De Werfkring – Koken als meditatie

In 1976 was De Werfkring het allereerste vegetarische restaurant in Utrecht. Het concept is sinds die tijd nauwelijks veranderd. Dezelfde gerechten, géén muziek en beperkte openingstijden. Het zijn precies de redenen dat mensen steeds terug blijven komen.

Namgyal Lhamo is onder liefhebbers van Tibetaanse muziek een grote naam. Voor optredens als zangeres en instrumentaliste reisde ze de hele wereld over. Voor de liefde streek ze neer in Utrecht. Daar deed ze haar best om via cursussen dat moeilijke Nederlands te leren. Ze zocht bovendien een mogelijkheid om de taal op simpel niveau meer te gebruiken. Het werd een baan als serveerster bij De Werfkring.

Leuk en lekker

De eigenaren hadden voor hun vegetarische restaurant eigen recepten ontwikkeld. Een combinatie van granen, kruiden, peulvruchten, gestoofde groente en rauwkost, zoveel mogelijk van biologische teelt. Altijd vers, geen blik en ter plekke gesneden. Namgyal: “Ik vond die manier van eten leuk. Je kreeg veel verschillende dingen op je bord. Bovendien waren het precies de smaken die ik lekker vind.”

Rustige plek

In 1981 nam ze het restaurant en de receptuur over. De eerste drie jaar werkte ze met hulp van haar zus Chukie. Ze kregen les van de koks en schreven alle recepten nauwkeurig op. “Je kon in de Werfkring niet zomaar een kok neerzetten, omdat de recepten zo eigen waren. Ik had natuurlijk wel ideeën hoe ik het anders wilde doen, maar we begonnen met die basis. We hielden ook vast aan de relatief korte openingstijden. Daardoor hadden we weinig stress en geen vermoeide medewerkers. Verder spelen we dus geen muziek. Mensen vinden dat lekker, zo’n rustige plek midden in de stad. En ook al ben ik musicus, ik hoef mijn eigen muziek niet de hele dag te horen.”

Lieve mensen

Namgyal is tegenwoordig vooral gastvrouw, maar hoe dingen moeten bij De Werfkring leert ze iedere kok zelf. Een goede workflow is cruciaal. “Als je die niet beheerst, heb je om vijf uur ’s middags het eten niet klaar. Je mag bijvoorbeeld nooit vergeten om de avond van tevoren de bonen in de week te zetten. Je hebt genoeg tijd nodig om alles ter plekke te snijden. Steeds dezelfde gerechten maken is trouwens niet saai. Integendeel. Het is een vorm van meditatie.” Zo’n uitspraak past bij Namgyal’s boeddhistische overtuiging en bij haar gasten, waarvan ze zegt: “Lieve mensen, eerlijke mensen, die keer op keer terug komen.”

Rijke smaken

Kleine veranderingen zijn er trouwens wél. Namgyal: “Goed samenstellen is een kunst. Ik wil rijke smaken. Natuurlijk rijk. Een beetje zoals je thuis eet, ongepolijst. Soms voeg ik iets toe, of ik haal bepaalde kruiden weg. Soms maak ik een gerecht minder zoet. Als de smaak goed is, geef ik die kennis door aan de mensen in de keuken.”

Stevig poetsen

Als vegetarisch restaurant was De Werfkring altijd al duurzaam, lang voor het begrip gemeengoed werd. De inkoop van kleine hoeveelheden maakt een diepvriezer tot de dag van vandaag overbodig. Kruiden worden bewaard in verpakkingspotten van eerder gebruikte ingrediënten. Met schoonmaakmiddelen is De Werfkring zuinig: er wordt gewoon steviger gepoetst. Wel bijdetijds is de recent aangeschafte LED-verlichting.

Interessant 

Namgyal staat nog geregeld op muziekpodia. Dan neemt haar team de taken over, maar dat ze het desondanks al zo lang volhoudt komt door haar gasten. “Een restaurant gaat over veel meer dan koken alleen. Je leert ook zo ontzettend veel over mensen. Daardoor blijft het voor mij interessant..”

