Een wondertje op kleine schaal

Cartier Tank dameshorloge

Cartier Tank dameshorloge  

Jacco Reversma (Spiegelgrachtjuweliers Amsterdam): “De vraag naar vintage horloges stijgt al jaren. Mensen houden van historie, van authenticiteit, van horloges met een verhaal. Vintage en occasions hebben zo’n verhaal automatisch. Met leeftijd heeft dat niet per se iets te maken. Soms is het gekoppeld aan een persoonlijkheid, zoals de Rolex Daytona die dankzij Paul Newman wereldfaam kreeg. Het kan een gebeurtenis zijn, denk aan de Omega Speedmaster die mee mocht op de eerste maanreis. Of een in zijn tijd nieuwe complicatie. En daarbij heb je de ontzettend gave techniek van mechanische horloges. In essentie is de slingerbeweging dezelfde als in grote uurwerken. Een wondertje dat het werkt op die kleine schaal.

Vrouwelijke clientèle

Het verschil tussen vintage en occasion is een grijs gebied. In principe is natuurlijk elk gebruikt horloge een occasion. Vanaf vijftien jaar noemen we het jong gebruikt. Vintage is meestal mechanisch, maar ook quartz hoort er bij. Zeker de vrouwelijke clientèle, zo’n vijfendertig procent, vindt quartz vaak prima. Voor hen zijn er bijvoorbeeld Cartiers en dames-Rolexen.

Mysterie

We doen alleen in vintage polshorloges die niet meer gemaakt worden, van gerenommeerde merken. Altijd gewild is Rolex. Enorm goed geconstrueerde horloges, waarbij de vraag naar nieuwe modellen standaard groter is dan het aanbod. Wat Rolex nog meer aantrekkelijk maakt is het mysterie rond het merk. Ten eerste is het een stichting, die bovendien geen historische informatie geeft over hun modellen. Geïnteresseerden moeten die bij elkaar sprokkelen bij andere partijen en daarom kan de informatie nooit honderd procent accuraat zijn. Ten tweede is Rolex natuurlijk een statussymbool.

Liefhebbers

Ook geliefd in de hogere prijsregionen zijn de Patek Philippe horloges. Ze zijn bijna altijd gemaakt van edelmetaal, met uurwerken van eigen makelij, in een klassieke vormgeving. Het bedrijf is in tegenstelling tot Rolex juist heel open in het beschikbaar stellen van relevante en nuttige informatie over vroegere modellen. Patek’s zijn echt horloges voor liefhebbers. Net zoals bijvoorbeeld de Omega Speedmaster, ook wel bekend als ‘The Moonwatch’.

Investering

Heel vaak vragen klanten naar de zin van het horloge als investering. Wij kunnen natuurlijk niet in de toekomst kijken en voorspellen welk merk en type gegarandeerd meer waard worden. Over het algemeen gaat daar tijd overheen. Occasions zijn vaak wat goedkoper dan een nieuw horloge. Voor vintage geldt dat niet. Vanaf een leeftijd van veertig jaar zijn ze meestal veel duurder dan in de tijd dat ze op de markt kwamen. Een edelmetalen kast of gesp heeft invloed op de nieuwprijs, maar niet noodzakelijkerwijs op de prijs van een vintage horloge. Het zit eerder in de oplage en daarmee in de zeldzaamheid. Tot de verbeelding sprekend is wederom de Daytona. In de jaren zestig had die een nieuwprijs van 300 dollar. Nu gaat hij voor 50.000 dollar of meer over de toonbank.

Dozensnuiver

Nep is soms alleen te herkennen aan de binnenkant. We onderzoeken eerst of het uurwerk goed en echt is en of verpakking en garantiecertificaat origineel zijn. Behalve de kwaliteit van de materialen en corresponderende nummers op horloge en garantiebewijs, is geur daarbij essentieel. Mijn collega’s noemen me gekscherend de dozensnuiver: ik ben gek op de geur van oud papier en verpakkingen en kan letterlijk ruiken of ze authentiek zijn.

Glimlach

Voordat een horloge de winkel ingaat en op de website wordt geplaatst, worden versleten onderdelen vervangen. Het uurwerk wordt schoongemaakt, geolied, gemonteerd en getest. Het moet naar behoren functioneren, passend bij de leeftijd. Ik hoop dat onze klanten ook komen voor onze verhalen, dat ze die waarderen. Het belangrijkste is altijd: Wat brengt een glimlach op het gezicht? ”

O   Omega Speedmaster 1962

http://www.spiegelgrachtjuweliers.nl

https://www.omegawatches.com/watches/speedmaster/moonwatch/professional/product

https://www.rolex.com/nl/watches/cosmograph-daytona.html

https://www.patek.com/en/home

Dit is een ingekorte versie van een verhaal dat verscheen in Horloges/0024, editie zomer 2020

Vroeger had ik creatieve hobby’s, nu is daten mijn hobby

Corona survivor, staat er expliciet bij mijn profiel op datingapps. Het levert meteen gespreksstof op, en ik houd van gesprekken. Ik vind het vooral leuk om met mannen te praten. Over alle mogelijke onderwerpen. Ik houd van inhoud, maar heb ook veel plezier in slap ouwehoeren en flauwe grappen. Ik ben zeker op zoek naar een fijne man in mijn leven. Tot ik hem gevonden heb geniet ik van de gesprekken, de aandacht, de complimenten en soms de seks, die ik vind via online dating.

