Ik wil leren om trouw te blijven aan mezelf

Marlies (41) had relaties met mannen en vrouwen, maar merkte dat ze steeds meer op haar tenen ging lopen. Daarom blijft ze voorlopig liever alleen.

“Ik kan heel véél zijn als je mij voor het eerst ontmoet. Ik ben een soort orkaan van energie. Ik lach hard, ik maak platte grappen. Ik ben zorgzaam en trouw, en fel en trots en vrolijk. Voor veel mensen fungeer ik als een antidepressivum. Mijn vader noemt me wel eens een lichtbrenger. Mensen vallen op die eigenschappen. Jammer genoeg vinden ze ze later juist vervelend.

Ik viel meestal voor mannen die mij niet wilden. Op mijn beurt wees ik degenen af die mij wilden. Tot ik op mijn werk Andro leerde kennen. Hij was lief en zorgzaam, we konden geweldig lachen samen. Al na drie maanden trok ik bij hem in. Zonder eigen spullen, want die vond hij allemaal lelijk. Mijn katten moesten in een aparte kamer blijven. Ik had het allemaal over voor de liefde. Maar binnen drie maanden samenwonen was ik een schim van mezelf, doodsbang voor zijn woedeuitbarstingen over alles en niets. Over een vuiltje, want hij had smetvrees. Of als hij me onder de douche niet hoorde zingen. Ik viel tien kilo af, lag vaak uitgeput in bed en hyperventileerde. Mijn familie en vrienden zag ik nauwelijks meer. En toch geloofde ik hem, als hij zei dat ik nooit meer iemand zou tegenkomen die zo van me hield als hij. Maar op een keer zei hij op het werk iets zo denigrerends tegen me dat een collega ervan schrok. Wat precies ben ik vergeten. Ik wist opeens wel dat ik niet gek was. Ik ging terug naar mijn eigen huis.

Een tijd later ontmoette ik Maaike. Aards, vrolijk. Echt een fijn mens. Leven met een vrouw leek me gemakkelijker dan met een man, omdat we zoveel gemeen hebben. Wat gebeurde is dat we ons allebei vergaand aan elkaar aanpasten. Ik ruilde mijn kleurige jurken en bonte sieraden in voor een broek en sneakers en ging er steeds potteuzer uitzien. Maaike kroop bij mogelijke conflicten bijna over de grond om ruzie te vermijden. Ze vond haar werk niet leuk en kreeg een burn-out. Mij verweet ze dat ik mijn werk met zoveel plezier deed en van kleinigheden al gelukkig werd. Na drie jaar zette ze een punt achter onze relatie. Ik heb twee weken gehuild. Toen was het klaar.

Peter kwam onverwacht in mijn leven bij het vrijwilligerswerk dat we allebei deden. We deelden een interesse in koken en filmmaken. Hij was grappig en ontzettend slim. We hadden het gezellig samen. Hij had wel moeite om me deel te laten worden van zijn leven. Hij kon niet op één dag zijn aandacht verplaatsen van zijn werk overdag, naar mij ’s avonds. Dan raakte hij in paniek. Dus zagen we elkaar alleen in het weekeinde. Ik boette niet aan kracht en vrolijkheid in, want door de week had ik mijn eigen leven. Hij hielp me mijn angsten te relativeren, ik hielp hem bij het dempen van zijn paniek, maar we liepen allebei voortdurend op onze tenen. Ik voelde me vaak teveel, hij voelde zich nooit écht op zijn gemak. Elke seconde van elke dag kon veranderen hoe hij over de relatie dacht. We besloten uit elkaar te gaan voor we een hekel aan elkaar zouden krijgen.

Inmiddels realiseer ik me dankzij therapie dat ik liefdesrelaties altijd te belangrijk maak. Als ik een date heb denk ik bij het uitzoeken van kleding: wat zou hij mooi vinden? In plaats van: laten we eens kijken of we elkaar leuk vinden. Daarom zoek ik voorlopig bewust geen nieuwe relatie. Ik wil leren om mijn tijd alleen nog te besteden aan mensen die blij zijn met mij. En om voor alles trouw te blijven aan mezelf.”

http://www.lnbi.nl

 

Uit welke kast moeten biseksuelen komen?

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 3 augustus 2019

Advertenties

Liefde in tijden van mantelzorg

Ondanks de intensieve zorg voor hun gehandicapte dochter bleef de liefde tussen Suzanne (53) en Edwin (53) overeind.

