Duizend teruggevonden trouwringen

De schrik is groot als iemand een trouwring verliest. Nog groter is de dankbaarheid wanneer vrijwilligers van GevondenVerloren.nl de gouden band terug weten te vinden. Afgelopen zomer haalden de metaaldetecteerders de duizendste trouwring in hun vijfjarig bestaan boven water.

Een trouwring verliezen kan op allerlei manieren en om allerlei redenen. Mensen vallen bijvoorbeeld af, bewust of doordat ze ziek zijn geweest. Ze smeren zich in met anti-zonnebrandcrème, waarna bij het zwemmen de ring van hun vinger glibbert. Ze verliezen hem bij het eendjes voeren, bij het overgooien van een bal in het water of bij het uitkloppen van een mat op hun balkon. Soms wordt hij bij een ruzie bewust weggegooid.

Vreugde

Wie dan bij GevondenVerloren.nl om hulp vraagt via de website of WhatsApp, krijgt meestal heel snel antwoord. Na een standaard uitvraagprocedure – waar verloren, op land of in water, in het laatste geval: hoe diep? – gaat een duo detecteerders zo snel mogelijk op zoek. GevondenVerloren.nl bestaat uit heel diverse mensen, die als hobby aan metaaldetectie doen. Sommigen zijn ook ervaren duikers. ‘We doen dit speurwerk omdat we het mensen gunnen hun emotioneel waardevolle spullen terug te krijgen. Als dat lukt en je ziet hun vreugde…dat moment is met geen geld te betalen,’ vertelt Richard Ober, die samen met Martin van Hees GevondenVerloren.nl beheert en coördineert. ‘Voor ons betekent het bovendien avontuur. We maken zoveel mee!’

Emotie aan sieraden

Martin van Hees, oprichter van GevondenVerloren.nl, doet vrijwel zijn hele leven al aan metaaldetectie, en ging later ook duiken. Hij realiseerde zich hoeveel emotie er aan sieraden zit toen hij zelf een gouden voetballetje verloor, dat vervolgens door zijn eigen zoon werd teruggevonden. Op Hyves, een voorloper van Facebook, begon hij mensen bij elkaar te brengen die sieraden gevonden of verloren hadden. Het aantal hulpvragen steeg zo snel, dat hij vrienden uit de detectiewereld vroeg ook mee te werken.

324 Keer succesvol

Inmiddels telt de groep 36 leden, grotendeels in Nederland, maar ook een aantal in België en Duitsland. Ze zoeken naar alle mogelijke sieraden en andere dierbare metalen voorwerpen, maar het meest zoeken ze naar trouwringen. De speurders gebruiken detectieapparaten, die reageren op het specifieke eigen geluid van metalen, en af en toe magneten. GevondenVerloren.nl is heel succesvol. In 2018 werd 383 keer hun hulp ingeroepen. Daarvan vonden ze 324 keer het verloren voorwerp terug.

Ringen in het water

Richard herinnert zich een bruiloft waar een tante in rolstoel de ringen wilde bekijken. Ze trok het doosje iets te onhandig open, en één ring sprong weg. Aanvankelijk had niemand van de vrijwilligers tijd. Daarop ergerden ze zich zo aan zichzelf en elkaar, dat uiteindelijk maar liefst vijf leden hun bezigheden lieten voor wat ze waren en kwamen zoeken. En vonden! Een andere keer was het bruidspaar op een vlonder de ceremonie aan het oefenen. De bruidegom liet beide ringen in het water vallen. Martin dook ze nog diezelfde avond op.

Zeearend

Soms lukt een zoekactie ook niet. Wat de hele club tot nu toe het meest bijblijft was een set trouwringen, die al vier generaties werd doorgegeven in de familie van de bruid. Een valkenier zou het doosje door een zeearend laten invliegen en afgeven aan het bruidspaar op de binnenplaats van een kasteel. Maar de vogel raakte uit balans, landde op een schoorsteen, vloog nog een paar rondjes en verloor ergens onderweg de ringen. De detecteerders zijn een half jaar bezig geweest met het uitkammen van het kasteelterrein, terwijl vijf duikers de slotgracht doorzochten. Ondanks die verbeten inzet zijn de ringen nooit gevonden.

