Geen toevallige ontmoeting

“Mijn eerste man Bram is vijftien jaar na onze scheiding nog steeds mijn beste vriend. Mijn tweede man Chris vindt dat geen enkel probleem. Die twee gaan zelfs samen naar de opera. Chris en ik zijn zó’n goede match, dat ik denk dat het geen toeval is dat we elkaar hebben ontmoet. We zijn allebei heel erg gericht op persoonlijke ontwikkeling en spirituele groei, en helpen elkaar daarin stappen te zetten.

Bij onze kennismaking vertelde Chris dat hij het liefst een full time eigen praktijk wilde voor energetische healing. Het leek me hoog gegrepen, maar het is hem gelukt. Ikzelf lees alle mogelijke boeken over spirituele ontwikkeling, ik onderzoek en experimenteer en werd drie jaar geleden soefi. Heel lang had ik mijn interesse in spiritualiteit aan de kant geschoven om te leven zoals van me verwacht werd. Wat betekende: studeren, carrière maken, trouwen, een huis kopen.

Bram en ik waren allebei harde werkers. We genoten van goed verdienen en leuke dingen doen. Hij liep al moeilijk toen we elkaar ontmoetten, maar vlak voor onze bruiloft viel hij en vanaf dat moment zat hij in een rolstoel. Ik hield van hem, dus zochten we onze weg in een leven met veel praktische uitdagingen. Door het duwen van zijn rolstoel, dacht ik, kreeg ik last van mijn polsen. Daarna werden ook mijn enkels en schouders pijnlijk. Het heeft jaren geduurd voor duidelijk werd dat ik de bindweefselaandoening Ehlers-Danlos heb, waarbij je gewrichten los gaan zitten en je door voeten en heupen zakt. Ik kreeg polsbraces, daarna een loopfiets en voor langere afstanden een rolstoel. Ik had veel pijn en afnemende energie. Ik werd opstandig en paniekerig en vroeg me af hoe dat verder moest. Ik kon Bram steeds minder helpen.

De situatie bracht me wel terug op het spirituele pad. Ik ging op zoek naar antwoorden. Waarom zijn wij allebei gehandicapt geraakt? Wat is het grotere doel van mijn leven? Ik kon het niet met Bram delen. Voor hem is het lichaam gewoon een chemische fabriek. We groeiden als huwelijkspartners steeds verder uit elkaar, tot een scheiding onvermijdelijk was. De vriendschap bleef.

Na een flinke tijd alleen schreef ik me in bij een spirituele datingsite. Ik wilde een partner die persoonlijke ontwikkeling ook hoog in het vaandel had staan. Waarom ik op Chris’ profiel reageerde weet ik niet eens meer, maar later bleek dat hij op dat moment precies drie minuten ingeschreven stond! We wisselden heel veel mails uit, en al snel vertelde ik hem dat ik een progressieve aandoening had en beperkt liep. Ik heb hem flink gewaarschuwd, want door de jaren met Bram wist ik dat een handicap voor een partner zwaarder is dan je je van tevoren realiseert. Chris googelde Ehlers-Danlos en schreef toen: ‘Ach, we zien wel.’ Hij heeft er nooit, nooit, nooit een probleem van gemaakt. Tien dagen na de eerste mail ontmoetten we elkaar, een half jaar later trok hij bij me in, vijf jaar later trouwden we.

Tot mijn veertigste wilde ik alles in mijn leven controleren en regisseren. Mede door Chris laat ik steeds meer los. Dit is het levenspad dat écht bij mij past. Ik ben rustiger en gelukkiger. Fysiek gaat het mij beter dan ooit. Ik loop weer een beetje, soms wel een half uur. Chris heeft nooit geprobeerd mij te ‘healen’. We hebben een heel gelijkwaardige relatie; geen van ons tweeën ‘redt’ de ander. Ik geloof dat onze ontmoeting tot stand is gebracht door wat sommigen God noemen, en wij soefi’s de ‘Geest van Leiding’. Een redderende engel, zogezegd.”

http://www.soefi.nl/universeelsoefisme

http://www.stukkenbeter.nl

http://www.netsamen.nl

 

Oud ijzer, Tata en torenklokliefhebbers

Bakens in het vlakke Nederlandse land zijn het: kerktorens en hun klokken. Maar de dikwijls eeuwenoude mechanische uurwerken werden na WOII steeds vaker vervangen door punctuele elektrische modellen. Heel jammer, vond een groep techneuten bij staalbedrijf Hoogovens, en begon in zijn vrije tijd torenuurwerken te repareren.

“Een tijdlang gebruikten we een lokaal van een leegstaande school in IJmuiden als opslagplaats voor oude torenuurwerken,” vertelt vrijwilliger Nico Kroese. “Zonder dat we het wisten werd de school gesloopt en waren de uurwerken als oud ijzer op straat gegooid. We hebben er één kunnen redden. Het hele mechaniek was getordeerd, maar wij hebben het hier volledig teruggebracht in de oorspronkelijke staat.” Grinnikend: “Dat was wel wat je noemt een uitdaging.”

Kerk van Jisp

“Hier” is een werkplaats op de eerste verdieping van een oude loods in Velsen-Noord. Het pand is eigendom van wat vroeger Hoogovens heette, daarna korte tijd Corus en tegenwoordig Tata Steel. In 1978 hoorde Jan Scholtens, instrumentmaker bij Hoogovens, dat het torenuurwerk uit de kerk van zijn woonplaats Jisp zou worden weggedaan. Net zoals elders in het land zou het vervangen worden door een elektrisch uurwerk. Scholtens vond het eeuwig zonde en overlegde met technische collega’s wat ze eraan konden doen. Dat leidde tot de vorming van de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk. Hoogovens stelde een werkruimte beschikbaar, Scholtens en zijn collega’s herstelden in hun vrije tijd het uurwerk en plaatsten het terug. Het loopt nog steeds. Daan Kerkvliet, secretaris van de Stichting, schat dat het zo’n honderd tot tweehonderd jaar gaat duren voor opnieuw een reparatie nodig zal zijn.

