Niemand was leuker dan Carlos

Seline (29) en Carlos (38) hadden tien jaar een langeafstandsrelatie. Ze trouwden om in Egypte te kunnen samenwonen.

“Vlak voor we trouwden gaven we een heel groot feest in het huis van mijn aanstaande, Spaanse schoonouders. Zonder speeches of ceremonie, maar met heel veel mensen en eten en muziek en vrolijkheid. Carlos en ik hadden al tien jaar een relatie. Pas door dat feest leerden ook onze ouders elkaar kennen.

Ik was naar Spanje gekomen om de taal te leren. Achttien was ik toen ik Carlos ontmoette in Madrid. Binnen twee maanden hadden we verkering, en toen ik na een half jaar terugging naar Nederland wilde ik het niet uitmaken. Daarvoor was Carlos veel te leuk. Maar hij was al 27 en net met zijn eigen filmbedrijf begonnen. Hij vond dat hij niets van mij mocht verwachten, omdat ik nog zo jong was. We spraken af om onze relatie vrijblijvend te houden. Als het te moeilijk werd konden we het beëindigen.

Dat gaf mij de vrijheid om te studeren waar ik wilde en in veel verschillende landen onderzoek te doen of te werken. Carlos was reislustig genoeg. Alleen in een ander land wonen wilde hij niet, want zijn hele professionele netwerk was in Spanje. Doordat hij mij vaak bezocht ging hij daar wat makkelijker over denken. Ik woonde onder andere in Engeland, Mexico en Ecuador. Tijdens een onderzoeksopdracht in Argentinië kwam hij naar me toe en waren we vijf weken lang elke dag bij elkaar. Dat is de enige keer dat we een soort van samenwoonden. Het ging heel gemakkelijk en vanzelfsprekend.

We zagen elkaar een keer in de drie maanden, later toen we meer verdienden en makkelijker tickets konden betalen een keer in de twee maanden. Natuurlijk was er soms aandacht van andere mannen. Daar kon ik heus wel van genieten, maar ik vond de meeste jongens niet zo boeiend. Niemand was leuker dan Carlos. Hij is heel gepassioneerd over zijn werk en kan er zó inspirerend over vertellen. Zelf ben ik net zo gedreven in wat ik doe. Ik wil graag bijdragen aan een rechtvaardiger wereld en zoek altijd werk bij sociale organisaties. Zo kwam ik een jaar geleden bij de VN in Egypte terecht. Vanaf de eerste keer dat hij me opzocht vond Carlos het een geweldige stad. De drukte, de chaos, het weer, alles sprak hem aan. Zozeer dat hij er ook wilde wonen. Ik heb een werkvisum. Hij daarentegen kan niet zomaar naar Egypte verhuizen. Alleen wanneer we trouwden zou hij mogen blijven.

Voor het eerst gingen we nadenken over het officieel maken van onze relatie. Trouwen bleek simpeler dan een geregistreerd partnerschap, ook als we in de toekomst nog in andere landen willen samenwonen. Ik zelf dacht aan een pragmatische administratieve afhandeling van het huwelijk, maar Carlos’ familie is daar veel emotioneler in. Zij wilden graag deel zijn van een bruiloft, en omdat onze families elkaar nog niet kenden hebben we daarom dat grootse feest in Spanje gegeven. De wettelijke ondertekening was een maand later in de stad waar ik gestudeerd had.

We zijn nu een visum aan het aanvragen voor Carlos. Waarschijnlijk komt hij over drie maanden voorgoed bij me wonen. Ik denk dat het heel gezellig wordt. Hij kan hier voorbereidend werk doen of films editen, en een paar keer per jaar naar Spanje gaan om te filmen. Hij heeft al een paar Egyptische filmmakers leren kennen. Trouwen was in eerste instantie een zakelijke keuze, maar nu betekent het toch dat we er voor kiezen samen te zijn. Stel dat mijn volgende baan in een crisisgebied is. Dan heeft hij daar ook wat over te zeggen. Mijn basis is niet langer een huis of appartement. Voortaan is Carlos mijn thuis.”

