Liefde in tijden van mantelzorg

Ondanks de intensieve zorg voor hun gehandicapte dochter bleef de liefde tussen Suzanne (53) en Edwin (53) overeind.

“Sophie ging op haar twintigste het huis uit. Net zoals haar broer Michael een paar jaar eerder. Alleen ging hij op kamers om te studeren, en zij verhuisde naar een kleinschalig woonproject voor verstandelijk gehandicapten.

Michael was bij de geboorte een plaatje van een baby. Sophie zag er heel anders uit, vooral haar ogen. ´Het lijkt wel een mongool´, zei ik meteen tegen Edwin. Hij antwoordde vrij laconiek: ‘Dat is het ook’. Ik zei: ‘Jezus, wat een pech’. Maar ik was toch euforisch van blijdschap met mijn nieuwe kind. Edwin vond het de eerste dagen lastig, toen sloot hij haar in zijn hart en is vol liefde gegaan voor alles wat hoorde bij een kind met Down. Zo kreeg ze allerlei medisch onderzoek, en werd voor ze drie maanden oud was geopereerd omdat ze een zwak hartje bleek te hebben. Wij wisselden elkaar in die tijd af met ziekenhuisbezoek en probeerden ook Michael genoeg aandacht te geven. Aan elkaar kwamen we niet toe. We waren met onze eigen emoties bezig.

Na die operatie ging het best snel goed met haar, maar toen kwamen we erachter dat ze behalve Down ook een aan autisme verwante stoornis heeft. Ze kon en kan niets zelf. Nauwelijks praten, niet zelf eten, zich niet aankleden. Ze heeft geen tijdsbesef, ze ziet geen gevaar. Ze is wel heel beweeglijk en weg voor je het in de gaten hebt. Je kunt haar geen moment alleen laten. De eerste vijf jaar stonden we in de overleefstand. We hadden nauwelijks ruzie, maar het was ook niet erg amoureus. Ik zag ons als een bedrijf. Dat klinkt zakelijk, en dat was het ook. Edwin was goed in het verzorgende, ik regelde al het organisatorische. Ik heb toen wel eens gedacht: zijn wij bij elkaar uit liefde of vanwege de gedeelde zorg? Want als wij uit elkaar gaan, moet zij opgenomen worden in een instelling.

Wat ons bij elkaar hield was dat we gek zijn op elkaar, en enorm respecteerden en waardeerden wat de ander allemaal deed. Bovendien gunden we elkaar veel. Edwin liet mij ’s nachts slapen als Sophie hulp nodig had. Ik kon met vriendinnen een paar dagen op vakantie gaan, na een jaar weer parttime gaan werken. Ik zorgde dat hij af en toe onbezorgd een eind kon gaan fietsen of met een gerust hart naar zijn bedrijf. Toen Sophie elf was zijn we getrouwd. We zagen het als een kroon op onze relatie, op ons harde werken, dat we het volgehouden hadden. We gingen zelfs op huwelijksreis, naar Madrid. Dat was heel romantisch. Samen slenteren, lekker eten, lekker drinken.

Rond haar vijftiende kregen we een beter Persoonsgebonden Budget. Ik kon meer hulp inschakelen, en zij was af en toe een weekeinde of zelfs een hele vakantie van drie weken op een zorgboerderij. Geleidelijk leerde ze leven zonder ons. En in November 2015 ging ze het huis uit. Edwin en ik hadden een zware taak volbracht. De zorg blijft, maar niet meer dagelijks. Ineens was er genoeg tijd voor onszelf en voor elkaar. Dat was wennen. We hebben geen gedeelde hobby’s en heel verschillend werk. Wat we wel altijd deden is veel praten. Dat doen we nog steeds. We kunnen lekker uitwisselen en heel goed samen genieten. We hebben ieder een eigen leven, maar we komen telkens weer bij elkaar. En de weekenden dat Sophie bij ons logeert hebben we het heerlijk.”

https://www.oudersvannu.nl/baby/ontwikkeling/syndroom-van-down/

https://www.downsyndroom.nl/

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 23 maart 2019

Zijn bekomst van affaires

Theo (58): Het was een heel kort gesprek. Dorine stond te strijken, en ik had haar net gevraagd wanneer we weer eens tijd voor elkaar zouden maken en vrijen. Want na ons derde kind was het al twee jaar praktisch nul. Ze antwoordde: “Ik heb er gewoon geen zin in. De hele dag zitten de kinderen aan me, ik heb geen ruimte meer. Je moet geduld hebben.” “Hoe lang dan?”, vroeg ik. “Tien jaar”, bedacht ze heel snel. “Tot ze naar de middelbare school gaan”.