Overdag ben ik druk met mijn bedrijf en de zorg voor mijn kinderen. Als ze naar bed zijn of bij hun vader vind ik het leuk om even te swipen of te chatten. Zeker op dit moment. Ik blijf ’s avonds nog thuis, ik moet mijn spierkracht opnieuw opbouwen en kan op dit moment niet sporten of een lange wandeling maken. Het gaat wel elke dag beter, nu vele malen beter dan de afgelopen maanden,  maar mijn longen doen nog zeer en ’s middags heb ik een siësta nodig.

Ik ben besmet door een man die ik in februari op vakantie ontmoette. Een ontzettend lieve, zorgzame verpleegkundige op een spoedeisende hulp. Wel minder spannend dan de mannen waar ik normaal op val, meestal ondernemers, vanwege hun energie en verhalen. Loondienstmannen vind ik vaak minder interessant, maar met deze raakte ik niet uitgepraat en hij kon het goed vinden met mijn kinderen. In Nederland woonden we op een uurtje rijden van elkaar. Ik besloot eens te onderzoeken hoe dat is, met zo’n ander type man, en we bleven elkaar zien. Tot ik op 7 april zo benauwd was dat ik naar de coronapoli moest. Iedereen hield toen al afstand en de scholen waren dicht. Ik kreeg antibiotica en moest meteen in thuisquarantaine. Mijn dochters die net bij hun vader waren mocht ik niet meer ophalen. Vanaf dat moment zat ik drie weken alleen thuis, met alleen videocontact met mijn moeder, mijn kinderen en mijn love interest. Hij was de enige man met wie ik intiem contact had gehad, maar hij had geen klachten. Een groot aantal van zijn collega’s wel.

Toen ik genoeg hersteld was om eindelijk weer een avond naar hem toe te kunnen, vertelde hij dat hij niet met me verder ging. Hij wilde nog kinderen en ook de afstand was hem te groot. Jammer, maar ik wil alleen zijn waar ik gewenst ben en ben geen lange treurder. Dus sindsdien heb ik weer een aantal dates gehad. Met de één heb ik interessante gesprekken, met de ander ga ik uit eten en als de aantrekkingskracht groot genoeg is gaan we over op intimiteiten. Het is mooi als er een romantische klik is, en anders hebben we het leuk gehad. Al zitten we alleen maar op een terras in het zonnetje. Sommigen blijken al bezet. Daar spreek ik nooit mee af, in players heb ik geen zin.

Vroeger was ik heel verlegen. Altijd bang om veroordeeld te worden. Tegenwoordig zit ik ontzettend lekker in mijn vel. Ik hoef geen kinderen meer, ik red me financieel prima en ik heb een fijn huis. Veel mannen vinden me aantrekkelijk en voelen zich bij mij op hun gemak. Voorheen had ik creatieve hobby’s. Nu is daten mijn hobby. Tot ik die leuke man gevonden heb voor wie ik bijzonder ben en die ik ook mijn volle aandacht geef, maak ik gebruik van de snoepjeswinkel en date er lekker op los. Je kunt zó dood zijn of gehandicapt. Ik ben al ziek geweest, maar ik leef nog en wil genieten. Ik mag het leven vieren.”

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 15 augustus 2020

(Harry Maas – ‘Café ’t Kalfje Amstelveen)

http://www.Marstyle.nl

http://www.Tinder.com

http://www.bizzkiss.nl

Nieuwe tijd op de Domtoren

De klokken op de Utrechtse Domtoren zijn de komende jaren onzichtbaar, omdat het gebouw voor renovatie volledig in de steigers staat. Dankzij voormalig Utrechter Marco van den Eventuin is de tijd nu toch weer aan alle vier de zijden af te lezen.

“Ik wilde dit zó graag doen! Ik woon tegenwoordig in Brabant, maar ben van origine een Utrechter. Veel Utrechters misten hun vertrouwde blik op de torenklokken. Daarom besloot de gemeente om voor zolang de renovatie duurt  een oplossing te zoeken, en vorig jaar kreeg ik de opdracht om vier tijdelijke klokken te plaatsen op de Domtoren. Het is een enorme eer, en natuurlijk mooie reclame voor mijn bedrijf Kloksgewijs, waarmee ik in heel Nederland grote klokken plaats en onderhoud.

Geboorteklok

Ik was altijd al geïnteresseerd in ondernemen, maar had mijn niche nog niet gevonden. Tot mijn vrouw en ik als kraamcadeau voor ons eerste kind een geboorteklok kregen. Op de plaats van de wijzerplaat zat een print van het geboortekaartje. Ik vond het leuk en bijzonder en ging ze op mijn zolderkamer zelf ook maken. Eerst verkocht ik die geboorteklokken in mijn kennissenkring, zo’n tien per jaar. Vanaf dat ik een website had werden het er tien per maand.

Ja dat kan

Ik ben een praktijkman, technisch aangelegd en gewend om dingen strak te organiseren. Met een achtergrond in bouwkunde en weg- en waterbouwkunde werd ik projectleider in de standbouw. Tegenwoordig  ben ik zowel bouwkundig projectleider bij het UMC Utrecht als eigenaar van Kloksgewijs. Ik heb geleerd om eerst te zeggen: ‘Ja, dat kan’, en dan vind ik altijd een oplossing

De eerste

In 2010 wilde de gemeente Heerhugowaard voor de hal van het gemeentehuis een muurklok met een doorsnee van 2.35 meter. Het moest een cirkel van twaalf sterren zijn, het symbool van de Europese unie. Met mijn kennis van standbouw kon ik hen adviseren. Het was een opdracht van 10.000 Euro, die ik moest voorfinancieren van mijn spaargeld. Maar ik dacht: ‘dat kan ik’, en zocht net zo lang tot ik een onderneming vond die de klok kon maken.

