Een podium voor de Zaanse klok in het land van Albert Heijn

Museum Zaanse Tijd opende dit voorjaar een compleet vernieuwde presentatie van haar collectie Zaanse klokken. In een in 19e-eeuwse stijl ingerichte woonkamer komen ze beter tot hun recht dan ooit. Die aanpak reflecteert de missie van het museum: laten zien hoezeer de Zaanse klok verweven is met de industriële geschiedenis van de Zaanstreek.

De Zaanstreek was in de zestiende eeuw het allereerste industriegebied van Nederland. Het begon met het gebruik van de net uitgevonden molen met krukas, waarmee op grote schaal hout gezaagd kon worden. Al snel volgden honderden andere molens die de productie van bijvoorbeeld papier, verf, cacaopoeder en gepelde rijst mogelijk maakten.

Ook de Zaanse zakenman Kornelis Volger deed in papier en was eigenaar van een windmolen. Maar vermoedelijk had hij ook het vak van klokkenmaker geleerd. Volger bouwde de eerste Zaanse klok, bedoeld als huisuurwerk. Een relatief goedkoop model in een eenvoudige houten kast, waarin hij zijn technische kennis van molentechniek combineerde met het recent door Christiaan Huygens uitgevonden slingeruurwerk.

Het sloeg zo aan bij de burgerbevolking, dat een nieuwe Zaanse industrietak ontstond van seriematig geproduceerde klokken. Van 1670 tot 1750 was het in de Zaanstreek een bloeiende branche. In de loop der jaren werd het eenvoudige oermodel in steeds luxere varianten gemaakt, met duurder materiaal en uitbundige versiering. De opkomst van de Friese klok luidde het einde in van de populariteit.

Hernieuwde interesse

Maar aan het eind van de negentiende eeuw was er hernieuwde interesse in antiek en ambachtelijkheid. De Zaanse klokken, gemaakt naar voorbeeld van de oude modellen en nu voorzien van een houten puntdakje, deden het weer goed. En vlak na de tweede wereldoorlog was er nogmaals een enorme opleving in de vraag. Met honderdduizenden gingen de replica’s in binnen- en buitenland over de toonbank. Omdat de klokkenindustrie tegen die tijd uit de Zaanstreek verdwenen was, werden ze in allerlei andere Nederlandse plaatsen geproduceerd, van Schoonhoven tot Almelo. Op dit moment gaan veel oudere exemplaren naar de VS.

Twee mannen en de Zaanse Schans

Twee ondernemende Zaankanters staan aan de wieg van het huidige museum. Eerst was daar in de jaren zestig van de vorige eeuw plaatselijk architect Jaap Schipper. Met lede ogen zag hij hoe in de omgeving steeds meer authentieke houten huizen verkrotten of werden gesloopt. Jaap begon die vervallen of in de weg staande panden op te kopen.

Hij zette ze bij elkaar op de Zaanse Schans en werd daarmee de grondlegger van het gelijknamige kunstmatige dorpje aan de rivier de Zaan. De Zaanse Schans is echter uitdrukkelijk geen openluchtmuseum. De huizen worden bewoond, de molens zijn in gebruik. Sommige bewoners verdienen de kost met kleine winkels, een kaasmakerij of horeca.

In 1976 werd het laatste huis geplaatst, een voormalige ondernemerswoning, met de uitdrukkelijke bedoeling er een museum van te maken. Zakenman Ber van der Molen, de tweede belangrijke man in dit verhaal, bracht zijn collectie klokken onder in de woning. Vanaf dat moment was dat het Museum van het Nederlandse Uurwerk.

Onvoldoende focus

Tien jaar later besloot Ber van der Molen echter zijn geld anders te gaan beleggen. Een schok in de Zaanstreek, en het startsein voor een grootscheepse inzamelingsactie. Met de opbrengst werd de collectie gekocht en ondergebracht in een stichting.

Hoewel de Zaanse Schans honderdduizenden toeristen uit de hele wereld trekt, stapten weinig mensen over de drempel van het museum Toen in 2015 ook nog de gemeentelijke subsidie ophield, besloot het bestuur dat het tijd werd voor een andere strategie. De huisvesting was prachtig, maar de collectie had onvoldoende focus. Een nieuwe aanpak moest vooral het verhaal over de geschiedenis van en het klokkenambacht in de Zaanstreek beter gaan vertellen. Daar hoorde om te beginnen een nieuwe naam bij.

Woonkamer

De presentatie in de woonkamer is het resultaat van de huidige focus. De wanden zijn authentiek Zaans roze geverfd. Voorheen verduisterde ramen laten weer licht binnen. Een gezellige eettafel met stoelen en een bos bloemen maken het huiselijk. Aan de wanden zijn alle mogelijke Zaanse klokken de blikvangers. Van het simpele oermodel tot steeds verfijnder exemplaren van edele houtsoorten en met signatuur. Elders in het museum is een aantal staande klokken uit de streek te zien, een collectie zakhorloges en natuurlijk de grote torenuurwerken. Maar er is geen twijfel mogelijk. Dit museum gaat over de Zaanse klok.

dav

 

Dit artikel verscheen in het juninummer 2019 van vakblad Edelmetaal

http://www.mnuurwerk.nl

Advertenties

Carola viel altijd op donkere vrouwen, totdat ze Sanne tegenkwam

Nanas by Niki de Saint Phalle, exhibit at the Guggenheim Museum.

