Nooit tegelijk verliefd

“Dertien was Anna, toen ik haar ontmoette. In haar ouderlijk huis, waar ik was om piano te spelen met haar vader. Vanaf die tijd kwamen we elkaar in onze kleine provinciestad vaak tegen, en het was altijd hartstikke leuk praten met haar. Later vertelde ze dat ze indertijd verliefd op me was. Op mijn negentiende vertrok ik naar een conservatorium in het midden van het land. Pas toen Anna een paar jaar later in dezelfde stad kwam studeren, werd ik verliefd op hààr. Ik zweeg erover, want ik had een vriendin. Maar op een moment dat we allebei in between relaties waren, belandden we samen in bed. Van vrijen kwam echter niets. We waren gewoon té vertrouwd met elkaar. We zeiden: ‘Hier laten we het bij. We hebben het goed als vrienden’.

In de jaren daarna kregen we allebei een partner en ongeveer tegelijkertijd kinderen, elk een zoon en een dochter. Op een broer-zusachtige manier deelden we heel veel. We gingen samen de stad in met onze kinderwagens. Later zagen we elkaar iedere dag op de crèche en vervolgens op de basisschool. Anna’s kinderen waren zeven en vier jaar toen haar man besloot dat het gezinsleven hem niet paste. Hij wilde om de wereld zeilen, en dat is hij gaan doen.

Niet veel later liep ook mijn eigen relatie stuk en kreeg ik een verhouding met een collega. Met mijn ex-vrouw bouwde ik een goede relatie met co-ouderschap op. Mijn nieuwe vriendin had daar moeite mee. Bovendien voelden mijn kinderen zich niet op hun gemak bij de vriend die hun moeder daarna kreeg. Als ze bij hen waren, wilden ze soms toch liever naar mij. In die tijd hadden Anna en ik een aantal jaren geen contact. Ze vond dat ze Karel de gezellige kwijt was, en mijn nieuwe vriendin kwam er bij haar niet in.

In 1999 waren we allebei vrij en zochten elkaar opnieuw op. Met onze kinderen aten we over en weer bij elkaar. En opeens werd ik weer verliefd op haar. Op een van die sameneet-avonden regende het zo hard, dat het beter was om niet meer naar huis te fietsen. Iedereen bleef slapen. De kinderen bij elkaar, Anna bij mij. Die nacht sloeg de vonk wèl over. Vanzelf. Er was geen seconde dat het niet klopte. Toch aarzelde Anna de volgende ochtend. Ze wilde onze bijzondere vriendschap niet in de waagschaal stellen voor het experiment van een relatie. Veertig dagen lang hadden we geen contact. Toen sms-te ze: ‘Ik heb vlinders in mijn buik’.

De kinderen waren enthousiast over ons. Op dat moment voelde mijn ex zich vrij om met haar vriend naar Frankrijk te verhuizen. Ze wist dat de kinderen bij Anna en mij in goede handen waren. Wij kochten toen een huis dat groot genoeg was voor ons en vier pubers tussen de tien en vijftien jaar. Het leven met nieuwe broers en zussen was voor hen natuurlijk ook wennen, maar al gauw zeiden ze: ‘Wat fijn dat jullie gefuseerd zijn.’ De afwezigheid van beide andere ouders zorgde voor veel rust. We hadden nog maar twee opvoedstijlen die we moesten combineren. Het botste af en toe, maar we hebben geleerd om àlles uit te praten. Een samengesteld gezin heeft ook voordelen. We keken met net iets meer afstand naar elkaar’s kinderen en konden elkaar geruststellen, wanneer een van ons bang was ‘dat er niets van het kind terecht zou komen.’ We zijn nu bijna twintig jaar verder. De kinderen zijn evenwichtige volwassenen geworden die zich echte broers en zussen voelen. Ik vind het een zegen dat we dat samen hebben kunnen doen.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 30 juni 2019

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/man-en-vrouw/155730-verliefd-op-je-beste-vriend-of-vriendin.html

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/07/hart-open-en-relax-1615851-a1019288

https://www.radarplus.nl/article/279/De-lusten-en-de-lasten-van-een-samengesteld-gezin

 

Advertenties

Carola viel altijd op donkere vrouwen, totdat ze Sanne tegenkwam

Nanas by Niki de Saint Phalle, exhibit at the Guggenheim Museum.