15e eeuws uurwerk

Het verhaal van de restauratie verspreidde zich snel, en zo werd de groep vrijwillige techneuten ook betrokken bij het herstel van het torenuurwerk in het Noord-Hollandse dorpje Winkel. Koolstofonderzoek van de houten opwindtrommel dateerde het mechanisme op begin 15e eeuw. Omdat het uurwerk inmiddels al vervangen was door een moderne elektrische aandrijving staat het origineel nu museaal opgesteld in de Lucaskerk te Winkel.Tot de dag van vandaag weten talloze liefhebbers de Stichting te vinden. De vrijwilligers zijn inmiddels allemaal gepensioneerd, maar onverminderd enthousiaste en deskundige metaalbewerkers en elektrotechnici. Secretaris Daan Kerkvliet werkte als constructeur van bruggen en tunnels en is ‘gewoon’ liefhebber van klokken.

Eigen uitvindingen

Hun credo is ‘Geen wijzigingen aanbrengen in het uurwerk’. Alle verbeteringen worden daarom bevestigd met een klemverbinding. Dat betekent niet dat ze moderne technieken schuwen. Omdat er geen kosters meer zijn die gewichten ophalen, heeft de groep volledig automatische opwindsystemen ontwikkeld, inclusief de bijpassende software. Een andere uitvinding is de slingervanger. Tweemaal daags stopt die gedurende een aantal seconden een uurwerk dat per dag circa één minuut voorloopt. Daarna kan het op de exacte tijd weer verder lopen. Door deze toevoegingen lopen ook heel vroege uurwerken nu op tijd. Op hun uitvindingen heeft de Stichting geen patent. Integendeel: veel van de in de afgelopen decennia verzamelde kennis is beschikbaar via haar website. Een deel wordt opgeslagen in een aparte kennisbank. Daan: “Hoe meer ze nagemaakt worden, hoe meer klokken gerepareerd kunnen worden.”

Advies en zelf doen

Het aantal vragen om hulp was soms zo groot, dat mensen weleens langer dan een jaar op hulp moesten wachten. Begin 2000 besloot de Stichting een meer adviserende rol te gaan spelen, en het daadwerkelijke reparatiewerk grotendeels over te laten aan gespecialiseerde bedrijven als Eijsbouts en Daelmans in Brabant en Vellema in Friesland. Voor hun advieswerk vragen ze een bescheiden vergoeding. Wanneer er tijd voor is, doen ze nog steeds graag dingen zelf.

Zichtbaar

Wat torenuurwerken zo boeiend maakt? Voor Nico Kroese is de geavanceerde techniek van de eeuwenoude appraten een blijvende bron van verbazing. “Zulke ingenieuze apparaten. Hoe kregen ze dat in die tijd al voor elkaar?” Daan Kerkvliet: “Het leuke is het formaat. Je maakt zelf onderdelen op een heel andere schaal dan normaal gesproken. In principe is er geen verschil met een gewone mechanische klok. Het zijn allebei tandwielstelsels met een slinger, en meestal een slagwerk met hamer. Alleen het op tijd zetten is lastiger. Je kunt immers niet bij de wijzers. Verder kom je op heel veel verschillende plaatsen, en doe je onderzoek in archieven omdat er zoveel historie verbonden is aan deze uurwerken. En wat ook echt leuk is: je werk is heel zichtbaar.”

www.torenuurwerk.nl

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer 2019 van Vakblad Edelmetaal

 

 

 

15e eeuws torenuurwerk Lucaskerk te Winkel, N-H 

Niemand was leuker dan Carlos

Seline (29) en Carlos (38) hadden tien jaar een langeafstandsrelatie. Ze trouwden om in Egypte te kunnen samenwonen.

“Vlak voor we trouwden gaven we een heel groot feest in het huis van mijn aanstaande, Spaanse schoonouders. Zonder speeches of ceremonie, maar met heel veel mensen en eten en muziek en vrolijkheid. Carlos en ik hadden al tien jaar een relatie. Pas door dat feest leerden ook onze ouders elkaar kennen.

Ik was naar Spanje gekomen om de taal te leren. Achttien was ik toen ik Carlos ontmoette in Madrid. Binnen twee maanden hadden we verkering, en toen ik na een half jaar terugging naar Nederland wilde ik het niet uitmaken. Daarvoor was Carlos veel te leuk. Maar hij was al 27 en net met zijn eigen filmbedrijf begonnen. Hij vond dat hij niets van mij mocht verwachten, omdat ik nog zo jong was. We spraken af om onze relatie vrijblijvend te houden. Als het te moeilijk werd konden we het beëindigen.

Dat gaf mij de vrijheid om te studeren waar ik wilde en in veel verschillende landen onderzoek te doen of te werken. Carlos was reislustig genoeg. Alleen in een ander land wonen wilde hij niet, want zijn hele professionele netwerk was in Spanje. Doordat hij mij vaak bezocht ging hij daar wat makkelijker over denken. Ik woonde onder andere in Engeland, Mexico en Ecuador. Tijdens een onderzoeksopdracht in Argentinië kwam hij naar me toe en waren we vijf weken lang elke dag bij elkaar. Dat is de enige keer dat we een soort van samenwoonden. Het ging heel gemakkelijk en vanzelfsprekend.

