Tweedehands fonkelen

Een minimalist of een bewoner van een tiny house wordt er stapelgek. De hoarder daarentegen vindt het aanbod waarschijnlijk nog te schraal. Maar voor al die andere stervelingen kan het een bijzonder interessante plek zijn. Of eigenlijk: plekken. Want net zoals koffiezaakjes en verantwoordeburger-tenten is hun aantal de laatste jaren fiks gegroeid. Op 1 Oktober, komende zaterdag, hebben ze zelfs een eigen nationale dag.

Tweedehandswinkels zijn van alle tijden natuurlijk. Soms heet de aangeboden waar antiek. Op dit moment heet het eerder vintage, want iets minder oud.  En dan heb je nog kringloopartikelen, te vinden in voormalige scholen, schuren en loodsen. Bij organisaties die meestal draaien zonder winstoogmerk en die werk bieden aan mensen die moeilijk aan een baan komen. Ze heten meestal ook gewoon kringloopwinkel. Hoewel, vaak zijn het eerder warenhuizen.

Want bijna alles is er te koop. Heel veel kleren, schoenen, tassen en sieraden. Veel meuk in de categorie servies, fotolijstjes, posters, kandelaars en glaswerk. En verder vrijwel alles van bedden tot wasmachines, van boeken tot dvd’s, klokken, rollators en speelgoed. De vormgeving kan wat gedateerd zijn, de kwaliteit variërend van rotzooi tot top. Ik vind de kringloopwinkels geweldig.

De Japanse opruimgodin Marie Kondo publiceerde in 2014 een boek met de titel Opgeruimd!, dat uitlegt hoe fijn het is in een ordelijke omgeving te vertoeven. Het vervolg heette, veel inspirerender, Spark joy. De kern van haar boeken is, dat je leven enorm opknapt wanneer je alleen bezittingen hebt waar je plezier aan beleeft. Dus weg met alle overbodige spullen. Ze zette een trend van radicaal opruimen. In het Nederlands wordt dat nu ontspullen genoemd.

Als je passend bij de tijdsgeest ook wilt ontspullen hoef je noch de grofvuildienst in te schakelen, noch je kleinere overtollige have en goed in de vuilniszak te gooien. Het is vrijwel allemaal welkom bij de kringloopwinkel.  Ben je juist een beginnend kamerbewoner, net gescheiden man, elpee-adept, liefhebber van mechanische klokken of toe aan wat jaren zeventig servies, dan vind je het hier. Mooi toch: de een zijn meuk is de ander zijn schat .

Wat ook de reden is om naar een kringloopwinkel te gaan, ik sluit ik me aan bij Marie. Haar motto is ook een heel goed criterium bij alle andere keuzes die je in je leven maakt. Eigenlijk de enige vraag die echt telt: ‘Does it spark joy?’

 

https://kringloopdag.nl/

http://tidyingup.com/

http://www.tinyhousenederland.nl/

https://www.facebook.com/events/672675702885765/

 

kinderbed-auto kringloopwinkel-houten servies-vintage theepotten-vintage

 

Dooie mode

In Enschede vind je verrassend veel mooie oude huizen, en verrassend veel voormalige textielfabrieken. Het eerste is het gevolg van het succes van de laatsten. In Twente werden vanaf het midden van de negentiende eeuw stoffen gemaakt van katoen en vlas. Meestal werd daar ook in Nederland kleding van gemaakt.

Rond de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam echter de grote trek van maakindustrie naar lagelonenlanden op gang. Duizenden Tukkers hadden geen werk meer, enorm veel kennis van het maken van stoffen en kleding verdween. En er ontstonden obsceniteiten als T-shirts die maar drie Euro kosten.

De actie van trendvoorspeller Lidewij Edelkoort is me daarom uit het hart gegrepen. Haar halfjaarlijkse presentatie over komende trends die ze 26 mei aan de VU in Amsterdam houdt, heet: Mode is dood, lang leve het kledingstuk. Want Li houdt van mode, maar de manier waarop de hele industrie nu draait vindt ze verschrikkelijk.

Mensen kopen geen kleren, maar een merk. De grootste kostenpost is niet het maken van stoffen en kleding, maar de marketing. In het modenummer van gratis krant Metro zei Edelkoort vorige week: “Hoe kan kleding net zo duur zijn als een sandwich? Als je weet dat je eerst moet zaaien, groeien, oogsten, kammen, spinnen, veredelen, breien, printen, labellen, verpakken, verzenden en ophangen? Goedkope kleding wordt gemaakt in landen waar arbeiders worden uitgebuit en soms sterven door ingestorte fabriekshallen.”