“Sophie ging op haar twintigste het huis uit. Net zoals haar broer Michael een paar jaar eerder. Alleen ging hij op kamers om te studeren, en zij verhuisde naar een kleinschalig woonproject voor verstandelijk gehandicapten.

Michael was bij de geboorte een plaatje van een baby. Sophie zag er heel anders uit, vooral haar ogen. ´Het lijkt wel een mongool´, zei ik meteen tegen Edwin. Hij antwoordde vrij laconiek: ‘Dat is het ook’. Ik zei: ‘Jezus, wat een pech’. Maar ik was toch euforisch van blijdschap met mijn nieuwe kind. Edwin vond het de eerste dagen lastig, toen sloot hij haar in zijn hart en is vol liefde gegaan voor alles wat hoorde bij een kind met Down. Zo kreeg ze allerlei medisch onderzoek, en werd voor ze drie maanden oud was geopereerd omdat ze een zwak hartje bleek te hebben. Wij wisselden elkaar in die tijd af met ziekenhuisbezoek en probeerden ook Michael genoeg aandacht te geven. Aan elkaar kwamen we niet toe. We waren met onze eigen emoties bezig.

Na die operatie ging het best snel goed met haar, maar toen kwamen we erachter dat ze behalve Down ook een aan autisme verwante stoornis heeft. Ze kon en kan niets zelf. Nauwelijks praten, niet zelf eten, zich niet aankleden. Ze heeft geen tijdsbesef, ze ziet geen gevaar. Ze is wel heel beweeglijk en weg voor je het in de gaten hebt. Je kunt haar geen moment alleen laten. De eerste vijf jaar stonden we in de overleefstand. We hadden nauwelijks ruzie, maar het was ook niet erg amoureus. Ik zag ons als een bedrijf. Dat klinkt zakelijk, en dat was het ook. Edwin was goed in het verzorgende, ik regelde al het organisatorische. Ik heb toen wel eens gedacht: zijn wij bij elkaar uit liefde of vanwege de gedeelde zorg? Want als wij uit elkaar gaan, moet zij opgenomen worden in een instelling.

Wat ons bij elkaar hield was dat we gek zijn op elkaar, en enorm respecteerden en waardeerden wat de ander allemaal deed. Bovendien gunden we elkaar veel. Edwin liet mij ’s nachts slapen als Sophie hulp nodig had. Ik kon met vriendinnen een paar dagen op vakantie gaan, na een jaar weer parttime gaan werken. Ik zorgde dat hij af en toe onbezorgd een eind kon gaan fietsen of met een gerust hart naar zijn bedrijf. Toen Sophie elf was zijn we getrouwd. We zagen het als een kroon op onze relatie, op ons harde werken, dat we het volgehouden hadden. We gingen zelfs op huwelijksreis, naar Madrid. Dat was heel romantisch. Samen slenteren, lekker eten, lekker drinken.

Rond haar vijftiende kregen we een beter Persoonsgebonden Budget. Ik kon meer hulp inschakelen, en zij was af en toe een weekeinde of zelfs een hele vakantie van drie weken op een zorgboerderij. Geleidelijk leerde ze leven zonder ons. En in November 2015 ging ze het huis uit. Edwin en ik hadden een zware taak volbracht. De zorg blijft, maar niet meer dagelijks. Ineens was er genoeg tijd voor onszelf en voor elkaar. Dat was wennen. We hebben geen gedeelde hobby’s en heel verschillend werk. Wat we wel altijd deden is veel praten. Dat doen we nog steeds. We kunnen lekker uitwisselen en heel goed samen genieten. We hebben ieder een eigen leven, maar we komen telkens weer bij elkaar. En de weekenden dat Sophie bij ons logeert hebben we het heerlijk.”

https://www.oudersvannu.nl/baby/ontwikkeling/syndroom-van-down/

https://www.downsyndroom.nl/

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 23 maart 2019

De Werfkring – Koken als meditatie

In 1976 was De Werfkring het allereerste vegetarische restaurant in Utrecht. Het concept is sinds die tijd nauwelijks veranderd. Dezelfde gerechten, géén muziek en beperkte openingstijden. Het zijn precies de redenen dat mensen steeds terug blijven komen.

