Uit het niets zei ze: ‘Ik heb zin om je te zoenen’

(Joodse bruiloft, collectie Rijksmuseum)

Albert (43) en Selma (38) hadden buitenlichamelijke ervaringen. Gewoon ín hun lichaam hebben ze een relatie van onvoorwaardelijke liefde.

“Selma en ik zijn allebei een beetje nerderig. We kunnen helemaal in een onderwerp duiken en in ons enthousiasme niet doorhebben dat anderen het niet meer kunnen volgen. Ik heb dat met wetenschappelijke onderwerpen, zij met talen en dromen. Haar hele leven is ze al geboeid door taal en andere vormen van communicatie. Niet zo gek dus dat ze gebarentolk is, vaak tolkt voor doofblinden en braille heeft geleerd. Ze heeft ook heel intense dromen die ze nauwkeurig opschrijft, zonder ze meteen te interpreteren. Ze is nuchter. Neemt het alleen waar.

Zelf ging ik als kind van vijf, zes jaar weleens uit mijn lichaam. Ik zag soms een ander kind in de ruimte zweven, of een volwassen iemand in de kamer. Het was niet vervelend, maar ik was toch een beetje bang. Later gebeurden zulke dingen minder. Ik droomde in mijn jeugd ook veel.

Twintig jaar geleden, op een feestavond van de theatersportgroep waar we allebei lid van waren, zei Selma uit het niets tegen me: ‘Ik heb zin om je te zoenen’. Ze schrok er zelf van, maar ik vond het wel leuk. We verzeilden in een lang gesprek. Ze was heel open en vertelde veel over haar dromen, over bewustzijn en andere levens. Ik dacht: ‘Zij heeft dezelfde ervaringen als ik. Ze begrijpt mij’. Kort daarna kregen we een relatie. We zijn uiteindelijk getrouwd en hebben een dochter gekregen.

Ik weet niet hoe ‘gewoon’ ons leven is. Want hoe definieer je dat? Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen. Ik zie haar als iemand die werkelijkheden waarneemt die er óók zijn, maar die je nog niet ziet. Zoals wanneer je met een microscoop in levend weefsel kijkt. Je concentreert je op een paar moleculen. Honderdduizenden andere moleculen blijven donker, maar daarom zijn ze er nog wel.

Soms gebeuren er dingen die ik totaal niet verwachtte, zoals die keer toen Selma na een serie dromen over een blinde man wakker werd met een naam in haar hoofd. Ze had nog nooit van hem gehoord, maar ontdekte al googelend dat hij een blinde, Duitstalige schrijver uit Praag was. In die serie dromen kreeg ze mee hoe hij zich voelde in allerlei situaties, bijvoorbeeld als mensen hem hielpen. Of juist niet. Het begrip dat ze daardoor kreeg voor slechtzienden helpt haar nu bij haar werk met blinden. Ze heeft zich verder in deze schrijver verdiept, Duits geleerd, archieven in Praag uitgeplozen. Op dit moment werkt ze aan een boek over zijn leven.

Ze had en heeft ook vaak dromen over Joodse levens, waarin ze voorzanger was in synagogen. Selma heeft een prachtige stem en leerde ooit voor de lol Hebreeuws, maar ze is niet van Joodse afkomst. Nu zingt ze bij een Joodse gemeente die open staat voor de gedachte van reïncarnatie en verschillende levens. Zij waarderen haar gaven voor wat ze zijn. Selma heeft niet het verlangen iemand anders te zijn dan wie ze is. Ze wil gewoon graag gebruik maken van kennis en vaardigheden uit andere levens en diept die verder uit.