Luid- en LEDklokken

De volgende opdracht was een gevelklok van 2.50 meter doorsnee voor het appartementencomplex Lemaire in Amersfoort. Daarna realiseerde ik een klok van 3.35 meter voor het stadsdeelkantoor Zuidoost in Amsterdam. Op een gegeven moment ging ik ook luidklokken en grote LED-klokken leveren.

BMW

Ik doe nooit concessies aan kwaliteit, daar word ik ongelukkig van. Wanneer je het zou willen vergelijken met een auto zeg ik: ik lever vanaf het niveau BMW/Mercedes tot en met Rolls Royce. Ik ben de organisator en de monteur. Het is belangrijk om dat zelf te doen. Zo houd ik feeling met de opdrachtgever en met wat er gebeurt bij plaatsing en montage. Bij grote klussen krijg ik hulp van een heel handige freelancer, die blijft tot het helemaal goed is. Als het om elektrische uurwerken gaat, kunnen we samen alles oplossen.

Inkoopsprijs

Voor de Domtoren plaatsten we in het steigerframe vier spandoeken met een print van de oorspronkelijke wijzerplaat. Voor het motoruurwerk zijn wat extra stangen gemaakt. De moederklok hangt in de Domtoren, de wijzers zitten vast op de as. Ze zijn respectievelijk 1.42 meter en 2.12 meter en gemaakt van RVS met bladgoud. Mijn eigen uren heb ik niet gerekend, en ik heb de beste spullen geleverd tegen inkoopsprijs. Die klokken slijten niet, dus kunnen ze na vijf jaar zelfs doorverkocht worden. Ik heb hier helemaal niks aan verdiend, maar op dit moment beschouw ik het als de kroon op mijn werk. De volgende is misschien de Notre Dame in Parijs. Ze mogen me altijd even bellen!”

http://www.kloksgewijs.nl

Dit verhaal verscheen in het AD van 29 juli 2020, regionale editie Utrecht.

 

Ik geloof dat er echt iemand voor me is

(illustratie: Mohammed Mahmoud Hassan)

Herman (37) stapt niet gemakkelijk op vrouwen af. Door een eerdere relatie weet hij wél zeker dat hij graag een levensgezellin wil.

“Ik heb altijd uitgekeken naar het moment dat ik de vrouw tegen zou komen met wie ik mijn leven wil delen. Dat dat niet vanzelf ging, komt door een combinatie van factoren. Op school werd ik gepest vanwege mijn flaporen en ook belaagd door een groep jongens van een andere school, die me sloegen en mijn fiets vernielden. Thuis was het wél veilig, maar als kind en puber kon ik mijn ouders niet uitleggen hoe bedreigend de sfeer op school was. Pas de laatste jaren praat ik met hen over hoe ongelukkig ik in die tijd was. De impact van dat pesten was enorm. Ik voelde me minder dan anderen, niet de moeite waard. Door de stress ging ik erger stotteren dan ik al deed. Ik hield steeds vaker mijn mond.

Ik kon goed leren, en omdat dat dat hele sociale gedoe moeilijk voor me was koos ik een extreem technische studie en later werk. Ik zat er tussen lotgenoten, rustige jongens die het liefst bezig waren met sommen en testopstellingen. Een mannenwereld met veel autisten, waarin het intermenselijke wel héél mager was. Daartussen was ik een dolende ziel, net als zij een uitvinder en techneut, maar dan een die niet alles rationeel wilde benaderen.

In 2014 vierde ik Koningsdag met een supersociale neef. Een vriendin van hem stelde me voor aan een leuke vrouw met mooi lang haar. Daarmee was de eerste hobbel, het contact leggen, genomen. Tot mijn verrassing leek ze mij ook leuk te vinden. We spraken een aantal keren af en kregen een relatie. Met haar heb ik voor het eerst van mijn leven gevreeën. Het was fantastisch, geweldig, een ontdekking. Ik voelde me twee keer meer mens. Een man, iemand die er toe doet. Hoe beter ik haar leerde kennen, hoe aantrekkelijker ik haar vond.

Desondanks kreeg ik twijfels. Ze was heel gesloten. Ik kwam er niet écht achter hoe ze dingen beleefde en wat ze voelde. Dat maakte me nerveus en onzeker. Af en toe hadden we zware gesprekken over haar geslotenheid. Dat luchtte even op, maar we kwamen toch niet vooruit. En omdat ik nooit had kunnen oefenen met relaties was ik naïef. Ik meende dat alles moest kloppen, dacht heel erg in termen van: ‘Is dit de ware?’ Na een jaar zetten we er een punt achter.

Een week lang was ik opgelucht. Daarna gleed ik af. Ik voelde me slecht, leefde op de automatische piloot. De relatie bleek een zware trigger te zijn geweest voor mijn minderwaardigheidsgevoelens, opgedaan door die pesters. De actieve dreiging van decennia geleden was er al lang niet meer. De angst gepakt, gekwetst en vernederd te worden was er nog steeds. Ik moest dat eindelijk serieus oppakken. Mijn huisarts adviseerde me om in groepstherapie te gaan. Ik was er doodsbenauwd voor, want ja, een groep. Maar tweeëneenhalf jaar geleden ben ik ermee begonnen, en het was meteen goed. Elke week komen we met negen volwassen mannen en vrouwen van ongeveer mijn leeftijd bij elkaar en praten over wat ons dwarszit. Ik ben er enorm van opgeknapt. Ik ben positiever en minder zwaar op de hand.

