Van liefde sterker dan de dood

Eveliene wilde een sieraad dat vertelde van de liefde tussen haar en haar overleden man Peter. Gemaakt van hun trouwringen. Nu draagt ze elke  dag met vreugde haar vogeltjesring.

“Vóór hij op 9 april 2015 de operatiekamer inging, hebben Peter en ik samen onze trouwringen afgedaan. De arts had gezegd: ‘Neem maar afscheid’. Ik stopte ze in een zakje, samen met alle sieraden die ik op dat moment droeg. Het was zo’n intens verdrietig moment in niemandsland. Ik dacht dat mijn leven met hem voorbij was.

Peter redde het tóch. Maar onze ringen hebben we niet meer aangedaan. Nog vier maanden heb ik hem thuis verpleegd.

Op onze laatste trouwdag gaf ik hem een schilderijtje met daarop vier musjes. Symbolisch voor ons gezin, want een van de vier stond omgedraaid, alsof hij klaar was om weg te vliegen. Op 10 juli 2015 had Peter nog één heel helder moment. De tuindeuren stonden open en een zwaluw vloog naar binnen. Ik dacht: jasses, die kakt de kamer onder. Maar Peter zei: ‘die zwaluw komt me zo halen’.

Daarna hadden we geen bewust contact meer. Een dag later overleed hij.

Het duurde drie jaar voor ik onze trouwringen weer durfde dragen, na het intense afscheid van ons liefdevolle leven samen. Alleen dan niet gewoon aan elkaar geplakt, als een weduwe. Ik wilde een verhààl. Bij het googelen op ‘trouwringen veranderen’ kwam Aletta’s vogeltjesring boven. Omdat vogeltjes zo’n belangrijke rol spelen voor ons gezin, móest zij wel de juiste persoon zijn.

Het ontwerpen was een heel proces. Ik wilde het ook niet afraffelen. Ik was er klaar voor, maar nog niet helemaal. Terwijl Aletta schetsen en concepten maakte, kon ik er naar toe groeien.

Aletta heeft van onze trouwringen inderdaad een ring gemaakt als een verhaal. Niet glad, omdat het leven niet glad is. Luchtig, omdat het leven wel is doorgegaan, met Peter in een kamer van mijn hart. In twee kleuren goud en met gebruik van de diamanten uit onze trouwringen. Onze zoons vinden het prachtig. Peter’s moeder ook. En andere mensen kijken en zeggen: goh, wat bijzonder. Ik vind het fijn om dan ons verhaal erachter te vertellen, ‘van liefde sterker dan de dood’. Ik draag mijn vogeltjesring elke dag met vreugde.

Dit verhaal verscheen eerder als testimonial op de website van goudsmid Aletta Teunen

http://www.goudsmidutrecht.nl

Advertenties

Verfbeest

Buiten is het fris. Koud zelfs, soms. De meteorologische winter duurt nog dik een maand, en ook daarna blijven de temperaturen vaak een hele tijd laag en de dagen kort.

Maar hoe beschaafd we ook zijn, hoe goed verwarmd onze ruimtes en hoe onbeperkt de toegang tot verlichting, we voelen aan ons water dat de lente eraan komt. En daarmee borrelt ook een oeroud instinct weer op.

Dan willen we het nest in orde maken. Schoon, fris, opgeruimd, klaar voor de nieuwe babies. Of die nu komen of niet. Een vers verfje op deze of gene muur of kozijn hoort er bij.

Veel van die verf ziet er leuk uit, maar is niet zo schoon en fris meer wanneer de resten in het milieu terecht komen. Datzelfde milieu waar we ons water uit halen, en waar ons voedsel wordt gekweekt. Daarom bedacht wateringenieur Gijs van Ginneken een manier om dat verfje wél minder schadelijk te maken. Hij produceert nieuwe, kwalitatief goede latex van resten die zijn afgegeven bij verschillende afvalinzamelaars.

Latex is zijn eerste stap. Olieverven met hun diverse samenstellingen zijn nog te ingewikkeld om te recyclen en verdwijnen in de vuilverbranding. De geproduceerde latex is volgens van Ginneken een kwaliteitsverf, en dus in prijs vergelijkbaar met nieuwe. Wel is de winst van zijn bedrijf Ecopaints lager dan gangbaar, want de kosten zijn op dit moment nog hoog door de kleine productie. Maar wellicht kan Ecopaints dit jaar al opschalen, als twee grote ketens de verf in hun assortiment gaan opnemen.

Luisteren naar je instinct en weer een beetje beest worden kan dus heel gemakkelijk. Gewoon je nest opfleuren met gerecyclede verf.