Namgyal Lhamo is onder liefhebbers van Tibetaanse muziek een grote naam. Voor optredens als zangeres en instrumentaliste reisde ze de hele wereld over. Voor de liefde streek ze neer in Utrecht. Daar deed ze haar best om via cursussen dat moeilijke Nederlands te leren. Ze zocht bovendien een mogelijkheid om de taal op simpel niveau meer te gebruiken. Het werd een baan als serveerster bij De Werfkring.

Leuk en lekker

De eigenaren hadden voor hun vegetarische restaurant eigen recepten ontwikkeld. Een combinatie van granen, kruiden, peulvruchten, gestoofde groente en rauwkost, zoveel mogelijk van biologische teelt. Altijd vers, geen blik en ter plekke gesneden. Namgyal: “Ik vond die manier van eten leuk. Je kreeg veel verschillende dingen op je bord. Bovendien waren het precies de smaken die ik lekker vind.”

Rustige plek

In 1981 nam ze het restaurant en de receptuur over. De eerste drie jaar werkte ze met hulp van haar zus Chukie. Ze kregen les van de koks en schreven alle recepten nauwkeurig op. “Je kon in de Werfkring niet zomaar een kok neerzetten, omdat de recepten zo eigen waren. Ik had natuurlijk wel ideeën hoe ik het anders wilde doen, maar we begonnen met die basis. We hielden ook vast aan de relatief korte openingstijden. Daardoor hadden we weinig stress en geen vermoeide medewerkers. Verder spelen we dus geen muziek. Mensen vinden dat lekker, zo’n rustige plek midden in de stad. En ook al ben ik musicus, ik hoef mijn eigen muziek niet de hele dag te horen.”

Lieve mensen

Namgyal is tegenwoordig vooral gastvrouw, maar hoe dingen moeten bij De Werfkring leert ze iedere kok zelf. Een goede workflow is cruciaal. “Als je die niet beheerst, heb je om vijf uur ’s middags het eten niet klaar. Je mag bijvoorbeeld nooit vergeten om de avond van tevoren de bonen in de week te zetten. Je hebt genoeg tijd nodig om alles ter plekke te snijden. Steeds dezelfde gerechten maken is trouwens niet saai. Integendeel. Het is een vorm van meditatie.” Zo’n uitspraak past bij Namgyal’s boeddhistische overtuiging en bij haar gasten, waarvan ze zegt: “Lieve mensen, eerlijke mensen, die keer op keer terug komen.”

Rijke smaken

Kleine veranderingen zijn er trouwens wél. Namgyal: “Goed samenstellen is een kunst. Ik wil rijke smaken. Natuurlijk rijk. Een beetje zoals je thuis eet, ongepolijst. Soms voeg ik iets toe, of ik haal bepaalde kruiden weg. Soms maak ik een gerecht minder zoet. Als de smaak goed is, geef ik die kennis door aan de mensen in de keuken.”

Stevig poetsen

Als vegetarisch restaurant was De Werfkring altijd al duurzaam, lang voor het begrip gemeengoed werd. De inkoop van kleine hoeveelheden maakt een diepvriezer tot de dag van vandaag overbodig. Kruiden worden bewaard in verpakkingspotten van eerder gebruikte ingrediënten. Met schoonmaakmiddelen is De Werfkring zuinig: er wordt gewoon steviger gepoetst. Wel bijdetijds is de recent aangeschafte LED-verlichting.

Interessant 

Namgyal staat nog geregeld op muziekpodia. Dan neemt haar team de taken over, maar dat ze het desondanks al zo lang volhoudt komt door haar gasten. “Een restaurant gaat over veel meer dan koken alleen. Je leert ook zo ontzettend veel over mensen. Daardoor blijft het voor mij interessant..”

 

 

http://www.dewerfkring.com/

Namgyal Lhamo

Dit verhaal verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel vier in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

Eten van héél dichtbij

Fair, noemen Victor Stukker en Joyce Bielderman de filosofie achter hun restaurant Héron. Ze serveren veelvuldig wisselende gerechten en dranken, gemaakt van zo schoon mogelijke producten uit de directe omgeving. Net zo belangrijk vinden ze een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers.

Héron, in de smalle Schalkwijkstraat, ligt weliswaar in het stadscentrum, maar uit de loop van winkelend publiek en dagjesmensen. Bewust, want Victor en Joyce willen gasten die echt komen voor wat zij bieden. Die geïnteresseerd zijn in het concept en graag een hele avond tafelen.