We zagen elkaar een keer in de drie maanden, later toen we meer verdienden en makkelijker tickets konden betalen een keer in de twee maanden. Natuurlijk was er soms aandacht van andere mannen. Daar kon ik heus wel van genieten, maar ik vond de meeste jongens niet zo boeiend. Niemand was leuker dan Carlos. Hij is heel gepassioneerd over zijn werk en kan er zó inspirerend over vertellen. Zelf ben ik net zo gedreven in wat ik doe. Ik wil graag bijdragen aan een rechtvaardiger wereld en zoek altijd werk bij sociale organisaties. Zo kwam ik een jaar geleden bij de VN in Egypte terecht. Vanaf de eerste keer dat hij me opzocht vond Carlos het een geweldige stad. De drukte, de chaos, het weer, alles sprak hem aan. Zozeer dat hij er ook wilde wonen. Ik heb een werkvisum. Hij daarentegen kan niet zomaar naar Egypte verhuizen. Alleen wanneer we trouwden zou hij mogen blijven.

Voor het eerst gingen we nadenken over het officieel maken van onze relatie. Trouwen bleek simpeler dan een geregistreerd partnerschap, ook als we in de toekomst nog in andere landen willen samenwonen. Ik zelf dacht aan een pragmatische administratieve afhandeling van het huwelijk, maar Carlos’ familie is daar veel emotioneler in. Zij wilden graag deel zijn van een bruiloft, en omdat onze families elkaar nog niet kenden hebben we daarom dat grootse feest in Spanje gegeven. De wettelijke ondertekening was een maand later in de stad waar ik gestudeerd had.

We zijn nu een visum aan het aanvragen voor Carlos. Waarschijnlijk komt hij over drie maanden voorgoed bij me wonen. Ik denk dat het heel gezellig wordt. Hij kan hier voorbereidend werk doen of films editen, en een paar keer per jaar naar Spanje gaan om te filmen. Hij heeft al een paar Egyptische filmmakers leren kennen. Trouwen was in eerste instantie een zakelijke keuze, maar nu betekent het toch dat we er voor kiezen samen te zijn. Stel dat mijn volgende baan in een crisisgebied is. Dan heeft hij daar ook wat over te zeggen. Mijn basis is niet langer een huis of appartement. Voortaan is Carlos mijn thuis.”

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in AD Magazine van 23 november 2019

https://europa.eu/youreurope/citizens/family/couple/marriage/index_nl.htm

 

Duizend teruggevonden trouwringen

De schrik is groot als iemand een trouwring verliest. Nog groter is de dankbaarheid wanneer vrijwilligers van GevondenVerloren.nl de gouden band terug weten te vinden. Afgelopen zomer haalden de metaaldetecteerders de duizendste trouwring in hun vijfjarig bestaan boven water.

Een trouwring verliezen kan op allerlei manieren en om allerlei redenen. Mensen vallen bijvoorbeeld af, bewust of doordat ze ziek zijn geweest. Ze smeren zich in met anti-zonnebrandcrème, waarna bij het zwemmen de ring van hun vinger glibbert. Ze verliezen hem bij het eendjes voeren, bij het overgooien van een bal in het water of bij het uitkloppen van een mat op hun balkon. Soms wordt hij bij een ruzie bewust weggegooid.

Vreugde

Wie dan bij GevondenVerloren.nl om hulp vraagt via de website of WhatsApp, krijgt meestal heel snel antwoord. Na een standaard uitvraagprocedure – waar verloren, op land of in water, in het laatste geval: hoe diep? – gaat een duo detecteerders zo snel mogelijk op zoek. GevondenVerloren.nl bestaat uit heel diverse mensen, die als hobby aan metaaldetectie doen. Sommigen zijn ook ervaren duikers. ‘We doen dit speurwerk omdat we het mensen gunnen hun emotioneel waardevolle spullen terug te krijgen. Als dat lukt en je ziet hun vreugde…dat moment is met geen geld te betalen,’ vertelt Richard Ober, die samen met Martin van Hees GevondenVerloren.nl beheert en coördineert. ‘Voor ons betekent het bovendien avontuur. We maken zoveel mee!’

Emotie aan sieraden

Martin van Hees, oprichter van GevondenVerloren.nl, doet vrijwel zijn hele leven al aan metaaldetectie, en ging later ook duiken. Hij realiseerde zich hoeveel emotie er aan sieraden zit toen hij zelf een gouden voetballetje verloor, dat vervolgens door zijn eigen zoon werd teruggevonden. Op Hyves, een voorloper van Facebook, begon hij mensen bij elkaar te brengen die sieraden gevonden of verloren hadden. Het aantal hulpvragen steeg zo snel, dat hij vrienden uit de detectiewereld vroeg ook mee te werken.

324 Keer succesvol

Inmiddels telt de groep 36 leden, grotendeels in Nederland, maar ook een aantal in België en Duitsland. Ze zoeken naar alle mogelijke sieraden en andere dierbare metalen voorwerpen, maar het meest zoeken ze naar trouwringen. De speurders gebruiken detectieapparaten, die reageren op het specifieke eigen geluid van metalen, en af en toe magneten. GevondenVerloren.nl is heel succesvol. In 2018 werd 383 keer hun hulp ingeroepen. Daarvan vonden ze 324 keer het verloren voorwerp terug.

Ringen in het water

Richard herinnert zich een bruiloft waar een tante in rolstoel de ringen wilde bekijken. Ze trok het doosje iets te onhandig open, en één ring sprong weg. Aanvankelijk had niemand van de vrijwilligers tijd. Daarop ergerden ze zich zo aan zichzelf en elkaar, dat uiteindelijk maar liefst vijf leden hun bezigheden lieten voor wat ze waren en kwamen zoeken. En vonden! Een andere keer was het bruidspaar op een vlonder de ceremonie aan het oefenen. De bruidegom liet beide ringen in het water vallen. Martin dook ze nog diezelfde avond op.

