Niemand was leuker dan Carlos

Seline (29) en Carlos (38) hadden tien jaar een langeafstandsrelatie. Ze trouwden om in Egypte te kunnen samenwonen.

“Vlak voor we trouwden gaven we een heel groot feest in het huis van mijn aanstaande, Spaanse schoonouders. Zonder speeches of ceremonie, maar met heel veel mensen en eten en muziek en vrolijkheid. Carlos en ik hadden al tien jaar een relatie. Pas door dat feest leerden ook onze ouders elkaar kennen.

Ik was naar Spanje gekomen om de taal te leren. Achttien was ik toen ik Carlos ontmoette in Madrid. Binnen twee maanden hadden we verkering, en toen ik na een half jaar terugging naar Nederland wilde ik het niet uitmaken. Daarvoor was Carlos veel te leuk. Maar hij was al 27 en net met zijn eigen filmbedrijf begonnen. Hij vond dat hij niets van mij mocht verwachten, omdat ik nog zo jong was. We spraken af om onze relatie vrijblijvend te houden. Als het te moeilijk werd konden we het beëindigen.

Dat gaf mij de vrijheid om te studeren waar ik wilde en in veel verschillende landen onderzoek te doen of te werken. Carlos was reislustig genoeg. Alleen in een ander land wonen wilde hij niet, want zijn hele professionele netwerk was in Spanje. Doordat hij mij vaak bezocht ging hij daar wat makkelijker over denken. Ik woonde onder andere in Engeland, Mexico en Ecuador. Tijdens een onderzoeksopdracht in Argentinië kwam hij naar me toe en waren we vijf weken lang elke dag bij elkaar. Dat is de enige keer dat we een soort van samenwoonden. Het ging heel gemakkelijk en vanzelfsprekend.

We zagen elkaar een keer in de drie maanden, later toen we meer verdienden en makkelijker tickets konden betalen een keer in de twee maanden. Natuurlijk was er soms aandacht van andere mannen. Daar kon ik heus wel van genieten, maar ik vond de meeste jongens niet zo boeiend. Niemand was leuker dan Carlos. Hij is heel gepassioneerd over zijn werk en kan er zó inspirerend over vertellen. Zelf ben ik net zo gedreven in wat ik doe. Ik wil graag bijdragen aan een rechtvaardiger wereld en zoek altijd werk bij sociale organisaties. Zo kwam ik een jaar geleden bij de VN in Egypte terecht. Vanaf de eerste keer dat hij me opzocht vond Carlos het een geweldige stad. De drukte, de chaos, het weer, alles sprak hem aan. Zozeer dat hij er ook wilde wonen. Ik heb een werkvisum. Hij daarentegen kan niet zomaar naar Egypte verhuizen. Alleen wanneer we trouwden zou hij mogen blijven.

Voor het eerst gingen we nadenken over het officieel maken van onze relatie. Trouwen bleek simpeler dan een geregistreerd partnerschap, ook als we in de toekomst nog in andere landen willen samenwonen. Ik zelf dacht aan een pragmatische administratieve afhandeling van het huwelijk, maar Carlos’ familie is daar veel emotioneler in. Zij wilden graag deel zijn van een bruiloft, en omdat onze families elkaar nog niet kenden hebben we daarom dat grootse feest in Spanje gegeven. De wettelijke ondertekening was een maand later in de stad waar ik gestudeerd had.

We zijn nu een visum aan het aanvragen voor Carlos. Waarschijnlijk komt hij over drie maanden voorgoed bij me wonen. Ik denk dat het heel gezellig wordt. Hij kan hier voorbereidend werk doen of films editen, en een paar keer per jaar naar Spanje gaan om te filmen. Hij heeft al een paar Egyptische filmmakers leren kennen. Trouwen was in eerste instantie een zakelijke keuze, maar nu betekent het toch dat we er voor kiezen samen te zijn. Stel dat mijn volgende baan in een crisisgebied is. Dan heeft hij daar ook wat over te zeggen. Mijn basis is niet langer een huis of appartement. Voortaan is Carlos mijn thuis.”

