Ondenkbaar: een leven zonder antieke juwelen

Wanneer Martijn Akkerman als expert aanzit bij het Tv-programma Tussen Kunst en Kitsch, geeft hij meestal wel een waardeschatting van een ingebracht juweel. Maar eigenlijk interesseert zo’n bedrag hem weinig. Waar hij al sinds zijn jonge jaren warm voor loopt, zijn de verhalen die erbij horen.

“Bij juwelen is de emotie zó groot! Ze hebben ruzies veroorzaakt, huwelijken bezegeld, tot oorlogen en vredes geleid. Willem van Oranje bijvoorbeeld beleende zijn juwelen om de Tachtigjarige Oorlog te financieren. Op schilderijen en meubels zit veel minder emotie, en kleding vergaat. Juwelen daarentegen blijven.

Zelfstudie en praktijk

In mijn familie was veel interesse voor kunst. Mijn vader was musicus en kunstverzamelaar. Een tante verzamelde Noord-Hollandse streekjuwelen, en dankzij een grootmoeder was er een erfenis van prachtige juwelen. Al als tienjarig jongetje was ik er door gefascineerd. Logisch dat ik graag een studie kunstgeschiedenis met als specialisatie antieke juwelen wilde doen. In die tijd kon je daar jammer genoeg niet op afstuderen. Daarom ging ik naar de Vakschool voor de edelmetaalbranche in Schoonhoven. De werkbank paste niet bij me, de juweliersopleiding al beter. Maar de meeste kennis heb ik opgedaan door zelfstudie en in de praktijk bij antiquairs, op veilingen en in mijn eigen winkel.

Verzamelaars creëren

Met een partner heb ik 31 jaar een speciaalzaak gehad in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig waren het goede tijden voor kunst en antiek. We gingen geregeld op inkoop in het buitenland en hadden dus vaak verrassingen voor onze klanten. Ik durf gerust te stellen dat wij juwelenverzamelaars hebben gecreëerd.

Kennis doorgeven

Al in 1974, tijdens mijn stage bij juwelier Fabery de Jonge in Apeldoorn, hield ik voor een aantal klanten mijn eerste lezing over diamanten. Heerlijk vond ik dat, want ik geef graag kennis door. Dat doe ik tot de dag van vandaag op allerlei manieren. Met lezingen voor iedereen die geïnteresseerd is, van kunsthistorische clubs tot personeel van juweliersbedrijven. Ik maak ze wisselend en actueel. Zo zit er voor een lezing eind september bijvoorbeeld altijd wel een verhaal over Prinsjesdag in. Ik schrijf artikelen in bladen als Collect en Vorsten, en in het TV-programma Blauw bloed vertel ik over de juwelen van allerlei vorstenhuizen. Wat ze betekenen, wanneer ze gedragen worden, wat ze bijzonder maakt.

Lalique en Bolin

De optredens in Tussen Kunst en Kitsch zijn wat spectaculairder. Per opnamedag komen er wel duizend mensen. Ongeveer een kwart daarvan heeft een sieraad of juweel bij zich. Dat is aanpoten hoor. Als we iets vinden dat de moeite waard is komt een cameraploeg in actie. Mijn meest opzienbarende ontdekkingen waren een broche van René Lalique en een van de Russische edelsmid Bolin. De Lalique was door de grootvader van de inbrengster rechtstreeks gekocht bij de meester zélf, toen hij exposeerde in Sint Petersburg. Ik heb eraan meegewerkt dat ze hem kon verkopen. Tegenwoordig bevindt de broche zich in het museum Petit Palais in Parijs. De Bolin herkende ik onder andere aan het etui, dat gecontoureerd was naar de vorm van de broche. Verder speelde ervaring natuurlijk mee. Het Fingerspitzengefühl.

Geen taxateur

Wat ik ook veel doe is de beurswaardigheid van juwelen beoordelen. In het verleden voor onder andere de TEFAF en de Kunstmesse Köln, momenteel alleen nog voor de Brussels Art Fair en de Antiekbeurs in Breda. Dan gaat het behalve over de kwaliteit over dingen als de vraag of het een stijlkopie is, of dat een sieraad van functie veranderd is. Zoals wanneer je van een armband oorknoppen maakt. Het gaat niet over de prijs, want ik ben uitdrukkelijk geen taxateur voor verzekeringen of inboedelverdelingen. Dat zou ik ook helemaal niet leuk vinden om te doen.

