Nummer 100

Het heet honderd dagen, honderd huishoudens, 100% afvalvrij.

Een geweldig aansprekend plan, en niet zo moeilijk als het klinkt. Dit experiment van afvalinzamelaar ROVA stimuleert deelnemende huishoudens vooral zo weinig mogelijk restafval te produceren. De concrete resultaten tellen natuurlijk. Wat het plan echter vooral doet, is deelnemers en degenen die het experiment volgen bewust maken van wat ze zoal weggooien.

De honderd huishoudens in Oost- en Noord-Nederland begonnen op 1 januari aan de klus de komende honderd dagen zo veel mogelijk afval te scheiden voor hergebruik.  Dus een minimaal aantal vuilniszakken te vullen. Omdat alles wat eenmaal in die vuilniszakken zit, in de verbrandingsoven van ROVA terechtkomt. Terwijl je van papier, karton, plastic, metalen, glas, batterijen, textiel en GFT (groente-, fruit- en tuinafval) weer nieuwe producten kunt maken.

De deelnemers krijgen elke week een opdracht, en verder tips en hulp van ROVA. Tot nu toe waren er acht opdrachten. Om te beginnen bijhouden hoeveel verpakkingen je op een dag open maakt. Verder onder andere de vraag om zoveel mogelijk winkeliers te noemen die hun best doen afval te voorkomen, een wedstrijd oude telefoons inzamelen en de vraag welke voorwerpen die week een tweede leven hadden gekregen.

Het is hartstikke leuk om die opdrachten zelf ook te doen, al woon je niet in het werkgebied van ROVA.  De site staat vol met inspirerende artikelen, filmpjes en ervaringen van deelnemers. Misschien is deze actie wel het mooie begin van iets groters: 17 miljoen Nederlanders 100% afvalvrij.

http://www.100-100-100.nl/Home/Index/2

 

Lekker binnen

De bouwsector, da’s de grootste energievreter van allemaal. Al die verschillende materialen die gemaakt en vervoerd en verwerkt moeten worden doen dat niet op een hap lucht. Zo’n veertig procent van het energieverbruik in Europa is voor de bouw, en met een bezoekje van drie minuten aan een bouwplaats zie je dat de afvalberg die daar ontstaat ook indrukwekkend is.

Maar wij willen allemaal wonen, werken en recreëren in comfortabele en als het even kan ook mooie gebouwen. En bijna iedereen die zijn/haar brood verdient in de bouw wil iets goeds neerzetten en geen vieze vervuiler zijn. Wie er desondanks onverschillig tegenover staat, zal toch duurzamer moeten gaan werken. Omdat het op de lange duur voordeliger is, en omdat het moet van de wetgever.

Afgelopen week zag ik heel van die goede intenties op de Bouwbeurs in Utrecht. Mannen in spijkerbroeken, wijde jassen gemaakt om gereedschap in mee te nemen en schoenen met ijzeren neuzen stonden te dringen bij de aanbieders van nieuwe materialen en technieken. Bij aanbieders van groene daken en groene gevels bijvoorbeeld. Bij bedrijven die muren van stro en leem kunnen neerzetten, die hartstikke solide en bovendien ademend blijken. Of die isolatiemateriaal maken van vlas, een plant die gewoon in Nederland groeit. Er stond een keuken gebouwd van gerecyclede materialen die ik meteen wilde hebben, zo mooi was ie.

Buiten zijn is meestal leuker dan binnen, maar als je dan toch binnen iets moet doen, is het een stuk leuker tussen de duurzame materialen dan in een sick building. Ik kan me dus goed vinden in de nieuwe slogan van de sector: ‘Het wordt weer leuk in de bouw.’ Wel heel stom dat er een simpel seksistisch filmpje gemaakt werd om dat te onderstrepen. Volgende keer beter, bouwsector!

http://www.bouwbeurs.nl

http://www.dakturf.com

http://www.kwartztop.com

http://www.bribus.nl

http://www.strawblockssystems.nl

http://www.isovlas.nl

http://www.comfort-company.nl

 

 

Bloempjes uit je broek

Het hoeft dus niet hè?

Kleren dragen van katoen uit verre landen waar de teelt hysterisch veel drinkwater vergt. Genaaid door mensen die er het zout in de pap niet mee verdienen. Geverfd met chemicaliën die een flinke steen bijdragen aan water-, grond- en luchtvervuiling. Van die kleren die je meestal vindt bij absurd goedkope ketens als H&M, Primark of Zeeman.

In het Zwitserse Zürich maken twee broers sinds jaren hippe tassen van afgeschreven vrachtwagenzeil, onder de naam Freitag. Recyclen stond dus al aan de basis van hun bedrijf. Toen ze werkkleding zochten voor hun personeel die stevig was en liefst in de buurt gemaakt vonden ze die niet. Dus ontwikkelden ze zelf een nieuwe stof. F-abric.

Hij is gemaakt van vlas, linnen en modal uit Europa, de kleding wordt genaaid in Polen en wat het allerleukste is: de stof kan, wanneer hij eindelijk wordt afgedankt, zó op de composthoop. Daar verteert hij binnen een paar maanden. En dan groeien er bloemen uit je broekspijpen.

Dat vind ik nou leuk.

http://www.freitag.ch/fabric/products

www.freitag.ch