Ik weet niet of ik hem ooit nog terugzie

Pauline (61) en David (70) werden op latere leeftijd een stel. Nu vreest ze voor zijn leven. 

“Zachte staalblauwe ogen, heel lang, slank, gespierd, gebruind en goed gekleed. ‘Wàt een man!’, dacht ik toen we elkaar alsnog ontmoetten. David had onze eerste afspraak afgezegd, terwijl het na de nodige weken mailen juist serieus leek te worden tussen ons. ’s Avonds aan de telefoon legde hij uit dat hij onlangs de diagnose Parkinson had gekregen, en dat wilde hij me niet aandoen. Ik kocht meteen een boek over de ziekte. Wat daarin stond loog er niet om. Aftakeling was onvermijdelijk. Maar er stond ook dat je nog tien tot vijftien goede jaren kon hebben. Daarom hebben we opnieuw afgesproken.

We waren meteen tot over onze oren verliefd. Drie jaar lang reisde ik vrijwel elk weekeinde naar het oosten van het land, waar David al een appartement had gekocht met alle faciliteiten voor als hij achteruit zou gaan. Tot we bedachten dat we die tien tot vijftien jaar die we hadden bij elkaar wilden zijn, en alles doen wat we nog van plan waren. Ik vond het moeilijk om weg te gaan uit de stad waar ik geboren en getogen ben en mijn sfeervolle huuretage achter te laten. Ik heb het toch gedaan.

Praktisch als David was stelde hij voor te gaan trouwen, zodat ik ook nog een dak boven het hoofd zou hebben als hij er niet meer was. De bruiloft was fantastisch, maar wonen in het oosten viel me zwaar. Ik miste mijn werk, mijn vrienden, de bruisende stad. Door hem ben ik wel sportiever geworden. Ik ging paardrijden en langlaufen. Ik heb mijn rijbewijs gehaald. Hij kon zijn hang naar regels en orde wat loslaten en werd avontuurlijker. We maakten lange reizen, en de liefde was er altijd.

Fysiek ging het heel geleidelijk slechter met hem. Hij liep moeizamer. Waar ik niet op gerekend had, was dat hij met zijn scherpe geest Parkinson-dementie zou krijgen. Hij reed tachtig op de autoweg, zijn denken werd trager. Toen hij op een dag even niet meer wist waarvoor het knopje op de autosleutel diende, werd het me koud om het hart. In de jaren daarna kreeg hij moeite met het bedienen van apparaten, maakte een chaos van onze administratie, knipte stroomdraden door. Hij ging dwalen in de omgeving en was door niemand tegen te houden. Ik kon hem steeds minder aan. Ik kreeg ondergewicht, mijn haar viel uit. Ik raakte knetteroverspannen.

Anderhalf jaar geleden kreeg hij een crisisopname. Het was de meest verschrikkelijke dag van mijn leven. Hij vocht met de hulpverleners tot hij niet meer kon en ging als een geslagen hond mee. Wanneer ik hem opzoek, neem ik hem mee en maken we uitjes. Ik zorg dat hij er verzorgd uit blijft zien, ik ruim zijn kamer op en breng dingen mee die hij lekker vindt. In zijn verwardheid denkt hij soms dat ik hem in de steek heb gelaten, op goede dagen is het fijn om toch samen te zijn. Maar eind maart gingen de deuren van de zorginstelling dicht en mocht ik hem niet meer zien.

Op David’s afdeling heerst corona. Hij ziet alleen nog verzorgenden in volledig beschermende uitrusting, als marsmannetjes. Hij blijft niet op zijn kamer, hij dwaalt. Soms belt hij gillend op: ‘Pauline, help me!’ Ik ben bang dat hij dood gaat als hij daar blijft, maar ik kan hem niet naar huis halen, ik kan de verzorging niet aan. Ik weet niet of ik hem ooit nog terugzie. Als dat wel zo is, vergeten we dit als een boze nachtmerrie en gaan leuke dingen doen. Ik houd ontzettend veel van hem. Hoe het ook verder gaat, David blijft mijn man.”

 

Parkinson

https://www.parkinson-vereniging.nl/parkinson/de-ziekte-van-parkinson

https://www.alzheimer-nederland.nl/dementie/soorten-vormen/parkinson

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van zaterdag 9 mei

In quarantaine met vlinders in de buik

Nina (57) wilde écht geen vriend. Kees (56) laat haar helemaal vrij. Nu is ze vrijwillig met hem in corona-quarantaine.

“Sinds half maart woon ik bij mijn vriend Kees. Terwijl we elkaar pas twee maanden kennen. We doen dit omdat Kees door een vroegere ziekte een lage immuniteit heeft. Als ik voorlopig wegblijf uit de buitenwereld, kan ik niet besmet raken met het coronavirus en hem dus ook niet in gevaar brengen.

Afgelopen oktober beëindigde ik na ruim elf jaar mijn relatie met de man voor wie ik naar Nederland was verhuisd. Ik paste me vaak aan aan zijn wensen, maar we bleken uiteindelijk toch té verschillend. Ik huurde een kleine woning elders, en overwoog ondertussen sterk om terug te gaan naar Zwitserland, waar mijn kinderen en kleinkind wonen. ’s Avonds bezocht ik soms, om mezelf op te vrolijken, muziekoptredens waar ik ook kon dansen. Want als ik dans, ben ik gelukkig. Bij zo’n optreden ontmoette ik twee neven, mannen van mijn eigen leeftijd. Ik wilde op dat moment absoluut geen vriend. Toch ontwikkelde zich een aantal weken later een intensief telefoon- en appcontact met een van hen. Dat was Kees. Een echte afspraak moest hij vanwege ziekte annuleren. Toen heb ik hem een pannetje soep gebracht en wisselden we onze eerste zoen uit. Een héle prettige zoen.