Verlovingsring uit 1625

Voor lezingen ging ik overigens zelfs een aantal keren naar Australië en Nieuw-Zeeland. Daar heb ik van genoten, maar ik hoef niet perse naar het buitenland. Dichterbij is voor mij nog genoeg te grazen. Bij de restauratie van een huis in mijn geboortestad Alkmaar werd in de beerput een gouden ring met diamant gevonden. Die heb ik weten te determineren als de verlovingsring van Maria Tesselschade Roemer Visscher, een indertijd bekende dichteres en glasgraveuse. De ring was uit 1625!

Hermitage

Mijn meest recente activiteit is het inspreken van de audiotour bij de jubileumtentoonstelling Juwelen! in de Hermitage. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan komt een deel van de enorme juwelencollectie uit Sint Petersburg naar Amsterdam. Voor de bijbehorende catalogus schreef ik vier hoofdstukken. Op de een of andere manier ben ik altijd met mijn vak bezig. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het idee met pensioen te gaan, nooit meer iets doen met antieke juwelen? Ondenkbaar!”

www.martijnakkerman.nl

https://www.avrotros.nl/tussen-kunst-en-kitsch/home/

https://hermitage.nl/nl/tentoonstellingen/jubileumtentoonstelling-juwelen/

 

Dit verhaal verscheen in het septembernummer 2019 van vakblad Edelmetaal

De waarde van al wat tikt

‘Heel veel’ vervalsingen krijgt hij onder ogen. Meestal heeft hij het snel door, maar soms is een kopie zo goed dat zelfs hij twee keer moet kijken. Uurwerktaxateur Antoon Gaemers over techniek, kwaliteit en, vooral, emotie.

“Nederlandse juweliers die een Rolex aangeboden krijgen, bellen me geregeld voor een verificatie. Als er een ETA-uurwerk in zit ben ik kort: dan is het geen Rolex. Al kan het best een goed horloge zijn. Een zelfde reactie krijgt Justitie wanneer die in het kader van de Pluk ze!-maatregel een gouden Rolexkast laat taxeren. Als het origineel tachtig gram moet wegen en het is maar veertig gram, weet ik het al. Vervalsingen zijn aan nog veel meer te herkennen. Aan de wijzerplaat, het type schroefjes, het materiaal, de vertanding van het raderwerk. Maar sommige met nieuwe lasertechnieken gemaakte imitaties zijn steeds lastiger te onderscheiden van het hoogwaardige product. Zo nu en dan moet ik echt twee keer kijken.

Stijl versus techniek
Ik roep altijd: ‘Een goede taxateur moet eerst uurwerkmaker zijn.’ Je moet met klokken beginnen en bij horloges eindigen, zodat je al die verschillende mechanieken in handen hebt gehad. Opengemaakt, gezien, gerestaureerd. Daarom probeer ik eersteklas uurwerkmakers te stimuleren ook taxateur te worden. Het is zo’n interessant en breed terrein. Je moet natuurlijk om te beginnen technische kennis hebben. Liefst vanaf de zonnewijzer, en minimaal vanaf het eerste slingeruurwerk van Christiaan Huijgens in de zeventiende eeuw. Er hoort flink wat stijlkennis bij. Is een klok of horloge uit de empiretijd? Louis XVI? Art Déco? Bij de waardebepaling kan de stijl soms belangrijker zijn dan de kwaliteit van het uurwerk. Je moet ook de geschiedenis van klokkenmakers en fabrikanten kennen. Daar zijn gelukkig veel boeken over. Onder andere Patek Philippe, Jaeger Le Coultre en Rolex hebben hun eigen producten goed gedocumenteerd.