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in AD Magazine van 23 november 2019

https://europa.eu/youreurope/citizens/family/couple/marriage/index_nl.htm

 

Eten van héél dichtbij

Fair, noemen Victor Stukker en Joyce Bielderman de filosofie achter hun restaurant Héron. Ze serveren veelvuldig wisselende gerechten en dranken, gemaakt van zo schoon mogelijke producten uit de directe omgeving. Net zo belangrijk vinden ze een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers.

Héron, in de smalle Schalkwijkstraat, ligt weliswaar in het stadscentrum, maar uit de loop van winkelend publiek en dagjesmensen. Bewust, want Victor en Joyce willen gasten die echt komen voor wat zij bieden. Die geïnteresseerd zijn in het concept en graag een hele avond tafelen.

Victor is een geboren horecaman. Van jongs af aan werkte hij in het Sallandse restaurant van zijn ouders. Toen de high school sweethearts naar Utrecht verhuisden, was hij twintig jaar lang bedrijfsleider in allerlei Utrechtse horeca. Tot hij behoefte kreeg aan een plek van zichzelf. Dat werd Héron. Partner Joyce, culinair journaliste, had geen ambities in die richting (‘Ik ben een eter, geen koker’), maar is desondanks met hem meegegroeid. “Heel organisch. Ik dacht mee over alles van inrichting tot menu, viel in toen een bedieningsmedewerker op vakantie was en bleek brood bakken heel leuk te vinden.”

Moois uit de tuin

“Met Héron wil ik andere aspecten van mezelf ontwikkelen”, legt Victor uit. “Nadat we een hond kregen kwam ik weer vaker in het bos. Dat gaf niet alleen een heerlijk vrij gevoel, ik ontdekte ook steeds meer eetbare kruiden en planten. Ons bezoek aan Noma, het Deense sterrenrestaurant dat heel veel gebruik maakt van eetbaars uit de directe omgeving, gaf de doorslag. Ik vond het geweldig wat er allemaal kon en paste het steeds vaker toe op mijn werkplek. Als vrijwilliger op biologische moestuin Maarschalkerweerd, een sociale tuinderij in Utrecht Oost, viel me nog iets op. De tuin bracht heel veel moois op. Hoe kon het dan dat geen enkel restaurant het kocht?”

Klaar

De keuze voor producten van heel dichtbij kwam dan ook van Victor. “Ik vind herkomst belangrijk. Noten, bessen, paddenstoelen en kruiden plukt hij in het wild. Weer andere kruiden en eetbare bloemen kweekt hij in zes grote bakken op de binnenplaats van de Leeuwenbergkerk, aan de overzijde van de Schalkwijkstraat. En elke week is hij op de tuinderij van zijn vaste leveranciers onder de rook van Utrecht. Koks Bobby, Jord en Taco werken met het aanbod van de leveranciers, ongeacht of dat binnen of buiten het officiële seizoen van bijvoorbeeld aardbeien, asperges of wild klaar is. Daarom kan de kaart van het ene jaar totaal verschillen van het volgende.

Zwammen

Arbeidsintensief, zeker. “Maar ook inspirerend”, zegt Joyce. “Het directe contact levert zóveel kennis op. Dat werkt door in de gerechten. Zo had een van onze boeren een partij verregende mais, waar zwammen op waren gaan groeien. Of wij iets konden met deze Mexicaanse truffel. We hebben ze verwerkt in een amuse. Gasten waren door die onbekende smaak volledig verrast.”

Lange termijn

De keuze voor lokale leveranciers betekent dat Héron bijvoorbeeld geen citroenen of chocolade gebruikt. Al doen ze wel concessies, omdat koffie, thee en specerijen nu eenmaal alleen in tropische gebieden groeien. In het interieur is gebruik gemaakt van hout uit een Zutphen’s slooppand, van door een sterrenkok geschonken borden en tweedehands bestek. Minimale verspilling is een voortdurend aandachtspunt. Joyce: “Toch noemen we onszelf eerder fair dan duurzaam. We willen een zaak voor de lange termijn, waar iedereen beter van wordt. Menselijke werktijden en een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers. Zonder onszelf te kort te doen natuurlijk!”

