Vroeger had ik creatieve hobby’s, nu is daten mijn hobby

Corona survivor, staat er expliciet bij mijn profiel op datingapps. Het levert meteen gespreksstof op, en ik houd van gesprekken. Ik vind het vooral leuk om met mannen te praten. Over alle mogelijke onderwerpen. Ik houd van inhoud, maar heb ook veel plezier in slap ouwehoeren en flauwe grappen. Ik ben zeker op zoek naar een fijne man in mijn leven. Tot ik hem gevonden heb geniet ik van de gesprekken, de aandacht, de complimenten en soms de seks, die ik vind via online dating.

Overdag ben ik druk met mijn bedrijf en de zorg voor mijn kinderen. Als ze naar bed zijn of bij hun vader vind ik het leuk om even te swipen of te chatten. Zeker op dit moment. Ik blijf ’s avonds nog thuis, ik moet mijn spierkracht opnieuw opbouwen en kan op dit moment niet sporten of een lange wandeling maken. Het gaat wel elke dag beter, nu vele malen beter dan de afgelopen maanden,  maar mijn longen doen nog zeer en ’s middags heb ik een siësta nodig.

Ik ben besmet door een man die ik in februari op vakantie ontmoette. Een ontzettend lieve, zorgzame verpleegkundige op een spoedeisende hulp. Wel minder spannend dan de mannen waar ik normaal op val, meestal ondernemers, vanwege hun energie en verhalen. Loondienstmannen vind ik vaak minder interessant, maar met deze raakte ik niet uitgepraat en hij kon het goed vinden met mijn kinderen. In Nederland woonden we op een uurtje rijden van elkaar. Ik besloot eens te onderzoeken hoe dat is, met zo’n ander type man, en we bleven elkaar zien. Tot ik op 7 april zo benauwd was dat ik naar de coronapoli moest. Iedereen hield toen al afstand en de scholen waren dicht. Ik kreeg antibiotica en moest meteen in thuisquarantaine. Mijn dochters die net bij hun vader waren mocht ik niet meer ophalen. Vanaf dat moment zat ik drie weken alleen thuis, met alleen videocontact met mijn moeder, mijn kinderen en mijn love interest. Hij was de enige man met wie ik intiem contact had gehad, maar hij had geen klachten. Een groot aantal van zijn collega’s wel.

Toen ik genoeg hersteld was om eindelijk weer een avond naar hem toe te kunnen, vertelde hij dat hij niet met me verder ging. Hij wilde nog kinderen en ook de afstand was hem te groot. Jammer, maar ik wil alleen zijn waar ik gewenst ben en ben geen lange treurder. Dus sindsdien heb ik weer een aantal dates gehad. Met de één heb ik interessante gesprekken, met de ander ga ik uit eten en als de aantrekkingskracht groot genoeg is gaan we over op intimiteiten. Het is mooi als er een romantische klik is, en anders hebben we het leuk gehad. Al zitten we alleen maar op een terras in het zonnetje. Sommigen blijken al bezet. Daar spreek ik nooit mee af, in players heb ik geen zin.

Vroeger was ik heel verlegen. Altijd bang om veroordeeld te worden. Tegenwoordig zit ik ontzettend lekker in mijn vel. Ik hoef geen kinderen meer, ik red me financieel prima en ik heb een fijn huis. Veel mannen vinden me aantrekkelijk en voelen zich bij mij op hun gemak. Voorheen had ik creatieve hobby’s. Nu is daten mijn hobby. Tot ik die leuke man gevonden heb voor wie ik bijzonder ben en die ik ook mijn volle aandacht geef, maak ik gebruik van de snoepjeswinkel en date er lekker op los. Je kunt zó dood zijn of gehandicapt. Ik ben al ziek geweest, maar ik leef nog en wil genieten. Ik mag het leven vieren.”

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 15 augustus 2020

(Harry Maas – ‘Café ’t Kalfje Amstelveen)

http://www.Marstyle.nl

http://www.Tinder.com

http://www.bizzkiss.nl

Ik geloof dat er echt iemand voor me is

(illustratie: Mohammed Mahmoud Hassan)

Herman (37) stapt niet gemakkelijk op vrouwen af. Door een eerdere relatie weet hij wél zeker dat hij graag een levensgezellin wil.

“Ik heb altijd uitgekeken naar het moment dat ik de vrouw tegen zou komen met wie ik mijn leven wil delen. Dat dat niet vanzelf ging, komt door een combinatie van factoren. Op school werd ik gepest vanwege mijn flaporen en ook belaagd door een groep jongens van een andere school, die me sloegen en mijn fiets vernielden. Thuis was het wél veilig, maar als kind en puber kon ik mijn ouders niet uitleggen hoe bedreigend de sfeer op school was. Pas de laatste jaren praat ik met hen over hoe ongelukkig ik in die tijd was. De impact van dat pesten was enorm. Ik voelde me minder dan anderen, niet de moeite waard. Door de stress ging ik erger stotteren dan ik al deed. Ik hield steeds vaker mijn mond.

Ik kon goed leren, en omdat dat dat hele sociale gedoe moeilijk voor me was koos ik een extreem technische studie en later werk. Ik zat er tussen lotgenoten, rustige jongens die het liefst bezig waren met sommen en testopstellingen. Een mannenwereld met veel autisten, waarin het intermenselijke wel héél mager was. Daartussen was ik een dolende ziel, net als zij een uitvinder en techneut, maar dan een die niet alles rationeel wilde benaderen.