Zeearend

Soms lukt een zoekactie ook niet. Wat de hele club tot nu toe het meest bijblijft was een set trouwringen, die al vier generaties werd doorgegeven in de familie van de bruid. Een valkenier zou het doosje door een zeearend laten invliegen en afgeven aan het bruidspaar op de binnenplaats van een kasteel. Maar de vogel raakte uit balans, landde op een schoorsteen, vloog nog een paar rondjes en verloor ergens onderweg de ringen. De detecteerders zijn een half jaar bezig geweest met het uitkammen van het kasteelterrein, terwijl vijf duikers de slotgracht doorzochten. Ondanks die verbeten inzet zijn de ringen nooit gevonden.

Karmapunten

GevondenVerloren.nl droeg heel lang de meeste kosten zelf. Omdat ze te hoog werden is nu een stichting in oprichting. Dat maakt donaties en sponsoring mogelijk, zodat de groep kan blijven doen wat ze doet. Commercieel zal het nooit worden. Richard: ‘Dan wordt het werk en dat willen we niet. Opgetogen mensen zeggen wel eens tegen ons dat we extra karmapunten hebben verdiend, of zelfs een plaatsje in de hemel. Heel leuk natuurlijk. Maar wij vinden helpen de gewoonste zaak van de wereld.’

http://www.gevonden-verloren.nl

 

@MaartjeStrijbos

Dit verhaal verscheen eerder in vakblad Edelmetaal, editie december 2019

Wat moest zij met een zieke man?

Florence Nightingale. Credit: Wellcome Library, London. Creative Commons Attribution

De ziekte van Evert (57) drukt een stempel op zijn huwelijk met Bernadette (62). Maar haar onvoorwaardelijke liefde is voor hem een openbaring.

“Bernadette dacht in eerste instantie dat ik een kunstbeen had, omdat ik zo moeilijk liep. Ik was 25 en had al zeven jaar MS*, maar was naar het schijnt best een aantrekkelijke jongen. We ontmoetten elkaar een paar keer in een kroeg. We hadden leuke gesprekken en daarna een heel fijne week samen. Daar bleef het bij, tot ik haar een brief schreef om haar te bedanken voor die week. Ze belde meteen, vroeg of we vrienden konden blijven. Dat kon ik niet, want ik was verliefd op haar. Ze kwam op bezoek om er over te praten. Ze is sindsdien gebleven.

Het was op een moment in mijn leven dat ik het idee ooit nog een vrouw te vinden had losgelaten. Mijn eerste vriendin wilde niet samenwonen en had na drie jaar onze relatie beëindigd. Achteraf denk ik, vind je het gek, ze was pas twintig. In diezelfde periode werd mijn evenwichtsgevoel in snel tempo minder en kwam ik in de ziektewet. Ik voelde me uitgeblust en alleen. Geen vriendin, geen werk. Ik dacht weleens aan zelfmoord. De MS hing als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Ik realiseerde me dat mijn marktwaarde erdoor daalde en wilde zo snel mogelijk iemand aan me binden. Ik was veel te behoeftig, te nooddruftig. Natuurlijk joeg dat vrouwen op de vlucht. Uiteindelijk besloot ik dat ik in mijn eentje gelukkig ging worden. Ik liet mijn angsten los. En daar was Bernadette.

Mijn handicap had een grote invloed op ons leven. Ik was behoorlijk afhankelijk van Bernadette. Als zij laat uit haar werk kwam, zat ik bijvoorbeeld weleens de hele avond in een volgeplaste broek op haar te wachten. In 1989 belandde ik in een rolstoel en moesten we verhuizen naar een aangepaste benedenwoning. Ik was soms onzeker. Wat moest zij met mij, een zieke man? Ik zei weleens snerend: ‘Wil jij de Verpleegster Van Het Jaar worden of zo?’ En dan antwoordde ze: ‘Ik hou gewoon van je’. Haar onvoorwaardelijke liefde was voor mij een openbaring.

Een kind krijgen ging ook niet vanzelf. We hebben wel veel geoefend, maar ten slotte afscheid genomen van het hele idee. Op haar 38ste werd Bernadette onverwacht toch zwanger. We gingen door het dak van geluk, en door een diep dal toen ze een miskraam kreeg. Vier maanden later was ze opnieuw in verwachting. We werden de ouders van Laura. In haar verzorging kon ik niets betekenen, want mijn gezondheid ging verder bergafwaarts. We hadden hulp van vrienden en oppassen, en Thuiszorg moest me helpen met douchen en aankleden. Ik voelde me overbodig en opnieuw depressief. Ik kreeg er antidepressiva voor. Lekker spul hoor, ik blijf het de rest van mijn leven slikken. Voor Bernadette werden intussen werken, huishouden en zorgen te veel ballen om in de lucht te houden. Toen Laura drie maanden was zijn we verhuisd naar een Fokuswoning. Dat is een appartement in een gewoon flatgebouw, helemaal aangepast aan zwaar gehandicapten. Ik kan 24 uur per dag bellen om hulp. Bernadette kreeg weer lucht.

Laura is nu volwassen en het huis uit. We zijn weer met zijn tweeën. We fietsen samen heel wat af, ik in mijn rolstoel met ondersteuning, zij op haar eigen fiets. Er is wel eens ruzie, maar onze basis is goed. Zij is serieus, ik maak grappen en zet koffie. We hebben ook ieder ons eigen leven. Ik heb veel vrienden, zij heeft haar hobbies en vriendinnen. Ik zit niet de hele dag te wachten tot ze thuiskomt. Maar als zij weg zou vallen, weet ik niet of ik sterk genoeg zou zijn om een nieuw leven op te bouwen.”