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in AD Magazine van 23 november 2019

https://europa.eu/youreurope/citizens/family/couple/marriage/index_nl.htm

 

Ik voel me helemaal op mijn gemak bij haar

Ed (53) liet alle voorzichtigheid varen toen hij de Vietnamese Nhung (46) ontmoette.

“Liefde op het eerste gezicht? Daar ben ik altijd sceptisch over geweest. Tot ik Nhung zag. Ik was gelijk hoteldebotel. Als door de bliksem getroffen.

Onze ontmoeting was het idee van een gezamenlijke Vietnamese kennis. Zij is heel gelukkig getrouwd met een Nederlander en gunde Nhung, die tijdens een vakantie bij haar logeerde, hetzelfde. Ze organiseerde een blind date voor ons. Op een snikhete julidag haalde ik Nhung bij die kennis op voor een uitstapje naar Scheveningen. Met de gedachte dat als het niet klikte, we in ieder geval een lekkere dag aan zee zouden hebben. Op dat moment was ik bijna twee jaar vrijgezel en vond het wel best. Mijn laatste vriendin was na acht jaar op een vervelende manier opgestapt. Ik voelde me echt op mijn hart getrapt en was voorzichtig. Maar bij de eerste blik op Nhung, op die knappe vrouw met haar verlegen en toch vastberaden oogopslag dacht ik: ‘Oké, daar ga je dan. Hier is geen houden aan.’

Zij was wat terughoudender. Eventjes. Al tijdens de rit naar Scheveningen bleken we op alle vlakken te klikken. Ze is intelligent, ze zegt wat ze denkt en vindt, we konden meteen met elkaar lachen. Binnen de kortste keren liepen we hand in hand over de boulevard. Er is eigenlijk niet één ongemakkelijk moment geweest.

Nhung zou nog twee dagen in Nederland blijven en dan verder reizen voor een vakantie in Zwitserland. In liefde op het eerste gezicht geloofde ze niet. Toch stuurde ze me die avond een bericht met de vraag of ik het leuk zou vinden haar de volgende dag weer te zien. Ik zei volmondig ja. Toen ze de deur voor me opendeed en om mijn nek sprong wist ik genoeg. Ze heeft haar vakantieplannen afgeblazen en is de rest van haar vakantietijd bij mij gebleven.

We voelden allebei dat dit zo goed was, dat we ermee verder moesten gaan. Natuurlijk is de fysieke afstand op dit moment groot. Ik vind dat geen probleem. We bellen en videobellen elke dag. Door dat intensieve contact heb ik het gevoel dat we elkaar al minstens een jaar kennen, in plaats van vier maanden. Van een cultuurverschil merk ik weinig. Ze is vrij Europees ingesteld. Haar werk en haar zelfstandigheid zijn belangrijk voor haar, en ze is geen volgzaam type. Dat past bij me, ik wil een vrouw die tegengas geeft, die geen ja en amen zegt. Trouwen is niet nodig, maar we willen het wel. In januari ga ik drie weken naar Hanoi. Dan beslissen we waar we gaan wonen.

We willen heel graag bij elkaar zijn, maar er moet voor de ander ook een leven buiten de liefde zijn. Van te lang niks doen word ik gek. Ik ben chauffeur voor bijzonder vervoer, meestal van kinderen en ouderen met een beperking, of zakelijke ritten. In Vietnam kom ik daarmee als buitenlander moeilijk aan de slag. Nhung heeft een interessante, goedbetaalde baan bij een verzekeringsmaatschappij. Zij vindt in Nederland waarschijnlijk makkelijker werk dan ik in Vietnam. We gaan hoe dan ook in januari verder waar we in augustus gestopt zijn. Ik voel me helemaal op mijn gemak bij haar, en zij bij mij. Er is geen enkele schroom, we zijn overal open over. We zijn een match made in heaven.”

 

   

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 11 januari 2019

http://www.klimt.com

https://www.bedrock.nl/bestaat-liefde-op-het-eerste-gezicht-echt/

https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/leven/125087-liefde-op-het-eerste-gezicht.html

 

In wezen ben je zélf een klokkenverzameling

Het raadsel tijd

Voor de tijd hebben we geen orgaan. Kleine en grote uurwerkcollecties zijn om het fenomeen heen gebouwd, terwijl je het niet kunt zien, horen, ruiken, voelen of proeven. Journalist Alan Burdick onderzocht het in al zijn aspecten in een boek over tijd en waarom die vliegt.