 

 

http://www.dewerfkring.com/

Namgyal Lhamo

Dit verhaal verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel vier in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

Advertenties

Eten van héél dichtbij

Fair, noemen Victor Stukker en Joyce Bielderman de filosofie achter hun restaurant Héron. Ze serveren veelvuldig wisselende gerechten en dranken, gemaakt van zo schoon mogelijke producten uit de directe omgeving. Net zo belangrijk vinden ze een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers.

Héron, in de smalle Schalkwijkstraat, ligt weliswaar in het stadscentrum, maar uit de loop van winkelend publiek en dagjesmensen. Bewust, want Victor en Joyce willen gasten die echt komen voor wat zij bieden. Die geïnteresseerd zijn in het concept en graag een hele avond tafelen.

Victor is een geboren horecaman. Van jongs af aan werkte hij in het Sallandse restaurant van zijn ouders. Toen de high school sweethearts naar Utrecht verhuisden, was hij twintig jaar lang bedrijfsleider in allerlei Utrechtse horeca. Tot hij behoefte kreeg aan een plek van zichzelf. Dat werd Héron. Partner Joyce, culinair journaliste, had geen ambities in die richting (‘Ik ben een eter, geen koker’), maar is desondanks met hem meegegroeid. “Heel organisch. Ik dacht mee over alles van inrichting tot menu, viel in toen een bedieningsmedewerker op vakantie was en bleek brood bakken heel leuk te vinden.”

Moois uit de tuin

“Met Héron wil ik andere aspecten van mezelf ontwikkelen”, legt Victor uit. “Nadat we een hond kregen kwam ik weer vaker in het bos. Dat gaf niet alleen een heerlijk vrij gevoel, ik ontdekte ook steeds meer eetbare kruiden en planten. Ons bezoek aan Noma, het Deense sterrenrestaurant dat heel veel gebruik maakt van eetbaars uit de directe omgeving, gaf de doorslag. Ik vond het geweldig wat er allemaal kon en paste het steeds vaker toe op mijn werkplek. Als vrijwilliger op biologische moestuin Maarschalkerweerd, een sociale tuinderij in Utrecht Oost, viel me nog iets op. De tuin bracht heel veel moois op. Hoe kon het dan dat geen enkel restaurant het kocht?”

Klaar

De keuze voor producten van heel dichtbij kwam dan ook van Victor. “Ik vind herkomst belangrijk. Noten, bessen, paddenstoelen en kruiden plukt hij in het wild. Weer andere kruiden en eetbare bloemen kweekt hij in zes grote bakken op de binnenplaats van de Leeuwenbergkerk, aan de overzijde van de Schalkwijkstraat. En elke week is hij op de tuinderij van zijn vaste leveranciers onder de rook van Utrecht. Koks Bobby, Jord en Taco werken met het aanbod van de leveranciers, ongeacht of dat binnen of buiten het officiële seizoen van bijvoorbeeld aardbeien, asperges of wild klaar is. Daarom kan de kaart van het ene jaar totaal verschillen van het volgende.

Zwammen

Arbeidsintensief, zeker. “Maar ook inspirerend”, zegt Joyce. “Het directe contact levert zóveel kennis op. Dat werkt door in de gerechten. Zo had een van onze boeren een partij verregende mais, waar zwammen op waren gaan groeien. Of wij iets konden met deze Mexicaanse truffel. We hebben ze verwerkt in een amuse. Gasten waren door die onbekende smaak volledig verrast.”

Lange termijn

De keuze voor lokale leveranciers betekent dat Héron bijvoorbeeld geen citroenen of chocolade gebruikt. Al doen ze wel concessies, omdat koffie, thee en specerijen nu eenmaal alleen in tropische gebieden groeien. In het interieur is gebruik gemaakt van hout uit een Zutphen’s slooppand, van door een sterrenkok geschonken borden en tweedehands bestek. Minimale verspilling is een voortdurend aandachtspunt. Joyce: “Toch noemen we onszelf eerder fair dan duurzaam. We willen een zaak voor de lange termijn, waar iedereen beter van wordt. Menselijke werktijden en een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers. Zonder onszelf te kort te doen natuurlijk!”

