Uit het niets zei ze: ‘Ik heb zin om je te zoenen’

(Joodse bruiloft, collectie Rijksmuseum)

Albert (43) en Selma (38) hadden buitenlichamelijke ervaringen. Gewoon ín hun lichaam hebben ze een relatie van onvoorwaardelijke liefde.

“Selma en ik zijn allebei een beetje nerderig. We kunnen helemaal in een onderwerp duiken en in ons enthousiasme niet doorhebben dat anderen het niet meer kunnen volgen. Ik heb dat met wetenschappelijke onderwerpen, zij met talen en dromen. Haar hele leven is ze al geboeid door taal en andere vormen van communicatie. Niet zo gek dus dat ze gebarentolk is, vaak tolkt voor doofblinden en braille heeft geleerd. Ze heeft ook heel intense dromen die ze nauwkeurig opschrijft, zonder ze meteen te interpreteren. Ze is nuchter. Neemt het alleen waar.

Zelf ging ik als kind van vijf, zes jaar weleens uit mijn lichaam. Ik zag soms een ander kind in de ruimte zweven, of een volwassen iemand in de kamer. Het was niet vervelend, maar ik was toch een beetje bang. Later gebeurden zulke dingen minder. Ik droomde in mijn jeugd ook veel.

Twintig jaar geleden, op een feestavond van de theatersportgroep waar we allebei lid van waren, zei Selma uit het niets tegen me: ‘Ik heb zin om je te zoenen’. Ze schrok er zelf van, maar ik vond het wel leuk. We verzeilden in een lang gesprek. Ze was heel open en vertelde veel over haar dromen, over bewustzijn en andere levens. Ik dacht: ‘Zij heeft dezelfde ervaringen als ik. Ze begrijpt mij’. Kort daarna kregen we een relatie. We zijn uiteindelijk getrouwd en hebben een dochter gekregen.

Ik weet niet hoe ‘gewoon’ ons leven is. Want hoe definieer je dat? Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen. Ik zie haar als iemand die werkelijkheden waarneemt die er óók zijn, maar die je nog niet ziet. Zoals wanneer je met een microscoop in levend weefsel kijkt. Je concentreert je op een paar moleculen. Honderdduizenden andere moleculen blijven donker, maar daarom zijn ze er nog wel.

Soms gebeuren er dingen die ik totaal niet verwachtte, zoals die keer toen Selma na een serie dromen over een blinde man wakker werd met een naam in haar hoofd. Ze had nog nooit van hem gehoord, maar ontdekte al googelend dat hij een blinde, Duitstalige schrijver uit Praag was. In die serie dromen kreeg ze mee hoe hij zich voelde in allerlei situaties, bijvoorbeeld als mensen hem hielpen. Of juist niet. Het begrip dat ze daardoor kreeg voor slechtzienden helpt haar nu bij haar werk met blinden. Ze heeft zich verder in deze schrijver verdiept, Duits geleerd, archieven in Praag uitgeplozen. Op dit moment werkt ze aan een boek over zijn leven.

Ze had en heeft ook vaak dromen over Joodse levens, waarin ze voorzanger was in synagogen. Selma heeft een prachtige stem en leerde ooit voor de lol Hebreeuws, maar ze is niet van Joodse afkomst. Nu zingt ze bij een Joodse gemeente die open staat voor de gedachte van reïncarnatie en verschillende levens. Zij waarderen haar gaven voor wat ze zijn. Selma heeft niet het verlangen iemand anders te zijn dan wie ze is. Ze wil gewoon graag gebruik maken van kennis en vaardigheden uit andere levens en diept die verder uit.

Het valt me op dat in onze omgeving veel mensen met open geest luisteren naar wat we vertellen. We krijgen niet vaak een reactie van afwijzing en ongeloof. Voor mij is wat Selma meemaakt en doet bijzonder, maar ik ben er ook mee vertrouwd. Ik vind het mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelt. Vanaf het begin hebben we onvoorwaardelijk ja gezegd tegen elkaar. Natuurlijk zijn we niet meer dezelfden als twintig jaar geleden, we veranderen voortdurend. Wij doen ons best elkaar daarin te volgen, te begrijpen en die veranderingen lief te hebben.”

https://jewishweek.timesofisrael.com/the-art-of-the-cantor/

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/levensvisie/161985-waarom-reincarnatie-wellicht-bestaat.html

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van zaterdag 28 maart

Ze stond op straat te zingen

Robert (52) en Jolanda (49) ontmoetten elkaar bij het Leger des Heils. Heel veel praten houdt hun relatie sterk.

“Ons werk bij het Leger des Heils heeft met roeping te maken. Jolanda en ik geloven onvoorwaardelijk in kansen voor ieder mens en proberen zo oordeelvrij mogelijk te leven. Werken bij het Leger betekent dat we gemiddeld iedere vijf jaar een andere functie krijgen en bijna even vaak verhuizen. Daar krijg ik energie van, maar je moet ook continu een nieuw netwerk opbouwen. Niet altijd gemakkelijk met drie opgroeiende kinderen. We kunnen dit omdat we een hele diepe innerlijke connectie hebben. We bespreken alles. Jolanda is een goeie spiegel en soms een rem. Ze is gewoon mijn maatje.

Ik was een puber toen mijn ouders zich aansloten bij het Leger. Voortaan droegen ze een uniform en werd bij ons thuis niet meer gedronken en gerookt. Ik was Christelijk, ging ook naar de kerk, maar het Leger was niet mijn ding. Ik wilde met mijn vrienden op stap, drinken en feesten. Mijn ouders hebben me nooit gedwongen om met hen mee te doen. Ze lieten me rustig uitrazen.