*Multiple Sclerose – auto-immuunziekte waardoor bewegen moeilijk wordt

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van zaterdag 12 oktober 2019

http://www.livinglikeyou.com/nl/stories/detail/putting-your-love-to-the-test-with-ms

https://www.makeyourspace.nl/blog/liefde

https://nl.medipedia.be/multiple-sclerose-nieuws/ms-en-depressie-4-vragen

 

 

Tweeëntwintig jaar wachten op mijn grote liefde

Thomas Gainsborough

Lady Richard Brinsley Sheridan

Anouk (48) en Sjoerd (55) voelden zich geweldig bij elkaar, maar hij koos toch steeds voor zijn gezin

“ ‘Dit moet stoppen, ik kan dit niet”, zei Sjoerd. Hij was een degelijke man, die zijn gezin, zijn jonge kinderen niet in de steek wilde laten, al was de relatie met zijn vrouw weinig inspirerend. Ik had het idee dat ik mijn grote liefde kwijt was. In de maanden daarna werd ik zo depressief dat ik zelfmoord overwoog. Met medicijnen en therapie ben ik overeind gekrabbeld.

We leerden elkaar kennen bij een koor waar we in zongen. In de bus naar een van onze concerten gingen we naast elkaar zitten. Dat was leuk! We konden over alles praten. Hij had échte belangstelling voor me. Op de terugweg zochten we elkaar opnieuw op, en in onze woonplaats stapten we allebei in lichte verwarring uit. De daaropvolgende tijd begon er iets te broeien tussen ons. We gingen wandelen om er over te praten. We gaven elkaar de eerste zoen. Een hele fijne zoen.

Daar hadden we het bij kunnen laten. Ik woonde samen, hij had een gezin. Tot mijn vriend wegging en ik opeens alleen woonde. Nu konden we elkaar bij mij thuis ongestoord ontmoeten. Ik merkte dat er iets in Sjoerd wakker werd. Hij komt over als een heel serieus type, heel verantwoordelijk en onkreukbaar. Met mij werd hij vrolijker en luchthartiger. We konden samen hard lachen, er waren plagerijen en zelfspot. Toch koos hij weer voor zijn gezin.

De zwarte periode die volgde was met medicijnen en therapie nog niet voorbij. Ik ging alleen op een lange reis, met de gedachte dat ik misschien niet eens terug zou komen. Ik overwoog nog steeds zelfmoord, overdacht scenario’s die het op een ongeluk zouden laten lijken. Uiteindelijk besloot ik dat ik het mijn oma, die twee kinderen verloor aan ziektes, niet kon aandoen om uit het leven te stappen. Bij mijn terugkeer vond ik mijn beroepsmatige bestemming in de journalistiek. Dat maakte me gelukkig. Voor mannen stond ik echter niet open.

Zeven jaar later vroeg ik Sjoerd om een afspraak. Een kennis had gezegd dat ik hem idealiseerde en realistischer moest worden. Ik wilde uitzoeken of dat zo was. We ontmoetten elkaar en ik dacht: ‘Hoezo realistisch worden? Hij ís gewoon ontzettend leuk. En dit gaat niet over.’ Met het nieuwe contact was het meteen weer crisis voor ons allebei. Ik wilde hem, hij wilde mij, maar opnieuw trok hij zich terug. Ik voelde me zó belazerd, want ik wist dat hij gek op me was. Ik liet hem weten dat ik hem nooit meer wilde zien.

Rond mijn veertigste begon ik aan nieuwe relaties. Die waren best goed, al had ik met die mannen nooit het intense contact dat ik met Sjoerd had gehad. Vorig voorjaar kreeg ik opeens het knagende gevoel dat het niet goed ging met Sjoerd. Ik stuurde hem een anonieme Valentijnskaart. Hij had door dat die van mij kwam en mailde om me te bedanken. Daarna aarzelden we lang, maar uiteindelijk spraken we toch een keer af. Het bleek dat zijn kinderen het huis uit waren en hij een scheiding overwoog, omdat hij verliefd was op iemand. De bodem zakte onder me vandaan. Ik wachtte al zo lang op hem, en nu zou hij er met een ander vandoor gaan. Maar intussen was ik ook verliefd geworden op een andere man.

Uiteindelijk liep het niet lekker met onze respectievelijke relaties. Toen koos Sjoerd eindelijk voor mij, en een half jaar geleden zijn we gaan samenwonen. Soms is het nog onwerkelijk. Na al die jaren. Na al dat getwijfel van hem. Ik heb tweeëntwintig jaar gewacht, maar nu zeg ik uit volle overtuiging: ‘Dit is het’.”

 

https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/relatie-en-huwelijk/80528-verliefd-op-een-getrouwde-man-wat-nu.html

https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/relatie-en-huwelijk/73313-liefdesverdriet-gek-worden-van-liefdesverdriet.html

https://www.113.nl/i/zelfmoord-door-liefdesverdriet

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 5 oktober 2019

Mijn overgewicht is een struikelblok, maar zelf val ik ook niet op dikke vrouwen.

 

Jan (56) maakt online gemakkelijk contact met vrouwen. Tot ze merken dat hij een dochter met problemen én flink wat overgewicht heeft.

“Momenteel weeg ik 140 kilo bij een lengte van 1.86 m. Ik wil er zeker wat aan doen, al is afvallen voor mij een worsteling. Er is sprake van genetische aanleg, en behalve een hobbykok die gestopt is met roken ben ik ook nog een stresseter. De afgelopen zes jaar ben ik daardoor dertig kilo aangekomen.

Ik ben een gelukkig gescheiden man. De moeder van mijn kinderen en ik voelen tot de dag van vandaag liefdevolle affectie voor elkaar. Het was vanzelfsprekend dat we de opvoeding in co-ouderschap zouden doen. En toen we twaalfenhalf jaar gescheiden waren, zijn we met zijn allen uit eten gegaan om het te vieren.