Het valt me op dat in onze omgeving veel mensen met open geest luisteren naar wat we vertellen. We krijgen niet vaak een reactie van afwijzing en ongeloof. Voor mij is wat Selma meemaakt en doet bijzonder, maar ik ben er ook mee vertrouwd. Ik vind het mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelt. Vanaf het begin hebben we onvoorwaardelijk ja gezegd tegen elkaar. Natuurlijk zijn we niet meer dezelfden als twintig jaar geleden, we veranderen voortdurend. Wij doen ons best elkaar daarin te volgen, te begrijpen en die veranderingen lief te hebben.”

https://jewishweek.timesofisrael.com/the-art-of-the-cantor/

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/levensvisie/161985-waarom-reincarnatie-wellicht-bestaat.html

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van zaterdag 28 maart

Oud ijzer, Tata Steel en torenklokliefhebbers

Bakens in het vlakke Nederlandse land zijn het: kerktorens en hun klokken. Maar de dikwijls eeuwenoude mechanische uurwerken werden na WOII steeds vaker vervangen door punctuele elektrische modellen. Heel jammer, vond een groep techneuten bij staalbedrijf Hoogovens, en begon in zijn vrije tijd torenuurwerken te repareren.

“Een tijdlang gebruikten we een lokaal van een leegstaande school in IJmuiden als opslagplaats voor oude torenuurwerken,” vertelt vrijwilliger Nico Kroese. “Zonder dat we het wisten werd de school gesloopt en waren de uurwerken als oud ijzer op straat gegooid. We hebben er één kunnen redden. Het hele mechaniek was getordeerd, maar wij hebben het hier volledig teruggebracht in de oorspronkelijke staat.” Grinnikend: “Dat was wel wat je noemt een uitdaging.”

Kerk van Jisp

“Hier” is een werkplaats op de eerste verdieping van een oude loods in Velsen-Noord. Het pand is eigendom van wat vroeger Hoogovens heette, daarna korte tijd Corus en tegenwoordig Tata Steel. In 1978 hoorde Jan Scholtens, instrumentmaker bij Hoogovens, dat het torenuurwerk uit de kerk van zijn woonplaats Jisp zou worden weggedaan. Net zoals elders in het land zou het vervangen worden door een elektrisch uurwerk. Scholtens vond het eeuwig zonde en overlegde met technische collega’s wat ze eraan konden doen. Dat leidde tot de vorming van de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk. Hoogovens stelde een werkruimte beschikbaar, Scholtens en zijn collega’s herstelden in hun vrije tijd het uurwerk en plaatsten het terug. Het loopt nog steeds. Daan Kerkvliet, secretaris van de Stichting, schat dat het zo’n honderd tot tweehonderd jaar gaat duren voor opnieuw een reparatie nodig zal zijn.

15e eeuws uurwerk

Het verhaal van de restauratie verspreidde zich snel, en zo werd de groep vrijwillige techneuten ook betrokken bij het herstel van het torenuurwerk in het Noord-Hollandse dorpje Winkel. Koolstofonderzoek van de houten opwindtrommel dateerde het mechanisme op begin 15e eeuw. Omdat het uurwerk inmiddels al vervangen was door een moderne elektrische aandrijving staat het origineel nu museaal opgesteld in de Lucaskerk te Winkel.Tot de dag van vandaag weten talloze liefhebbers de Stichting te vinden. De vrijwilligers zijn inmiddels allemaal gepensioneerd, maar onverminderd enthousiaste en deskundige metaalbewerkers en elektrotechnici. Secretaris Daan Kerkvliet werkte als constructeur van bruggen en tunnels en is ‘gewoon’ liefhebber van klokken.