Carola (32) viel altijd op donker gekleurde vrouwen met buitenlandse wortels. Nu is ze smoorverliefd op de oer-Hollandse Sanne (30).

“Wat nou de reden was dat ik Sanne’s foto op Tinder naar rechts swipete en niet naar links, zoals ik bij de meesten deed? Ik weet het niet. Ze had één foto geplaatst, zonder enige tekst. Normaal gesproken zou ik dan niet reageren. Ik heb er nog met een collega over gesproken. ‘Dat wordt niks’, zei ik, ‘ze is hartstikke blank.’ Maar er was iets in haar gezicht dat me trok. Ze had een heel heldere, open blik. Blauwe ogen, blond haar, een mooie mond. Heel Nederlands zag ze er uit. Totaal anders dan de vrouwen waar ik normaal gesproken op viel.

Dat waren meestal vrouwen met een kleurtje. Nog niet toen ik een puber was in een klein Zeeuws stadje. Daar zijn nu eenmaal zowel minder lesbiennes als minder donkere mensen dan in de Randstad.  Mijn eerste vriendinnetje op mijn vijftiende of zestiende was gewoon een blank meisje uit Rijswijk, dat ik via internet had leren kennen. Ik was wel altijd heel geïnteresseerd in andere culturen. Op de basisschool waren mijn beste vriendinnetjes vluchtelingenkinderen uit Palestina. Hun families waren gastvrij, net zoals mijn eigen familie. We hadden een tamelijk groot gezin met vijf kinderen waar altijd iedereen mee mocht eten. Bij Nederlandse gezinnen was die vanzelfsprekende gezelligheid veel minder.

Op mijn 22e kreeg ik een relatie met een Amsterdamse van deels Surinaamse afkomst. Ze was heel mooi en lief, had een fantastische  bos krullen. Een vrouwelijke vrouw, waarvan je niet zou zeggen dat ze pot was. Voor haar verhuisde ik naar de hoofdstad. We hebben ruim zes jaar samengewoond. Bij haar familie vond ik ook de gezelligheid waar ik zo van houd. Surinaamse feesten zijn geweldig. Vaak groot, met heel veel mensen en heel veel lekker eten. Er is muziek, er wordt gedanst. En bij mijn schoonmoeder konden we altijd aanschuiven. Ik denk dat in die tijd mijn voorkeur voor donkere vrouwen is ontstaan.

Uiterlijk is natuurlijk het eerste waar je naar kijkt, en de relaties daarna waren altijd met gekleurde vrouwen met buitenlandse wortels. Verder waren ze uiterlijk heel verschillend. Zo was een van mijn vriendinnen een stoere Antilliaanse die op hoog niveau zwom. Ik houd van stevige heupen en billen, terwijl zij juist door dat zwemmen hele brede schouders had en totaal geen billen. Uiteindelijk gaat het er toch om of karakters bij elkaar passen.

Met Sanne gaat alles vanzelf. We hebben nog nooit ruzie gehad. Al tijdens de eerste afspraak was het echt gezellig. Praten ging heel gemakkelijk, heel natuurlijk. We spraken nog een keer af, en nog eens. Na een maand vroeg ik of ze mijn vriendin wilde zijn. En nu, vijf maanden verder, zijn we elke dag samen. Zij is heel relaxed. Ze probeert me niet te veranderen. Dat voelt veilig. Ik kan mezelf zijn met al mijn vreemde dingetjes. Rare geluidjes maken bijvoorbeeld, of in mezelf praten. Ze weet nu al wanneer ze daar wel of niet op hoeft te reageren. Ik ben een zorgzaam iemand, maar kan ook haar zorgzaamheid accepteren.

Op straat of op TV kijk ik nog steeds eerder naar donkere vrouwen dan naar blanke. Sanne kijkt natuurlijk ook wel eens naar mooie vrouwen of mannen. We hebben geen van beide onze ogen in onze zak zitten. Toch kiezen we voor monogamie. In het verleden was dat wel eens anders. Dan bleef het niet bij kijken alleen. Nu vind ik dat een beetje spanning en avontuur niet opweegt tegen de rust van iemand op wie je kunt bouwen. Ik ben tevreden en blij. En kijken mag altijd.”