Eenmaal volwassen werd ik manager bij een modeketen. Een echt mannetje. Hippe kleertjes, verzorgd kapsel, zonnebril. Ik had een goed salaris, een mooi huis en een mooie auto. Jolanda zag ik voor het eerst terwijl ze met een groep heilsoldaten stond te zingen op straat. Op haar uniform had ze een insigne dat aangaf dat ze in opleiding was voor officier, ofwel kerkwerker. Dan stel je je leven in dienst van God en het Leger. ‘Dat zo’n leuke jonge meid daar voor kiest!’, dacht ik, en ook: ‘Jammer dat ze niet meer beschikbaar is voor de markt.’ Want kerkwerk mocht je in die tijd alleen doen als je alleenstaand was, óf samen met een collega-officier die je partner was.

Materieel had ik in die tijd alles op orde, maar de vraag: ‘Waartoe ben ik op aarde?’ begon me bezig te houden. Het leidde ertoe dat ik naast mijn werk alsnog heilsoldaat werd. Vanaf dat moment stond ook het officierschap voor me open en kwam die leuke meid toch nog binnen mijn bereik. Via een gezamenlijke vriendin heb ik uitdrukkelijk toenadering gezocht. Jolanda bleek heel anders dan ik, maar ze wàs het gewoon. Ik ben een regelaar. Als iets niet kan los ik het wel even op. Zij is een mens van het hart, warm, zorgzaam, creatief. Allebei wilden we kwetsbare mensen helpen aan een plek in het leven. Ik heb mijn baan in de mode opgezegd, ben aan de officiersopleiding begonnen en vertrok met Jolanda naar onze eerste standplaats als stel.

Natuurlijk hebben we wel eens spannende tijden gehad waar de liefde onder druk stond. Naast alle verhuizingen had Jolanda een poos last van een hartkwaal, mijn vader stierf, onze oudste had moeite met wéér een nieuwe standplaats. Ik ben niet altijd gemakkelijk. Ik kan druk en onrustig zijn. Maar bij Jolanda mag ik zijn wie ik ben. We lopen niet weg als het moeilijk wordt. We blijven praten, heel veel praten. Vragen aan de ander: ‘Wat heb je nodig?’ En als je het dan nog steeds niet redt, niet bang zijn om hulp te zoeken bij vrienden of een therapeut.

Onze oudste is het huis uit, de twee jongeren volgen ergens in de komende jaren. Opnieuw met ons tweeën, dat wordt de volgende levensfase. We denken al na over wat we dan gaan doen. Een uitzending naar het buitenland lijkt ons wel wat. Maar eerst gaan we een weekend met onze kinderen en hun geliefden naar een vakantiehuis in de Ardennen. Vanwege ons vijfentwintigjarig huwelijk, maar vooral om het leven te vieren. En de liefde. Heerlijk, samen met alle mensen waar ik van houd.”

 

https://www.legerdesheils.nl/

https://www.legerdesheils.nl/officier

 

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 14 maart 2020

Vijf vrouwen met dezelfde naam

Robert (44) was overtuigd vrijgezel, tot hij Magdelene (44) leerde kennen. Ze zijn zeven jaar getrouwd, maar hebben nu pas tijd voor hofmakerij.

“Als puber schreef ik heel graag brieven. Via een penfriend-organisatie vond ik correspondentievriendinnen in Duitsland en Egypte. Tien jaar geleden, bij het opruimen van mijn huis, stuitte ik op een briefje uit die tijd met de naam en het adres van nóg een mogelijke correspondentievriendin, een meisje in Zuid-Afrika. Voor mij een bijzonder land, want behalve dat het prachtig is ben ik er geboren. Op mijn vijftiende ging ik met mijn ouders terug voor een vakantie en later heb ik er een half jaar gestudeerd.

Ik heb dat meisje nooit geschreven, maar nadat ik dat briefje vond zocht ik haar voor de grap op op Facebook. Er waren maar liefst vijf vrouwen met dezelfde naam. Ik stuurde ze allemaal een berichtje, met de vraag of ze ooit in die-en-die straat hadden gewoond. Eentje reageerde. ‘Nee’, schreef ze. ‘Maar hoezo wil je dat weten?’

We begonnen berichten uit te wisselen en schakelden al snel over op mails, waarin we van alles bespraken. Magdelene woonde al heel lang in Engeland met man en twee kinderen, maar het huwelijk was slecht en ze wilde terug naar Zuid-Afrika. Aanvankelijk was ons contact niet romantisch. Ik was met overgave vrijgezel, reisde veel en had een vol sociaal leven. Na een lange tijd mailen belden we – ze was inmiddels single – en het was gewoon leuk om elkaar’s stem te horen. Het tweede gesprek duurde veel langer, en daarna wist ik: ‘Dit wordt mijn vriendin.’ Tijdens een hele fijne week in Schotland leerden we elkaar beter kennen. Er was al heel veel vertrouwdheid door een jaar schrijven en bellen. In het echt bleek ook de wederzijdse aantrekkingskracht groot.

We zagen elkaar nog een paar keer. Toen ging Magdelene terug naar Zuid-Afrika. Al heel gauw zocht ik haar daar op. Ik ontmoette haar ouders en, voor het eerst, haar kinderen, die op dat moment negen en tien jaar waren. Binnen korte tijd besloten we dat ze met zijn drieën naar Nederland zouden komen. Magdelene nam Nederlandse les en zocht vanuit Zuid-Afrika een baan, omdat ze financieel onafhankelijk wilde zijn. Alleen ging dat niet zomaar, want haar diploma’s verpleegkundige en onderwijzeres werden hier niet erkend. We zijn wel alvast in Eindhoven gaan wonen, zodat de kinderen naar de internationale school konden. In december 2012 zijn we getrouwd.

