Ze stond op straat te zingen

Robert (52) en Jolanda (49) ontmoetten elkaar bij het Leger des Heils. Heel veel praten houdt hun relatie sterk.

“Ons werk bij het Leger des Heils heeft met roeping te maken. Jolanda en ik geloven onvoorwaardelijk in kansen voor ieder mens en proberen zo oordeelvrij mogelijk te leven. Werken bij het Leger betekent dat we gemiddeld iedere vijf jaar een andere functie krijgen en bijna even vaak verhuizen. Daar krijg ik energie van, maar je moet ook continu een nieuw netwerk opbouwen. Niet altijd gemakkelijk met drie opgroeiende kinderen. We kunnen dit omdat we een hele diepe innerlijke connectie hebben. We bespreken alles. Jolanda is een goeie spiegel en soms een rem. Ze is gewoon mijn maatje.

Ik was een puber toen mijn ouders zich aansloten bij het Leger. Voortaan droegen ze een uniform en werd bij ons thuis niet meer gedronken en gerookt. Ik was Christelijk, ging ook naar de kerk, maar het Leger was niet mijn ding. Ik wilde met mijn vrienden op stap, drinken en feesten. Mijn ouders hebben me nooit gedwongen om met hen mee te doen. Ze lieten me rustig uitrazen.

Eenmaal volwassen werd ik manager bij een modeketen. Een echt mannetje. Hippe kleertjes, verzorgd kapsel, zonnebril. Ik had een goed salaris, een mooi huis en een mooie auto. Jolanda zag ik voor het eerst terwijl ze met een groep heilsoldaten stond te zingen op straat. Op haar uniform had ze een insigne dat aangaf dat ze in opleiding was voor officier, ofwel kerkwerker. Dan stel je je leven in dienst van God en het Leger. ‘Dat zo’n leuke jonge meid daar voor kiest!’, dacht ik, en ook: ‘Jammer dat ze niet meer beschikbaar is voor de markt.’ Want kerkwerk mocht je in die tijd alleen doen als je alleenstaand was, óf samen met een collega-officier die je partner was.

Materieel had ik in die tijd alles op orde, maar de vraag: ‘Waartoe ben ik op aarde?’ begon me bezig te houden. Het leidde ertoe dat ik naast mijn werk alsnog heilsoldaat werd. Vanaf dat moment stond ook het officierschap voor me open en kwam die leuke meid toch nog binnen mijn bereik. Via een gezamenlijke vriendin heb ik uitdrukkelijk toenadering gezocht. Jolanda bleek heel anders dan ik, maar ze wàs het gewoon. Ik ben een regelaar. Als iets niet kan los ik het wel even op. Zij is een mens van het hart, warm, zorgzaam, creatief. Allebei wilden we kwetsbare mensen helpen aan een plek in het leven. Ik heb mijn baan in de mode opgezegd, ben aan de officiersopleiding begonnen en vertrok met Jolanda naar onze eerste standplaats als stel.

Natuurlijk hebben we wel eens spannende tijden gehad waar de liefde onder druk stond. Naast alle verhuizingen had Jolanda een poos last van een hartkwaal, mijn vader stierf, onze oudste had moeite met wéér een nieuwe standplaats. Ik ben niet altijd gemakkelijk. Ik kan druk en onrustig zijn. Maar bij Jolanda mag ik zijn wie ik ben. We lopen niet weg als het moeilijk wordt. We blijven praten, heel veel praten. Vragen aan de ander: ‘Wat heb je nodig?’ En als je het dan nog steeds niet redt, niet bang zijn om hulp te zoeken bij vrienden of een therapeut.

Onze oudste is het huis uit, de twee jongeren volgen ergens in de komende jaren. Opnieuw met ons tweeën, dat wordt de volgende levensfase. We denken al na over wat we dan gaan doen. Een uitzending naar het buitenland lijkt ons wel wat. Maar eerst gaan we een weekend met onze kinderen en hun geliefden naar een vakantiehuis in de Ardennen. Vanwege ons vijfentwintigjarig huwelijk, maar vooral om het leven te vieren. En de liefde. Heerlijk, samen met alle mensen waar ik van houd.”

 

https://www.legerdesheils.nl/

https://www.legerdesheils.nl/officier

 

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 14 maart 2020

De klok van één miljoen

Het vrolijkste museum van Nederland is volgens huisuurwerkmaker Erwin Roubal ook het meest technische museum. In een enorme eigen werkplaats worden zelfspelende muziekinstrumenten, zoals orgelklokken en draaiorgels, met soms zeer grote tijdsinspanning teruggebracht in hun oorspronkelijke staat.