Enorm afgewezen voelde ik me. Totaal de klos. Was dit de uitkomst van een gezin hebben? Toen zei ze: “Je bent niet mijn bezit. Als je wilt kun je iemand anders zoeken om het mee te doen.” En dat gaf opeens heel veel lucht. Ik wilde beslist niet weg. Ik wilde leven met haar en de kinderen. Maar het kon, het mocht met iemand anders. Niet dat ik daarna meteen het huis ben uitgerend om de buurvrouw te bespringen. Ik was ook moe, van het gezinsleven en een volle baan, en bovendien verlegen.

Zo verstreek de tijd. Geleidelijk vreeën we weer wat vaker, maar ook na tien jaar geduld bleef het een zeldzaamheid. Opeens, voor mij volkomen onverwacht, werd ik op een feestje verleid door een kennis van ons gezin. Ze kwam naast me zitten en legde haar hand op mijn been. Keek me aan, lachte, tot ik smolt. Het was een fijn gevoel om toch nog in de markt te liggen, en voor mij het moment om iets te doen met de toestemming die ik ooit gekregen had. Uiteindelijk hebben we een paar keer met elkaar in bed gelegen. Daar is het bij gebleven, omdat ze zich bezwaard voelde naar Dorine. Die wist ervan, maar voor haar was het in de eerste plaats belangrijk dat we het als gezin goed hadden. Ze zei: “Mijn gescheiden vriendinnen hebben het ook niet beter.”

Een hele poos later werd ik opnieuw verleid, dit keer door een getrouwde collega. Ook in haar huwelijk was weinig erotiek. Jarenlang deden we het vaak en op allerlei verschillende plekken. En toen kwam er nóg een vrouw bij. Een alleenstaande bekende van mijn tennisclub. Tijdens een trainingsweekend ging ze steeds heel dicht bij me staan. Vroeg of ik kinderen had. Of ik getrouwd was. “Ja”, zei ik, “en dat blijft ook zo.” Desondanks werd het een affaire. Ze heeft me nooit gevraagd om weg te gaan bij Dorine, maar eiste wel een steeds groter deel van mijn tijd. Als ik de avond en een stuk van de nacht bij haar had doorgebracht en wilde gaan zei ze: “Blijf toch, we liggen nog zo lekker.” Van een uitdaging werd het steeds meer een belasting. Op een gegeven moment trok ik het niet meer en heb het uitgemaakt.

Intussen waren de kinderen groter en werd mijn geduld beloond. De relatie met Dorine bloeide in alle opzichten op. We maakten steeds vaker leuke uitstapjes en hadden veel meer seks. Toch vond ik het jammer dat de getrouwde collega zich op een gegeven moment terugtrok als minnares. Zij blijft voor mij een erg aantrekkelijke vrouw. Maar sindsdien ben ik volledig monogaam. Tijd doorbrengen met Dorine vind ik het allerleukste. Zij is mijn thuishaven, mijn ware liefde. Ik heb mijn bekomst van affaires. Wat niet wegneemt dat als ik oud ben, ik zeker met plezier zal terugkijken op die periode met drie vrouwen. Ik heb de bloemetjes goed buitengezet.

 

Beeld Tomasz Mikolajczyk

Dit verhaal werd eerder geplaatst in AD Magazine van 10 november 2018

In wezen ben je zélf een klokkenverzameling

Het raadsel tijd

Voor de tijd hebben we geen orgaan. Kleine en grote uurwerkcollecties zijn om het fenomeen heen gebouwd, terwijl je het niet kunt zien, horen, ruiken, voelen of proeven. Journalist Alan Burdick onderzocht het in al zijn aspecten in een boek over tijd en waarom die vliegt.

