Ze dansten de tango en hadden geen haast

“`Dat trek je niet, zo´n stadse dame. Veel te bijdehand voor jou’, zei een van René´s broers toen hij hoorde van onze verkering. Lekker laten mekkeren, vond ik. Als wij ons er maar goed bij voelen. Sinds mijn geboorte woon ik in dezelfde grote stad, René woont al zijn hele leven in een piepklein Brabants dorp. Ons verleden is ook nog eens totaal verschillend. Ik werd weduwe na een huwelijk van dertig jaar, heb twee kinderen en vijf kleinkinderen. René had op zijn 58ste nog maar een paar relaties gehad, waarvan de langste vier maanden had geduurd. Toch zijn die verschillende werelden geen enkel probleem. We hebben nooit wrijving of ruzie. Als iets me niet bevalt, gooi ik het er gelijk uit. René kan dat ook. Bij mijn man hield ik mijn mening vaak binnen. Ik kreeg toch geen gelijk. Zelfs als ik het had.

Mijn man was dominant, bezitterig, jaloers, altijd bang dat ik iemand anders leuker zou vinden. Ik mocht nergens naar toe. Bovendien was hij chronisch ziek en had veel zorg nodig. Ons huwelijk zoog me leeg, maar ik was misschien te ouderwets om weg te gaan. Pas na dertig jaar zette ik eindelijk een scheiding in gang. Zover kwam het niet, want hij overleed vóór het officieel werd. Zijn dood was een enorme opluchting, al vond ik dat eerst moeilijk om toe te geven. In de daaropvolgende jaren werd ik weer het meisje dat ik ooit was. Opgeruimd, vrolijk, ondernemend. Ik ging leuke spannende dingen doen als parachutespringen en ballonvaren.  En ik leerde de Argentijnse tango dansen.

Vier jaar na de dood van mijn man ontmoette ik René tijdens een tango-dansavond. Een aardige vent, een gezellige prater, een goede danser. We spraken een keer af, daarna steeds vaker. We wilden elkaar beter leren kennen, zonder haast. Tot vlak voor onze ontmoeting deelde René met een broer en hun moeder een heel groot huis in dat kleine Brabantse dorp. Door zijn werk als beleggingsspecialist was hij werelds genoeg, maar hij vond het gemakkelijk en gezellig, zo met zijn familie. Inmiddels woonde zijn moeder in een verpleeghuis.

We werden geleidelijk verliefd. Ik viel voor zijn geduld, zijn rust, zijn humor. René had gezien zijn geringe aantal relaties niet zoveel seksuele ervaring, dus daar moest ik nog wel even aan spijkeren. Dat vond hij geen enkel punt, en ik ook niet. Na een paar maanden zagen we er allebei een toekomst in. Eind augustus 2014 werden we een stel.

Anderhalf jaar geleden waren we er allebei slecht aan toe. Hij had een burn-out, ik een tumor. Mede door de afstand was het soms moeilijk er voor elkaar te zijn. Maar het is gelukt. Het contact bleef intensief, we zijn elkaar nooit kwijtgeraakt. Toen we weer in rustiger vaarwater kwamen vroeg René of ik bij hem in wilde trekken. Plaats genoeg ten slotte. Maar zijn dorp is me te stil. Ik heb reuring nodig. Hij krijgt het op zijn beurt Spaans benauwd bij het idee te moeten leven in mijn kleine stadse huis. En eigenlijk wil ik ook nooit meer samenwonen. Zoals we het nu hebben is het goed. Ik voel me vrij. Er is geen stress, geen strijd, geen dwang. We hebben leuke discussies over allerlei onderwerpen. Het is vertrouwd, maar nooit saai. We halen het beste in elkaar naar boven.”

Marc Chagall / Couple au Chandelier

Dit artikel verscheen eerder in het AD Magazine van 23 februari 2019

http://www.tipsvoordaten.nl/wil-je-als-weduweweduwnaar-wel-echt-een-nieuwe-partner/

https://www.monuta.nl/over-monuta/nieuws/een-nieuwe-liefde-na-het-verlies-van-een-partner/

https://www.relatietherapie-nijmegen.nl/blog/omgaan-met-verschillen/

Advertenties

‘Ik was te jong voor een verstandshuwelijk’

Jorien (51) en Jasper (50) bleven zo lang mogelijk verstandig. Tot ze het niet langer volhielden.