Li zal net zo blij zijn als ik om te horen dat in Twente gewerkt wordt aan een terugkeer van de textielindustrie. Of in ieder geval een stukje ervan. In Enschede ging in maart een sociale onderneming van start op het terrein van confectie. Onder de naam East Dutch Textiles brengen ontwerpers, veelal afkomstig van de modeopleiding van het ROC van Twente, een eigen label op de markt. Ze willen binnen drie jaar werk bieden aan vijftig mensen en vijftig stagiaires van het ROC.

Of boeren in de buurt ook weer vlas gaan verbouwen (als grondstof voor linnen) weet ik niet, maar East Dutch Textiles is een stap op weg naar meer lokaal maken wat je lokaal nodig hebt. Met of zonder merk.

www.edelkoort.com

www.comsocial.nl/#!east-dutch-textiles/ccmx

www.appletizer.nl/nl/blog/lidewij-edelkoort-seminar-amserdam/

 

Balengebouw Enschede

Nummer 100

Het heet honderd dagen, honderd huishoudens, 100% afvalvrij.

Een geweldig aansprekend plan, en niet zo moeilijk als het klinkt. Dit experiment van afvalinzamelaar ROVA stimuleert deelnemende huishoudens vooral zo weinig mogelijk restafval te produceren. De concrete resultaten tellen natuurlijk. Wat het plan echter vooral doet, is deelnemers en degenen die het experiment volgen bewust maken van wat ze zoal weggooien.

De honderd huishoudens in Oost- en Noord-Nederland begonnen op 1 januari aan de klus de komende honderd dagen zo veel mogelijk afval te scheiden voor hergebruik.  Dus een minimaal aantal vuilniszakken te vullen. Omdat alles wat eenmaal in die vuilniszakken zit, in de verbrandingsoven van ROVA terechtkomt. Terwijl je van papier, karton, plastic, metalen, glas, batterijen, textiel en GFT (groente-, fruit- en tuinafval) weer nieuwe producten kunt maken.

De deelnemers krijgen elke week een opdracht, en verder tips en hulp van ROVA. Tot nu toe waren er acht opdrachten. Om te beginnen bijhouden hoeveel verpakkingen je op een dag open maakt. Verder onder andere de vraag om zoveel mogelijk winkeliers te noemen die hun best doen afval te voorkomen, een wedstrijd oude telefoons inzamelen en de vraag welke voorwerpen die week een tweede leven hadden gekregen.

Het is hartstikke leuk om die opdrachten zelf ook te doen, al woon je niet in het werkgebied van ROVA.  De site staat vol met inspirerende artikelen, filmpjes en ervaringen van deelnemers. Misschien is deze actie wel het mooie begin van iets groters: 17 miljoen Nederlanders 100% afvalvrij.

http://www.100-100-100.nl/Home/Index/2

 

Bloempjes uit je broek

Het hoeft dus niet hè?

Kleren dragen van katoen uit verre landen waar de teelt hysterisch veel drinkwater vergt. Genaaid door mensen die er het zout in de pap niet mee verdienen. Geverfd met chemicaliën die een flinke steen bijdragen aan water-, grond- en luchtvervuiling. Van die kleren die je meestal vindt bij absurd goedkope ketens als H&M, Primark of Zeeman.

In het Zwitserse Zürich maken twee broers sinds jaren hippe tassen van afgeschreven vrachtwagenzeil, onder de naam Freitag. Recyclen stond dus al aan de basis van hun bedrijf. Toen ze werkkleding zochten voor hun personeel die stevig was en liefst in de buurt gemaakt vonden ze die niet. Dus ontwikkelden ze zelf een nieuwe stof. F-abric.

Hij is gemaakt van vlas, linnen en modal uit Europa, de kleding wordt genaaid in Polen en wat het allerleukste is: de stof kan, wanneer hij eindelijk wordt afgedankt, zó op de composthoop. Daar verteert hij binnen een paar maanden. En dan groeien er bloemen uit je broekspijpen.