Dit artikel verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel drie in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.heronrestaurant.nl

De ziel laten schommelen

Grote hoofden, grote lichamen. Vaak te zwaar. Fysiek zijn ze behoorlijk aanwezig, onze Oosterburen. In de landelijke gebieden van Noordrijn-Westfalen en Saksen-Anhalt zelfs nog iets meer dan in de steden, lijkt het. De mannen doen me in hun geruite overhemd met korte mouwen denken aan uit de kluiten gewassen kinderen. De enorme T-shirts met ronde hals waar de vrouwen zich in hullen zijn maximaal seksloos.

Zonder uitzondering zijn ze beleefd. Misschien zelfs braaf. En gezagsgetrouw. Als ik op een volmaakt lege straat door rood fiets krijst een vrouw op de stoep: “Führerschein einnehmen, das sollte mann!” Bij mij zou dat niet helpen. Ik heb niet eens een rijbewijs.

Op een terras in Höxter ergert een man zich aan het geskype van twee Afrikanen en een hooliganachtige Duitser. Ik begrijp zijn ergernis. Ook ik vind het harde, krakerige geluid uit hun telefoon hinderlijk. Maar als hij hen toebijt: “De politie zal jullie wel leren om je aan de regels te houden”, vind ik zijn machteloze dreigen met een autoriteit toch irritant.

In Duitsland zijn de meeste dingen goed geregeld, en bijna iedereen houdt zich aan die regels. De keerzijde is dat het leven tamelijk voorspelbaar en weinig opwindend is. Zou dat een reden zijn om zoveel te eten en te drinken, vraag ik me af. Je hebt wat te doen en het geeft een aangenaam gevoel ten slotte. Misschien is de veilige saaiheid van het bestaan ook de reden dat ze zoveel krimi’s produceren. Iedere avond zijn er op de verschillende zenders wel een paar te zien, meestal van eigen makelij. Met fantastische acteurs, sterke dialogen, prachtig camerawerk. Daar kan je lekker wat angsten voelen, terwijl je veilig thuis zit en een koel glas bier nooit ver is.

Maar als ik naar het landschap kijk, valt me iets anders op.

De kastelen. Het zijn er veel, heel erg veel. Vaak schitterend gebouwd, omringd door fraaie tuinen en liefdevol onderhouden. Geen stoere, maar van die uitbundige met allerlei torens en versierde kozijnen en beeldhouwwerk en kleuren. De ene toeristische tekst vertelt bezoekers hoe geschikt het kasteel en zijn omgeving zijn um deine Seele baumeln zu lassen. Een andere roept op om je er met je geliefde te verpozen, om je hart te laten spreken. Omdat de liefde immers het belangrijkste is in het leven.

Het ontroert me.

In die grote koppen, in die grote lijven, daar huist een intens romantische ziel.

 

http://programm.ard.de/TV/Themenschwerpunkte/Film/Krimi/Startseite

Schloss Bevern          

Extase in de Harz

De openingstijden van de hotelreceptie variëren. Het schijnt te maken te hebben met waar de eigenaren net zin in hebben. Dat is een behoorlijk on-Duits potje onvoorspelbaarheid. Gelukkig zijn ze er wel als ik de weg uit het Obere Harz-woud naar het dorp Hahnenklee gevonden heb. Ik krijg zelfs de mooiste kamer, die met uitzicht op het meer.

De vloerbedekking is oubollig jaren tachtig, maar het boxspringbed heeft Olympische afmetingen en is het comfortabelste waar ik ooit in geslapen heb. Op glazen design nachttafels staan hypermoderne LED-lampen. De badkamer doet met ook weer jaren tachtig tegels bijna pijn aan de ogen. De eigentijdse spaardouche daarentegen sproeit breed en warm.