Als jongvolwassene weigerde Burdick een horloge te dragen. Tijd voelde voor hem als een drukkende last, van bovenaf opgelegd. Geleidelijk realiseerde hij zich dat hij de tijd meed omdat hij er heimelijk bang voor was, al had hij geen idee wat het eigenlijk was (en is). Op een dag besloot hij op zoek te gaan naar het antwoord, bij klassieke en moderne filosofen, bij wetenschappers en bij zijn eigen uurwerkreparateur. Waar hij snel achter kwam, was dat er niet één waarheid is over de definitie van tijd. Best merkwaardig, als je bedenkt dat onze hele samenleving rond tijd is opgebouwd.

Uren, minuten, seconden

Wat elke klok in essentie doet, is de dag opdelen in handzame eenheden. Een heel bruikbaar, door mensen bedacht systeem. Tot de twintigste eeuw maten klokken de uren en de minuten. Met de komst van het quartz-uurwerk werd ook de seconde belangrijk. Burdick kreeg er mee te maken toen hij, al jaren getrouwd, van zijn schoonvader zijn allereerste horloge cadeau kreeg. Een Concord quartz, met de uuraanduiding in goudkleurige streepjes. Niet dat het hielp: op zijn afspraak bij het Bureau International des poids et mesures in het Franse Sèvres kwam hij prompt te laat. Het Bureau is een van de plekken waar hij mensen interviewde die zich beroepsmatig bezig houden met tijd. In zijn boek komt de lezer ze allemaal tegen.

Celklok

De schrijver vertelt mooie verhalen over de afstelling van alle uurwerken ter wereld op dezelfde tijd: de Universal Coordinated Time. Over hoeveel mensen daar dagelijks mee bezig zijn, en waarom dat belangrijk is voor het goed functioneren van GPS-systemen. Hij laat wetenschappers aan het woord die zich bezighouden met hoe tijd in lichaam en geest functioneert. Zij stellen dat zich in allerlei organen en zelfs cellen klokken bevinden, die met elkaar communiceren en zich op elkaar afstemmen. Een wetenschapper bracht maanden achter elkaar alleen door in een grot, afgesloten van het dag- en nachtritme dat door de zon wordt bepaald. Toen hij weer bovenkwam bleek dat hij er bijna een maand langer was gebleven dan hij dacht. Hetzelfde viel op bij mijnwerkers die na een ongeval tien dagen onder de grond hadden gezeten, maar dachten dat het drie dagen waren geweest.

De mens als klok

Onder al onze levens loopt de cyclus die de etmalen indeelt. Talloze lichaamsritmes- en processen worden er door bepaald. Zo is je bloeddruk het hoogst rond het middaguur, en je alertheid het laagst tussen drie en vijf uur in de ochtend. De cyclus is een klok die blijft ‘tikken’, ook als de mens, het dier, de plant en zelfs de schimmel lang achtereen geen daglicht ziet. Nog mooier is de constatering dat iedere cel in het lichaam zijn eigen klok heeft. Een volwassen menselijk lichaam bestaat uit zo’n vijftig miljard cellen. In wezen ben je zélf een klokkenverzameling.

Gelaagde ervaring

Er is dus ‘meetbare’ tijd, aangegeven door een klok. En er is de tijd die je intern ervaart. Maar we gebruiken het woord ook om aan te geven hoeveel uren zijn verstreken, en in welke volgorde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. We gebruiken het om verschil te maken tussen heden, verleden en toekomst, en om nú aan te duiden. Tijd is, kortom, een gelaagde ervaring. In ‘Waarom de tijd vliegt’ mengt Burdick wetenschappelijke waarnemingen en filosofische theorieën met zijn persoonlijke ervaringen. De voor jonge ouders verschrikkelijke ochtendklok van baby’s bijvoorbeeld. De interne klok van algen in de vijver bij zijn kantoorgebouw. Zijn tocht naar de Noordpool in Alaska, waar hij ervaart hoe het is als de dag duurt van half mei tot half augustus.