Dit artikel verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel drie in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.heronrestaurant.nl

Van de Straat eten in Lombok

Biologische ingrediënten gebruiken is bij het Utrechtse restaurant Van de Straat zo vanzelfsprekend, dat ze er niet eens reclame mee maken. Ook niet nu het omgedoopt is naar The Vegan Gorilla. Mensen moeten gewoon komen om een leuke avond te hebben. Met lekker, verrassend eten en een vleugje vakantiegevoel.

In hun woonwijk Lombok ontbrak nog iets, vonden de drie mannen die nu samen eigenaar zijn van Van de Straat. Een ontmoetingsplaats waar de wijk gezelliger van zou worden. Laagdrempelig, met goed biologisch eten en drinken. Waar bewoners makkelijk binnenlopen of op het terras neerstrijken voor een drankje, een complete maaltijd of zelfs alleen een dessert. Het werd street food restaurant Van de Straat. Anderhalf jaar geleden opende het zijn deuren in een pand aan de Surinamestraat.

Avonturen

De keuken is het domein van Thijs Afink. Hij reist graag en veel en eet onderweg alles wat hij tegenkomt. Aan de Surinamestraat  maakt hij die gerechten wat toegankelijker voor de Nederlandse smaak. Hij zorgt er wél voor dat het spannend eten blijft, met smaken waar menige gast een vakantiegevoel van krijgt. Gastheer en barman Jasper Visser avonturiert met de dranken. Natuurlijk serveert hij Thijs Tea, de door Thijs ontwikkelde frisdrank van afgekeurd fruit. En verder goede koffie, interessante bieren van kleine brouwerijen en minder gangbare wijnen.

Minimale voetafdruk

Thijs, Jasper en stille vennoot Joost Scholten streven ernaar hun eigen ecologische voetafdruk minimaal te houden. Logisch dat ze elkaar vonden in een grotere bedrijfsvisie,  die ze ook in hun restaurant waar mogelijk doorvoeren. Dat alle gebruikte ingrediënten en dranken biologisch zijn  hoef je daarom volgens hen niet eens te noemen. LED-verlichting hebben ze natuurlijk, en een barkraan die af en toe aangaat, in plaats van non stop te lopen. Buiten liggen dekens, want ze zijn pertinent tegen terrasverwarmers. En voedsel wordt per definitie niet weggegooid.

Uiterlijk

Voedselverspilling raakt Thijs echt. Hartstochtelijk: “Ik kom uit een Twents dorp. Daar merk je veel meer van het boerenleven. Ik weet hoeveel moeite het kost om voedsel te produceren. Dat gooi je dus niet zomaar weg. Zeker niet om uiterlijke redenen, zoals het feit dat een appel net te klein of te groot is om op een standaard supermarktschaal te passen.” Niet voor niets is hij de bedenker van Thijs Tea. In zijn privékeuken experimenteerde hij een jaar lang om een echt lekkere frisdrank te maken van afgekeurd fruit. Inmiddels drinkt Nederland zo’n 200.000 flesjes per maand.

Bewustwording

Het is een verhaal dat Jasper graag vertelt als iemand om ‘een frisje’ vraagt. Net zoals hij graag vertelt over de eerste écht lekkere biologische wijn die hij pas ontdekt heeft in het Gelderse Groesbeek. Of over LiVar varkens, Lakenvelder runderen en Canadese wilde zalm, omdat Van de Straat geen geld wil verdienen aan dierenleed. Want ook bewustwording creëren vinden de drie mannen belangrijk.

Seizoen

Een strikte keuze voor lokale en seizoensgebonden ingrediënten is er niet. Thijs: “Ik heb daar nog geen duidelijke mening over. Haricots verts verbouwen in het koude Nederland kost bijvoorbeeld meer energie dan verbouwen in Kenya, en het dan per schip hier naar toe brengen. Ik zal niet gauw een tomaat in de winter gebruiken, maar je hebt nu ook puike tomaten uit kassen op zonne-energie. Het is niet zo zwart-wit allemaal. Hoofdzaak blijft dat ons eten lekker is. We willen mensen gewoon een leuke avond geven.”