Als jongvolwassene weigerde Burdick een horloge te dragen. Tijd voelde voor hem als een drukkende last, van bovenaf opgelegd. Geleidelijk realiseerde hij zich dat hij de tijd meed omdat hij er heimelijk bang voor was, al had hij geen idee wat het eigenlijk was (en is). Op een dag besloot hij op zoek te gaan naar het antwoord, bij klassieke en moderne filosofen, bij wetenschappers en bij zijn eigen uurwerkreparateur. Waar hij snel achter kwam, was dat er niet één waarheid is over de definitie van tijd. Best merkwaardig, als je bedenkt dat onze hele samenleving rond tijd is opgebouwd.

Uren, minuten, seconden

Wat elke klok in essentie doet, is de dag opdelen in handzame eenheden. Een heel bruikbaar, door mensen bedacht systeem. Tot de twintigste eeuw maten klokken de uren en de minuten. Met de komst van het quartz-uurwerk werd ook de seconde belangrijk. Burdick kreeg er mee te maken toen hij, al jaren getrouwd, van zijn schoonvader zijn allereerste horloge cadeau kreeg. Een Concord quartz, met de uuraanduiding in goudkleurige streepjes. Niet dat het hielp: op zijn afspraak bij het Bureau International des poids et mesures in het Franse Sèvres kwam hij prompt te laat. Het Bureau is een van de plekken waar hij mensen interviewde die zich beroepsmatig bezig houden met tijd. In zijn boek komt de lezer ze allemaal tegen.

Celklok

De schrijver vertelt mooie verhalen over de afstelling van alle uurwerken ter wereld op dezelfde tijd: de Universal Coordinated Time. Over hoeveel mensen daar dagelijks mee bezig zijn, en waarom dat belangrijk is voor het goed functioneren van GPS-systemen. Hij laat wetenschappers aan het woord die zich bezighouden met hoe tijd in lichaam en geest functioneert. Zij stellen dat zich in allerlei organen en zelfs cellen klokken bevinden, die met elkaar communiceren en zich op elkaar afstemmen. Een wetenschapper bracht maanden achter elkaar alleen door in een grot, afgesloten van het dag- en nachtritme dat door de zon wordt bepaald. Toen hij weer bovenkwam bleek dat hij er bijna een maand langer was gebleven dan hij dacht. Hetzelfde viel op bij mijnwerkers die na een ongeval tien dagen onder de grond hadden gezeten, maar dachten dat het drie dagen waren geweest.

De mens als klok

Onder al onze levens loopt de cyclus die de etmalen indeelt. Talloze lichaamsritmes- en processen worden er door bepaald. Zo is je bloeddruk het hoogst rond het middaguur, en je alertheid het laagst tussen drie en vijf uur in de ochtend. De cyclus is een klok die blijft ‘tikken’, ook als de mens, het dier, de plant en zelfs de schimmel lang achtereen geen daglicht ziet. Nog mooier is de constatering dat iedere cel in het lichaam zijn eigen klok heeft. Een volwassen menselijk lichaam bestaat uit zo’n vijftig miljard cellen. In wezen ben je zélf een klokkenverzameling.

Gelaagde ervaring

Er is dus ‘meetbare’ tijd, aangegeven door een klok. En er is de tijd die je intern ervaart. Maar we gebruiken het woord ook om aan te geven hoeveel uren zijn verstreken, en in welke volgorde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. We gebruiken het om verschil te maken tussen heden, verleden en toekomst, en om nú aan te duiden. Tijd is, kortom, een gelaagde ervaring. In ‘Waarom de tijd vliegt’ mengt Burdick wetenschappelijke waarnemingen en filosofische theorieën met zijn persoonlijke ervaringen. De voor jonge ouders verschrikkelijke ochtendklok van baby’s bijvoorbeeld. De interne klok van algen in de vijver bij zijn kantoorgebouw. Zijn tocht naar de Noordpool in Alaska, waar hij ervaart hoe het is als de dag duurt van half mei tot half augustus.