Ik probeer nu met vrouwen contacten te leggen die niet per se gericht zijn op een relatie of seks. Ik wil hen leren kennen om te ontdekken wat bij mij past. Wat vind ik aantrekkelijk? Welke interesses delen we? Waar voel ik me prettig bij? Kortom, de dingen die je normaal gesproken in de puberteit onderzoekt. Het verlangen naar een vrouw waar ik genoeg raakvlakken mee heb blijft groot. Inmiddels geloof ik dat zo iemand ook echt ergens voor me is.”

https://www.stoppestennu.nl/gevolgen-van-pesten-voor-de-gehele-groep-slachtoffers-pesters-en-klasgenoten

https://www.113.nl/i/pesten-op-school

https://www.emdrtherapie.net/gepest-emdr

Pesten

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 11 juli 2020

 

Het leek een vakantieliefde tussen een lokale gids en een toeriste

Lilly (38) en Jack (33) hadden een turbulente langeafstandsrelatie vol misverstanden. Een gezamenlijke retraite en door corona gedwongen samenzijn brachten hen dichter bij elkaar.

“Ik ben atheïst, Jack is moslim. Toch heb ik met hem een diepe spirituele connectie, het gevoel dat we elkaar kunnen versterken. Hij is relaxed, heeft weinig oordelen. Hij houdt zijn mening voor zich, tenzij ik er om vraag. Mijn vorige relatie was met een heel kritisch iemand, dus dit is voor mij veel fijner. Dat betekent niet dat we geen problemen hebben. Ik vind het altijd moeilijk om me helemaal over te geven, om iemand te vertrouwen, maar ik wil overal over praten en ben voortdurend bezig met persoonlijke ontwikkeling. Ik heb wel acht therapeuten en coaches versleten. Jack heeft veel meegemaakt. In Indonesië houd je dat voor je, waardoor hij bijvoorbeeld zijn emoties wegdrukt en dan opeens kan exploderen in woede. Die kant is voor mij heel moeilijk. Nu ik zijn taal aan het leren ben, ontdek ik dat die voor veel emoties niet eens een woord heeft. Het is voor ons allebei frustrerend als ik iets uit wil leggen en hij het gewoon niet snapt. De uitdaging is om dan niet boos te worden op elkaar.

In het prille begin leek onze relatie een vakantieliefde tussen een lokale gids en een toeriste. Na een half jaar videobellen bezocht ik hem opnieuw op Java, en sindsdien ben ik afwisselend daar of hij hier. Onze voertaal is nu nog Engels, maar omdat woorden zo vaak tot misverstanden leidden zijn we veel gaan doen om op een ander niveau te communiceren. We hebben een gezamenlijke retraite gedaan met duo-yoga en meditatie. Daar zagen we elkaars kwetsbare kanten en angsten. We leerden om even afstand te nemen als we er met woorden niet uitkomen. Of Jack geeft me een knuffel, in plaats van dicht te slaan.

Behalve communicatie is ook geld een thema. Hij heeft veel minder dan ik, dus moet ik vaak dingen voor hem betalen. Op een gegeven moment vroeg zijn familie me om een lening. Dat wilde ik niet, ik was bang om misbruikt te worden als geldboom. Voor Jack was dat onbegrijpelijk. Het was een conflict dat tijdelijk tot een flinke emotionele afstand leidde. De Nederlandse vrouw van zijn neef legde me toen uit dat hij zich verantwoordelijk voelt voor zijn ouders. Wanneer je vriendin geld heeft, is het voor hem logisch haar om hulp te vragen. Uiteindelijk heb ik ze een klein bedrag geleend, omdat ik dacht: zij hebben écht problemen. De rest hebben ze ergens anders vandaan gehaald.

Door corona moest Jack deze keer veel langer in Nederland blijven dan de bedoeling was. Toen hij in januari kwam was ik nog geregeld buitenshuis aan het werk. Inmiddels zitten we al drie maanden op elkaars lip, want hij kon niet meer terugvliegen en mijn bedrijf als trainer viel helemaal stil. Dat laatste maakte me boos en verdrietig, ik kroop weg in een hoekje van mijn bed. Hij ging alleen maar naast me liggen. Toen ik rustiger werd vroeg hij: ‘Kan ik je nu aanraken?’ Hij hoefde geen acht coaches gesproken te hebben om te zien dat dit er even uit moest.

Hadden we voorheen als we bij elkaar waren om de twee dagen mot, nu gaat samen zijn heel goed. Ik zit te werken achter mijn computer, terwijl hij staat te zingen of te koken. Als ik praat in mezelf vindt hij dat niet raar. We kunnen zijn wie we zijn. Daardoor kunnen we die andere moeilijke dingen toch aan. Zodra Jack weer mag vliegen gaat hij terug en gaan we een langetermijnvisum aanvragen. We willen uiteindelijk in beide landen een bedrijf opzetten, we willen een baby en een kat. We hebben besloten ervoor te gaan.”

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 27 juni 2020

Interculturele relaties: drie koppels over de obstakels en het midden vinden

 

Ik ben verslaafd aan mijn vrouw

Jozef (51) kampt al zijn hele volwassen leven met verslavingen. Zijn huwelijk met Noesje (42) leidde uiteindelijk tot een ommekeer.