De Groene Garde is een serie over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.thijstea.com

http://www.thevegangorilla.nl/

 

Dit artikel verscheen eerder bij Frisse Mosterd, magazine en online platform over Utrechtse horeca

http://www.frissemosterd.nl

 

 

Goudeerlijk

Kleinschalige goudmijnwerkers in Afrika en Latijns-Amerika willen veilig werken en een salaris waar ze van kunnen leven. Kleine edelsmederijen in het westen willen eerlijk gewonnen goud en zilver gebruiken. De fairgold registratietool brengt de twee bij elkaar. Met dank aan Solidaridad en Max Havelaar.

Deze twee organisaties willen het gebruik van eerlijk gewonnen goud binnen het bereik brengen van elke goudsmid. Zodat de nieuwe norm wordt: standaard edelmetaal gebruiken waar iederéén in de keten blij van wordt.

Drempel
Solidaridad werkt aan de training van mijnbouwers, Max Havelaar bepaalt de criteria waar eerlijk goud aan moet voldoen. Tot nu toe moest iedereen die eerlijk goud wilde gebruiken zich laten certificeren: het bewijs dat iedere stap van winning tot sieraad voldoet aan bepaalde duurzaamheidscriteria. Dat kost € 1,20 per gram fijngoud extra. Geen godsvermogen dus, maar wel met een minimum van € 500. Bovendien moet vier keer per jaar gerapporteerd worden welke hoeveelheden Fairtrade goud zijn gekocht en verkocht. Alles bij elkaar was dat voor goudsmeden vaak een hoge drempel.

Geen stempel
De gratis registratietool neemt die drempel weg. Makers kunnen zich registreren op fairgold.org en daarna per jaar tot 500 gram eerlijk goud kopen bij een meesterlicentiehouder. Ze mogen géén Fairtrade stempel in hun sieraden zetten, maar kunnen met hun registratie op fairgold.org toch aan hun klanten laten zien dat ze goed goud gebruiken. Bovendien kunnen ze hun verhaal ondersteunen met posters, stickers en brochures van Max Havelaar.

Een groothandel voor de goud-en zilverbranche is op dit moment de enige meesterlicentiehouder in Nederland. Het bedrijf houdt bij wie Fairtrade goud inkoopt. Is een jaar lang niets aangeschaft, dan wordt de registratie van de betreffende goudsmid van de site fairgold.org verwijderd. Max Havelaar controleert de groothandel tot aan de laatste productiestap en steekproefsgewijs de goudsmeden.

Buitenland
In Groot-Brittannië werken al honderd goudsmeden met goed goud. De gezamenlijke campagne Say yes I do to fairtrade gold sloeg enorm aan bij consumenten. In Zwitserland bestaat al een levendige samenwerking met producenten, winkelbedrijven en groothandels.

Vraag en aanbod
Het aanbod op de markt was tot begin 2015 met 650 kilo per jaar voldoende, omdat de vraag nog te onduidelijk is. Solidaridad en Max Havelaar streefden voor het afgelopen jaar al naar een productie van 2000 kilo, en werken gestaag aan stimulering van de vraag. Met de registratietool hebben ze in ieder geval een grote stap gezet. Op zo’n veertig plekken in Nederland zijn nu Fairtrade gouden sieraden te koop. Fairtrade zilver als bijproduct van Fairtrade goud bestaat ook.