Het was voor ons allemaal een groot avontuur. Opeens was ik een man met een gezin, een vader van twee kinderen die al snel in de puberteit kwamen. Drie mensen hadden me financieel en emotioneel nodig. Zij moesten wennen aan een heel andere samenleving. Magdelene was soms eenzaam wanneer de kinderen op school waren en ik naar mijn werk. Ze had nog wat zaken uit haar verleden te verwerken waar ik haar bij steunde. Het was soms pittig, maar deze situatie gàf me ook iets: stabiliteit. Tijd werd zo kostbaar dat ik hem niet langer verkwanselde. Ik moest veel geld verdienen en maakte grote stappen in mijn carrière. Ik wilde altijd schrijven en lezingen geven over spirituele zaken. Nu pas ging ik daar serieus mee aan de slag.

Gedurende acht bijzondere, mooie jaren met ups en downs hebben we een enorme gezinsband opgebouwd. Ik hoefde geen kinderen van mezelf, maar nu zie ik Guy en Rees als mijn eigen kinderen. Ze studeren inmiddels allebei in Engeland. Magdelene heeft veel vrienden en een fulltime baan. Ik werk verder aan het verwezenlijken van mijn schrijf- en lezingdromen. En wij zijn eigenlijk nu pas aan het daten, een fase die we hadden overgeslagen. We gaan dansen, uit eten, naar de film. Het is een hele fijne, krachtige periode. Mijn drang naar vrijheid en geborgenheid zijn helemaal in balans.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 8 december 2019

https://www.amsterdamsnetwerkeenzaamheid.nl/toolkit/205/de-eenzame-migrant

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/man-en-vrouw/89580-liefde-voor-en-nadelen-van-een-buitenlandse-liefdespartner.html

Het leven is gewoon veel leuker met zijn drieën

Paul (53), Harm (55) en Lee (48) hebben sinds zes jaar een relatie. Ze vinden het leven met zijn drieën verrassend fijn.  

“We vonden Lee allebei meteen leuk. Een heel aangenaam mens. We konden fijn met hem praten, we voelden ons op ons gemak en hij is heel knuffelbaar. Het was net zo ontspannen en vanzelfsprekend als toen Harm en ik elkaar voor het eerst ontmoetten. Dat klopte ook direct. Het was op een moment dat we wel klaar waren met beperkingen en moeilijkheden uit onze verledens, en rijp voor een frisse start. Leven met Harm is gemakkelijk, hij is een lot uit de loterij. Al vrij snel kochten we samen een appartement.

Harm en ik hadden een monogame relatie. Toen we Lee op een dansfeest ontmoetten voelden we weliswaar een sterke connectie, maar daar bleef het bij. Een paar maanden later zagen we hem weer, en toen sloeg de vlam wel over. Hij ging met ons mee naar huis. Vanaf dat moment was het aan. Daar zat een grote natuurlijkheid in. We werden verliefd, dat was niet anders dan andere relaties. Het verschil was dat we dit deelden met elkaar. Dat we samen zeiden: we gaan hier mee verder. Het was even wennen, maar vanaf dat moment maakten we niet alleen keuzes voor ons tweeën, maar met en voor ons drieën.

Lee woonde nog in zijn thuisland Engeland. We reisden vaak op en neer en facetime-den heel veel. Na drie jaar besloten we dat hij bij ons in zou trekken. We hadden er de ruimte voor, en hij had niet zoveel spullen. Voor Lee was het een enorme stap. Hij moest zijn familie nog vertellen dat hij homo was, en meteen dat hij naar Nederland zou verhuizen en gaan samenwonen. Niet met één man, maar met twee. Het betekende bovendien een breuk in zijn carrière. We snapten best dat we ons best moesten doen om het vertrouwen van zijn familie te winnen. Om hen ervan te overtuigen dat we erin geloven en eraan willen werken. Gelukkig heeft zijn familie de situatie en ons nu volledig geaccepteerd.

In onze relatie is veel gemeenschappelijkheid. We houden van een mooi interieur, van sporten en reizen en creatieve bezigheden als theater en schilderen. Er was natuurlijk ook wel eens angst of jaloezie. Als een van ons geen zin had in seks en de ander wel, leerde ik denken: het zij zo. In het begin was Lee vooral bezig om Nederlands te leren. Hij verstaat het inmiddels goed en is leraar Engels. Toch, als Harm en ik Nederlands spreken en Lee nét de nuance mist, kan hij zich buitengesloten voelen. Daarom bespreken we àlles. Als je gevoelens verzwijgt krijg je ze vroeg of laat toch op je bord.

We zijn nu drie jaar verder. Lee voelt zich lekker in Amsterdam. Wat mij verraste is dat het leven echt leuker is met zijn drieën. We doen heel veel samen. Naar de bioscoop, uit eten, op vakantie. Sommige dingen waar een van ons geen zin in heeft, vindt de derde man dan juist wel leuk. Lee en Harm winkelen graag, terwijl Lee en ik eindeloos afleveringen Game of Thrones kijken. Dat maakt ons samenleven heel relaxed.