Vliegen

Tijdloosheid is benaderd door experimenten in donkere grotten of op plekken met eindeloos daglicht. Het kan ook door een lange vliegreis te maken, langs de 24 tijdzones van elk een uur breed. Een intercontinentale vlucht is misschien ook wel de ideale gelegenheid om dit boek te lezen. Je ervaart aan den lijve de tijdsverschillen tussen de ene bestemming en de andere. Over het algemeen is er weinig afleiding, dus je kunt goed opletten. Dat vraagt dit boek ook wel van je. Soms zijn de uitweidingen over wetenschappelijke onderzoeken taai. Dan denk je als lezer: ‘Ja ja. Het zal wel, lekker belangrijk, die femto-, atto- en zeptoseconden, of die beschrijvingen van ogenschijnlijk pietluttige experimenten.’ Sla ze gewoon over en geniet van de fascinerende kennis die je opdoet. Na lezing weet je waarom de astronomie aan de basis staat van de tijd die onze klokken aangeven. Hoe en waarom tijdssystemen ons bestaan gemakkelijker hebben gemaakt. En misschien ook wel of de tijd écht vliegt.

 

Alan Burdick

“Waarom de tijd vliegt”

Uitgeverij Meulenhoff Boekerij

ISBN 9 789029 092128

Dit verhaal verscheen eerder in 0024, magazine over Haute Horlogerie

Extase in de Harz

De openingstijden van de hotelreceptie variëren. Het schijnt te maken te hebben met waar de eigenaren net zin in hebben. Dat is een behoorlijk on-Duits potje onvoorspelbaarheid. Gelukkig zijn ze er wel als ik de weg uit het Obere Harz-woud naar het dorp Hahnenklee gevonden heb. Ik krijg zelfs de mooiste kamer, die met uitzicht op het meer.

De vloerbedekking is oubollig jaren tachtig, maar het boxspringbed heeft Olympische afmetingen en is het comfortabelste waar ik ooit in geslapen heb. Op glazen design nachttafels staan hypermoderne LED-lampen. De badkamer doet met ook weer jaren tachtig tegels bijna pijn aan de ogen. De eigentijdse spaardouche daarentegen sproeit breed en warm.

De eetzaal is ingericht zoals je dat verwacht in een degelijk Duits hotel. Massieve houten meubels, tafelkleedjes, tuttige vitrage. Alles keurig en brandschoon. De ober die het ontbijt serveert is een kleine, rustige, uiterst beleefde veertiger. In zwart T-shirt en zwarte broek. Kaal. In zijn oorlellen twee grote open buisjes. Tatoeages van pols tot schouder. Een sik-achtig baardje met een ingewikkelde knoop erin. Geen hipster, eerder een rocker.

Met grote vanzelfsprekendheid meldt hij dat hij sojaworst serveert, omdat dit een veggie hotel is. Als ik thee wil, kan ik kiezen uit tweehonderd soorten. Ik word bijna gillend extatisch van alle contrasten in dit hotel, in dit uitgestorven wintersportplaatsje.

Natuurlijk hoor ik hem uit. Ja, hij is een motorrijder, net zoals het echtpaar dat de zaak runt. Dat maakt het hotel aantrekkelijk voor andere motorrijders. Zij is de dochter van de oorspronkelijke eigenaren en heet Schwarz. Bovendien is ze vegetariër, en haar man ICT’er. Dat verklaart de ingewikkelde naam van het hotel, en is reden voor nog meer vogels van zeer divers pluimage om hier te logeren.

In de vroege zomer zit de ontbijtzaal echter helemaal vol met één vogelsoort. Een die niet afkomt op motoren, sojaworst of ICT. Het zijn allemaal Nederlanders. Blackcoms.Erika kost om onnavolgbare redenen maar 21 Euro per nacht.

 

Blackcoms.Erika badkamer

 

Black.comsErika nachttafel

http://blackcoms-erika.de/

Zo kom je nog eens ergens

Verdwalen en zweten. Ze hebben allebei hun charme. Als het niet te lang duurt tenminste.

