Nooit tegelijk verliefd

“Dertien was Anna, toen ik haar ontmoette. In haar ouderlijk huis, waar ik was om piano te spelen met haar vader. Vanaf die tijd kwamen we elkaar in onze kleine provinciestad vaak tegen, en het was altijd hartstikke leuk praten met haar. Later vertelde ze dat ze indertijd verliefd op me was. Op mijn negentiende vertrok ik naar een conservatorium in het midden van het land. Pas toen Anna een paar jaar later in dezelfde stad kwam studeren, werd ik verliefd op hààr. Ik zweeg erover, want ik had een vriendin. Maar op een moment dat we allebei in between relaties waren, belandden we samen in bed. Van vrijen kwam echter niets. We waren gewoon té vertrouwd met elkaar. We zeiden: ‘Hier laten we het bij. We hebben het goed als vrienden’.

In de jaren daarna kregen we allebei een partner en ongeveer tegelijkertijd kinderen, elk een zoon en een dochter. Op een broer-zusachtige manier deelden we heel veel. We gingen samen de stad in met onze kinderwagens. Later zagen we elkaar iedere dag op de crèche en vervolgens op de basisschool. Anna’s kinderen waren zeven en vier jaar toen haar man besloot dat het gezinsleven hem niet paste. Hij wilde om de wereld zeilen, en dat is hij gaan doen.

Niet veel later liep ook mijn eigen relatie stuk en kreeg ik een verhouding met een collega. Met mijn ex-vrouw bouwde ik een goede relatie met co-ouderschap op. Mijn nieuwe vriendin had daar moeite mee. Bovendien voelden mijn kinderen zich niet op hun gemak bij de vriend die hun moeder daarna kreeg. Als ze bij hen waren, wilden ze soms toch liever naar mij. In die tijd hadden Anna en ik een aantal jaren geen contact. Ze vond dat ze Karel de gezellige kwijt was, en mijn nieuwe vriendin kwam er bij haar niet in.

In 1999 waren we allebei vrij en zochten elkaar opnieuw op. Met onze kinderen aten we over en weer bij elkaar. En opeens werd ik weer verliefd op haar. Op een van die sameneet-avonden regende het zo hard, dat het beter was om niet meer naar huis te fietsen. Iedereen bleef slapen. De kinderen bij elkaar, Anna bij mij. Die nacht sloeg de vonk wèl over. Vanzelf. Er was geen seconde dat het niet klopte. Toch aarzelde Anna de volgende ochtend. Ze wilde onze bijzondere vriendschap niet in de waagschaal stellen voor het experiment van een relatie. Veertig dagen lang hadden we geen contact. Toen sms-te ze: ‘Ik heb vlinders in mijn buik’.

De kinderen waren enthousiast over ons. Op dat moment voelde mijn ex zich vrij om met haar vriend naar Frankrijk te verhuizen. Ze wist dat de kinderen bij Anna en mij in goede handen waren. Wij kochten toen een huis dat groot genoeg was voor ons en vier pubers tussen de tien en vijftien jaar. Het leven met nieuwe broers en zussen was voor hen natuurlijk ook wennen, maar al gauw zeiden ze: ‘Wat fijn dat jullie gefuseerd zijn.’ De afwezigheid van beide andere ouders zorgde voor veel rust. We hadden nog maar twee opvoedstijlen die we moesten combineren. Het botste af en toe, maar we hebben geleerd om àlles uit te praten. Een samengesteld gezin heeft ook voordelen. We keken met net iets meer afstand naar elkaar’s kinderen en konden elkaar geruststellen, wanneer een van ons bang was ‘dat er niets van het kind terecht zou komen.’ We zijn nu bijna twintig jaar verder. De kinderen zijn evenwichtige volwassenen geworden die zich echte broers en zussen voelen. Ik vind het een zegen dat we dat samen hebben kunnen doen.”

