Een wondertje op kleine schaal

Cartier Tank dameshorloge

Cartier Tank dameshorloge  

Jacco Reversma (Spiegelgrachtjuweliers Amsterdam): “De vraag naar vintage horloges stijgt al jaren. Mensen houden van historie, van authenticiteit, van horloges met een verhaal. Vintage en occasions hebben zo’n verhaal automatisch. Met leeftijd heeft dat niet per se iets te maken. Soms is het gekoppeld aan een persoonlijkheid, zoals de Rolex Daytona die dankzij Paul Newman wereldfaam kreeg. Het kan een gebeurtenis zijn, denk aan de Omega Speedmaster die mee mocht op de eerste maanreis. Of een in zijn tijd nieuwe complicatie. En daarbij heb je de ontzettend gave techniek van mechanische horloges. In essentie is de slingerbeweging dezelfde als in grote uurwerken. Een wondertje dat het werkt op die kleine schaal.

Vrouwelijke clientèle

Het verschil tussen vintage en occasion is een grijs gebied. In principe is natuurlijk elk gebruikt horloge een occasion. Vanaf vijftien jaar noemen we het jong gebruikt. Vintage is meestal mechanisch, maar ook quartz hoort er bij. Zeker de vrouwelijke clientèle, zo’n vijfendertig procent, vindt quartz vaak prima. Voor hen zijn er bijvoorbeeld Cartiers en dames-Rolexen.

Mysterie

We doen alleen in vintage polshorloges die niet meer gemaakt worden, van gerenommeerde merken. Altijd gewild is Rolex. Enorm goed geconstrueerde horloges, waarbij de vraag naar nieuwe modellen standaard groter is dan het aanbod. Wat Rolex nog meer aantrekkelijk maakt is het mysterie rond het merk. Ten eerste is het een stichting, die bovendien geen historische informatie geeft over hun modellen. Geïnteresseerden moeten die bij elkaar sprokkelen bij andere partijen en daarom kan de informatie nooit honderd procent accuraat zijn. Ten tweede is Rolex natuurlijk een statussymbool.

Liefhebbers

Ook geliefd in de hogere prijsregionen zijn de Patek Philippe horloges. Ze zijn bijna altijd gemaakt van edelmetaal, met uurwerken van eigen makelij, in een klassieke vormgeving. Het bedrijf is in tegenstelling tot Rolex juist heel open in het beschikbaar stellen van relevante en nuttige informatie over vroegere modellen. Patek’s zijn echt horloges voor liefhebbers. Net zoals bijvoorbeeld de Omega Speedmaster, ook wel bekend als ‘The Moonwatch’.

Investering

Heel vaak vragen klanten naar de zin van het horloge als investering. Wij kunnen natuurlijk niet in de toekomst kijken en voorspellen welk merk en type gegarandeerd meer waard worden. Over het algemeen gaat daar tijd overheen. Occasions zijn vaak wat goedkoper dan een nieuw horloge. Voor vintage geldt dat niet. Vanaf een leeftijd van veertig jaar zijn ze meestal veel duurder dan in de tijd dat ze op de markt kwamen. Een edelmetalen kast of gesp heeft invloed op de nieuwprijs, maar niet noodzakelijkerwijs op de prijs van een vintage horloge. Het zit eerder in de oplage en daarmee in de zeldzaamheid. Tot de verbeelding sprekend is wederom de Daytona. In de jaren zestig had die een nieuwprijs van 300 dollar. Nu gaat hij voor 50.000 dollar of meer over de toonbank.

Dozensnuiver

Nep is soms alleen te herkennen aan de binnenkant. We onderzoeken eerst of het uurwerk goed en echt is en of verpakking en garantiecertificaat origineel zijn. Behalve de kwaliteit van de materialen en corresponderende nummers op horloge en garantiebewijs, is geur daarbij essentieel. Mijn collega’s noemen me gekscherend de dozensnuiver: ik ben gek op de geur van oud papier en verpakkingen en kan letterlijk ruiken of ze authentiek zijn.

