Je zit hier niet voor je zweetvoeten

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is dsc00049-wouter-klone-2.jpg

Wouter Klöne helpt graag pubers met complexe problematiek. Maar hij en zijn collega’s zijn er uitdrukkelijk niet om jongeren te redden.

“Alles wat me interesseert combineer ik in twee verschillende banen. Binnen een enorme jeugdorganisatie. in de regio Rotterdam, denk ik als gedragswetenschapper mee over complexe opvoedsituaties bij jongeren die niet thuis kunnen wonen. Bij een klein particulier bureau in Brielle bied ik als orthopedagoog diagnostiek en behandeling.

Kwaliteit van het werk waarborgen

Ik ben zelf tweeëneenhalf jaar jeugdzorgwerker geweest. Nu, als gedragswetenschapper, help ik jeugdzorgwerkers op behandelgroepen om de kwaliteit van hun werk te waarborgen. We brengen samen alle factoren in kaart, die van invloed zijn op het gedrag van een jongere. We formuleren doelen waarmee we jongeren een zo stabiel mogelijke opvoeding denken te kunnen geven, en bekijken welke aanpak het beste werkt. Ik zoek ook samenwerking met andere collega’s en, als het kan, de ouders.

Zweetvoeten

De jongeren die bij de jeugdorganisatie wonen, hebben heftige problemen en vaak al een lange hulpverleningsgeschiedenis. Ze hebben meer nodig dan een dak boven hun hoofd en de gebruikelijke opvoeding. Hun vertrouwen is dikwijls geschaad. Ze kunnen bijvoorbeeld te maken hebben gehad met mishandeling, misbruik, verwaarlozing, vechtscheidingen. Er is sprake van spijbelen of angsten om naar school te gaan, van slecht slapen, zelfbeschadiging of pogingen tot suïcide. Vaak zijn ze onder dwang bij ons geplaatst. Desondanks zeggen sommigen: ‘Met mij is niks aan de hand’. Er zijn er die iedereen de schuld geven van hun situatie. Een enkeling wil zélf hulp bij het oplossen van problemen. Wat ook de werkelijkheid mag zijn, wij zeggen altijd tegen ze: ‘Je zit hier niet voor je zweetvoeten.’

Voldoende afstand nemen

De werkdruk is bij iedereen hoog, ja. Je moet een hoop dingen doen en voelt een enorme verantwoordelijkheid. Door de kortingen op de financiering moet je met dezelfde mensen méér cliënten helpen. Maar het is ook aan de hulpverlener zelf om zich minder verantwoordelijk te voelen. Als gedragswetenschapper kan ik mijn collega’s helpen om voldoende afstand te nemen. En ik vraag geregeld hoe het met hén gaat. Dat is belangrijk. Voor mezelf net zo goed.

Activeren

Wat daarbij ook helpt, is de trend dat hulpverleners proberen minder keuzes te maken voor hun cliënten. Ik zie dat ze niet meer zo vaak de problemen van cliënten overnemen en oplossen, maar hen activeren tot zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Tot leren voelen, emoties herkennen en ze reguleren. Deze organisatie is geen gesloten inrichting. Wij doen een aanbod, en dat kunnen cliënten, ook jongeren, accepteren of niet. De hulpverlener is er niet om hen te redden.

Vrijheid

Bij de jeugdzorginstelling werk ik 24 uur per week. In de twaalf uur per week bij het particuliere bureau ben ik los van gemeentelijke eisen. Het is veel kleiner en persoonlijker. Ik heb meer vrijheid om te experimenteren en te kijken wat aanslaat. Pubers en jongvolwassenen komen er op verwijzing van de huisarts. Of omdat hun ouders zelf bellen, over hun kind dat bijvoorbeeld faalangstig is, dyslexie heeft of snel boos wordt.Het verbaast me niet dat jongeren makkelijker vastlopen, want het leven wordt steeds complexer. Tegelijkertijd is het taboe op geestelijke gezondheidszorg veel minder dan vroeger.

Jong

In het contact met de jongeren helpt het dat ik jong ben. Ooit had ik zelf een hulpvraag, dus ik begrijp hoe je je dan kunt voelen. Dat geeft een andere dynamiek dan wanneer ik een oudere man in pak zou zijn. Ik heb bij het particuliere bureau prachtige successen geboekt. Zoals met een autistische jongen met ernstige signalen van depressie, die nu een reguliere ICT-opleiding gaat doen. Of een heel boze jongen met bijzonder slechte schoolcijfers, die nu weer voldoendes haalt. Ik heb een vader leren accepteren dat ADHD écht een ding is. Omdat ik hier honderd procent orthopedagoog ben, kan ik de juiste andere deskundigen erbij betrekken. Zo heb ik een jonge vluchteling met signalen van trauma doorverwezen naar een specialist op het gebied van vluchtelingen en trauma.

Inzicht voor docenten

Wanneer we door psychologisch onderzoek een verklaring hebben voor moeilijk gedrag, kan dat inzicht voor docenten een enorm hulpmiddel zijn. Een heel leuk voorbeeld vond ik het verhaal van een jongen die snel afgeleid was. Hij zat vaak uit het raam te staren, of was juist heel druk aan het praten. Dat was te merken aan zijn schoolcijfers. In plaats van hem verbaal tot gewenst gedrag te manen, tikte de docent hem voortaan zachtjes op zijn schouder. Voor een druk kind, dat toch al zo vaak gecorrigeerd wordt, was dat veel vriendelijker.

Geen wachtlijsten

Bij het particuliere bureau zijn eigenlijk geen wachtlijsten. Mensen dragen wel zelf de kosten. Wie bij gecontracteerde zorgverleners zit, moet tussen drie en acht maanden wachten. Helaas: vaak kunnen mensen die het het hardste nodig hebben, het zelf niet betalen. Maar er is overal veel voor me te doen. In Rotterdam help ik professionals, en zij helpen jongeren die niet thuis kunnen wonen. In Brielle help ik jongeren die wél thuis wonen aan meer plezier en succes in hun dagelijks leven. Zo werk ik aan een betere wereld waarin iedereen een beetje aardiger is voor elkaar. En niet te vergeten: voor zichzelf.”