In Detmold ga ik drie kwartier stapvoets in rondjes over steeds dezelfde straten, op zoek naar de jeugdherberg die ergens boven op een berg moet liggen. Stapvoets, want het is er steil, en in de allerkleinste versnelling bij 31 graden omhoog fietsen is niet mijn idee van leuk. De oplossing ligt in een vrijwel onzichtbaar paadje tussen weelderige struiken. En oh, wat doet de koele douche daarna dan goed.

Tussen Leopoldstal en Vinsebeck staat opeens een hek over het pad. Hoe ik ook mijn best doe, ik vind de aansluiting op de Europaradweg niet terug. Dan maar over de Hauptstrasse. Verrukkelijk asfalt, vinden ook de automobilisten die met 120 kilometer per uur aan me voorbij scheuren. Als ik natrillend op een trottoir sta met mijn routeboekje, vraagt een vrouw met rode wangen en grote handen waar ik naar toe wil. Aha, zegt ze, u bent echt verdwaald. U moet een heel eind zuidelijker zijn.

Ruim een uur fietst ze met me mee, tot ik weer op de juiste weg ben. En bedankt me vervolgens uitbundig, omdat deze rit haar even uit de hectiek van haar drukke slagerij heeft gehaald.

Goslar in de Harz is een mooie middeleeuwse stad. Ik wil er wel wat langer blijven en heb maar liefst drie hotelnachten geboekt. In een buitenwijk, want dat lijkt me aangenamer dan het toch wel drukke centrum. Aan het eind van de zondagmiddag ga ik met een routebeschrijving van de plaatselijke VVV op weg naar mijn gereserveerde bed.

Net buiten de stad rechtsaf, staat er. Geen straatnaam, maar zo te zien kan het maar op één manier, Een steile. Drie uur, vijf miljoen identieke bomen en vijftig al even identieke bospaden later, in een doordrenkt Tshirt, weet ik het gewoon niet meer. Ik had al verhalen gehoord over verdwalen in Duitse bossen. Nu snap ik hoe het voelt.

Moet ik iets of iemand bellen? Een hulpdienst?  De padvinderij? Op mijn telefoon kijkend tik ik tamelijk willekeurig op iets dat Here Maps heet. Een standaarddingetje op Windowstelefoons waar ik nog nooit naar gekeken heb. Opeens zie ik een groene stip op potlooddunne gebogen lijnen – en als ik doorloop beweegt de stip met me mee. Zouden die lijnen de naamloze bospaden zijn waarover ik mijn fiets omhoog trek?

Ik loop verder. En verder. En verrek, vlak voor zonsondergang ben ik terug in de bewoonde wereld. Niet langer verdwaald, alleen nog bezweet. Hahnenklee heet het uitgestorven dorp, waar het ’s winters ongetwijfeld leuk rodelen en skiën is. Een kilometer of zestien vanaf Goslar, dus niks buitenwijk. Goslar-Hahnenklee is gewoon een instinkerige benaming van Booking.com.

Zo kom je nog eens ergens.

https://www.goslar.de/home-ned

http://nl.harzinfo.de/harz-vakantie-ervaring/10-goede-reden-voor-een-bezoek-aan-de-harz.html

http://www.hahnenklee.de/

https://www.snowplaza.nl/duitsland/bocksberg-hahnenklee/hahnenklee-bockswiese/skigebied/

Biertheke

Na fietsen komt slapen. En dat is in Duitsland nooit een probleem. Hoe laat ik ook aankom, altijd vind ik een goed bed voor een schappelijke prijs. Een weerkerend genoegen is het. Want al is de hele dag fietsen heerlijk, om nou daarna nog een tent op te zetten en te slapen op een matje in een krappe slaapzak? Mwah.

Soms deel ik een kamer in een jeugdherberg met drie anderen. Soms heb ik een motelkamer met twee queen size bedden helemaal voor mij alleen. Er zijn liefdeloos ingerichte kamers in monteurspensions en van gastvrijheid overlopende vegetarische hotels. Overnachtingen in een kasteel aan de Weser en op een bergtop in Detmold.