“Hoe verliefd Jasper en ik ook waren, we wilden geen van beiden onze partner verlaten. Tot geen prijs mijn of zijn kinderen beschadigen of kwijtraken. Want misschien was het wel een bevlieging.

Ik had Jasper nooit als man bekeken. Hij was de vader van een schoolkameraadje van mijn oudste. Blond, een paar kilo te zwaar, altijd ongelooflijk druk. Op een zomeravond bracht ik iets terug dat zijn kind had laten liggen. Hij zette thee. Waar we het over hadden weet ik niet meer zo goed. Maar we bleven praten, vier uur lang, over alles wat we belangrijk vonden. Ik voelde me zo begrepen, zo gekend. Toen ik eindelijk naar huis ging was ik volkomen in de war. Hij had veel te veel indruk gemaakt.

Ik was op dat moment 35 en had drie jonge kinderen. De eerste zwangerschap had zich aangediend juist op het moment dat ik twijfelde aan mijn relatie met Chris, die ik al vanaf mijn studententijd kende. Hij was zo jongensachtig en onbezorgd, bijvoorbeeld als het om geld ging. ‘Alles komt altijd goed’, zei hij dan. Daardoor moest ik steeds de verstandige zijn, de bezorgde, degene die dure aankopen terugdraaide. Maar zijn vaderrol nam hij heel serieus. Hij was en is lief, warm, verzorgend. Voor het tweede kind kozen we heel bewust, de derde kwam snel daarna. We waren gelukkig met de kinderen en elkaars beste vrienden.

Dat maakte mijn schuldgevoel zo groot toen ik verliefd werd op Jasper. Want eigenlijk hadden Chris en ik een heel harmonieuze relatie. Maar ik voelde me zó vast zitten. Ik had de moederrol, was steeds bezig de boel bij elkaar te houden. En ik kreeg last van het niveauverschil. Ik heb een universitaire studie gedaan. Chris had niets afgemaakt, hoewel hij uiteindelijk zijn draai vond in een baan en daar ook in opklom. Ik ben helemaal niet zo’n intellectuele hoogvlieger, maar door Jasper merkte ik hoe ik iemand nodig had die mee kan in mijn manier van denken, van verbanden zien. Bij wie ik me wezenlijk herkend voel.

Toen Jasper en ik voor het eerst gezoend hadden, raakte Chris niet in paniek. ‘Ga maar eens uitzoeken wat er achter zit’, zei hij. Door twee jaar therapie realiseerde ik me dat ik vooral rekening hield met wat anderen nodig hadden. Ik begon meer tijd voor mezelf te nemen en ging weer werken. Jasper ging door een vergelijkbaar proces. Hij is verzorgend en loyaal, gooide alles aan de kant voor zijn gezin. Door therapie werd hij steviger, minder de dienaar van zijn vrouw. In die tijd zagen we elkaar soms maanden niet. Als we elkaar wel spraken was de conclusie steeds: nu niet. We willen geen huwelijken kapotmaken.

Na die twee jaar besloot ik dat ik te jong was voor een verstandshuwelijk. Chris en ik zijn zorgvuldig uit elkaar gegaan en zorgen vanaf dag één fifty-fifty voor de kinderen. Een halfjaar later vertrok Jasper voor een proefscheiding naar een flatje. We gingen koffiedrinken. En toen had ik nieuwe verkering. Eindelijk. Ik was nog even bang dat ik wat wij hadden te mooi had gemaakt. Het was tussen ons zo open, een bijna rauwe eerlijkheid. We hadden immers niks te verliezen. Maar we zijn nu veertien jaar verder en ik ben nog elke dag dankbaar. Bij hem voel ik me opgetild en krachtig. Ik ben nooit alleen.”

https://www.counselpraktijk.nl/tijdelijk-uit-elkaar/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Camille_Claudel

https://uitelkaar.nl/scheiden-en-nu/kinderen?gclid=EAIaIQobChMI5YSCodu04AIVQeR3Ch19PAFPEAAYAiAAEgK85PD_BwE

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 9 februari 2019