Vliegen

Tijdloosheid is benaderd door experimenten in donkere grotten of op plekken met eindeloos daglicht. Het kan ook door een lange vliegreis te maken, langs de 24 tijdzones van elk een uur breed. Een intercontinentale vlucht is misschien ook wel de ideale gelegenheid om dit boek te lezen. Je ervaart aan den lijve de tijdsverschillen tussen de ene bestemming en de andere. Over het algemeen is er weinig afleiding, dus je kunt goed opletten. Dat vraagt dit boek ook wel van je. Soms zijn de uitweidingen over wetenschappelijke onderzoeken taai. Dan denk je als lezer: ‘Ja ja. Het zal wel, lekker belangrijk, die femto-, atto- en zeptoseconden, of die beschrijvingen van ogenschijnlijk pietluttige experimenten.’ Sla ze gewoon over en geniet van de fascinerende kennis die je opdoet. Na lezing weet je waarom de astronomie aan de basis staat van de tijd die onze klokken aangeven. Hoe en waarom tijdssystemen ons bestaan gemakkelijker hebben gemaakt. En misschien ook wel of de tijd écht vliegt.

 

Alan Burdick

“Waarom de tijd vliegt”

Uitgeverij Meulenhoff Boekerij

ISBN 9 789029 092128

Dit verhaal verscheen eerder in 0024, magazine over Haute Horlogerie

De ziel laten schommelen

Grote hoofden, grote lichamen. Vaak te zwaar. Fysiek zijn ze behoorlijk aanwezig, onze Oosterburen. In de landelijke gebieden van Noordrijn-Westfalen en Saksen-Anhalt zelfs nog iets meer dan in de steden, lijkt het. De mannen doen me in hun geruite overhemd met korte mouwen denken aan uit de kluiten gewassen kinderen. De enorme T-shirts met ronde hals waar de vrouwen zich in hullen zijn maximaal seksloos.

Zonder uitzondering zijn ze beleefd. Misschien zelfs braaf. En gezagsgetrouw. Als ik op een volmaakt lege straat door rood fiets krijst een vrouw op de stoep: “Führerschein einnehmen, das sollte mann!” Bij mij zou dat niet helpen. Ik heb niet eens een rijbewijs.

Op een terras in Höxter ergert een man zich aan het geskype van twee Afrikanen en een hooliganachtige Duitser. Ik begrijp zijn ergernis. Ook ik vind het harde, krakerige geluid uit hun telefoon hinderlijk. Maar als hij hen toebijt: “De politie zal jullie wel leren om je aan de regels te houden”, vind ik zijn machteloze dreigen met een autoriteit toch irritant.

In Duitsland zijn de meeste dingen goed geregeld, en bijna iedereen houdt zich aan die regels. De keerzijde is dat het leven tamelijk voorspelbaar en weinig opwindend is. Zou dat een reden zijn om zoveel te eten en te drinken, vraag ik me af. Je hebt wat te doen en het geeft een aangenaam gevoel ten slotte. Misschien is de veilige saaiheid van het bestaan ook de reden dat ze zoveel krimi’s produceren. Iedere avond zijn er op de verschillende zenders wel een paar te zien, meestal van eigen makelij. Met fantastische acteurs, sterke dialogen, prachtig camerawerk. Daar kan je lekker wat angsten voelen, terwijl je veilig thuis zit en een koel glas bier nooit ver is.

Maar als ik naar het landschap kijk, valt me iets anders op.

De kastelen. Het zijn er veel, heel erg veel. Vaak schitterend gebouwd, omringd door fraaie tuinen en liefdevol onderhouden. Geen stoere, maar van die uitbundige met allerlei torens en versierde kozijnen en beeldhouwwerk en kleuren. De ene toeristische tekst vertelt bezoekers hoe geschikt het kasteel en zijn omgeving zijn um deine Seele baumeln zu lassen. Een andere roept op om je er met je geliefde te verpozen, om je hart te laten spreken. Omdat de liefde immers het belangrijkste is in het leven.