1952
Ik ben registertaxateur, gecertificeerd door de Vereniging van Taxateurs, Makelaars en Veilinghouders. Elk jaar moet ik laten zien dat ik bijblijf. Daar krijg ik punten voor, en de certificering wordt iedere vijf jaar herzien. In Nederland is nog een andere opleiding: Taxeren van Juweliersartikelen van na 1952. Die grensdatum wordt gehanteerd, omdat vanaf die tijd de betere horlogemerken goed zijn gaan documenteren. Hooguit tien collega’s combineren dat diploma met een eigen winkel. Door hun praktijkervaring hebben ze overigens dikwijls ook veel kennis van horloges van vóór 1952. Ze overleggen vaak met elkaar. Dat vind ik verstandig, want samen weet je meer. Ik ben de vierde generatie van een uurwerkmakersfamilie en opgegroeid in de werkplaats, maar ook ik weet nog steeds niet alles.

ETA in plaats van Patek
Een taxatie begint met het bepalen van de constructie van het uurwerk. Is het een cylinder, een spillegang, een Zwitserse ankergang? Daarna bekijk ik de kast. Als hij van edelmetaal is moeten de keurtekens kloppen. De wijzerplaat is ook van grote invloed op de waarde. Hij kan op veel manieren gemaakt en versierd zijn. Geëmailleerd, geguillocheerd, gedrukt. De wijzerplaten van oudere Patek Philippes zijn geblauwd met olie en warmte. Door het verstrijken van de tijd worden ze bruin. Zo’n model brengt meer op dan een later exemplaar dat gekleurd is met lak op waterbasis. De wijzerplaten horen met pennetjes bevestigd te zijn aan het uurwerk. Je ziet vaak dat die pennetjes zijn afgeknipt, en dat het originele uurwerk vervangen is door een standaard exemplaar. Dan kan je zomaar een Patek Philippe hebben met een ETA kwartsuurwerkje erin. En opeens is zo’n horloge nog maar € 1000,- waard, in plaats van € 10.000,-.

Firmanaam
Zeldzaamheid is van grote invloed op de waarde. Topmerken geven hun horloges kaliber- en serienummers. Bij prijzen boven de € 15.000,- worden die nummers bepalend, omdat er van de ene serie honderd zijn gemaakt, van de andere misschien wel duizend. Zelfs de band weegt mee in de waardebepaling. Voor 1952 werden horloges vaak verkocht aan goudfirma’s, die er zelf een gouden band aan monteerden. Het was ook niet ongewoon dat de juwelier er zijn eigen naam op zette. Wat zeker niet wil zeggen dat dat slecht is. Het maakt horloges zoals Rolex by Gublin of Patek by Tiffany uniek en soms wel € 20.000,- meer waard. Fabrieken vonden het ook geen enkel punt. Voor goede klanten deden ze dat graag. Hun naam was minder belangrijk – voor het publiek was de juwelier de belangrijke man. Tegenwoordig is het net andersom.

Geliefd
De meest geliefde horloges op dit moment zijn Pateks, oude Heuers, originele Breguets en de Jaeger Le Coultre Reverso. En Rolex natuurlijk, dat nooit gestopt is met het maken van het model Oyster Perpetual, een mechanisch horloge. Een gecompliceerd uurwerk mag wat kosten, maar slecht onderhoud doet enorm afbreuk aan de waarde. Een gouden JLC Monovox uit de jaren zestig die toen fl. 300,- kostte, brengt nu op zijn sloffen € 5000,- op. Maar alleen mits goed onderhouden.

Goud en staal
Veel van mijn klanten zijn particulieren. Ze willen taxatie van een erfstuk, of hertaxatie voor een verzekering. Ze hebben soms een weinig realistisch beeld van de waarde. Een Breguet die niet door hem zelf is gesigneerd brengt bijvoorbeeld niet zo veel op. Het gebeurt ook dat ik mensen totaal kan verrassen. Zoals een familie met vier Patek Philippe Calatrava’s, een standaard zakhorloge. Drie waren van goud, een was van staal. Het gouden exemplaar taxeerde ik op een bedrag tussen de €3000,- en €4000,-. Ze verwachtten dat het stalen model dus minder waard zou zijn. Maar daar waren er maar 44 van gemaakt! Het was met een geschatte waarde tussen de € 20.000,- en € 30.000,- veel waardevoller dan de gouden horloges.