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 30 juni 2019

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/man-en-vrouw/155730-verliefd-op-je-beste-vriend-of-vriendin.html

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/07/hart-open-en-relax-1615851-a1019288

https://www.radarplus.nl/article/279/De-lusten-en-de-lasten-van-een-samengesteld-gezin

 

Advertenties

‘Ik was te jong voor een verstandshuwelijk’

Jorien (51) en Jasper (50) bleven zo lang mogelijk verstandig. Tot ze het niet langer volhielden.

“Hoe verliefd Jasper en ik ook waren, we wilden geen van beiden onze partner verlaten. Tot geen prijs mijn of zijn kinderen beschadigen of kwijtraken. Want misschien was het wel een bevlieging.

Ik had Jasper nooit als man bekeken. Hij was de vader van een schoolkameraadje van mijn oudste. Blond, een paar kilo te zwaar, altijd ongelooflijk druk. Op een zomeravond bracht ik iets terug dat zijn kind had laten liggen. Hij zette thee. Waar we het over hadden weet ik niet meer zo goed. Maar we bleven praten, vier uur lang, over alles wat we belangrijk vonden. Ik voelde me zo begrepen, zo gekend. Toen ik eindelijk naar huis ging was ik volkomen in de war. Hij had veel te veel indruk gemaakt.

Ik was op dat moment 35 en had drie jonge kinderen. De eerste zwangerschap had zich aangediend juist op het moment dat ik twijfelde aan mijn relatie met Chris, die ik al vanaf mijn studententijd kende. Hij was zo jongensachtig en onbezorgd, bijvoorbeeld als het om geld ging. ‘Alles komt altijd goed’, zei hij dan. Daardoor moest ik steeds de verstandige zijn, de bezorgde, degene die dure aankopen terugdraaide. Maar zijn vaderrol nam hij heel serieus. Hij was en is lief, warm, verzorgend. Voor het tweede kind kozen we heel bewust, de derde kwam snel daarna. We waren gelukkig met de kinderen en elkaars beste vrienden.

Dat maakte mijn schuldgevoel zo groot toen ik verliefd werd op Jasper. Want eigenlijk hadden Chris en ik een heel harmonieuze relatie. Maar ik voelde me zó vast zitten. Ik had de moederrol, was steeds bezig de boel bij elkaar te houden. En ik kreeg last van het niveauverschil. Ik heb een universitaire studie gedaan. Chris had niets afgemaakt, hoewel hij uiteindelijk zijn draai vond in een baan en daar ook in opklom. Ik ben helemaal niet zo’n intellectuele hoogvlieger, maar door Jasper merkte ik hoe ik iemand nodig had die mee kan in mijn manier van denken, van verbanden zien. Bij wie ik me wezenlijk herkend voel.

Toen Jasper en ik voor het eerst gezoend hadden, raakte Chris niet in paniek. ‘Ga maar eens uitzoeken wat er achter zit’, zei hij. Door twee jaar therapie realiseerde ik me dat ik vooral rekening hield met wat anderen nodig hadden. Ik begon meer tijd voor mezelf te nemen en ging weer werken. Jasper ging door een vergelijkbaar proces. Hij is verzorgend en loyaal, gooide alles aan de kant voor zijn gezin. Door therapie werd hij steviger, minder de dienaar van zijn vrouw. In die tijd zagen we elkaar soms maanden niet. Als we elkaar wel spraken was de conclusie steeds: nu niet. We willen geen huwelijken kapotmaken.

Na die twee jaar besloot ik dat ik te jong was voor een verstandshuwelijk. Chris en ik zijn zorgvuldig uit elkaar gegaan en zorgen vanaf dag één fifty-fifty voor de kinderen. Een halfjaar later vertrok Jasper voor een proefscheiding naar een flatje. We gingen koffiedrinken. En toen had ik nieuwe verkering. Eindelijk. Ik was nog even bang dat ik wat wij hadden te mooi had gemaakt. Het was tussen ons zo open, een bijna rauwe eerlijkheid. We hadden immers niks te verliezen. Maar we zijn nu veertien jaar verder en ik ben nog elke dag dankbaar. Bij hem voel ik me opgetild en krachtig. Ik ben nooit alleen.”