Ik kreeg pas echt verschrikkelijke vlinders in mijn buik toen Kees een paspoort had aangevraagd. Hij bleef altijd binnen de EU en had nog nooit gevlogen. Hij had altijd genoeg gehad aan een identiteitsbewijs. Zelf reis ik graag en veel. Ik ben vorig jaar zelfs full time reisleidster geworden. Kees wilde een paspoort, want, zei hij, ‘als jij ergens heen gaat, wil ik mee kunnen.’ Ik was definitief verliefd.

Eind februari ging ik een aantal weken weg, onder andere voor een beursbezoek in Duitsland. Vanwege corona werd die hele beurs uiteindelijk afgeblazen. Bij terugkomst in Nederland bleken ook alle reizen geannuleerd die ik zou begeleiden. Ik zocht Kees op en bleef voor de eerste keer slapen. Eigenlijk wilde ik heel voorzichtig een relatie aangaan, maar ik wilde hem niet besmetten door teveel contact met anderen. Ik heb een grote koffer gevuld met kleren en ben bij hem ingetrokken.

Kees’ huis staat op een groot stuk land. Hij restaureert buiten oude auto’s, ik zit binnen te schrijven aan een aantal boeken waar ik mee bezig ben. Voorlopig is het hij en ik, samen op dit afgeschermde gebiedje. We leren elkaar razendsnel kennen. Ik heb nog geen punt gevonden waarop we niet bij elkaar passen. Ik probeer altijd anderen blij te maken. In eerdere relaties kwam meestal weinig terug, maar Kees is ook zo. Het zit in kleine dingen. Hij zet een kopje koffie, hij masseert even mijn rug. Dat voelt zó goed.

Ik wist niet dat een relatie zo gemakkelijk kan zijn. Ik leef heel vrij. Ik kan met weinig materiële zaken toe en ben niet bang om banen en huizen achter me te laten en iets nieuws te beginnen. Kees leeft net zo vrij. Mijn vorige relaties waren mannen met een kantoorbaan, Kees is een creatieve chaoot met zwarte handen. Hij denkt in oplossingen, nooit in beperkingen of angsten. Hij is niet iemand waar iedereen naar omkijkt, maar ik vind hem mooi. Eerlijk gezegd kan ik mijn ogen amper van hem afhouden. En voor het eerst heb ik een man die langer is dan ik, met ook nog eens prachtig lang haar.

Ik denk niet dat ik terugga naar Zwitserland, maar ik geef niets meer op wat ik leuk vind. Kees begrijpt en accepteert dat. Het is zó leuk samen. Ik kan schrijven, ik heb Kees, ik heb te eten. Ik houd deze quarantaine echt nog wel een tijdje vol.”

Liefde op latere leeftijd: passie op het juiste moment

Over liefde op rijpere leeftijd

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van 12 april 2020

Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen

(Joodse bruiloft, collectie Rijksmuseum)

Albert (43) en Selma (38) hadden buitenlichamelijke ervaringen. Gewoon ín hun lichaam hebben ze een relatie van onvoorwaardelijke liefde.

“Selma en ik zijn allebei een beetje nerderig. We kunnen helemaal in een onderwerp duiken en in ons enthousiasme niet doorhebben dat anderen het niet meer kunnen volgen. Ik heb dat met wetenschappelijke onderwerpen, zij met talen en dromen. Haar hele leven is ze al geboeid door taal en andere vormen van communicatie. Niet zo gek dus dat ze gebarentolk is, vaak tolkt voor doofblinden en braille heeft geleerd. Ze heeft ook heel intense dromen die ze nauwkeurig opschrijft, zonder ze meteen te interpreteren. Ze is nuchter. Neemt het alleen waar.

Zelf ging ik als kind van vijf, zes jaar weleens uit mijn lichaam. Ik zag soms een ander kind in de ruimte zweven, of een volwassen iemand in de kamer. Het was niet vervelend, maar ik was toch een beetje bang. Later gebeurden zulke dingen minder. Ik droomde in mijn jeugd ook veel.

Twintig jaar geleden, op een feestavond van de theatersportgroep waar we allebei lid van waren, zei Selma uit het niets tegen me: ‘Ik heb zin om je te zoenen’. Ze schrok er zelf van, maar ik vond het wel leuk. We verzeilden in een lang gesprek. Ze was heel open en vertelde veel over haar dromen, over bewustzijn en andere levens. Ik dacht: ‘Zij heeft dezelfde ervaringen als ik. Ze begrijpt mij’. Kort daarna kregen we een relatie. We zijn uiteindelijk getrouwd en hebben een dochter gekregen.

Ik weet niet hoe ‘gewoon’ ons leven is. Want hoe definieer je dat? Sommige mensen zullen Selma paranormaal noemen. Ik zie haar als iemand die werkelijkheden waarneemt die er óók zijn, maar die je nog niet ziet. Zoals wanneer je met een microscoop in levend weefsel kijkt. Je concentreert je op een paar moleculen. Honderdduizenden andere moleculen blijven donker, maar daarom zijn ze er nog wel.