Het ontroert me.

In die grote koppen, in die grote lijven, daar huist een intens romantische ziel.

 

http://programm.ard.de/TV/Themenschwerpunkte/Film/Krimi/Startseite

Schloss Bevern          

Extase in de Harz

De openingstijden van de hotelreceptie variëren. Het schijnt te maken te hebben met waar de eigenaren net zin in hebben. Dat is een behoorlijk on-Duits potje onvoorspelbaarheid. Gelukkig zijn ze er wel als ik de weg uit het Obere Harz-woud naar het dorp Hahnenklee gevonden heb. Ik krijg zelfs de mooiste kamer, die met uitzicht op het meer.

De vloerbedekking is oubollig jaren tachtig, maar het boxspringbed heeft Olympische afmetingen en is het comfortabelste waar ik ooit in geslapen heb. Op glazen design nachttafels staan hypermoderne LED-lampen. De badkamer doet met ook weer jaren tachtig tegels bijna pijn aan de ogen. De eigentijdse spaardouche daarentegen sproeit breed en warm.

De eetzaal is ingericht zoals je dat verwacht in een degelijk Duits hotel. Massieve houten meubels, tafelkleedjes, tuttige vitrage. Alles keurig en brandschoon. De ober die het ontbijt serveert is een kleine, rustige, uiterst beleefde veertiger. In zwart T-shirt en zwarte broek. Kaal. In zijn oorlellen twee grote open buisjes. Tatoeages van pols tot schouder. Een sik-achtig baardje met een ingewikkelde knoop erin. Geen hipster, eerder een rocker.

Met grote vanzelfsprekendheid meldt hij dat hij sojaworst serveert, omdat dit een veggie hotel is. Als ik thee wil, kan ik kiezen uit tweehonderd soorten. Ik word bijna gillend extatisch van alle contrasten in dit hotel, in dit uitgestorven wintersportplaatsje.

Natuurlijk hoor ik hem uit. Ja, hij is een motorrijder, net zoals het echtpaar dat de zaak runt. Dat maakt het hotel aantrekkelijk voor andere motorrijders. Zij is de dochter van de oorspronkelijke eigenaren en heet Schwarz. Bovendien is ze vegetariër, en haar man ICT’er. Dat verklaart de ingewikkelde naam van het hotel, en is reden voor nog meer vogels van zeer divers pluimage om hier te logeren.

In de vroege zomer zit de ontbijtzaal echter helemaal vol met één vogelsoort. Een die niet afkomt op motoren, sojaworst of ICT. Het zijn allemaal Nederlanders. Blackcoms.Erika kost om onnavolgbare redenen maar 21 Euro per nacht.

 

Blackcoms.Erika badkamer

 

Black.comsErika nachttafel

http://blackcoms-erika.de/

Zo kom je nog eens ergens

Verdwalen en zweten. Ze hebben allebei hun charme. Als het niet te lang duurt tenminste.

In Detmold ga ik drie kwartier stapvoets in rondjes over steeds dezelfde straten, op zoek naar de jeugdherberg die ergens boven op een berg moet liggen. Stapvoets, want het is er steil, en in de allerkleinste versnelling bij 31 graden omhoog fietsen is niet mijn idee van leuk. De oplossing ligt in een vrijwel onzichtbaar paadje tussen weelderige struiken. En oh, wat doet de koele douche daarna dan goed.

Tussen Leopoldstal en Vinsebeck staat opeens een hek over het pad. Hoe ik ook mijn best doe, ik vind de aansluiting op de Europaradweg niet terug. Dan maar over de Hauptstrasse. Verrukkelijk asfalt, vinden ook de automobilisten die met 120 kilometer per uur aan me voorbij scheuren. Als ik natrillend op een trottoir sta met mijn routeboekje, vraagt een vrouw met rode wangen en grote handen waar ik naar toe wil. Aha, zegt ze, u bent echt verdwaald. U moet een heel eind zuidelijker zijn.

Ruim een uur fietst ze met me mee, tot ik weer op de juiste weg ben. En bedankt me vervolgens uitbundig, omdat deze rit haar even uit de hectiek van haar drukke slagerij heeft gehaald.