Eigen uitvindingen

Hun credo is ‘Geen wijzigingen aanbrengen in het uurwerk’. Alle verbeteringen worden daarom bevestigd met een klemverbinding. Dat betekent niet dat ze moderne technieken schuwen. Omdat er geen kosters meer zijn die gewichten ophalen, heeft de groep volledig automatische opwindsystemen ontwikkeld, inclusief de bijpassende software. Een andere uitvinding is de slingervanger. Tweemaal daags stopt die gedurende een aantal seconden een uurwerk dat per dag circa één minuut voorloopt. Daarna kan het op de exacte tijd weer verder lopen. Door deze toevoegingen lopen ook heel vroege uurwerken nu op tijd. Op hun uitvindingen heeft de Stichting geen patent. Integendeel: veel van de in de afgelopen decennia verzamelde kennis is beschikbaar via haar website. Een deel wordt opgeslagen in een aparte kennisbank. Daan: “Hoe meer ze nagemaakt worden, hoe meer klokken gerepareerd kunnen worden.”

Advies en zelf doen

Het aantal vragen om hulp was soms zo groot, dat mensen weleens langer dan een jaar op hulp moesten wachten. Begin 2000 besloot de Stichting een meer adviserende rol te gaan spelen, en het daadwerkelijke reparatiewerk grotendeels over te laten aan gespecialiseerde bedrijven als Eijsbouts en Daelmans in Brabant en Vellema in Friesland. Voor hun advieswerk vragen ze een bescheiden vergoeding. Wanneer er tijd voor is, doen ze nog steeds graag dingen zelf.

Zichtbaar

Wat torenuurwerken zo boeiend maakt? Voor Nico Kroese is de geavanceerde techniek van de eeuwenoude appraten een blijvende bron van verbazing. “Zulke ingenieuze apparaten. Hoe kregen ze dat in die tijd al voor elkaar?” Daan Kerkvliet: “Het leuke is het formaat. Je maakt zelf onderdelen op een heel andere schaal dan normaal gesproken. In principe is er geen verschil met een gewone mechanische klok. Het zijn allebei tandwielstelsels met een slinger, en meestal een slagwerk met hamer. Alleen het op tijd zetten is lastiger. Je kunt immers niet bij de wijzers. Verder kom je op heel veel verschillende plaatsen, en doe je onderzoek in archieven omdat er zoveel historie verbonden is aan deze uurwerken. En wat ook echt leuk is: je werk is heel zichtbaar.”

www.torenuurwerk.nl

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer 2019 van Vakblad Edelmetaal

 

 

 

15e eeuws torenuurwerk Lucaskerk te Winkel, N-H 

Duizend teruggevonden trouwringen

De schrik is groot als iemand een trouwring verliest. Nog groter is de dankbaarheid wanneer vrijwilligers van GevondenVerloren.nl de gouden band terug weten te vinden. Afgelopen zomer haalden de metaaldetecteerders de duizendste trouwring in hun vijfjarig bestaan boven water.

Een trouwring verliezen kan op allerlei manieren en om allerlei redenen. Mensen vallen bijvoorbeeld af, bewust of doordat ze ziek zijn geweest. Ze smeren zich in met anti-zonnebrandcrème, waarna bij het zwemmen de ring van hun vinger glibbert. Ze verliezen hem bij het eendjes voeren, bij het overgooien van een bal in het water of bij het uitkloppen van een mat op hun balkon. Soms wordt hij bij een ruzie bewust weggegooid.

Vreugde

Wie dan bij GevondenVerloren.nl om hulp vraagt via de website of WhatsApp, krijgt meestal heel snel antwoord. Na een standaard uitvraagprocedure – waar verloren, op land of in water, in het laatste geval: hoe diep? – gaat een duo detecteerders zo snel mogelijk op zoek. GevondenVerloren.nl bestaat uit heel diverse mensen, die als hobby aan metaaldetectie doen. Sommigen zijn ook ervaren duikers. ‘We doen dit speurwerk omdat we het mensen gunnen hun emotioneel waardevolle spullen terug te krijgen. Als dat lukt en je ziet hun vreugde…dat moment is met geen geld te betalen,’ vertelt Richard Ober, die samen met Martin van Hees GevondenVerloren.nl beheert en coördineert. ‘Voor ons betekent het bovendien avontuur. We maken zoveel mee!’