Glimlach

Voordat een horloge de winkel ingaat en op de website wordt geplaatst, worden versleten onderdelen vervangen. Het uurwerk wordt schoongemaakt, geolied, gemonteerd en getest. Het moet naar behoren functioneren, passend bij de leeftijd. Ik hoop dat onze klanten ook komen voor onze verhalen, dat ze die waarderen. Het belangrijkste is altijd: Wat brengt een glimlach op het gezicht? ”

O   Omega Speedmaster 1962

http://www.spiegelgrachtjuweliers.nl

https://www.omegawatches.com/watches/speedmaster/moonwatch/professional/product

https://www.rolex.com/nl/watches/cosmograph-daytona.html

https://www.patek.com/en/home

Dit is een ingekorte versie van een verhaal dat verscheen in Horloges/0024, editie zomer 2020

In quarantaine met vlinders in de buik

Nina (57) wilde écht geen vriend. Kees (56) laat haar helemaal vrij. Nu is ze vrijwillig met hem in corona-quarantaine.

“Sinds half maart woon ik bij mijn vriend Kees. Terwijl we elkaar pas twee maanden kennen. We doen dit omdat Kees door een vroegere ziekte een lage immuniteit heeft. Als ik voorlopig wegblijf uit de buitenwereld, kan ik niet besmet raken met het coronavirus en hem dus ook niet in gevaar brengen.

Afgelopen oktober beëindigde ik na ruim elf jaar mijn relatie met de man voor wie ik naar Nederland was verhuisd. Ik paste me vaak aan aan zijn wensen, maar we bleken uiteindelijk toch té verschillend. Ik huurde een kleine woning elders, en overwoog ondertussen sterk om terug te gaan naar Zwitserland, waar mijn kinderen en kleinkind wonen. ’s Avonds bezocht ik soms, om mezelf op te vrolijken, muziekoptredens waar ik ook kon dansen. Want als ik dans, ben ik gelukkig. Bij zo’n optreden ontmoette ik twee neven, mannen van mijn eigen leeftijd. Ik wilde op dat moment absoluut geen vriend. Toch ontwikkelde zich een aantal weken later een intensief telefoon- en appcontact met een van hen. Dat was Kees. Een echte afspraak moest hij vanwege ziekte annuleren. Toen heb ik hem een pannetje soep gebracht en wisselden we onze eerste zoen uit. Een héle prettige zoen.

Ik kreeg pas echt verschrikkelijke vlinders in mijn buik toen Kees een paspoort had aangevraagd. Hij bleef altijd binnen de EU en had nog nooit gevlogen. Hij had altijd genoeg gehad aan een identiteitsbewijs. Zelf reis ik graag en veel. Ik ben vorig jaar zelfs full time reisleidster geworden. Kees wilde een paspoort, want, zei hij, ‘als jij ergens heen gaat, wil ik mee kunnen.’ Ik was definitief verliefd.

Eind februari ging ik een aantal weken weg, onder andere voor een beursbezoek in Duitsland. Vanwege corona werd die hele beurs uiteindelijk afgeblazen. Bij terugkomst in Nederland bleken ook alle reizen geannuleerd die ik zou begeleiden. Ik zocht Kees op en bleef voor de eerste keer slapen. Eigenlijk wilde ik heel voorzichtig een relatie aangaan, maar ik wilde hem niet besmetten door teveel contact met anderen. Ik heb een grote koffer gevuld met kleren en ben bij hem ingetrokken.

Kees’ huis staat op een groot stuk land. Hij restaureert buiten oude auto’s, ik zit binnen te schrijven aan een aantal boeken waar ik mee bezig ben. Voorlopig is het hij en ik, samen op dit afgeschermde gebiedje. We leren elkaar razendsnel kennen. Ik heb nog geen punt gevonden waarop we niet bij elkaar passen. Ik probeer altijd anderen blij te maken. In eerdere relaties kwam meestal weinig terug, maar Kees is ook zo. Het zit in kleine dingen. Hij zet een kopje koffie, hij masseert even mijn rug. Dat voelt zó goed.

Ik wist niet dat een relatie zo gemakkelijk kan zijn. Ik leef heel vrij. Ik kan met weinig materiële zaken toe en ben niet bang om banen en huizen achter me te laten en iets nieuws te beginnen. Kees leeft net zo vrij. Mijn vorige relaties waren mannen met een kantoorbaan, Kees is een creatieve chaoot met zwarte handen. Hij denkt in oplossingen, nooit in beperkingen of angsten. Hij is niet iemand waar iedereen naar omkijkt, maar ik vind hem mooi. Eerlijk gezegd kan ik mijn ogen amper van hem afhouden. En voor het eerst heb ik een man die langer is dan ik, met ook nog eens prachtig lang haar.