Dat vind ik nou leuk.

http://www.freitag.ch/fabric/products

www.freitag.ch

Niemendalletjes en de kerstboom

De Fransen noemen het lingerie. De Italianen zeggen intimo. Een heel mooie vind ik het Duitse woord: Reizwäsche. Hoe je het ook zegt, de luchtige niemendalletjes die je draagt in plaats van ondergoed zijn niet direct functioneel, als in: bescherming van bovenkleding zodat je die minder vaak hoeft te wassen. Wel natuurlijk in die zin, dat draagsters en degenen die er naar kijken, er heel vrolijk van kunnen worden.

Een luxe artikel dus. Architecte Sophie Young, ah oui, une Française, vond desalniettemin dat frivoliteit en duurzaamheid elkaar niet uit hoeven te sluiten. Zelfs niet met Kerstmis. Juist niet met Kerstmis. Ze ontwerpt en produceert al een jaar of vijf lingerie van een stof die gemaakt wordt van de naalden van afgedankte kerstbomen. Het is een soort viscose, die schijnt aan te voelen als zijde en prima transpiratie absorbeert. De stoffen krijgen kleur met niet-giftige textielverven.

Zowel het materiaal als de, nou ja, kledingstukken, worden gemaakt in Frankrijk. Dubbel duurzaam dus, want behalve minder transportkilometers voelt ook modeland Frankrijk de concurrentie van lagelonenlanden. Het behoud van kleermakerskennis en banen is natuurlijk zeer maatschappelijk verantwoord.

Behalve spannend ondergoed voor dames heeft DO YOU GREEN, zoals de dennennaalden-kleding heet, ook kekke ecoslips, T-shirts en pyama’s voor heren. De spullen zijn slechts in een paar Franse winkels te koop, maar via de webwinkel ook binnen het bereik van Nederlandse ecolista’s. En daarom, vooruit, een inkoppertje: Oh la la!

http://www.organic-lingerie.com/fr/52-lingerie

http://organic-lingerie.com/en/#4

https://www.doyougreen.com/en/

 

 

nuisette-avec-fente-sur-le-cote-turquoise

Hennep en het hipste dorp van Limburg

Van hennep kan je high worden, en heel veel mensen vinden dat leuk. In Nederland mag het ook gewoon, net zoals je je te pletter mag zuipen. Voor een land met een grote protestantse bevolking zijn we daarin verrassend losbollig. Met hennep kan je echter ook heel veel nuttige dingen doen. Zoals touw maken, en textiel. Mijn vader gebruikte vroeger zelfs hennepzaad om mee te vissen.

Dat was van eigen teelt, of van kennissen in de buurt die wat planten hadden. Niet om te gebruiken als roesmiddel, want de meeste dorpsgenoten dronken liever bier en konden dat ook heel goed. Mijn eigen vader was in ieder geval mordicus tegen al die smerige verdovende drugs die in het westen van het land in zwang waren.

Ik vermoed wel dat hennep het dorp waar we woonden zijn naam heeft gegeven, want het heette (en heet) Gennep. Misschien een erfenis van Vlamingen die de h vaak uitspreken als een g. In Gennep is ook een straat die Touwslagersgroes heet.

Van touwproductie was na de tweede wereldoorlog al weinig meer te merken. Heel lang waren de grootste werkgevers een fabriek die WC-papier maakte en twee enorme instellingen voor geestelijk gehandicapten. De grappen over waar de economie van het dorp op draaide waren regelrechte inkoppertjes.

Maar een aantal jaren geleden is de papierfabriek verhuisd naar Frankrijk. De instellingen zijn er nog wel.

En nu is hennep hip. Het groeit gemakkelijk en het aantal eco-vriendelijke toepassingen is enorm. Behalve touw en kleding kun je er bouwmaterialen van maken, brandstof, scheepszeilen en zelfs hyper-efficiënte koolstofelektroden om energie in op te slaan. En bier en papier. Foodies zijn blij met alle onverzadigde vetzuren in de zaden en de olie die ervan gemaakt wordt, kankerpatiënten met de pijnstillende werking van medicinale cannabis.

Mij lijkt het voor Gennep een kans uit duizenden. Als het dorp terugkeert naar de teelt van het oude landbouwgewas, voorzie ik een explosie van duurzame werkgelegenheid. De naam heeft het in ieder geval al mee.

nl.wikipedia.org/wiki/Hennep

www.gennep.nl

Cannabis_sativa

https://sensiseeds.com/nl/hennep
https://houhetwarm.nl/isolatiematerialen/hennep/

PET-fles wordt luchtig overhemd – in China

Polyester kleding, dat was altijd een symbool van armoe. Van zweterig en slechtzittend en goedkoop. Het riep associaties op met ongelukkige huis-aan-huis verkopers en gefrustreerde huisvrouwen. Stijlvolle kleding was nooit van polyester, maar van linnen of katoen of wol.