Victor is een geboren horecaman. Van jongs af aan werkte hij in het Sallandse restaurant van zijn ouders. Toen de high school sweethearts naar Utrecht verhuisden, was hij twintig jaar lang bedrijfsleider in allerlei Utrechtse horeca. Tot hij behoefte kreeg aan een plek van zichzelf. Dat werd Héron. Partner Joyce, culinair journaliste, had geen ambities in die richting (‘Ik ben een eter, geen koker’), maar is desondanks met hem meegegroeid. “Heel organisch. Ik dacht mee over alles van inrichting tot menu, viel in toen een bedieningsmedewerker op vakantie was en bleek brood bakken heel leuk te vinden.”

Moois uit de tuin

“Met Héron wil ik andere aspecten van mezelf ontwikkelen”, legt Victor uit. “Nadat we een hond kregen kwam ik weer vaker in het bos. Dat gaf niet alleen een heerlijk vrij gevoel, ik ontdekte ook steeds meer eetbare kruiden en planten. Ons bezoek aan Noma, het Deense sterrenrestaurant dat heel veel gebruik maakt van eetbaars uit de directe omgeving, gaf de doorslag. Ik vond het geweldig wat er allemaal kon en paste het steeds vaker toe op mijn werkplek. Als vrijwilliger op biologische moestuin Maarschalkerweerd, een sociale tuinderij in Utrecht Oost, viel me nog iets op. De tuin bracht heel veel moois op. Hoe kon het dan dat geen enkel restaurant het kocht?”

Klaar

De keuze voor producten van heel dichtbij kwam dan ook van Victor. “Ik vind herkomst belangrijk. Noten, bessen, paddenstoelen en kruiden plukt hij in het wild. Weer andere kruiden en eetbare bloemen kweekt hij in zes grote bakken op de binnenplaats van de Leeuwenbergkerk, aan de overzijde van de Schalkwijkstraat. En elke week is hij op de tuinderij van zijn vaste leveranciers onder de rook van Utrecht. Koks Bobby, Jord en Taco werken met het aanbod van de leveranciers, ongeacht of dat binnen of buiten het officiële seizoen van bijvoorbeeld aardbeien, asperges of wild klaar is. Daarom kan de kaart van het ene jaar totaal verschillen van het volgende.

Zwammen

Arbeidsintensief, zeker. “Maar ook inspirerend”, zegt Joyce. “Het directe contact levert zóveel kennis op. Dat werkt door in de gerechten. Zo had een van onze boeren een partij verregende mais, waar zwammen op waren gaan groeien. Of wij iets konden met deze Mexicaanse truffel. We hebben ze verwerkt in een amuse. Gasten waren door die onbekende smaak volledig verrast.”

Lange termijn

De keuze voor lokale leveranciers betekent dat Héron bijvoorbeeld geen citroenen of chocolade gebruikt. Al doen ze wel concessies, omdat koffie, thee en specerijen nu eenmaal alleen in tropische gebieden groeien. In het interieur is gebruik gemaakt van hout uit een Zutphen’s slooppand, van door een sterrenkok geschonken borden en tweedehands bestek. Minimale verspilling is een voortdurend aandachtspunt. Joyce: “Toch noemen we onszelf eerder fair dan duurzaam. We willen een zaak voor de lange termijn, waar iedereen beter van wordt. Menselijke werktijden en een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers. Zonder onszelf te kort te doen natuurlijk!”

Dit artikel verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel drie in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.heronrestaurant.nl

Lekker inspireren met bier zonder vlees

 Bier en veganistisch eten, het is geen voor de hand liggende combinatie. Maar bij brouwerij/biercafé/restaurant Oproer in Utrecht doen ze het toch. Ze willen een vriendelijke, open plek zijn, waar iedereen welkom is voor de heerlijkste bieren, bijzondere drankjes en geweldig plantaardig eten.

IT-ondernemer Mark Strooker was altijd goede bieren aan het uitproberen. Bij café België aan de Oudegracht en als tester bij Ratebeer.com. Zo proefde hij ook bittere bieren en zware stouts uit Amerika en Denemarken. In Nederland bestonden die nog niet. Dus begon hij ze zelf te brouwen. Gewoon, thuis. Zijn kennis haalde hij uit boeken en van internet.