Ik denk niet dat ik terugga naar Zwitserland, maar ik geef niets meer op wat ik leuk vind. Kees begrijpt en accepteert dat. Het is zó leuk samen. Ik kan schrijven, ik heb Kees, ik heb te eten. Ik houd deze quarantaine echt nog wel een tijdje vol.”

Liefde op latere leeftijd: passie op het juiste moment

Over liefde op rijpere leeftijd

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van 12 april 2020

Oud ijzer, Tata Steel en torenklokliefhebbers

Bakens in het vlakke Nederlandse land zijn het: kerktorens en hun klokken. Maar de dikwijls eeuwenoude mechanische uurwerken werden na WOII steeds vaker vervangen door punctuele elektrische modellen. Heel jammer, vond een groep techneuten bij staalbedrijf Hoogovens, en begon in zijn vrije tijd torenuurwerken te repareren.

“Een tijdlang gebruikten we een lokaal van een leegstaande school in IJmuiden als opslagplaats voor oude torenuurwerken,” vertelt vrijwilliger Nico Kroese. “Zonder dat we het wisten werd de school gesloopt en waren de uurwerken als oud ijzer op straat gegooid. We hebben er één kunnen redden. Het hele mechaniek was getordeerd, maar wij hebben het hier volledig teruggebracht in de oorspronkelijke staat.” Grinnikend: “Dat was wel wat je noemt een uitdaging.”

Kerk van Jisp

“Hier” is een werkplaats op de eerste verdieping van een oude loods in Velsen-Noord. Het pand is eigendom van wat vroeger Hoogovens heette, daarna korte tijd Corus en tegenwoordig Tata Steel. In 1978 hoorde Jan Scholtens, instrumentmaker bij Hoogovens, dat het torenuurwerk uit de kerk van zijn woonplaats Jisp zou worden weggedaan. Net zoals elders in het land zou het vervangen worden door een elektrisch uurwerk. Scholtens vond het eeuwig zonde en overlegde met technische collega’s wat ze eraan konden doen. Dat leidde tot de vorming van de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk. Hoogovens stelde een werkruimte beschikbaar, Scholtens en zijn collega’s herstelden in hun vrije tijd het uurwerk en plaatsten het terug. Het loopt nog steeds. Daan Kerkvliet, secretaris van de Stichting, schat dat het zo’n honderd tot tweehonderd jaar gaat duren voor opnieuw een reparatie nodig zal zijn.

15e eeuws uurwerk

Het verhaal van de restauratie verspreidde zich snel, en zo werd de groep vrijwillige techneuten ook betrokken bij het herstel van het torenuurwerk in het Noord-Hollandse dorpje Winkel. Koolstofonderzoek van de houten opwindtrommel dateerde het mechanisme op begin 15e eeuw. Omdat het uurwerk inmiddels al vervangen was door een moderne elektrische aandrijving staat het origineel nu museaal opgesteld in de Lucaskerk te Winkel.Tot de dag van vandaag weten talloze liefhebbers de Stichting te vinden. De vrijwilligers zijn inmiddels allemaal gepensioneerd, maar onverminderd enthousiaste en deskundige metaalbewerkers en elektrotechnici. Secretaris Daan Kerkvliet werkte als constructeur van bruggen en tunnels en is ‘gewoon’ liefhebber van klokken.

Eigen uitvindingen

Hun credo is ‘Geen wijzigingen aanbrengen in het uurwerk’. Alle verbeteringen worden daarom bevestigd met een klemverbinding. Dat betekent niet dat ze moderne technieken schuwen. Omdat er geen kosters meer zijn die gewichten ophalen, heeft de groep volledig automatische opwindsystemen ontwikkeld, inclusief de bijpassende software. Een andere uitvinding is de slingervanger. Tweemaal daags stopt die gedurende een aantal seconden een uurwerk dat per dag circa één minuut voorloopt. Daarna kan het op de exacte tijd weer verder lopen. Door deze toevoegingen lopen ook heel vroege uurwerken nu op tijd. Op hun uitvindingen heeft de Stichting geen patent. Integendeel: veel van de in de afgelopen decennia verzamelde kennis is beschikbaar via haar website. Een deel wordt opgeslagen in een aparte kennisbank. Daan: “Hoe meer ze nagemaakt worden, hoe meer klokken gerepareerd kunnen worden.”