Monique Maissan heeft dat helemaal veranderd met een textiel materiaal dat Waste2Wear heet. Gemaakt van gerecyclede PET-flessen, in allerlei kleuren en patronen. Naar believen te leveren in ademende, antibacteriële, vuilafstotende of brandwerende versie. Haar bedrijf Visions in Sjanghai verwerkt het tot schooluniformen en ‘echte’ mode. Maar Visions heeft ook klanten die er gordijnen van maken, of beddengoed, paraplu’s en tassen. In Nederland zijn dat bedrijven als Wehkamp, Claudia Sträter en Beebielove.

Maissan is een Nederlandse die in China een bedrijf heeft opgezet dat klinkt als een klok. Ze streeft naar een onderneming die op alle mogelijke fronten goed bezig is. Dat begint natuurlijk met de grondstof, gemaakt van materiaal dat anders belandt op de vuilnisbelt, of in de afvalverbranding of oceanen. Visions heeft echter ook ruime werkplekken in plaats van overvolle sweatshops. Gebruikt verven en verpakkingen die zo  milieuvriendelijk mogelijk zijn. Heeft samenwerkingen met bedrijven die hun plastic afval inleveren als grondstof. En nog zo wat dingen.

Maissan verdient een enorme veer in haar bips. Dankzij haar sta je als mode- of stijlbewust type niet langer voor gek met polyester kleding (of huishoudtextiel). En zelfs als groene consument kan je de fashionista in je de vrije teugel geven.

www.waste2wear.com

www.beebielove.com

www.claudiastrater.com

www.wehkamp.nl

Neerland’s hoop doet niet aan bange dagen

In de stad Utrecht merk je niks van vergrijzing. Je ziet hier en daar wel oudere mensen, maar het aantal twintigers is zo groot, dat het lijkt alsof er begin jaren negentig het einde van een oorlog gevierd werd.

De meeste jonge Utrechters zijn niet in de stad geboren. Ze komen uit alle uithoeken van Nederland, en vaak ook uit de rest van de wereld, om hier te studeren. Wat ik het allerleukste aan hen vind, is dat ze zoveel ondernemen om die wereld leuker te maken.

Natuurlijk zitten onder deze studenten ouderwetse carrièremakertjes. Zij die geen hoger doel hebben dan een groot huis, een dito auto en kinderen die op hockey zitten. Rond hun veertigste zal het gaan knagen en zullen ze alsnog de zin van het leven zoeken in een motor, een vijftien jaar jongere vriendin en een flatje. De vrouwen onder hen zullen spirituele cursussen volgen en zich er met de kinderen zo goed en zo kwaad als het gaat doorheen slaan.

Maar die andere groep jonge Utrechters is in de meerderheid. Zij die de omweg overslaan en direct op zoek gaan naar een echt vervullend leven. Afgelopen weekeinde lieten ze tijdens een festival over de toekomst van de stad zien wat voor geweldige initiatieven ze allemaal ontplooien. Die beginnen bij het individu. Wel zo handig, want dat is waar de grote wereldproblemen als vervuiling en tekort aan grondstoffen beginnen: bij jezelf.

Goed, gezond, schoon eten vinden de meesten belangrijk. Dus doen jonge mensen aan al dan niet biologische stadslandbouw op de parkeergarage van de Uithof (een naargeestig hoogbouwgebied waar de universiteit en een aantal hogescholen zijn gevestigd). Of ze bouwen een buurtmoestuin op in Kanaleneiland, je weet wel, die wijk met de slechte reputatie tot ver buiten Utrecht. Anderen organiseren kledingruilbeurzen.