De motelkamer in Rheda is enorm, in alles. De twee bedden, de televisie, de fauteuils, de badkamer. Er is alleen geen wifi. Behoorlijk onbelangrijk natuurlijk. Toch wil ik heel graag even mijn mail bekijken. Ik heb echter buiten Dienstag Ruhetag gerekend. Weliswaar hebben de eigenaars van het motel me binnengelaten, maar verder zijn ze onzichtbaar en onbereikbaar. Want Dienstag is Ruhetag en daar wordt niet aan gemorreld. Dus is er niemand die mij de toegangscode kan geven.

Daarom klop ik bij andere gasten aan. De derde deur gaat na wat gestommel open. Een grote, brede, grijsharige man in een lang donkerrood overhemd. Aan de manier waarop hij zijn onderlichaam achter de deur verbergt, denk ik te zien dat hij waarschijnlijk verder niets aan heeft. Hij weet niet eens wat een wificode is. WLAN dan? Internet? Hij schudt het hoofd, vraagt uit beleefdheid nog aan zijn kamergenote of zij het weet. Haar stem klinkt jong en helder. Hij popelt duidelijk om de deur weer dicht te doen.

De volgende ochtend vertelt de eigenaar van het motel dat ik een ongewone gast ben. Alleenreizende vrouwen op een fiets, die komen hier normaal gesproken niet. Dit is een plek voor vrachtwagenchauffeurs. Of ze weleens bezoek hebben, daar bemoeit hij zich niet mee. Ze betalen voor hun kamer en dat is dat. Hij heeft nu wel een wificode voor me trouwens. Biertheke.

Dertig emails, heb ik. Voornamelijk nieuwsbrieven, berichten van exotische vrouwen die me schrijven dat ik de man van hun dromen ben en wat Linkedin updates. Ik kan ze stuk voor stuk wissen.

 

https://nl.linkedin.com/

https://www.rheda-wiedenbrueck.de/

 

 

In de wereld van ambitie..

‘Tjeezus Wilmie! Ga je echt dat hele eind fietsen?, roept de vriend die ik nog ken uit magerder tijden, maar die nu in een Jaguar rijdt. ’Helemaal in je eentje? Zonder iemand om tegenaan te lullen? Dat is toch ongezellig! Waarom laat je je niet door mij brengen in de Jag? Dan breken we gewoon met 1 op 4 dat groene hart van je.’

‘Zal ik je komen uitzwaaien?’, vraagt de andere vriend uit vroeger tijden, die ook toen al op oude motoren weer en wind trotseerde en wat minder aan comfort en grote snelheid hecht. In een ontbijtcafé trakteert hij op ruim voldoende calorieën voor de eerste zestig kilometer. In een minigripzakje heeft hij het lichtste reiscadeau verpakt dat hij kan bedenken: vijftig minutieus gevouwen Euro’s. Later blijken het er trouwens honderd te zijn. Ik zal ze met vreugde spenderen aan een luxe hotelkamer en een groots concert.

Als ik Utrecht uitrijd voor de eerste kilometers van de ruim duizend die de Europa Radweg 1 lang is, zingt mijn hart van geluk. Vier dagen en een paar honderd kilometer later, op een zonnige zondagochtend in het Duitse Münsterland, zingt het nog steeds. Ik rijd langs rivieren en graanakkers en weilanden en door bossen, ik verdwaal op schimmige industrieterreinen en vind mijn weg weer terug. Soms dankzij mijn kompas. Soms dankzij spontaan aangeboden uitleg van plaatselijke heren, want niet alleen de oude vrienden thuis zijn enthousiast. Al denkt menig Duitse man dat ik een grap maak als ik vertel wat mijn eindbestemming is. Maar daarna wensen ze me altijd heel veel geluk en een goede reis.

Ik wil best een keer met de Jag naar Berlijn. Dat kan mijn groene hart wel aan. Maar deze keer niet. Omdat ik me op dit moment voel zoals een anonieme dichter ooit op Utrechtse stoeptegels schreef: ‘In de wereld van ambitie, zit ik fluitend op mijn fietsie.’

https://www.europafietsers.nl/fietsroutes/euroroute-r1

https://www.geheimoverdegrens.nl/fietsen-in-het-m%C3%BCnsterland/

 

Gescheiden mannen

‘Angela en Brandy’ staat in smeedijzeren letters op de gevel van het geelgepleisterde huis. Het ligt rustig aan een klein plein, voor de deur een mooie boom. Desondanks ziet het er door de gesloten rolluiken weinig toegankelijk uit.