We zijn nu bezig met een juridische puzzeltocht om te zorgen dat Lee financieel niet met lege handen achterblijft als ons iets overkomt. Harm en ik hebben een samenlevingscontract en een gezamenlijke bankrekening. Lee valt overal buiten. We willen ook op dat gebied laten zien dat we er serieus voor gaan. In de homoscene zijn open relaties niet ongebruikelijk, maar dat gaat vooral over seksueel handelen. Het voelt vrij machinaal. Daar hebben we niks mee. Voor ons gaat het in onze drie-eenheid over de liefde.”

http://www.polyamorie.nl

https://www.liefdedelen.nl/polyamorie/

https://www.bnnvara.nl/artikelen/wat-is-het-verschil-tussen-polyamorie-een-open-relatie-en-swingen

http://www.plukdeliefde.nl

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 30 november 2019

 

Geen toevallige ontmoeting

“Mijn eerste man Bram is vijftien jaar na onze scheiding nog steeds mijn beste vriend. Mijn tweede man Chris vindt dat geen enkel probleem. Die twee gaan zelfs samen naar de opera. Chris en ik zijn zó’n goede match, dat ik denk dat het geen toeval is dat we elkaar hebben ontmoet. We zijn allebei heel erg gericht op persoonlijke ontwikkeling en spirituele groei, en helpen elkaar daarin stappen te zetten.

Bij onze kennismaking vertelde Chris dat hij het liefst een full time eigen praktijk wilde voor energetische healing. Het leek me hoog gegrepen, maar het is hem gelukt. Ikzelf lees alle mogelijke boeken over spirituele ontwikkeling, ik onderzoek en experimenteer en werd drie jaar geleden soefi. Heel lang had ik mijn interesse in spiritualiteit aan de kant geschoven om te leven zoals van me verwacht werd. Wat betekende: studeren, carrière maken, trouwen, een huis kopen.

Bram en ik waren allebei harde werkers. We genoten van goed verdienen en leuke dingen doen. Hij liep al moeilijk toen we elkaar ontmoetten, maar vlak voor onze bruiloft viel hij en vanaf dat moment zat hij in een rolstoel. Ik hield van hem, dus zochten we onze weg in een leven met veel praktische uitdagingen. Door het duwen van zijn rolstoel, dacht ik, kreeg ik last van mijn polsen. Daarna werden ook mijn enkels en schouders pijnlijk. Het heeft jaren geduurd voor duidelijk werd dat ik de bindweefselaandoening Ehlers-Danlos heb, waarbij je gewrichten los gaan zitten en je door voeten en heupen zakt. Ik kreeg polsbraces, daarna een loopfiets en voor langere afstanden een rolstoel. Ik had veel pijn en afnemende energie. Ik werd opstandig en paniekerig en vroeg me af hoe dat verder moest. Ik kon Bram steeds minder helpen.

De situatie bracht me wel terug op het spirituele pad. Ik ging op zoek naar antwoorden. Waarom zijn wij allebei gehandicapt geraakt? Wat is het grotere doel van mijn leven? Ik kon het niet met Bram delen. Voor hem is het lichaam gewoon een chemische fabriek. We groeiden als huwelijkspartners steeds verder uit elkaar, tot een scheiding onvermijdelijk was. De vriendschap bleef.

Na een flinke tijd alleen schreef ik me in bij een spirituele datingsite. Ik wilde een partner die persoonlijke ontwikkeling ook hoog in het vaandel had staan. Waarom ik op Chris’ profiel reageerde weet ik niet eens meer, maar later bleek dat hij op dat moment precies drie minuten ingeschreven stond! We wisselden heel veel mails uit, en al snel vertelde ik hem dat ik een progressieve aandoening had en beperkt liep. Ik heb hem flink gewaarschuwd, want door de jaren met Bram wist ik dat een handicap voor een partner zwaarder is dan je je van tevoren realiseert. Chris googelde Ehlers-Danlos en schreef toen: ‘Ach, we zien wel.’ Hij heeft er nooit, nooit, nooit een probleem van gemaakt. Tien dagen na de eerste mail ontmoetten we elkaar, een half jaar later trok hij bij me in, vijf jaar later trouwden we.

Tot mijn veertigste wilde ik alles in mijn leven controleren en regisseren. Mede door Chris laat ik steeds meer los. Dit is het levenspad dat écht bij mij past. Ik ben rustiger en gelukkiger. Fysiek gaat het mij beter dan ooit. Ik loop weer een beetje, soms wel een half uur. Chris heeft nooit geprobeerd mij te ‘healen’. We hebben een heel gelijkwaardige relatie; geen van ons tweeën ‘redt’ de ander. Ik geloof dat onze ontmoeting tot stand is gebracht door wat sommigen God noemen, en wij soefi’s de ‘Geest van Leiding’. Een redderende engel, zogezegd.”

http://www.soefi.nl/universeelsoefisme

http://www.stukkenbeter.nl

http://www.netsamen.nl

 

Oud ijzer, Tata Steel en torenklokliefhebbers

Bakens in het vlakke Nederlandse land zijn het: kerktorens en hun klokken. Maar de dikwijls eeuwenoude mechanische uurwerken werden na WOII steeds vaker vervangen door punctuele elektrische modellen. Heel jammer, vond een groep techneuten bij staalbedrijf Hoogovens, en begon in zijn vrije tijd torenuurwerken te repareren.

“Een tijdlang gebruikten we een lokaal van een leegstaande school in IJmuiden als opslagplaats voor oude torenuurwerken,” vertelt vrijwilliger Nico Kroese. “Zonder dat we het wisten werd de school gesloopt en waren de uurwerken als oud ijzer op straat gegooid. We hebben er één kunnen redden. Het hele mechaniek was getordeerd, maar wij hebben het hier volledig teruggebracht in de oorspronkelijke staat.” Grinnikend: “Dat was wel wat je noemt een uitdaging.”