Advies en zelf doen

Het aantal vragen om hulp was soms zo groot, dat mensen weleens langer dan een jaar op hulp moesten wachten. Begin 2000 besloot de Stichting een meer adviserende rol te gaan spelen, en het daadwerkelijke reparatiewerk grotendeels over te laten aan gespecialiseerde bedrijven als Eijsbouts en Daelmans in Brabant en Vellema in Friesland. Voor hun advieswerk vragen ze een bescheiden vergoeding. Wanneer er tijd voor is, doen ze nog steeds graag dingen zelf.

Zichtbaar

Wat torenuurwerken zo boeiend maakt? Voor Nico Kroese is de geavanceerde techniek van de eeuwenoude appraten een blijvende bron van verbazing. “Zulke ingenieuze apparaten. Hoe kregen ze dat in die tijd al voor elkaar?” Daan Kerkvliet: “Het leuke is het formaat. Je maakt zelf onderdelen op een heel andere schaal dan normaal gesproken. In principe is er geen verschil met een gewone mechanische klok. Het zijn allebei tandwielstelsels met een slinger, en meestal een slagwerk met hamer. Alleen het op tijd zetten is lastiger. Je kunt immers niet bij de wijzers. Verder kom je op heel veel verschillende plaatsen, en doe je onderzoek in archieven omdat er zoveel historie verbonden is aan deze uurwerken. En wat ook echt leuk is: je werk is heel zichtbaar.”

www.torenuurwerk.nl

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer 2019 van Vakblad Edelmetaal

 

 

 

15e eeuws torenuurwerk Lucaskerk te Winkel, N-H 

Duizend teruggevonden trouwringen

De schrik is groot als iemand een trouwring verliest. Nog groter is de dankbaarheid wanneer vrijwilligers van GevondenVerloren.nl de gouden band terug weten te vinden. Afgelopen zomer haalden de metaaldetecteerders de duizendste trouwring in hun vijfjarig bestaan boven water.

Een trouwring verliezen kan op allerlei manieren en om allerlei redenen. Mensen vallen bijvoorbeeld af, bewust of doordat ze ziek zijn geweest. Ze smeren zich in met anti-zonnebrandcrème, waarna bij het zwemmen de ring van hun vinger glibbert. Ze verliezen hem bij het eendjes voeren, bij het overgooien van een bal in het water of bij het uitkloppen van een mat op hun balkon. Soms wordt hij bij een ruzie bewust weggegooid.

Vreugde

Wie dan bij GevondenVerloren.nl om hulp vraagt via de website of WhatsApp, krijgt meestal heel snel antwoord. Na een standaard uitvraagprocedure – waar verloren, op land of in water, in het laatste geval: hoe diep? – gaat een duo detecteerders zo snel mogelijk op zoek. GevondenVerloren.nl bestaat uit heel diverse mensen, die als hobby aan metaaldetectie doen. Sommigen zijn ook ervaren duikers. ‘We doen dit speurwerk omdat we het mensen gunnen hun emotioneel waardevolle spullen terug te krijgen. Als dat lukt en je ziet hun vreugde…dat moment is met geen geld te betalen,’ vertelt Richard Ober, die samen met Martin van Hees GevondenVerloren.nl beheert en coördineert. ‘Voor ons betekent het bovendien avontuur. We maken zoveel mee!’

Emotie aan sieraden

Martin van Hees, oprichter van GevondenVerloren.nl, doet vrijwel zijn hele leven al aan metaaldetectie, en ging later ook duiken. Hij realiseerde zich hoeveel emotie er aan sieraden zit toen hij zelf een gouden voetballetje verloor, dat vervolgens door zijn eigen zoon werd teruggevonden. Op Hyves, een voorloper van Facebook, begon hij mensen bij elkaar te brengen die sieraden gevonden of verloren hadden. Het aantal hulpvragen steeg zo snel, dat hij vrienden uit de detectiewereld vroeg ook mee te werken.