https://www.counselpraktijk.nl/tijdelijk-uit-elkaar/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Camille_Claudel

https://uitelkaar.nl/scheiden-en-nu/kinderen?gclid=EAIaIQobChMI5YSCodu04AIVQeR3Ch19PAFPEAAYAiAAEgK85PD_BwE

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 9 februari 2019

 

Tweedehands fonkelen

Een minimalist of een bewoner van een tiny house wordt er stapelgek. De hoarder daarentegen vindt het aanbod waarschijnlijk nog te schraal. Maar voor al die andere stervelingen kan het een bijzonder interessante plek zijn. Of eigenlijk: plekken. Want net zoals koffiezaakjes en verantwoordeburger-tenten is hun aantal de laatste jaren fiks gegroeid. Op 1 Oktober, komende zaterdag, hebben ze zelfs een eigen nationale dag.

Tweedehandswinkels zijn van alle tijden natuurlijk. Soms heet de aangeboden waar antiek. Op dit moment heet het eerder vintage, want iets minder oud.  En dan heb je nog kringloopartikelen, te vinden in voormalige scholen, schuren en loodsen. Bij organisaties die meestal draaien zonder winstoogmerk en die werk bieden aan mensen die moeilijk aan een baan komen. Ze heten meestal ook gewoon kringloopwinkel. Hoewel, vaak zijn het eerder warenhuizen.

Want bijna alles is er te koop. Heel veel kleren, schoenen, tassen en sieraden. Veel meuk in de categorie servies, fotolijstjes, posters, kandelaars en glaswerk. En verder vrijwel alles van bedden tot wasmachines, van boeken tot dvd’s, klokken, rollators en speelgoed. De vormgeving kan wat gedateerd zijn, de kwaliteit variërend van rotzooi tot top. Ik vind de kringloopwinkels geweldig.

De Japanse opruimgodin Marie Kondo publiceerde in 2014 een boek met de titel Opgeruimd!, dat uitlegt hoe fijn het is in een ordelijke omgeving te vertoeven. Het vervolg heette, veel inspirerender, Spark joy. De kern van haar boeken is, dat je leven enorm opknapt wanneer je alleen bezittingen hebt waar je plezier aan beleeft. Dus weg met alle overbodige spullen. Ze zette een trend van radicaal opruimen. In het Nederlands wordt dat nu ontspullen genoemd.

Als je passend bij de tijdsgeest ook wilt ontspullen hoef je noch de grofvuildienst in te schakelen, noch je kleinere overtollige have en goed in de vuilniszak te gooien. Het is vrijwel allemaal welkom bij de kringloopwinkel.  Ben je juist een beginnend kamerbewoner, net gescheiden man, elpee-adept, liefhebber van mechanische klokken of toe aan wat jaren zeventig servies, dan vind je het hier. Mooi toch: de een zijn meuk is de ander zijn schat .

Wat ook de reden is om naar een kringloopwinkel te gaan, ik sluit ik me aan bij Marie. Haar motto is ook een heel goed criterium bij alle andere keuzes die je in je leven maakt. Eigenlijk de enige vraag die echt telt: ‘Does it spark joy?’

 

https://kringloopdag.nl/

http://tidyingup.com/

http://www.tinyhousenederland.nl/

https://www.facebook.com/events/672675702885765/

 

kinderbed-auto kringloopwinkel-houten servies-vintage theepotten-vintage

 

Rode loper

Sommigen konden een lichte schok ternauwernood verbergen. Anderen waren minder tactisch en zeiden: ‘Wat? Woon jij in die achterbuurt? ‘

Tja, daar woonde ik. Tussen arbeiders, werklozen, studenten, Turken, Marokkanen en kunstenaars.  In een enigszins onderkomen, maar buitengewoon sfeervolle woning uit de jaren twintig. Het was er niet rustig nee. Soms werd er gevochten, en er werd wel eens een moord gepleegd.

Tegelijkertijd kende ik mensen die in beschaafde, rustige dorpen woonden, waar ook wel eens iemand  door geweld om het leven kwam.  Wat je daar dan weer niet had, was de variatie in bewoners en de reuring waar ik zo van houd.

