Lekker inspireren met bier zonder vlees

 Bier en veganistisch eten, het is geen voor de hand liggende combinatie. Maar bij brouwerij/biercafé/restaurant Oproer in Utrecht doen ze het toch. Ze willen een vriendelijke, open plek zijn, waar iedereen welkom is voor de heerlijkste bieren, bijzondere drankjes en geweldig plantaardig eten.

IT-ondernemer Mark Strooker was altijd goede bieren aan het uitproberen. Bij café België aan de Oudegracht en als tester bij Ratebeer.com. Zo proefde hij ook bittere bieren en zware stouts uit Amerika en Denemarken. In Nederland bestonden die nog niet. Dus begon hij ze zelf te brouwen. Gewoon, thuis. Zijn kennis haalde hij uit boeken en van internet.

Brouwen en IT hebben volgens Mark veel gemeen: “Bij allebei heb je een probleem dat je wilt oplossen. Bij allebei heb je te maken met veel variabelen, technieken, temperaturen en ingrediënten. Als je een biersmaak verzint, ga je bedenken hoe je die zou kunnen maken. Brouwen is heel creatief. Ik noem het een kunstvorm.”

In 2012 werd de hobby een bedrijf: brouwerij Rooie Dop. De eerste jaren runde Mark het met twee vrienden. Als eerste in Nederland bracht Rooie Dop een IPA (India Pale Ale) op de markt.  De zaken gingen goed en al snel exporteerden ze naar liefst 35 landen. Toen hij uiteindelijk alleen overbleef en een nieuwe plek zocht om te brouwen, ontmoette hij Bart-Jan Hoeijmakers van brouwerij RUIG uit Maarssen. Sinds 2015 werken ze samen onder de naam Oproer.

Bij hun gezamenlijke brouwerij wilden ze sowieso een beer pub. Het restaurant kwam erbij omdat  de enorme industriële ruimte die ze konden huren, in een voormalig NS-gebouw naast station Zuilen, een restaurantbestemming had. Dus zochten en vonden ze twee fantastische kokkinnen, Martina en Mari, die echter alleen veganistisch werken. Vegetariër Bart-Jan en flexitariër Mark vonden het leuk het dogma bij-bier-hoort-vlees te doorbreken. Dat het restaurant zo’n succes zou worden was onverwacht. Het zat meteen vol, met mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de bevolking. Al in 2016 werd het verkozen tot beste veganistische restaurant van Nederland.

Oproer staat voor verandering, het heft in eigen hand nemen, iets beters willen. Want verschil maken vinden ze belangrijk. Begaan zijn met het welzijn van mens, dier en plant, dat komt bij hen van binnenuit. Daar past plantaardig, biologisch en lokaal verbouwd voedsel bij. En dito bier natuurlijk. Bovendien willen ze een vriendelijke, open plek creëren waar de hele buurt zich thuisvoelt. Daarom is er een grote speelhoek voor kinderen en een royaal terras waar ook af en toe een vuurtje brandt. Je kunt er bier komen proeven dat nergens anders te krijgen is of alleen koffie drinken.

Ten slotte hopen de mannen mensen te inspireren tot bewuster omgaan met eten en drinken. Dicht bij huis werkt dat in ieder geval. Wat Mark’s zevenjarige zoon later wil worden weet hij nog niet. Wat hij vandaag wil zijn wél.

Veganist.

www.oproerbrouwerij.nl

Dit artikel verscheen eerder op http://www.frissemosterd.nl, platform over Utrechtse horeca

 

Advertenties

Niemendalletjes en de kerstboom

Blije Duurzamista

De Fransen noemen het lingerie. De Italianen zeggen intimo. Een heel mooie vind ik het Duitse woord: Reizwäsche. Hoe je het ook zegt, de luchtige niemendalletjes die je draagt in plaats van ondergoed zijn niet direct functioneel, als in: bescherming van bovenkleding zodat je die minder vaak hoeft te wassen. Wel natuurlijk in die zin, dat draagsters en degenen die er naar kijken, er heel vrolijk van kunnen worden.