Dit interview verscheen in 2020 op de website Ikkanhet.nl, een initiatief van de Nederlandse Vereniging van pedagogen en onderwijskundigen.

http://www.nvo.nl

http://www.ikkanhet.nl

http://www.jeugdplus.nl/

Diamant – het goede doen is vaak niet eenduidig

Foto door Monstera op Pexels.com

Twintig jaar geleden werd de World Diamond Council opgericht om de verspreiding van conflictdiamant tegen te gaan. Heeft dat gewerkt?

“Dat heeft gewerkt”, zegt diamantair Edward Asscher, sinds juni 2020 voor de tweede keer president van de WDC. “Dankzij alle beleid en maatregelen is een aantal burgeroorlogen zoals in Angola en Sierra Leone ten einde gebracht. De oorlogvoerende partijen konden de ruwe diamant waarmee wapens werden betaald nergens meer kwijt. Het percentage conflictdiamant in de wereldwijde productie is gedaald van 4 naar 0,04 procent. Nu bouwen we aan verbetering van alle andere aspecten eromheen, zoals sociale rechten en milieu. En we blijven op jacht naar die 0,04 procent.”

Misstanden tegengaan

Rond de eeuwwisseling maakten steeds meer NGO’s in ontwikkelingslanden melding van het gebruik van ruwe diamant voor de financiering van oorlogsvoering. Consumenten kregen er pas in 2006 weet van door Leonardo di Caprio’s film Blood diamonds. Iedereen in de diamant- en juwelenindustrie had er belang bij dat aan de illegale handel in ruwe diamant zo snel mogelijk een eind zou komen. Zowel uit ethisch als uit zakelijk oogpunt. Edward Asscher: “Als mens wil je misstanden tegengaan. Zakelijk wil je dat de consument erop vertrouwt dat iedereen in de keten het goed heeft.”

Kimberley Process

Als antwoord op die maatschappelijke ontwikkeling kwam in 2000 de WDC tot stand. De organisatie vertegenwoordigt bedrijven en organisaties van over de hele wereld, uit alle sectoren van de diamantketen. Van ruwe-diamantproducenten tot slijperijen, van edelsmeden tot juweliers. Het kostte de medewerkers drie jaar om een beleid te ontwikkelen dat de keten van ruwe diamant traceerbaar maakte – een system of warranties. Het resultaat werd in 2003 gepresenteerd aan vertegenwoordigers van tientallen regeringen en burgerorganisaties in het Zuid-Afrikaanse stadje Kimberley. Sindsdien heet de controle van de keten het Kimberley Process. Het valt onder de Verenigde Naties.

Gevangenisstraf

Het Kimberley Process heeft wetswijzigingen over de hele wereld tot gevolg gehad. Nergens mag nog ruwe diamant verkocht worden zonder een door de officiële regering van een land uitgegeven Kimberleycertificaat. De koper die toch zo’n partij aanschaft, is net zo strafbaar als de aanbieder. Het Kimberley Process maakte het bijvoorbeeld voor Liberia onmogelijk om nog langer uit buurland Sierra Leone gesmokkelde diamant te exporteren. De regering van dictator Charles Taylor had daardoor geen geld meer voor olie en wapens. Taylor zit nu in de Scheveningse gevangenis een straf van vijftig jaar uit wegens oorlogsmisdaden.

Urgentie

Na zo’n vijftien jaar was een nieuwe wind bij de WDC aangezegd. Er was behoefte aan democratisering en meer verbinding met de diamantairs. Van 2014 tot 2016 leidde Edward Asscher die reorganisatie. Vorig jaar werd hij op verzoek voor de tweede keer president. “Als je met pensioen gaat kun je dat doen, en ik weet er natuurlijk veel van. De urgentie van het Kimberley Process was en is onverminderd groot. Consumenten hechten steeds meer waarde aan maatschappelijk verantwoord gedolven en geslepen diamant en edelstenen.

Het respecteren van mensenrechten is nu ons belangrijkste thema. Bij de grote industriële mijnbouwers twijfelen we niet aan het respecteren van mensenrechten. Onze zorg geldt de artisanale delvers. Arme mensen die rondtrekken op zoek naar ruwe diamanten. Als ze dat doen op het gebied van een officiële mijn met een eigen securitydienst gaat dat wel goed. Maar wanneer de mijn hulp vraagt aan de regering, vinden er soms schermutselingen plaats die kunnen leiden tot schendingen van mensenrechten.”

Alluviale keten

“De WDC helpt gemeenschappen opbouwen, op dit moment ook door bemiddeling bij de toediening van COVID-vaccinaties. In samenwerking met het Gemfair-programma leren artisanale delvers wat de marktwaarde van diamant is, zodat ze zich niet meer laten afschepen met een kwart van de prijs. In Sierra Leone krijgen delvers ter plekke een prijs die klopt met de wereldmarkt. Vervolgens gaat de diamant in een verzegelde verpakking. Dan heb je ook de keten van de alluviale diamant in beeld.”

Geen antwoord

Het goede doen is vaak niet eenduidig. Edward: “Aan synthetische diamant kleven minder mensenrechtenissues en het is goedkoper. Het is echter niet milieuvriendelijker dan natuurlijke diamant, en voor die laatste heeft de consument toch een voorkeur. Wereldwijd verdienen vijf miljoen mensen de kost met natuurlijke diamant. Een land als Botswana haalt er zelfs 35% van zijn nationaal inkomen uit. Dus uitsluitend synthetische diamant gebruiken is niet de oplossing. Als je dat doet stort je miljoenen mensen over de hele wereld in de armoede. Ik sprak laatst een Indiër over de mensenrechten van tienduizend mijnwerkers in Zimbabwe. Hij zei: ‘Als je hier nu een eind maakt aan de alluviale winning, hebben driehonderdduizend slijpers in India straks geen werk meer. Wiens mensenrechten wegen dan het zwaarst?’ Ik had er geen antwoord op. ”

www.worlddiamondcouncil.org

https://www.kimberleyprocess.com/

https://gemfair.com/

https://www.knowbotswana.com/botswana-diamonds.html

Dit verhaal verscheen eerder in het meinummer 2021 van vakblad Edelmetaal

Alsof de relatie bevroor in 1985 en ontdooide in 2017

foto Marcus Aurelius via Pechtels

Ron (66): “Ik herkende meteen haar prachtige glimlach. Al had ik haar bijna 32 jaar geleden voor het laatst gezien in Ecuador, waar ik in die tijd aan een project werkte. Ik ontmoette haar via een kennis, maar ik weet oprecht niet meer hoe en waar. Het was wel liefde op het eerste gezicht. Gedurende mijn laatste drie weken daar hadden we een relatie.