In 2014 vierde ik Koningsdag met een supersociale neef. Een vriendin van hem stelde me voor aan een leuke vrouw met mooi lang haar. Daarmee was de eerste hobbel, het contact leggen, genomen. Tot mijn verrassing leek ze mij ook leuk te vinden. We spraken een aantal keren af en kregen een relatie. Met haar heb ik voor het eerst van mijn leven gevreeën. Het was fantastisch, geweldig, een ontdekking. Ik voelde me twee keer meer mens. Een man, iemand die er toe doet. Hoe beter ik haar leerde kennen, hoe aantrekkelijker ik haar vond.

Desondanks kreeg ik twijfels. Ze was heel gesloten. Ik kwam er niet écht achter hoe ze dingen beleefde en wat ze voelde. Dat maakte me nerveus en onzeker. Af en toe hadden we zware gesprekken over haar geslotenheid. Dat luchtte even op, maar we kwamen toch niet vooruit. En omdat ik nooit had kunnen oefenen met relaties was ik naïef. Ik meende dat alles moest kloppen, dacht heel erg in termen van: ‘Is dit de ware?’ Na een jaar zetten we er een punt achter.

Een week lang was ik opgelucht. Daarna gleed ik af. Ik voelde me slecht, leefde op de automatische piloot. De relatie bleek een zware trigger te zijn geweest voor mijn minderwaardigheidsgevoelens, opgedaan door die pesters. De actieve dreiging van decennia geleden was er al lang niet meer. De angst gepakt, gekwetst en vernederd te worden was er nog steeds. Ik moest dat eindelijk serieus oppakken. Mijn huisarts adviseerde me om in groepstherapie te gaan. Ik was er doodsbenauwd voor, want ja, een groep. Maar tweeëneenhalf jaar geleden ben ik ermee begonnen, en het was meteen goed. Elke week komen we met negen volwassen mannen en vrouwen van ongeveer mijn leeftijd bij elkaar en praten over wat ons dwarszit. Ik ben er enorm van opgeknapt. Ik ben positiever en minder zwaar op de hand.

Ik probeer nu met vrouwen contacten te leggen die niet per se gericht zijn op een relatie of seks. Ik wil hen leren kennen om te ontdekken wat bij mij past. Wat vind ik aantrekkelijk? Welke interesses delen we? Waar voel ik me prettig bij? Kortom, de dingen die je normaal gesproken in de puberteit onderzoekt. Het verlangen naar een vrouw waar ik genoeg raakvlakken mee heb blijft groot. Inmiddels geloof ik dat zo iemand ook echt ergens voor me is.”

https://www.stoppestennu.nl/gevolgen-van-pesten-voor-de-gehele-groep-slachtoffers-pesters-en-klasgenoten

https://www.113.nl/i/pesten-op-school

https://www.emdrtherapie.net/gepest-emdr

Pesten

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 11 juli 2020

 

Het leek een vakantieliefde tussen een lokale gids en een toeriste

Lilly (38) en Jack (33) hadden een turbulente langeafstandsrelatie vol misverstanden. Een gezamenlijke retraite en door corona gedwongen samenzijn brachten hen dichter bij elkaar.

“Ik ben atheïst, Jack is moslim. Toch heb ik met hem een diepe spirituele connectie, het gevoel dat we elkaar kunnen versterken. Hij is relaxed, heeft weinig oordelen. Hij houdt zijn mening voor zich, tenzij ik er om vraag. Mijn vorige relatie was met een heel kritisch iemand, dus dit is voor mij veel fijner. Dat betekent niet dat we geen problemen hebben. Ik vind het altijd moeilijk om me helemaal over te geven, om iemand te vertrouwen, maar ik wil overal over praten en ben voortdurend bezig met persoonlijke ontwikkeling. Ik heb wel acht therapeuten en coaches versleten. Jack heeft veel meegemaakt. In Indonesië houd je dat voor je, waardoor hij bijvoorbeeld zijn emoties wegdrukt en dan opeens kan exploderen in woede. Die kant is voor mij heel moeilijk. Nu ik zijn taal aan het leren ben, ontdek ik dat die voor veel emoties niet eens een woord heeft. Het is voor ons allebei frustrerend als ik iets uit wil leggen en hij het gewoon niet snapt. De uitdaging is om dan niet boos te worden op elkaar.

In het prille begin leek onze relatie een vakantieliefde tussen een lokale gids en een toeriste. Na een half jaar videobellen bezocht ik hem opnieuw op Java, en sindsdien ben ik afwisselend daar of hij hier. Onze voertaal is nu nog Engels, maar omdat woorden zo vaak tot misverstanden leidden zijn we veel gaan doen om op een ander niveau te communiceren. We hebben een gezamenlijke retraite gedaan met duo-yoga en meditatie. Daar zagen we elkaars kwetsbare kanten en angsten. We leerden om even afstand te nemen als we er met woorden niet uitkomen. Of Jack geeft me een knuffel, in plaats van dicht te slaan.