Een luxe artikel dus. Architecte Sophie Young, ah oui, une Française, vond desalniettemin dat frivoliteit en duurzaamheid elkaar niet uit hoeven te sluiten. Zelfs niet met Kerstmis. Juist niet met Kerstmis. Ze ontwerpt en produceert al een jaar of vijf lingerie van een stof die gemaakt wordt van de naalden van afgedankte kerstbomen. Het is een soort viscose, die schijnt aan te voelen als zijde en prima transpiratie absorbeert. De stoffen krijgen kleur met niet-giftige textielverven.

Zowel het materiaal als de…

View original post 87 woorden meer

Nette natuur

Als kind plukte ik wel eens bloemen langs de kant van de weg. Er stond meer dan genoeg, in veel verschillende kleuren. Zoals boterbloemen, pinksterbloemen, madeliefjes, klaver, paarse distel en klaprozen.  Wanneer het precies gebeurde weet ik niet meer, maar geleidelijk werden de bermen steeds saaier.

Flink maaien en met gif spuiten werd gebruikelijk, zodat er alleen een duf grasmatje overbleef. Want die vuige natuur probeerde overal maar een zootje van te maken, en dat kon zomaar niet.Er kwam een moment dat ik me realiseerde dat ik al jaren geen klaprozen, klaver en pinksterbloemen meer had gezien. En al helemaal geen korenbloemen.

Ook particuliere tuinen waren vaak weinig inspirerend. Een gazonnetje, stijve perken. Of nog treuriger: tegels. De enkele bioloog die een natuurlijke tuin cultiveerde werd gezien als een aso, vergelijkbaar met iemand die zijn stukje grond volplempte met oude wasmachines en andere troep. In de stad zag je in veel straten amper groen, omdat het verboden was zelf iets te planten of neer te zetten. Openbare ruimte immers, die door gemeentes onderhouden moest worden.

Gelukkig bleek het keurig houden van het land een prijzige aangelegenheid. Zo prijzig dat het aantrekkelijk werd om wat minder netjes te zijn. Natuurlijk bermbeheer, heette dat. Oude wijn in nieuwe zakken, maar dat doet er niet toe. Geleidelijk keerde er wat ruigheid terug in bermen en parken. Het bleek ook veel goedkoper om mensen toestemming te geven voor de aanleg van geveltuintjes. Het maakte straten groener en leefbaarder, en dat alles ook nog eens aangelegd en onderhouden door de bewoners zelf.

De laatste jaren zijn daardoor de straten in mijn stadse arbeiderswijk vele malen aangenamer geworden. En als ik nu een eindje ga fietsen buiten de stad, is de afwisseling in begroeiing bijna weer als vanouds. Behalve klaver, zuring en wilde margrieten zie ik zelfs weer klaprozen. Nu die korenbloemen nog.

Bermbloemen 2

 

Paarse distel

 

Goud voor Piet Snot?

Blije Duurzamista

Een druppeltje ecologisch gewonnen goud. Zoveel zat er in de gouden plakken voor de winnaars van het Europese Jeugd Olympisch Festival, afgelopen week in Utrecht. Reden tot juichen, want het is zeker geen druppel op een gloeiende plaat.

Een jaar of drie geleden zette ik met Maja Houtman een Utrechts edelsmedennetwerk op.  Tijdens de eerste bijeenkomst kwam Ernesto Spruyt van Solidaridad vertellen over groen goud. Sommige collega’s dachten toen dat het om een nieuwe legering ging, passend in het rijtje wit-, rood- en roségoud.

Wat is er sinds die tijd al veel veranderd! Anno 2013 heeft iedereen in de goud- en zilverbranche op zijn minst wel eens gehoord van wat nu Goed Goud wordt genoemd. Het is gewonnen zonder honderden hectaren natuur te verwoesten met grof graafwerk. Zonder landbouwgrond en rivieren te vervuilen met onder andere cyaankali. Zonder leefgemeenschappen te ontwrichten. Het gaat nog mondjesmaat, maar je moet ergens beginnen. …

View original post 237 woorden meer

Buurtsuper

Blije Duurzamista

Ooit deed ik mee aan een consumentenonderzoek, in opdracht van een op dat moment nog anonieme wijnproducent. Hij wilde weten wat onze  overwegingen waren wanneer we wijn kochten. In een genoeglijk tafelgesprek babbelden zo’n tien mannen en vrouwen over hun keuzeproces in supermarkt of slijterij.