Brouwen en IT hebben volgens Mark veel gemeen: “Bij allebei heb je een probleem dat je wilt oplossen. Bij allebei heb je te maken met veel variabelen, technieken, temperaturen en ingrediënten. Als je een biersmaak verzint, ga je bedenken hoe je die zou kunnen maken. Brouwen is heel creatief. Ik noem het een kunstvorm.”

In 2012 werd de hobby een bedrijf: brouwerij Rooie Dop. De eerste jaren runde Mark het met twee vrienden. Als eerste in Nederland bracht Rooie Dop een IPA (India Pale Ale) op de markt.  De zaken gingen goed en al snel exporteerden ze naar liefst 35 landen. Toen hij uiteindelijk alleen overbleef en een nieuwe plek zocht om te brouwen, ontmoette hij Bart-Jan Hoeijmakers van brouwerij RUIG uit Maarssen. Sinds 2015 werken ze samen onder de naam Oproer.

Bij hun gezamenlijke brouwerij wilden ze sowieso een beer pub. Het restaurant kwam erbij omdat  de enorme industriële ruimte die ze konden huren, in een voormalig NS-gebouw naast station Zuilen, een restaurantbestemming had. Dus zochten en vonden ze twee fantastische kokkinnen, Martina en Mari, die echter alleen veganistisch werken. Vegetariër Bart-Jan en flexitariër Mark vonden het leuk het dogma bij-bier-hoort-vlees te doorbreken. Dat het restaurant zo’n succes zou worden was onverwacht. Het zat meteen vol, met mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de bevolking. Al in 2016 werd het verkozen tot beste veganistische restaurant van Nederland.

Oproer staat voor verandering, het heft in eigen hand nemen, iets beters willen. Want verschil maken vinden ze belangrijk. Begaan zijn met het welzijn van mens, dier en plant, dat komt bij hen van binnenuit. Daar past plantaardig, biologisch en lokaal verbouwd voedsel bij. En dito bier natuurlijk. Bovendien willen ze een vriendelijke, open plek creëren waar de hele buurt zich thuisvoelt. Daarom is er een grote speelhoek voor kinderen en een royaal terras waar ook af en toe een vuurtje brandt. Je kunt er bier komen proeven dat nergens anders te krijgen is of alleen koffie drinken.

Ten slotte hopen de mannen mensen te inspireren tot bewuster omgaan met eten en drinken. Dicht bij huis werkt dat in ieder geval. Wat Mark’s zevenjarige zoon later wil worden weet hij nog niet. Wat hij vandaag wil zijn wél.

Veganist.

www.oproerbrouwerij.nl

Dit artikel verscheen eerder op http://www.frissemosterd.nl, platform over Utrechtse horeca

 

Gescheiden mannen

‘Angela en Brandy’ staat in smeedijzeren letters op de gevel van het geelgepleisterde huis. Het ligt rustig aan een klein plein, voor de deur een mooie boom. Desondanks ziet het er door de gesloten rolluiken weinig toegankelijk uit.

Op de eerste keer bellen reageert niemand. Maar na vijf minuten en een tweede keer verschijnt een lange vrouw met zware borsten en een dikke buik, beide losjes bungelend in haar jurk. Ja, ze heeft een slaapplek vrij. In de grootste kamer. Ook in de andere kamers trouwens, want ik ben de enige gast die avond.

In de kamer doet de overdaad aan beelden, wandversiering en uitbundig hemelbed een aanslag op mijn zintuigen. Maar omdat het maar voor één nacht is, negeer ik de felle kleuren van lakens en vloerbedekking. Ik negeer de kabouter in zijn schommelstoel die aan de bedhemel hangt. Na drie dagen fietsen wil ik gewoon een avond niksen op een kamer met TV, en die heb ik hier. Bovendien zijn de matrassen fantastisch.

Ik bekijk een documentaire over yeti’s en de talloze wetenschappers die onderzoek doen naar de verschrikkelijke sneeuwman. Het lijkt zowaar of ze er een gevonden hebben. Tot ik erachter kom dat de man in beeld een bovenmatig lange en brede ex-worstelaar is met een aapachtige schedel. Inmiddels is hij politicus in Mongolië, met een brandende interesse in yeti’s.

Voor het ontbijt heeft Angela zich uitgesloofd. Ik mag mijn buik rond eten en wat over is meenemen voor onderweg. Verder is Angela’s specialisatie de monoloog, in Nederlands doorspekt met Duitse uitdrukkingen. Het mag van mij, want ze is een vrouw met een fascinerend leven. Een Zwitserse echtgenoot, een gehandicapte zoon, in weelde levend in verschillende buitenlanden. Gescheiden, om nu eens haar eigen vleugels uit te kunnen slaan.