 

http://eco-paints.nl/over-eco-paints/

https://www.akzonobel.com/nl/news_center/news/nieuws_persberichten/2017/geef-verf-een-nieuw-leven.aspx

 

 

 

verf

Het nieuwe weggooien

Opeens zag ik ze staan: een hele toom eenden, even sterk als twee paarden. In zo’n metalen diertje maakte ik als achttienjarige mijn eerste buitenlandse reis, helemaal naar Zuid-Frankrijk.

Opgegroeid in een autoloos gezin, met een vader die vakanties oninteressant vond, was die reis met twee studiegenoten voor mij één groot feest. Voor het eerst van mijn leven zag ik echte bergen, kampeerde naast ijskoude rivieren en voelde hoe heet de mediterrane zon is. Als ik op de achterbank van de rode Deux Chevaux zat, scheen hij door het opgerolde stoffen dak vol in mijn gezicht. Diezelfde achterbank was bovendien heel gemakkelijk uit de wagen te halen. Dan stond naast de tent opeens een bankje, waarop we ons al sjekkies rokend en vin du patron drinkend verbaasden over de eigenaardige gewoontes van de Fransen.

In de decennia erna kwamen honderden, nee duizenden automodellen op de markt. Steeds comfortabeler, met steeds meer snufjes, en de laatste jaren ook steeds duurzamer door een almaar dalend brandstofverbruik, doordat ze elektrisch rijden of doordat ze vergaand demontabel zijn. Ook een soort feest.

Lelijke eenden zie je echter nauwelijks meer. Raar eigenlijk, want ze waren al extreem duurzaam voor het een groen begrip werd. Simpel te demonteren voor hergebruik van materialen en onderdelen. Met een begrijpelijke, mechanische motor, waarin je zelfs als leek gemakkelijk een bougie, accu of V-snaar kon verwisselen. En een heel bescheiden brandstofverbruik van pakweg 1 op 20.

Maar laatst zag ik ze toch weer. Een heel stel eenden stond zomaar in een weiland. Waarschijnlijk nog net zo oncomfortabel als toen vanwege de beroerde vering. Tachtig per uur rijden geeft in een lelijke eend al een sensatie van ongekende snelheid. Een ervaring biedend die de soepele, stille hedendaagse automobiel niet biedt.

Hun bijzondere uiterlijk had het blijkbaar de moeite waard gemaakt de wagens goed te onderhouden. Ze zaten mooi in de lak. Tot mijn ontroering had een ervan zelfs een heel bijdetijds zonnepaneel op het dak. De lelijke eenden worden gebruikt voor nostalgische bedrijfsuitjes en hebben dus zelfs nog economische waarde.

Daarom zeg ik: eigenzinnige vormgeving, dat betaalt zich altijd uit. Combineer het met goed onderhoud, et voilà: daar heb je het nieuwe weggooien.

Lelijke eend

http://duckcity.nl/

http://www.ducktrail.nl/lelijke-eend-huren-zuid-holland/

http://www.telegraaf.nl/autovisie/oldtimer/onder-de-hamer/24807589/__Onder_de_hamer__Peperdure__lelijke_eend___.html

http://www.eendexperience.nl/

http://www.model-space.be/be/auto/2cv-home/index.php

http://www.garageruimzicht.nl/lelijke-eend-huren

http://www.2cvgarage.nl/

 

Weiger die zak

…schreef ik een keer in een pamflet, dat we als klein groen partijtje wilden uitdelen aan het winkelend publiek.

Want ook toen, eind jaren tachtig, was al lang en breed bekend dat plastic wegwerptassen milieutechnisch gezien geen echt intelligente keuze waren. Maar ja, als bedrijf kon je er mooi reclame op kwijt, en je zag meteen dat iemand betaald had voor zijn aankoop. Wanneer je als consument toch andere belangen had, kon je de plastic tas het beste afslaan. Leek ons.

Waarom weet ik niet meer, maar de pamfletten werden nooit gedrukt. Eerlijk gezegd had ik ook wel opgezien tegen het uitdelen. Veel mensen werden nu eenmaal chagrijnig als je voorstelde iets milieuvriendelijks te doen. Ongeveer zo chagrijnig als bij de discussie over Pietenkleuren.

Tot en met 31 december 2015 mochten winkeliers aankopen nog in een plastic tas stoppen. Zelfs wanneer je heel old skool en extreem dozig een boodschappentas bij je had, kwam vaak  de vraag of je een tasje wilde. Gelukkig gebeurden er ook mooie dingen. Er werd afbreekbaar plastic ontwikkeld. Supermarkten, in nare oorlogen verwikkeld, zagen de bespaarmogelijkheden en gaven niet langer automatisch tassen mee. Ze vroegen er zelfs een bescheiden bedragje voor.