Toen ging ik terug naar Europa, omdat ik al stond ingeschreven voor een studie. Ik moest er nog een woning regelen, het was een drukke tijd. Ik kende Patricia pas heel kort, maar vond het moeilijk om bij haar weg te gaan. Zij voelde hetzelfde. Ze vroeg me om geen contact op te nemen, zodat ze de situatie achter zich kon laten. De eerste paar maanden had ik nog de neiging haar te bellen, en later in de zomervakantie om naar Ecuador te vliegen. Daarna zakten de gevoelens weg.

Voor mijn werk woonde ik in meerdere landen. Met mijn toenmalige vrouw streek ik neer in Portugal. We kregen een dochter, we scheidden in 2012. Speciaal om vroegere huisgenoten terug te vinden voor een reünie ging ik een paar jaar later op Facebook. Dat speuren was leuk, dus ik zocht nog meer mensen van vroeger op. Waaronder Patricia, die ik herkende aan die prachtige glimlach. Ik stuurde een berichtje met de vraag of ze zich mij nog herinnerde. Tweeëneenhalf jaar later, in december 2016, bij het opruimen van haar spambox, stuurde ze antwoord. Ze schreef: “Natuurlijk herinner ik me jou nog”. Ze vertelde dat ze door een huwelijk in de Verenigde Staten terecht was gekomen, twee kinderen had en weduwe was.

In de weken na dat bericht hebben we veel gebeld. We wisten nog zo weinig van elkaar, maar de interesse was al snel weer heel levend. We vroegen ons op een gegeven moment wel af of we het verleden niet idealiseerden. Daarom vloog ik naar de VS. De gevoelens bleken er nog steeds te zijn, alsof de relatie bevroor in 1985 en ontdooide in 2017. Ik voelde en voel me bij haar gezien, begrepen, vertroeteld. 

Sindsdien vlogen we op en neer, maakten samen reizen of waren samen thuis. Patricia is een aanvulling op wie ik ben. Ze is genereus, iemand die iedereen wil betrekken, veel emotioneler dan ik. Ik kan een behoorlijk kouwe kikker zijn, heel realistisch, maar juist daardoor kan ik haar soms adviseren in zakelijke kwesties. Ik ben ook wel lief hoor. Twee jaar geleden kocht ik een mooie verlovingsring voor haar. Als we op reis zijn zoek ik fijne hotels uit, en op haar verjaardag laat ik een grote bos bloemen bezorgen. Af en toe roepen we dat we elkaar blijkbaar weer móesten ontmoeten. Eigenlijk kenden we elkaar niet. Nu dat veel beter is, voelt ze als de liefde van mijn leven.

Patricia wil nog een aantal jaren werken, en na haar pensioen eventueel met mij in Portugal wonen. We hadden tot het zover is best op de huidige manier verder kunnen gaan, als Covid er niet tussen gekomen was. Sinds maart vorig jaar zien we elkaar vrijwel alleen nog via beeldbellen. Een inferieure oplossing, en we hebben niet het eeuwige leven. Onze prioriteit ligt daarom nu bij samenzijn. We hebben besloten te trouwen, zodat ik een verblijfsvergunning voor de VS kan krijgen. Een langdurig proces, dus ik kan pas dit najaar emigreren. Weggaan uit Portugal is wel een beetje een pijnpunt. Ik zit hier prima. Maar ik zie ons dus hoe dan ook samen oud worden. In Portugal, in de VS of ergens anders.”

Dit verhaal verscheen eerder in Mezza, weekendbijlage van het AD

https://gezonderleven.com/liefde-op-latere-leeftijd-passie-op-het-juiste-moment/

https://nl.wikihow.com/Een-oude-vriend-terugvinden

https://www.lannoo.be/nl/liefde-op-leeftijd

Ik heb geen bindingsangst, ik heb vrijheidsliefde

Foto door furkanfdemir op Pexels.com

Pieter (52): ‘Mijn patroon is altijd: een paar jaar met iemand samen, een paar jaar alleen. De eerste drie maanden van mijn leven lag ik in een couveuse. Misschien komt het daardoor dat ik zo goed alleen kan zijn.

Relaties vind ik vaak armoe. Mensen worden elkaars bezit, ze maken de ander verantwoordelijk voor hun geluk.

Mijn op één na laatste vriendin investeerde veel in een heuse relatie met mij.  Ze was belangstellend naar mijn familie en vrienden, naar mij geduldig en vergevend. Ze begreep niet waarom ik op mijn beurt die liefde en investering niet vollédig kon omarmen. Voor mij voelde het alsof er aan mij werd getrokken, als koopmansgedrag. Ik dacht: zie je wel, ik ben gewoon niet geschikt voor een vaste relatie.

Als zelfstandig ontwerper heb ik weinig vastigheid. Bij opdrachten lever ik goed werk dat op tijd af is, maar verder plan ik weinig. Ik vind het een groot goed dat ik van dag tot dag kan bepalen wat ik ga doen. Om op een mooie dag naar buiten te gaan voor een wandeling, of ergens te zitten en een beetje naar mensen te kijken. Ik geniet dan van een soort minimalistische  tevredenheid. In relaties wil ik diezelfde vrijheid, zodat ik veel van het moment kan laten afhangen.