“’Blijf jij maar lekker thuis’, zei Noesje een paar jaar geleden tegen me. En dat doe ik met groot plezier. Zij verdient als GZ-psychologe genoeg voor ons tweeën, ik zorg dat zij zich alleen hoeft bezig te houden met haar werk. Ik doe het huishouden, ik kook, ik regel concertkaartjes en romantische weekendjes. Heerlijk.

Halverwege de jaren negentig was dat wel anders. Ik was 25, had een erfenis van mijn overleden vader en zat vaak in het café van Noesje’s stiefvader, een vriend van me. Ik had een beroerde jeugd gehad door de scheiding van mijn ouders en de vroege dood van mijn vader. Alcohol verdoofde mijn verdriet.

Ik leerde Noesje kennen bij een kerstdiner van hun gezin. Ze was heel bleu, droeg geen make-up, geen merkkleding. Een meisje van pas zestien jaar, dat kon luisteren en praten als een volwassene. Met haar onschuld maakte ze diepe indruk op me. Ik was een vlotte horecajongen, maar klapte helemaal dicht. Ik schaamde me dat ik me aangetrokken voelde tot zo’n jong iemand. Ik was doodsbang dat ze me een vieze oude man zou vinden.

Vanaf die tijd tot ver na haar zeventiende verjaardag kwam ik elke middag naar het café, waar zij haar huiswerk zat te maken. We praatten urenlang over van alles, en op een dag durfde ik te bekennen wat ik voor haar voelde. Ik vroeg of ze met me verder wilde, als ze me niet te oud vond ten minste. Ze zei: ‘Ja, als jij me niet te jong vindt’.  Op haar achttiende trok ze bij me in, op haar negentiende zijn we getrouwd.

Haar alcoholistische ouders waren inmiddels uit het dorp vertrokken. Bij mij vond ze rust en de ruimte om zich te ontwikkelen. Ze werd psychologe en werkt tegenwoordig in een TBS-kliniek. Ik werkte toen mijn erfenis op was weer in allerlei verschillende vormen van horeca. Een branche waarin je gemakkelijk verslaafd raakt en blijft. Afwisselend dronk ik, rookte cannabis, gebruikte pillen en gokte, maar ik ontkende voor mezelf dat ik ergens verslaafd aan was. Noesje en ik maakten er geen ruzie over. De agressiviteit die ik in me had richtte ik tegen mezelf, nooit op haar. Zij heeft zich altijd veilig gevoeld. Ze stelde zich niet op als hulpverlener en heeft nooit gevraagd wat en hoeveel ik dan precies gebruik.

Maar een jaar of drie geleden kon niets me nog een geluksgevoel gegeven. Een paar vrienden stierven jong, een geliefde tante ook. Ik belandde in een diepe depressie en zag het leven niet meer zitten. Zelfs voor Noesje had ik geen oog meer. Toch kon ik toen voor het eerst tegen haar zeggen: ‘Ik denk dat ik verslaafd ben’. En zij antwoordde: ‘Dat denk ik ook.’ Ik heb de horeca achter me gelaten, ben hulp gaan zoeken en werd huisman.

Ik ben tegenwoordig zó gelukkig. Behalve koffie en shag gebruik ik geen middelen meer. Ik lees heel veel en wandel vaak met een paar bejaarde asielhonden die ik geadopteerd heb. Ik geniet van intensief contact met allerlei ouderen in ons appartementencomplex. Laatst hoorde ik Noesje tegen een vriend zeggen: ‘Ik heb de Jozef weer terug die ik leerde kennen. ‘ Volgend jaar zijn we 25 jaar getrouwd en gaan we met een groot feest en ceremonie nog een keer Ja zeggen tegen elkaar. Ik ben blij met de job die ik nu heb: Noesje gelukkig maken. Als ik het huis gezellig heb gemaakt of een verrassingsuitje heb georganiseerd en zie hoe blij ze dan is, word ik helemaal high. Ik kan oprecht zeggen, dat ik verslaafd ben aan mijn vrouw.”

Verslaving

Behandeling

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 26 april 2020

Ik weet niet of ik hem ooit nog terugzie

Pauline (61) en David (70) werden op latere leeftijd een stel. Nu vreest ze voor zijn leven. 

“Zachte staalblauwe ogen, heel lang, slank, gespierd, gebruind en goed gekleed. ‘Wàt een man!’, dacht ik toen we elkaar alsnog ontmoetten. David had onze eerste afspraak afgezegd, terwijl het na de nodige weken mailen juist serieus leek te worden tussen ons. ’s Avonds aan de telefoon legde hij uit dat hij onlangs de diagnose Parkinson had gekregen, en dat wilde hij me niet aandoen. Ik kocht meteen een boek over de ziekte. Wat daarin stond loog er niet om. Aftakeling was onvermijdelijk. Maar er stond ook dat je nog tien tot vijftien goede jaren kon hebben. Daarom hebben we opnieuw afgesproken.

We waren meteen tot over onze oren verliefd. Drie jaar lang reisde ik vrijwel elk weekeinde naar het oosten van het land, waar David al een appartement had gekocht met alle faciliteiten voor als hij achteruit zou gaan. Tot we bedachten dat we die tien tot vijftien jaar die we hadden bij elkaar wilden zijn, en alles doen wat we nog van plan waren. Ik vond het moeilijk om weg te gaan uit de stad waar ik geboren en getogen ben en mijn sfeervolle huuretage achter te laten. Ik heb het toch gedaan.