De brede gang naar de werkplaatsen alleen is al elf meter lang en heeft een marmeren vloer. De hoge hal waar hij op uitkomt is groot genoeg om draaiorgels te repareren, en zelfs voor een kleine heftruck om de grote gevaartes te verplaatsen. Er is een ruime werkplaats voor de uurwerkmakers, een ruimte met draaibanken, een houtwerkplaats en een kantoor. Dolblij is het Utrechtse Museum van Speelklok tot Pierement met dit ruime pand in de oude binnenstad, een schenking van een oudere dame die vele jaren boven de huidige werkplaats woonde. Na een verbouwing  is het een walhalla geworden voor de restaurateurs van het museum.

Klok van één miljoen

Hun meest recente grote project was de restauratie van de Clay-klok, een gigantische orgelklok uit de 18e eeuw. Een prestigieus project, dat aanleiding was voor veel nationale en internationale publiciteit. Museum Speelklok, dat zich het vrolijkste museum van Nederland noemt, had de Clay-klok al eens in bruikleen voor een tentoonstelling in 2006. “Het pijpwerk was toen nog in betere staat. Sindsdien heeft iemand, niet gehinderd door enige kennis, alle pijpen van een register afgezaagd”, vertelt Erwin Roubal, die verantwoordelijk was voor de restauratie van het uurwerk. In 2016 kocht Speelklok de ruim tweeëneenhalve meter hoge klok op een Parijse veiling voor in totaal één miljoen Euro. De houten kast werd hersteld door het Rijksmuseum. De uurwerkmakers en orgelbouwers van Speelklok waren verspreid over een periode van drie jaar bezig met de restauratie van het mechanische deel.

Klokken uit de Verboden Stad

Erwin: “Het uurwerk was nog best goed, maar veel tandwielen waren verbogen, rondsels versleten en er waren verminkingen op de uurwerkplatines. De opwindgaten waren dichtgeklonken, en zo waren er nog meer reparaties te doen. Ik ben natuurlijk trots dat we de Clayklok weer werkend en in uitstekende staat kunnen presenteren, maar eerlijk gezegd heb ik hier wel moeilijker, knapper dingen gedaan, zoals het restaureren van klokken uit de Verboden Stad in Beijing. Speciaal voor die klus kreeg ik in 2008 een driejarig contract bij Speelklok. Daarna mocht ik blijven.”

Zelf gereedschap maken

“Wat het werk hier zo anders maakt, is de tijd die we krijgen om dingen weer helemaal goed te krijgen. Het museum gaat niet over uurwerken, maar over uurwerkmakersconstructies en tandwielen. Die kennis heb je nodig bij het repareren van mechanische muziekinstrumenten. Daar zitten ook onderdelen in die je in klokken niet tegenkomt. Bijvoorbeeld een wormwieloverbrenging, een tandwiel dat geen rondsel aandrijft, maar een schroef. Het is een eeuwenoud mechaniek dat snel slijt. Het gereedschap om een nieuw te kunnen maken bestaat niet meer. De benodigde beitels, frezen en hulpstukken maken we daarom zelf.”

Muziekcylinders

“We bouwen ook muziekcylinders die in carillonklokken zitten. Er zijn geen wetten die je precies vertellen wat je moet doen om de muziek zo zuiver mogelijk te laten klinken. Meestal kiezen we met zijn tweeën uit hoe je de gaatjes in de cylinder moet boren. De bank waarmee je dat doet maken we zelf. Ook bouwen we wel eens een werkend model op kleinere schaal voor in de techniekzaal, want het museum wil uitdrukkelijk laten zien hoe iets ooit technisch gewerkt heeft. Ik vind het leuk me daar voor in te zetten en let erop dat de modellen hufter- én kinderproof zijn. Want kinderen gaan overal aan hangen en klimmen overal in.”

Gek van techniek

“Als uurwerkmaker alleen krijg je dat allemaal nooit voor elkaar. In deze werkplaats zijn we met best veel mensen. Drie uurwerkmakers,  drie orgelbouwers en drie kantoormedewerkers. Alles wat wij als uurwerkmakers doen stemmen we af met de orgelrestaurateurs. Dan gebeurt het gerust eens dat we zeggen: ‘Mijn mechaniek is goed, maar jouw balg is te stug.’ Of dat zij met een heel mooie oplossing komen waar wij zelf nog niet aan gedacht hadden. Voor ik hier begon was ik bij verschillende bedrijven het enige personeelslid, een soort zelfstandige. Hier zijn we een team van mensen die allemaal gek zijn van techniek en graag nadenken over de vraag: ‘Hoe deden ze dat vroeger?’ Dat houdt het werk leuk en vers.”

http://www.museumspeelklok.nl

http://www.draaiorgelmuseum.org/achtergrond/historie

http://www.pianola.nl/Pianola_Museum/Dietrich_Nikolaus_Winkel.html

Klik om toegang te krijgen tot 2007_3_dansen.pdf