Soms gebeuren er dingen die ik totaal niet verwachtte, zoals die keer toen Selma na een serie dromen over een blinde man wakker werd met een naam in haar hoofd. Ze had nog nooit van hem gehoord, maar ontdekte al googelend dat hij een blinde, Duitstalige schrijver uit Praag was. In die serie dromen kreeg ze mee hoe hij zich voelde in allerlei situaties, bijvoorbeeld als mensen hem hielpen. Of juist niet. Het begrip dat ze daardoor kreeg voor slechtzienden helpt haar nu bij haar werk met blinden. Ze heeft zich verder in deze schrijver verdiept, Duits geleerd, archieven in Praag uitgeplozen. Op dit moment werkt ze aan een boek over zijn leven.

Ze had en heeft ook vaak dromen over Joodse levens, waarin ze voorzanger was in synagogen. Selma heeft een prachtige stem en leerde ooit voor de lol Hebreeuws, maar ze is niet van Joodse afkomst. Nu zingt ze bij een Joodse gemeente die open staat voor de gedachte van reïncarnatie en verschillende levens. Zij waarderen haar gaven voor wat ze zijn. Selma heeft niet het verlangen iemand anders te zijn dan wie ze is. Ze wil gewoon graag gebruik maken van kennis en vaardigheden uit andere levens en diept die verder uit.

Het valt me op dat in onze omgeving veel mensen met open geest luisteren naar wat we vertellen. We krijgen niet vaak een reactie van afwijzing en ongeloof. Voor mij is wat Selma meemaakt en doet bijzonder, maar ik ben er ook mee vertrouwd. Ik vind het mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelt. Vanaf het begin hebben we onvoorwaardelijk ja gezegd tegen elkaar. Natuurlijk zijn we niet meer dezelfden als twintig jaar geleden, we veranderen voortdurend. Wij doen ons best elkaar daarin te volgen, te begrijpen en die veranderingen lief te hebben.”

https://jewishweek.timesofisrael.com/the-art-of-the-cantor/

https://mens-en-samenleving.infonu.nl/levensvisie/161985-waarom-reincarnatie-wellicht-bestaat.html

Dit verhaal verscheen in het AD-magazine van zaterdag 28 maart

Ze stond op straat te zingen

Robert (52) en Jolanda (49) ontmoetten elkaar bij het Leger des Heils. Heel veel praten houdt hun relatie sterk.

“Ons werk bij het Leger des Heils heeft met roeping te maken. Jolanda en ik geloven onvoorwaardelijk in kansen voor ieder mens en proberen zo oordeelvrij mogelijk te leven. Werken bij het Leger betekent dat we gemiddeld iedere vijf jaar een andere functie krijgen en bijna even vaak verhuizen. Daar krijg ik energie van, maar je moet ook continu een nieuw netwerk opbouwen. Niet altijd gemakkelijk met drie opgroeiende kinderen. We kunnen dit omdat we een hele diepe innerlijke connectie hebben. We bespreken alles. Jolanda is een goeie spiegel en soms een rem. Ze is gewoon mijn maatje.

Ik was een puber toen mijn ouders zich aansloten bij het Leger. Voortaan droegen ze een uniform en werd bij ons thuis niet meer gedronken en gerookt. Ik was Christelijk, ging ook naar de kerk, maar het Leger was niet mijn ding. Ik wilde met mijn vrienden op stap, drinken en feesten. Mijn ouders hebben me nooit gedwongen om met hen mee te doen. Ze lieten me rustig uitrazen.

Eenmaal volwassen werd ik manager bij een modeketen. Een echt mannetje. Hippe kleertjes, verzorgd kapsel, zonnebril. Ik had een goed salaris, een mooi huis en een mooie auto. Jolanda zag ik voor het eerst terwijl ze met een groep heilsoldaten stond te zingen op straat. Op haar uniform had ze een insigne dat aangaf dat ze in opleiding was voor officier, ofwel kerkwerker. Dan stel je je leven in dienst van God en het Leger. ‘Dat zo’n leuke jonge meid daar voor kiest!’, dacht ik, en ook: ‘Jammer dat ze niet meer beschikbaar is voor de markt.’ Want kerkwerk mocht je in die tijd alleen doen als je alleenstaand was, óf samen met een collega-officier die je partner was.

Materieel had ik in die tijd alles op orde, maar de vraag: ‘Waartoe ben ik op aarde?’ begon me bezig te houden. Het leidde ertoe dat ik naast mijn werk alsnog heilsoldaat werd. Vanaf dat moment stond ook het officierschap voor me open en kwam die leuke meid toch nog binnen mijn bereik. Via een gezamenlijke vriendin heb ik uitdrukkelijk toenadering gezocht. Jolanda bleek heel anders dan ik, maar ze wàs het gewoon. Ik ben een regelaar. Als iets niet kan los ik het wel even op. Zij is een mens van het hart, warm, zorgzaam, creatief. Allebei wilden we kwetsbare mensen helpen aan een plek in het leven. Ik heb mijn baan in de mode opgezegd, ben aan de officiersopleiding begonnen en vertrok met Jolanda naar onze eerste standplaats als stel.