De eetzaal is ingericht zoals je dat verwacht in een degelijk Duits hotel. Massieve houten meubels, tafelkleedjes, tuttige vitrage. Alles keurig en brandschoon. De ober die het ontbijt serveert is een kleine, rustige, uiterst beleefde veertiger. In zwart T-shirt en zwarte broek. Kaal. In zijn oorlellen twee grote open buisjes. Tatoeages van pols tot schouder. Een sik-achtig baardje met een ingewikkelde knoop erin. Geen hipster, eerder een rocker.

Met grote vanzelfsprekendheid meldt hij dat hij sojaworst serveert, omdat dit een veggie hotel is. Als ik thee wil, kan ik kiezen uit tweehonderd soorten. Ik word bijna gillend extatisch van alle contrasten in dit hotel, in dit uitgestorven wintersportplaatsje.

Natuurlijk hoor ik hem uit. Ja, hij is een motorrijder, net zoals het echtpaar dat de zaak runt. Dat maakt het hotel aantrekkelijk voor andere motorrijders. Zij is de dochter van de oorspronkelijke eigenaren en heet Schwarz. Bovendien is ze vegetariër, en haar man ICT’er. Dat verklaart de ingewikkelde naam van het hotel, en is reden voor nog meer vogels van zeer divers pluimage om hier te logeren.

In de vroege zomer zit de ontbijtzaal echter helemaal vol met één vogelsoort. Een die niet afkomt op motoren, sojaworst of ICT. Het zijn allemaal Nederlanders. Blackcoms.Erika kost om onnavolgbare redenen maar 21 Euro per nacht.

 

Blackcoms.Erika badkamer

 

Black.comsErika nachttafel

http://blackcoms-erika.de/

Van de Straat eten in Lombok

Biologische ingrediënten gebruiken is bij het Utrechtse restaurant Van de Straat zo vanzelfsprekend, dat ze er niet eens reclame mee maken. Ook niet nu het omgedoopt is naar The Vegan Gorilla. Mensen moeten gewoon komen om een leuke avond te hebben. Met lekker, verrassend eten en een vleugje vakantiegevoel.

In hun woonwijk Lombok ontbrak nog iets, vonden de drie mannen die nu samen eigenaar zijn van Van de Straat. Een ontmoetingsplaats waar de wijk gezelliger van zou worden. Laagdrempelig, met goed biologisch eten en drinken. Waar bewoners makkelijk binnenlopen of op het terras neerstrijken voor een drankje, een complete maaltijd of zelfs alleen een dessert. Het werd street food restaurant Van de Straat. Anderhalf jaar geleden opende het zijn deuren in een pand aan de Surinamestraat.

Avonturen

De keuken is het domein van Thijs Afink. Hij reist graag en veel en eet onderweg alles wat hij tegenkomt. Aan de Surinamestraat  maakt hij die gerechten wat toegankelijker voor de Nederlandse smaak. Hij zorgt er wél voor dat het spannend eten blijft, met smaken waar menige gast een vakantiegevoel van krijgt. Gastheer en barman Jasper Visser avonturiert met de dranken. Natuurlijk serveert hij Thijs Tea, de door Thijs ontwikkelde frisdrank van afgekeurd fruit. En verder goede koffie, interessante bieren van kleine brouwerijen en minder gangbare wijnen.

Minimale voetafdruk

Thijs, Jasper en stille vennoot Joost Scholten streven ernaar hun eigen ecologische voetafdruk minimaal te houden. Logisch dat ze elkaar vonden in een grotere bedrijfsvisie,  die ze ook in hun restaurant waar mogelijk doorvoeren. Dat alle gebruikte ingrediënten en dranken biologisch zijn  hoef je daarom volgens hen niet eens te noemen. LED-verlichting hebben ze natuurlijk, en een barkraan die af en toe aangaat, in plaats van non stop te lopen. Buiten liggen dekens, want ze zijn pertinent tegen terrasverwarmers. En voedsel wordt per definitie niet weggegooid.