Goslar in de Harz is een mooie middeleeuwse stad. Ik wil er wel wat langer blijven en heb maar liefst drie hotelnachten geboekt. In een buitenwijk, want dat lijkt me aangenamer dan het toch wel drukke centrum. Aan het eind van de zondagmiddag ga ik met een routebeschrijving van de plaatselijke VVV op weg naar mijn gereserveerde bed.

Net buiten de stad rechtsaf, staat er. Geen straatnaam, maar zo te zien kan het maar op één manier, Een steile. Drie uur, vijf miljoen identieke bomen en vijftig al even identieke bospaden later, in een doordrenkt Tshirt, weet ik het gewoon niet meer. Ik had al verhalen gehoord over verdwalen in Duitse bossen. Nu snap ik hoe het voelt.

Moet ik iets of iemand bellen? Een hulpdienst?  De padvinderij? Op mijn telefoon kijkend tik ik tamelijk willekeurig op iets dat Here Maps heet. Een standaarddingetje op Windowstelefoons waar ik nog nooit naar gekeken heb. Opeens zie ik een groene stip op potlooddunne gebogen lijnen – en als ik doorloop beweegt de stip met me mee. Zouden die lijnen de naamloze bospaden zijn waarover ik mijn fiets omhoog trek?

Ik loop verder. En verder. En verrek, vlak voor zonsondergang ben ik terug in de bewoonde wereld. Niet langer verdwaald, alleen nog bezweet. Hahnenklee heet het uitgestorven dorp, waar het ’s winters ongetwijfeld leuk rodelen en skiën is. Een kilometer of zestien vanaf Goslar, dus niks buitenwijk. Goslar-Hahnenklee is gewoon een instinkerige benaming van Booking.com.

Zo kom je nog eens ergens.

https://www.goslar.de/home-ned

http://nl.harzinfo.de/harz-vakantie-ervaring/10-goede-reden-voor-een-bezoek-aan-de-harz.html

http://www.hahnenklee.de/

https://www.snowplaza.nl/duitsland/bocksberg-hahnenklee/hahnenklee-bockswiese/skigebied/

Biertheke

Na fietsen komt slapen. En dat is in Duitsland nooit een probleem. Hoe laat ik ook aankom, altijd vind ik een goed bed voor een schappelijke prijs. Een weerkerend genoegen is het. Want al is de hele dag fietsen heerlijk, om nou daarna nog een tent op te zetten en te slapen op een matje in een krappe slaapzak? Mwah.

Soms deel ik een kamer in een jeugdherberg met drie anderen. Soms heb ik een motelkamer met twee queen size bedden helemaal voor mij alleen. Er zijn liefdeloos ingerichte kamers in monteurspensions en van gastvrijheid overlopende vegetarische hotels. Overnachtingen in een kasteel aan de Weser en op een bergtop in Detmold.

De motelkamer in Rheda is enorm, in alles. De twee bedden, de televisie, de fauteuils, de badkamer. Er is alleen geen wifi. Behoorlijk onbelangrijk natuurlijk. Toch wil ik heel graag even mijn mail bekijken. Ik heb echter buiten Dienstag Ruhetag gerekend. Weliswaar hebben de eigenaars van het motel me binnengelaten, maar verder zijn ze onzichtbaar en onbereikbaar. Want Dienstag is Ruhetag en daar wordt niet aan gemorreld. Dus is er niemand die mij de toegangscode kan geven.

Daarom klop ik bij andere gasten aan. De derde deur gaat na wat gestommel open. Een grote, brede, grijsharige man in een lang donkerrood overhemd. Aan de manier waarop hij zijn onderlichaam achter de deur verbergt, denk ik te zien dat hij waarschijnlijk verder niets aan heeft. Hij weet niet eens wat een wificode is. WLAN dan? Internet? Hij schudt het hoofd, vraagt uit beleefdheid nog aan zijn kamergenote of zij het weet. Haar stem klinkt jong en helder. Hij popelt duidelijk om de deur weer dicht te doen.