De laatste vrouw met wie ik een relatie had, ontmoette ik in de kroeg. Ze was net driekwart jaar weduwe en had twee jonge kinderen. We werden minnaars op afspraak, want we waren geen van beiden toe aan een nieuwe relatie. Die vrijheid was fascinerend. Ze was niet bezig met een ideaalbeeld van hoe een relatie eruit moet zien, en de eerste vrouw die mij vrijliet. Soms wist ik niet of ik zin had om naar haar toe te gaan. Dat vond ze geen enkel probleem. Ze wilde dat ik alleen kwam als ik het uit volle overtuiging deed. Ik ben oprecht van haar gaan houden en uiteindelijk werd het toch een relatie. Ik ontmoette haar kinderen en, ondanks mijn achtergrond van me niet willen binden, kreeg ik een goede band met hen. Uiteindelijk liep het stuk, onder meer op onze verschillende ideeën over opvoeding. Na vierenhalf jaar zetten we er een punt achter en ging de relatie over in hechte vriendschap.

Een kinderwens heb ik nooit gehad. Desondanks heb ik tien jaar geleden zaad gedoneerd aan een vriendin. Zij kreeg een heel leuk zoontje, voor wie ik een soort huisvriend ben. Grote vadergevoelens heb ik niet, maar ik wil er altijd voor hem zijn als hij me nodig heeft. Ik vind het mooi dat hij uit vriendschap geboren is. Misschien is vriendschap wel duurzamer dan romantische liefde. Ik voel me compleet. Ik heb geen bindingsangst, ik heb vrijheidsliefde.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine, mei 2021

https://www.bnnvara.nl/artikelen/zijn-we-een-vrijgezellen-maatschappij-aan-het-worden

https://man-man.nl/waarom-single-moet-blijven/

Zeeuwse streeksieraden – van oubollig naar hip

Juwelier Minderhoud uit Westkapelle op Walcheren veranderde de eeuwenoude vormgeving van streeksieraden in hedendaagse hebbedingen. Zowel rechtgeaarde Zeeuwen als toeristen zijn er gek op.

“Klanten lagen nog net niet in slaapzakken voor de deur”, zeggen eigenaar Piet Minderhoud en goudsmid Angelique van Rooijen schaterend en tegelijkertijd nog steeds een beetje verbijsterd, zelfs vijftien jaar na dato. Ze hebben het over het gigantische succes van hun eerste moderne sieraad dat de Zeeuwse knop als uitgangspunt had.

Oubollig

Streeksieraden en klederdrachten werden vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw in Nederland allengs minder gedragen. Deels omdat ze onpraktisch zijn – bij een vrouw vergen aankleden en vastmaken van sieraden bij elkaar al minstens een half uur. Deels omdat jongere generaties zowel de dracht als de sieraden oubollig vonden. Zilveren en gouden erfstukken als oorijzers, mutsspelden, broekstukken, beugelhaken en bloedkoraal-, granaat- en gitsnoeren lagen in talloze kasten te verstoffen.

Liefde voor streeksieraden

Piet Minderhoud, goudsmid en juwelier, bleef altijd wél geïnteresseerd in streeksieraden. Hij kreeg het met de paplepel ingegoten door zijn familie, die al sinds 1875 actief is op Walcheren. Lange tijd waren de meeste klanten vrouwen in klederdracht. Juist in Zeeland, met zijn door het vele water geïsoleerde gemeenschappen, waren hun sieraden heel gevarieerd. Je kon er van alles aan aflezen. Waar iemand vandaan kwam bijvoorbeeld, of diegene getrouwd was, vrijgezel of in de rouw.

Miljoenen knoppen

Vijftien jaar geleden nam Piet de winkelvoorraad over van een Middelburgse juwelier die met pensioen ging. In de talloze dozen troffen hij en Angelique sieraden met Zeeuwse knoppen, van heel klein tot heel groot. “Het leken er miljoenen. We verzopen erin”, grijnst Angelique. “Ze waren te goed en te mooi om zomaar te smelten, dus zei Piet: ‘Verzin eens wat, Angelique’. We monteerden grote knoppen op leren horlogebanden, op de plek van het uurwerk, zetten een kleine advertentie in de plaatselijke krant en toen liep het dus storm.”

Iedere week iets nieuws

Wat lange tijd oubollig was, werd opeens onweerstaanbaar. Onder de noemer Stoer Zeeuws ontwierp Angelique grote hangers, armbanden, ringen, oorhangers, bedels en broches, allemaal met een Zeeuwse knop. Klanten kochten de nieuwe ontwerpen, en zagen ook dat Minderhoud van hun erfstukken iets hips kon maken. Piet: “Ik vind het niet erg om die te verzagen. Alleen van zeldzame sieraden als mutsbellen, dop-ringen en filigrain kraalhaken blijven we af.” Iedere vrijdag, al vijftien jaar lang, verzint Angelique iets nieuws. Meestal een sieraad dat in oplage gemaakt kan worden. Soms iets waar er maar twee van zijn. Een enkele keer een uniek stuk, al dan niet in opdracht. In de beginjaren waren grote zilveren knoppen gewild, momenteel zijn kleinere sieraden in. De huidige merknaam Trendy Zeeuws omvat de hele voortdurend groeiende en veranderende collectie.

Gewoon beginnen

Angelique bekijkt de laatste trends op Pinterest, Instagram en in vakbladen. Als het zo uitkomt geeft ze daar een Zeeuwse draai aan. “Een Zeeuwse knop hoort er altijd wel in, maar ik gebruik ook zwarte glazen knopen van oude mannendracht, gouden krullen en stukken van oorijzers. Of ik wals het kantpatroon van een muts in gegloeid zilver en maak daar een sieraad van. Vaak verguld ik een deel in dezelfde fijngoudkleur als die van traditionele streeksieraden. Op dit moment gebruik ik veel kleurstenen. Ik teken nooit van tevoren een ontwerp, en ontwerpen op de computer of 3D-printen doe ik ook niet. Dat is zó seksloos. Er zit geen leven in, het is té perfect. Ik pak een stuk zilver en begin gewoon. Hoe meer ik bezig ben, hoe meer ideeën ik krijg.”

