Extase in de Harz

De openingstijden van de hotelreceptie variëren. Het schijnt te maken te hebben met waar de eigenaren net zin in hebben. Dat is een behoorlijk on-Duits potje onvoorspelbaarheid. Gelukkig zijn ze er wel als ik de weg uit het Obere Harz-woud naar het dorp Hahnenklee gevonden heb. Ik krijg zelfs de mooiste kamer, die met uitzicht op het meer.

De vloerbedekking is oubollig jaren tachtig, maar het boxspringbed heeft Olympische afmetingen en is het comfortabelste waar ik ooit in geslapen heb. Op glazen design nachttafels staan hypermoderne LED-lampen. De badkamer doet met ook weer jaren tachtig tegels bijna pijn aan de ogen. De eigentijdse spaardouche daarentegen sproeit breed en warm.

De eetzaal is ingericht zoals je dat verwacht in een degelijk Duits hotel. Massieve houten meubels, tafelkleedjes, tuttige vitrage. Alles keurig en brandschoon. De ober die het ontbijt serveert is een kleine, rustige, uiterst beleefde veertiger. In zwart T-shirt en zwarte broek. Kaal. In zijn oorlellen twee grote open buisjes. Tatoeages van pols tot schouder. Een sik-achtig baardje met een ingewikkelde knoop erin. Geen hipster, eerder een rocker.

Met grote vanzelfsprekendheid meldt hij dat hij sojaworst serveert, omdat dit een veggie hotel is. Als ik thee wil, kan ik kiezen uit tweehonderd soorten. Ik word bijna gillend extatisch van alle contrasten in dit hotel, in dit uitgestorven wintersportplaatsje.

Natuurlijk hoor ik hem uit. Ja, hij is een motorrijder, net zoals het echtpaar dat de zaak runt. Dat maakt het hotel aantrekkelijk voor andere motorrijders. Zij is de dochter van de oorspronkelijke eigenaren en heet Schwarz. Bovendien is ze vegetariër, en haar man ICT’er. Dat verklaart de ingewikkelde naam van het hotel, en is reden voor nog meer vogels van zeer divers pluimage om hier te logeren.

In de vroege zomer zit de ontbijtzaal echter helemaal vol met één vogelsoort. Een die niet afkomt op motoren, sojaworst of ICT. Het zijn allemaal Nederlanders. Blackcoms.Erika kost om onnavolgbare redenen maar 21 Euro per nacht.

 

Blackcoms.Erika badkamer

 

Black.comsErika nachttafel

http://blackcoms-erika.de/

Zo kom je nog eens ergens

Verdwalen en zweten. Ze hebben allebei hun charme. Als het niet te lang duurt tenminste.

In Detmold ga ik drie kwartier stapvoets in rondjes over steeds dezelfde straten, op zoek naar de jeugdherberg die ergens boven op een berg moet liggen. Stapvoets, want het is er steil, en in de allerkleinste versnelling bij 31 graden omhoog fietsen is niet mijn idee van leuk. De oplossing ligt in een vrijwel onzichtbaar paadje tussen weelderige struiken. En oh, wat doet de koele douche daarna dan goed.

Tussen Leopoldstal en Vinsebeck staat opeens een hek over het pad. Hoe ik ook mijn best doe, ik vind de aansluiting op de Europaradweg niet terug. Dan maar over de Hauptstrasse. Verrukkelijk asfalt, vinden ook de automobilisten die met 120 kilometer per uur aan me voorbij scheuren. Als ik natrillend op een trottoir sta met mijn routeboekje, vraagt een vrouw met rode wangen en grote handen waar ik naar toe wil. Aha, zegt ze, u bent echt verdwaald. U moet een heel eind zuidelijker zijn.

Ruim een uur fietst ze met me mee, tot ik weer op de juiste weg ben. En bedankt me vervolgens uitbundig, omdat deze rit haar even uit de hectiek van haar drukke slagerij heeft gehaald.

Goslar in de Harz is een mooie middeleeuwse stad. Ik wil er wel wat langer blijven en heb maar liefst drie hotelnachten geboekt. In een buitenwijk, want dat lijkt me aangenamer dan het toch wel drukke centrum. Aan het eind van de zondagmiddag ga ik met een routebeschrijving van de plaatselijke VVV op weg naar mijn gereserveerde bed.

Net buiten de stad rechtsaf, staat er. Geen straatnaam, maar zo te zien kan het maar op één manier, Een steile. Drie uur, vijf miljoen identieke bomen en vijftig al even identieke bospaden later, in een doordrenkt Tshirt, weet ik het gewoon niet meer. Ik had al verhalen gehoord over verdwalen in Duitse bossen. Nu snap ik hoe het voelt.

Moet ik iets of iemand bellen? Een hulpdienst?  De padvinderij? Op mijn telefoon kijkend tik ik tamelijk willekeurig op iets dat Here Maps heet. Een standaarddingetje op Windowstelefoons waar ik nog nooit naar gekeken heb. Opeens zie ik een groene stip op potlooddunne gebogen lijnen – en als ik doorloop beweegt de stip met me mee. Zouden die lijnen de naamloze bospaden zijn waarover ik mijn fiets omhoog trek?

Ik loop verder. En verder. En verrek, vlak voor zonsondergang ben ik terug in de bewoonde wereld. Niet langer verdwaald, alleen nog bezweet. Hahnenklee heet het uitgestorven dorp, waar het ’s winters ongetwijfeld leuk rodelen en skiën is. Een kilometer of zestien vanaf Goslar, dus niks buitenwijk. Goslar-Hahnenklee is gewoon een instinkerige benaming van Booking.com.