Natuurlijk hebben we wel eens spannende tijden gehad waar de liefde onder druk stond. Naast alle verhuizingen had Jolanda een poos last van een hartkwaal, mijn vader stierf, onze oudste had moeite met wéér een nieuwe standplaats. Ik ben niet altijd gemakkelijk. Ik kan druk en onrustig zijn. Maar bij Jolanda mag ik zijn wie ik ben. We lopen niet weg als het moeilijk wordt. We blijven praten, heel veel praten. Vragen aan de ander: ‘Wat heb je nodig?’ En als je het dan nog steeds niet redt, niet bang zijn om hulp te zoeken bij vrienden of een therapeut.

Onze oudste is het huis uit, de twee jongeren volgen ergens in de komende jaren. Opnieuw met ons tweeën, dat wordt de volgende levensfase. We denken al na over wat we dan gaan doen. Een uitzending naar het buitenland lijkt ons wel wat. Maar eerst gaan we een weekend met onze kinderen en hun geliefden naar een vakantiehuis in de Ardennen. Vanwege ons vijfentwintigjarig huwelijk, maar vooral om het leven te vieren. En de liefde. Heerlijk, samen met alle mensen waar ik van houd.”

 

https://www.legerdesheils.nl/

https://www.legerdesheils.nl/officier

 

Dit verhaal verscheen in het AD-Magazine van 14 maart 2020

Het leven is gewoon veel leuker met zijn drieën

Paul (53), Harm (55) en Lee (48) hebben sinds zes jaar een relatie. Ze vinden het leven met zijn drieën verrassend fijn.  

“We vonden Lee allebei meteen leuk. Een heel aangenaam mens. We konden fijn met hem praten, we voelden ons op ons gemak en hij is heel knuffelbaar. Het was net zo ontspannen en vanzelfsprekend als toen Harm en ik elkaar voor het eerst ontmoetten. Dat klopte ook direct. Het was op een moment dat we wel klaar waren met beperkingen en moeilijkheden uit onze verledens, en rijp voor een frisse start. Leven met Harm is gemakkelijk, hij is een lot uit de loterij. Al vrij snel kochten we samen een appartement.

Harm en ik hadden een monogame relatie. Toen we Lee op een dansfeest ontmoetten voelden we weliswaar een sterke connectie, maar daar bleef het bij. Een paar maanden later zagen we hem weer, en toen sloeg de vlam wel over. Hij ging met ons mee naar huis. Vanaf dat moment was het aan. Daar zat een grote natuurlijkheid in. We werden verliefd, dat was niet anders dan andere relaties. Het verschil was dat we dit deelden met elkaar. Dat we samen zeiden: we gaan hier mee verder. Het was even wennen, maar vanaf dat moment maakten we niet alleen keuzes voor ons tweeën, maar met en voor ons drieën.

Lee woonde nog in zijn thuisland Engeland. We reisden vaak op en neer en facetime-den heel veel. Na drie jaar besloten we dat hij bij ons in zou trekken. We hadden er de ruimte voor, en hij had niet zoveel spullen. Voor Lee was het een enorme stap. Hij moest zijn familie nog vertellen dat hij homo was, en meteen dat hij naar Nederland zou verhuizen en gaan samenwonen. Niet met één man, maar met twee. Het betekende bovendien een breuk in zijn carrière. We snapten best dat we ons best moesten doen om het vertrouwen van zijn familie te winnen. Om hen ervan te overtuigen dat we erin geloven en eraan willen werken. Gelukkig heeft zijn familie de situatie en ons nu volledig geaccepteerd.

In onze relatie is veel gemeenschappelijkheid. We houden van een mooi interieur, van sporten en reizen en creatieve bezigheden als theater en schilderen. Er was natuurlijk ook wel eens angst of jaloezie. Als een van ons geen zin had in seks en de ander wel, leerde ik denken: het zij zo. In het begin was Lee vooral bezig om Nederlands te leren. Hij verstaat het inmiddels goed en is leraar Engels. Toch, als Harm en ik Nederlands spreken en Lee nét de nuance mist, kan hij zich buitengesloten voelen. Daarom bespreken we àlles. Als je gevoelens verzwijgt krijg je ze vroeg of laat toch op je bord.

We zijn nu drie jaar verder. Lee voelt zich lekker in Amsterdam. Wat mij verraste is dat het leven echt leuker is met zijn drieën. We doen heel veel samen. Naar de bioscoop, uit eten, op vakantie. Sommige dingen waar een van ons geen zin in heeft, vindt de derde man dan juist wel leuk. Lee en Harm winkelen graag, terwijl Lee en ik eindeloos afleveringen Game of Thrones kijken. Dat maakt ons samenleven heel relaxed.

We zijn nu bezig met een juridische puzzeltocht om te zorgen dat Lee financieel niet met lege handen achterblijft als ons iets overkomt. Harm en ik hebben een samenlevingscontract en een gezamenlijke bankrekening. Lee valt overal buiten. We willen ook op dat gebied laten zien dat we er serieus voor gaan. In de homoscene zijn open relaties niet ongebruikelijk, maar dat gaat vooral over seksueel handelen. Het voelt vrij machinaal. Daar hebben we niks mee. Voor ons gaat het in onze drie-eenheid over de liefde.”

http://www.polyamorie.nl

https://www.liefdedelen.nl/polyamorie/

https://www.bnnvara.nl/artikelen/wat-is-het-verschil-tussen-polyamorie-een-open-relatie-en-swingen

http://www.plukdeliefde.nl

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 30 november 2019

 

Geen toevallige ontmoeting

“Mijn eerste man Bram is vijftien jaar na onze scheiding nog steeds mijn beste vriend. Mijn tweede man Chris vindt dat geen enkel probleem. Die twee gaan zelfs samen naar de opera. Chris en ik zijn zó’n goede match, dat ik denk dat het geen toeval is dat we elkaar hebben ontmoet. We zijn allebei heel erg gericht op persoonlijke ontwikkeling en spirituele groei, en helpen elkaar daarin stappen te zetten.