Kerk van Jisp

“Hier” is een werkplaats op de eerste verdieping van een oude loods in Velsen-Noord. Het pand is eigendom van wat vroeger Hoogovens heette, daarna korte tijd Corus en tegenwoordig Tata Steel. In 1978 hoorde Jan Scholtens, instrumentmaker bij Hoogovens, dat het torenuurwerk uit de kerk van zijn woonplaats Jisp zou worden weggedaan. Net zoals elders in het land zou het vervangen worden door een elektrisch uurwerk. Scholtens vond het eeuwig zonde en overlegde met technische collega’s wat ze eraan konden doen. Dat leidde tot de vorming van de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk. Hoogovens stelde een werkruimte beschikbaar, Scholtens en zijn collega’s herstelden in hun vrije tijd het uurwerk en plaatsten het terug. Het loopt nog steeds. Daan Kerkvliet, secretaris van de Stichting, schat dat het zo’n honderd tot tweehonderd jaar gaat duren voor opnieuw een reparatie nodig zal zijn.

15e eeuws uurwerk

Het verhaal van de restauratie verspreidde zich snel, en zo werd de groep vrijwillige techneuten ook betrokken bij het herstel van het torenuurwerk in het Noord-Hollandse dorpje Winkel. Koolstofonderzoek van de houten opwindtrommel dateerde het mechanisme op begin 15e eeuw. Omdat het uurwerk inmiddels al vervangen was door een moderne elektrische aandrijving staat het origineel nu museaal opgesteld in de Lucaskerk te Winkel.Tot de dag van vandaag weten talloze liefhebbers de Stichting te vinden. De vrijwilligers zijn inmiddels allemaal gepensioneerd, maar onverminderd enthousiaste en deskundige metaalbewerkers en elektrotechnici. Secretaris Daan Kerkvliet werkte als constructeur van bruggen en tunnels en is ‘gewoon’ liefhebber van klokken.

Eigen uitvindingen

Hun credo is ‘Geen wijzigingen aanbrengen in het uurwerk’. Alle verbeteringen worden daarom bevestigd met een klemverbinding. Dat betekent niet dat ze moderne technieken schuwen. Omdat er geen kosters meer zijn die gewichten ophalen, heeft de groep volledig automatische opwindsystemen ontwikkeld, inclusief de bijpassende software. Een andere uitvinding is de slingervanger. Tweemaal daags stopt die gedurende een aantal seconden een uurwerk dat per dag circa één minuut voorloopt. Daarna kan het op de exacte tijd weer verder lopen. Door deze toevoegingen lopen ook heel vroege uurwerken nu op tijd. Op hun uitvindingen heeft de Stichting geen patent. Integendeel: veel van de in de afgelopen decennia verzamelde kennis is beschikbaar via haar website. Een deel wordt opgeslagen in een aparte kennisbank. Daan: “Hoe meer ze nagemaakt worden, hoe meer klokken gerepareerd kunnen worden.”

Advies en zelf doen

Het aantal vragen om hulp was soms zo groot, dat mensen weleens langer dan een jaar op hulp moesten wachten. Begin 2000 besloot de Stichting een meer adviserende rol te gaan spelen, en het daadwerkelijke reparatiewerk grotendeels over te laten aan gespecialiseerde bedrijven als Eijsbouts en Daelmans in Brabant en Vellema in Friesland. Voor hun advieswerk vragen ze een bescheiden vergoeding. Wanneer er tijd voor is, doen ze nog steeds graag dingen zelf.

Zichtbaar

Wat torenuurwerken zo boeiend maakt? Voor Nico Kroese is de geavanceerde techniek van de eeuwenoude appraten een blijvende bron van verbazing. “Zulke ingenieuze apparaten. Hoe kregen ze dat in die tijd al voor elkaar?” Daan Kerkvliet: “Het leuke is het formaat. Je maakt zelf onderdelen op een heel andere schaal dan normaal gesproken. In principe is er geen verschil met een gewone mechanische klok. Het zijn allebei tandwielstelsels met een slinger, en meestal een slagwerk met hamer. Alleen het op tijd zetten is lastiger. Je kunt immers niet bij de wijzers. Verder kom je op heel veel verschillende plaatsen, en doe je onderzoek in archieven omdat er zoveel historie verbonden is aan deze uurwerken. En wat ook echt leuk is: je werk is heel zichtbaar.”

www.torenuurwerk.nl

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer 2019 van Vakblad Edelmetaal

 

 

 

15e eeuws torenuurwerk Lucaskerk te Winkel, N-H 

Niemand was leuker dan Carlos

Seline (29) en Carlos (38) hadden tien jaar een langeafstandsrelatie. Ze trouwden om in Egypte te kunnen samenwonen.

“Vlak voor we trouwden gaven we een heel groot feest in het huis van mijn aanstaande, Spaanse schoonouders. Zonder speeches of ceremonie, maar met heel veel mensen en eten en muziek en vrolijkheid. Carlos en ik hadden al tien jaar een relatie. Pas door dat feest leerden ook onze ouders elkaar kennen.

Ik was naar Spanje gekomen om de taal te leren. Achttien was ik toen ik Carlos ontmoette in Madrid. Binnen twee maanden hadden we verkering, en toen ik na een half jaar terugging naar Nederland wilde ik het niet uitmaken. Daarvoor was Carlos veel te leuk. Maar hij was al 27 en net met zijn eigen filmbedrijf begonnen. Hij vond dat hij niets van mij mocht verwachten, omdat ik nog zo jong was. We spraken af om onze relatie vrijblijvend te houden. Als het te moeilijk werd konden we het beëindigen.