Karmapunten

GevondenVerloren.nl droeg heel lang de meeste kosten zelf. Omdat ze te hoog werden is nu een stichting in oprichting. Dat maakt donaties en sponsoring mogelijk, zodat de groep kan blijven doen wat ze doet. Commercieel zal het nooit worden. Richard: ‘Dan wordt het werk en dat willen we niet. Opgetogen mensen zeggen wel eens tegen ons dat we extra karmapunten hebben verdiend, of zelfs een plaatsje in de hemel. Heel leuk natuurlijk. Maar wij vinden helpen de gewoonste zaak van de wereld.’

http://www.gevonden-verloren.nl

 

@MaartjeStrijbos

Dit verhaal verscheen eerder in vakblad Edelmetaal, editie december 2019

Verfbeest

Buiten is het fris. Koud zelfs, soms. De meteorologische winter duurt nog dik een maand, en ook daarna blijven de temperaturen vaak een hele tijd laag en de dagen kort.

Maar hoe beschaafd we ook zijn, hoe goed verwarmd onze ruimtes en hoe onbeperkt de toegang tot verlichting, we voelen aan ons water dat de lente eraan komt. En daarmee borrelt ook een oeroud instinct weer op.

Dan willen we het nest in orde maken. Schoon, fris, opgeruimd, klaar voor de nieuwe babies. Of die nu komen of niet. Een vers verfje op deze of gene muur of kozijn hoort er bij.

Veel van die verf ziet er leuk uit, maar is niet zo schoon en fris meer wanneer de resten in het milieu terecht komen. Datzelfde milieu waar we ons water uit halen, en waar ons voedsel wordt gekweekt. Daarom bedacht wateringenieur Gijs van Ginneken een manier om dat verfje wél minder schadelijk te maken. Hij produceert nieuwe, kwalitatief goede latex van resten die zijn afgegeven bij verschillende afvalinzamelaars.

Latex is zijn eerste stap. Olieverven met hun diverse samenstellingen zijn nog te ingewikkeld om te recyclen en verdwijnen in de vuilverbranding. De geproduceerde latex is volgens van Ginneken een kwaliteitsverf, en dus in prijs vergelijkbaar met nieuwe. Wel is de winst van zijn bedrijf Ecopaints lager dan gangbaar, want de kosten zijn op dit moment nog hoog door de kleine productie. Maar wellicht kan Ecopaints dit jaar al opschalen, als twee grote ketens de verf in hun assortiment gaan opnemen.

Luisteren naar je instinct en weer een beetje beest worden kan dus heel gemakkelijk. Gewoon je nest opfleuren met gerecyclede verf.

 

http://eco-paints.nl/over-eco-paints/

https://www.akzonobel.com/nl/news_center/news/nieuws_persberichten/2017/geef-verf-een-nieuw-leven.aspx

 

 

 

verf

Berini

Hier wil je kind zijn. Je overall aantrekken en je laarzen en op onderzoek uitgaan. Op deze plek kan van alles gebeuren. De Veersedijk langs de Rietbaan, een aftakking van de Oude Maas aan de rand van Hendrik Ido Ambacht, was ooit ongetwijfeld deel van een lieflijk landschap. Dichtbij het dorp staan nog wat prachtige 19e eeuwse huizen, waar notabelen vast heel prettig woonden. Verder van het dorp af hebben zich nadien bedrijven aan het water gevestigd. De meeste niet erg keurig – sloperijen, scheepswerfjes, afvalverwerkertjes. Een omgeving door mensen gemaakt, maar met de Franse slag. Sommige terreinen zijn al weer verlaten. Lang geleden, lijkt het. Achter hun roestige hekken ligt verwilderd land.

Aan de andere kant van de dijk, in de diepte, een knus boerderijtje. In de weilanden groeit klaver, die koeienmelk zo lekker maakt. Alleen grazen hier al lang geen koeien meer. Het gras is groen maar hoog, en overal zijn struiken en boompjes opgeschoten. Als je het met rust laat wordt dit weer wat Holland ooit was: Holtland. Zo dicht bij Zwijndrecht en Rotterdam, waar ieder stukje grond ontwikkeld lijkt te worden, is deze vriendelijke chaos een verademing. Een plek van eindeloze ongestructureerde tijd. Je kunt zomaar ergens over een hek klimmen, geheimzinnige stukken hout of metaal vinden. Rondkijken in verlaten gebouwtjes waar oud gereedschap ligt. Onafgewassen kopjes, kapotte stoelen, lege kasten. En dan naar de rivier, iets doen met een bootje, een vlot.

Zonder de rivier en het overdadige groen was de Veersedijk desolaat geweest. Nu is het spannend, vol beloften, opwindend. Ik wil ook gaan zwerven over die rommelige terreinen. Misschien vind ik een ooievaarsnest. Of een Berini-onderdeel dat al jaren niet meer te krijgen is. Aan de rand van Hendrik Ido Ambacht is ook voor mij de wereld nieuw.