Bij onze kennismaking vertelde Chris dat hij het liefst een full time eigen praktijk wilde voor energetische healing. Het leek me hoog gegrepen, maar het is hem gelukt. Ikzelf lees alle mogelijke boeken over spirituele ontwikkeling, ik onderzoek en experimenteer en werd drie jaar geleden soefi. Heel lang had ik mijn interesse in spiritualiteit aan de kant geschoven om te leven zoals van me verwacht werd. Wat betekende: studeren, carrière maken, trouwen, een huis kopen.

Bram en ik waren allebei harde werkers. We genoten van goed verdienen en leuke dingen doen. Hij liep al moeilijk toen we elkaar ontmoetten, maar vlak voor onze bruiloft viel hij en vanaf dat moment zat hij in een rolstoel. Ik hield van hem, dus zochten we onze weg in een leven met veel praktische uitdagingen. Door het duwen van zijn rolstoel, dacht ik, kreeg ik last van mijn polsen. Daarna werden ook mijn enkels en schouders pijnlijk. Het heeft jaren geduurd voor duidelijk werd dat ik de bindweefselaandoening Ehlers-Danlos heb, waarbij je gewrichten los gaan zitten en je door voeten en heupen zakt. Ik kreeg polsbraces, daarna een loopfiets en voor langere afstanden een rolstoel. Ik had veel pijn en afnemende energie. Ik werd opstandig en paniekerig en vroeg me af hoe dat verder moest. Ik kon Bram steeds minder helpen.

De situatie bracht me wel terug op het spirituele pad. Ik ging op zoek naar antwoorden. Waarom zijn wij allebei gehandicapt geraakt? Wat is het grotere doel van mijn leven? Ik kon het niet met Bram delen. Voor hem is het lichaam gewoon een chemische fabriek. We groeiden als huwelijkspartners steeds verder uit elkaar, tot een scheiding onvermijdelijk was. De vriendschap bleef.

Na een flinke tijd alleen schreef ik me in bij een spirituele datingsite. Ik wilde een partner die persoonlijke ontwikkeling ook hoog in het vaandel had staan. Waarom ik op Chris’ profiel reageerde weet ik niet eens meer, maar later bleek dat hij op dat moment precies drie minuten ingeschreven stond! We wisselden heel veel mails uit, en al snel vertelde ik hem dat ik een progressieve aandoening had en beperkt liep. Ik heb hem flink gewaarschuwd, want door de jaren met Bram wist ik dat een handicap voor een partner zwaarder is dan je je van tevoren realiseert. Chris googelde Ehlers-Danlos en schreef toen: ‘Ach, we zien wel.’ Hij heeft er nooit, nooit, nooit een probleem van gemaakt. Tien dagen na de eerste mail ontmoetten we elkaar, een half jaar later trok hij bij me in, vijf jaar later trouwden we.

Tot mijn veertigste wilde ik alles in mijn leven controleren en regisseren. Mede door Chris laat ik steeds meer los. Dit is het levenspad dat écht bij mij past. Ik ben rustiger en gelukkiger. Fysiek gaat het mij beter dan ooit. Ik loop weer een beetje, soms wel een half uur. Chris heeft nooit geprobeerd mij te ‘healen’. We hebben een heel gelijkwaardige relatie; geen van ons tweeën ‘redt’ de ander. Ik geloof dat onze ontmoeting tot stand is gebracht door wat sommigen God noemen, en wij soefi’s de ‘Geest van Leiding’. Een redderende engel, zogezegd.”

http://www.soefi.nl/universeelsoefisme

http://www.stukkenbeter.nl

http://www.netsamen.nl

 

Niemand was leuker dan Carlos

Seline (29) en Carlos (38) hadden tien jaar een langeafstandsrelatie. Ze trouwden om in Egypte te kunnen samenwonen.

“Vlak voor we trouwden gaven we een heel groot feest in het huis van mijn aanstaande, Spaanse schoonouders. Zonder speeches of ceremonie, maar met heel veel mensen en eten en muziek en vrolijkheid. Carlos en ik hadden al tien jaar een relatie. Pas door dat feest leerden ook onze ouders elkaar kennen.

Ik was naar Spanje gekomen om de taal te leren. Achttien was ik toen ik Carlos ontmoette in Madrid. Binnen twee maanden hadden we verkering, en toen ik na een half jaar terugging naar Nederland wilde ik het niet uitmaken. Daarvoor was Carlos veel te leuk. Maar hij was al 27 en net met zijn eigen filmbedrijf begonnen. Hij vond dat hij niets van mij mocht verwachten, omdat ik nog zo jong was. We spraken af om onze relatie vrijblijvend te houden. Als het te moeilijk werd konden we het beëindigen.