De volgende ochtend vertelt de eigenaar van het motel dat ik een ongewone gast ben. Alleenreizende vrouwen op een fiets, die komen hier normaal gesproken niet. Dit is een plek voor vrachtwagenchauffeurs. Of ze weleens bezoek hebben, daar bemoeit hij zich niet mee. Ze betalen voor hun kamer en dat is dat. Hij heeft nu wel een wificode voor me trouwens. Biertheke.

Dertig emails, heb ik. Voornamelijk nieuwsbrieven, berichten van exotische vrouwen die me schrijven dat ik de man van hun dromen ben en wat Linkedin updates. Ik kan ze stuk voor stuk wissen.

 

https://nl.linkedin.com/

https://www.rheda-wiedenbrueck.de/

 

 

Vlees in Münster

Het is, in ieder geval via de EuropaRadweg, een lange rit van Vreden naar Münster. Als ik op zondagavond enigszins uitgeteld de stad binnenrijd, maakt de energieke sfeer me echter meteen weer wakker. Honderden mensen fietsen in hoog tempo kriskras door de stad. Jonge mensen vooral. Studenten vermoed ik. Alsof ik weer in Utrecht ben.

Ze zijn op weg naar overal, maar op deze smoorhete avond vooral naar het koele park rondom het plaatselijke Schloss. In nog groteren getale trekken ze naar de oevers van de Aasee, een meer aan de rand van de binnenstad. Ze zitten op het gras en barbecueën en drinken bier en voeren moeilijke gesprekken. Het is een universiteitsstad ten slotte.

In de lome warmte valt me het licht verbeten stemgeluid op waar Duitse vrouwen zo´n patent op lijken te hebben. De hoogopgeleide, goedgebekte, kritische meiden hier gebruiken hem om Andreas en Thomas en Max om de oren te slaan met argumenten over van alles en nog wat. De jonge mannen knikken gedwee. Deze dames maak je het niet makkelijk naar de zin. Nogal intimiderend zijn ze. Zeg ik, zelf toch ook niet voor de poes.

Ik denk dat ze het zelf niet beseffen. Omdat jonge vrouwen juist vaak het gevoel hebben niet goed genoeg te zijn. Perfectie in alles is het streven. Dus beulen ze zich af. Met dubbele studies en nuttige stages en CV-bouwende activiteiten. Ze sporten zich een ongeluk en zijn bijna religieus in hun streven naar gezond eten. In Münster wordt dan ook veel gejogd, en het wemelt van de veganistische snackerettes. De Duitse studentes doen hartverscheurend hun best.

Wat  gun ik hen iemand die hen geweldig vindt om wie ze zijn. Niet om wat ze allemaal doen. Iemand die zegt: kom, doe even wat minder je best. Ik weet dat je slim bent en veelzijdig en interessant. Maar dan kun je nog steeds even lekker chillen. Een potje seksen wellicht. Nee, geen kama sutra of andere ingewikkelde dingen. Gewoon simpel en lui. Voor de lol. En daarna gaan we veganistisch uit eten.

Lol hebben, dat lijkt me ook voor de geïntimideerde knullen veel beter. Mijn zegen hebben ze. Met of zonder vlees.

 

http://www.krawummel.de/

http://www.pruett-cafe.de/

http://bucks-vegan.de/

https://www.facebook.com/pg/GustavGruenMS/about/

 

 

 

 

In de wereld van ambitie..

‘Tjeezus Wilmie! Ga je echt dat hele eind fietsen?, roept de vriend die ik nog ken uit magerder tijden, maar die nu in een Jaguar rijdt. ’Helemaal in je eentje? Zonder iemand om tegenaan te lullen? Dat is toch ongezellig! Waarom laat je je niet door mij brengen in de Jag? Dan breken we gewoon met 1 op 4 dat groene hart van je.’

‘Zal ik je komen uitzwaaien?’, vraagt de andere vriend uit vroeger tijden, die ook toen al op oude motoren weer en wind trotseerde en wat minder aan comfort en grote snelheid hecht. In een ontbijtcafé trakteert hij op ruim voldoende calorieën voor de eerste zestig kilometer. In een minigripzakje heeft hij het lichtste reiscadeau verpakt dat hij kan bedenken: vijftig minutieus gevouwen Euro’s. Later blijken het er trouwens honderd te zijn. Ik zal ze met vreugde spenderen aan een luxe hotelkamer en een groots concert.