Behalve communicatie is ook geld een thema. Hij heeft veel minder dan ik, dus moet ik vaak dingen voor hem betalen. Op een gegeven moment vroeg zijn familie me om een lening. Dat wilde ik niet, ik was bang om misbruikt te worden als geldboom. Voor Jack was dat onbegrijpelijk. Het was een conflict dat tijdelijk tot een flinke emotionele afstand leidde. De Nederlandse vrouw van zijn neef legde me toen uit dat hij zich verantwoordelijk voelt voor zijn ouders. Wanneer je vriendin geld heeft, is het voor hem logisch haar om hulp te vragen. Uiteindelijk heb ik ze een klein bedrag geleend, omdat ik dacht: zij hebben écht problemen. De rest hebben ze ergens anders vandaan gehaald.

Door corona moest Jack deze keer veel langer in Nederland blijven dan de bedoeling was. Toen hij in januari kwam was ik nog geregeld buitenshuis aan het werk. Inmiddels zitten we al drie maanden op elkaars lip, want hij kon niet meer terugvliegen en mijn bedrijf als trainer viel helemaal stil. Dat laatste maakte me boos en verdrietig, ik kroop weg in een hoekje van mijn bed. Hij ging alleen maar naast me liggen. Toen ik rustiger werd vroeg hij: ‘Kan ik je nu aanraken?’ Hij hoefde geen acht coaches gesproken te hebben om te zien dat dit er even uit moest.

Hadden we voorheen als we bij elkaar waren om de twee dagen mot, nu gaat samen zijn heel goed. Ik zit te werken achter mijn computer, terwijl hij staat te zingen of te koken. Als ik praat in mezelf vindt hij dat niet raar. We kunnen zijn wie we zijn. Daardoor kunnen we die andere moeilijke dingen toch aan. Zodra Jack weer mag vliegen gaat hij terug en gaan we een langetermijnvisum aanvragen. We willen uiteindelijk in beide landen een bedrijf opzetten, we willen een baby en een kat. We hebben besloten ervoor te gaan.”

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 27 juni 2020

Interculturele relaties: drie koppels over de obstakels en het midden vinden

 

Ik ben verslaafd aan mijn vrouw

Jozef (51) kampt al zijn hele volwassen leven met verslavingen. Zijn huwelijk met Noesje (42) leidde uiteindelijk tot een ommekeer.

“’Blijf jij maar lekker thuis’, zei Noesje een paar jaar geleden tegen me. En dat doe ik met groot plezier. Zij verdient als GZ-psychologe genoeg voor ons tweeën, ik zorg dat zij zich alleen hoeft bezig te houden met haar werk. Ik doe het huishouden, ik kook, ik regel concertkaartjes en romantische weekendjes. Heerlijk.

Halverwege de jaren negentig was dat wel anders. Ik was 25, had een erfenis van mijn overleden vader en zat vaak in het café van Noesje’s stiefvader, een vriend van me. Ik had een beroerde jeugd gehad door de scheiding van mijn ouders en de vroege dood van mijn vader. Alcohol verdoofde mijn verdriet.

Ik leerde Noesje kennen bij een kerstdiner van hun gezin. Ze was heel bleu, droeg geen make-up, geen merkkleding. Een meisje van pas zestien jaar, dat kon luisteren en praten als een volwassene. Met haar onschuld maakte ze diepe indruk op me. Ik was een vlotte horecajongen, maar klapte helemaal dicht. Ik schaamde me dat ik me aangetrokken voelde tot zo’n jong iemand. Ik was doodsbang dat ze me een vieze oude man zou vinden.

Vanaf die tijd tot ver na haar zeventiende verjaardag kwam ik elke middag naar het café, waar zij haar huiswerk zat te maken. We praatten urenlang over van alles, en op een dag durfde ik te bekennen wat ik voor haar voelde. Ik vroeg of ze met me verder wilde, als ze me niet te oud vond ten minste. Ze zei: ‘Ja, als jij me niet te jong vindt’.  Op haar achttiende trok ze bij me in, op haar negentiende zijn we getrouwd.

Haar alcoholistische ouders waren inmiddels uit het dorp vertrokken. Bij mij vond ze rust en de ruimte om zich te ontwikkelen. Ze werd psychologe en werkt tegenwoordig in een TBS-kliniek. Ik werkte toen mijn erfenis op was weer in allerlei verschillende vormen van horeca. Een branche waarin je gemakkelijk verslaafd raakt en blijft. Afwisselend dronk ik, rookte cannabis, gebruikte pillen en gokte, maar ik ontkende voor mezelf dat ik ergens verslaafd aan was. Noesje en ik maakten er geen ruzie over. De agressiviteit die ik in me had richtte ik tegen mezelf, nooit op haar. Zij heeft zich altijd veilig gevoeld. Ze stelde zich niet op als hulpverlener en heeft nooit gevraagd wat en hoeveel ik dan precies gebruik.

Maar een jaar of drie geleden kon niets me nog een geluksgevoel gegeven. Een paar vrienden stierven jong, een geliefde tante ook. Ik belandde in een diepe depressie en zag het leven niet meer zitten. Zelfs voor Noesje had ik geen oog meer. Toch kon ik toen voor het eerst tegen haar zeggen: ‘Ik denk dat ik verslaafd ben’. En zij antwoordde: ‘Dat denk ik ook.’ Ik heb de horeca achter me gelaten, ben hulp gaan zoeken en werd huisman.