Dit artikel verscheen eerder in het AD Magazine van 18 mei 2019

https://tinder.com/

https://weareher.com/

https://www.zoeapp.co/

https://vrouwvrouw.nl/lesbisch-daten-in-zeeland

Trijntje overleed jong, en Jannes vond nooit meer een vrouw die bij hem paste

Voor Jannes (74) met Trijntje trouwde was hij een rokkenjager. Sinds zijn vrouw 23 jaar geleden stierf heeft hij niemand meer gevonden die helemaal bij hem past.

“ ‘Trijntje kwam op de Veluwe een loner tegen’, zei een vriend die sprak op haar begrafenis. Dat klopte. Als jonge man was ik geen deel van een hechte vriendengroep. Door mijn streng-Christelijke opvoeding had ik een sociale achterstand. Bij ons thuis werd niet geknuffeld, en op zondag waren voetballen, zwemmen of dansen uit den boze. Het was een leven waar geen vreugde aan te pas kwam. Het maakte me kwaad en voor altijd onrustig. Vanaf het moment dat ik het ouderlijk huis verliet deed ik alleen nog waar ik zélf zin in had, op de manier die ík wilde.

Het waren de jaren zestig en zeventig. De tijd van seks en drugs en rock&roll. Ik had een woeste bos haar, droeg altijd leren jasjes en spijkerbroeken. Ik zat niet achter de vrouwen aan. Ze kwamen zelf op me af. Geen degelijke gereformeerde vrouwen, maar wereldse types met een open uitstraling. Dat kwam goed uit, want die vond ik interessant. Met tientallen van hen deelde ik het bed. Soms had ik meerdere vriendinnen tegelijk. Toen ik op mijn 27ste Trijntje ontmoette en we een relatie kregen veranderde daar niets aan.

Ze wist ervan, want ik sliep weleens niet thuis. Maar we hadden het er nooit over. Trijntje accepteerde mijn moeilijke kanten. Ik ben onbeheerst, heb geen vriendelijke uitstraling. Uit het niets kan ik woest worden. Daar kon ze mee omgaan, ze bleef kalm. Na vijf jaar gingen we samenwonen in een huis dat mijn toenmalige werkgever voor ons geregeld had. Op een gegeven moment zei hij: ‘Doe me een lol en ga trouwen. Anders krijg ik in deze christelijke gemeente nooit meer een woning voor andere personeelsleden.’ Ik vond trouwen intens burgerlijk. Uit verstandelijke overwegingen heb ik het toch gedaan.

Het eerste jaar van ons huwelijk ging ik iedere avond tegen tienen een eindje rijden om mijn onrust kwijt te raken. Ik hield wel meteen op met andere vrouwen naar bed te gaan. Omdat ik dacht: ‘Dit kan zo niet doorgaan. Dan had je maar niet moeten trouwen.’ Vanaf die tijd heb ik me helemaal op Trijntje gericht en werd de relatie steeds beter. Geestelijk voelde het alsof we altijd samen waren, terwijl we elkaar heel vrij lieten in hoe we wilden werken en onze vrije tijd inrichten. Ook de hartstocht nam alleen maar toe. Ik heb sindsdien geen andere vrouwen meer begeerd.

Op haar 46e kreeg Trijntje kanker. Een jaar later was ze dood. Na bijna twintig jaar een heel hecht leven met zijn tweeën moest ik alles alleen doen. Ik had er grote moeite mee, al functioneerde ik wel op mijn werk, met sporten, met bezoeken afleggen bij vrienden en kennissen. Voor vrouwen stond ik heel lang totaal niet open. Tot er uiteindelijk een vurige verstandhouding ontstond met een jonge weduwe die ik via vrienden ontmoette, een slimme vrouw met een brede kijk op het leven.

Toch verwaterde het fysieke op een gegeven moment. Hetzelfde gebeurde daarna met een vroegere vlam die weer opdook. Toen ben ik rationeel gaan denken. Hoofd en kruis moeten in balans zijn, en Trijntje is de enige van wie ik echt op die manier gehouden heb. Mijn grote huis is vaak te klein voor mijn energie en onrust. Daar kan geen vrouw meer bij. Bovendien wil ik niet oud worden met een oude vrouw. Terwijl ik me van een jongere vrouw zou afvragen wat ze moet met mij. Als Trijntje was blijven leven, was ik meegegroeid in haar ouder worden en hadden we het vuur er zeker in kunnen houden. Nu kan ik die knop niet meer omzetten. ”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 4 mei 2019

https://www.linda.nl/nieuws/rouwspecialist-nieuwe-liefde-overlijden-partner-schuldgevoel/

Nieuwe liefde na de dood van je partner

http://www.deatheist.nl/index.php/de-auteur

https://ikbeneenafvallige.wixsite.com/ikbeneenafvallige/single-post/2015/06/27/Religieuze-opvoeding

Ze heeft heftige levensthema´s, maar maakt hem toch vrolijk

Rein (41) en Lieke (29) zijn allebei sociaal werker. Ze helpen graag andere mensen. En elkaar.