Waarom fairgold?
Na de landbouw is kleinschalige mijnbouw de grootste economische sector ter wereld. Er werken liefst 25 miljoen mensen in, onder meestal gevaarlijke omstandigheden tegen een belabberd loon. Gezondheidsgevaren zitten onder andere in vrijkomend fijnstof en het gebruik van kwik. Deze slaan neer in rivieren, op bomen, struiken en gewassen. Mensen die riviervis eten of planten uit hun omgeving worden daardoor (zeer) ziek. Het aantal geestelijk gehandicapten in deze mijnbouwgebieden is hoog, waarschijnlijk door kwik- en cyanidevergiftiging.
Deze mijnwerkers zijn extreem arm en hebben het geld zo hard (meestal betekent dat: meteen) nodig, dat hun onderhandelingspositie bij goudinkopers zeer zwak is. Ze krijgen daarom vaak ver onder de marktwaarde betaald.

http://www.fairgold.org
http://www.solidaridad.nl
http://www.solidaridadnetwork.org/supply-chains/gold
http://www.maxhavelaar.nl
http://www.goldfabrik.nl
http://www.juffrouwdubois.com/nl/fairtrade-goud

De Fairtade goud campagne in Engeland

 

 

goudbaren

Keukenhof of Kenya?

Afgelopen zondag kreeg ik geen bloemen. Heel erg was dat niet: moeders komen op vaderdag nou eenmaal niet in aanmerking voor cadeautjes.

Op andere dagen is dat natuurlijk wel het geval. Mijn verjaardag bijvoorbeeld. Of wanneer iemand mij uitzonderlijk leuk vindt. Inderdaad, weinig is romantischer dan een mooie bos bloemen.

Het nageslacht plukte vroeger soms een veldboeket voor me op kanaaloevers, of op verwilderde veldjes die lagen te wachten op een projectontwikkelaar. Soms, toen ze wat ouder waren, haalden ze weleens wat uit gemeentelijke perkjes. Het mag natuurlijk niet. Het illustreert alleen dat ze behoorlijk gericht waren op lokale producten.

De bloemen die tegenwoordig in winkels, op trein- en tankstations te koop zijn, komen echter vaak van andere continenten. Uit Oost-Afrika en Latijns-Amerika. Echt waar. Met vliegtuigen worden miljoenen bloemen hier naar toe gebracht. Je zou het niet verwachten, in een land dat bekend staat om haar bollenteelt en dat volle zalen trekt met haar Keukenhof.

Ik vind het eigenlijk raar, dat de Afrikaanse en Latijns Amerikaanse tuinbouw zich bezig houdt met bloemen voor het westen, terwijl er in hun directe omgeving vermoedelijk meer behoefte is aan voedsel. Maar goed, in die bloementeelt werken inmiddels honderdduizenden mensen, vooral vrouwen, en die zijn blij met hun baan.

Ze zouden nog veel blijer zijn als ze eens een vast arbeidscontract kregen, niet langer werden blootgesteld aan agressieve chemicaliën en beschermd werden tegen seksuele intimidatie van hun overwegend mannelijke leidinggevenden. Gelukkig zijn er steeds meer kwekerijen die inzien dat eerlijke bloemen pas écht fijn zijn om te krijgen. Zij zorgen wél voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en houden rekening met het milieu. Werkneemsters krijgen een minimumloon en de garantie van een gezonde en veilige werkomgeving.

Hivos, een organisatie die altijd probeert bij te dragen aan oplossingen voor zulke complexe problemen, stelde een lijst samen met verkooppunten van eerlijk geproduceerde bloemen.  Een handgeschreven liefdesbrief is natuurlijk nog oneindig veel romantischer, maar bij die winkels kun je dus terecht als je kiest voor zo’n duurzaam boeketje. Een verrassing waar je ook heel prima mee voor de dag kunt komen.

http://www.powerofthefairtradeflower.nl/eerlijke-bloemengids/

http://www.hivos.nl

IMG_2075

 

 

Dooie mode

In Enschede vind je verrassend veel mooie oude huizen, en verrassend veel voormalige textielfabrieken. Het eerste is het gevolg van het succes van de laatsten. In Twente werden vanaf het midden van de negentiende eeuw stoffen gemaakt van katoen en vlas. Meestal werd daar ook in Nederland kleding van gemaakt.

Rond de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam echter de grote trek van maakindustrie naar lagelonenlanden op gang. Duizenden Tukkers hadden geen werk meer, enorm veel kennis van het maken van stoffen en kleding verdween. En er ontstonden obsceniteiten als T-shirts die maar drie Euro kosten.