Ik ben tegenwoordig zó gelukkig. Behalve koffie en shag gebruik ik geen middelen meer. Ik lees heel veel en wandel vaak met een paar bejaarde asielhonden die ik geadopteerd heb. Ik geniet van intensief contact met allerlei ouderen in ons appartementencomplex. Laatst hoorde ik Noesje tegen een vriend zeggen: ‘Ik heb de Jozef weer terug die ik leerde kennen. ‘ Volgend jaar zijn we 25 jaar getrouwd en gaan we met een groot feest en ceremonie nog een keer Ja zeggen tegen elkaar. Ik ben blij met de job die ik nu heb: Noesje gelukkig maken. Als ik het huis gezellig heb gemaakt of een verrassingsuitje heb georganiseerd en zie hoe blij ze dan is, word ik helemaal high. Ik kan oprecht zeggen, dat ik verslaafd ben aan mijn vrouw.”

Verslaving

Behandeling

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 26 april 2020

Ik weet niet of ik hem ooit nog terugzie

Pauline (61) en David (70) werden op latere leeftijd een stel. Nu vreest ze voor zijn leven. 

“Zachte staalblauwe ogen, heel lang, slank, gespierd, gebruind en goed gekleed. ‘Wàt een man!’, dacht ik toen we elkaar alsnog ontmoetten. David had onze eerste afspraak afgezegd, terwijl het na de nodige weken mailen juist serieus leek te worden tussen ons. ’s Avonds aan de telefoon legde hij uit dat hij onlangs de diagnose Parkinson had gekregen, en dat wilde hij me niet aandoen. Ik kocht meteen een boek over de ziekte. Wat daarin stond loog er niet om. Aftakeling was onvermijdelijk. Maar er stond ook dat je nog tien tot vijftien goede jaren kon hebben. Daarom hebben we opnieuw afgesproken.

We waren meteen tot over onze oren verliefd. Drie jaar lang reisde ik vrijwel elk weekeinde naar het oosten van het land, waar David al een appartement had gekocht met alle faciliteiten voor als hij achteruit zou gaan. Tot we bedachten dat we die tien tot vijftien jaar die we hadden bij elkaar wilden zijn, en alles doen wat we nog van plan waren. Ik vond het moeilijk om weg te gaan uit de stad waar ik geboren en getogen ben en mijn sfeervolle huuretage achter te laten. Ik heb het toch gedaan.

Praktisch als David was stelde hij voor te gaan trouwen, zodat ik ook nog een dak boven het hoofd zou hebben als hij er niet meer was. De bruiloft was fantastisch, maar wonen in het oosten viel me zwaar. Ik miste mijn werk, mijn vrienden, de bruisende stad. Door hem ben ik wel sportiever geworden. Ik ging paardrijden en langlaufen. Ik heb mijn rijbewijs gehaald. Hij kon zijn hang naar regels en orde wat loslaten en werd avontuurlijker. We maakten lange reizen, en de liefde was er altijd.

Fysiek ging het heel geleidelijk slechter met hem. Hij liep moeizamer. Waar ik niet op gerekend had, was dat hij met zijn scherpe geest Parkinson-dementie zou krijgen. Hij reed tachtig op de autoweg, zijn denken werd trager. Toen hij op een dag even niet meer wist waarvoor het knopje op de autosleutel diende, werd het me koud om het hart. In de jaren daarna kreeg hij moeite met het bedienen van apparaten, maakte een chaos van onze administratie, knipte stroomdraden door. Hij ging dwalen in de omgeving en was door niemand tegen te houden. Ik kon hem steeds minder aan. Ik kreeg ondergewicht, mijn haar viel uit. Ik raakte knetteroverspannen.

Anderhalf jaar geleden kreeg hij een crisisopname. Het was de meest verschrikkelijke dag van mijn leven. Hij vocht met de hulpverleners tot hij niet meer kon en ging als een geslagen hond mee. Wanneer ik hem opzoek, neem ik hem mee en maken we uitjes. Ik zorg dat hij er verzorgd uit blijft zien, ik ruim zijn kamer op en breng dingen mee die hij lekker vindt. In zijn verwardheid denkt hij soms dat ik hem in de steek heb gelaten, op goede dagen is het fijn om toch samen te zijn. Maar eind maart gingen de deuren van de zorginstelling dicht en mocht ik hem niet meer zien.

Op David’s afdeling heerst corona. Hij ziet alleen nog verzorgenden in volledig beschermende uitrusting, als marsmannetjes. Hij blijft niet op zijn kamer, hij dwaalt. Soms belt hij gillend op: ‘Pauline, help me!’ Ik ben bang dat hij dood gaat als hij daar blijft, maar ik kan hem niet naar huis halen, ik kan de verzorging niet aan. Ik weet niet of ik hem ooit nog terugzie. Als dat wel zo is, vergeten we dit als een boze nachtmerrie en gaan leuke dingen doen. Ik houd ontzettend veel van hem. Hoe het ook verder gaat, David blijft mijn man.”

 

Parkinson

https://www.parkinson-vereniging.nl/parkinson/de-ziekte-van-parkinson

https://www.alzheimer-nederland.nl/dementie/soorten-vormen/parkinson

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van zaterdag 9 mei

In quarantaine met vlinders in de buik

Nina (57) wilde écht geen vriend. Kees (56) laat haar helemaal vrij. Nu is ze vrijwillig met hem in corona-quarantaine.