In de eerste jaren na de scheiding heb ik een aantal vriendinnen gehad. Relaties die tussen de drie maanden en anderhalf jaar duurden. Eerst met weliswaar heel leuke vrouwen, die echter een heftig verleden hadden van bijvoorbeeld misbruik en psychiatrische problematiek. Ik kon daar geen afstand van nemen. Ik luisterde, ik cijferde mezelf weg. Om dat patroon te doorbreken koos ik daarna bewust voor een zakelijke, rationele vrouw. Het werkte niet. Er zat kraak noch smaak aan. Ik val juist voor levendigheid, enthousiasme, warmte.

Zes jaar geleden begon mijn dochter van toen veertien zichzelf te snijden, het gevolg van jarenlang gepest worden op de lagere school. Later bleek onderliggend sprake van autisme, waardoor ze anders was dan anderen en minder weerbaar. Omdat steeds van adres veranderen voor iemand met autisme lastig is, kwam ze bijna volledig bij mij wonen. Uiteindelijk stopte de drang om zich te snijden. Daarvoor in de plaats verdween de lust om te leven.

Vooral het vechten tegen haar beperkingen viel haar zwaar. Kort na een mislukte poging tot zelfdoding zei ze, wanhopig: ‘Ik wou dat iedereen stopte met van me te houden. Dan kon ik uit het leven stappen.’ Het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Dan ben ik blij dat onze liefde helpt.’ Maar de laatste tijd ontwikkelt ze zich spectaculair. Ze is verhuisd naar een beschermd wonen-project. Ze heeft vriendschappen. De suïcidale gedachtes zijn weg.

Ik heb me in die zes jaar vaak alleen gevoeld. Er was geen speciaal iemand bij wie ik thuis kon komen. Met tussenpozen was ik actief op datingsites, vanuit de valse hoop dat ik er emotioneel klaar voor was. Alleen was de inspanning om contact te leggen me vaak al te veel, want ik functioneerde op de toppen van mijn kunnen. Daarnaast was en is iedere afwijzing pijnlijk.

Nu er weer tijd, ruimte en rust zijn sta ik opnieuw op datingsites. Je foto’s zijn daar afgedekt. Ik ben een gemakkelijk prater en schrijver en maak soms leuk contact. Natuurlijk gaat het zodra ik over mezelf vertel al snel over mijn dochter. Ik snap dat dat sommige vrouwen afschrikt, want het is een heftig verhaal. Wanneer het gesprek toch verdergaat, laat ik zo gauw mogelijk foto’s zien. En dan blijkt mijn overgewicht een struikelblok. Soms vertelt een vrouw dat rechtstreeks in een mail, soms hoor ik niets meer. Ik zou wel willen dat een vrouw voorbij die kilo’s kan kijken, maar zelf vind ik dikke vrouwen ook niet aantrekkelijk. Dan kan ik dat moeilijk van een ander wel verwachten.

Dit is het punt waar ik nu ben. Het herstel van mijn dochter is natuurlijk nog vers. Als ik iets meer stabiliteit heb, wil ik me aanmelden bij een relatiebemiddelingsbureau. Ik hoorde in mijn omgeving dat dat succesvol kan zijn. Want ik wil nog steeds een echte relatie. In mijn eentje kan ik van veel dingen genieten, maar het is veel leuker om dat samen te doen.”

Dit artikel verscheen in het AD Magazine van 31 augustus 2019

http://www.dewereldwijven.com/2018/09/10/te-dik-om-te-daten/

http://www.dik.nl/liefde/datingsites-dikke-vrouwen-mannen/

 

Ondenkbaar: een leven zonder antieke juwelen

Wanneer Martijn Akkerman als expert aanzit bij het Tv-programma Tussen Kunst en Kitsch, geeft hij meestal wel een waardeschatting van een ingebracht juweel. Maar eigenlijk interesseert zo’n bedrag hem weinig. Waar hij al sinds zijn jonge jaren warm voor loopt, zijn de verhalen die erbij horen.

“Bij juwelen is de emotie zó groot! Ze hebben ruzies veroorzaakt, huwelijken bezegeld, tot oorlogen en vredes geleid. Willem van Oranje bijvoorbeeld beleende zijn juwelen om de Tachtigjarige Oorlog te financieren. Op schilderijen en meubels zit veel minder emotie, en kleding vergaat. Juwelen daarentegen blijven.

Zelfstudie en praktijk

In mijn familie was veel interesse voor kunst. Mijn vader was musicus en kunstverzamelaar. Een tante verzamelde Noord-Hollandse streekjuwelen, en dankzij een grootmoeder was er een erfenis van prachtige juwelen. Al als tienjarig jongetje was ik er door gefascineerd. Logisch dat ik graag een studie kunstgeschiedenis met als specialisatie antieke juwelen wilde doen. In die tijd kon je daar jammer genoeg niet op afstuderen. Daarom ging ik naar de Vakschool voor de edelmetaalbranche in Schoonhoven. De werkbank paste niet bij me, de juweliersopleiding al beter. Maar de meeste kennis heb ik opgedaan door zelfstudie en in de praktijk bij antiquairs, op veilingen en in mijn eigen winkel.

Verzamelaars creëren

Met een partner heb ik 31 jaar een speciaalzaak gehad in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig waren het goede tijden voor kunst en antiek. We gingen geregeld op inkoop in het buitenland en hadden dus vaak verrassingen voor onze klanten. Ik durf gerust te stellen dat wij juwelenverzamelaars hebben gecreëerd.