Dat gaf mij de vrijheid om te studeren waar ik wilde en in veel verschillende landen onderzoek te doen of te werken. Carlos was reislustig genoeg. Alleen in een ander land wonen wilde hij niet, want zijn hele professionele netwerk was in Spanje. Doordat hij mij vaak bezocht ging hij daar wat makkelijker over denken. Ik woonde onder andere in Engeland, Mexico en Ecuador. Tijdens een onderzoeksopdracht in Argentinië kwam hij naar me toe en waren we vijf weken lang elke dag bij elkaar. Dat is de enige keer dat we een soort van samenwoonden. Het ging heel gemakkelijk en vanzelfsprekend.

We zagen elkaar een keer in de drie maanden, later toen we meer verdienden en makkelijker tickets konden betalen een keer in de twee maanden. Natuurlijk was er soms aandacht van andere mannen. Daar kon ik heus wel van genieten, maar ik vond de meeste jongens niet zo boeiend. Niemand was leuker dan Carlos. Hij is heel gepassioneerd over zijn werk en kan er zó inspirerend over vertellen. Zelf ben ik net zo gedreven in wat ik doe. Ik wil graag bijdragen aan een rechtvaardiger wereld en zoek altijd werk bij sociale organisaties. Zo kwam ik een jaar geleden bij de VN in Egypte terecht. Vanaf de eerste keer dat hij me opzocht vond Carlos het een geweldige stad. De drukte, de chaos, het weer, alles sprak hem aan. Zozeer dat hij er ook wilde wonen. Ik heb een werkvisum. Hij daarentegen kan niet zomaar naar Egypte verhuizen. Alleen wanneer we trouwden zou hij mogen blijven.

Voor het eerst gingen we nadenken over het officieel maken van onze relatie. Trouwen bleek simpeler dan een geregistreerd partnerschap, ook als we in de toekomst nog in andere landen willen samenwonen. Ik zelf dacht aan een pragmatische administratieve afhandeling van het huwelijk, maar Carlos’ familie is daar veel emotioneler in. Zij wilden graag deel zijn van een bruiloft, en omdat onze families elkaar nog niet kenden hebben we daarom dat grootse feest in Spanje gegeven. De wettelijke ondertekening was een maand later in de stad waar ik gestudeerd had.

We zijn nu een visum aan het aanvragen voor Carlos. Waarschijnlijk komt hij over drie maanden voorgoed bij me wonen. Ik denk dat het heel gezellig wordt. Hij kan hier voorbereidend werk doen of films editen, en een paar keer per jaar naar Spanje gaan om te filmen. Hij heeft al een paar Egyptische filmmakers leren kennen. Trouwen was in eerste instantie een zakelijke keuze, maar nu betekent het toch dat we er voor kiezen samen te zijn. Stel dat mijn volgende baan in een crisisgebied is. Dan heeft hij daar ook wat over te zeggen. Mijn basis is niet langer een huis of appartement. Voortaan is Carlos mijn thuis.”

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in AD Magazine van 23 november 2019

https://europa.eu/youreurope/citizens/family/couple/marriage/index_nl.htm

 

Mijn overgewicht is een struikelblok, maar zelf val ik ook niet op dikke vrouwen.

 

Jan (56) maakt online gemakkelijk contact met vrouwen. Tot ze merken dat hij een dochter met problemen én flink wat overgewicht heeft.

“Momenteel weeg ik 140 kilo bij een lengte van 1.86 m. Ik wil er zeker wat aan doen, al is afvallen voor mij een worsteling. Er is sprake van genetische aanleg, en behalve een hobbykok die gestopt is met roken ben ik ook nog een stresseter. De afgelopen zes jaar ben ik daardoor dertig kilo aangekomen.

Ik ben een gelukkig gescheiden man. De moeder van mijn kinderen en ik voelen tot de dag van vandaag liefdevolle affectie voor elkaar. Het was vanzelfsprekend dat we de opvoeding in co-ouderschap zouden doen. En toen we twaalfenhalf jaar gescheiden waren, zijn we met zijn allen uit eten gegaan om het te vieren.

In de eerste jaren na de scheiding heb ik een aantal vriendinnen gehad. Relaties die tussen de drie maanden en anderhalf jaar duurden. Eerst met weliswaar heel leuke vrouwen, die echter een heftig verleden hadden van bijvoorbeeld misbruik en psychiatrische problematiek. Ik kon daar geen afstand van nemen. Ik luisterde, ik cijferde mezelf weg. Om dat patroon te doorbreken koos ik daarna bewust voor een zakelijke, rationele vrouw. Het werkte niet. Er zat kraak noch smaak aan. Ik val juist voor levendigheid, enthousiasme, warmte.

Zes jaar geleden begon mijn dochter van toen veertien zichzelf te snijden, het gevolg van jarenlang gepest worden op de lagere school. Later bleek onderliggend sprake van autisme, waardoor ze anders was dan anderen en minder weerbaar. Omdat steeds van adres veranderen voor iemand met autisme lastig is, kwam ze bijna volledig bij mij wonen. Uiteindelijk stopte de drang om zich te snijden. Daarvoor in de plaats verdween de lust om te leven.