Zo kom je nog eens ergens.

https://www.goslar.de/home-ned

http://nl.harzinfo.de/harz-vakantie-ervaring/10-goede-reden-voor-een-bezoek-aan-de-harz.html

http://www.hahnenklee.de/

https://www.snowplaza.nl/duitsland/bocksberg-hahnenklee/hahnenklee-bockswiese/skigebied/

Biertheke

Na fietsen komt slapen. En dat is in Duitsland nooit een probleem. Hoe laat ik ook aankom, altijd vind ik een goed bed voor een schappelijke prijs. Een weerkerend genoegen is het. Want al is de hele dag fietsen heerlijk, om nou daarna nog een tent op te zetten en te slapen op een matje in een krappe slaapzak? Mwah.

Soms deel ik een kamer in een jeugdherberg met drie anderen. Soms heb ik een motelkamer met twee queen size bedden helemaal voor mij alleen. Er zijn liefdeloos ingerichte kamers in monteurspensions en van gastvrijheid overlopende vegetarische hotels. Overnachtingen in een kasteel aan de Weser en op een bergtop in Detmold.

De motelkamer in Rheda is enorm, in alles. De twee bedden, de televisie, de fauteuils, de badkamer. Er is alleen geen wifi. Behoorlijk onbelangrijk natuurlijk. Toch wil ik heel graag even mijn mail bekijken. Ik heb echter buiten Dienstag Ruhetag gerekend. Weliswaar hebben de eigenaars van het motel me binnengelaten, maar verder zijn ze onzichtbaar en onbereikbaar. Want Dienstag is Ruhetag en daar wordt niet aan gemorreld. Dus is er niemand die mij de toegangscode kan geven.

Daarom klop ik bij andere gasten aan. De derde deur gaat na wat gestommel open. Een grote, brede, grijsharige man in een lang donkerrood overhemd. Aan de manier waarop hij zijn onderlichaam achter de deur verbergt, denk ik te zien dat hij waarschijnlijk verder niets aan heeft. Hij weet niet eens wat een wificode is. WLAN dan? Internet? Hij schudt het hoofd, vraagt uit beleefdheid nog aan zijn kamergenote of zij het weet. Haar stem klinkt jong en helder. Hij popelt duidelijk om de deur weer dicht te doen.

De volgende ochtend vertelt de eigenaar van het motel dat ik een ongewone gast ben. Alleenreizende vrouwen op een fiets, die komen hier normaal gesproken niet. Dit is een plek voor vrachtwagenchauffeurs. Of ze weleens bezoek hebben, daar bemoeit hij zich niet mee. Ze betalen voor hun kamer en dat is dat. Hij heeft nu wel een wificode voor me trouwens. Biertheke.

Dertig emails, heb ik. Voornamelijk nieuwsbrieven, berichten van exotische vrouwen die me schrijven dat ik de man van hun dromen ben en wat Linkedin updates. Ik kan ze stuk voor stuk wissen.

 

https://nl.linkedin.com/

https://www.rheda-wiedenbrueck.de/

 

 

Gescheiden mannen

‘Angela en Brandy’ staat in smeedijzeren letters op de gevel van het geelgepleisterde huis. Het ligt rustig aan een klein plein, voor de deur een mooie boom. Desondanks ziet het er door de gesloten rolluiken weinig toegankelijk uit.

Op de eerste keer bellen reageert niemand. Maar na vijf minuten en een tweede keer verschijnt een lange vrouw met zware borsten en een dikke buik, beide losjes bungelend in haar jurk. Ja, ze heeft een slaapplek vrij. In de grootste kamer. Ook in de andere kamers trouwens, want ik ben de enige gast die avond.

In de kamer doet de overdaad aan beelden, wandversiering en uitbundig hemelbed een aanslag op mijn zintuigen. Maar omdat het maar voor één nacht is, negeer ik de felle kleuren van lakens en vloerbedekking. Ik negeer de kabouter in zijn schommelstoel die aan de bedhemel hangt. Na drie dagen fietsen wil ik gewoon een avond niksen op een kamer met TV, en die heb ik hier. Bovendien zijn de matrassen fantastisch.

Ik bekijk een documentaire over yeti’s en de talloze wetenschappers die onderzoek doen naar de verschrikkelijke sneeuwman. Het lijkt zowaar of ze er een gevonden hebben. Tot ik erachter kom dat de man in beeld een bovenmatig lange en brede ex-worstelaar is met een aapachtige schedel. Inmiddels is hij politicus in Mongolië, met een brandende interesse in yeti’s.

Voor het ontbijt heeft Angela zich uitgesloofd. Ik mag mijn buik rond eten en wat over is meenemen voor onderweg. Verder is Angela’s specialisatie de monoloog, in Nederlands doorspekt met Duitse uitdrukkingen. Het mag van mij, want ze is een vrouw met een fascinerend leven. Een Zwitserse echtgenoot, een gehandicapte zoon, in weelde levend in verschillende buitenlanden. Gescheiden, om nu eens haar eigen vleugels uit te kunnen slaan.

Haar inkomen haalt ze uit haar bed&breakfast, maar af en toe huisvest ze tegen een normale huurprijs ook mannen die werkloos zijn of net gescheiden of gewoon even de weg kwijt. Natuurlijk roddelt het dorp daar over. Het kan haar niet schelen, ze helpt die lui in een moeilijke periode. En dan is er weer even een man in huis. Kan geen kwaad als er geregeld onbekenden komen logeren.

Ik dacht dat Brandy een exotische echtgenoot was. Het is een lieve, langharige zwarte hond.

’s Morgens zwaaien ze me samen uit.