Iets minder leuk voor een groenhart als ik was de hegemonie van de auto. Die had de status van almachtige. De grootste had voorrang, klaar.  Dikwijls stonden ze dubbel geparkeerd. Fietsers en voetgangers waren enigszins lachwekkende sta-in-de-wegs.

De afgelopen vijf jaar veranderde er iets in de buurt. De Chinees werd een chique Aziatisch fusionrestaurant. De Marokkaanse bakker had opeens een interieur van sloophout. In mijn eigen straat opende een biologische eterette en voor een baristakoffie hoef je niet meer naar de binnenstad.

Nog gekker: opeens zei letterlijk iedereen die hoorde wat mijn adres was, dat zij ook dolgraag een woning wilden in mijn achterbuurt. Zo sfeervol! Al die leuke winkeltjes! Al die authentieke Turken!

Ik concludeer dat ik nu dus op stand woon.

De studenten en kunstenaars zijn aan het verdwijnen. Behalve mannen met knotjes zie ik ook steeds meer bugaboos en bakfietsen. Tot nu toe is die yuppificering goed te hebben, want een beetje meer woorden- en minder vuistenstrijd juich ik toe. Maar waar ik pas echt opgetogen over ben, is het fietspad dat zojuist is aangelegd. In die winkelstraat waar je als niet-automobilist eigenlijk persona non grata was. Een fietspad rood als een loper, dat zegt: hier mag geen auto staan, maar mag jij, fietser, echt gewoon rijden.

Ik hoop natuurlijk dat mijn achterbuurt niet helemaal wordt overgenomen door tweeverdieners. Dat het een beetje onaangeharkt blijft. Maar zo’n fietspad door Klein Ankara, dat is het beste van twee werelden.

Fietspad Kanaalstraat

Nette natuur

Als kind plukte ik wel eens bloemen langs de kant van de weg. Er stond meer dan genoeg, in veel verschillende kleuren. Zoals boterbloemen, pinksterbloemen, madeliefjes, klaver, paarse distel en klaprozen.  Wanneer het precies gebeurde weet ik niet meer, maar geleidelijk werden de bermen steeds saaier.

Flink maaien en met gif spuiten werd gebruikelijk, zodat er alleen een duf grasmatje overbleef. Want die vuige natuur probeerde overal maar een zootje van te maken, en dat kon zomaar niet.Er kwam een moment dat ik me realiseerde dat ik al jaren geen klaprozen, klaver en pinksterbloemen meer had gezien. En al helemaal geen korenbloemen.

Ook particuliere tuinen waren vaak weinig inspirerend. Een gazonnetje, stijve perken. Of nog treuriger: tegels. De enkele bioloog die een natuurlijke tuin cultiveerde werd gezien als een aso, vergelijkbaar met iemand die zijn stukje grond volplempte met oude wasmachines en andere troep. In de stad zag je in veel straten amper groen, omdat het verboden was zelf iets te planten of neer te zetten. Openbare ruimte immers, die door gemeentes onderhouden moest worden.

Gelukkig bleek het keurig houden van het land een prijzige aangelegenheid. Zo prijzig dat het aantrekkelijk werd om wat minder netjes te zijn. Natuurlijk bermbeheer, heette dat. Oude wijn in nieuwe zakken, maar dat doet er niet toe. Geleidelijk keerde er wat ruigheid terug in bermen en parken. Het bleek ook veel goedkoper om mensen toestemming te geven voor de aanleg van geveltuintjes. Het maakte straten groener en leefbaarder, en dat alles ook nog eens aangelegd en onderhouden door de bewoners zelf.

De laatste jaren zijn daardoor de straten in mijn stadse arbeiderswijk vele malen aangenamer geworden. En als ik nu een eindje ga fietsen buiten de stad, is de afwisseling in begroeiing bijna weer als vanouds. Behalve klaver, zuring en wilde margrieten zie ik zelfs weer klaprozen. Nu die korenbloemen nog.

Bermbloemen 2

 

Paarse distel

 

Eenzaam

Omroep Max zond eind vorig jaar een serie uit over eenzaamheid. Ze volgde vijf mensen tussen de 55 en 81 jaar, die ruiterlijk erkenden eenzaam te zijn. Soms zelfs geen zin meer te hebben in het leven.