Vooral het vechten tegen haar beperkingen viel haar zwaar. Kort na een mislukte poging tot zelfdoding zei ze, wanhopig: ‘Ik wou dat iedereen stopte met van me te houden. Dan kon ik uit het leven stappen.’ Het enige wat ik uit kon brengen was: ‘Dan ben ik blij dat onze liefde helpt.’ Maar de laatste tijd ontwikkelt ze zich spectaculair. Ze is verhuisd naar een beschermd wonen-project. Ze heeft vriendschappen. De suïcidale gedachtes zijn weg.

Ik heb me in die zes jaar vaak alleen gevoeld. Er was geen speciaal iemand bij wie ik thuis kon komen. Met tussenpozen was ik actief op datingsites, vanuit de valse hoop dat ik er emotioneel klaar voor was. Alleen was de inspanning om contact te leggen me vaak al te veel, want ik functioneerde op de toppen van mijn kunnen. Daarnaast was en is iedere afwijzing pijnlijk.

Nu er weer tijd, ruimte en rust zijn sta ik opnieuw op datingsites. Je foto’s zijn daar afgedekt. Ik ben een gemakkelijk prater en schrijver en maak soms leuk contact. Natuurlijk gaat het zodra ik over mezelf vertel al snel over mijn dochter. Ik snap dat dat sommige vrouwen afschrikt, want het is een heftig verhaal. Wanneer het gesprek toch verdergaat, laat ik zo gauw mogelijk foto’s zien. En dan blijkt mijn overgewicht een struikelblok. Soms vertelt een vrouw dat rechtstreeks in een mail, soms hoor ik niets meer. Ik zou wel willen dat een vrouw voorbij die kilo’s kan kijken, maar zelf vind ik dikke vrouwen ook niet aantrekkelijk. Dan kan ik dat moeilijk van een ander wel verwachten.

Dit is het punt waar ik nu ben. Het herstel van mijn dochter is natuurlijk nog vers. Als ik iets meer stabiliteit heb, wil ik me aanmelden bij een relatiebemiddelingsbureau. Ik hoorde in mijn omgeving dat dat succesvol kan zijn. Want ik wil nog steeds een echte relatie. In mijn eentje kan ik van veel dingen genieten, maar het is veel leuker om dat samen te doen.”

Dit artikel verscheen in het AD Magazine van 31 augustus 2019

http://www.dewereldwijven.com/2018/09/10/te-dik-om-te-daten/

http://www.dik.nl/liefde/datingsites-dikke-vrouwen-mannen/

 

Tinder, daten, appen… Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet doe

Karen (38) is al zes jaar vrijgezel. Bewust. Om haar dochter (8) te behoeden voor nieuwe mensen in haar leven, die vervolgens weer verdwijnen.

“Lisa’s vader had soms vriendinnen met kinderen, waar zij mee speelde als ze bij hem was. Dat vond ze leuk. Maar als zo’n relatie uitging, zag ze die kinderen nooit meer en was ze verdrietig. Daarom besloot ik al snel na onze scheiding om voorlopig geen relatie meer aan te gaan. Als wij als ouders ervoor kiezen uit elkaar te gaan, is het niet eerlijk om ons kind op te schepen met telkens nieuwe mensen, die vermoedelijk toch weer uit haar leven verdwijnen.

Vrijgezel zijn gaat me makkelijk af. Ik kan goed alleen zijn en red me financieel prima. Ik ben niet zo fysiek ingesteld en mis seks daarom ook niet. Sowieso heb ik maar weinig relaties gehad. Eigenlijk ben ik maar één keer echt verliefd geweest, op een outdoorsie type dat geen officiële relatie wilde. Ik moest tweeënhalf jaar lang echt mijn best doen om hem bij me te houden. Op een gegeven moment werd er in mijn omgeving steeds meer samengewoond en getrouwd, en dat leek me ook wel wat. Zijn reactie was dat hij op wereldreis wilde. Zonder mij. Hij is nooit gegaan, maar het was duidelijk dat we niet samen verder gingen.

Van de weeromstuit rolde ik heel snel in een relatie met een collega, die het tegendeel was van de outdoorsie man. Met hem kon je plannen maken, hij bleef gewoon gezellig slapen, hij deed nergens moeilijk over. Binnen zes maanden was ik zwanger en trouwden we. Wilde liefde was het niet, maar een tijd lang hadden we het echt wel leuk en genoten van ons fantastische kind.

En toch was ik niet écht gelukkig. Ik had geen partner die me kende, herkende, steunde. Wij waren vooral huisgenoten met een rustig kabbelende relatie. Daarom was ik liever alleen dan eenzaam. Mijn man had niet verwacht dat ik wilde scheiden en was oprecht uit het veld geslagen, maar vóór Lisa’s tweede verjaardag waren we uit elkaar. Een tijd lang was er gedoe over het omgangsrecht. Inmiddels hebben we dat goed geregeld.

In plaats van op zoek te gaan naar een nieuwe partner, ben ik energie gaan steken in mijn eigen ontwikkeling. Ik heb me omgeschoold en ben zelfstandig ondernemer geworden, zodat ik zelf mijn werktijden kan bepalen. Ik werk ’s avonds wanneer Lisa slaapt, en overdag als ze naar school is of bij haar vader. Wanneer ze er wel is wil ik daar geen partner bij hebben. We genieten van onze tijd samen. Thuis, want we zijn nogal huismusjes. Of we gaan een dagje op pad met familie of met een vriendinnetje van haar erbij.