De actie van trendvoorspeller Lidewij Edelkoort is me daarom uit het hart gegrepen. Haar halfjaarlijkse presentatie over komende trends die ze 26 mei aan de VU in Amsterdam houdt, heet: Mode is dood, lang leve het kledingstuk. Want Li houdt van mode, maar de manier waarop de hele industrie nu draait vindt ze verschrikkelijk.

Mensen kopen geen kleren, maar een merk. De grootste kostenpost is niet het maken van stoffen en kleding, maar de marketing. In het modenummer van gratis krant Metro zei Edelkoort vorige week: “Hoe kan kleding net zo duur zijn als een sandwich? Als je weet dat je eerst moet zaaien, groeien, oogsten, kammen, spinnen, veredelen, breien, printen, labellen, verpakken, verzenden en ophangen? Goedkope kleding wordt gemaakt in landen waar arbeiders worden uitgebuit en soms sterven door ingestorte fabriekshallen.”

Li zal net zo blij zijn als ik om te horen dat in Twente gewerkt wordt aan een terugkeer van de textielindustrie. Of in ieder geval een stukje ervan. In Enschede ging in maart een sociale onderneming van start op het terrein van confectie. Onder de naam East Dutch Textiles brengen ontwerpers, veelal afkomstig van de modeopleiding van het ROC van Twente, een eigen label op de markt. Ze willen binnen drie jaar werk bieden aan vijftig mensen en vijftig stagiaires van het ROC.

Of boeren in de buurt ook weer vlas gaan verbouwen (als grondstof voor linnen) weet ik niet, maar East Dutch Textiles is een stap op weg naar meer lokaal maken wat je lokaal nodig hebt. Met of zonder merk.

www.edelkoort.com

www.comsocial.nl/#!east-dutch-textiles/ccmx

www.appletizer.nl/nl/blog/lidewij-edelkoort-seminar-amserdam/

 

Balengebouw Enschede

De liefste goudsmeden ter wereld

Het zijn leuke mensen, die goudsmeden. Meestal opgewekte, enigszins slordig geklede lieden, die op hun vaak chaotische werkbank blindelings het juiste tangetje, hamertje, ponsje weten te vinden om hun precisiewerk te kunnen doen.

Waar de meesten echter minder vrolijk van worden zijn de omstandigheden waaronder hun basismaterialen, goud en zilver, gewonnen worden. Lange tijd werd er nauwelijks over gesproken. Het was er gewoon, bij de groothandel in edele materialen. Maar dankzij fotografen als Kadir van Lohuizen die fotografeerde in Zuid-amerikaanse zilvermijnen, en mensen van Solidaridad en Max Havelaar, werd het opeens duidelijk dat er een bijzonder nare bijsmaak zit aan veel goud- en zilvermijnen.

Ze zijn primitief en onveilig. Er wordt uitbundig gebruik gemaakt van het zeer giftige kwik en cyanide. Landschappen raken kaalgeslagen en onbruikbaar voor landbouw. Het leven van de pakweg 25 miljoen mensen die in de kleinschalige mijnbouw een schrale kom maniok of cassavemeel verdienen is alles behalve glanzend.

header_vrouwen

Vijf jaar geleden kwamen de eerste kilo’s fair mined goud op de markt. In het Colombiaanse stadje Choco werd stap voor stap gewerkt aan een schonere en veiliger winning tegen een fatsoenlijke prijs. In het westen werd een certificering ontwikkeld, waardoor iedere fase van het proces gecontroleerd werd tot aan de werkbank van de goudsmid.

Het was een goed begin. Een aantal westerse edelsmeden werkt sindsdien zoveel mogelijk met fair trade goud. Niet uitsluitend, omdat er gewoon nog te weinig van op de markt is. De afgelopen jaren zijn ook mijnen in Peru, Bolivia en meerdere Afrikaanse landen gecertificeerd.