324 Keer succesvol

Inmiddels telt de groep 36 leden, grotendeels in Nederland, maar ook een aantal in België en Duitsland. Ze zoeken naar alle mogelijke sieraden en andere dierbare metalen voorwerpen, maar het meest zoeken ze naar trouwringen. De speurders gebruiken detectieapparaten, die reageren op het specifieke eigen geluid van metalen, en af en toe magneten. GevondenVerloren.nl is heel succesvol. In 2018 werd 383 keer hun hulp ingeroepen. Daarvan vonden ze 324 keer het verloren voorwerp terug.

Ringen in het water

Richard herinnert zich een bruiloft waar een tante in rolstoel de ringen wilde bekijken. Ze trok het doosje iets te onhandig open, en één ring sprong weg. Aanvankelijk had niemand van de vrijwilligers tijd. Daarop ergerden ze zich zo aan zichzelf en elkaar, dat uiteindelijk maar liefst vijf leden hun bezigheden lieten voor wat ze waren en kwamen zoeken. En vonden! Een andere keer was het bruidspaar op een vlonder de ceremonie aan het oefenen. De bruidegom liet beide ringen in het water vallen. Martin dook ze nog diezelfde avond op.

Zeearend

Soms lukt een zoekactie ook niet. Wat de hele club tot nu toe het meest bijblijft was een set trouwringen, die al vier generaties werd doorgegeven in de familie van de bruid. Een valkenier zou het doosje door een zeearend laten invliegen en afgeven aan het bruidspaar op de binnenplaats van een kasteel. Maar de vogel raakte uit balans, landde op een schoorsteen, vloog nog een paar rondjes en verloor ergens onderweg de ringen. De detecteerders zijn een half jaar bezig geweest met het uitkammen van het kasteelterrein, terwijl vijf duikers de slotgracht doorzochten. Ondanks die verbeten inzet zijn de ringen nooit gevonden.

Karmapunten

GevondenVerloren.nl droeg heel lang de meeste kosten zelf. Omdat ze te hoog werden is nu een stichting in oprichting. Dat maakt donaties en sponsoring mogelijk, zodat de groep kan blijven doen wat ze doet. Commercieel zal het nooit worden. Richard: ‘Dan wordt het werk en dat willen we niet. Opgetogen mensen zeggen wel eens tegen ons dat we extra karmapunten hebben verdiend, of zelfs een plaatsje in de hemel. Heel leuk natuurlijk. Maar wij vinden helpen de gewoonste zaak van de wereld.’

http://www.gevonden-verloren.nl

 

@MaartjeStrijbos

Dit verhaal verscheen eerder in vakblad Edelmetaal, editie december 2019

Van liefde sterker dan de dood

Eveliene wilde een sieraad dat vertelde van de liefde tussen haar en haar overleden man Peter. Gemaakt van hun trouwringen. Nu draagt ze elke  dag met vreugde haar vogeltjesring.

“Vóór hij op 9 april 2015 de operatiekamer inging, hebben Peter en ik samen onze trouwringen afgedaan. De arts had gezegd: ‘Neem maar afscheid’. Ik stopte ze in een zakje, samen met alle sieraden die ik op dat moment droeg. Het was zo’n intens verdrietig moment in niemandsland. Ik dacht dat mijn leven met hem voorbij was.

Peter redde het tóch. Maar onze ringen hebben we niet meer aangedaan. Nog vier maanden heb ik hem thuis verpleegd.

Op onze laatste trouwdag gaf ik hem een schilderijtje met daarop vier musjes. Symbolisch voor ons gezin, want een van de vier stond omgedraaid, alsof hij klaar was om weg te vliegen. Op 10 juli 2015 had Peter nog één heel helder moment. De tuindeuren stonden open en een zwaluw vloog naar binnen. Ik dacht: jasses, die kakt de kamer onder. Maar Peter zei: ‘die zwaluw komt me zo halen’.

Daarna hadden we geen bewust contact meer. Een dag later overleed hij.