Ansichtkaart HI ambacht

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Snelheid voor de bange muts

Een marina heet de jachthaven Muiderzand, net over het IJsselmeer ten zuiden van Almere. Dat klinkt zonnig en zuidelijk en wulps, maar in oktober is het er bewolkt en bijna stormachtig. De lijnen van de aangemeerde boten slaan met kracht tegen de masten en maken een geluid als van honderd windgongen.

Vijf heren en ik staan klaar om te gaan whiken. Dat betekent hard scheuren over het kaarsrechte deel van de IJmeerdijk in een ligfiets met een zeil eraan. De heren hebben ervaring met ligfietsen, met zeilen of zelfs met allebei. Ik met geen van de twee. Heel voorzichtig begin ik daarom met ligfietsen. Dat is verrassend comfortabel en snel en geweldig leuk. Al snel durf ik daarom het zeil in te zetten. Met het touw in de linkerhand en zweet op mijn rug loopt mijn snelheid op van vijftien kilometer per uur naar twintig.

Tot het eind van de dijk gaat het geweldig. De terugweg is lastiger, want ik heb eigenlijk geen flauw idee hoe je zo’n zeil moet bedienen. Permanent remmend en zwaar tegen de wind in leunend kruip ik met acht kilometer per uur terug naar het beginpunt. Maar zelfs mutsen zonder rijbewijs kunnen leren kicken op snelheid. Na een uurtje oefenen word ik steeds moediger. En komt het moment dat ik joelend van plezier met vijftig kilometer per uur over de dijk raas.

Volgens mij is dit het vervoermiddel van de toekomst. Snel, schoon en je mag er gewoon mee op het fietspad. Voortaan zeg ik het tegen iedereen die zich nog beklaagt over staan in de file. Mens! Ga dan toch whiken!

IMG_1586

 

IMG_1592

http://whike.com/nl/pagina/25/over-de-whike

http://westy31.home.xs4all.nl/Whike/WoonWerkWhiken.html

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Romantiek in het veen

Romantiek is echt niet aan leeftijd gebonden. Dat zie je meteen aan de passagiers op de fluisterboot. Driekwart van de opvarenden ziet geen heil in haarverf, maar voor een tocht bij volle maan over de veenwateren komen ze graag naar Overijssel.
We zijn opgestapt bij het bezoekerscentrum van De Wieden, zo’n tien lage boerderijen aan een knus grindpaadje. Vroeger liep het pad door naar Beulake. Het dorp verdronk een paar honderd jaar geleden bij een enorme overstroming in wat nu de Beulakerwijde heet, een wijds, koel meer. Hooguit anderhalve meter diep is het. Bedrieglijk, want de zachte veenbodem zou de argeloze loper onverbiddelijk vastzuigen.

Van het meer af gaat het door ontelbare sloten en vaarten. Vredig is het, en aangenaam, al is er voor de natuurleek eigenlijk niet zo veel te zien. Eindeloos water, eindeloos gepluimd riet, hier en daar bloemen in voornamelijk blauwschakeringen. Er is wel van alles te horen, want dit is broed-en woongebied voor veel verschillende vogels. En te ruiken – de geur van moerassig water en mij onbekende planten. Wanneer de zon zakt voel ik ook de snel toenemende kou. Die ik vergeet wanneer we de sloten weer verlaten en over de uitgestrektheid van de Beulakerwijde terug fluistervaren naar de aanlegplaats. Oh, om nu in deze boot te zijn zonder medepassagiers. Met dikke kussens, warme dekens en de allerliefste. Open haarden, strandwandelingen, laat staan goede wijn – allemaal onzin. Voor echte romantiek hoef je alleen maar ’s avonds in een bootje te stappen. In een warme trui en bij volle maan.

Nationaal_Park_Weerribben-Wieden._Slootjes_in_rietvelden_ontstaan_tijdens_het_turfsteken_in_vroegere_jaren._02

 

 

 

 

 

http://www.natuurmonumenten.nl/bezoekerscentrum/bezoekerscentrum-de-wieden

 

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Van bijen, bloemen en ooievaars

De smalle, diepe strook grasland, ingeklemd tussen twee sloten, tiert van leven. Bijen, vlinders, planten. Vogels, kikkers. Kinderen ook. Toch, zodra je door de achterdeur van het toegangsgebouwtje het ooievaarsdorp instapt, heerst hier rust. Langs de sloten knotwilgen, geurige bloemen, dansende koolwitjes. ‘Naar de bijen’ wijst een bordje. Het hout van het imkershuisje ruikt heerlijk zoet. Zacht en vanilleachtig, zoals alleen honing ruiken kan. In de spaarkasten en korven grote zwermen zoemende, wriemelende bijen. Ik weet het, zonder hen komt geen gewas tot vrucht en zou de wereld er kaal bij liggen. Maar ik ben blij met de glasplaat tussen mij en hun drukbevolkte binnentuintje.