Uiterlijk

Voedselverspilling raakt Thijs echt. Hartstochtelijk: “Ik kom uit een Twents dorp. Daar merk je veel meer van het boerenleven. Ik weet hoeveel moeite het kost om voedsel te produceren. Dat gooi je dus niet zomaar weg. Zeker niet om uiterlijke redenen, zoals het feit dat een appel net te klein of te groot is om op een standaard supermarktschaal te passen.” Niet voor niets is hij de bedenker van Thijs Tea. In zijn privékeuken experimenteerde hij een jaar lang om een echt lekkere frisdrank te maken van afgekeurd fruit. Inmiddels drinkt Nederland zo’n 200.000 flesjes per maand.

Bewustwording

Het is een verhaal dat Jasper graag vertelt als iemand om ‘een frisje’ vraagt. Net zoals hij graag vertelt over de eerste écht lekkere biologische wijn die hij pas ontdekt heeft in het Gelderse Groesbeek. Of over LiVar varkens, Lakenvelder runderen en Canadese wilde zalm, omdat Van de Straat geen geld wil verdienen aan dierenleed. Want ook bewustwording creëren vinden de drie mannen belangrijk.

Seizoen

Een strikte keuze voor lokale en seizoensgebonden ingrediënten is er niet. Thijs: “Ik heb daar nog geen duidelijke mening over. Haricots verts verbouwen in het koude Nederland kost bijvoorbeeld meer energie dan verbouwen in Kenya, en het dan per schip hier naar toe brengen. Ik zal niet gauw een tomaat in de winter gebruiken, maar je hebt nu ook puike tomaten uit kassen op zonne-energie. Het is niet zo zwart-wit allemaal. Hoofdzaak blijft dat ons eten lekker is. We willen mensen gewoon een leuke avond geven.”

De Groene Garde is een serie over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.thijstea.com

http://www.thevegangorilla.nl/

 

Dit artikel verscheen eerder bij Frisse Mosterd, magazine en online platform over Utrechtse horeca

http://www.frissemosterd.nl

 

 

Vlees in Münster

Het is, in ieder geval via de EuropaRadweg, een lange rit van Vreden naar Münster. Als ik op zondagavond enigszins uitgeteld de stad binnenrijd, maakt de energieke sfeer me echter meteen weer wakker. Honderden mensen fietsen in hoog tempo kriskras door de stad. Jonge mensen vooral. Studenten vermoed ik. Alsof ik weer in Utrecht ben.

Ze zijn op weg naar overal, maar op deze smoorhete avond vooral naar het koele park rondom het plaatselijke Schloss. In nog groteren getale trekken ze naar de oevers van de Aasee, een meer aan de rand van de binnenstad. Ze zitten op het gras en barbecueën en drinken bier en voeren moeilijke gesprekken. Het is een universiteitsstad ten slotte.

In de lome warmte valt me het licht verbeten stemgeluid op waar Duitse vrouwen zo´n patent op lijken te hebben. De hoogopgeleide, goedgebekte, kritische meiden hier gebruiken hem om Andreas en Thomas en Max om de oren te slaan met argumenten over van alles en nog wat. De jonge mannen knikken gedwee. Deze dames maak je het niet makkelijk naar de zin. Nogal intimiderend zijn ze. Zeg ik, zelf toch ook niet voor de poes.

Ik denk dat ze het zelf niet beseffen. Omdat jonge vrouwen juist vaak het gevoel hebben niet goed genoeg te zijn. Perfectie in alles is het streven. Dus beulen ze zich af. Met dubbele studies en nuttige stages en CV-bouwende activiteiten. Ze sporten zich een ongeluk en zijn bijna religieus in hun streven naar gezond eten. In Münster wordt dan ook veel gejogd, en het wemelt van de veganistische snackerettes. De Duitse studentes doen hartverscheurend hun best.