Nieuw symbool

Verzamelaars kochten altijd al voor flinke bedragen, maar nu zijn de Zeeuwen weer zo trots op hun traditionele knop, dat het uitgroeide tot een nieuw symbool voor de provincie. Tegenwoordig vind je de knop op mokken, kleding, handdoeken, in chocola- en in dropvorm. En het Zeeuws Museum in Middelburg vroeg of Minderhoud sieraden wilde leveren voor in de museumwinkel. Allemaal mooie gevolgen van Minderhoud’s trouw aan Zeeuwse sieraden. Piet en Angelique genieten ervan. Met volle teugen.

www.juwelierminderhoud.nl

https://www.zeeuwsmuseum.nl/nl

Grote Zeeuwse knop op leren armband
Gehamerd, gezwart zilver met fijngoudvergulde Zeeuwse knoppen

Dit verhaal verscheen in het juninummer 2021 van vakblad Edelmetaal

Het gedoe met zijn kinderen

tekening Studio Ski

“Johan’s kinderen reageerden niet fijn toen ze er achter kwamen dat wij verkering hebben. Mijn oudste zoon leek het leuk om via social media een connectie te maken met een van zijn kinderen. Die bleek nog van niets te weten. Vervolgens werd ik door alle drie belaagd via verschillende social media-kanalen. Ik treed niet in detail hoe precies, maar het kwam netjes gezegd neer op: “Wij hoeven dat mens niet te zien.” Ik heb alle berichten verwijderd, en hen rustig laten weten dat ik het vervelend voor hen vond dat ze het zo te weten waren gekomen.

Net als mijn ex en ik waren Johan en zijn vrouw al jong een stel en vervolgens een gezin. Voor zijn gevoel waren ze ten slotte helemaal uit elkaar gegroeid, en ongeveer een jaar geleden is hij bij haar weggegaan. Voor haar was dat onverwacht. Ze was verdrietig en boos, en zijn drie puberkinderen mede daardoor ook. Hij ziet hen elke week, brengt ze naar clubjes, maar een vaste structuur is er nog niet. Er is een hoop gedoe met advocaten en een huis dat verkocht moet worden.

De vader van mijn kinderen en ik zijn vierenhalf jaar geleden uit elkaar gegaan. We hebben co-ouderschap, onze vier kinderen van tussen de zes en zestien zijn er relaxed onder. Vrij snel na die breuk heb ik een paar jaar een relatie gehad, en sinds die voorbij is ben ik af en toe gaan tinderen. Als een soort vermaak, lekker oppervlakkig swipen. Ik had een match range van ongeveer twintig kilometer rondom mijn woonplaats ingesteld. Dacht ik.

Ik vond het dus gek dat ik een match bleek te hebben in een stad tachtig kilometer verderop. Op de foto zag ik een aantrekkelijke, slanke, blonde man met een vriendelijk gezicht, en ondanks de afstand ‘sprak’ ik hem toch aan. Hij was meteen heel open over zijn situatie en zijn verdriet dat hij zijn kinderen zo weinig zag. Tegelijkertijd was hij enthousiast over zijn werk, dat vond ik leuk, en heel geïnteresseerd in mij. Dat ik vier kinderen heb wist hij al – dat stond in mijn profiel.

Na dat eerste gesprek dat we typend met twee duimen op onze telefoons voerden, hebben we een paar keer gefacetimed en een paar keer live afgesproken. Een aantal weken later, half oktober vorig jaar, vroeg hij officieel verkering. Dat wilde ik heel graag! Doordat Johan vanwege corona op afstand moet werken, kan hij vaak bij mij en mijn kinderen zijn. Dat is best snel en intens, maar in ons huis is het altijd een komen en gaan van mensen en gezelligheid. Daar kan hij best bij. Ik vraag hem wel geregeld of het allemaal niet te snel gaat. Of hij misschien moeite heeft met alleen zijn. Hij zegt van niet, dus de tijd zal het leren. Mijn kinderen vinden het leuk als hij er is. Hij brengt ze weleens ergens naar toe en helpt mee in huis. Hij is rustig, lief, attent. Hij vindt alles aan mij mooi en we hebben elkaar veel te vertellen. En hij is iemand die goed en aandachtig luistert!

Intussen hoop ik natuurlijk dat het gedoe met zijn kinderen snel wordt opgelost. Ik begrijp hen heel goed. Mijn eigen ouders zijn gescheiden toen ik vier was. Een lang durend proces, met veel ruzies en zelfs vechtpartijen tussen mijn vader en stiefvader. Ik weet dat bij een echtscheiding iedereen dingen doet die je misschien beter anders had kunnen doen. Maar op een gegeven moment is het klaar. Dan moet iedereen accepteren dat papa en mama niet meer bij elkaar zijn.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 13 april 2021

https://www.nji.nl/scheiding/gevolgen-voor-kinderen

Ouderen hebben altijd een verhaal met diepte

Orthopedagogiek wordt vaak geassocieerd met hulp aan kinderen en jongeren. Harmke Bodewitz heeft zich juist gespecialiseerd in de groeiende groep ouderen.

“De woonzorgorganisatie waar ik werk probeert mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te laten. Wijkteams bekijken welke ondersteuning degenen die nog zelfstandig wonen nodig hebben. Voor bewoners met somatische, persoonlijkheids- of dementieproblemen hebben we veertien locaties, van open tot gesloten.

Ik vind het fantastisch om de verhalen van al die mensen te horen. De geschiedenis van de regio komt erdoor tot leven. Het kan over een moeilijke tijd gaan zoals de oorlogsjaren, of over iets heel lokaals als het werk in de pannenfabriek. Ik ben telkens weer onder de indruk van de diepgang en kracht van zowel de vertellers als van hun familie.

Veel praten

Ik vind het per bewoner puzzelen en uitzoeken wie en wat deze persoon verder kan helpen leuk. Dat betekent overleg met artsen, verpleegkundigen, specialisten en psychologen. Met fysio-, ergo-, muziek- en psychomotorische therapeuten. Veel praten dus. Nee, een keelontsteking is in dit vak niet handig, ha ha!

Rustig blijven

De omgang met iemand staat altijd centraal. Mijn inbreng is multidisciplinair meedenken. Ik beleef veel plezier aan het inzetten van mediatieve gedragstherapie, waarbij je voor de bewoner belangrijke personen uit diens directe omgeving inschakelt. Dat kan een familielid zijn, een verzorgende of een verpleegkundig team. Ik volg de voortgang van bewoners en stuur bij waar nodig. Ik geef cognitieve gedragstherapie aan bewoners en psycho-educatie aan familie en teamleden, en met mijn vakgroepleden zet ik beleid op.