Carola (32) viel altijd op donker gekleurde vrouwen met buitenlandse wortels. Nu is ze smoorverliefd op de oer-Hollandse Sanne (30).

“Wat nou de reden was dat ik Sanne’s foto op Tinder naar rechts swipete en niet naar links, zoals ik bij de meesten deed? Ik weet het niet. Ze had één foto geplaatst, zonder enige tekst. Normaal gesproken zou ik dan niet reageren. Ik heb er nog met een collega over gesproken. ‘Dat wordt niks’, zei ik, ‘ze is hartstikke blank.’ Maar er was iets in haar gezicht dat me trok. Ze had een heel heldere, open blik. Blauwe ogen, blond haar, een mooie mond. Heel Nederlands zag ze er uit. Totaal anders dan de vrouwen waar ik normaal gesproken op viel.

Dat waren meestal vrouwen met een kleurtje. Nog niet toen ik een puber was in een klein Zeeuws stadje. Daar zijn nu eenmaal zowel minder lesbiennes als minder donkere mensen dan in de Randstad.  Mijn eerste vriendinnetje op mijn vijftiende of zestiende was gewoon een blank meisje uit Rijswijk, dat ik via internet had leren kennen. Ik was wel altijd heel geïnteresseerd in andere culturen. Op de basisschool waren mijn beste vriendinnetjes vluchtelingenkinderen uit Palestina. Hun families waren gastvrij, net zoals mijn eigen familie. We hadden een tamelijk groot gezin met vijf kinderen waar altijd iedereen mee mocht eten. Bij Nederlandse gezinnen was die vanzelfsprekende gezelligheid veel minder.

Op mijn 22e kreeg ik een relatie met een Amsterdamse van deels Surinaamse afkomst. Ze was heel mooi en lief, had een fantastische  bos krullen. Een vrouwelijke vrouw, waarvan je niet zou zeggen dat ze pot was. Voor haar verhuisde ik naar de hoofdstad. We hebben ruim zes jaar samengewoond. Bij haar familie vond ik ook de gezelligheid waar ik zo van houd. Surinaamse feesten zijn geweldig. Vaak groot, met heel veel mensen en heel veel lekker eten. Er is muziek, er wordt gedanst. En bij mijn schoonmoeder konden we altijd aanschuiven. Ik denk dat in die tijd mijn voorkeur voor donkere vrouwen is ontstaan.

Uiterlijk is natuurlijk het eerste waar je naar kijkt, en de relaties daarna waren altijd met gekleurde vrouwen met buitenlandse wortels. Verder waren ze uiterlijk heel verschillend. Zo was een van mijn vriendinnen een stoere Antilliaanse die op hoog niveau zwom. Ik houd van stevige heupen en billen, terwijl zij juist door dat zwemmen hele brede schouders had en totaal geen billen. Uiteindelijk gaat het er toch om of karakters bij elkaar passen.

Met Sanne gaat alles vanzelf. We hebben nog nooit ruzie gehad. Al tijdens de eerste afspraak was het echt gezellig. Praten ging heel gemakkelijk, heel natuurlijk. We spraken nog een keer af, en nog eens. Na een maand vroeg ik of ze mijn vriendin wilde zijn. En nu, vijf maanden verder, zijn we elke dag samen. Zij is heel relaxed. Ze probeert me niet te veranderen. Dat voelt veilig. Ik kan mezelf zijn met al mijn vreemde dingetjes. Rare geluidjes maken bijvoorbeeld, of in mezelf praten. Ze weet nu al wanneer ze daar wel of niet op hoeft te reageren. Ik ben een zorgzaam iemand, maar kan ook haar zorgzaamheid accepteren.

Op straat of op TV kijk ik nog steeds eerder naar donkere vrouwen dan naar blanke. Sanne kijkt natuurlijk ook wel eens naar mooie vrouwen of mannen. We hebben geen van beide onze ogen in onze zak zitten. Toch kiezen we voor monogamie. In het verleden was dat wel eens anders. Dan bleef het niet bij kijken alleen. Nu vind ik dat een beetje spanning en avontuur niet opweegt tegen de rust van iemand op wie je kunt bouwen. Ik ben tevreden en blij. En kijken mag altijd.”

Dit artikel verscheen eerder in het AD Magazine van 18 mei 2019

https://tinder.com/

https://weareher.com/

https://www.zoeapp.co/

https://vrouwvrouw.nl/lesbisch-daten-in-zeeland