Desondanks werden jaarlijks, alleen al in Europese winkels, 100 miljard plastic tasjes weggegeven. Vooral die dunne, die meestal maar één keer gebruikt worden. Zo’n acht miljard gaat zwerven, en het effect daarvan is vooral voelbaar in zee. Liefst 94 procent van alle zeevogels heeft plastic in de maag. De rommel die op de kusten van de Middellandse Zee aanspoelt, bestaat voor het merendeel uit plastic zakjes.

Omdat we dus nog steeds te weinig tasjes afsloegen, hebben we sinds 1 januari 2016 een wet die stelt dat gratis uitdelen niet meer mag. Je neemt, hoe moeilijk kan het zijn, je eigen tas mee. Of je betaalt een bedrag dat groot genoeg is om te heroverwegen of je wel een plastic exemplaar wil.

Zelf ga ik altijd steigeren als iemand me iets verbiedt. In dit geval lijkt het me een zegen. De wereld is beslist gebaat bij minder zakken.

plastic tas

 

https://www.consumentenbond.nl/community/forum/consumentenzaken/consumentenzaken/gratis-plastic-tassen-verboden-1-januari

Niemendalletjes en de kerstboom

De Fransen noemen het lingerie. De Italianen zeggen intimo. Een heel mooie vind ik het Duitse woord: Reizwäsche. Hoe je het ook zegt, de luchtige niemendalletjes die je draagt in plaats van ondergoed zijn niet direct functioneel, als in: bescherming van bovenkleding zodat je die minder vaak hoeft te wassen. Wel natuurlijk in die zin, dat draagsters en degenen die er naar kijken, er heel vrolijk van kunnen worden.

Een luxe artikel dus. Architecte Sophie Young, ah oui, une Française, vond desalniettemin dat frivoliteit en duurzaamheid elkaar niet uit hoeven te sluiten. Zelfs niet met Kerstmis. Juist niet met Kerstmis. Ze ontwerpt en produceert al een jaar of vijf lingerie van een stof die gemaakt wordt van de naalden van afgedankte kerstbomen. Het is een soort viscose, die schijnt aan te voelen als zijde en prima transpiratie absorbeert. De stoffen krijgen kleur met niet-giftige textielverven.

Zowel het materiaal als de, nou ja, kledingstukken, worden gemaakt in Frankrijk. Dubbel duurzaam dus, want behalve minder transportkilometers voelt ook modeland Frankrijk de concurrentie van lagelonenlanden. Het behoud van kleermakerskennis en banen is natuurlijk zeer maatschappelijk verantwoord.

Behalve spannend ondergoed voor dames heeft DO YOU GREEN, zoals de dennennaalden-kleding heet, ook kekke ecoslips, T-shirts en pyama’s voor heren. De spullen zijn slechts in een paar Franse winkels te koop, maar via de webwinkel ook binnen het bereik van Nederlandse ecolista’s. En daarom, vooruit, een inkoppertje: Oh la la!

http://www.organic-lingerie.com/fr/52-lingerie

http://organic-lingerie.com/en/#4

https://www.doyougreen.com/en/

 

 

nuisette-avec-fente-sur-le-cote-turquoise

Lekker drankje voor onderweg

Tja, die kartonnen wegwerpbekers. Wat een stapel afval krijg je d’r van. En toch zo handig, voor al die koffie’s en thee’s en soepjes die je op het werk of onderweg zo graag drinkt.

Als het nou alleen karton was, kon je het gewoon recyclen. Maar karton is niet bestand tegen hete vloeistoffen. Dus moet er een laagje omheen, meestal gemaakt op aardoliebasis.  Daarna zijn de bekers nog wel te recyclen, alleen kost het veel tijd, moeite en geld, en het papier is van matige kwaliteit.

AkzoNobel heeft nu een nieuw laagje uitgevonden, waardoor de bekers honderd procent hergebruikt of gecomposteerd kunnen worden. EvCote heet het, en het is gemaakt van plantaardige oliën (ik hoop geen palmolie uit gekapte regenwouden) en gerecycled PET. Papier gemaakt van zulke bekers blijft dezelfde kwaliteit houden, dus er zijn geen nieuwe bomen voor nodig.

Wat maakt een zo’n bekertje nou uit, denk je misschien. Met zijn allen gebruiken we  echter jaarlijks 200 miljard kartonnen bekers. Zo’n uitvinding zet dus wel degelijk een hoop milieuvriendelijke zoden aan de dijk. Mooi waar een multinational, toch meestal wel te betrappen op schimmige zaken, dan weer goed in kan zijn.

