De Sallandse schone

Koeien heten Bertha, varkens Knorretje, geiten Sik en kippen Tokkie. Het ziet er naar uit dat een aantal van hen hun leven te danken zal hebben aan Lupine.

Een wonderschone naam, Lupine.

Het is ook een prachtig en gezond wezen, ons Lupineke. Een plantje, dat gemakkelijk groeit zonder mest en zonder gewasbeschermingsmiddelen. Dat laatste is een onschuldig woord voor herbiciden, insecticiden, fungiciden, nematiciden, rodenticiden, groeiregulatoren en hulpstoffen. Mooie namen, maar of je daar ooit je leven aan te danken zult hebben?

Lupine groeit gewoon op de Sallandse Heuvelrug. Na de bloei kun je de boontjes plukken, ze vermalen tot een eiwitrijk meel en daar verrassend lekkere hapjes van maken. Voor de luilakken onder ons (zoals ik) doen bedrijven als Vivera en De Vegetarische Slager dat. Ze produceren, zoals dat heet, vleesvervangers. De termen ‘vegetarische schnitzel’ of ‘vegetarische hamburger’ blijven wat onlogisch, maar het zijn gewoon lekkere dingen, dus dan hoef je niet per se een ingewikkelde andere naam te bedenken.

Er zijn natuurlijk meer bonenproducten, zoals tofu en tempé van sojabonen. Die moeten meestal van nogal ver komen. Als de eiwitrijke erwten gewoon om de hoek geteeld kunnen worden, is dat leuk voor de Nederlandse boer, voor de werkgelegenheid in Salland en dus voor onze nationale economie. Ten slotte is er ook een bonus voor de dierlijke medelanders. Want als dankzij Lupine mensen minder vlees gaan eten, zijn Bertha, Knorretje, Sik en Tokkie waarschijnlijk ook héél blij.

www.vivera.com

http://www.devegetarischeslager.nl

399px-Lupine-paars185

Advertenties

Keukenhof of Kenya?

Afgelopen zondag kreeg ik geen bloemen. Heel erg was dat niet: moeders komen op vaderdag nou eenmaal niet in aanmerking voor cadeautjes.

Op andere dagen is dat natuurlijk wel het geval. Mijn verjaardag bijvoorbeeld. Of wanneer iemand mij uitzonderlijk leuk vindt. Inderdaad, weinig is romantischer dan een mooie bos bloemen.

Het nageslacht plukte vroeger soms een veldboeket voor me op kanaaloevers, of op verwilderde veldjes die lagen te wachten op een projectontwikkelaar. Soms, toen ze wat ouder waren, haalden ze weleens wat uit gemeentelijke perkjes. Het mag natuurlijk niet. Het illustreert alleen dat ze behoorlijk gericht waren op lokale producten.

De bloemen die tegenwoordig in winkels, op trein- en tankstations te koop zijn, komen echter vaak van andere continenten. Uit Oost-Afrika en Latijns-Amerika. Echt waar. Met vliegtuigen worden miljoenen bloemen hier naar toe gebracht. Je zou het niet verwachten, in een land dat bekend staat om haar bollenteelt en dat volle zalen trekt met haar Keukenhof.

Ik vind het eigenlijk raar, dat de Afrikaanse en Latijns Amerikaanse tuinbouw zich bezig houdt met bloemen voor het westen, terwijl er in hun directe omgeving vermoedelijk meer behoefte is aan voedsel. Maar goed, in die bloementeelt werken inmiddels honderdduizenden mensen, vooral vrouwen, en die zijn blij met hun baan.

Ze zouden nog veel blijer zijn als ze eens een vast arbeidscontract kregen, niet langer werden blootgesteld aan agressieve chemicaliën en beschermd werden tegen seksuele intimidatie van hun overwegend mannelijke leidinggevenden. Gelukkig zijn er steeds meer kwekerijen die inzien dat eerlijke bloemen pas écht fijn zijn om te krijgen. Zij zorgen wél voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en houden rekening met het milieu. Werkneemsters krijgen een minimumloon en de garantie van een gezonde en veilige werkomgeving.

Hivos, een organisatie die altijd probeert bij te dragen aan oplossingen voor zulke complexe problemen, stelde een lijst samen met verkooppunten van eerlijk geproduceerde bloemen.  Een handgeschreven liefdesbrief is natuurlijk nog oneindig veel romantischer, maar bij die winkels kun je dus terecht als je kiest voor zo’n duurzaam boeketje. Een verrassing waar je ook heel prima mee voor de dag kunt komen.

http://www.powerofthefairtradeflower.nl/eerlijke-bloemengids/

http://www.hivos.nl

IMG_2075

 

 

Wonen aan een gracht

Veel architecten halen er hun neus voor op. “Kitsch”, smalen ze misprijzend. Of: “Anton Pieck-architectuur.” Dan hebben ze het over nieuwbouwwijken, die in hun stratenpatroon en bebouwing doen denken aan middeleeuwse stadjes. Met variatie in gevels en gevelhoogte, straten met een bocht, soms een grachtje. Je ziet ze in heel Nederland, van Brandevoort in Helmond tot Op Buuren in Maarssen. En ja, helemaal origineel is het inderdaad niet.