Emotie aan sieraden

Martin van Hees, oprichter van GevondenVerloren.nl, doet vrijwel zijn hele leven al aan metaaldetectie, en ging later ook duiken. Hij realiseerde zich hoeveel emotie er aan sieraden zit toen hij zelf een gouden voetballetje verloor, dat vervolgens door zijn eigen zoon werd teruggevonden. Op Hyves, een voorloper van Facebook, begon hij mensen bij elkaar te brengen die sieraden gevonden of verloren hadden. Het aantal hulpvragen steeg zo snel, dat hij vrienden uit de detectiewereld vroeg ook mee te werken.

324 Keer succesvol

Inmiddels telt de groep 36 leden, grotendeels in Nederland, maar ook een aantal in België en Duitsland. Ze zoeken naar alle mogelijke sieraden en andere dierbare metalen voorwerpen, maar het meest zoeken ze naar trouwringen. De speurders gebruiken detectieapparaten, die reageren op het specifieke eigen geluid van metalen, en af en toe magneten. GevondenVerloren.nl is heel succesvol. In 2018 werd 383 keer hun hulp ingeroepen. Daarvan vonden ze 324 keer het verloren voorwerp terug.

Ringen in het water

Richard herinnert zich een bruiloft waar een tante in rolstoel de ringen wilde bekijken. Ze trok het doosje iets te onhandig open, en één ring sprong weg. Aanvankelijk had niemand van de vrijwilligers tijd. Daarop ergerden ze zich zo aan zichzelf en elkaar, dat uiteindelijk maar liefst vijf leden hun bezigheden lieten voor wat ze waren en kwamen zoeken. En vonden! Een andere keer was het bruidspaar op een vlonder de ceremonie aan het oefenen. De bruidegom liet beide ringen in het water vallen. Martin dook ze nog diezelfde avond op.

Zeearend

Soms lukt een zoekactie ook niet. Wat de hele club tot nu toe het meest bijblijft was een set trouwringen, die al vier generaties werd doorgegeven in de familie van de bruid. Een valkenier zou het doosje door een zeearend laten invliegen en afgeven aan het bruidspaar op de binnenplaats van een kasteel. Maar de vogel raakte uit balans, landde op een schoorsteen, vloog nog een paar rondjes en verloor ergens onderweg de ringen. De detecteerders zijn een half jaar bezig geweest met het uitkammen van het kasteelterrein, terwijl vijf duikers de slotgracht doorzochten. Ondanks die verbeten inzet zijn de ringen nooit gevonden.

Karmapunten

GevondenVerloren.nl droeg heel lang de meeste kosten zelf. Omdat ze te hoog werden is nu een stichting in oprichting. Dat maakt donaties en sponsoring mogelijk, zodat de groep kan blijven doen wat ze doet. Commercieel zal het nooit worden. Richard: ‘Dan wordt het werk en dat willen we niet. Opgetogen mensen zeggen wel eens tegen ons dat we extra karmapunten hebben verdiend, of zelfs een plaatsje in de hemel. Heel leuk natuurlijk. Maar wij vinden helpen de gewoonste zaak van de wereld.’

http://www.gevonden-verloren.nl

 

@MaartjeStrijbos

Dit verhaal verscheen eerder in vakblad Edelmetaal, editie december 2019

Van liefde sterker dan de dood

Eveliene wilde een sieraad dat vertelde van de liefde tussen haar en haar overleden man Peter. Gemaakt van hun trouwringen. Nu draagt ze elke  dag met vreugde haar vogeltjesring.

“Vóór hij op 9 april 2015 de operatiekamer inging, hebben Peter en ik samen onze trouwringen afgedaan. De arts had gezegd: ‘Neem maar afscheid’. Ik stopte ze in een zakje, samen met alle sieraden die ik op dat moment droeg. Het was zo’n intens verdrietig moment in niemandsland. Ik dacht dat mijn leven met hem voorbij was.