Als ik Utrecht uitrijd voor de eerste kilometers van de ruim duizend die de Europa Radweg 1 lang is, zingt mijn hart van geluk. Vier dagen en een paar honderd kilometer later, op een zonnige zondagochtend in het Duitse Münsterland, zingt het nog steeds. Ik rijd langs rivieren en graanakkers en weilanden en door bossen, ik verdwaal op schimmige industrieterreinen en vind mijn weg weer terug. Soms dankzij mijn kompas. Soms dankzij spontaan aangeboden uitleg van plaatselijke heren, want niet alleen de oude vrienden thuis zijn enthousiast. Al denkt menig Duitse man dat ik een grap maak als ik vertel wat mijn eindbestemming is. Maar daarna wensen ze me altijd heel veel geluk en een goede reis.

Ik wil best een keer met de Jag naar Berlijn. Dat kan mijn groene hart wel aan. Maar deze keer niet. Omdat ik me op dit moment voel zoals een anonieme dichter ooit op Utrechtse stoeptegels schreef: ‘In de wereld van ambitie, zit ik fluitend op mijn fietsie.’

https://www.europafietsers.nl/fietsroutes/euroroute-r1

https://www.geheimoverdegrens.nl/fietsen-in-het-m%C3%BCnsterland/

 

Gescheiden mannen

‘Angela en Brandy’ staat in smeedijzeren letters op de gevel van het geelgepleisterde huis. Het ligt rustig aan een klein plein, voor de deur een mooie boom. Desondanks ziet het er door de gesloten rolluiken weinig toegankelijk uit.

Op de eerste keer bellen reageert niemand. Maar na vijf minuten en een tweede keer verschijnt een lange vrouw met zware borsten en een dikke buik, beide losjes bungelend in haar jurk. Ja, ze heeft een slaapplek vrij. In de grootste kamer. Ook in de andere kamers trouwens, want ik ben de enige gast die avond.

In de kamer doet de overdaad aan beelden, wandversiering en uitbundig hemelbed een aanslag op mijn zintuigen. Maar omdat het maar voor één nacht is, negeer ik de felle kleuren van lakens en vloerbedekking. Ik negeer de kabouter in zijn schommelstoel die aan de bedhemel hangt. Na drie dagen fietsen wil ik gewoon een avond niksen op een kamer met TV, en die heb ik hier. Bovendien zijn de matrassen fantastisch.

Ik bekijk een documentaire over yeti’s en de talloze wetenschappers die onderzoek doen naar de verschrikkelijke sneeuwman. Het lijkt zowaar of ze er een gevonden hebben. Tot ik erachter kom dat de man in beeld een bovenmatig lange en brede ex-worstelaar is met een aapachtige schedel. Inmiddels is hij politicus in Mongolië, met een brandende interesse in yeti’s.

Voor het ontbijt heeft Angela zich uitgesloofd. Ik mag mijn buik rond eten en wat over is meenemen voor onderweg. Verder is Angela’s specialisatie de monoloog, in Nederlands doorspekt met Duitse uitdrukkingen. Het mag van mij, want ze is een vrouw met een fascinerend leven. Een Zwitserse echtgenoot, een gehandicapte zoon, in weelde levend in verschillende buitenlanden. Gescheiden, om nu eens haar eigen vleugels uit te kunnen slaan.

Haar inkomen haalt ze uit haar bed&breakfast, maar af en toe huisvest ze tegen een normale huurprijs ook mannen die werkloos zijn of net gescheiden of gewoon even de weg kwijt. Natuurlijk roddelt het dorp daar over. Het kan haar niet schelen, ze helpt die lui in een moeilijke periode. En dan is er weer even een man in huis. Kan geen kwaad als er geregeld onbekenden komen logeren.

Ik dacht dat Brandy een exotische echtgenoot was. Het is een lieve, langharige zwarte hond.

’s Morgens zwaaien ze me samen uit.