Je zou kunnen anticiperen op zo´n verwachting en een goede slag slaan, maar ik vind ethiek in dit vak belangrijk. Klanten moeten je kunnen vertrouwen. De gesprekken met hen vind ik altijd heel leuk. Ik vertel zoveel mogelijk, want een horloge is voor de klant vaak emotie. Dat is ook voor mij uiteindelijk het belangrijkste. Iets wat mooi is, hoeft niet altijd economische waarde te hebben.”

https://gaemers.nl/

https://www.patek.com/en/home

https://www.chrono24.nl/breguet/index.htm

https://www.jaeger-lecoultre.com/eu/en/home-page.html

https://www.rolex.com/

  

 

Dit artikel verscheen in magazine Horloges/0024, editie 68

Van liefde sterker dan de dood

Eveliene wilde een sieraad dat vertelde van de liefde tussen haar en haar overleden man Peter. Gemaakt van hun trouwringen. Nu draagt ze elke  dag met vreugde haar vogeltjesring.

“Vóór hij op 9 april 2015 de operatiekamer inging, hebben Peter en ik samen onze trouwringen afgedaan. De arts had gezegd: ‘Neem maar afscheid’. Ik stopte ze in een zakje, samen met alle sieraden die ik op dat moment droeg. Het was zo’n intens verdrietig moment in niemandsland. Ik dacht dat mijn leven met hem voorbij was.

Peter redde het tóch. Maar onze ringen hebben we niet meer aangedaan. Nog vier maanden heb ik hem thuis verpleegd.

Op onze laatste trouwdag gaf ik hem een schilderijtje met daarop vier musjes. Symbolisch voor ons gezin, want een van de vier stond omgedraaid, alsof hij klaar was om weg te vliegen. Op 10 juli 2015 had Peter nog één heel helder moment. De tuindeuren stonden open en een zwaluw vloog naar binnen. Ik dacht: jasses, die kakt de kamer onder. Maar Peter zei: ‘die zwaluw komt me zo halen’.

Daarna hadden we geen bewust contact meer. Een dag later overleed hij.

Het duurde drie jaar voor ik onze trouwringen weer durfde dragen, na het intense afscheid van ons liefdevolle leven samen. Alleen dan niet gewoon aan elkaar geplakt, als een weduwe. Ik wilde een verhààl. Bij het googelen op ‘trouwringen veranderen’ kwam Aletta’s vogeltjesring boven. Omdat vogeltjes zo’n belangrijke rol spelen voor ons gezin, móest zij wel de juiste persoon zijn.

Het ontwerpen was een heel proces. Ik wilde het ook niet afraffelen. Ik was er klaar voor, maar nog niet helemaal. Terwijl Aletta schetsen en concepten maakte, kon ik er naar toe groeien.

Aletta heeft van onze trouwringen inderdaad een ring gemaakt als een verhaal. Niet glad, omdat het leven niet glad is. Luchtig, omdat het leven wel is doorgegaan, met Peter in een kamer van mijn hart. In twee kleuren goud en met gebruik van de diamanten uit onze trouwringen. Onze zoons vinden het prachtig. Peter’s moeder ook. En andere mensen kijken en zeggen: goh, wat bijzonder. Ik vind het fijn om dan ons verhaal erachter te vertellen, ‘van liefde sterker dan de dood’. Ik draag mijn vogeltjesring elke dag met vreugde.

Dit verhaal verscheen eerder als testimonial op de website van goudsmid Aletta Teunen

http://www.goudsmidutrecht.nl

Goudeerlijk

Kleinschalige goudmijnwerkers in Afrika en Latijns-Amerika willen veilig werken en een salaris waar ze van kunnen leven. Kleine edelsmederijen in het westen willen eerlijk gewonnen goud en zilver gebruiken. De fairgold registratietool brengt de twee bij elkaar. Met dank aan Solidaridad en Max Havelaar.

Deze twee organisaties willen het gebruik van eerlijk gewonnen goud binnen het bereik brengen van elke goudsmid. Zodat de nieuwe norm wordt: standaard edelmetaal gebruiken waar iederéén in de keten blij van wordt.