Wat  gun ik hen iemand die hen geweldig vindt om wie ze zijn. Niet om wat ze allemaal doen. Iemand die zegt: kom, doe even wat minder je best. Ik weet dat je slim bent en veelzijdig en interessant. Maar dan kun je nog steeds even lekker chillen. Een potje seksen wellicht. Nee, geen kama sutra of andere ingewikkelde dingen. Gewoon simpel en lui. Voor de lol. En daarna gaan we veganistisch uit eten.

Lol hebben, dat lijkt me ook voor de geïntimideerde knullen veel beter. Mijn zegen hebben ze. Met of zonder vlees.

 

http://www.krawummel.de/

http://www.pruett-cafe.de/

http://bucks-vegan.de/

https://www.facebook.com/pg/GustavGruenMS/about/

 

 

 

 

Lekker inspireren met bier zonder vlees

 Bier en veganistisch eten, het is geen voor de hand liggende combinatie. Maar bij brouwerij/biercafé/restaurant Oproer in Utrecht doen ze het toch. Ze willen een vriendelijke, open plek zijn, waar iedereen welkom is voor de heerlijkste bieren, bijzondere drankjes en geweldig plantaardig eten.

IT-ondernemer Mark Strooker was altijd goede bieren aan het uitproberen. Bij café België aan de Oudegracht en als tester bij Ratebeer.com. Zo proefde hij ook bittere bieren en zware stouts uit Amerika en Denemarken. In Nederland bestonden die nog niet. Dus begon hij ze zelf te brouwen. Gewoon, thuis. Zijn kennis haalde hij uit boeken en van internet.

Brouwen en IT hebben volgens Mark veel gemeen: “Bij allebei heb je een probleem dat je wilt oplossen. Bij allebei heb je te maken met veel variabelen, technieken, temperaturen en ingrediënten. Als je een biersmaak verzint, ga je bedenken hoe je die zou kunnen maken. Brouwen is heel creatief. Ik noem het een kunstvorm.”

In 2012 werd de hobby een bedrijf: brouwerij Rooie Dop. De eerste jaren runde Mark het met twee vrienden. Als eerste in Nederland bracht Rooie Dop een IPA (India Pale Ale) op de markt.  De zaken gingen goed en al snel exporteerden ze naar liefst 35 landen. Toen hij uiteindelijk alleen overbleef en een nieuwe plek zocht om te brouwen, ontmoette hij Bart-Jan Hoeijmakers van brouwerij RUIG uit Maarssen. Sinds 2015 werken ze samen onder de naam Oproer.

Bij hun gezamenlijke brouwerij wilden ze sowieso een beer pub. Het restaurant kwam erbij omdat  de enorme industriële ruimte die ze konden huren, in een voormalig NS-gebouw naast station Zuilen, een restaurantbestemming had. Dus zochten en vonden ze twee fantastische kokkinnen, Martina en Mari, die echter alleen veganistisch werken. Vegetariër Bart-Jan en flexitariër Mark vonden het leuk het dogma bij-bier-hoort-vlees te doorbreken. Dat het restaurant zo’n succes zou worden was onverwacht. Het zat meteen vol, met mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de bevolking. Al in 2016 werd het verkozen tot beste veganistische restaurant van Nederland.

Oproer staat voor verandering, het heft in eigen hand nemen, iets beters willen. Want verschil maken vinden ze belangrijk. Begaan zijn met het welzijn van mens, dier en plant, dat komt bij hen van binnenuit. Daar past plantaardig, biologisch en lokaal verbouwd voedsel bij. En dito bier natuurlijk. Bovendien willen ze een vriendelijke, open plek creëren waar de hele buurt zich thuisvoelt. Daarom is er een grote speelhoek voor kinderen en een royaal terras waar ook af en toe een vuurtje brandt. Je kunt er bier komen proeven dat nergens anders te krijgen is of alleen koffie drinken.

Ten slotte hopen de mannen mensen te inspireren tot bewuster omgaan met eten en drinken. Dicht bij huis werkt dat in ieder geval. Wat Mark’s zevenjarige zoon later wil worden weet hij nog niet. Wat hij vandaag wil zijn wél.