Haar inkomen haalt ze uit haar bed&breakfast, maar af en toe huisvest ze tegen een normale huurprijs ook mannen die werkloos zijn of net gescheiden of gewoon even de weg kwijt. Natuurlijk roddelt het dorp daar over. Het kan haar niet schelen, ze helpt die lui in een moeilijke periode. En dan is er weer even een man in huis. Kan geen kwaad als er geregeld onbekenden komen logeren.

Ik dacht dat Brandy een exotische echtgenoot was. Het is een lieve, langharige zwarte hond.

’s Morgens zwaaien ze me samen uit.

Grotestadsgemeut

Waar je ooit opgetogen binnenstapte bij een etablissement met een bordje: “De koffie is klaar”, is dat precies de plek waar je vandaag de dag niet dood gevonden wilt worden. Of waar je denkt de dood te vinden, vanwege de intens smerige smaak van de soms urenoude bak pleur.

In Nederland begon volgens mij de Coffee Company als eerste met het maken van ontzettend lekkere koffie. Per kopje, terwijl je er op wachtte. Om te beginnen in Amsterdam, en daarna in een heel stel andere steden. De laatste drie, vier jaar doen steeds meer gelegenheden dat. Tot in Emmen en Goes zijn prima cappuccino of espresso te krijgen.

En dus is het opeens  een beetje modieus  om te mopperen over een tevéél aan koffietentjes. Net zoals over  een teveel aan eterettes met lokaal, puur en/of biologisch eten. Diezelfde overdaad aan horeca die we zo leuk vinden in andere landen, als we er op vakantie zijn.

Grotestadsgemeut, zou ik zeggen. Veel van het goede maakt blijkbaar in sommigen van ons de snob wakker. Toegegeven, tarwegrassap en cacaonibs zijn tamelijk vies. Maar voor de rest geniet ik met volle teugen van al die zaken waar je lekker en best gezond kunt eten en drinken. Zonder al te veel exotica, meestal gemaakt met producten uit je buurt.

Ik ben blij dat boeren hun waar in hun eigen omgeving af kunnen zetten, in plaats van het te moeten transporteren naar verre oorden. En ik vind het leuk dat veel van die kleine restaurants en koffiezaken gerund worden door mensen die vaak een loopbaan als econoom, jurist, bedrijfskundige of consultant aan de wilgen hebben gehangen. Banen met status, zeker. Alleen dikwijls behoorlijk theoretisch. Die eenzijdigheid bevalt slecht.

Dus zijn ze iets gaan doen dat veel concreter en bevredigender is. Lekkere dingen bereiden en het gezellig maken in een vaak heel persoonlijk ingericht zaakje. De wereld wordt er knusser van, want weinig doet zo goed als een liefdevol bereide maaltijd. Dus doe mij nog maar wat minder juristen en economen, en meer restaurants en koffiezaakjes. Ik noem het: vooruitgang.

IMG_3468IMG_3229408784_510963418933668_127017120_nIMG_3122

http://www.coffeecompany.nl

http://www.smakers.nl

http://www.frietwinkel.nl

http://www.gastmaalendetafel.nl

https://nl-nl.facebook.com/pages/BakBlik030/1391278631111571

http://www.bondsmolders.nl

http://www.misterkitchen.nl

 

Eenzaam

Omroep Max zond eind vorig jaar een serie uit over eenzaamheid. Ze volgde vijf mensen tussen de 55 en 81 jaar, die ruiterlijk erkenden eenzaam te zijn. Soms zelfs geen zin meer te hebben in het leven.

Van een van de vijf snapte ik wel dat ze eenzaam was. Het was een chagrijnige vrouw, die niks wilde. Behalve zeuren en klagen. Niet iemand dus om eens gezellig bij op bezoek te gaan, of om uit te nodigen voor een verzetje. Haar dochter en schoonzoon leden duidelijk onder haar zure levenshouding, maar stonden desondanks toch altijd voor haar klaar. Gewoon, vond ze.
Maar die andere vier, dat waren lieve lieden, met capaciteiten en interesses. Eenzaam geworden na scheidingen of overlijden van partner of kind.