Peter redde het tóch. Maar onze ringen hebben we niet meer aangedaan. Nog vier maanden heb ik hem thuis verpleegd.

Op onze laatste trouwdag gaf ik hem een schilderijtje met daarop vier musjes. Symbolisch voor ons gezin, want een van de vier stond omgedraaid, alsof hij klaar was om weg te vliegen. Op 10 juli 2015 had Peter nog één heel helder moment. De tuindeuren stonden open en een zwaluw vloog naar binnen. Ik dacht: jasses, die kakt de kamer onder. Maar Peter zei: ‘die zwaluw komt me zo halen’.

Daarna hadden we geen bewust contact meer. Een dag later overleed hij.

Het duurde drie jaar voor ik onze trouwringen weer durfde dragen, na het intense afscheid van ons liefdevolle leven samen. Alleen dan niet gewoon aan elkaar geplakt, als een weduwe. Ik wilde een verhààl. Bij het googelen op ‘trouwringen veranderen’ kwam Aletta’s vogeltjesring boven. Omdat vogeltjes zo’n belangrijke rol spelen voor ons gezin, móest zij wel de juiste persoon zijn.

Het ontwerpen was een heel proces. Ik wilde het ook niet afraffelen. Ik was er klaar voor, maar nog niet helemaal. Terwijl Aletta schetsen en concepten maakte, kon ik er naar toe groeien.

Aletta heeft van onze trouwringen inderdaad een ring gemaakt als een verhaal. Niet glad, omdat het leven niet glad is. Luchtig, omdat het leven wel is doorgegaan, met Peter in een kamer van mijn hart. In twee kleuren goud en met gebruik van de diamanten uit onze trouwringen. Onze zoons vinden het prachtig. Peter’s moeder ook. En andere mensen kijken en zeggen: goh, wat bijzonder. Ik vind het fijn om dan ons verhaal erachter te vertellen, ‘van liefde sterker dan de dood’. Ik draag mijn vogeltjesring elke dag met vreugde.

Dit verhaal verscheen eerder als testimonial op de website van goudsmid Aletta Teunen

http://www.goudsmidutrecht.nl

Verfbeest

Buiten is het fris. Koud zelfs, soms. De meteorologische winter duurt nog dik een maand, en ook daarna blijven de temperaturen vaak een hele tijd laag en de dagen kort.

Maar hoe beschaafd we ook zijn, hoe goed verwarmd onze ruimtes en hoe onbeperkt de toegang tot verlichting, we voelen aan ons water dat de lente eraan komt. En daarmee borrelt ook een oeroud instinct weer op.

Dan willen we het nest in orde maken. Schoon, fris, opgeruimd, klaar voor de nieuwe babies. Of die nu komen of niet. Een vers verfje op deze of gene muur of kozijn hoort er bij.

Veel van die verf ziet er leuk uit, maar is niet zo schoon en fris meer wanneer de resten in het milieu terecht komen. Datzelfde milieu waar we ons water uit halen, en waar ons voedsel wordt gekweekt. Daarom bedacht wateringenieur Gijs van Ginneken een manier om dat verfje wél minder schadelijk te maken. Hij produceert nieuwe, kwalitatief goede latex van resten die zijn afgegeven bij verschillende afvalinzamelaars.

Latex is zijn eerste stap. Olieverven met hun diverse samenstellingen zijn nog te ingewikkeld om te recyclen en verdwijnen in de vuilverbranding. De geproduceerde latex is volgens van Ginneken een kwaliteitsverf, en dus in prijs vergelijkbaar met nieuwe. Wel is de winst van zijn bedrijf Ecopaints lager dan gangbaar, want de kosten zijn op dit moment nog hoog door de kleine productie. Maar wellicht kan Ecopaints dit jaar al opschalen, als twee grote ketens de verf in hun assortiment gaan opnemen.