Praktisch als David was stelde hij voor te gaan trouwen, zodat ik ook nog een dak boven het hoofd zou hebben als hij er niet meer was. De bruiloft was fantastisch, maar wonen in het oosten viel me zwaar. Ik miste mijn werk, mijn vrienden, de bruisende stad. Door hem ben ik wel sportiever geworden. Ik ging paardrijden en langlaufen. Ik heb mijn rijbewijs gehaald. Hij kon zijn hang naar regels en orde wat loslaten en werd avontuurlijker. We maakten lange reizen, en de liefde was er altijd.

Fysiek ging het heel geleidelijk slechter met hem. Hij liep moeizamer. Waar ik niet op gerekend had, was dat hij met zijn scherpe geest Parkinson-dementie zou krijgen. Hij reed tachtig op de autoweg, zijn denken werd trager. Toen hij op een dag even niet meer wist waarvoor het knopje op de autosleutel diende, werd het me koud om het hart. In de jaren daarna kreeg hij moeite met het bedienen van apparaten, maakte een chaos van onze administratie, knipte stroomdraden door. Hij ging dwalen in de omgeving en was door niemand tegen te houden. Ik kon hem steeds minder aan. Ik kreeg ondergewicht, mijn haar viel uit. Ik raakte knetteroverspannen.

Anderhalf jaar geleden kreeg hij een crisisopname. Het was de meest verschrikkelijke dag van mijn leven. Hij vocht met de hulpverleners tot hij niet meer kon en ging als een geslagen hond mee. Wanneer ik hem opzoek, neem ik hem mee en maken we uitjes. Ik zorg dat hij er verzorgd uit blijft zien, ik ruim zijn kamer op en breng dingen mee die hij lekker vindt. In zijn verwardheid denkt hij soms dat ik hem in de steek heb gelaten, op goede dagen is het fijn om toch samen te zijn. Maar eind maart gingen de deuren van de zorginstelling dicht en mocht ik hem niet meer zien.

Op David’s afdeling heerst corona. Hij ziet alleen nog verzorgenden in volledig beschermende uitrusting, als marsmannetjes. Hij blijft niet op zijn kamer, hij dwaalt. Soms belt hij gillend op: ‘Pauline, help me!’ Ik ben bang dat hij dood gaat als hij daar blijft, maar ik kan hem niet naar huis halen, ik kan de verzorging niet aan. Ik weet niet of ik hem ooit nog terugzie. Als dat wel zo is, vergeten we dit als een boze nachtmerrie en gaan leuke dingen doen. Ik houd ontzettend veel van hem. Hoe het ook verder gaat, David blijft mijn man.”

 

Parkinson

https://www.parkinson-vereniging.nl/parkinson/de-ziekte-van-parkinson

https://www.alzheimer-nederland.nl/dementie/soorten-vormen/parkinson

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van zaterdag 9 mei

Zilversmid Karel Schermerhorn streeft naar handgemaakte perfectie

HZS is een van de laatste ambachtelijke zilversmederijen van Nederland. Karel Schermerhorn werd in 1998 eigenaar, maar het Haarlemse bedrijf zelf bestaat al een eeuw. Karel streeft naar handgemaakte perfectie.

“Na de opleiding in Schoonhoven heb ik nooit meer iets aan goudsmeden gedaan. Ik vond zilversmeden zóveel leuker!”, vertelt Karel. “In die hoedanigheid werkte ik een jaar of tien in loondienst, tot ik George Presburg leerde kennen, eigenaar van de Haarlemsche Zilversmederij. Bij hem werden ambachtelijke producten gemaakt, maar vanwege zijn leeftijd wilde hij de zaak graag verkopen. In 1998 nam ik het bedrijf over, inclusief allround zilversmid Lex Baartse. Lex is uiteindelijk bijna zestig jaar bij HZS in dienst geweest.”

Groei en bloei

Arnold Presburg en Arie Hoogteyling begonnen de Haarlemsche Zilversmederij in 1919. Ze maakten zilverwerk voor voornamelijk huishoudelijk gebruik, zoals broodmanden, dienbladen, koektrommels, kandelaars en peper- en zoutstellen. Vanaf 1932 ging Arnold alleen verder. Het bedrijf bloeide in de jaren vijftig en zestig, toen de Nederlandse bevolking na de karige oorlogstijd eindelijk weer geld had en het graag spendeerde aan mooie spullen. HZS had in die tijd maar liefst zestien werknemers. In 1971 kwam zoon George Presburg aan het roer. In latere decennia ging menig groter bedrijf over de kop. HZS bleef, zij het op kleinere schaal, overeind.

Perfectie

Bij de overname koos Karel voor drie strategische speerpunten. Het eerste was de kwaliteit van de producten. Die was goed, maar hij vond dat het tot in detail perfect moest zijn. Dus nooit een dienblad waarvan de bodem niet honderd procent strak was, of een parelrand die eindigde in een halve parel. Waardoor klanten gingen zeggen: “Handgemaakt? Da’s knap!” Tweede speerpunt was het opnieuw aanbieden van oudere productmodellen. Sommige werden op dat moment al twintig jaar niet meer gemaakt, maar alle mallen lagen er nog. Veel klanten waren blij dat ze weer in productie genomen werden.”