EvCote beker

https://www.akzonobel.com/news_center/news/news_and_press_releases/2014/akzonobel_creates_the_worlds_first_fully_compostable_and_recyclable_paper_cup.aspx

PET-fles wordt luchtig overhemd – in China

Polyester kleding, dat was altijd een symbool van armoe. Van zweterig en slechtzittend en goedkoop. Het riep associaties op met ongelukkige huis-aan-huis verkopers en gefrustreerde huisvrouwen. Stijlvolle kleding was nooit van polyester, maar van linnen of katoen of wol.

Monique Maissan heeft dat helemaal veranderd met een textiel materiaal dat Waste2Wear heet. Gemaakt van gerecyclede PET-flessen, in allerlei kleuren en patronen. Naar believen te leveren in ademende, antibacteriële, vuilafstotende of brandwerende versie. Haar bedrijf Visions in Sjanghai verwerkt het tot schooluniformen en ‘echte’ mode. Maar Visions heeft ook klanten die er gordijnen van maken, of beddengoed, paraplu’s en tassen. In Nederland zijn dat bedrijven als Wehkamp, Claudia Sträter en Beebielove.

Maissan is een Nederlandse die in China een bedrijf heeft opgezet dat klinkt als een klok. Ze streeft naar een onderneming die op alle mogelijke fronten goed bezig is. Dat begint natuurlijk met de grondstof, gemaakt van materiaal dat anders belandt op de vuilnisbelt, of in de afvalverbranding of oceanen. Visions heeft echter ook ruime werkplekken in plaats van overvolle sweatshops. Gebruikt verven en verpakkingen die zo  milieuvriendelijk mogelijk zijn. Heeft samenwerkingen met bedrijven die hun plastic afval inleveren als grondstof. En nog zo wat dingen.

Maissan verdient een enorme veer in haar bips. Dankzij haar sta je als mode- of stijlbewust type niet langer voor gek met polyester kleding (of huishoudtextiel). En zelfs als groene consument kan je de fashionista in je de vrije teugel geven.

www.waste2wear.com

www.beebielove.com

www.claudiastrater.com

www.wehkamp.nl

Koffiesnob

Ik beken.

Ik ben een koffiesnob.

Voor een bak filterpleur haal ik mijn neus op. Koffie vind ik pas te drinken als het hete water met god weet hoeveel Bar door versgemalen bonen is geperst.

Dat kan alleen met machines die niemand thuis heeft. Ze staan in meestal grootstedelijke koffiehuizen, waar barista’s, professionele koffiezetters, er precies dat kopje zwart goud van brouwen dat mij gelukkig maakt. Bovendien zijn de koffierettes vaak knus ingericht en kun je er minstens drie kranten lezen.

Voor mijn snobgeluk moet natuurlijk wel koffie geproduceerd worden in verre landen, en dat gaat gepaard met het gebruik van behoorlijk wat water en energie. Bovendien waren de arbeidsomstandigheden eeuwenlang ronduit luizig. Het doet me dan ook veel plezier dat geen enkele koffiezaak met enig zelfrespect vandaag de dag nog koffie serveert die ouderwets is geteeld. Fair trade is de norm.

Soms ben ik te gast bij mensen die minder snobby zijn dan ik. Zij hebben thuis wel een espressomachine, vaak een Nespresso. Nestlé noemt de inhoud van de gekleurde cupjes Grand Cru, en ja, de smaak is heel prima. Bij zulke gastheren- en vrouwen zeg ik dus onbekommerd ja wanneer ze me een koffie aanbieden.

Maar toch… dat aluminium… En hoe zit dat met de kwaliteit van leven van boeren die de Grand Cru’s maken? Nestlé is een multinational met aandeelhouders die geld willen zien, en laat misschien juist daarom wel eens wat steken vallen.

Even goed zoeken op hun site laat echter zien dat het bedrijf zijn best doet de hele productiecyclus te verbeteren. Verstandig, want met een uitgeputte aarde heb je geen grondstoffen meer en dus ook geen bedrijf. Een heel programma richt zich onder andere op vermindering van energie- en watergebruik, training van boeren, ook op zakelijk gebied, en hergebruik van de aluminium cupjes. Al is het nog niet volmaakt, ik vind dat Nestlé op de goede weg is.

De echte koffie-geek beschrijft zijn favoriete drankje in wijntermen. Bloemig, fruitig, chocolade, lavendel… Daarom zeg ik alvast: proost, voor bij je volgende bakkie. Pleur of Grand Cru.

koffiesnob 010

http://www.ad.nl/dossier-ad-koffietest/reacties-juichen-leren-treuren-en-gratis-koffie~ae1bfb8d/

http://www.dusseldorp.nl/recycling/recycling-van-nespresso-koffiecapsules/nespresso-opent-recylecenter-in-nederland.html

https://www.nespresso.com/nl/nl/order/accessories/koffie-capsule-recyclezak