Drempel
Solidaridad werkt aan de training van mijnbouwers, Max Havelaar bepaalt de criteria waar eerlijk goud aan moet voldoen. Tot nu toe moest iedereen die eerlijk goud wilde gebruiken zich laten certificeren: het bewijs dat iedere stap van winning tot sieraad voldoet aan bepaalde duurzaamheidscriteria. Dat kost € 1,20 per gram fijngoud extra. Geen godsvermogen dus, maar wel met een minimum van € 500. Bovendien moet vier keer per jaar gerapporteerd worden welke hoeveelheden Fairtrade goud zijn gekocht en verkocht. Alles bij elkaar was dat voor goudsmeden vaak een hoge drempel.

Geen stempel
De gratis registratietool neemt die drempel weg. Makers kunnen zich registreren op fairgold.org en daarna per jaar tot 500 gram eerlijk goud kopen bij een meesterlicentiehouder. Ze mogen géén Fairtrade stempel in hun sieraden zetten, maar kunnen met hun registratie op fairgold.org toch aan hun klanten laten zien dat ze goed goud gebruiken. Bovendien kunnen ze hun verhaal ondersteunen met posters, stickers en brochures van Max Havelaar.

Een groothandel voor de goud-en zilverbranche is op dit moment de enige meesterlicentiehouder in Nederland. Het bedrijf houdt bij wie Fairtrade goud inkoopt. Is een jaar lang niets aangeschaft, dan wordt de registratie van de betreffende goudsmid van de site fairgold.org verwijderd. Max Havelaar controleert de groothandel tot aan de laatste productiestap en steekproefsgewijs de goudsmeden.

Buitenland
In Groot-Brittannië werken al honderd goudsmeden met goed goud. De gezamenlijke campagne Say yes I do to fairtrade gold sloeg enorm aan bij consumenten. In Zwitserland bestaat al een levendige samenwerking met producenten, winkelbedrijven en groothandels.

Vraag en aanbod
Het aanbod op de markt was tot begin 2015 met 650 kilo per jaar voldoende, omdat de vraag nog te onduidelijk is. Solidaridad en Max Havelaar streefden voor het afgelopen jaar al naar een productie van 2000 kilo, en werken gestaag aan stimulering van de vraag. Met de registratietool hebben ze in ieder geval een grote stap gezet. Op zo’n veertig plekken in Nederland zijn nu Fairtrade gouden sieraden te koop. Fairtrade zilver als bijproduct van Fairtrade goud bestaat ook.

Waarom fairgold?
Na de landbouw is kleinschalige mijnbouw de grootste economische sector ter wereld. Er werken liefst 25 miljoen mensen in, onder meestal gevaarlijke omstandigheden tegen een belabberd loon. Gezondheidsgevaren zitten onder andere in vrijkomend fijnstof en het gebruik van kwik. Deze slaan neer in rivieren, op bomen, struiken en gewassen. Mensen die riviervis eten of planten uit hun omgeving worden daardoor (zeer) ziek. Het aantal geestelijk gehandicapten in deze mijnbouwgebieden is hoog, waarschijnlijk door kwik- en cyanidevergiftiging.
Deze mijnwerkers zijn extreem arm en hebben het geld zo hard (meestal betekent dat: meteen) nodig, dat hun onderhandelingspositie bij goudinkopers zeer zwak is. Ze krijgen daarom vaak ver onder de marktwaarde betaald.

http://www.fairgold.org
http://www.solidaridad.nl
http://www.solidaridadnetwork.org/supply-chains/gold
http://www.maxhavelaar.nl
http://www.goldfabrik.nl
http://www.juffrouwdubois.com/nl/fairtrade-goud

De Fairtade goud campagne in Engeland

 

 

goudbaren

De liefste goudsmeden ter wereld

Het zijn leuke mensen, die goudsmeden. Meestal opgewekte, enigszins slordig geklede lieden, die op hun vaak chaotische werkbank blindelings het juiste tangetje, hamertje, ponsje weten te vinden om hun precisiewerk te kunnen doen.

Waar de meesten echter minder vrolijk van worden zijn de omstandigheden waaronder hun basismaterialen, goud en zilver, gewonnen worden. Lange tijd werd er nauwelijks over gesproken. Het was er gewoon, bij de groothandel in edele materialen. Maar dankzij fotografen als Kadir van Lohuizen die fotografeerde in Zuid-amerikaanse zilvermijnen, en mensen van Solidaridad en Max Havelaar, werd het opeens duidelijk dat er een bijzonder nare bijsmaak zit aan veel goud- en zilvermijnen.