“Sinds half maart woon ik bij mijn vriend Kees. Terwijl we elkaar pas twee maanden kennen. We doen dit omdat Kees door een vroegere ziekte een lage immuniteit heeft. Als ik voorlopig wegblijf uit de buitenwereld, kan ik niet besmet raken met het coronavirus en hem dus ook niet in gevaar brengen.

Afgelopen oktober beëindigde ik na ruim elf jaar mijn relatie met de man voor wie ik naar Nederland was verhuisd. Ik paste me vaak aan aan zijn wensen, maar we bleken uiteindelijk toch té verschillend. Ik huurde een kleine woning elders, en overwoog ondertussen sterk om terug te gaan naar Zwitserland, waar mijn kinderen en kleinkind wonen. ’s Avonds bezocht ik soms, om mezelf op te vrolijken, muziekoptredens waar ik ook kon dansen. Want als ik dans, ben ik gelukkig. Bij zo’n optreden ontmoette ik twee neven, mannen van mijn eigen leeftijd. Ik wilde op dat moment absoluut geen vriend. Toch ontwikkelde zich een aantal weken later een intensief telefoon- en appcontact met een van hen. Dat was Kees. Een echte afspraak moest hij vanwege ziekte annuleren. Toen heb ik hem een pannetje soep gebracht en wisselden we onze eerste zoen uit. Een héle prettige zoen.

Ik kreeg pas echt verschrikkelijke vlinders in mijn buik toen Kees een paspoort had aangevraagd. Hij bleef altijd binnen de EU en had nog nooit gevlogen. Hij had altijd genoeg gehad aan een identiteitsbewijs. Zelf reis ik graag en veel. Ik ben vorig jaar zelfs full time reisleidster geworden. Kees wilde een paspoort, want, zei hij, ‘als jij ergens heen gaat, wil ik mee kunnen.’ Ik was definitief verliefd.

Eind februari ging ik een aantal weken weg, onder andere voor een beursbezoek in Duitsland. Vanwege corona werd die hele beurs uiteindelijk afgeblazen. Bij terugkomst in Nederland bleken ook alle reizen geannuleerd die ik zou begeleiden. Ik zocht Kees op en bleef voor de eerste keer slapen. Eigenlijk wilde ik heel voorzichtig een relatie aangaan, maar ik wilde hem niet besmetten door teveel contact met anderen. Ik heb een grote koffer gevuld met kleren en ben bij hem ingetrokken.

Kees’ huis staat op een groot stuk land. Hij restaureert buiten oude auto’s, ik zit binnen te schrijven aan een aantal boeken waar ik mee bezig ben. Voorlopig is het hij en ik, samen op dit afgeschermde gebiedje. We leren elkaar razendsnel kennen. Ik heb nog geen punt gevonden waarop we niet bij elkaar passen. Ik probeer altijd anderen blij te maken. In eerdere relaties kwam meestal weinig terug, maar Kees is ook zo. Het zit in kleine dingen. Hij zet een kopje koffie, hij masseert even mijn rug. Dat voelt zó goed.

Ik wist niet dat een relatie zo gemakkelijk kan zijn. Ik leef heel vrij. Ik kan met weinig materiële zaken toe en ben niet bang om banen en huizen achter me te laten en iets nieuws te beginnen. Kees leeft net zo vrij. Mijn vorige relaties waren mannen met een kantoorbaan, Kees is een creatieve chaoot met zwarte handen. Hij denkt in oplossingen, nooit in beperkingen of angsten. Hij is niet iemand waar iedereen naar omkijkt, maar ik vind hem mooi. Eerlijk gezegd kan ik mijn ogen amper van hem afhouden. En voor het eerst heb ik een man die langer is dan ik, met ook nog eens prachtig lang haar.

Ik denk niet dat ik terugga naar Zwitserland, maar ik geef niets meer op wat ik leuk vind. Kees begrijpt en accepteert dat. Het is zó leuk samen. Ik kan schrijven, ik heb Kees, ik heb te eten. Ik houd deze quarantaine echt nog wel een tijdje vol.”

Liefde op latere leeftijd: passie op het juiste moment

Over liefde op rijpere leeftijd

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van 12 april 2020

Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen

(Joodse bruiloft, collectie Rijksmuseum)

Albert (43) en Selma (38) hadden buitenlichamelijke ervaringen. Gewoon ín hun lichaam hebben ze een relatie van onvoorwaardelijke liefde.

“Selma en ik zijn allebei een beetje nerderig. We kunnen helemaal in een onderwerp duiken en in ons enthousiasme niet doorhebben dat anderen het niet meer kunnen volgen. Ik heb dat met wetenschappelijke onderwerpen, zij met talen en dromen. Haar hele leven is ze al geboeid door taal en andere vormen van communicatie. Niet zo gek dus dat ze gebarentolk is, vaak tolkt voor doofblinden en braille heeft geleerd. Ze heeft ook heel intense dromen die ze nauwkeurig opschrijft, zonder ze meteen te interpreteren. Ze is nuchter. Neemt het alleen waar.

Zelf ging ik als kind van vijf, zes jaar weleens uit mijn lichaam. Ik zag soms een ander kind in de ruimte zweven, of een volwassen iemand in de kamer. Het was niet vervelend, maar ik was toch een beetje bang. Later gebeurden zulke dingen minder. Ik droomde in mijn jeugd ook veel.