“Lieke had overal schijt aan. Ze flapte er alles uit wat ze dacht, had altijd wat te ouwehoeren, was altijd vrolijk. Ik vond haar leuk, maar zat nog midden in een relatie. Bovendien was ze mijn stagiaire en een heel stuk jonger dan ik.

Mijn toenmalige vriendin en ik leefden voor een groot deel langs elkaar heen. Ik was ongelukkig, maar praatte liever niet over mijn eigen sores. Hoewel ik dat opkroppen helemaal niet stoer vind. Alleen: ik praatte al zoveel op mijn werk. Dan had ik daar thuis geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch naar een psycholoog gegaan, die me hielp na te denken of het verstandig was om in die relatie te blijven. Ik realiseerde me dat je steeds moet investeren in contact en communicatie. Anders raak je elkaar kwijt. Desalniettemin besloten mijn vriendin en ik dat het beter was uit elkaar te gaan.

Twee jaar later kwam ik Lieke weer tegen. We gingen een paar keer uit eten, we spraken vaker af. Ik vond het wel lastig dat ze zoveel jonger is, vroeg me af wat andere mensen daarvan zouden vinden. Maar het ging heel natuurlijk, en we werden een stel. Dat ze zulke heftige levensthema’s had, voorzag ik op dat moment niet. Al snel trok ze bij me in. In het begin ging dat hartstikke goed. Toen we een paar maanden samenwoonden werd een oom van Lieke veroordeeld wegens misbruik van Lieke en haar jongere zus. Ook al had ze zelf aangifte gedaan, het was voor haar een moeilijke tijd. Ze voelde zich schuldig omdat ze haar zusje niet had beschermd. In die tijd gingen ook nog eens haar ouders uit elkaar. Alle positiviteit die ze eerst had verdween. Ze was verdrietig en ook angstig. Soms controleerde ze wel acht keer of de voordeur op het nachtslot zat. Het duurde ruim een jaar voor ze weer was bijgekomen.

Een tijdje daarna kreeg ze ontzettende last van een ontstoken dikke darm. Ze was doodmoe, kon niet meer werken, was aan huis gekluisterd. Opnieuw waren de vrolijkheid en energie die ik zo leuk vond weg. Ik ging twee keer zo hard lopen. ’s Morgens voor haar zorgen, dan ’s middags en ’s avonds naar mijn werk. Ik maakte er keiharde grappen over: ‘Kijk mij eens, met mijn jonge vitale vriendin.’ Daar kon zij ook om lachen. Het was voor ons allebei een soort ontlading van spanning. Dankzij andere medicijnen knapte ze opeens snel op. Ze maakte haar opleiding af en werkt nu weer vier dagen in een tehuis met demente bejaarden. We gaan graag uit eten, naar concerten en op reis. We hebben het fijn.

Het lijkt misschien alsof ik de hulpverlener ben in deze relatie. Toch is dat niet zo. Lieke is er net zo goed voor mij. Mijn alcoholistische vader stierf toen ik tien was. Met mijn moeder en broer waren we jarenlang een bijstandsgezin. Ik was nogal een wilde puber, veel drinken, veel blowen, drummen in een metalband. Maar het ging goed hoor, we deden het prima met zijn drieën, al vind ik het natuurlijk jammer dat ik nooit een volwassen contact met mijn vader heb kunnen hebben. Lieke vraagt er vaak naar. Als ik zenuwachtig ben voor iets op mijn werk praat ze er over met me en stuurt tussendoor extra appjes. Zij is mijn klankbord als ik neerslachtig ben. Bij meningsverschillen blijven we in gesprek. Wij hebben het fijn in toptijden én als het niet goed gaat. Ik word gewoon heel vrolijk van haar.”