Luisteren naar je instinct en weer een beetje beest worden kan dus heel gemakkelijk. Gewoon je nest opfleuren met gerecyclede verf.

 

http://eco-paints.nl/over-eco-paints/

https://www.akzonobel.com/nl/news_center/news/nieuws_persberichten/2017/geef-verf-een-nieuw-leven.aspx

 

 

 

verf

Het nieuwe weggooien

Opeens zag ik ze staan: een hele toom eenden, even sterk als twee paarden. In zo’n metalen diertje maakte ik als achttienjarige mijn eerste buitenlandse reis, helemaal naar Zuid-Frankrijk.

Opgegroeid in een autoloos gezin, met een vader die vakanties oninteressant vond, was die reis met twee studiegenoten voor mij één groot feest. Voor het eerst van mijn leven zag ik echte bergen, kampeerde naast ijskoude rivieren en voelde hoe heet de mediterrane zon is. Als ik op de achterbank van de rode Deux Chevaux zat, scheen hij door het opgerolde stoffen dak vol in mijn gezicht. Diezelfde achterbank was bovendien heel gemakkelijk uit de wagen te halen. Dan stond naast de tent opeens een bankje, waarop we ons al sjekkies rokend en vin du patron drinkend verbaasden over de eigenaardige gewoontes van de Fransen.

In de decennia erna kwamen honderden, nee duizenden automodellen op de markt. Steeds comfortabeler, met steeds meer snufjes, en de laatste jaren ook steeds duurzamer door een almaar dalend brandstofverbruik, doordat ze elektrisch rijden of doordat ze vergaand demontabel zijn. Ook een soort feest.

Lelijke eenden zie je echter nauwelijks meer. Raar eigenlijk, want ze waren al extreem duurzaam voor het een groen begrip werd. Simpel te demonteren voor hergebruik van materialen en onderdelen. Met een begrijpelijke, mechanische motor, waarin je zelfs als leek gemakkelijk een bougie, accu of V-snaar kon verwisselen. En een heel bescheiden brandstofverbruik van pakweg 1 op 20.

Maar laatst zag ik ze toch weer. Een heel stel eenden stond zomaar in een weiland. Waarschijnlijk nog net zo oncomfortabel als toen vanwege de beroerde vering. Tachtig per uur rijden geeft in een lelijke eend al een sensatie van ongekende snelheid. Een ervaring biedend die de soepele, stille hedendaagse automobiel niet biedt.

Hun bijzondere uiterlijk had het blijkbaar de moeite waard gemaakt de wagens goed te onderhouden. Ze zaten mooi in de lak. Tot mijn ontroering had een ervan zelfs een heel bijdetijds zonnepaneel op het dak. De lelijke eenden worden gebruikt voor nostalgische bedrijfsuitjes en hebben dus zelfs nog economische waarde.

Daarom zeg ik: eigenzinnige vormgeving, dat betaalt zich altijd uit. Combineer het met goed onderhoud, et voilà: daar heb je het nieuwe weggooien.

Lelijke eend

http://duckcity.nl/

http://www.ducktrail.nl/lelijke-eend-huren-zuid-holland/

http://www.telegraaf.nl/autovisie/oldtimer/onder-de-hamer/24807589/__Onder_de_hamer__Peperdure__lelijke_eend___.html

http://www.eendexperience.nl/

http://www.model-space.be/be/auto/2cv-home/index.php

http://www.garageruimzicht.nl/lelijke-eend-huren

http://www.2cvgarage.nl/

 

Weiger die zak

…schreef ik een keer in een pamflet, dat we als klein groen partijtje wilden uitdelen aan het winkelend publiek.

Want ook toen, eind jaren tachtig, was al lang en breed bekend dat plastic wegwerptassen milieutechnisch gezien geen echt intelligente keuze waren. Maar ja, als bedrijf kon je er mooi reclame op kwijt, en je zag meteen dat iemand betaald had voor zijn aankoop. Wanneer je als consument toch andere belangen had, kon je de plastic tas het beste afslaan. Leek ons.