Van een van de vijf snapte ik wel dat ze eenzaam was. Het was een chagrijnige vrouw, die niks wilde. Behalve zeuren en klagen. Niet iemand dus om eens gezellig bij op bezoek te gaan, of om uit te nodigen voor een verzetje. Haar dochter en schoonzoon leden duidelijk onder haar zure levenshouding, maar stonden desondanks toch altijd voor haar klaar. Gewoon, vond ze.
Maar die andere vier, dat waren lieve lieden, met capaciteiten en interesses. Eenzaam geworden na scheidingen of overlijden van partner of kind.

Wat me opviel in de serie was dat geen van de vijf werk had. Ook de jongere deelnemers niet, ondanks hun talenten. Verschrikkelijk onduurzaam, vind ik.

Ik weet dat sommige mensen jammeren dat ze nog tot hun 67ste ‘moeten’. Ik weet ook dat veel ouderen na hun pensionering diep ongelukkig worden, omdat ze niet meer nodig zijn. Ze zichzelf mogen amuseren met hobby’s onder de noemer: eindelijk genieten van het leven. Maar dat niemand echt op ze zit te wachten doet vaak gemeen pijn.

Jongeren hoeven bij ons niet fulltime te werken. Hetzelfde kun je doen bij ouderen. Laat hen twee of drie dagen per week de kennis die in een heel leven is opgebouwd delen. Uiteraard betaald, want hun expertise verliest niet opeens zijn waarde als ze 65, 66 of 67 worden. En uitkeringen kosten ook geld, terwijl er geen werk tegenover staat. Het is sociaal duurzaam, want iedereen blijft meedoen. Op die manier is extra vrije tijd wél leuk, en zijn hobby’s een liefhebberij in plaats van manieren om de tijd te doden. Wat een nare uitdrukking trouwens.

Er is werk genoeg, meer  dan genoeg zelfs. Heel veel wordt nu door vrijwilligers gedaan, maar je zou er gewoon banen van kunnen maken. Dan moet je alleen wel het beschikbare belastinggeld anders besteden. Je kunt natuurlijk best miljarden wegsmijten aan zaken als gevechtsvliegtuigen, waarmee je elders in de wereld onbekenden over de kling jaagt. Je kunt het ook gebruiken om je samenleving zo mooi en gelukkig mogelijk te maken. Een samenleving waarin iedereen zich nodig voelt en het ook daadwerkelijk ís. Dat is nou duurzaamheid waar ik heel blij van word.

http://www.omroepmax.nl/nooit-meer-alleen/

https://www.ftm.nl/artikelen/keuze-jsf-geen-verrassing

https://www.utrecht.nl/nieuws/artikel/utrechtse-aanpak-eenzaamheid-bijzondere-samenwerking-tussen-bewoners-bedrijfsleven-zorg-en-welzij/

https://www.ad.nl/utrecht/utrechtse-ondernemers-voortaan-actief-in-strijd-tegen-eenzaamheid~a597036d/

https://www.actief65plus.nl/vacatures/werk-voor-gepensioneerden/?gclid=EAIaIQobChMI7u_m9ZCo4QIVbwHTCh1dVgIlEAAYASAAEgI2GPD_BwE

 

 

oudere stewardess

 

Veluws sprookje

Op de gevel van een wit kasteel, de vijver ervoor een slordige rechthoek, staat het beeld van een witte pauw. Een plaatselijk sprookje wellicht, zoals van de eenhoorn of de witte wieven? Staverden heet deze plek op de noordelijke Veluwe, en overal om me heen is bos. Vanaf dit punt vlakbij Nunspeet liggen honderdduizenden hectaren geboomte tot helemaal in Arnhem. Zo’n grootschaligheid in zo’n klein land, het is adembenemend.