Ze zijn primitief en onveilig. Er wordt uitbundig gebruik gemaakt van het zeer giftige kwik en cyanide. Landschappen raken kaalgeslagen en onbruikbaar voor landbouw. Het leven van de pakweg 25 miljoen mensen die in de kleinschalige mijnbouw een schrale kom maniok of cassavemeel verdienen is alles behalve glanzend.

header_vrouwen

Vijf jaar geleden kwamen de eerste kilo’s fair mined goud op de markt. In het Colombiaanse stadje Choco werd stap voor stap gewerkt aan een schonere en veiliger winning tegen een fatsoenlijke prijs. In het westen werd een certificering ontwikkeld, waardoor iedere fase van het proces gecontroleerd werd tot aan de werkbank van de goudsmid.

Het was een goed begin. Een aantal westerse edelsmeden werkt sindsdien zoveel mogelijk met fair trade goud. Niet uitsluitend, omdat er gewoon nog te weinig van op de markt is. De afgelopen jaren zijn ook mijnen in Peru, Bolivia en meerdere Afrikaanse landen gecertificeerd.

Nog beter werd het afgelopen week. Voor veel kleine goudsmeden was de certificering te kostbaar, al wilden ze heel graag. Sinds kort kunnen ze zich registreren op de site fairgold.org en wordt alleen gecontroleerd of ze hun goud kopen bij een gecertificeerde groothandel. In Utrecht kwamen tientallen goudsmeden bij elkaar om van Solidaridad meer te horen over hoe het werkt.

Het was hartverwarmend om te zien hoe graag ze het goed wilden doen. En te horen hoe graag hun klanten bereid zijn om een paar centen meer te betalen. Zodat uiteindelijk iedereen, maar om te beginnen de mijnbouwers, blij wordt van goud en zilver.

www.fairgold.org

www.opwegnaargoedgoud.nl/over-solidaridad

www.maxhavelaar.nl/news/453/goudsmeden-stappen-over-op-fairtrade-goud

http://www.goldfabrik.nl

Over bloemetjes, bijtjes en bloedvaten

Je stukje speltbrood eten zonder het eerst te dopen in koudgeperste olijfolie en Himalayazout? Nou nou. Dat is een wel heel ongenadig harde trap op de ziel van elke zichzelf respecterende culisnob.

Dan is het leuk om te weten dat nog maar kort geleden, in de jaren tachtig, vakantiegangers naar mediterrane landen het advies kregen op te passen met olijfolie. Omdat wij daar niet aan gewend waren, kon slechts één eetlepel over zo’n zuidelijke salade al genoeg zijn om met de hand voor de bips naar het dichtstbijzijnde toilet te rennen.

Inmiddels is ons spijsverteringsstelsel volledig gewend aan olijven. Sterker, menig gezond-eten-kerk predikt dat we elke dag olijfolie móeten. Zonder hoeven we eigenlijk niet te verwachten dat ons lichaam gezond blijft. Dat Nederland in de eeuwen hiervoor gewoon een bevolking had die soms kort, maar soms ook heel lang leefde, mag gerust een wonder heten.

Het aardige van levende organismen, zoals mensen, is dat ze zich aanpassen aan wat hun omgeving te bieden heeft. Een eskimo zal niet snel dichtslibbende vaten krijgen, al eet hij zelden of nooit groente. In de woestijn zijn zuivelproducten een bederfelijk en schaars goed, en toch wonen er behoorlijk robuuste lieden.

En in Nederland blijk je dus prima koolzaad te kunnen telen en daar een lekkere spijsolie van maken. Koudgeperst, vol onverzadigde vetzuren en helemaal culi. Goed nieuws, want het betekent meer variatie op de akkers en minder voedselkilometers. De zoetig ruikende gele bloemen op een koolzaadveld zijn bovendien heerlijk voor bijen. Die hebben we weer hard nodig om het gros van onze levensmiddelen te bestuiven.  Op dit moment is de oogst in volle gang.