Waarom weet ik niet meer, maar de pamfletten werden nooit gedrukt. Eerlijk gezegd had ik ook wel opgezien tegen het uitdelen. Veel mensen werden nu eenmaal chagrijnig als je voorstelde iets milieuvriendelijks te doen. Ongeveer zo chagrijnig als bij de discussie over Pietenkleuren.

Tot en met 31 december 2015 mochten winkeliers aankopen nog in een plastic tas stoppen. Zelfs wanneer je heel old skool en extreem dozig een boodschappentas bij je had, kwam vaak  de vraag of je een tasje wilde. Gelukkig gebeurden er ook mooie dingen. Er werd afbreekbaar plastic ontwikkeld. Supermarkten, in nare oorlogen verwikkeld, zagen de bespaarmogelijkheden en gaven niet langer automatisch tassen mee. Ze vroegen er zelfs een bescheiden bedragje voor.

Desondanks werden jaarlijks, alleen al in Europese winkels, 100 miljard plastic tasjes weggegeven. Vooral die dunne, die meestal maar één keer gebruikt worden. Zo’n acht miljard gaat zwerven, en het effect daarvan is vooral voelbaar in zee. Liefst 94 procent van alle zeevogels heeft plastic in de maag. De rommel die op de kusten van de Middellandse Zee aanspoelt, bestaat voor het merendeel uit plastic zakjes.

Omdat we dus nog steeds te weinig tasjes afsloegen, hebben we sinds 1 januari 2016 een wet die stelt dat gratis uitdelen niet meer mag. Je neemt, hoe moeilijk kan het zijn, je eigen tas mee. Of je betaalt een bedrag dat groot genoeg is om te heroverwegen of je wel een plastic exemplaar wil.

Zelf ga ik altijd steigeren als iemand me iets verbiedt. In dit geval lijkt het me een zegen. De wereld is beslist gebaat bij minder zakken.

plastic tas

 

https://www.consumentenbond.nl/community/forum/consumentenzaken/consumentenzaken/gratis-plastic-tassen-verboden-1-januari

Niemendalletjes en de kerstboom

De Fransen noemen het lingerie. De Italianen zeggen intimo. Een heel mooie vind ik het Duitse woord: Reizwäsche. Hoe je het ook zegt, de luchtige niemendalletjes die je draagt in plaats van ondergoed zijn niet direct functioneel, als in: bescherming van bovenkleding zodat je die minder vaak hoeft te wassen. Wel natuurlijk in die zin, dat draagsters en degenen die er naar kijken, er heel vrolijk van kunnen worden.

Een luxe artikel dus. Architecte Sophie Young, ah oui, une Française, vond desalniettemin dat frivoliteit en duurzaamheid elkaar niet uit hoeven te sluiten. Zelfs niet met Kerstmis. Juist niet met Kerstmis. Ze ontwerpt en produceert al een jaar of vijf lingerie van een stof die gemaakt wordt van de naalden van afgedankte kerstbomen. Het is een soort viscose, die schijnt aan te voelen als zijde en prima transpiratie absorbeert. De stoffen krijgen kleur met niet-giftige textielverven.

Zowel het materiaal als de, nou ja, kledingstukken, worden gemaakt in Frankrijk. Dubbel duurzaam dus, want behalve minder transportkilometers voelt ook modeland Frankrijk de concurrentie van lagelonenlanden. Het behoud van kleermakerskennis en banen is natuurlijk zeer maatschappelijk verantwoord.