Kennis doorgeven

Al in 1974, tijdens mijn stage bij juwelier Fabery de Jonge in Apeldoorn, hield ik voor een aantal klanten mijn eerste lezing over diamanten. Heerlijk vond ik dat, want ik geef graag kennis door. Dat doe ik tot de dag van vandaag op allerlei manieren. Met lezingen voor iedereen die geïnteresseerd is, van kunsthistorische clubs tot personeel van juweliersbedrijven. Ik maak ze wisselend en actueel. Zo zit er voor een lezing eind september bijvoorbeeld altijd wel een verhaal over Prinsjesdag in. Ik schrijf artikelen in bladen als Collect en Vorsten, en in het TV-programma Blauw bloed vertel ik over de juwelen van allerlei vorstenhuizen. Wat ze betekenen, wanneer ze gedragen worden, wat ze bijzonder maakt.

Lalique en Bolin

De optredens in Tussen Kunst en Kitsch zijn wat spectaculairder. Per opnamedag komen er wel duizend mensen. Ongeveer een kwart daarvan heeft een sieraad of juweel bij zich. Dat is aanpoten hoor. Als we iets vinden dat de moeite waard is komt een cameraploeg in actie. Mijn meest opzienbarende ontdekkingen waren een broche van René Lalique en een van de Russische edelsmid Bolin. De Lalique was door de grootvader van de inbrengster rechtstreeks gekocht bij de meester zélf, toen hij exposeerde in Sint Petersburg. Ik heb eraan meegewerkt dat ze hem kon verkopen. Tegenwoordig bevindt de broche zich in het museum Petit Palais in Parijs. De Bolin herkende ik onder andere aan het etui, dat gecontoureerd was naar de vorm van de broche. Verder speelde ervaring natuurlijk mee. Het Fingerspitzengefühl.

Geen taxateur

Wat ik ook veel doe is de beurswaardigheid van juwelen beoordelen. In het verleden voor onder andere de TEFAF en de Kunstmesse Köln, momenteel alleen nog voor de Brussels Art Fair en de Antiekbeurs in Breda. Dan gaat het behalve over de kwaliteit over dingen als de vraag of het een stijlkopie is, of dat een sieraad van functie veranderd is. Zoals wanneer je van een armband oorknoppen maakt. Het gaat niet over de prijs, want ik ben uitdrukkelijk geen taxateur voor verzekeringen of inboedelverdelingen. Dat zou ik ook helemaal niet leuk vinden om te doen.

Verlovingsring uit 1625

Voor lezingen ging ik overigens zelfs een aantal keren naar Australië en Nieuw-Zeeland. Daar heb ik van genoten, maar ik hoef niet perse naar het buitenland. Dichterbij is voor mij nog genoeg te grazen. Bij de restauratie van een huis in mijn geboortestad Alkmaar werd in de beerput een gouden ring met diamant gevonden. Die heb ik weten te determineren als de verlovingsring van Maria Tesselschade Roemer Visscher, een indertijd bekende dichteres en glasgraveuse. De ring was uit 1625!

Hermitage

Mijn meest recente activiteit is het inspreken van de audiotour bij de jubileumtentoonstelling Juwelen! in de Hermitage. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan komt een deel van de enorme juwelencollectie uit Sint Petersburg naar Amsterdam. Voor de bijbehorende catalogus schreef ik vier hoofdstukken. Op de een of andere manier ben ik altijd met mijn vak bezig. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het idee met pensioen te gaan, nooit meer iets doen met antieke juwelen? Ondenkbaar!”

www.martijnakkerman.nl

https://www.avrotros.nl/tussen-kunst-en-kitsch/home/

https://hermitage.nl/nl/tentoonstellingen/jubileumtentoonstelling-juwelen/

 

Dit verhaal verscheen in het septembernummer 2019 van vakblad Edelmetaal

Hoe ik behandeld ben door mijn schoonmoeder, dat gun ik niemand

“Weet je het zeker? Je bent nog zo jong’, zeiden mijn ouders. Maar ze zagen hoe serieus en verliefd we waren, en ze gunden mij mijn geluk. Ik vond Ibrahim een échte man. Lief, met een zacht karakter, respectvol. Hij schold nooit bij ruzies, met wie dan ook. We wilden een toekomst samen en op jonge leeftijd kinderen krijgen. We konden een prachtig, groot huis huren waar we heel blij mee waren. Dus zijn we een paar dagen na mijn achttiende verjaardag getrouwd. Ik had nooit gedacht dat we uit elkaar zouden gaan.

Al snel merkte ik dat er iets niet goed zat. Zijn moeder belde elke dag of ik bij haar kwam koken en eten. Eerst vond ik dat leuk. Ik ging rechtstreeks vanuit school naar haar toe en bleef tot Ibrahim, die tot s’avonds laat werkte in zijn eigen bedrijf, me op kwam halen. Dan waren we om middernacht thuis, gingen slapen en de volgende ochtend om zeven uur weer het huis uit. Na een paar maanden begon het me te vervelen. Ik wilde ook wel eens een avond thuis zijn. In mijn eigen keuken koken. Toen ik voor het eerst naar mijn eigen huis ging in plaats van naar haar werd ze razend. Ibrahim nam het voor zijn moeder op. Hij had haar beloofd dat hij haar elke dag zou zien. en dat gold ook voor mij.

In het daarop volgende half jaar werd de druk steeds groter. Op een gegeven moment zei ze zelfs dat ze de huur van haar eigen huis zou opzeggen en met haar man en andere kinderen bij ons zou intrekken. Ik zweeg erover tegen mijn ouders, omdat ik ze niet ongerust wilde maken. Maar acht maanden na mijn trouwdag, na de zoveelste grote ruzie met Ibrahim over zijn moeder, vertrok ik met mijn koffers naar mijn vader en zijn tweede vrouw.