Op de eerste keer bellen reageert niemand. Maar na vijf minuten en een tweede keer verschijnt een lange vrouw met zware borsten en een dikke buik, beide losjes bungelend in haar jurk. Ja, ze heeft een slaapplek vrij. In de grootste kamer. Ook in de andere kamers trouwens, want ik ben de enige gast die avond.

In de kamer doet de overdaad aan beelden, wandversiering en uitbundig hemelbed een aanslag op mijn zintuigen. Maar omdat het maar voor één nacht is, negeer ik de felle kleuren van lakens en vloerbedekking. Ik negeer de kabouter in zijn schommelstoel die aan de bedhemel hangt. Na drie dagen fietsen wil ik gewoon een avond niksen op een kamer met TV, en die heb ik hier. Bovendien zijn de matrassen fantastisch.

Ik bekijk een documentaire over yeti’s en de talloze wetenschappers die onderzoek doen naar de verschrikkelijke sneeuwman. Het lijkt zowaar of ze er een gevonden hebben. Tot ik erachter kom dat de man in beeld een bovenmatig lange en brede ex-worstelaar is met een aapachtige schedel. Inmiddels is hij politicus in Mongolië, met een brandende interesse in yeti’s.

Voor het ontbijt heeft Angela zich uitgesloofd. Ik mag mijn buik rond eten en wat over is meenemen voor onderweg. Verder is Angela’s specialisatie de monoloog, in Nederlands doorspekt met Duitse uitdrukkingen. Het mag van mij, want ze is een vrouw met een fascinerend leven. Een Zwitserse echtgenoot, een gehandicapte zoon, in weelde levend in verschillende buitenlanden. Gescheiden, om nu eens haar eigen vleugels uit te kunnen slaan.

Haar inkomen haalt ze uit haar bed&breakfast, maar af en toe huisvest ze tegen een normale huurprijs ook mannen die werkloos zijn of net gescheiden of gewoon even de weg kwijt. Natuurlijk roddelt het dorp daar over. Het kan haar niet schelen, ze helpt die lui in een moeilijke periode. En dan is er weer even een man in huis. Kan geen kwaad als er geregeld onbekenden komen logeren.

Ik dacht dat Brandy een exotische echtgenoot was. Het is een lieve, langharige zwarte hond.

’s Morgens zwaaien ze me samen uit.

Tweedehands fonkelen

Een minimalist of een bewoner van een tiny house wordt er stapelgek. De hoarder daarentegen vindt het aanbod waarschijnlijk nog te schraal. Maar voor al die andere stervelingen kan het een bijzonder interessante plek zijn. Of eigenlijk: plekken. Want net zoals koffiezaakjes en verantwoordeburger-tenten is hun aantal de laatste jaren fiks gegroeid. Op 1 Oktober, komende zaterdag, hebben ze zelfs een eigen nationale dag.

Tweedehandswinkels zijn van alle tijden natuurlijk. Soms heet de aangeboden waar antiek. Op dit moment heet het eerder vintage, want iets minder oud.  En dan heb je nog kringloopartikelen, te vinden in voormalige scholen, schuren en loodsen. Bij organisaties die meestal draaien zonder winstoogmerk en die werk bieden aan mensen die moeilijk aan een baan komen. Ze heten meestal ook gewoon kringloopwinkel. Hoewel, vaak zijn het eerder warenhuizen.

Want bijna alles is er te koop. Heel veel kleren, schoenen, tassen en sieraden. Veel meuk in de categorie servies, fotolijstjes, posters, kandelaars en glaswerk. En verder vrijwel alles van bedden tot wasmachines, van boeken tot dvd’s, klokken, rollators en speelgoed. De vormgeving kan wat gedateerd zijn, de kwaliteit variërend van rotzooi tot top. Ik vind de kringloopwinkels geweldig.