Tijdens het festival was er ook een houtwerkplaats waar je met hun hulp één houten stoel voor jezelf in elkaar kon zetten en meenemen, als je er dan ook een in elkaar schroefde voor het stadspark. Jonge ambachtslieden en kunstenaars lieten zien hoe je met een 3D-printer afval kan verminderen, omdat je bijvoorbeeld een onderdeeltje van een machine kunt vervangen die je anders weg zou gooien. Of dat je zelfs een huis kunt printen. Het festival De stad, de toekomst was één bruisend feest van optimisme en inventiviteit. Die jeugd van tegenwoordig toch. Ze is geweldig.

             http://www.culturelezondagen.nl/zondag/2014/de-stad-de-toekomst

 

 

 

Scheet

Op de middelbare school hadden wij een docent wiskunde die opviel door zijn intens bleke gelaatskleur. Het was een lieve man waar niets op viel aan te merken. Toch konden wij het als puberale ettertjes natuurlijk niet laten hem een bijnaam te geven. Omdat bleekscheet niet lekker in de mond lag, werd het Scheet.

Eigenlijk heette hij Van Veldhoven. Als ik de naam van dat Brabantse dorp wel eens tegenkwam in de media, was mijn automatische associatie: Scheet! Heel banaal als je bedenkt dat het in de slimste regio van Europa ligt en bijvoorbeeld het bedrijf ASML, waar allemaal briljante ingenieurs werken, binnen zijn grenzen heeft.

Sinds kort is mijn Pavlovreactie veranderd. Ik heb nu eenmaal mijn obsessies.

Opeens bleek Veldhoven een revolutionaire afvalambitie te hebben. Het dorp gooit de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval zodanig op de schop, dat het verwacht in 2020 nagenoeg afvalvrij te zijn. Op dit moment loopt een proef waarbij het grootste deel van het huishoudelijk afval gescheiden aan de weg kan worden gezet. In de groenbak en de gewone vuilniszak natuurlijk.

Maar revolutionair is de grondstoffenbak. Daarin gaan plastic, drankkartons, blik, andere metalen als schaaltjes en lege spuitbussen, klein hout, keramiek en huishoudelijk steen, kleine elektrische apparaten en kapot en vies textiel. Tweede revolutie: verzamelcontainers voor luiers. (van kleine en grote mensen)

Een groot deel van de inhoud van de grondstoffenbak kan hergebruikt worden. Milieuvriendelijker is dat zeker. Mocht je daar volledig lak aan hebben: het is ook goedkoper. Meneer van Veldhoven hield van cijfers, en als ik over de plannen van het dorp lees, loop ik er opeens ook warm voor.

Ik verwacht dat mijn automatische associatie met de naam voorgoed veranderd is. En ik wens het vooruitstrevende Veldhoven in ieder geval een knallend succes.

http://www.veldhoven.nl/Nieuws/Projectdossiers/Inzamelproef-afval.htm

25745_fullimage_GemeenteVeldhoven_kliko_webb

In een nieuw jasje

“Ik weet precies wat jullie, vrouwtjes, met je salaris doen”, zei de conciërge van het Provinciehuis waar ik als tikgeit de kost verdiende. “Zodra het binnen is rennen jullie naar de winkel om kleertjes te kopen.”

De conciërge was een beetje van de oude stempel. Een kostwinner. Vrouwtjes die werkten deden dat alleen voor de luuks. Zoals kleertjes en nog meer kleertjes.

De tijden veranderen. Kleding is niet langer een luxe. In westerse landen is kleding zelfs zo goedkoop dat je er nauwelijks voor hoeft te werken. Een puber kan van haar/zijn zakgeld alleen, vrijwel wekelijks een nieuw H&M shirtje kopen.

Vaak is ’t wel flutzooi, na drie keer wassen vormloos en vaal. Voor wie het vergeten was: veelal gemaakt door zwaar onderbetaalde Aziaten in kledingfabrieken die weleens instorten. H&M gaat nu echter het gebrek aan kwaliteit een klein beetje goedmaken, zodat die Aziaten niet helemààl voor joker hebben gewerkt.

Binnenkort brengt het Zweedse concern een collectie spijkerbroeken- en jassen op de markt, die gemaakt is van oude kleding. Door het bedrijf zelf ingezameld, zo’n 3.5 miljoen kilo tot nu toe. Het zou natuurlijk beter zijn om gelijk in de eerste ronde al kwaliteitskleding te laten maken, door mensen die je bovendien fatsoenlijk behandelt en betaalt.

Maar als blije duurzamista ben ik desondanks wel een béétje tevreden. Omdat de kleding in ieder geval hergebruikt wordt. Al blijft het vreemd: eerst rommel op de markt te brengen, om die vervolgens nog een keer te gebruiken en het dan duurzaam te noemen. Vrouwtjeslogica, misschien?

IMG_2200