Drie dagen later belde Ibrahim vanuit zijn ouderlijk huis. ‘Kom alsjeblieft terug. Ik mis je zo’, zei hij. Op de achtergrond schreeuwde zijn moeder: ‘Ze moet éérst naar mij toe komen’. Daar had ik natuurlijk helemaal geen zin in, maar hij huilde en zei: ‘Kom alsjeblieft, laat haar even praten, en dan gaan we naar een hotel voor een romantische avond, helemaal voor onszelf.’ Ik liet me toch weer overhalen. Stom, want ze begon me meteen verwijten te maken, net zo lang tot ik moest huilen. Ze zei dat ik zielig deed om hem bij haar weg te halen, en toen we vertrokken riep ze ons na: ‘Jullie gaan lekker naar een hotel en laten mij aan mijn lot over!’

In dat hotel hebben we over alles gesproken en ik dacht dat we nu eindelijk ons eigen leven konden gaan leiden. Maar na een week begon het weer. Op een keer krijste ze dat ik niet mijn eigen regels kon maken en smeet in woede haar telefoon tegen de muur kapot. Ik was in shock. Mijn schoonvader gebaarde dat ze niet goed bij haar hoofd is, maar durfde niet tegen haar in te gaan. Zij was de baas over iedereen.

De druppel kwam toen ik in de bus zat op weg naar mijn moeder. Mijn man belde en zei dat ik mijn eigen moeder alleen op mocht zoeken als de zijne meekwam. Toen was het voor mij klaar. Mijn vader heeft me opgehaald, en sindsdien woon ik bij hem. Ibrahim en ik hebben het uitgepraat. Ik gun hem alle geluk en hoop dat hij dezelfde fout niet opnieuw maakt.  Hem kan ik vergeven, maar haar nooit van mijn leven. Hoe ik behandeld ben door mijn schoonmoeder, dat gun ik echt niemand.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 17 augustus 2019

https://www.quest.nl/mens/psychologie/a27403595/waarom-heeft-je-schoonmoeder-zon-beroerd-imago/

Islam & Liefde Coach

Tinder, daten, appen… Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet doe

Karen (38) is al zes jaar vrijgezel. Bewust. Om haar dochter (8) te behoeden voor nieuwe mensen in haar leven, die vervolgens weer verdwijnen.

“Lisa’s vader had soms vriendinnen met kinderen, waar zij mee speelde als ze bij hem was. Dat vond ze leuk. Maar als zo’n relatie uitging, zag ze die kinderen nooit meer en was ze verdrietig. Daarom besloot ik al snel na onze scheiding om voorlopig geen relatie meer aan te gaan. Als wij als ouders ervoor kiezen uit elkaar te gaan, is het niet eerlijk om ons kind op te schepen met telkens nieuwe mensen, die vermoedelijk toch weer uit haar leven verdwijnen.

Vrijgezel zijn gaat me makkelijk af. Ik kan goed alleen zijn en red me financieel prima. Ik ben niet zo fysiek ingesteld en mis seks daarom ook niet. Sowieso heb ik maar weinig relaties gehad. Eigenlijk ben ik maar één keer echt verliefd geweest, op een outdoorsie type dat geen officiële relatie wilde. Ik moest tweeënhalf jaar lang echt mijn best doen om hem bij me te houden. Op een gegeven moment werd er in mijn omgeving steeds meer samengewoond en getrouwd, en dat leek me ook wel wat. Zijn reactie was dat hij op wereldreis wilde. Zonder mij. Hij is nooit gegaan, maar het was duidelijk dat we niet samen verder gingen.

Van de weeromstuit rolde ik heel snel in een relatie met een collega, die het tegendeel was van de outdoorsie man. Met hem kon je plannen maken, hij bleef gewoon gezellig slapen, hij deed nergens moeilijk over. Binnen zes maanden was ik zwanger en trouwden we. Wilde liefde was het niet, maar een tijd lang hadden we het echt wel leuk en genoten van ons fantastische kind.

En toch was ik niet écht gelukkig. Ik had geen partner die me kende, herkende, steunde. Wij waren vooral huisgenoten met een rustig kabbelende relatie. Daarom was ik liever alleen dan eenzaam. Mijn man had niet verwacht dat ik wilde scheiden en was oprecht uit het veld geslagen, maar vóór Lisa’s tweede verjaardag waren we uit elkaar. Een tijd lang was er gedoe over het omgangsrecht. Inmiddels hebben we dat goed geregeld.

In plaats van op zoek te gaan naar een nieuwe partner, ben ik energie gaan steken in mijn eigen ontwikkeling. Ik heb me omgeschoold en ben zelfstandig ondernemer geworden, zodat ik zelf mijn werktijden kan bepalen. Ik werk ’s avonds wanneer Lisa slaapt, en overdag als ze naar school is of bij haar vader. Wanneer ze er wel is wil ik daar geen partner bij hebben. We genieten van onze tijd samen. Thuis, want we zijn nogal huismusjes. Of we gaan een dagje op pad met familie of met een vriendinnetje van haar erbij.

Soms denk ik dat Lisa een gezin moet hebben. Op Koningsdag bijvoorbeeld, als je overal papa’s en mama’s met hun kinderen ziet. Ik heb wel eens gevraagd of ze zou willen dat wij dat ook hebben. ‘Nee’, zei ze toen. ‘We hebben het toch gezellig? Ik hoef jou lekker met niemand te delen.’ Sinds anderhalf jaar heeft haar vader een vaste vriendin met kinderen. Met hen gaat ze ook op vakantie, dus dan heeft ze toch dat gezinsgevoel.

Ik zie vrouwen van mijn leeftijd druk zoeken naar een man. Ze zitten op Tinder, ze daten, ze appen. Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet doe. Waarschijnlijk straal ik ook uit dat ik weinig interesse heb, want er komt zelden iemand op me af. Ik ben echt niet anti-man, en ik sluit niet uit dat er ooit weer iemand komt. Maar ik wil eerst tevreden zijn met mezelf en mijn eigen leven vormgeven. Vrijgezel zijn past me in deze fase van mijn leven heel goed.”

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 10 augustus 2019

Single? Zo blijf je volmaakt gelukkig