Telbaar gedrag

Bij bewoners bekijken we of er iets telbaars in het gedrag zit, zoals het aantal woedeuitbarstingen. We bespreken wat er aan vooraf ging, en of we iets op een andere manier kunnen doen. Werkt het bijvoorbeeld als wij ons anders opstellen?

Bij een dementerende mevrouw, die graag in het middelpunt van de belangstelling staat, hebben we daar mooie resultaten mee behaald. Ze werd steeds onrustiger en verdrietiger en vroeg bovenmatig veel aandacht van de verzorgenden. We keken wanneer ze rustiger was. Dat was bij bepaalde activiteiten. Die zetten we dus meer in, en dat hielp al. Ook keken we hoe verzorgenden op haar reageerden. Ze merkten bijvoorbeeld dat wanneer zij zelf kalm bleven en niet op ieder blijk van ongemak reageerden, dat een positieve weerslag had op mevrouw. Ze is nu een stuk rustiger en de draagkracht van het team is veel groter. Haar persoonlijkheid kunnen we niet veranderen, maar ontdekken wat bij haar werkt wél.

Daglicht en depressie

Bij mensen met lichamelijke klachten die niet meer thuis kunnen wonen, kan sprake zijn van verwerkingsproblematiek door het verlies van zelfstandigheid. Ook bij hen kijken we wat ze nodig hebben. Daarna doe ik een behandelaanbod. Iets anders waar je misschien niet zo snel aan denkt, is de invloed van het woongebouw op de stemming en het energieniveau van cliënten. Zo viel het me op dat het in de kamer van een mevrouw met Parkinson en depressie zo donker was. Antidepressiva hielpen haar niet, maar met enige activering en na installatie van daglichtlampen met een hogere luxwaarde klaarde haar depressie snel op. We onderzoeken nu op welke plekken zulke verlichting nog meer zin heeft. Dagelijks naar buiten is natuurlijk nog beter, maar dat kan niet iedereen. Nu in coronatijd is het nog lastiger.

Geen normale afscheidsmomenten

Bij de eerste coronagolf ging onze organisatie vlot op slot en mochten familie en vrienden niet meer op bezoek komen. Voor onze bewoners was dat heel moeilijk. Het contact met mensen die voor hen van betekenis zijn, bepaalt voor een belangrijk deel hun kwaliteit van leven. En veel medebewoners overleden, terwijl er geen normale afscheidsmomenten waren. Zo was er een groep waar zes van de twaalf bewoners stierven. Voor medewerkers ontluisterend, voor bewoners ontstellend.

Kracht

We hebben nu geleerd hoe het wél veilig kan, en met medemenselijkheid. Bezoekers komen op afspraak. Ze mogen samen met hun familielid wandelen in de tuin of in de wijk, of op afstand wat drinken in het inpandige restaurant. Bij overlijden kunnen familieleden aanwezig zijn. Weliswaar met beschermende kleding en mondkapje, maar ze kunnen in ieder geval iemands hand vasthouden. Onze locaties zijn momenteel coronavrij! Sommige bewoners waar we echt bezorgd over waren kwamen er zelfs gewoon doorheen. Wat een kracht, denk ik dan weer.

Interessant werkveld

Ouderenzorg vraagt op een fijne manier iets van je menszijn. Het medisch model wordt tegenwoordig veel meer losgelaten. De aandacht verlegt zich naar kwaliteit van leven en naar wat er wél kan. Niet kijken vanuit het defectmodel, maar naar de kracht van de persoon en de mensen in diens omgeving. Werken in de ouderenzorg is echt stimulerend, met een werkveld dat minstens zo interessant is als jeugdzorg. En met een hele grote doelgroep.”

https://www.zorggidsnederland.nl/Voor-Consumenten/Ouderenzorg/

Dit verhaal verscheen eerder op de website ikkanhet.nl van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen

Hoe Fair mined goud vrouwen onafhankelijker maakt

Wereldwijd zijn ruim 25 miljoen mensen afhankelijk van kleinschalige goudwinning. Tachtig procent werkt in de informele sector, waar ze kwetsbaar zijn voor uitbuiting en afhankelijkheid. Mannen lijden eronder, maar vrouwen nog meer. Ontwikkelingsorganisatie Solidaridad zet zich in om hen tot formeel geregistreerde mijnwerkers te maken. Het is het begin van verantwoorde goudproductie.

“Het formaliseren van een mijn is de allereerste stap als we met mijnen gaan samenwerken”, zegt Carla Neefs, Senior Corporate Engagement manager bij Solidaridad . “Zonder die stap kunnen we geen traceerbaar, verantwoord goud op de markt brengen. Pas daarna gaan we investeren in verbeteringen.”

Slechter betaald

En in goudwinning valt het nodige te verbeteren. Solidaridad was tot nu toe actief in goudmijnen in Colombia, Peru, Bolivia, Ghana, Uganda, Kenia en Tanzania. De belangrijkste thema’s zijn legalisering en formalisering van kleinschalige mijnbouw, milieuvervuiling, werkomstandigheden, kinderarbeid en ontbossing. Even zwaar weegt het sociale aspect. Mijnwerkers zonder formele status hebben geen juridische rechten en moeten de vrijwel altijd te lage prijs van goudinkopers accepteren. Vrouwen hebben het nog moeilijker dan mannen. Ze krijgen minder betaald voor hetzelfde werk/ Of ze mogen zelfs alleen het slechter betaalde werk doen.

Grote werkgever

Na landbouw is mijnbouw de grootste werkgever ter wereld en voor ontwikkelingslanden een belangrijke bron van inkomsten. In Ghana bijvoorbeeld maakt goud zo’n 35% van de exportwaarde uit. Vermoedelijk blijft het nodige onder de radar en is het dus nog méér. Arbeidsposities binnen de sector variëren van mijnwerkers in loondienst tot dagloners zonder een enkele vorm van contract.