Restauratie en reparatie

Het derde en inmiddels belangrijkste speerpunt is restauratie en reparatie. Restauratie van voornamelijk 17e– en 18e-eeuws zilverwerk, vervaardigd door leden van de in die tijd zeer machtige gildes, en reparatie van occasions, die ingebracht worden door handelaren of verzamelaars. Karel: “Omdat we zoveel kunnen maken, kunnen we ook heel veel restaureren”. Zijn keuze voor dat laatste specialisme is een goede gebleken. HZS werkt nu voornamelijk voor antiquairs, handelaren, particulieren, musea, kerken en synagogen.

Mysterie

Afgelopen november kreeg HZS het predicaat Hofleverancier. Daarvoor hoef je niet per se iets voor het hof gedaan te hebben, al is dat bij HZS wel het geval. Zo werden in de Presburgtijd HZS-producten bij staatsbezoeken meegenomen als relatiegeschenk. Een bedrijf kan het predicaat aanvragen bij het honderdjarig bestaan. “Waaróm je het uiteindelijk krijgt is een mysterie”, zegt Karel. “Je moet iets toevoegen aan de samenleving, aan de branche en aan je buurt. De redenen waarom je aan die eisen voldoet krijg je niet te horen. Hoe dan ook is de toekenning een leuke ode aan het bedrijf.”

Zestig jaar zilversmid

Lex Baartse heeft als zilversmid in belangrijke mate bijgedragen aan het succes van HZS. Als veertienjarige kwam hij letterlijk in zijn korte broek het bedrijf binnen. De oudere zilversmeden leerden hem het vak, en naarmate hun aantal afnam kreeg hij steeds meer taken. Lex deelde op zijn beurt zijn kennis met Karel toen die het bedrijf overnam. Pas op zijn 74ste ging hij, na een dienstverband van bijna zestig jaar, met pensioen.

Openheid

Karel heeft geen vaste medewerkers meer, maar geregeld deelt hij zijn ruime werkplaats met jonge vakgenoten, stagiairs en antiquairs. Soms ook met particulieren die aan hun eigen projecten willen werken. “Door me open te stellen voor andere mensen en disciplines blijf ik doorleren. Ik ben technisch creatief: ontwerpen creëren uit het niets kan ik niet, maar wat me aangereikt wordt kan ik maken. En wat anderen beter kunnen, zoals laserlassen of handgraveren, laat ik graag door anderen doen.”

www.haarlemschezilversmederij.nl

Dit verhaal verscheen in langere vorm in vakblad Edelmetaal, editie april 2020

Foto’s: Maurits van Hout http://www.mauritsvanhout.nl

In quarantaine met vlinders in de buik

Nina (57) wilde écht geen vriend. Kees (56) laat haar helemaal vrij. Nu is ze vrijwillig met hem in corona-quarantaine.

“Sinds half maart woon ik bij mijn vriend Kees. Terwijl we elkaar pas twee maanden kennen. We doen dit omdat Kees door een vroegere ziekte een lage immuniteit heeft. Als ik voorlopig wegblijf uit de buitenwereld, kan ik niet besmet raken met het coronavirus en hem dus ook niet in gevaar brengen.

Afgelopen oktober beëindigde ik na ruim elf jaar mijn relatie met de man voor wie ik naar Nederland was verhuisd. Ik paste me vaak aan aan zijn wensen, maar we bleken uiteindelijk toch té verschillend. Ik huurde een kleine woning elders, en overwoog ondertussen sterk om terug te gaan naar Zwitserland, waar mijn kinderen en kleinkind wonen. ’s Avonds bezocht ik soms, om mezelf op te vrolijken, muziekoptredens waar ik ook kon dansen. Want als ik dans, ben ik gelukkig. Bij zo’n optreden ontmoette ik twee neven, mannen van mijn eigen leeftijd. Ik wilde op dat moment absoluut geen vriend. Toch ontwikkelde zich een aantal weken later een intensief telefoon- en appcontact met een van hen. Dat was Kees. Een echte afspraak moest hij vanwege ziekte annuleren. Toen heb ik hem een pannetje soep gebracht en wisselden we onze eerste zoen uit. Een héle prettige zoen.

Ik kreeg pas echt verschrikkelijke vlinders in mijn buik toen Kees een paspoort had aangevraagd. Hij bleef altijd binnen de EU en had nog nooit gevlogen. Hij had altijd genoeg gehad aan een identiteitsbewijs. Zelf reis ik graag en veel. Ik ben vorig jaar zelfs full time reisleidster geworden. Kees wilde een paspoort, want, zei hij, ‘als jij ergens heen gaat, wil ik mee kunnen.’ Ik was definitief verliefd.

Eind februari ging ik een aantal weken weg, onder andere voor een beursbezoek in Duitsland. Vanwege corona werd die hele beurs uiteindelijk afgeblazen. Bij terugkomst in Nederland bleken ook alle reizen geannuleerd die ik zou begeleiden. Ik zocht Kees op en bleef voor de eerste keer slapen. Eigenlijk wilde ik heel voorzichtig een relatie aangaan, maar ik wilde hem niet besmetten door teveel contact met anderen. Ik heb een grote koffer gevuld met kleren en ben bij hem ingetrokken.

Kees’ huis staat op een groot stuk land. Hij restaureert buiten oude auto’s, ik zit binnen te schrijven aan een aantal boeken waar ik mee bezig ben. Voorlopig is het hij en ik, samen op dit afgeschermde gebiedje. We leren elkaar razendsnel kennen. Ik heb nog geen punt gevonden waarop we niet bij elkaar passen. Ik probeer altijd anderen blij te maken. In eerdere relaties kwam meestal weinig terug, maar Kees is ook zo. Het zit in kleine dingen. Hij zet een kopje koffie, hij masseert even mijn rug. Dat voelt zó goed.

