin bracht heel veel moois op. Hoe kon het dan dat geen enkel restaurant het kocht?”

Klaar

De keuze voor producten van heel dichtbij kwam dan ook van Victor. “Ik vind herkomst belangrijk. Noten, bessen, paddenstoelen en kruiden plukt hij in het wild. Weer andere kruiden en eetbare bloemen kweekt hij in zes grote bakken op de binnenplaats van de Leeuwenbergkerk, aan de overzijde van de Schalkwijkstraat. En elke week is hij op de tuinderij van zijn vaste leveranciers onder de rook van Utrecht. Koks Bobby, Jord en Taco werken met het aanbod van de leveranciers, ongeacht of dat binnen of buiten het officiële seizoen van bijvoorbeeld aardbeien, asperges of wild klaar is. Daarom kan de kaart van het ene jaar totaal verschillen van het volgende.

Zwammen

Arbeidsintensief, zeker. “Maar ook inspirerend”, zegt Joyce. “Het directe contact levert zóveel kennis op. Dat werkt door in de gerechten. Zo had een van onze boeren een partij verregende mais, waar zwammen op waren gaan groeien. Of wij iets konden met deze Mexicaanse truffel. We hebben ze verwerkt in een amuse. Gasten waren door die onbekende smaak volledig verrast.”

Lange termijn

De keuze voor lokale leveranciers betekent dat Héron bijvoorbeeld geen citroenen of chocolade gebruikt. Al doen ze wel concessies, omdat koffie, thee en specerijen nu eenmaal alleen in tropische gebieden groeien. In het interieur is gebruik gemaakt van hout uit een Zutphen’s slooppand, van door een sterrenkok geschonken borden en tweedehands bestek. Minimale verspilling is een voortdurend aandachtspunt. Joyce: “Toch noemen we onszelf eerder fair dan duurzaam. We willen een zaak voor de lange termijn, waar iedereen beter van wordt. Menselijke werktijden en een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers. Zonder onszelf te kort te doen natuurlijk!”

Dit artikel verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel drie in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.heronrestaurant.nl

De ziel laten schommelen

Grote hoofden, grote lichamen. Vaak te zwaar. Fysiek zijn ze behoorlijk aanwezig, onze Oosterburen. In de landelijke gebieden van Noordrijn-Westfalen en Saksen-Anhalt zelfs nog iets meer dan in de steden, lijkt het. De mannen doen me in hun geruite overhemd met korte mouwen denken aan uit de kluiten gewassen kinderen. De enorme T-shirts met ronde hals waar de vrouwen zich in hullen zijn maximaal seksloos.

Zonder uitzondering zijn ze beleefd. Misschien zelfs braaf. En gezagsgetrouw. Als ik op een volmaakt lege straat door rood fiets krijst een vrouw op de stoep: “Führerschein einnehmen, das sollte mann!” Bij mij zou dat niet helpen. Ik heb niet eens een rijbewijs.

Op een terras in Höxter ergert een man zich aan het geskype van twee Afrikanen en een hooliganachtige Duitser. Ik begrijp zijn ergernis. Ook ik vind het harde, krakerige geluid uit hun telefoon hinderlijk. Maar als hij hen toebijt: “De politie zal jullie wel leren om je aan de regels te houden”, vind ik zijn machteloze dreigen met een autoriteit toch irritant.

In Duitsland zijn de meeste dingen goed geregeld, en bijna iedereen houdt zich aan die regels. De keerzijde is dat het leven tamelijk voorspelbaar en weinig opwindend is. Zou dat een reden zijn om zoveel te eten en te drinken, vraag ik me af. Je hebt wat te doen en het geeft een aangenaam gevoel ten slotte. Misschien is de veilige saaiheid van het bestaan ook de reden dat ze zoveel krimi’s produceren. Iedere avond zijn er op de verschillende zenders wel een paar te zien, meestal van eigen makelij. Met fantastische acteurs, sterke dialogen, prachtig camerawerk. Daar kan je lekker wat angsten voelen, terwijl je veilig thuis zit en een koel glas bier nooit ver is.

Maar als ik naar het landschap kijk, valt me iets anders op.

De kastelen. Het zijn er veel, heel erg veel. Vaak schitterend gebouwd, omringd door fraaie tuinen en liefdevol onderhouden. Geen stoere, maar van die uitbundige met allerlei torens en versierde kozijnen en beeldhouwwerk en kleuren. De ene toeristische tekst vertelt bezoekers hoe geschikt het kasteel en zijn omgeving zijn um deine Seele baumeln zu lassen. Een andere roept op om je er met je geliefde te verpozen, om je hart te laten spreken. Omdat de liefde immers het belangrijkste is in het leven.

Het ontroert me.

In die grote koppen, in die grote lijven, daar huist een intens romantische ziel.

 

http://programm.ard.de/TV/Themenschwerpunkte/Film/Krimi/Startseite

Schloss Bevern          

Extase in de Harz

De openingstijden van de hotelreceptie variëren. Het schijnt te maken te hebben met waar de eigenaren net zin in hebben. Dat is een behoorlijk on-Duits potje onvoorspelbaarheid. Gelukkig zijn ze er wel als ik de weg uit het Obere Harz-woud naar het dorp Hahnenklee gevonden heb. Ik krijg zelfs de mooiste kamer, die met uitzicht op het meer.