Daar staat tegenover dat de sfeer in zulke wijken er vanaf het begin in zit. Al zijn de straten en huizen gloednieuw en moeten de meeste bomen nog groeien, blijkbaar hebben ze een schaal en vormgeving waardoor ze meteen bewoond aanvoelen. Kinderen spelen er op straat, ’s avonds krijg je vanzelf zin in een ommetje. De omgeving nodigt eerder uit tot lopen en fietsen dan tot autorijden, laat staan tot ermee scheuren.

Recycling van architectuur en stadsplanning is bijna zo oud als.., nou ja, bouwen zelf. Griekse zuilen, Romaanse ramen, gekke metselwerkjes, ze komen telkens weer terug. Je kunt het kitsch noemen, maar ik vind de Anton Pieck-wijken een verademing na de eenvormige rijtjeshuizen en betonnen flats waar de naoorlogse generatie noodgedwongen in woonde. Soms stonden die zelfs in wijken waar de straten nummers hadden in plaats van namen, zoals in het Nijmeegse Zwanenveld. De Brandevoorts en Op Buuren’s van Nederland lijken meer rekening te houden met wat mensen nodig hebben om zich prettig te voelen.

Want heel prettig is het zelden, in inwisselbare straten en rechthoekige flats die vooral uit beton, staal en glas bestaan. Zelfs al is er heel speels hier of daar een hoekje uitgesneden, of een ander blok er in een scheve hoek tegenaan geplakt. Het is wat architecten doen die modernistisch bouwen. Hartstikke mooi voor de liefhebber, maar knap saai voor wie er woont. En net zo goed kitsch, want modernisme is een stroming uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Rond de tijd dat ook Anton Pieck aan zijn loopbaan begon.

 

2015-06-12 12.27.19

http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?ID=127

 

 

CO2-vrije bips

In ’t bronsgroen eikenhout doen ze al heel lang aan duurzaamheid. Mensen houden er van kwaliteitskleding, lekker vers eten en een deskundig gebrouwen pot bier. Verder hebben ze hun eigen interpretatie van milieu. Als ze het daar over hebben, bedoelen ze je sociale status. Een schone wagen is er niet een die weinig benzine verbruikt, maar een mooie.

Naar de Hollandse opvattingen van duurzaamheid kijken ze met wantrouwen. Al dat zuinige, dat bespaarderige, dat is toch quatsch? Moderne onzin, en nergens voor nodig.

Het was voor mij dan ook een verrassing dat juist in het behoudende Limburg een papierfabrikant zit, die als eerste ter wereld WC- en handdoekpapier maakt van 100% gerecycled papier. Al sinds 2010. Het heet Satino Black, is wit en zacht en wordt CO2-neutraal geproduceerd. En het zit in fraai vormgegeven verpakkingen en dispensers. Want een schone bips en handen zijn goed, maar nog beter als je dat op een esthetische manier voor elkaar krijgt.

Wel stom dat juist nu het aanbod van oud papier in Nederland slinkt. Deels doordat we veel meer informatie digitaal versturen, deels door export naar China. Het papierbedrijf Van Houtum begon daarom samen met de gemeente Roermond een proef met gescheiden inzameling van drankenkartons.

Het ontwikkelde zelf een techniek om zonder chemische middelen geuren en voedselresten te verwijderen, en vervolgens het karton in de drankverpakkingen te scheiden van het plastic en aluminium. Daarna zijn de grondstoffen alle drie opnieuw te gebruiken.

Apart inzamelen van drankenkartons staat op de agenda van het ministerie van Milieu. Ik hoop dat het snel praktijk wordt, want hoe meer gemeentes meedoen aan het apart inzamelen van drankenkartons, hoe meer gerecycled hygiënepapier Van Houtum kan maken. Knalgroene vooruitgang is het. Op zijn bronsgroen eikenhouts.

003270_washroom-satino-black
http://www.vanhoutum.nl/merken/5191/satino-black.html

Polderen in het paradijs

Costa Rica is een wonder van beschaving. De circa vierenhalf miljoen inwoners van het Midden-Amerikaanse land verbeteren de wereld met het wetboek, in plaats van met geweld.

Hun grondwet verbiedt al sinds 1949 het bestaan van een leger in vredestijd. Blijkbaar kun je heel prima leven zonder angst voor onbekende vijanden. Een andere bijzonderheid: bijna 30% van Costa Rica’s territorium is beschermd natuurgebied. Je vindt er 4,5% van de biodiversiteit van de hele wereld, en nergens zijn zoveel verschillende dierensoorten per vierkante kilometer. En nu heeft het land het klaargespeeld om de eerste vijfenzeventig dagen van 2015 volledig op groene energie te draaien.

De afgelopen jaren schommelde het aandeel van duurzame energie in Costa Rica al rond de 95 procent, voor een groot deel opgewekt met stromend water. De rest komt uit zon, biomassa, wind en aardwarmte. Exploitatie van olie en gas is verboden sinds 2011, zodat bedrijven zich wel op groene energie móeten richten. In 2021 wil het land volledig op duurzame energie draaien.

Volgens hun milieuminister is de truc van de Costa Ricanen er een die wij in Nederland dachten te hebben uitgevonden: het poldermodel. Zij noemen het Energie-dialogen. Industriëlen, politici en boeren zitten dan bij elkaar en maken samen een plan voor de toekomst.

Een vreedzaam en duurzaam paradijs: het kan dus. Nu. Met onze polderervaring moet het dan in Nederland ook wel lukken.

www.costarica.startpagina.nl

costa ricamil