Dat gaf mij de vrijheid om te studeren waar ik wilde en in veel verschillende landen onderzoek te doen of te werken. Carlos was reislustig genoeg. Alleen in een ander land wonen wilde hij niet, want zijn hele professionele netwerk was in Spanje. Doordat hij mij vaak bezocht ging hij daar wat makkelijker over denken. Ik woonde onder andere in Engeland, Mexico en Ecuador. Tijdens een onderzoeksopdracht in Argentinië kwam hij naar me toe en waren we vijf weken lang elke dag bij elkaar. Dat is de enige keer dat we een soort van samenwoonden. Het ging heel gemakkelijk en vanzelfsprekend.

We zagen elkaar een keer in de drie maanden, later toen we meer verdienden en makkelijker tickets konden betalen een keer in de twee maanden. Natuurlijk was er soms aandacht van andere mannen. Daar kon ik heus wel van genieten, maar ik vond de meeste jongens niet zo boeiend. Niemand was leuker dan Carlos. Hij is heel gepassioneerd over zijn werk en kan er zó inspirerend over vertellen. Zelf ben ik net zo gedreven in wat ik doe. Ik wil graag bijdragen aan een rechtvaardiger wereld en zoek altijd werk bij sociale organisaties. Zo kwam ik een jaar geleden bij de VN in Egypte terecht. Vanaf de eerste keer dat hij me opzocht vond Carlos het een geweldige stad. De drukte, de chaos, het weer, alles sprak hem aan. Zozeer dat hij er ook wilde wonen. Ik heb een werkvisum. Hij daarentegen kan niet zomaar naar Egypte verhuizen. Alleen wanneer we trouwden zou hij mogen blijven.

Voor het eerst gingen we nadenken over het officieel maken van onze relatie. Trouwen bleek simpeler dan een geregistreerd partnerschap, ook als we in de toekomst nog in andere landen willen samenwonen. Ik zelf dacht aan een pragmatische administratieve afhandeling van het huwelijk, maar Carlos’ familie is daar veel emotioneler in. Zij wilden graag deel zijn van een bruiloft, en omdat onze families elkaar nog niet kenden hebben we daarom dat grootse feest in Spanje gegeven. De wettelijke ondertekening was een maand later in de stad waar ik gestudeerd had.

We zijn nu een visum aan het aanvragen voor Carlos. Waarschijnlijk komt hij over drie maanden voorgoed bij me wonen. Ik denk dat het heel gezellig wordt. Hij kan hier voorbereidend werk doen of films editen, en een paar keer per jaar naar Spanje gaan om te filmen. Hij heeft al een paar Egyptische filmmakers leren kennen. Trouwen was in eerste instantie een zakelijke keuze, maar nu betekent het toch dat we er voor kiezen samen te zijn. Stel dat mijn volgende baan in een crisisgebied is. Dan heeft hij daar ook wat over te zeggen. Mijn basis is niet langer een huis of appartement. Voortaan is Carlos mijn thuis.”

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in AD Magazine van 23 november 2019

https://europa.eu/youreurope/citizens/family/couple/marriage/index_nl.htm

 

Duizend teruggevonden trouwringen

De schrik is groot als iemand een trouwring verliest. Nog groter is de dankbaarheid wanneer vrijwilligers van GevondenVerloren.nl de gouden band terug weten te vinden. Afgelopen zomer haalden de metaaldetecteerders de duizendste trouwring in hun vijfjarig bestaan boven water.

Een trouwring verliezen kan op allerlei manieren en om allerlei redenen. Mensen vallen bijvoorbeeld af, bewust of doordat ze ziek zijn geweest. Ze smeren zich in met anti-zonnebrandcrème, waarna bij het zwemmen de ring van hun vinger glibbert. Ze verliezen hem bij het eendjes voeren, bij het overgooien van een bal in het water of bij het uitkloppen van een mat op hun balkon. Soms wordt hij bij een ruzie bewust weggegooid.

Vreugde

Wie dan bij GevondenVerloren.nl om hulp vraagt via de website of WhatsApp, krijgt meestal heel snel antwoord. Na een standaard uitvraagprocedure – waar verloren, op land of in water, in het laatste geval: hoe diep? – gaat een duo detecteerders zo snel mogelijk op zoek. GevondenVerloren.nl bestaat uit heel diverse mensen, die als hobby aan metaaldetectie doen. Sommigen zijn ook ervaren duikers. ‘We doen dit speurwerk omdat we het mensen gunnen hun emotioneel waardevolle spullen terug te krijgen. Als dat lukt en je ziet hun vreugde…dat moment is met geen geld te betalen,’ vertelt Richard Ober, die samen met Martin van Hees GevondenVerloren.nl beheert en coördineert. ‘Voor ons betekent het bovendien avontuur. We maken zoveel mee!’

Emotie aan sieraden

Martin van Hees, oprichter van GevondenVerloren.nl, doet vrijwel zijn hele leven al aan metaaldetectie, en ging later ook duiken. Hij realiseerde zich hoeveel emotie er aan sieraden zit toen hij zelf een gouden voetballetje verloor, dat vervolgens door zijn eigen zoon werd teruggevonden. Op Hyves, een voorloper van Facebook, begon hij mensen bij elkaar te brengen die sieraden gevonden of verloren hadden. Het aantal hulpvragen steeg zo snel, dat hij vrienden uit de detectiewereld vroeg ook mee te werken.

324 Keer succesvol

Inmiddels telt de groep 36 leden, grotendeels in Nederland, maar ook een aantal in België en Duitsland. Ze zoeken naar alle mogelijke sieraden en andere dierbare metalen voorwerpen, maar het meest zoeken ze naar trouwringen. De speurders gebruiken detectieapparaten, die reageren op het specifieke eigen geluid van metalen, en af en toe magneten. GevondenVerloren.nl is heel succesvol. In 2018 werd 383 keer hun hulp ingeroepen. Daarvan vonden ze 324 keer het verloren voorwerp terug.

