Vette bek-plus

Het heeft een tijd geduurd voor ik snapte wat een hipster is. Maar toen ik eenmaal wist dat ze herkenbaar zijn aan tamelijk lange baarden, knotjes en een rustige uitstraling, werden ze mijn beste vrienden.

Want hipsters zijn zonder uitzondering foodies. Ze gaan tot het uiterste om de ultieme kop koffie te zetten, ze winnen met glans Heel Holland bakt. En ze hebben zich gestort op het verlekkeren van de vette bek.

Daardoor kan ik op steeds meer plaatsen verse frites van biologische aardappels eten, met een friszure mayonaise in plaats van laffe zoete fritessaus. Dat alles wordt, om de ervaring te perfectioneren, geserveerd in een papieren puntzak.

Alsof dat nog niet genoeg is, eet je zo’n subliem patatje zelden in een klassieke snackbaromgeving met onflatteus TL-licht en vreugdeloze bamihappen en frikandellen in een vitrine. De hipsters zijn vaak artistieke jongens die ook het oog bedienen. Klanten zitten bijvoorbeeld op mooie houten bankjes, die op een even mooie houten vloer staan. Bij Vincent van Gogh-frites in de Amersfoortse Langestraat hangt zelfs een kroonluchter, en aan de muur een fabelachtig kunstwerk van fotograaf Richard Sinon. De Nieuwe Aardappeleters heet het. Het is een schilderijachtige foto van een aantal hedendaagse Amersfoorters in laatnegentiende-eeuwse kledij, dat zich tegoed doet aan een bord frieten.

Baarden en knotten, ik vind ze niet bijzonder aantrekkelijk. Maar de friethipsters weten héél goed hoe ze dames gelukkig moeten maken.

www.vangoghfrites.nl/verse-frites-patat-in-amersfoort 

http://frietkamer.nl/

https://www.friethoes.nl/welkom.html

Amersfoortse aardappeleters

Pleur maar weg

“Wil je koffie?”, vroeg ik aan de geliefde. We waren net wakker, na een comateuze slaap volgend op een vlucht van een uur of elf plus een angstige autorit over twaalfbaanswegen. Het had wat van ons gevergd, maar daar waren we dan: in een motel op Sunset Boulevard. De bedden waren king size, de douche heet, en in de motelreceptie was alleen een frisdrankautomaat.

“Hoezo koffie?”, vroeg hij dus enigszins verward. Ik deed mijn schoenen aan, stak de straat over en haalde bij een soort supermarkt twee kartonnen bekers tamelijk slappe koffie. Met een plastic deksel erop. Geliefde vond het waanzinnig komisch, en ook een beetje belachelijk. We schudden ons hoofd over de bizarre wegwerpmaatschappij waar we in waren beland. Wat een verspillers, die Amerikanen!

Dat was in 1990.

Anno nu is koffie in een wegwerpbeker overal ter wereld zowel doodgewoon geworden, als een grondstoffen- en afvalprobleem. Of het nu slappe automatenpleur is of een baristabakkie van € 3,50.

Een Limburgs bedrijf in verpakkingen, zich scherp bewust van de milieu-effecten van haar producten, deed er wat aan. Moonen ontwikkelde een beker gemaakt van suikerrietafval. Dat wat overblijft nadat je de suiker uit de stengels hebt gehaald, dus er wordt geen extra landbouwgrond voor gebruikt. En nee, de suiker lost niet op in je koffie, want er zit aan de binnenkant nog een plastic coating gemaakt van mais. Het deksel is van hetzelfde materiaal. Het geheel lost wél op in de composthoop, waar het weer deel wordt van de grote kringloop van het leven.

Ik vind het een prachtige uitvinding. Voor de wereld en voor mezelf. Compost voor de aarde, een schoon geweten voor mij. Daarmee smaakt dat zwarte goud me nog net een tikje beter.

 

Moonen-Nutural-beker-inhoudMoonen-Nutural-beker-inhoudMoonen-Nutural-beker-inhoud

http://www.moonennatural.com/nieuwsarchief/groen-plastic-uit-suikerriet.html

De levensvreugde van ingenieurs

Hoor je het accordeon al? Ruik je de knoflook en de wijn? Krijg je meteen associaties met lingerie en elegante mode? Als je aan Frankrijk denkt, zijn zintuiglijke genoegens vaak het eerste waar je aan denkt.

Een mooi contrast met al die wulpsheid is dat Fransen ook fantastische ingenieurs zijn. Hun treinen en spoorwegstelsel zijn comfortabel en hypermodern. Zij hadden met Minitel als eersten in Europa een soort internet, waar telefoonabonnees onbeperkt nummers in konden opzoeken. En vergeet niet het sublieme staaltje ingenieurswerk, dat de stad haar identiteit gaf en zijn kosten inmiddels driedubbelendwars heeft terugverdiend in allerlei aan toerisme gerelateerde inkomsten: de Eiffeltoren.

Een evenwichtige stalen schoonheid, die dag en nacht bezoekers trekt. Met lampen aan, afstekend tegen een nachtelijke hemel, is hij nog mooier. Wel duur natuurlijk, want dat vreet stroom. Dus onlangs hebben die dekselse Fransen, tussen het langdurig lunchen en pendelen van voorstad naar  werkplek en terug, iets voor de toren bedacht waarmee ze hun reputatie van slimme ingenieurs opnieuw bevestigen.

In de Eiffeltoren worden windturbines gebouwd, die genoeg stroom op moeten wekken om de hele  eerste verdieping te laten functioneren. Dus niet alleen die romantische verlichting, maar ook de liften en alles wat het museumpje aan elektriciteit nodig heeft.  De turbines zijn vrijwel geluidloos en dankzij een speciale verf praktisch onzichtbaar. Verder komen er in de toekomst LED verlichting, zonnepanelen, een system om regenwater te verzamelen en hoog rendement warmtepompen.

Praktisch, ecologisch en toch mooi. Dat noem ik nog eens joie de vivre. Of,  iets minder welluidend: duurzaamheid op zijn best!

http://www.toureiffel.paris/en/the-new-1st-floor/discover-the-new-1st-floor.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Minitel

Eiffeltoren 120 jaar            14_feu-dartifice-de-lan-2000-et-scintillement_DR