De Japanse opruimgodin Marie Kondo publiceerde in 2014 een boek met de titel Opgeruimd!, dat uitlegt hoe fijn het is in een ordelijke omgeving te vertoeven. Het vervolg heette, veel inspirerender, Spark joy. De kern van haar boeken is, dat je leven enorm opknapt wanneer je alleen bezittingen hebt waar je plezier aan beleeft. Dus weg met alle overbodige spullen. Ze zette een trend van radicaal opruimen. In het Nederlands wordt dat nu ontspullen genoemd.

Als je passend bij de tijdsgeest ook wilt ontspullen hoef je noch de grofvuildienst in te schakelen, noch je kleinere overtollige have en goed in de vuilniszak te gooien. Het is vrijwel allemaal welkom bij de kringloopwinkel.  Ben je juist een beginnend kamerbewoner, net gescheiden man, elpee-adept, liefhebber van mechanische klokken of toe aan wat jaren zeventig servies, dan vind je het hier. Mooi toch: de een zijn meuk is de ander zijn schat .

Wat ook de reden is om naar een kringloopwinkel te gaan, ik sluit ik me aan bij Marie. Haar motto is ook een heel goed criterium bij alle andere keuzes die je in je leven maakt. Eigenlijk de enige vraag die echt telt: ‘Does it spark joy?’

 

https://kringloopdag.nl/

http://tidyingup.com/

http://www.tinyhousenederland.nl/

https://www.facebook.com/events/672675702885765/

 

kinderbed-auto kringloopwinkel-houten servies-vintage theepotten-vintage

 

In bed met een onwaarschijnlijk iemand

Laatst deelde ik het bed met een onwaarschijnlijk iemand. Ik had het absoluut niet verwacht, omdat we zulke verschillende levensopvattingen hebben. Hij is in een aantal opzichten een bange Christen, ik ben… nou ja, iets anders.

Sybrand met de mooie Friese achternaam Van Haersma Buma is tweede kamerlid voor het CDA. Hij pleitte vorige week voor een zelfvoorzienende landbouw in Nederland. Niet omdat hij het idioot vindt dat wij sperziebonen uit Egypte eten en zelf paprika’s en tomaten naar Rusland exporteren, maar omdat hij bang is dat de Egyptenaren ophouden met sperziebonen sturen. Zoals de Russen nu ophouden met Nederlandse paprika’s en tomaten importeren.

Sybrand spreekt over bedreigingen in de wereld. Graan- en groentekranen die zomaar dichtgedraaid kunnen worden. Dat is niet leuk voor hem, dat hij bang is.

Maar mij gaat het om het effect, en ik begrijp dat veel boeren er ook zo over denken. Blijkbaar kunnen we in Nederland, ondanks zeventien miljoen inwoners en landbouwers die er de brui aan geven of vertrekken naar landen met minder regels, toch genoeg voedsel verbouwen om iedereen op een net gewicht te houden.

Dat is toch prachtig? Geen gesleep met onrijp voedsel, veel minder luchtvervuiling door het transport van of naar verre oorden, werkgelegenheid in de frisse lucht, en de Egyptenaren kunnen weer zélf smikkelen van eigen oogst.

Een andere opvatting van Sybrand, die ik net zo geweldig vind: hij keurt het verheerlijken van geweld af. In naam van welke god dan ook. Je kunt inderdaad zoveel leukere dingen doen met je talenten dan anderen over de kling jagen. Lekkere aardappels verbouwen bijvoorbeeld, of een restaurant runnen waar je met die aardappels iets smakelijks gemaakt hebt.

Sybrand en ik, wij waren wat de Engelsen zo fraai odd bedfellows noemen. Mensen die normaal gesproken niet dezelfde mening hebben, en dan om verschillende redenen opeens wel.

Sorry. Kinkier wordt het niet. Maar prachtig blijft het.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3727711/2014/08/28/Buma-wil-dat-Nederland-zelfvoorzienend-wordt.dhtml

https://twitter.com/sybrandbuma

koopt nederlandsche waar