Ringen in het water

Richard herinnert zich een bruiloft waar een tante in rolstoel de ringen wilde bekijken. Ze trok het doosje iets te onhandig open, en één ring sprong weg. Aanvankelijk had niemand van de vrijwilligers tijd. Daarop ergerden ze zich zo aan zichzelf en elkaar, dat uiteindelijk maar liefst vijf leden hun bezigheden lieten voor wat ze waren en kwamen zoeken. En vonden! Een andere keer was het bruidspaar op een vlonder de ceremonie aan het oefenen. De bruidegom liet beide ringen in het water vallen. Martin dook ze nog diezelfde avond op.

Zeearend

Soms lukt een zoekactie ook niet. Wat de hele club tot nu toe het meest bijblijft was een set trouwringen, die al vier generaties werd doorgegeven in de familie van de bruid. Een valkenier zou het doosje door een zeearend laten invliegen en afgeven aan het bruidspaar op de binnenplaats van een kasteel. Maar de vogel raakte uit balans, landde op een schoorsteen, vloog nog een paar rondjes en verloor ergens onderweg de ringen. De detecteerders zijn een half jaar bezig geweest met het uitkammen van het kasteelterrein, terwijl vijf duikers de slotgracht doorzochten. Ondanks die verbeten inzet zijn de ringen nooit gevonden.

Karmapunten

GevondenVerloren.nl droeg heel lang de meeste kosten zelf. Omdat ze te hoog werden is nu een stichting in oprichting. Dat maakt donaties en sponsoring mogelijk, zodat de groep kan blijven doen wat ze doet. Commercieel zal het nooit worden. Richard: ‘Dan wordt het werk en dat willen we niet. Opgetogen mensen zeggen wel eens tegen ons dat we extra karmapunten hebben verdiend, of zelfs een plaatsje in de hemel. Heel leuk natuurlijk. Maar wij vinden helpen de gewoonste zaak van de wereld.’

http://www.gevonden-verloren.nl

 

@MaartjeStrijbos

Dit verhaal verscheen eerder in vakblad Edelmetaal, editie december 2019

Wat moest zij met een zieke man?

Florence Nightingale. Credit: Wellcome Library, London. Creative Commons Attribution

De ziekte van Evert (57) drukt een stempel op zijn huwelijk met Bernadette (62). Maar haar onvoorwaardelijke liefde is voor hem een openbaring.

“Bernadette dacht in eerste instantie dat ik een kunstbeen had, omdat ik zo moeilijk liep. Ik was 25 en had al zeven jaar MS*, maar was naar het schijnt best een aantrekkelijke jongen. We ontmoetten elkaar een paar keer in een kroeg. We hadden leuke gesprekken en daarna een heel fijne week samen. Daar bleef het bij, tot ik haar een brief schreef om haar te bedanken voor die week. Ze belde meteen, vroeg of we vrienden konden blijven. Dat kon ik niet, want ik was verliefd op haar. Ze kwam op bezoek om er over te praten. Ze is sindsdien gebleven.

Het was op een moment in mijn leven dat ik het idee ooit nog een vrouw te vinden had losgelaten. Mijn eerste vriendin wilde niet samenwonen en had na drie jaar onze relatie beëindigd. Achteraf denk ik, vind je het gek, ze was pas twintig. In diezelfde periode werd mijn evenwichtsgevoel in snel tempo minder en kwam ik in de ziektewet. Ik voelde me uitgeblust en alleen. Geen vriendin, geen werk. Ik dacht weleens aan zelfmoord. De MS hing als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Ik realiseerde me dat mijn marktwaarde erdoor daalde en wilde zo snel mogelijk iemand aan me binden. Ik was veel te behoeftig, te nooddruftig. Natuurlijk joeg dat vrouwen op de vlucht. Uiteindelijk besloot ik dat ik in mijn eentje gelukkig ging worden. Ik liet mijn angsten los. En daar was Bernadette.

Mijn handicap had een grote invloed op ons leven. Ik was behoorlijk afhankelijk van Bernadette. Als zij laat uit haar werk kwam, zat ik bijvoorbeeld weleens de hele avond in een volgeplaste broek op haar te wachten. In 1989 belandde ik in een rolstoel en moesten we verhuizen naar een aangepaste benedenwoning. Ik was soms onzeker. Wat moest zij met mij, een zieke man? Ik zei weleens snerend: ‘Wil jij de Verpleegster Van Het Jaar worden of zo?’ En dan antwoordde ze: ‘Ik hou gewoon van je’. Haar onvoorwaardelijke liefde was voor mij een openbaring.

Een kind krijgen ging ook niet vanzelf. We hebben wel veel geoefend, maar ten slotte afscheid genomen van het hele idee. Op haar 38ste werd Bernadette onverwacht toch zwanger. We gingen door het dak van geluk, en door een diep dal toen ze een miskraam kreeg. Vier maanden later was ze opnieuw in verwachting. We werden de ouders van Laura. In haar verzorging kon ik niets betekenen, want mijn gezondheid ging verder bergafwaarts. We hadden hulp van vrienden en oppassen, en Thuiszorg moest me helpen met douchen en aankleden. Ik voelde me overbodig en opnieuw depressief. Ik kreeg er antidepressiva voor. Lekker spul hoor, ik blijf het de rest van mijn leven slikken. Voor Bernadette werden intussen werken, huishouden en zorgen te veel ballen om in de lucht te houden. Toen Laura drie maanden was zijn we verhuisd naar een Fokuswoning. Dat is een appartement in een gewoon flatgebouw, helemaal aangepast aan zwaar gehandicapten. Ik kan 24 uur per dag bellen om hulp. Bernadette kreeg weer lucht.