Zeven en pannen

Slechts twintig procent van de jaarlijkse kleinschalige goudproductie wordt gedolven door officiële bedrijven. De resterende tachtig procent vindt plaats in de informele sector, die werkt met zeven en pannen, in rivieren en aan het aardoppervlak. Die informele sector wordt vaak weggezet als crimineel. “Witwassen, financiering van gewapende conflicten: natuurlijk bestaat dat”, zegt Boukje Theeuwes, bij Solidaridad Head of Policy Influencing. “Maar niet alle informele mijnbouw is crimineel. Een groot deel bestaat uit arme mensen die al generaties lang werken zonder licenties of landrechten, zonder kennis van of toegang tot formele markten. Dàt is ons aandachtsgebied.”

Golden Line

Nationale overheden lopen veel belastinginkomsten uit de informele sector mis. Formalisering is dus ook in hún belang. Licenties gaan echter bijna automatisch naar mannen, omdat het vrouwen meestal aan een netwerk ontbreekt en ze niet eens weten dat een stuk land beschikbaar komt voor kleinschalige mijnbouw. In Ghana en Tanzania trainde Solidaridad vijf jaar lang vrouwen in sociale weerbaarheid en economische zelfstandigheid. Dat gebeurde binnen het Golden Line programma, in samenwerking met ontwikkelingsorganisaties Simavi en Healthy Entrepreneurs. In Tanzania introduceerde het Golden Line programma een vrouwengroep bij de lokale overheden. Via die weg kregen ze een lening voor de aanschaf van een goudverwerkingsmachine.

Duivel

Tegelijkertijd was verandering nodig van bestaande sociale en culturele rollen, die vrouwen vaak beperken in hun vrijheid en hun economische zelfstandigheid bemoeilijken. Vrouwen hebben ook te maken met de gevolgen van rollenpatronen en bijgeloof. De overtuiging dat een menstruerende vrouw de duivel afroept over een mijn, bijvoorbeeld.

Gemeenschap gaat vooruit

Carla: “In discussiegroepen praatten we daarover met vrouwen én mannen. Denkbeelden veranderen niet van de ene dag op de andere, maar het viel me op dat jonge mannen vaak vinden dat het tijd is voor progressievere opvattingen. Lokale dorpshoofden zijn ook meer geneigd die rolpatronen te doorbreken, omdat ze de economische resultaten zien van vrouwen met een eigen inkomen. Die investeren in beter voedsel en scholing voor hun kinderen en helpen zo de gemeenschap vooruit. Dorpshoofden vragen zelfs om ook in hún gemeenschap vrouwen te komen trainen. Er is echt wat gaande als het om bewustwording gaat.”

Kist met geld

Voortbouwend op het Golden Line-programma kreeg Solidaridad financiering van luxury goods bedrijf Kering. Dat geld was bedoeld om vrouwen in de gemeenschappen rondom de mijnen verder economisch zelfstandig te maken. Onderdeel van het project was een extra donatie aan de spaargroepen. Deelneemsters legden daarin wekelijks een klein bedrag in, letterlijk in een grote kist met twee sloten. Zodra er voldoende geld was, besloot de groep wie het mocht hebben voor een zakelijke of privé-investering. Uiteindelijk kon de groep zelfs een bankrekening openen – in veel ontwikkelingslanden zeker geen vanzelfsprekendheid.

Verrast door het succes

In totaal vijf groepen vrouwen kregen elk een fonds van 3000 Euro. Inmiddels zijn ze onder andere bezig met een mijnconcessie, een eigen goudverwerkingsbedrijf en een cateringbedrijf. Na een paar maanden waren van de 15.000 Euro alweer 6000 Euro terugbetaald. Carla: “We waren zelf verrast hoe ongelooflijk succesvol die extra donatie is. Dat we zóveel hebben kunnen bereiken met die relatief kleine investering.”

Zelf bijdragen aan meer verantwoord goud in de keten?

Vraag aan je juwelier of edelsmid waar hun goud vandaan komt en wat ze weten over de keten. In Nederland ligt veel nadruk op recycling. Fair mined goud is in Nederland nog niet zo bekend.

https://www.solidaridad.nl/

http://www.thegoldenline.org

Dit verhaal verscheen eerder in vakblad Edelmetaal, editie April 2021

Een jaar zonder seks

Nina (ergens in de dertig): “Een jaar celibatair leven, dat is echt afkicken hoor. Ik woonde in Ubud op Bali waar heel wat mooie mannen rondlopen. Ze gaven me veel aandacht, ik zat in een piek van genieten. Pas toen ik het opeens zonder moest doen, kreeg ik door hoe gewend ik was aan mannelijke affectie.

Na dat celibataire jaar lonkte de beloning: de man met wie ik mijn hele leven samen zou zijn, uit vrije wil en niet om een gemis te compenseren. Mijn verblijf op Bali was onderdeel van een speurtocht naar ware liefde, die ik begon nadat een slechte relatie in Nederland op de klippen was gelopen. In de omgeving van Ubud zijn veel mensen bezig met persoonlijke groei. Ik leerde er een life coach kennen, met wie ik geregeld samen at. Dan las ik hem de hele tijd gedichten voor over de mannen waar ik mee bezig was. Tot hij opeens zei: ‘Ik kan het niet meer hóren!’

Ik was in shock. Die vriendelijke, geduldige man die zo hard uit de hoek kwam! Maar juist omdat hij normaal gesproken zo vriendelijk was dacht ik: dan zal hij wel een punt hebben, en besloot te luisteren. Hij zei dat hij me ging vertellen hoe ik de ware kon ontmoeten. Hij legde uit dat mensen in een goede relatie op vijf punten matchen. Spiritueel, intellectueel, emotioneel, fysiek en seksueel. Hij adviseerde me om wanneer een man me interesseerde te letten op elk aspect, in de genoemde volgorde. Bovendien ried hij me aan een celibatair jaar  in te lassen. Zelfs niet kussen, niet flirten, geen heftige omhelzingen. Gewoon niets.