Ik wist niet dat een relatie zo gemakkelijk kan zijn. Ik leef heel vrij. Ik kan met weinig materiële zaken toe en ben niet bang om banen en huizen achter me te laten en iets nieuws te beginnen. Kees leeft net zo vrij. Mijn vorige relaties waren mannen met een kantoorbaan, Kees is een creatieve chaoot met zwarte handen. Hij denkt in oplossingen, nooit in beperkingen of angsten. Hij is niet iemand waar iedereen naar omkijkt, maar ik vind hem mooi. Eerlijk gezegd kan ik mijn ogen amper van hem afhouden. En voor het eerst heb ik een man die langer is dan ik, met ook nog eens prachtig lang haar.

Ik denk niet dat ik terugga naar Zwitserland, maar ik geef niets meer op wat ik leuk vind. Kees begrijpt en accepteert dat. Het is zó leuk samen. Ik kan schrijven, ik heb Kees, ik heb te eten. Ik houd deze quarantaine echt nog wel een tijdje vol.”

Liefde op latere leeftijd: passie op het juiste moment

Over liefde op rijpere leeftijd

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van 12 april 2020

Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen

(Joodse bruiloft, collectie Rijksmuseum)

Albert (43) en Selma (38) hadden buitenlichamelijke ervaringen. Gewoon ín hun lichaam hebben ze een relatie van onvoorwaardelijke liefde.

“Selma en ik zijn allebei een beetje nerderig. We kunnen helemaal in een onderwerp duiken en in ons enthousiasme niet doorhebben dat anderen het niet meer kunnen volgen. Ik heb dat met wetenschappelijke onderwerpen, zij met talen en dromen. Haar hele leven is ze al geboeid door taal en andere vormen van communicatie. Niet zo gek dus dat ze gebarentolk is, vaak tolkt voor doofblinden en braille heeft geleerd. Ze heeft ook heel intense dromen die ze nauwkeurig opschrijft, zonder ze meteen te interpreteren. Ze is nuchter. Neemt het alleen waar.

Zelf ging ik als kind van vijf, zes jaar weleens uit mijn lichaam. Ik zag soms een ander kind in de ruimte zweven, of een volwassen iemand in de kamer. Het was niet vervelend, maar ik was toch een beetje bang. Later gebeurden zulke dingen minder. Ik droomde in mijn jeugd ook veel.

Twintig jaar geleden, op een feestavond van de theatersportgroep waar we allebei lid van waren, zei Selma uit het niets tegen me: ‘Ik heb zin om je te zoenen’. Ze schrok er zelf van, maar ik vond het wel leuk. We verzeilden in een lang gesprek. Ze was heel open en vertelde veel over haar dromen, over bewustzijn en andere levens. Ik dacht: ‘Zij heeft dezelfde ervaringen als ik. Ze begrijpt mij’. Kort daarna kregen we een relatie. We zijn uiteindelijk getrouwd en hebben een dochter gekregen.

Ik weet niet hoe ‘gewoon’ ons leven is. Want hoe definieer je dat? Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen. Ik zie haar als iemand die werkelijkheden waarneemt die er óók zijn, maar die je nog niet ziet. Zoals wanneer je met een microscoop in levend weefsel kijkt. Je concentreert je op een paar moleculen. Honderdduizenden andere moleculen blijven donker, maar daarom zijn ze er nog wel.

Soms gebeuren er dingen die ik totaal niet verwachtte, zoals die keer toen Selma na een serie dromen over een blinde man wakker werd met een naam in haar hoofd. Ze had nog nooit van hem gehoord, maar ontdekte al googelend dat hij een blinde, Duitstalige schrijver uit Praag was. In die serie dromen kreeg ze mee hoe hij zich voelde in allerlei situaties, bijvoorbeeld als mensen hem hielpen. Of juist niet. Het begrip dat ze daardoor kreeg voor slechtzienden helpt haar nu bij haar werk met blinden. Ze heeft zich verder in deze schrijver verdiept, Duits geleerd, archieven in Praag uitgeplozen. Op dit moment werkt ze aan een boek over zijn leven.

Ze had en heeft ook vaak dromen over Joodse levens, waarin ze voorzanger was in synagogen. Selma heeft een prachtige stem en leerde ooit voor de lol Hebreeuws, maar ze is niet van Joodse afkomst. Nu zingt ze bij een Joodse gemeente die open staat voor de gedachte van reïncarnatie en verschillende levens. Zij waarderen haar gaven voor wat ze zijn. Selma heeft niet het verlangen iemand anders te zijn dan wie ze is. Ze wil gewoon graag gebruik maken van kennis en vaardigheden uit andere levens en diept die verder uit.

Het valt me op dat in onze omgeving veel mensen met open geest luisteren naar wat we vertellen. We krijgen niet vaak een reactie van afwijzing en ongeloof. Voor mij is wat Selma meemaakt en doet bijzonder, maar ik ben er ook mee vertrouwd. Ik vind het mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelt. Vanaf het begin hebben we onvoorwaardelijk ja gezegd tegen elkaar. Natuurlijk zijn we niet meer dezelfden als twintig jaar geleden, we veranderen voortdurend. Wij doen ons best elkaar daarin te volgen, te begrijpen en die veranderingen lief te hebben.”

https://jewishweek.timesofisrael.com/the-art-of-the-cantor/

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/levensvisie/161985-waarom-reincarnatie-wellicht-bestaat.html

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van zaterdag 28 maart