Soms denk ik dat Lisa een gezin moet hebben. Op Koningsdag bijvoorbeeld, als je overal papa’s en mama’s met hun kinderen ziet. Ik heb wel eens gevraagd of ze zou willen dat wij dat ook hebben. ‘Nee’, zei ze toen. ‘We hebben het toch gezellig? Ik hoef jou lekker met niemand te delen.’ Sinds anderhalf jaar heeft haar vader een vaste vriendin met kinderen. Met hen gaat ze ook op vakantie, dus dan heeft ze toch dat gezinsgevoel.

Ik zie vrouwen van mijn leeftijd druk zoeken naar een man. Ze zitten op Tinder, ze daten, ze appen. Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet doe. Waarschijnlijk straal ik ook uit dat ik weinig interesse heb, want er komt zelden iemand op me af. Ik ben echt niet anti-man, en ik sluit niet uit dat er ooit weer iemand komt. Maar ik wil eerst tevreden zijn met mezelf en mijn eigen leven vormgeven. Vrijgezel zijn past me in deze fase van mijn leven heel goed.”

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 10 augustus 2019

Single? Zo blijf je volmaakt gelukkig

 

Ik wil leren om trouw te blijven aan mezelf

Marlies (41) had relaties met mannen en vrouwen, maar merkte dat ze steeds meer op haar tenen ging lopen. Daarom blijft ze voorlopig liever alleen.

“Ik kan heel véél zijn als je mij voor het eerst ontmoet. Ik ben een soort orkaan van energie. Ik lach hard, ik maak platte grappen. Ik ben zorgzaam en trouw, en fel en trots en vrolijk. Voor veel mensen fungeer ik als een antidepressivum. Mijn vader noemt me wel eens een lichtbrenger. Mensen vallen op die eigenschappen. Jammer genoeg vinden ze ze later juist vervelend.

Ik viel meestal voor mannen die mij niet wilden. Op mijn beurt wees ik degenen af die mij wilden. Tot ik op mijn werk Andro leerde kennen. Hij was lief en zorgzaam, we konden geweldig lachen samen. Al na drie maanden trok ik bij hem in. Zonder eigen spullen, want die vond hij allemaal lelijk. Mijn katten moesten in een aparte kamer blijven. Ik had het allemaal over voor de liefde. Maar binnen drie maanden samenwonen was ik een schim van mezelf, doodsbang voor zijn woedeuitbarstingen over alles en niets. Over een vuiltje, want hij had smetvrees. Of als hij me onder de douche niet hoorde zingen. Ik viel tien kilo af, lag vaak uitgeput in bed en hyperventileerde. Mijn familie en vrienden zag ik nauwelijks meer. En toch geloofde ik hem, als hij zei dat ik nooit meer iemand zou tegenkomen die zo van me hield als hij. Maar op een keer zei hij op het werk iets zo denigrerends tegen me dat een collega ervan schrok. Wat precies ben ik vergeten. Ik wist opeens wel dat ik niet gek was. Ik ging terug naar mijn eigen huis.

Een tijd later ontmoette ik Maaike. Aards, vrolijk. Echt een fijn mens. Leven met een vrouw leek me gemakkelijker dan met een man, omdat we zoveel gemeen hebben. Wat gebeurde is dat we ons allebei vergaand aan elkaar aanpasten. Ik ruilde mijn kleurige jurken en bonte sieraden in voor een broek en sneakers en ging er steeds potteuzer uitzien. Maaike kroop bij mogelijke conflicten bijna over de grond om ruzie te vermijden. Ze vond haar werk niet leuk en kreeg een burn-out. Mij verweet ze dat ik mijn werk met zoveel plezier deed en van kleinigheden al gelukkig werd. Na drie jaar zette ze een punt achter onze relatie. Ik heb twee weken gehuild. Toen was het klaar.

Peter kwam onverwacht in mijn leven bij het vrijwilligerswerk dat we allebei deden. We deelden een interesse in koken en filmmaken. Hij was grappig en ontzettend slim. We hadden het gezellig samen. Hij had wel moeite om me deel te laten worden van zijn leven. Hij kon niet op één dag zijn aandacht verplaatsen van zijn werk overdag, naar mij ’s avonds. Dan raakte hij in paniek. Dus zagen we elkaar alleen in het weekeinde. Ik boette niet aan kracht en vrolijkheid in, want door de week had ik mijn eigen leven. Hij hielp me mijn angsten te relativeren, ik hielp hem bij het dempen van zijn paniek, maar we liepen allebei voortdurend op onze tenen. Ik voelde me vaak teveel, hij voelde zich nooit écht op zijn gemak. Elke seconde van elke dag kon veranderen hoe hij over de relatie dacht. We besloten uit elkaar te gaan voor we een hekel aan elkaar zouden krijgen.

Inmiddels realiseer ik me dankzij therapie dat ik liefdesrelaties altijd te belangrijk maak. Als ik een date heb denk ik bij het uitzoeken van kleding: wat zou hij mooi vinden? In plaats van: laten we eens kijken of we elkaar leuk vinden. Daarom zoek ik voorlopig bewust geen nieuwe relatie. Ik wil leren om mijn tijd alleen nog te besteden aan mensen die blij zijn met mij. En om voor alles trouw te blijven aan mezelf.”

http://www.lnbi.nl

 

Uit welke kast moeten biseksuelen komen?

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 3 augustus 2019