Het duurde drie jaar voor ik onze trouwringen weer durfde dragen, na het intense afscheid van ons liefdevolle leven samen. Alleen dan niet gewoon aan elkaar geplakt, als een weduwe. Ik wilde een verhààl. Bij het googelen op ‘trouwringen veranderen’ kwam Aletta’s vogeltjesring boven. Omdat vogeltjes zo’n belangrijke rol spelen voor ons gezin, móest zij wel de juiste persoon zijn.

Het ontwerpen was een heel proces. Ik wilde het ook niet afraffelen. Ik was er klaar voor, maar nog niet helemaal. Terwijl Aletta schetsen en concepten maakte, kon ik er naar toe groeien.

Aletta heeft van onze trouwringen inderdaad een ring gemaakt als een verhaal. Niet glad, omdat het leven niet glad is. Luchtig, omdat het leven wel is doorgegaan, met Peter in een kamer van mijn hart. In twee kleuren goud en met gebruik van de diamanten uit onze trouwringen. Onze zoons vinden het prachtig. Peter’s moeder ook. En andere mensen kijken en zeggen: goh, wat bijzonder. Ik vind het fijn om dan ons verhaal erachter te vertellen, ‘van liefde sterker dan de dood’. Ik draag mijn vogeltjesring elke dag met vreugde.

Dit verhaal verscheen eerder als testimonial op de website van goudsmid Aletta Teunen

http://www.goudsmidutrecht.nl

Verfbeest

Buiten is het fris. Koud zelfs, soms. De meteorologische winter duurt nog dik een maand, en ook daarna blijven de temperaturen vaak een hele tijd laag en de dagen kort.

Maar hoe beschaafd we ook zijn, hoe goed verwarmd onze ruimtes en hoe onbeperkt de toegang tot verlichting, we voelen aan ons water dat de lente eraan komt. En daarmee borrelt ook een oeroud instinct weer op.

Dan willen we het nest in orde maken. Schoon, fris, opgeruimd, klaar voor de nieuwe babies. Of die nu komen of niet. Een vers verfje op deze of gene muur of kozijn hoort er bij.

Veel van die verf ziet er leuk uit, maar is niet zo schoon en fris meer wanneer de resten in het milieu terecht komen. Datzelfde milieu waar we ons water uit halen, en waar ons voedsel wordt gekweekt. Daarom bedacht wateringenieur Gijs van Ginneken een manier om dat verfje wél minder schadelijk te maken. Hij produceert nieuwe, kwalitatief goede latex van resten die zijn afgegeven bij verschillende afvalinzamelaars.

Latex is zijn eerste stap. Olieverven met hun diverse samenstellingen zijn nog te ingewikkeld om te recyclen en verdwijnen in de vuilverbranding. De geproduceerde latex is volgens van Ginneken een kwaliteitsverf, en dus in prijs vergelijkbaar met nieuwe. Wel is de winst van zijn bedrijf Ecopaints lager dan gangbaar, want de kosten zijn op dit moment nog hoog door de kleine productie. Maar wellicht kan Ecopaints dit jaar al opschalen, als twee grote ketens de verf in hun assortiment gaan opnemen.

Luisteren naar je instinct en weer een beetje beest worden kan dus heel gemakkelijk. Gewoon je nest opfleuren met gerecyclede verf.

 

http://eco-paints.nl/over-eco-paints/

https://www.akzonobel.com/nl/news_center/news/nieuws_persberichten/2017/geef-verf-een-nieuw-leven.aspx

 

 

 

verf

Het nieuwe weggooien

Opeens zag ik ze staan: een hele toom eenden, even sterk als twee paarden. In zo’n metalen diertje maakte ik als achttienjarige mijn eerste buitenlandse reis, helemaal naar Zuid-Frankrijk.

Opgegroeid in een autoloos gezin, met een vader die vakanties oninteressant vond, was die reis met twee studiegenoten voor mij één groot feest. Voor het eerst van mijn leven zag ik echte bergen, kampeerde naast ijskoude rivieren en voelde hoe heet de mediterrane zon is. Als ik op de achterbank van de rode Deux Chevaux zat, scheen hij door het opgerolde stoffen dak vol in mijn gezicht. Diezelfde achterbank was bovendien heel gemakkelijk uit de wagen te halen. Dan stond naast de tent opeens een bankje, waarop we ons al sjekkies rokend en vin du patron drinkend verbaasden over de eigenaardige gewoontes van de Fransen.