Doe dus gerust eens iets lokaals met wat trots Hollands Goud genoemd wordt.  En laat vooral de olijfolie niet staan. Daar is hij veel te lekker voor.

www.hollands-goud.nl

https://www.facebook.com/hollandsgoud.koolzaadolie?fref=ts

Koolzaad

Geel goud

Als kinderen vonden we onszelf reuze geestig wanneer we na een wc-bezoek bij de Hema zeiden: “Waarom moeten we betalen? We hebben toch iets gebracht?

Binnenkort kan je dat zeggen zonder te lachen. Degenen die om gezondheidsredenen hun eigen plasje drinken (echt waar, er zijn mensen die dat doen), weten het al lang: de gele vloeistof zit vol nuttige stoffen. Uit de urine van zwangere vrouwen bijvoorbeeld kun je het hormoon HcG destilleren, Vervolgens wordt dat gebruikt om de bevruchtingskans te vergroten bij vrouwen die niet zo gemakkelijk in verwachting raken. Wat meer ecohip: elektriciteit uit het ammonium in urine. Technisch zeer wel mogelijk, op dit moment alleen nog een te kostbaar procedé. Of die verschillende nuttige stoffen zo gezond zijn voor eigen-urine-drinkers is een andere kwestie. Het lichaam scheidt ze niet voor niets uit ten slotte.

Er zit in elk geval ook nog fosfaat in, een grondstof die veelvuldig wordt toegepast als kunstmest. Los rondslingerend in oppervlakte- en grondwater is niemand er blij mee, want daar leidt het tot explosieve groei van algen en andere planten. Verder is fosfaat maar op een beperkt aantal plekken in de wereld te vinden, en de voorraad tanende. Terugwinnen en herwinnen is dus de boodschap.

Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is daar nu mee bezig. Eind dit jaar begint de grootschalige terugwinning van fosfaat uit Amsterdams rioolwater. Het Waterschap heeft er een speciale fabriek voor gebouwd die menselijk organisch afval omtovert in het droge, reukloze struviet. Een prima mest voor voetbalvelden, bloemperken én landbouwgewassen.

Ik vind dat we best eens op de knietjes mogen (okee, ik ga als eerste) voor de slimmeriken die de installatie bedacht en gebouwd hebben. Het is vermoedelijk niet erg sexy om te vertellen dat je werkt in de rioolwaterzuivering. De poep- en piesgrollen zijn ongetwijfeld niet van de lucht. Maar met zulke uitvindingen zijn we weer een hele stap dichter bij die schone, groene wereld, waar het zo prettig wonen is.

Over stroomwinning uit urine http://www.dhv.nl/dhvnl/files/4f/4faf282b-f9f3-48e9-80c0-c01dddda742b.pdf

http://www.agv.nl/actueel/nieuws/archief/2013/november/inzamelactie-green-urine-voor-1-hectare-daknatuur/

blogfoto's - kunstmest uit urine 004

Koffiesnob

Ik beken.

Ik ben een koffiesnob.

Voor een bak filterpleur haal ik mijn neus op. Koffie vind ik pas te drinken als het hete water met god weet hoeveel Bar door versgemalen bonen is geperst.

Dat kan alleen met machines die niemand thuis heeft. Ze staan in meestal grootstedelijke koffiehuizen, waar barista’s, professionele koffiezetters, er precies dat kopje zwart goud van brouwen dat mij gelukkig maakt. Bovendien zijn de koffierettes vaak knus ingericht en kun je er minstens drie kranten lezen.

Voor mijn snobgeluk moet natuurlijk wel koffie geproduceerd worden in verre landen, en dat gaat gepaard met het gebruik van behoorlijk wat water en energie. Bovendien waren de arbeidsomstandigheden eeuwenlang ronduit luizig. Het doet me dan ook veel plezier dat geen enkele koffiezaak met enig zelfrespect vandaag de dag nog koffie serveert die ouderwets is geteeld. Fair trade is de norm.

Soms ben ik te gast bij mensen die minder snobby zijn dan ik. Zij hebben thuis wel een espressomachine, vaak een Nespresso. Nestlé noemt de inhoud van de gekleurde cupjes Grand Cru, en ja, de smaak is heel prima. Bij zulke gastheren- en vrouwen zeg ik dus onbekommerd ja wanneer ze me een koffie aanbieden.