Veganist.

www.oproerbrouwerij.nl

Dit artikel verscheen eerder op http://www.frissemosterd.nl, platform over Utrechtse horeca

 

In de wereld van ambitie..

‘Tjeezus Wilmie! Ga je echt dat hele eind fietsen?, roept de vriend die ik nog ken uit magerder tijden, maar die nu in een Jaguar rijdt. ’Helemaal in je eentje? Zonder iemand om tegenaan te lullen? Dat is toch ongezellig! Waarom laat je je niet door mij brengen in de Jag? Dan breken we gewoon met 1 op 4 dat groene hart van je.’

‘Zal ik je komen uitzwaaien?’, vraagt de andere vriend uit vroeger tijden, die ook toen al op oude motoren weer en wind trotseerde en wat minder aan comfort en grote snelheid hecht. In een ontbijtcafé trakteert hij op ruim voldoende calorieën voor de eerste zestig kilometer. In een minigripzakje heeft hij het lichtste reiscadeau verpakt dat hij kan bedenken: vijftig minutieus gevouwen Euro’s. Later blijken het er trouwens honderd te zijn. Ik zal ze met vreugde spenderen aan een luxe hotelkamer en een groots concert.

Als ik Utrecht uitrijd voor de eerste kilometers van de ruim duizend die de Europa Radweg 1 lang is, zingt mijn hart van geluk. Vier dagen en een paar honderd kilometer later, op een zonnige zondagochtend in het Duitse Münsterland, zingt het nog steeds. Ik rijd langs rivieren en graanakkers en weilanden en door bossen, ik verdwaal op schimmige industrieterreinen en vind mijn weg weer terug. Soms dankzij mijn kompas. Soms dankzij spontaan aangeboden uitleg van plaatselijke heren, want niet alleen de oude vrienden thuis zijn enthousiast. Al denkt menig Duitse man dat ik een grap maak als ik vertel wat mijn eindbestemming is. Maar daarna wensen ze me altijd heel veel geluk en een goede reis.

Ik wil best een keer met de Jag naar Berlijn. Dat kan mijn groene hart wel aan. Maar deze keer niet. Omdat ik me op dit moment voel zoals een anonieme dichter ooit op Utrechtse stoeptegels schreef: ‘In de wereld van ambitie, zit ik fluitend op mijn fietsie.’

https://www.europafietsers.nl/fietsroutes/euroroute-r1

https://www.geheimoverdegrens.nl/fietsen-in-het-m%C3%BCnsterland/

 

Gescheiden mannen

‘Angela en Brandy’ staat in smeedijzeren letters op de gevel van het geelgepleisterde huis. Het ligt rustig aan een klein plein, voor de deur een mooie boom. Desondanks ziet het er door de gesloten rolluiken weinig toegankelijk uit.

Op de eerste keer bellen reageert niemand. Maar na vijf minuten en een tweede keer verschijnt een lange vrouw met zware borsten en een dikke buik, beide losjes bungelend in haar jurk. Ja, ze heeft een slaapplek vrij. In de grootste kamer. Ook in de andere kamers trouwens, want ik ben de enige gast die avond.

In de kamer doet de overdaad aan beelden, wandversiering en uitbundig hemelbed een aanslag op mijn zintuigen. Maar omdat het maar voor één nacht is, negeer ik de felle kleuren van lakens en vloerbedekking. Ik negeer de kabouter in zijn schommelstoel die aan de bedhemel hangt. Na drie dagen fietsen wil ik gewoon een avond niksen op een kamer met TV, en die heb ik hier. Bovendien zijn de matrassen fantastisch.

Ik bekijk een documentaire over yeti’s en de talloze wetenschappers die onderzoek doen naar de verschrikkelijke sneeuwman. Het lijkt zowaar of ze er een gevonden hebben. Tot ik erachter kom dat de man in beeld een bovenmatig lange en brede ex-worstelaar is met een aapachtige schedel. Inmiddels is hij politicus in Mongolië, met een brandende interesse in yeti’s.