 

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 27 april 2019

https://www.huiselijkgeweld.nl/dossiers/seksueel_kindermisbruik

https://meld.nl/melding/huiselijk-geweld/kindermisbruik/

Ik zoek hulp

Hoe herken je kindermisbruik?

Ze heeft zin om iemand écht te leren kennen

De 27-jarige Elisabeth heeft nog nooit een vaste relatie gehad, maar is daar intussen wel nieuwsgierig naar.

“Steeds single zijn heeft me veel gebracht. Het is misschien niet helemaal het einde, maar zeker ook niet erg. Ik heb kunnen onderzoeken wat ik nodig heb, ik ben onafhankelijk, ik heb geleerd goed voor mezelf te zorgen. Desalniettemin ben ik onderhand wel nieuwsgierig naar hoe het is om iemand echt te leren kennen.

Als puber was ik nogal onzeker over mijn lichaam. Ik wilde dunner zijn en was veel bezig met wat ik at. Wanneer een jongen in die tijd belangstelling toonde dacht ik al gauw: ‘Die heeft gewoon geen smaak.’ Dankzij therapie werden zulke gedachten minder en leerde ik mijn zelfvertrouwen uit meer te halen dan alleen mijn gewicht. Ik reed paard op wedstrijdniveau en deed het goed op school. Af en toe werd ik verliefd op jongens en zij op mij. Ik kuste wel eens met iemand. Maar als ik hem daarna tegenkwam durfde ik geen normaal gesprek te voeren. Te eng.

Op mijn twintigste had ik mijn eerste minnaar. Een emotionele, wereldse man die veel wist van kunst en politiek. Hij praatte gemakkelijk over zijn gevoelens en stond open voor de mijne. Ik werd losser en voelde me zekerder van mezelf. Maar hij had ook andere vrouwen. Veel andere vrouwen zelfs. Hij huilde toen dat voor mij reden was niet meer met hem naar bed te gaan. Het is een van de weinige keren dat ik een man heb zien huilen. In de periode daarna volgden een paar one night stands. Het was niet per se mijn intentie, maar vaak wilden jongens daarna niet meer afspreken. Sommigen omdat ze een vriendin bleken te hebben.

De eerste man waar ik volkomen zelfverzekerd op afstapte was Max. Het was tijdens een feest. We dansten, we kusten. Hij vond het leuk dat ik het initiatief had genomen, en hij vond mij ook leuk. Dat kon ik heel goed hebben, het maakte me niet nerveus zoals vroeger. Max was ontspannen, nonchalant, heel vriendelijk en oprecht. Jammer genoeg ging hij vlak daarna studeren in Amerika. Ons contact bloedde dood.

Natuurlijk heb ik ook online gedatet. Vaak is het saai, dat scrollen door een massa nietszeggende gezichten. Iets wat je uit verveling doet. Matches genoeg, dat wel: 435 om precies te zijn.Alleen een gesprek beginnen is lastig. Ik ben niet zo van de small talk. Het voelt alsof ik aan het liegen ben. Als iemand vraagt: ‘Hoe gaat het?’ denk ik: ‘Interesseert het je dan?’ Maar als je geen leuk gesprek op gang weet te brengen of houden, is de kans dat je met iemand afspreekt nul.

Ik ben geen vrouw die alleen maar werkt en paardrijdt. Ik hecht aan een sociaal leven, ga graag wandelen of koken en eten met vrienden. Ik plan mijn dagen zeker niet vol, ik heb echt wel tijd voor een man. Het lijkt me fijn om een relatie te hebben waarin ik me gesterkt en gesteund voel. Dat er iemand is die ik als eerste bel wanneer zich een probleem voordoet, als ik verdrietig ben, of juist iets heel leuks te vertellen heb. Die af en toe tegen me zegt dat alles wel goed komt. Een relatie waarin je op de hoogte bent van wat er gebeurt in elkaars leven. Waarin ik blij ben omdat we samen leuke en interessante dingen doen. En natuurlijk heb ik behoefte aan lichamelijke intimiteit! Aan seks, maar ook aan een arm om me heen.”