Twintig jaar geleden, op een feestavond van de theatersportgroep waar we allebei lid van waren, zei Selma uit het niets tegen me: ‘Ik heb zin om je te zoenen’. Ze schrok er zelf van, maar ik vond het wel leuk. We verzeilden in een lang gesprek. Ze was heel open en vertelde veel over haar dromen, over bewustzijn en andere levens. Ik dacht: ‘Zij heeft dezelfde ervaringen als ik. Ze begrijpt mij’. Kort daarna kregen we een relatie. We zijn uiteindelijk getrouwd en hebben een dochter gekregen.

Ik weet niet hoe ‘gewoon’ ons leven is. Want hoe definieer je dat? Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen. Ik zie haar als iemand die werkelijkheden waarneemt die er óók zijn, maar die je nog niet ziet. Zoals wanneer je met een microscoop in levend weefsel kijkt. Je concentreert je op een paar moleculen. Honderdduizenden andere moleculen blijven donker, maar daarom zijn ze er nog wel.

Soms gebeuren er dingen die ik totaal niet verwachtte, zoals die keer toen Selma na een serie dromen over een blinde man wakker werd met een naam in haar hoofd. Ze had nog nooit van hem gehoord, maar ontdekte al googelend dat hij een blinde, Duitstalige schrijver uit Praag was. In die serie dromen kreeg ze mee hoe hij zich voelde in allerlei situaties, bijvoorbeeld als mensen hem hielpen. Of juist niet. Het begrip dat ze daardoor kreeg voor slechtzienden helpt haar nu bij haar werk met blinden. Ze heeft zich verder in deze schrijver verdiept, Duits geleerd, archieven in Praag uitgeplozen. Op dit moment werkt ze aan een boek over zijn leven.

Ze had en heeft ook vaak dromen over Joodse levens, waarin ze voorzanger was in synagogen. Selma heeft een prachtige stem en leerde ooit voor de lol Hebreeuws, maar ze is niet van Joodse afkomst. Nu zingt ze bij een Joodse gemeente die open staat voor de gedachte van reïncarnatie en verschillende levens. Zij waarderen haar gaven voor wat ze zijn. Selma heeft niet het verlangen iemand anders te zijn dan wie ze is. Ze wil gewoon graag gebruik maken van kennis en vaardigheden uit andere levens en diept die verder uit.

Het valt me op dat in onze omgeving veel mensen met open geest luisteren naar wat we vertellen. We krijgen niet vaak een reactie van afwijzing en ongeloof. Voor mij is wat Selma meemaakt en doet bijzonder, maar ik ben er ook mee vertrouwd. Ik vind het mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelt. Vanaf het begin hebben we onvoorwaardelijk ja gezegd tegen elkaar. Natuurlijk zijn we niet meer dezelfden als twintig jaar geleden, we veranderen voortdurend. Wij doen ons best elkaar daarin te volgen, te begrijpen en die veranderingen lief te hebben.”

https://jewishweek.timesofisrael.com/the-art-of-the-cantor/

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/levensvisie/161985-waarom-reincarnatie-wellicht-bestaat.html

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van zaterdag 28 maart

Ze stond op straat te zingen

Robert (52) en Jolanda (49) ontmoetten elkaar bij het Leger des Heils. Heel veel praten houdt hun relatie sterk.

“Ons werk bij het Leger des Heils heeft met roeping te maken. Jolanda en ik geloven onvoorwaardelijk in kansen voor ieder mens en proberen zo oordeelvrij mogelijk te leven. Werken bij het Leger betekent dat we gemiddeld iedere vijf jaar een andere functie krijgen en bijna even vaak verhuizen. Daar krijg ik energie van, maar je moet ook continu een nieuw netwerk opbouwen. Niet altijd gemakkelijk met drie opgroeiende kinderen. We kunnen dit omdat we een hele diepe innerlijke connectie hebben. We bespreken alles. Jolanda is een goeie spiegel en soms een rem. Ze is gewoon mijn maatje.

Ik was een puber toen mijn ouders zich aansloten bij het Leger. Voortaan droegen ze een uniform en werd bij ons thuis niet meer gedronken en gerookt. Ik was Christelijk, ging ook naar de kerk, maar het Leger was niet mijn ding. Ik wilde met mijn vrienden op stap, drinken en feesten. Mijn ouders hebben me nooit gedwongen om met hen mee te doen. Ze lieten me rustig uitrazen.

Eenmaal volwassen werd ik manager bij een modeketen. Een echt mannetje. Hippe kleertjes, verzorgd kapsel, zonnebril. Ik had een goed salaris, een mooi huis en een mooie auto. Jolanda zag ik voor het eerst terwijl ze met een groep heilsoldaten stond te zingen op straat. Op haar uniform had ze een insigne dat aangaf dat ze in opleiding was voor officier, ofwel kerkwerker. Dan stel je je leven in dienst van God en het Leger. ‘Dat zo’n leuke jonge meid daar voor kiest!’, dacht ik, en ook: ‘Jammer dat ze niet meer beschikbaar is voor de markt.’ Want kerkwerk mocht je in die tijd alleen doen als je alleenstaand was, óf samen met een collega-officier die je partner was.