Maar toch… dat aluminium… En hoe zit dat met de kwaliteit van leven van boeren die de Grand Cru’s maken? Nestlé is een multinational met aandeelhouders die geld willen zien, en laat misschien juist daarom wel eens wat steken vallen.

Even goed zoeken op hun site laat echter zien dat het bedrijf zijn best doet de hele productiecyclus te verbeteren. Verstandig, want met een uitgeputte aarde heb je geen grondstoffen meer en dus ook geen bedrijf. Een heel programma richt zich onder andere op vermindering van energie- en watergebruik, training van boeren, ook op zakelijk gebied, en hergebruik van de aluminium cupjes. Al is het nog niet volmaakt, ik vind dat Nestlé op de goede weg is.

De echte koffie-geek beschrijft zijn favoriete drankje in wijntermen. Bloemig, fruitig, chocolade, lavendel… Daarom zeg ik alvast: proost, voor bij je volgende bakkie. Pleur of Grand Cru.

koffiesnob 010

http://www.ad.nl/dossier-ad-koffietest/reacties-juichen-leren-treuren-en-gratis-koffie~ae1bfb8d/

http://www.dusseldorp.nl/recycling/recycling-van-nespresso-koffiecapsules/nespresso-opent-recylecenter-in-nederland.html

https://www.nespresso.com/nl/nl/order/accessories/koffie-capsule-recyclezak

 

Goud voor Piet Snot?

Een druppeltje ecologisch gewonnen goud. Zoveel zat er in de gouden plakken voor de winnaars van het Europese Jeugd Olympisch Festival, afgelopen week in Utrecht. Reden tot juichen, want het is zeker geen druppel op een gloeiende plaat.

Een jaar of drie geleden zette ik met Maja Houtman een Utrechts edelsmedennetwerk op.  Tijdens de eerste bijeenkomst kwam Ernesto Spruyt van Solidaridad vertellen over groen goud. Sommige collega’s dachten toen dat het om een nieuwe legering ging, passend in het rijtje wit-, rood- en roségoud.

Wat is er sinds die tijd al veel veranderd! Anno 2013 heeft iedereen in de goud- en zilverbranche op zijn minst wel eens gehoord van wat nu Goed Goud wordt genoemd. Het is gewonnen zonder honderden hectaren natuur te verwoesten met grof graafwerk. Zonder landbouwgrond en rivieren te vervuilen met onder andere cyaankali. Zonder leefgemeenschappen te ontwrichten. Het gaat nog mondjesmaat, maar je moet ergens beginnen.  Steeds meer mensen zijn bereid zich in te zetten voor groen goud: edelmetaalhandelaren, fabrikanten, edelsmeden en consumenten.

Tot dat alle goud (en zilver) duurzaam gewonnen wordt, stel ik iets anders voor. In kluizen van centrale banken wereldwijd ligt ruim 30 miljoen kilo goud als valutareserve.  Als je weet dat een stevige trouwring maar een gram of vier weegt, kan je je voorstellen wat een hoeveelheid dat is. Het ligt daar als onderpand, om vertrouwen in ons financiële systeem te creëren. Een kwestie van geloof, want op zich kan je goud niet eten of drinken. Net zomin als papiergeld of een creditcard.

Ik zou zeggen: het ligt daar voor Piet Snot. De winning van al dat goud heeft enorme schade aangericht. Kijk voor meer informatie maar eens op de site van Solidaridad.

Daarom stel ik voor dat landen hun economie weer gaan baseren op wat we écht nodig hebben. Niet op economische theorieën en kunstmatige armoe. Ik stel voor om onze economie te baseren op schone landbouwgrond, schoon water, schone energie, schone industrie. Van die dingen waar je van kunt leven.

Breng dat goud op de markt en laat het gebruiken. In apparatuur vanwege zijn geleidende of antibacteriële eigenschappen. En natuurlijk ook in sieraden, die je dan koopt omdat het materiaal mooi is en sterk, en vanwege het ontwerp.  Dan wordt goud écht een verrijking van ons leven. Dan hebben we elke dag reden tot juichen. Joepie!!

 

http://www.opwegnaargoedgoud.nl/

header_vrouwen