Behalve spannend ondergoed voor dames heeft DO YOU GREEN, zoals de dennennaalden-kleding heet, ook kekke ecoslips, T-shirts en pyama’s voor heren. De spullen zijn slechts in een paar Franse winkels te koop, maar via de webwinkel ook binnen het bereik van Nederlandse ecolista’s. En daarom, vooruit, een inkoppertje: Oh la la!

http://www.organic-lingerie.com/fr/52-lingerie

http://organic-lingerie.com/en/#4

https://www.doyougreen.com/en/

 

 

nuisette-avec-fente-sur-le-cote-turquoise

Lekker drankje voor onderweg

Tja, die kartonnen wegwerpbekers. Wat een stapel afval krijg je d’r van. En toch zo handig, voor al die koffie’s en thee’s en soepjes die je op het werk of onderweg zo graag drinkt.

Als het nou alleen karton was, kon je het gewoon recyclen. Maar karton is niet bestand tegen hete vloeistoffen. Dus moet er een laagje omheen, meestal gemaakt op aardoliebasis.  Daarna zijn de bekers nog wel te recyclen, alleen kost het veel tijd, moeite en geld, en het papier is van matige kwaliteit.

AkzoNobel heeft nu een nieuw laagje uitgevonden, waardoor de bekers honderd procent hergebruikt of gecomposteerd kunnen worden. EvCote heet het, en het is gemaakt van plantaardige oliën (ik hoop geen palmolie uit gekapte regenwouden) en gerecycled PET. Papier gemaakt van zulke bekers blijft dezelfde kwaliteit houden, dus er zijn geen nieuwe bomen voor nodig.

Wat maakt een zo’n bekertje nou uit, denk je misschien. Met zijn allen gebruiken we  echter jaarlijks 200 miljard kartonnen bekers. Zo’n uitvinding zet dus wel degelijk een hoop milieuvriendelijke zoden aan de dijk. Mooi waar een multinational, toch meestal wel te betrappen op schimmige zaken, dan weer goed in kan zijn.

EvCote beker

https://www.akzonobel.com/news_center/news/news_and_press_releases/2014/akzonobel_creates_the_worlds_first_fully_compostable_and_recyclable_paper_cup.aspx

PET-fles wordt luchtig overhemd – in China

Polyester kleding, dat was altijd een symbool van armoe. Van zweterig en slechtzittend en goedkoop. Het riep associaties op met ongelukkige huis-aan-huis verkopers en gefrustreerde huisvrouwen. Stijlvolle kleding was nooit van polyester, maar van linnen of katoen of wol.

Monique Maissan heeft dat helemaal veranderd met een textiel materiaal dat Waste2Wear heet. Gemaakt van gerecyclede PET-flessen, in allerlei kleuren en patronen. Naar believen te leveren in ademende, antibacteriële, vuilafstotende of brandwerende versie. Haar bedrijf Visions in Sjanghai verwerkt het tot schooluniformen en ‘echte’ mode. Maar Visions heeft ook klanten die er gordijnen van maken, of beddengoed, paraplu’s en tassen. In Nederland zijn dat bedrijven als Wehkamp, Claudia Sträter en Beebielove.

Maissan is een Nederlandse die in China een bedrijf heeft opgezet dat klinkt als een klok. Ze streeft naar een onderneming die op alle mogelijke fronten goed bezig is. Dat begint natuurlijk met de grondstof, gemaakt van materiaal dat anders belandt op de vuilnisbelt, of in de afvalverbranding of oceanen. Visions heeft echter ook ruime werkplekken in plaats van overvolle sweatshops. Gebruikt verven en verpakkingen die zo  milieuvriendelijk mogelijk zijn. Heeft samenwerkingen met bedrijven die hun plastic afval inleveren als grondstof. En nog zo wat dingen.

Maissan verdient een enorme veer in haar bips. Dankzij haar sta je als mode- of stijlbewust type niet langer voor gek met polyester kleding (of huishoudtextiel). En zelfs als groene consument kan je de fashionista in je de vrije teugel geven.

www.waste2wear.com

www.beebielove.com

www.claudiastrater.com

www.wehkamp.nl