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 13 april 2019

https://broadly.vice.com/nl/article/wjk3yq/twintigers-die-nog-nooit-een-relatie-hebben-gehad-vertellen-hoe-je-met-ze-om-moet-gaan

https://www.eur.nl/nieuws/waarom-liefde-zich-zo-lastig-tinder-laat-vinden

https://vrouw.nl/artikel/verhalen-achter-het-nieuws/49797/waarom-tinder-en-ik-geen-match-zijn

 

 

Liefde in tijden van mantelzorg

Ondanks de intensieve zorg voor hun gehandicapte dochter bleef de liefde tussen Suzanne (53) en Edwin (53) overeind.

“Sophie ging op haar twintigste het huis uit. Net zoals haar broer Michael een paar jaar eerder. Alleen ging hij op kamers om te studeren, en zij verhuisde naar een kleinschalig woonproject voor verstandelijk gehandicapten.

Michael was bij de geboorte een plaatje van een baby. Sophie zag er heel anders uit, vooral haar ogen. ´Het lijkt wel een mongool´, zei ik meteen tegen Edwin. Hij antwoordde vrij laconiek: ‘Dat is het ook’. Ik zei: ‘Jezus, wat een pech’. Maar ik was toch euforisch van blijdschap met mijn nieuwe kind. Edwin vond het de eerste dagen lastig, toen sloot hij haar in zijn hart en is vol liefde gegaan voor alles wat hoorde bij een kind met Down. Zo kreeg ze allerlei medisch onderzoek, en werd voor ze drie maanden oud was geopereerd omdat ze een zwak hartje bleek te hebben. Wij wisselden elkaar in die tijd af met ziekenhuisbezoek en probeerden ook Michael genoeg aandacht te geven. Aan elkaar kwamen we niet toe. We waren met onze eigen emoties bezig.

Na die operatie ging het best snel goed met haar, maar toen kwamen we erachter dat ze behalve Down ook een aan autisme verwante stoornis heeft. Ze kon en kan niets zelf. Nauwelijks praten, niet zelf eten, zich niet aankleden. Ze heeft geen tijdsbesef, ze ziet geen gevaar. Ze is wel heel beweeglijk en weg voor je het in de gaten hebt. Je kunt haar geen moment alleen laten. De eerste vijf jaar stonden we in de overleefstand. We hadden nauwelijks ruzie, maar het was ook niet erg amoureus. Ik zag ons als een bedrijf. Dat klinkt zakelijk, en dat was het ook. Edwin was goed in het verzorgende, ik regelde al het organisatorische. Ik heb toen wel eens gedacht: zijn wij bij elkaar uit liefde of vanwege de gedeelde zorg? Want als wij uit elkaar gaan, moet zij opgenomen worden in een instelling.

Wat ons bij elkaar hield was dat we gek zijn op elkaar, en enorm respecteerden en waardeerden wat de ander allemaal deed. Bovendien gunden we elkaar veel. Edwin liet mij ’s nachts slapen als Sophie hulp nodig had. Ik kon met vriendinnen een paar dagen op vakantie gaan, na een jaar weer parttime gaan werken. Ik zorgde dat hij af en toe onbezorgd een eind kon gaan fietsen of met een gerust hart naar zijn bedrijf. Toen Sophie elf was zijn we getrouwd. We zagen het als een kroon op onze relatie, op ons harde werken, dat we het volgehouden hadden. We gingen zelfs op huwelijksreis, naar Madrid. Dat was heel romantisch. Samen slenteren, lekker eten, lekker drinken.

Rond haar vijftiende kregen we een beter Persoonsgebonden Budget. Ik kon meer hulp inschakelen, en zij was af en toe een weekeinde of zelfs een hele vakantie van drie weken op een zorgboerderij. Geleidelijk leerde ze leven zonder ons. En in November 2015 ging ze het huis uit. Edwin en ik hadden een zware taak volbracht. De zorg blijft, maar niet meer dagelijks. Ineens was er genoeg tijd voor onszelf en voor elkaar. Dat was wennen. We hebben geen gedeelde hobby’s en heel verschillend werk. Wat we wel altijd deden is veel praten. Dat doen we nog steeds. We kunnen lekker uitwisselen en heel goed samen genieten. We hebben ieder een eigen leven, maar we komen telkens weer bij elkaar. En de weekenden dat Sophie bij ons logeert hebben we het heerlijk.”

https://www.oudersvannu.nl/baby/ontwikkeling/syndroom-van-down/

https://www.downsyndroom.nl/

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 23 maart 2019