In de decennia erna kwamen honderden, nee duizenden automodellen op de markt. Steeds comfortabeler, met steeds meer snufjes, en de laatste jaren ook steeds duurzamer door een almaar dalend brandstofverbruik, doordat ze elektrisch rijden of doordat ze vergaand demontabel zijn. Ook een soort feest.

Lelijke eenden zie je echter nauwelijks meer. Raar eigenlijk, want ze waren al extreem duurzaam voor het een groen begrip werd. Simpel te demonteren voor hergebruik van materialen en onderdelen. Met een begrijpelijke, mechanische motor, waarin je zelfs als leek gemakkelijk een bougie, accu of V-snaar kon verwisselen. En een heel bescheiden brandstofverbruik van pakweg 1 op 20.

Maar laatst zag ik ze toch weer. Een heel stel eenden stond zomaar in een weiland. Waarschijnlijk nog net zo oncomfortabel als toen vanwege de beroerde vering. Tachtig per uur rijden geeft in een lelijke eend al een sensatie van ongekende snelheid. Een ervaring biedend die de soepele, stille hedendaagse automobiel niet biedt.

Hun bijzondere uiterlijk had het blijkbaar de moeite waard gemaakt de wagens goed te onderhouden. Ze zaten mooi in de lak. Tot mijn ontroering had een ervan zelfs een heel bijdetijds zonnepaneel op het dak. De lelijke eenden worden gebruikt voor nostalgische bedrijfsuitjes en hebben dus zelfs nog economische waarde.

Daarom zeg ik: eigenzinnige vormgeving, dat betaalt zich altijd uit. Combineer het met goed onderhoud, et voilà: daar heb je het nieuwe weggooien.

Lelijke eend

http://duckcity.nl/

http://www.ducktrail.nl/lelijke-eend-huren-zuid-holland/

http://www.telegraaf.nl/autovisie/oldtimer/onder-de-hamer/24807589/__Onder_de_hamer__Peperdure__lelijke_eend___.html

http://www.eendexperience.nl/

http://www.model-space.be/be/auto/2cv-home/index.php

http://www.garageruimzicht.nl/lelijke-eend-huren

http://www.2cvgarage.nl/

 

Weiger die zak

…schreef ik een keer in een pamflet, dat we als klein groen partijtje wilden uitdelen aan het winkelend publiek.

Want ook toen, eind jaren tachtig, was al lang en breed bekend dat plastic wegwerptassen milieutechnisch gezien geen echt intelligente keuze waren. Maar ja, als bedrijf kon je er mooi reclame op kwijt, en je zag meteen dat iemand betaald had voor zijn aankoop. Wanneer je als consument toch andere belangen had, kon je de plastic tas het beste afslaan. Leek ons.

Waarom weet ik niet meer, maar de pamfletten werden nooit gedrukt. Eerlijk gezegd had ik ook wel opgezien tegen het uitdelen. Veel mensen werden nu eenmaal chagrijnig als je voorstelde iets milieuvriendelijks te doen. Ongeveer zo chagrijnig als bij de discussie over Pietenkleuren.

Tot en met 31 december 2015 mochten winkeliers aankopen nog in een plastic tas stoppen. Zelfs wanneer je heel old skool en extreem dozig een boodschappentas bij je had, kwam vaak  de vraag of je een tasje wilde. Gelukkig gebeurden er ook mooie dingen. Er werd afbreekbaar plastic ontwikkeld. Supermarkten, in nare oorlogen verwikkeld, zagen de bespaarmogelijkheden en gaven niet langer automatisch tassen mee. Ze vroegen er zelfs een bescheiden bedragje voor.

Desondanks werden jaarlijks, alleen al in Europese winkels, 100 miljard plastic tasjes weggegeven. Vooral die dunne, die meestal maar één keer gebruikt worden. Zo’n acht miljard gaat zwerven, en het effect daarvan is vooral voelbaar in zee. Liefst 94 procent van alle zeevogels heeft plastic in de maag. De rommel die op de kusten van de Middellandse Zee aanspoelt, bestaat voor het merendeel uit plastic zakjes.