Nog beter werd het afgelopen week. Voor veel kleine goudsmeden was de certificering te kostbaar, al wilden ze heel graag. Sinds kort kunnen ze zich registreren op de site fairgold.org en wordt alleen gecontroleerd of ze hun goud kopen bij een gecertificeerde groothandel. In Utrecht kwamen tientallen goudsmeden bij elkaar om van Solidaridad meer te horen over hoe het werkt.

Het was hartverwarmend om te zien hoe graag ze het goed wilden doen. En te horen hoe graag hun klanten bereid zijn om een paar centen meer te betalen. Zodat uiteindelijk iedereen, maar om te beginnen de mijnbouwers, blij wordt van goud en zilver.

www.fairgold.org

www.opwegnaargoedgoud.nl/over-solidaridad

www.maxhavelaar.nl/news/453/goudsmeden-stappen-over-op-fairtrade-goud

http://www.goldfabrik.nl

In bed met een onwaarschijnlijk iemand

Laatst deelde ik het bed met een onwaarschijnlijk iemand. Ik had het absoluut niet verwacht, omdat we zulke verschillende levensopvattingen hebben. Hij is in een aantal opzichten een bange Christen, ik ben… nou ja, iets anders.

Sybrand met de mooie Friese achternaam Van Haersma Buma is tweede kamerlid voor het CDA. Hij pleitte vorige week voor een zelfvoorzienende landbouw in Nederland. Niet omdat hij het idioot vindt dat wij sperziebonen uit Egypte eten en zelf paprika’s en tomaten naar Rusland exporteren, maar omdat hij bang is dat de Egyptenaren ophouden met sperziebonen sturen. Zoals de Russen nu ophouden met Nederlandse paprika’s en tomaten importeren.

Sybrand spreekt over bedreigingen in de wereld. Graan- en groentekranen die zomaar dichtgedraaid kunnen worden. Dat is niet leuk voor hem, dat hij bang is.

Maar mij gaat het om het effect, en ik begrijp dat veel boeren er ook zo over denken. Blijkbaar kunnen we in Nederland, ondanks zeventien miljoen inwoners en landbouwers die er de brui aan geven of vertrekken naar landen met minder regels, toch genoeg voedsel verbouwen om iedereen op een net gewicht te houden.

Dat is toch prachtig? Geen gesleep met onrijp voedsel, veel minder luchtvervuiling door het transport van of naar verre oorden, werkgelegenheid in de frisse lucht, en de Egyptenaren kunnen weer zélf smikkelen van eigen oogst.

Een andere opvatting van Sybrand, die ik net zo geweldig vind: hij keurt het verheerlijken van geweld af. In naam van welke god dan ook. Je kunt inderdaad zoveel leukere dingen doen met je talenten dan anderen over de kling jagen. Lekkere aardappels verbouwen bijvoorbeeld, of een restaurant runnen waar je met die aardappels iets smakelijks gemaakt hebt.

Sybrand en ik, wij waren wat de Engelsen zo fraai odd bedfellows noemen. Mensen die normaal gesproken niet dezelfde mening hebben, en dan om verschillende redenen opeens wel.

Sorry. Kinkier wordt het niet. Maar prachtig blijft het.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3727711/2014/08/28/Buma-wil-dat-Nederland-zelfvoorzienend-wordt.dhtml

https://twitter.com/sybrandbuma

koopt nederlandsche waar

 

Het leven is wél leuk

Heel lang heb ik gedacht dat de wereld er slecht aan toe was, en dat dat vooral kwam door de menselijke bewoners.

Dat begon zo’n beetje toen ik aardig had leren lezen en de dag begon met een gezellige krant. Koud de boterhammen achter de kiezen wist ik waar oorlogen woedden, natuurrampen plaats hadden gevonden, politici en zakenlieden slechtigheid uithaalden en de economie minder dan een procent gegroeid was.

Ik heb veel kranten gelezen sinds die tijd. En opiniebladen en ledenmagazines van goede doelen en politieke partijen. Actualiteitenprogramma’s gehoord en gezien op radio en TV. Ik werd er soms wanhopig van. Al die slechtheid, al dat ongeluk.