Her en der tussen de enorme loofbomen schitteren velden erica. Bijen vliegen af en aan. Met een borend geluidje duiken ze in de paarse bloemen om nog even de allerlekkerste wintervoorraad bij elkaar te zuigen. Af en toe is er ook een areaal weiland. Met een enkele roodbonte koe, een paar zwartbonte, maar vooral veel van die egaal zachtbruine. En, heel opvallend, witte. Als waren ze in India liggen ze met uitstekende heupbotten, vuile flanken en droevige ogen in de volle zon te kauwen. Opeens is daar in de schaduw een omgaasd terrein. Onder een eik stapt een witte pauw. En nog een. Wel twaalf of dertien zijn het er. Geen enkele wil de staartveren spreiden.

Ten noordwesten van Staverden ligt het Veluwemeer, 80 jaar geleden nog de Zuiderzee. In de schemer fiets ik naar de voormalige kust. Witte wieven zweven boven de vochtige weilanden. In de bossen zijn ze verdwenen, maar wat is het hier donker. Heel erg donker. Eigenlijk is het verschrikkelijk griezelig. Zelfs de verharde wegen waar ik ten slotte op rijd zijn onverlicht. Als de straatlantaarns van Elburg zichtbaar worden voel ik me een stuk beter op mijn gemak. Elburg is overdag al prachtig. Nu, het hart nakloppend van angst voor ingebeelde gevaren, kan ik alleen nog in superlatieven denken. Het zacht verlichte vissersstadje is een sprookje.

 

57606437_7bc2600e09_b

Foto Erich Ferdinand

http://www.vvvelburg.nl

http://www.beleefstaverden.nl/de-kleinste-stad/landgoed-staverden

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.er

 

Wonen aan een gracht

Veel architecten halen er hun neus voor op. “Kitsch”, smalen ze misprijzend. Of: “Anton Pieck-architectuur.” Dan hebben ze het over nieuwbouwwijken, die in hun stratenpatroon en bebouwing doen denken aan middeleeuwse stadjes. Met variatie in gevels en gevelhoogte, straten met een bocht, soms een grachtje. Je ziet ze in heel Nederland, van Brandevoort in Helmond tot Op Buuren in Maarssen. En ja, helemaal origineel is het inderdaad niet.

Daar staat tegenover dat de sfeer in zulke wijken er vanaf het begin in zit. Al zijn de straten en huizen gloednieuw en moeten de meeste bomen nog groeien, blijkbaar hebben ze een schaal en vormgeving waardoor ze meteen bewoond aanvoelen. Kinderen spelen er op straat, ’s avonds krijg je vanzelf zin in een ommetje. De omgeving nodigt eerder uit tot lopen en fietsen dan tot autorijden, laat staan tot ermee scheuren.

Recycling van architectuur en stadsplanning is bijna zo oud als.., nou ja, bouwen zelf. Griekse zuilen, Romaanse ramen, gekke metselwerkjes, ze komen telkens weer terug. Je kunt het kitsch noemen, maar ik vind de Anton Pieck-wijken een verademing na de eenvormige rijtjeshuizen en betonnen flats waar de naoorlogse generatie noodgedwongen in woonde. Soms stonden die zelfs in wijken waar de straten nummers hadden in plaats van namen, zoals in het Nijmeegse Zwanenveld. De Brandevoorts en Op Buuren’s van Nederland lijken meer rekening te houden met wat mensen nodig hebben om zich prettig te voelen.

Want heel prettig is het zelden, in inwisselbare straten en rechthoekige flats die vooral uit beton, staal en glas bestaan. Zelfs al is er heel speels hier of daar een hoekje uitgesneden, of een ander blok er in een scheve hoek tegenaan geplakt. Het is wat architecten doen die modernistisch bouwen. Hartstikke mooi voor de liefhebber, maar knap saai voor wie er woont. En net zo goed kitsch, want modernisme is een stroming uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Rond de tijd dat ook Anton Pieck aan zijn loopbaan begon.

 

2015-06-12 12.27.19

http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?ID=127

 

 

Lekker binnen

De bouwsector, da’s de grootste energievreter van allemaal. Al die verschillende materialen die gemaakt en vervoerd en verwerkt moeten worden doen dat niet op een hap lucht. Zo’n veertig procent van het energieverbruik in Europa is voor de bouw, en met een bezoekje van drie minuten aan een bouwplaats zie je dat de afvalberg die daar ontstaat ook indrukwekkend is.