Zoals te verwachten was, gingen de meesten af op wat ze lekker vonden. Rood, wit of rosé. Beetje stevig of juist licht en fris. De aangeschafte fles (-sen) moest ook liefst zo goedkoop mogelijk zijn. Slechts een enkeling stond erop dat de wijn biologisch was. Ik had nog een ander criterium: hij moest uit  Europa komen. Niet uit Noord- of Zuid-Amerika, Zuid-Afrika of Australië. Omdat ik het gesleep met voedingsmiddelen over de aarde slaande waanzin vond.

Mijn tafelgenoten keken glazig, en de gespreksleidster was niet blij. Eigenlijk keek ze me bijna het zaaltje uit. Oh God, dacht ik, sta ik weer voor paal met mijn…

View original post 236 woorden meer

Deeltijd-boeren in de stad

Blije Duurzamista

Afbeelding

Er was eens een schooltuin in de Utrechtse krachtwijk Lombok. Stadse bleekneusjes leerden daar dat wortels niet in de schappen van de supermarkt groeien, en dat natuur iets meer is dan een trapveldje.

Maar een aantal scholen verdween uit de buurt, en daarmee ook het verschijnsel schooltuinieren. Een brede strook land langs de spoorlijn lag braak. Eeuwig zonde in een stadsdeel dat toch al weinig groen heeft.

En toen waren daar in 2000 die buurtbewoners, die zelf geen of een heel klein tuintje hadden, maar wel zin in groenwerk. Ze namen het beheer van de strook land over van de gemeente en noemden het De Wilgenhof. Vervolgens richtten ze die opnieuw in met een cirkeltuin, een groenteveldje, een kruiden- en pompoenhoek. Kinderen die dat leuk vinden konden en kunnen er in hun vrije tijd tuinieren. Later kwamen er nog zo’n dertig tuintjes voor volwassenen, en fruitbomen en bessenstruiken.

In De…

View original post 133 woorden meer

Deeltijd-boeren in de stad

Afbeelding

Er was eens een schooltuin in de Utrechtse krachtwijk Lombok. Stadse bleekneusjes leerden daar dat wortels niet in de schappen van de supermarkt groeien, en dat natuur iets meer is dan een trapveldje.

Maar een aantal scholen verdween uit de buurt, en daarmee ook het verschijnsel schooltuinieren. Een brede strook land langs de spoorlijn lag braak. Eeuwig zonde in een stadsdeel dat toch al weinig groen heeft.

En toen waren daar in 2000 die buurtbewoners, die zelf geen of een heel klein tuintje hadden, maar wel zin in groenwerk. Ze namen het beheer van de strook land over van de gemeente en noemden het De Wilgenhof. Vervolgens richtten ze die opnieuw in met een cirkeltuin, een groenteveldje, een kruiden- en pompoenhoek. Kinderen die dat leuk vinden konden en kunnen er in hun vrije tijd tuinieren. Later kwamen er nog zo’n dertig tuintjes voor volwassenen, en fruitbomen en bessenstruiken.

In De Wilgenhof wordt ecologisch getuinierd. Dat betekent een fantastische variatie in planten en bloemen, en een bijbehorende overdaad aan insecten, vlinders, vogels, reptielen. Cliché: het is een oase. Of een klein paradijs. Zodra je het hek binnenstapt word je vredig en blij.

De tuin is niet alleen voor de vaste vrijwilligers. Gemiddeld twee keer per maand kan iedereen die zin heeft komen helpen. Als dank krijg je een biologisch bosje kruiden, kropje sla of wat er net geoogst kan worden mee. Maar daar doe je het niet voor. Je doet het voor de vanzelfsprekende vreugde van een beetje wroeten in de grond, van al het leven dat je onder je handen ziet tieren, van de veelheid aan geuren om je heen. Je doet het voor die vanzelfsprekende vreugde van werken in het groen.

www.wilgenhofutrecht.nl