Zelden las ik hoe fantastisch het is dat in West-Europa al zeventig jaar geen oorlog meer gevoerd is. Hoe geweldig dat gruwelijke ziektes als de pest en de tyfus zijn verdwenen. Hoe heerlijk dat arbeiderskinderen voor het eerst in de geschiedenis niet op hun twaalfde hoeven te gaan werken, maar naar de middelbare school kunnen en zelfs naar de universiteit. Het begon me steeds meer op te vallen hoe gefixeerd we als maatschappij zijn op narigheid.

En nu is daar Sublime FM. Een radiozender die behalve veel jazz en soul (daar hoef je niet per se van te houden) ook een paar keer per dag nieuws uitzendt. Dan hoor je bijvoorbeeld over een gevangenis in Nigeria waar niemand meer gevangen zit, maar waar een kunstencentrum van is gemaakt. Over Nederlandse ingenieurs die in Myanmar rivieroevers gaan versterken en kleinschalig waterenergie op gaan wekken. Dat de vraag van consumenten naar antibioticavrij vlees groeit en de fabrikant van Nutella werkt aan verantwoord geproduceerde palmolie.

Sublime FM heeft het, kortom, over al dat goede nieuws waarvan we zijn gaan denken dat het geen nieuws is. Alsof het niet van de daken geschreeuwd mag worden hoe mensen dag in dag uit bezig zijn om iets goed of beter te doen.

Maar juist zulke dingen wil ik horen. Die geven de burger moed. Ik ben hartstikke blij met het werk van Sublime. Ik hoop van harte dat de zwartkijkers op al die redacties er ook door geïnspireerd raken.

www.sublimefm.nl

http://www.oneworld.nl/food/beter-duurzaam/geen-enkele-reden-voor-slechte-palmolie-nutella

417154_10151296466105357_448008796_n

Zomerkermis en water bij de wijn

Je hebt kermissen voor het plebs. En je hebt theater voor Ons Soort Mensen. Als je niet weet wie dat zijn: Zij die smaak hebben.

Persoonlijk houd ik erg van kermissen.

Toch ga ik al jaren niet meer. De overdaad aan lelijk plastic in de attracties en het tegen elkaar opdreunen met decibellen schrikt me volledig af. Ik ga wel naar de Parade, een reizend theaterfestival. Tijdens de zomermaanden slaat het zijn tenten op in respectievelijk Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam. Wat ik er het allerleukst aan vind, is dat het eruit ziet als een ouderwetse kermis. Inclusief zweefmolen, maar zonder de decibellen.

De sfeervolle tenten van De Parade staan op al even sfeervolle locaties. Vooral die in Utrecht is subliem. Onder de bomen van het Moreelsepark is het fantastisch toeven. Mede omdat je op veel plekken mooi kunt zitten en dan erg lekker eten en drinken. In al die reizende restaurants en bars wordt geen vlees uit de bio-industrie geserveerd. De vis is duurzaam gevangen en de kippen hebben mogen scharrelen voor ze in de pan belandden.

Zelf lust ik geen dieren, maar ik vind het voor hen wel heel fijn dat ze een leven hebben gehad vóór de dood. Voor mijzelf vind ik het fijn dat de huiswijn van biologische druiven is en verkocht wordt in recyclebare PET-flessen. Dat ik op De Parade kan eten van porseleinen serviesgoed, borden, bestek en drinken uit herbruikbare glazen. En kraanwater kan bestellen, in plaats van peperduur bronwater in plastic flessen.

Als ik wil kan ik zelfs gratis kraanwater afhalen bij het Join the Pipe-tappunt op het terrein.  Join the Pipe is een organisatie die de WC’s schoonhoudt.  In ruil vraagt ze een vrijwillige bijdrage voor waterprojecten in ontwikkelingslanden. Sociale duurzaamheid, heet dat. Net zoals het feit dat er tolken gebarentaal zijn bij een aantal voorstellingen.

Een duurzame kermis, ik had nooit kunnen bedenken dat die twee begrippen samengaan.  Maar De Parade laat zien dat het kan. En die korte theatervoorstellingen zijn vaak verrassend leuk!

http://www.deparade.nl

IMG_3787                IMG_3789