Maar wij willen allemaal wonen, werken en recreëren in comfortabele en als het even kan ook mooie gebouwen. En bijna iedereen die zijn/haar brood verdient in de bouw wil iets goeds neerzetten en geen vieze vervuiler zijn. Wie er desondanks onverschillig tegenover staat, zal toch duurzamer moeten gaan werken. Omdat het op de lange duur voordeliger is, en omdat het moet van de wetgever.

Afgelopen week zag ik heel van die goede intenties op de Bouwbeurs in Utrecht. Mannen in spijkerbroeken, wijde jassen gemaakt om gereedschap in mee te nemen en schoenen met ijzeren neuzen stonden te dringen bij de aanbieders van nieuwe materialen en technieken. Bij aanbieders van groene daken en groene gevels bijvoorbeeld. Bij bedrijven die muren van stro en leem kunnen neerzetten, die hartstikke solide en bovendien ademend blijken. Of die isolatiemateriaal maken van vlas, een plant die gewoon in Nederland groeit. Er stond een keuken gebouwd van gerecyclede materialen die ik meteen wilde hebben, zo mooi was ie.

Buiten zijn is meestal leuker dan binnen, maar als je dan toch binnen iets moet doen, is het een stuk leuker tussen de duurzame materialen dan in een sick building. Ik kan me dus goed vinden in de nieuwe slogan van de sector: ‘Het wordt weer leuk in de bouw.’ Wel heel stom dat er een simpel seksistisch filmpje gemaakt werd om dat te onderstrepen. Volgende keer beter, bouwsector!

http://www.bouwbeurs.nl

http://www.dakturf.com

http://www.kwartztop.com

http://www.bribus.nl

http://www.strawblockssystems.nl

http://www.isovlas.nl

http://www.comfort-company.nl

 

 

De kip als GFT-bak

Zegt de ene stresskip tegen de andere: don’t tok to me.

Hoewel ik meestal het hardst moet lachen om scabreuze moppen, vind ik deze ook bijzonder grappig.  Al zijn de woorden stress en kip niet per definitie een logische combinatie. Met zijn twintigduizenden in een overvolle schuur? Ja, natuurlijk raak je dan gestrest. Maar als ze gewoon aan het scharrelen zijn vind ik het eigenlijk best ontspannen vogels, met hun melodieuze getok. Zeker wanneer er een hardwerkende haan in de buurt is om de dames tevreden te houden

IMG_3705

Op verschillende plaatsen in mijn stadsie Utrecht heb je wat van die vrij rondlopende toompjes kippen. Het ziet er ontzettend gezellig uit en geeft iets veiligs en vertrouwds. Zelfs aan wat minder goed bekend staande buurten.

De firma Kipster denkt er ook zo over en maakt zich hard voor meer kippen in de stad. Al was het maar omdat wat we per persoon gemiddeld aan etensresten weggooien, genoeg is voor één kip om van te leven. Als dank legt ze vlakbij huis een heleboel eieren. Tel uit je winst. En die soms gemeen stinkende GFT-bak heb je niet meer nodig.

Kipster helpt de beginnende kippenstadjer met een introductieboek en de expertise van een kippenprofessor. Je kunt bij hen kippen kopen én mooi vormgegeven hokken die passen bij de aard en gewoontes van het beestje. Als je dat wat definitief vindt kun je ook een hok huren. Vanaf E12,50 per week heb je er een, met minimaal zes kippen erin. Meer kan ook, voor bijvoorbeeld scholen, restaurants of verenigingen.

Helemaal mooi is de garantie: niet goed, kip terug.

Wanneer je toch liever een ei uit de winkel haalt, maar de legster in ieder geval een goed leven gunt, kun je een kip adopteren. Iemand anders zorgt goed voor haar, jij krijgt elke maand een doosje eieren.

Wat vinden jullie, lezers en lezeressen, van deze nieuwe benadering van de kip en het ei?

Tok to me!

 

http://www.kipster.nl

http://www.adopteereenkip.nl