Zijn adviezen boden me een methodiek voor mijn zoektocht naar ware liefde. Iets dat ik kon volgen. Bij alle mannen die ik daarna toetste op die vijf punten, liep het steeds mis bij de emotionele match. Ik trok mannen aan die het lastig vonden om hun gevoelens te uiten en zich emotioneel te verbinden. Voorheen zou ik dat, verblind door verliefdheid of door hormonen, weggewuifd hebben, onvoldoende beseffend dat dat een probleem zou worden. Ook raakte ik in dat jaar, helemaal nieuw voor mij, bevriend met meer vrouwen. Dat zou nooit gebeurd zijn als ik mannen tot mijn beschikking had gehad.

Afgelopen mei was mijn celibataire jaar voorbij. Nu gaat ie komen, mijn ware liefde, dacht ik. Maar hij kwam niet, terwijl ik er zo op gerekend had. Dus vroeg ik de life coach hoe het nou zat. Hoe groot hij de kans achtte dat ik nu wél met iemand op alle vijf gebieden zou matchen. Doodleuk antwoordde hij: ‘De kans dat je de loterij wint is groter.’ Verbijsterd zei ik: ’Waar is dat celibataire jaar dan goed voor geweest?’ Hij, bedaard: ‘Zou je het anders gedaan hebben dan?’ Ik moest echt even slikken. Maar hij had gelijk. Dat jaar zonder afleiding heeft me getransformeerd. Ik heb een veel helderder beeld van wat ik wil.

Ik weet nu absoluut zeker dat ik geen casual dater ben en leg de lat hoog.  Sinds mei heb ik maar twee dates gehad. Ik kom door Covid sowieso weinig mannen tegen. In Nederland zijn amper nog plekken waar mensen samenkomen, en naar Bali terug kan voorlopig niet. Ik heb nu voor mezelf het drie-lovers-model bedacht. Totdat of naast de ware wil ik een man om mee te knuffelen en voor massages, een man voor goede gesprekken en een man voor seks en om babies mee te maken. Misschien bestaat die ene perfecte match helemaal niet. Dan kan ik voor altijd alleen blijven, maar liever ga ik gewoon genieten van wat die verschillende mannen me te bieden hebben.”

https://nl.shinshu-navi.com/ubud-balis-legendary-spiritual-escape-2a6c808d

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 9 januari 2021

Genoeg aan één vrouw

Tobias (37) : “In november 2019 ging ik ’s morgens om acht uur naar mijn werk. Om drie uur ’s middags had ik de uitvaart van mijn vrouw geregeld.

Mel kreeg thuis in het bijzijn van mijn ouders en ons dochtertje van twee een longembolie, viel neer en stierf meteen. Ze was dertig jaar oud en dertig weken zwanger. Een noodarts deed ter plekke een spoedkeizersnee, een ambulancebroeder reanimeerde de baby. Ik werd gebeld op mijn werk en scheurde naar het ziekenhuis. Pas bij aankomst hoorde ik dat mijn vrouw was overleden en de baby op de intensive care lag.

Ik ben gaan regelen en zorgen. Mijn werkgever gaf me uitzonderlijk verlof om te rouwen en een nieuw ritme op te bouwen als alleenstaande vader. Ik ben vrij nuchter en dacht: ‘Dit wordt mijn leven de komende achttien jaar. Zorgen voor mijn dochters, op een gegeven moment weer werken. Voor iets anders is geen tijd.’ In de kerstvakantie adviseerde een vriend me om op een datingsite te gaan. Niet om een vrouw te zoeken, maar om weer eens gewone gesprekken te voeren met mensen die me niet kenden. Dat idee, om even méér te zijn dan de zielige man die iets verschrikkelijks had meegemaakt, trok me wel.

Ik stuitte op de foto van Suus, die ik herkende van een wintersportvakantie tien jaar geleden. Ik had haar daar ontmoet via een gezamenlijke vriend. Via de site zocht ik contact, niet wetend dat diezelfde vriend haar al verteld had van Mel’s overlijden. We wisselden online wat berichten uit en vervolgens telefoonnummers. We waren net een paar dagen in gesprek toen mijn jongste dochter thuiskwam uit het ziekenhuis. De plotselinge drukte met doorwaakte nachten vond ik loodzwaar. Ik vertelde het Suus, die het sneu vond dat het zo dramatisch ging. Zij benaderde me niet als intens zielig. Ze vroeg alleen: ‘Vind je het fijn als ik langs kom?’ We dronken gewoon thee, ze hield de baby even vast, we konden ons verhaal bij elkaar kwijt. Het mijne was heftig, maar wel in één keer klaar. Zij had drie kinderen tussen de drie en acht jaar en was al een hele tijd verwikkeld in een moeizame scheiding. Ook heftig, en iets dat langdurig dooretterde.

Daarna spraken we vaker af. Een relatie hield ze af, want door jarenlange ontrouw van haar echtgenoot had ze weinig vertrouwen in mannen. Maar toen ze afgelopen maart op wintersport ging hadden we elke dag contact. We merkten hoe ontzettend leuk we elkaar vonden en hoe we elkaar misten. Dat het zo snel kan gaan verraste ons allebei. Ze begon erop te vertrouwen dat ik aan één vrouw genoeg heb. Bij haar terugkeer besloten we er een officiële relatie van maken.

We bouwen het rustig op, want er zijn vijf kinderen in het spel. Daar moet je heel voorzichtig mee omgaan. Ik ben niet graag in mijn eigen huis, na alles wat er gebeurd is. Suus woont juist op een mooie plek waar alle kinderen de ruimte hebben om te spelen. Eerst kwam ik met mijn meisjes een dag, daarna bleven we een nachtje logeren. We bleven steeds langer en van de zomer hebben we zelfs met ons zevenen twee weken gekampeerd.

Ondanks dat we altijd druk bezig zijn, geeft de relatie me veel rust. Ik slaap zelfs beter. Er is openheid en wederzijdse aandacht. Zodra ik in Suus’ woonplaats goede opvang voor mijn dochters heb gevonden, trekken we bij haar in. Het is een kwestie van maanden. Ik vind het heel bijzonder. We hadden allebei een triest verhaal, en nu is het zo’n mooi positief verhaal geworden.”

https://www.care4neo.nl/neonatologie/neonatologie-nicu/neonatologie-nicu

Samenwonen samengesteld gezin

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 20 februari 2021