De vloerbedekking is oubollig jaren tachtig, maar het boxspringbed heeft Olympische afmetingen en is het comfortabelste waar ik ooit in geslapen heb. Op glazen design nachttafels staan hypermoderne LED-lampen. De badkamer doet met ook weer jaren tachtig tegels bijna pijn aan de ogen. De eigentijdse spaardouche daarentegen sproeit breed en warm.

De eetzaal is ingericht zoals je dat verwacht in een degelijk Duits hotel. Massieve houten meubels, tafelkleedjes, tuttige vitrage. Alles keurig en brandschoon. De ober die het ontbijt serveert is een kleine, rustige, uiterst beleefde veertiger. In zwart T-shirt en zwarte broek. Kaal. In zijn oorlellen twee grote open buisjes. Tatoeages van pols tot schouder. Een sik-achtig baardje met een ingewikkelde knoop erin. Geen hipster, eerder een rocker.

Met grote vanzelfsprekendheid meldt hij dat hij sojaworst serveert, omdat dit een veggie hotel is. Als ik thee wil, kan ik kiezen uit tweehonderd soorten. Ik word bijna gillend extatisch van alle contrasten in dit hotel, in dit uitgestorven wintersportplaatsje.

Natuurlijk hoor ik hem uit. Ja, hij is een motorrijder, net zoals het echtpaar dat de zaak runt. Dat maakt het hotel aantrekkelijk voor andere motorrijders. Zij is de dochter van de oorspronkelijke eigenaren en heet Schwarz. Bovendien is ze vegetariër, en haar man ICT’er. Dat verklaart de ingewikkelde naam van het hotel, en is reden voor nog meer vogels van zeer divers pluimage om hier te logeren.

In de vroege zomer zit de ontbijtzaal echter helemaal vol met één vogelsoort. Een die niet afkomt op motoren, sojaworst of ICT. Het zijn allemaal Nederlanders. Blackcoms.Erika kost om onnavolgbare redenen maar 21 Euro per nacht.

 

Blackcoms.Erika badkamer

 

Black.comsErika nachttafel

http://blackcoms-erika.de/

Zo kom je nog eens ergens

Verdwalen en zweten. Ze hebben allebei hun charme. Als het niet te lang duurt tenminste.

In Detmold ga ik drie kwartier stapvoets in rondjes over steeds dezelfde straten, op zoek naar de jeugdherberg die ergens boven op een berg moet liggen. Stapvoets, want het is er steil, en in de allerkleinste versnelling bij 31 graden omhoog fietsen is niet mijn idee van leuk. De oplossing ligt in een vrijwel onzichtbaar paadje tussen weelderige struiken. En oh, wat doet de koele douche daarna dan goed.

Tussen Leopoldstal en Vinsebeck staat opeens een hek over het pad. Hoe ik ook mijn best doe, ik vind de aansluiting op de Europaradweg niet terug. Dan maar over de Hauptstrasse. Verrukkelijk asfalt, vinden ook de automobilisten die met 120 kilometer per uur aan me voorbij scheuren. Als ik natrillend op een trottoir sta met mijn routeboekje, vraagt een vrouw met rode wangen en grote handen waar ik naar toe wil. Aha, zegt ze, u bent echt verdwaald. U moet een heel eind zuidelijker zijn.

Ruim een uur fietst ze met me mee, tot ik weer op de juiste weg ben. En bedankt me vervolgens uitbundig, omdat deze rit haar even uit de hectiek van haar drukke slagerij heeft gehaald.

Goslar in de Harz is een mooie middeleeuwse stad. Ik wil er wel wat langer blijven en heb maar liefst drie hotelnachten geboekt. In een buitenwijk, want dat lijkt me aangenamer dan het toch wel drukke centrum. Aan het eind van de zondagmiddag ga ik met een routebeschrijving van de plaatselijke VVV op weg naar mijn gereserveerde bed.

Net buiten de stad rechtsaf, staat er. Geen straatnaam, maar zo te zien kan het maar op één manier, Een steile. Drie uur, vijf miljoen identieke bomen en vijftig al even identieke bospaden later, in een doordrenkt Tshirt, weet ik het gewoon niet meer. Ik had al verhalen gehoord over verdwalen in Duitse bossen. Nu snap ik hoe het voelt.

Moet ik iets of iemand bellen? Een hulpdienst?  De padvinderij? Op mijn telefoon kijkend tik ik tamelijk willekeurig op iets dat Here Maps heet. Een standaarddingetje op Windowstelefoons waar ik nog nooit naar gekeken heb. Opeens zie ik een groene stip op potlooddunne gebogen lijnen – en als ik doorloop beweegt de stip met me mee. Zouden die lijnen de naamloze bospaden zijn waarover ik mijn fiets omhoog trek?

Ik loop verder. En verder. En verrek, vlak voor zonsondergang ben ik terug in de bewoonde wereld. Niet langer verdwaald, alleen nog bezweet. Hahnenklee heet het uitgestorven dorp, waar het ’s winters ongetwijfeld leuk rodelen en skiën is. Een kilometer of zestien vanaf Goslar, dus niks buitenwijk. Goslar-Hahnenklee is gewoon een instinkerige benaming van Booking.com.

Zo kom je nog eens ergens.

https://www.goslar.de/home-ned

http://nl.harzinfo.de/harz-vakantie-ervaring/10-goede-reden-voor-een-bezoek-aan-de-harz.html

http://www.hahnenklee.de/

https://www.snowplaza.nl/duitsland/bocksberg-hahnenklee/hahnenklee-bockswiese/skigebied/