Materieel had ik in die tijd alles op orde, maar de vraag: ‘Waartoe ben ik op aarde?’ begon me bezig te houden. Het leidde ertoe dat ik naast mijn werk alsnog heilsoldaat werd. Vanaf dat moment stond ook het officierschap voor me open en kwam die leuke meid toch nog binnen mijn bereik. Via een gezamenlijke vriendin heb ik uitdrukkelijk toenadering gezocht. Jolanda bleek heel anders dan ik, maar ze wàs het gewoon. Ik ben een regelaar. Als iets niet kan los ik het wel even op. Zij is een mens van het hart, warm, zorgzaam, creatief. Allebei wilden we kwetsbare mensen helpen aan een plek in het leven. Ik heb mijn baan in de mode opgezegd, ben aan de officiersopleiding begonnen en vertrok met Jolanda naar onze eerste standplaats als stel.

Natuurlijk hebben we wel eens spannende tijden gehad waar de liefde onder druk stond. Naast alle verhuizingen had Jolanda een poos last van een hartkwaal, mijn vader stierf, onze oudste had moeite met wéér een nieuwe standplaats. Ik ben niet altijd gemakkelijk. Ik kan druk en onrustig zijn. Maar bij Jolanda mag ik zijn wie ik ben. We lopen niet weg als het moeilijk wordt. We blijven praten, heel veel praten. Vragen aan de ander: ‘Wat heb je nodig?’ En als je het dan nog steeds niet redt, niet bang zijn om hulp te zoeken bij vrienden of een therapeut.

Onze oudste is het huis uit, de twee jongeren volgen ergens in de komende jaren. Opnieuw met ons tweeën, dat wordt de volgende levensfase. We denken al na over wat we dan gaan doen. Een uitzending naar het buitenland lijkt ons wel wat. Maar eerst gaan we een weekend met onze kinderen en hun geliefden naar een vakantiehuis in de Ardennen. Vanwege ons vijfentwintigjarig huwelijk, maar vooral om het leven te vieren. En de liefde. Heerlijk, samen met alle mensen waar ik van houd.”

 

https://www.legerdesheils.nl/

https://www.legerdesheils.nl/officier

 

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 14 maart 2020

Vijf vrouwen met dezelfde naam

Robert (44) was overtuigd vrijgezel, tot hij Magdelene (44) leerde kennen. Ze zijn zeven jaar getrouwd, maar hebben nu pas tijd voor hofmakerij.

“Als puber schreef ik heel graag brieven. Via een penfriend-organisatie vond ik correspondentievriendinnen in Duitsland en Egypte. Tien jaar geleden, bij het opruimen van mijn huis, stuitte ik op een briefje uit die tijd met de naam en het adres van nóg een mogelijke correspondentievriendin, een meisje in Zuid-Afrika. Voor mij een bijzonder land, want behalve dat het prachtig is ben ik er geboren. Op mijn vijftiende ging ik met mijn ouders terug voor een vakantie en later heb ik er een half jaar gestudeerd.

Ik heb dat meisje nooit geschreven, maar nadat ik dat briefje vond zocht ik haar voor de grap op op Facebook. Er waren maar liefst vijf vrouwen met dezelfde naam. Ik stuurde ze allemaal een berichtje, met de vraag of ze ooit in die-en-die straat hadden gewoond. Eentje reageerde. ‘Nee’, schreef ze. ‘Maar hoezo wil je dat weten?’

We begonnen berichten uit te wisselen en schakelden al snel over op mails, waarin we van alles bespraken. Magdelene woonde al heel lang in Engeland met man en twee kinderen, maar het huwelijk was slecht en ze wilde terug naar Zuid-Afrika. Aanvankelijk was ons contact niet romantisch. Ik was met overgave vrijgezel, reisde veel en had een vol sociaal leven. Na een lange tijd mailen belden we – ze was inmiddels single – en het was gewoon leuk om elkaar’s stem te horen. Het tweede gesprek duurde veel langer, en daarna wist ik: ‘Dit wordt mijn vriendin.’ Tijdens een hele fijne week in Schotland leerden we elkaar beter kennen. Er was al heel veel vertrouwdheid door een jaar schrijven en bellen. In het echt bleek ook de wederzijdse aantrekkingskracht groot.

We zagen elkaar nog een paar keer. Toen ging Magdelene terug naar Zuid-Afrika. Al heel gauw zocht ik haar daar op. Ik ontmoette haar ouders en, voor het eerst, haar kinderen, die op dat moment negen en tien jaar waren. Binnen korte tijd besloten we dat ze met zijn drieën naar Nederland zouden komen. Magdelene nam Nederlandse les en zocht vanuit Zuid-Afrika een baan, omdat ze financieel onafhankelijk wilde zijn. Alleen ging dat niet zomaar, want haar diploma’s verpleegkundige en onderwijzeres werden hier niet erkend. We zijn wel alvast in Eindhoven gaan wonen, zodat de kinderen naar de internationale school konden. In december 2012 zijn we getrouwd.

Het was voor ons allemaal een groot avontuur. Opeens was ik een man met een gezin, een vader van twee kinderen die al snel in de puberteit kwamen. Drie mensen hadden me financieel en emotioneel nodig. Zij moesten wennen aan een heel andere samenleving. Magdelene was soms eenzaam wanneer de kinderen op school waren en ik naar mijn werk. Ze had nog wat zaken uit haar verleden te verwerken waar ik haar bij steunde. Het was soms pittig, maar deze situatie gàf me ook iets: stabiliteit. Tijd werd zo kostbaar dat ik hem niet langer verkwanselde. Ik moest veel geld verdienen en maakte grote stappen in mijn carrière. Ik wilde altijd schrijven en lezingen geven over spirituele zaken. Nu pas ging ik daar serieus mee aan de slag.