Omdat we dus nog steeds te weinig tasjes afsloegen, hebben we sinds 1 januari 2016 een wet die stelt dat gratis uitdelen niet meer mag. Je neemt, hoe moeilijk kan het zijn, je eigen tas mee. Of je betaalt een bedrag dat groot genoeg is om te heroverwegen of je wel een plastic exemplaar wil.

Zelf ga ik altijd steigeren als iemand me iets verbiedt. In dit geval lijkt het me een zegen. De wereld is beslist gebaat bij minder zakken.

plastic tas

 

https://www.consumentenbond.nl/community/forum/consumentenzaken/consumentenzaken/gratis-plastic-tassen-verboden-1-januari

Niemendalletjes en de kerstboom

De Fransen noemen het lingerie. De Italianen zeggen intimo. Een heel mooie vind ik het Duitse woord: Reizwäsche. Hoe je het ook zegt, de luchtige niemendalletjes die je draagt in plaats van ondergoed zijn niet direct functioneel, als in: bescherming van bovenkleding zodat je die minder vaak hoeft te wassen. Wel natuurlijk in die zin, dat draagsters en degenen die er naar kijken, er heel vrolijk van kunnen worden.

Een luxe artikel dus. Architecte Sophie Young, ah oui, une Française, vond desalniettemin dat frivoliteit en duurzaamheid elkaar niet uit hoeven te sluiten. Zelfs niet met Kerstmis. Juist niet met Kerstmis. Ze ontwerpt en produceert al een jaar of vijf lingerie van een stof die gemaakt wordt van de naalden van afgedankte kerstbomen. Het is een soort viscose, die schijnt aan te voelen als zijde en prima transpiratie absorbeert. De stoffen krijgen kleur met niet-giftige textielverven.

Zowel het materiaal als de, nou ja, kledingstukken, worden gemaakt in Frankrijk. Dubbel duurzaam dus, want behalve minder transportkilometers voelt ook modeland Frankrijk de concurrentie van lagelonenlanden. Het behoud van kleermakerskennis en banen is natuurlijk zeer maatschappelijk verantwoord.

Behalve spannend ondergoed voor dames heeft DO YOU GREEN, zoals de dennennaalden-kleding heet, ook kekke ecoslips, T-shirts en pyama’s voor heren. De spullen zijn slechts in een paar Franse winkels te koop, maar via de webwinkel ook binnen het bereik van Nederlandse ecolista’s. En daarom, vooruit, een inkoppertje: Oh la la!

http://www.organic-lingerie.com/fr/52-lingerie

http://organic-lingerie.com/en/#4

https://www.doyougreen.com/en/

 

 

nuisette-avec-fente-sur-le-cote-turquoise

Lekker drankje voor onderweg

Tja, die kartonnen wegwerpbekers. Wat een stapel afval krijg je d’r van. En toch zo handig, voor al die koffie’s en thee’s en soepjes die je op het werk of onderweg zo graag drinkt.

Als het nou alleen karton was, kon je het gewoon recyclen. Maar karton is niet bestand tegen hete vloeistoffen. Dus moet er een laagje omheen, meestal gemaakt op aardoliebasis.  Daarna zijn de bekers nog wel te recyclen, alleen kost het veel tijd, moeite en geld, en het papier is van matige kwaliteit.

AkzoNobel heeft nu een nieuw laagje uitgevonden, waardoor de bekers honderd procent hergebruikt of gecomposteerd kunnen worden. EvCote heet het, en het is gemaakt van plantaardige oliën (ik hoop geen palmolie uit gekapte regenwouden) en gerecycled PET. Papier gemaakt van zulke bekers blijft dezelfde kwaliteit houden, dus er zijn geen nieuwe bomen voor nodig.

Wat maakt een zo’n bekertje nou uit, denk je misschien. Met zijn allen gebruiken we  echter jaarlijks 200 miljard kartonnen bekers. Zo’n uitvinding zet dus wel degelijk een hoop milieuvriendelijke zoden aan de dijk. Mooi waar een multinational, toch meestal wel te betrappen op schimmige zaken, dan weer goed in kan zijn.

EvCote beker

https://www.akzonobel.com/news_center/news/news_and_press_releases/2014/akzonobel_creates_the_worlds_first_fully_compostable_and_recyclable_paper_cup.aspx