Voor het ontbijt heeft Angela zich uitgesloofd. Ik mag mijn buik rond eten en wat over is meenemen voor onderweg. Verder is Angela’s specialisatie de monoloog, in Nederlands doorspekt met Duitse uitdrukkingen. Het mag van mij, want ze is een vrouw met een fascinerend leven. Een Zwitserse echtgenoot, een gehandicapte zoon, in weelde levend in verschillende buitenlanden. Gescheiden, om nu eens haar eigen vleugels uit te kunnen slaan.

Haar inkomen haalt ze uit haar bed&breakfast, maar af en toe huisvest ze tegen een normale huurprijs ook mannen die werkloos zijn of net gescheiden of gewoon even de weg kwijt. Natuurlijk roddelt het dorp daar over. Het kan haar niet schelen, ze helpt die lui in een moeilijke periode. En dan is er weer even een man in huis. Kan geen kwaad als er geregeld onbekenden komen logeren.

Ik dacht dat Brandy een exotische echtgenoot was. Het is een lieve, langharige zwarte hond.

’s Morgens zwaaien ze me samen uit.

Geen dier, wel plezier

Een verrassingsmenu voor vegetariërs is nog een zeldzaamheid. Terwijl verrast worden aan tafel juist zo leuk is. Restaurant De Rechtbank heeft zo’n menu niet op de kaart, maar improviseerde het gewoon. En met verve. Voorbij pompoensoep en bladerdeegdingetjes.

Ze stelt het zelf voor, zodra ze hoort dat dit diner, met fles wijn, een cadeau is van een geliefd familielid. Een verrassingsmenu voor zowel de omnivore disgenoot als voor mij, de vegetariër. Hebben we daar zin in? Met bij iedere gang een bijpassend glas, in plaats van één fles voor de hele maaltijd? Dit is een serveerster naar ons hart. Met plezier geven we haar de regie over onze avond.

Omelet

Utrecht is voor vegetariërs een prima stad. Vrijwel elk restaurant biedt een paar vlees- en visloze gerechten aan. En al maakt vrijwel niemand zich er meer van af met een omelet, een beetje fantasieloos zijn die gerechten vaak wel. Iets met pompoen, iets met bladerdeeg. Heel veel verder gaat het zelden.

Mannen

Nee, dan wat de leuke mannen in de open keuken van De Rechtbank doen. Ze warmen me op met een zuurkooltaartje, dat door een dun laagje gesmolten Taleggio en een paar gesmoorde cèpes verrassend mild van smaak is. Een jongen met uitbundig getatoeëerde armen maakt, stuiterend van enthousiasme, een spektakel van de truffelrisotto. Voor onze ogen zet hij de brander op een lepel brandy. Met de warme vloeistof roert hij precies genoeg vlokken los uit een enorme Grana Padano-kaas. Ze maken de risotto perfect.

Monniken en boeren

De serveerster schenkt een nieuw glas bij de lasagne van zoete aardappel met een knapperige hazelnotenkorst. Tegelijkertijd spreekt ze van Toscaanse monniken die met hun blote voeten biologische druiven tot deze wijn persten. Bij de sabayon met appel en ahorn-walnotenijs vertelt ze over krenten die tien dagen rijpen in de zon, waarna Andalusische boeren er een licht stroperige dessertwijn van maken.

Gesprekken

Bij De Rechtbank snappen ze dat elk detail bijdraagt aan een feestelijke avond uit. Natuurlijk die vriendelijke, deskundige maar nooit opdringerige bediening. Genoeg licht om te zien wat op je bord ligt. Uiterst bescheiden achtergrondmuziek. Het restaurant heeft er waarschijnlijk geen invloed op, maar zelfs de andere gasten dragen hun steentje bij. Want ze laten hun telefoons in hun tassen en zakken! Ze voeren geanimeerde gesprekken!

Zo uit eten gaan: ik wens het iedereen toe. Met of zonder vlees en vis.

www.derechtbank.com

www.facebook.com/DeRechtbank030

Foto: Sjoerd Schokker

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op http://www.frissemosterd.nl