Een eind verderop is een kleine tomatenkwekerij van oude rassen, bijzondere, zeldzame. 123 soorten telen we, vertelt de man trots. Bij een poeltje met een grote kluit waterlelies zit een kikker. Brrwap, zegt hij. Ik besef dat ik in geen jaren kikkers heb horen brommen. Vanuit een smoorheet hokje aan de plas die het terrein afsluit, kun je door smalle spleten vogels kijken en je waarnemingen op een schoolbord schrijven. Schijtlijster staat er. Limbomus. En ooievaar.

Achter op het terrein staan inderdaad her en der enorme ooievaarsnesten, op kleine schuurtjes en speciaal neergezette palen. Bijna alle ooievaarsbabies zijn aan de natte meikou gestorven. Ik zie één jong, dat me scherp in het oog houdt. Achter hem de weilanden van de Alblasserwaard in alle tinten groen, vol en sappig. Dit is een heel smal stukje Holland. Ik durf te zeggen: dit is Holland op zijn best.

ooievaarsdorp groot ammers

http://www.streekcentrum.nl

Domweg vredig in Antwerpen

“De roltrap is stuk”, zegt de kleine dame bij de ingang. “U zult de lift moeten nemen.”

Mijn hart begint te bonzen, ik voel mezelf bleek en wankel worden. Maar de lift heeft het formaat van een kleine huiskamer en plaats voor tachtig mensen. Alleen vier Belgen staren op dit uur zwijgend langs elkaar heen. Aan de loodgrijze wand laat een A-viertje weten dat de houten roltrap in reparatie is. Het gaat even duren, tot april volgend jaar. De onderdelen zijn wegens ouderdom niet meer te krijgen en moeten opnieuw gemaakt worden.

Eenendertig meter lager begint de voetgangerstunnel. Ruim een halve kilometer buis met een lambrizering van witte tegeltjes. De gladde betonplaten die het middendeel van het looppad bekleden, hebben een subtiel versierd ijzeren randje. De miljoenen kubieke meters bruingroen water boven je hoofd ruik je niet. De lucht is zelfs een beetje droog. Nergens op de wit geschilderde bovenhelft van de buis graffiti. Nergens hangende groepjes, jong of anderszins. Twee kleine meisjes fietsen samen naar de overkant. Pubers kuieren met een cola in de hand, heren keuvelen. Tussendoor rijdt een enkele mountainbiker. Op een gegeven moment zijn begin of einde van de tunnel niet meer te zien. Alleen blauwgeglazuurde lettertjes op ooghoogte geven elke honderd meter de afstand tot de andere oever aan.

Ik vind het goed. Deze ondergrondse dorpsstraat mag van mij nog kilometers doorlopen. Na 572 meter ratelt de roltrap naar boven wèl. Ik hoef niet mee. Ik mag beneden blijven en terugslenteren. Mijn hart slaat vredig.

Magisch

Nooit eerder fietste ik over het neerslachtig makende Ridderkerkse industrieterrein. Vandaag doe ik het, want vanaf de kade erachter vertrekt de waterbus naar Kinderdijk. Op dit kruispunt van Lek en Nieuwe Maas is de novemberwind sterk en koud. Ik denk te ruiken dat we vlakbij zee zijn. Wat natuurlijk ook zo is, want Rotterdam is niet ver weg. Het dorp aan de andere oever heeft poppige huisjes, de weg naar het molenpark heet de Molenstraat. Bijna aan het einde ervan is tussen de huizen aan mijn rechterhand een brede onbebouwde ruimte. Ik kijk in een weids open landschap en zie ze staan.

Opeens snap ik het. Waarom mensen van verre aanreizen om het te kunnen zien, te kunnen voelen. Dit zijn niet zomaar negentien pittoreske molens. Termen die nooit gepast hebben bij de frisheid van Hollandse polders wellen in me op. Geheimzinnig. Magisch. Een lichte mist draagt daar, eerlijk is eerlijk, wel aan bij.