Laura is nu volwassen en het huis uit. We zijn weer met zijn tweeën. We fietsen samen heel wat af, ik in mijn rolstoel met ondersteuning, zij op haar eigen fiets. Er is wel eens ruzie, maar onze basis is goed. Zij is serieus, ik maak grappen en zet koffie. We hebben ook ieder ons eigen leven. Ik heb veel vrienden, zij heeft haar hobbies en vriendinnen. Ik zit niet de hele dag te wachten tot ze thuiskomt. Maar als zij weg zou vallen, weet ik niet of ik sterk genoeg zou zijn om een nieuw leven op te bouwen.”

*Multiple Sclerose – auto-immuunziekte waardoor bewegen moeilijk wordt

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van zaterdag 12 oktober 2019

http://www.livinglikeyou.com/nl/stories/detail/putting-your-love-to-the-test-with-ms

https://www.makeyourspace.nl/blog/liefde

https://nl.medipedia.be/multiple-sclerose-nieuws/ms-en-depressie-4-vragen

 

 

Tweeëntwintig jaar wachten op mijn grote liefde

Thomas Gainsborough

Lady Richard Brinsley Sheridan

Anouk (48) en Sjoerd (55) voelden zich geweldig bij elkaar, maar hij koos toch steeds voor zijn gezin

“ ‘Dit moet stoppen, ik kan dit niet”, zei Sjoerd. Hij was een degelijke man, die zijn gezin, zijn jonge kinderen niet in de steek wilde laten, al was de relatie met zijn vrouw weinig inspirerend. Ik had het idee dat ik mijn grote liefde kwijt was. In de maanden daarna werd ik zo depressief dat ik zelfmoord overwoog. Met medicijnen en therapie ben ik overeind gekrabbeld.

We leerden elkaar kennen bij een koor waar we in zongen. In de bus naar een van onze concerten gingen we naast elkaar zitten. Dat was leuk! We konden over alles praten. Hij had échte belangstelling voor me. Op de terugweg zochten we elkaar opnieuw op, en in onze woonplaats stapten we allebei in lichte verwarring uit. De daaropvolgende tijd begon er iets te broeien tussen ons. We gingen wandelen om er over te praten. We gaven elkaar de eerste zoen. Een hele fijne zoen.

Daar hadden we het bij kunnen laten. Ik woonde samen, hij had een gezin. Tot mijn vriend wegging en ik opeens alleen woonde. Nu konden we elkaar bij mij thuis ongestoord ontmoeten. Ik merkte dat er iets in Sjoerd wakker werd. Hij komt over als een heel serieus type, heel verantwoordelijk en onkreukbaar. Met mij werd hij vrolijker en luchthartiger. We konden samen hard lachen, er waren plagerijen en zelfspot. Toch koos hij weer voor zijn gezin.

De zwarte periode die volgde was met medicijnen en therapie nog niet voorbij. Ik ging alleen op een lange reis, met de gedachte dat ik misschien niet eens terug zou komen. Ik overwoog nog steeds zelfmoord, overdacht scenario’s die het op een ongeluk zouden laten lijken. Uiteindelijk besloot ik dat ik het mijn oma, die twee kinderen verloor aan ziektes, niet kon aandoen om uit het leven te stappen. Bij mijn terugkeer vond ik mijn beroepsmatige bestemming in de journalistiek. Dat maakte me gelukkig. Voor mannen stond ik echter niet open.

Zeven jaar later vroeg ik Sjoerd om een afspraak. Een kennis had gezegd dat ik hem idealiseerde en realistischer moest worden. Ik wilde uitzoeken of dat zo was. We ontmoetten elkaar en ik dacht: ‘Hoezo realistisch worden? Hij ís gewoon ontzettend leuk. En dit gaat niet over.’ Met het nieuwe contact was het meteen weer crisis voor ons allebei. Ik wilde hem, hij wilde mij, maar opnieuw trok hij zich terug. Ik voelde me zó belazerd, want ik wist dat hij gek op me was. Ik liet hem weten dat ik hem nooit meer wilde zien.

Rond mijn veertigste begon ik aan nieuwe relaties. Die waren best goed, al had ik met die mannen nooit het intense contact dat ik met Sjoerd had gehad. Vorig voorjaar kreeg ik opeens het knagende gevoel dat het niet goed ging met Sjoerd. Ik stuurde hem een anonieme Valentijnskaart. Hij had door dat die van mij kwam en mailde om me te bedanken. Daarna aarzelden we lang, maar uiteindelijk spraken we toch een keer af. Het bleek dat zijn kinderen het huis uit waren en hij een scheiding overwoog, omdat hij verliefd was op iemand. De bodem zakte onder me vandaan. Ik wachtte al zo lang op hem, en nu zou hij er met een ander vandoor gaan. Maar intussen was ik ook verliefd geworden op een andere man.

Uiteindelijk liep het niet lekker met onze respectievelijke relaties. Toen koos Sjoerd eindelijk voor mij, en een half jaar geleden zijn we gaan samenwonen. Soms is het nog onwerkelijk. Na al die jaren. Na al dat getwijfel van hem. Ik heb tweeëntwintig jaar gewacht, maar nu zeg ik uit volle overtuiging: ‘Dit is het’.”

 

https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/relatie-en-huwelijk/80528-verliefd-op-een-getrouwde-man-wat-nu.html

https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/relatie-en-huwelijk/73313-liefdesverdriet-gek-worden-van-liefdesverdriet.html

https://www.113.nl/i/zelfmoord-door-liefdesverdriet

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 5 oktober 2019