Gedurende acht bijzondere, mooie jaren met ups en downs hebben we een enorme gezinsband opgebouwd. Ik hoefde geen kinderen van mezelf, maar nu zie ik Guy en Rees als mijn eigen kinderen. Ze studeren inmiddels allebei in Engeland. Magdelene heeft veel vrienden en een fulltime baan. Ik werk verder aan het verwezenlijken van mijn schrijf- en lezingdromen. En wij zijn eigenlijk nu pas aan het daten, een fase die we hadden overgeslagen. We gaan dansen, uit eten, naar de film. Het is een hele fijne, krachtige periode. Mijn drang naar vrijheid en geborgenheid zijn helemaal in balans.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 8 december 2019

https://www.amsterdamsnetwerkeenzaamheid.nl/toolkit/205/de-eenzame-migrant

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/man-en-vrouw/89580-liefde-voor-en-nadelen-van-een-buitenlandse-liefdespartner.html

Het leven is gewoon veel leuker met zijn drieën

Paul (53), Harm (55) en Lee (48) hebben sinds zes jaar een relatie. Ze vinden het leven met zijn drieën verrassend fijn.  

“We vonden Lee allebei meteen leuk. Een heel aangenaam mens. We konden fijn met hem praten, we voelden ons op ons gemak en hij is heel knuffelbaar. Het was net zo ontspannen en vanzelfsprekend als toen Harm en ik elkaar voor het eerst ontmoetten. Dat klopte ook direct. Het was op een moment dat we wel klaar waren met beperkingen en moeilijkheden uit onze verledens, en rijp voor een frisse start. Leven met Harm is gemakkelijk, hij is een lot uit de loterij. Al vrij snel kochten we samen een appartement.

Harm en ik hadden een monogame relatie. Toen we Lee op een dansfeest ontmoetten voelden we weliswaar een sterke connectie, maar daar bleef het bij. Een paar maanden later zagen we hem weer, en toen sloeg de vlam wel over. Hij ging met ons mee naar huis. Vanaf dat moment was het aan. Daar zat een grote natuurlijkheid in. We werden verliefd, dat was niet anders dan andere relaties. Het verschil was dat we dit deelden met elkaar. Dat we samen zeiden: we gaan hier mee verder. Het was even wennen, maar vanaf dat moment maakten we niet alleen keuzes voor ons tweeën, maar met en voor ons drieën.

Lee woonde nog in zijn thuisland Engeland. We reisden vaak op en neer en facetime-den heel veel. Na drie jaar besloten we dat hij bij ons in zou trekken. We hadden er de ruimte voor, en hij had niet zoveel spullen. Voor Lee was het een enorme stap. Hij moest zijn familie nog vertellen dat hij homo was, en meteen dat hij naar Nederland zou verhuizen en gaan samenwonen. Niet met één man, maar met twee. Het betekende bovendien een breuk in zijn carrière. We snapten best dat we ons best moesten doen om het vertrouwen van zijn familie te winnen. Om hen ervan te overtuigen dat we erin geloven en eraan willen werken. Gelukkig heeft zijn familie de situatie en ons nu volledig geaccepteerd.

In onze relatie is veel gemeenschappelijkheid. We houden van een mooi interieur, van sporten en reizen en creatieve bezigheden als theater en schilderen. Er was natuurlijk ook wel eens angst of jaloezie. Als een van ons geen zin had in seks en de ander wel, leerde ik denken: het zij zo. In het begin was Lee vooral bezig om Nederlands te leren. Hij verstaat het inmiddels goed en is leraar Engels. Toch, als Harm en ik Nederlands spreken en Lee nét de nuance mist, kan hij zich buitengesloten voelen. Daarom bespreken we àlles. Als je gevoelens verzwijgt krijg je ze vroeg of laat toch op je bord.

We zijn nu drie jaar verder. Lee voelt zich lekker in Amsterdam. Wat mij verraste is dat het leven echt leuker is met zijn drieën. We doen heel veel samen. Naar de bioscoop, uit eten, op vakantie. Sommige dingen waar een van ons geen zin in heeft, vindt de derde man dan juist wel leuk. Lee en Harm winkelen graag, terwijl Lee en ik eindeloos afleveringen Game of Thrones kijken. Dat maakt ons samenleven heel relaxed.

We zijn nu bezig met een juridische puzzeltocht om te zorgen dat Lee financieel niet met lege handen achterblijft als ons iets overkomt. Harm en ik hebben een samenlevingscontract en een gezamenlijke bankrekening. Lee valt overal buiten. We willen ook op dat gebied laten zien dat we er serieus voor gaan. In de homoscene zijn open relaties niet ongebruikelijk, maar dat gaat vooral over seksueel handelen. Het voelt vrij machinaal. Daar hebben we niks mee. Voor ons gaat het in onze drie-eenheid over de liefde.”

http://www.polyamorie.nl

https://www.liefdedelen.nl/polyamorie/

https://www.bnnvara.nl/artikelen/wat-is-het-verschil-tussen-polyamorie-een-open-relatie-en-swingen

http://www.plukdeliefde.nl

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 30 november 2019