In het park zelf voert een recht asfaltpad tussen twee vaarten langs alle molens, de ronde rechts en de achthoekige links. Ondanks de harde wind staan de wieken stil. Een modern elektrisch gemaal aan het begin van het asfaltpad heeft hun werk lang geleden al overgenomen. De schaarse bezoekers deert het niet. Zeemeeuwen schreeuwen, het menshoge riet ruist met overgave. Het landschap heeft ons gegrepen. We zijn met zo weinigen dat we er helemaal in opgaan. Ons eigen bestaan vergeten, welhaast. Ga naar Kinderdijk, nu. Voor het lente wordt en de hele wereld weer komt kijken.

 

IMG_0598

Scheidingsfeest

Naast tulpen, fotomodellen en kennis van waterwerken heeft Nederland nog een bijzonder exportproduct. Een dat niet zo sexy klinkt, maar waar we waarschijnlijk allemaal blij mee zijn.

Vijf jaar geleden was het nog ondenkbaar geweest. Na festivals en feesten waren Nederlandse pleinen en straten standaard één grote soep van plastic verpakkingen, blikjes en kots.

Toegegeven, het is nu nog steeds niet automatisch spic en span wanneer een grote horde mensen voor vertier bij elkaar is geweest. Maar wat ik afgelopen weekeinde zag in Utrecht – met 198 Tour de Francerijders korte tijd het centrum van het universum –  was een paar stappen in een betere richting.

Overal stonden vuilnisbakken met de geinige woordspeling We all (re)cycle. En niet zomaar vuilnisbakken. Er waren aparte containers voor plastic, papier en restafval. Het enige wat ontbrak, waren bakken voor al die lege aluminium blikjes.

Zo’n afvalscheiding aan de bron levert, zoals dat heet, een schone fractie op, die je met een gerust hart kunt recyclen. Verder stond verspreid door de stad een groot aantal kranen met gewoon leidingwater. Je kon er je eigen flesje vullen, zodat je niet telkens een nieuw hoefde te kopen.

Omdat het te weinig vuilnisbakken waren voor 425.000 bezoekers , ontstonden her en der toch landschappen van afval. Vaak rondom diezelfde vuilnisbakken, dus de Tourgangers waren beslist van goede wil.

Wat daarna indruk op me maakte, was hoe snel de reinigingsdienst de boel weer had schoongeveegd en afgevoerd naar recyclers en verbrandingsinstallaties. Nederland is in krap een halve eeuw veranderd van een land vol stortplaatsen naar een met zo’n beetje de beste infrastructuur voor afvalinzameling en –verwerking. Allerlei landen vragen of we die kennis en ervaring willen delen.  Wat dan ook vaak gebeurt. Niet sexy misschien. Wel veel beter voor het milieu, en dus voor jou, voor mij, voor iedereen.

http://www.tourdefranceutrecht.com/

2015-07-04 11.09.55

 

2015-07-05 14.05.10

 

Polderen in het paradijs

Costa Rica is een wonder van beschaving. De circa vierenhalf miljoen inwoners van het Midden-Amerikaanse land verbeteren de wereld met het wetboek, in plaats van met geweld.

Hun grondwet verbiedt al sinds 1949 het bestaan van een leger in vredestijd. Blijkbaar kun je heel prima leven zonder angst voor onbekende vijanden. Een andere bijzonderheid: bijna 30% van Costa Rica’s territorium is beschermd natuurgebied. Je vindt er 4,5% van de biodiversiteit van de hele wereld, en nergens zijn zoveel verschillende dierensoorten per vierkante kilometer. En nu heeft het land het klaargespeeld om de eerste vijfenzeventig dagen van 2015 volledig op groene energie te draaien.

De afgelopen jaren schommelde het aandeel van duurzame energie in Costa Rica al rond de 95 procent, voor een groot deel opgewekt met stromend water. De rest komt uit zon, biomassa, wind en aardwarmte. Exploitatie van olie en gas is verboden sinds 2011, zodat bedrijven zich wel op groene energie móeten richten. In 2021 wil het land volledig op duurzame energie draaien.

Volgens hun milieuminister is de truc van de Costa Ricanen er een die wij in Nederland dachten te hebben uitgevonden: het poldermodel. Zij noemen het Energie-dialogen. Industriëlen, politici en boeren zitten dan bij elkaar en maken samen een plan voor de toekomst.

Een vreedzaam en duurzaam paradijs: het kan dus. Nu. Met onze polderervaring moet het dan in Nederland ook wel lukken.

www.costarica.startpagina.nl

costa ricamil