Wat me opviel in de serie was dat geen van de vijf werk had. Ook de jongere deelnemers niet, ondanks hun talenten. Verschrikkelijk onduurzaam, vind ik.

Ik weet dat sommige mensen jammeren dat ze nog tot hun 67ste ‘moeten’. Ik weet ook dat veel ouderen na hun pensionering diep ongelukkig worden, omdat ze niet meer nodig zijn. Ze zichzelf mogen amuseren met hobby’s onder de noemer: eindelijk genieten van het leven. Maar dat niemand echt op ze zit te wachten doet vaak gemeen pijn.

Jongeren hoeven bij ons niet fulltime te werken. Hetzelfde kun je doen bij ouderen. Laat hen twee of drie dagen per week de kennis die in een heel leven is opgebouwd delen. Uiteraard betaald, want hun expertise verliest niet opeens zijn waarde als ze 65, 66 of 67 worden. En uitkeringen kosten ook geld, terwijl er geen werk tegenover staat. Het is sociaal duurzaam, want iedereen blijft meedoen. Op die manier is extra vrije tijd wél leuk, en zijn hobby’s een liefhebberij in plaats van manieren om de tijd te doden. Wat een nare uitdrukking trouwens.

Er is werk genoeg, meer  dan genoeg zelfs. Heel veel wordt nu door vrijwilligers gedaan, maar je zou er gewoon banen van kunnen maken. Dan moet je alleen wel het beschikbare belastinggeld anders besteden. Je kunt natuurlijk best miljarden wegsmijten aan zaken als gevechtsvliegtuigen, waarmee je elders in de wereld onbekenden over de kling jaagt. Je kunt het ook gebruiken om je samenleving zo mooi en gelukkig mogelijk te maken. Een samenleving waarin iedereen zich nodig voelt en het ook daadwerkelijk ís. Dat is nou duurzaamheid waar ik heel blij van word.

http://www.omroepmax.nl/nooit-meer-alleen/

https://www.ftm.nl/artikelen/keuze-jsf-geen-verrassing

https://www.utrecht.nl/nieuws/artikel/utrechtse-aanpak-eenzaamheid-bijzondere-samenwerking-tussen-bewoners-bedrijfsleven-zorg-en-welzij/

https://www.ad.nl/utrecht/utrechtse-ondernemers-voortaan-actief-in-strijd-tegen-eenzaamheid~a597036d/

https://www.actief65plus.nl/vacatures/werk-voor-gepensioneerden/?gclid=EAIaIQobChMI7u_m9ZCo4QIVbwHTCh1dVgIlEAAYASAAEgI2GPD_BwE

 

 

oudere stewardess

 

Keukenhof of Kenya?

Afgelopen zondag kreeg ik geen bloemen. Heel erg was dat niet: moeders komen op vaderdag nou eenmaal niet in aanmerking voor cadeautjes.

Op andere dagen is dat natuurlijk wel het geval. Mijn verjaardag bijvoorbeeld. Of wanneer iemand mij uitzonderlijk leuk vindt. Inderdaad, weinig is romantischer dan een mooie bos bloemen.

Het nageslacht plukte vroeger soms een veldboeket voor me op kanaaloevers, of op verwilderde veldjes die lagen te wachten op een projectontwikkelaar. Soms, toen ze wat ouder waren, haalden ze weleens wat uit gemeentelijke perkjes. Het mag natuurlijk niet. Het illustreert alleen dat ze behoorlijk gericht waren op lokale producten.

De bloemen die tegenwoordig in winkels, op trein- en tankstations te koop zijn, komen echter vaak van andere continenten. Uit Oost-Afrika en Latijns-Amerika. Echt waar. Met vliegtuigen worden miljoenen bloemen hier naar toe gebracht. Je zou het niet verwachten, in een land dat bekend staat om haar bollenteelt en dat volle zalen trekt met haar Keukenhof.

Ik vind het eigenlijk raar, dat de Afrikaanse en Latijns Amerikaanse tuinbouw zich bezig houdt met bloemen voor het westen, terwijl er in hun directe omgeving vermoedelijk meer behoefte is aan voedsel. Maar goed, in die bloementeelt werken inmiddels honderdduizenden mensen, vooral vrouwen, en die zijn blij met hun baan.

Ze zouden nog veel blijer zijn als ze eens een vast arbeidscontract kregen, niet langer werden blootgesteld aan agressieve chemicaliën en beschermd werden tegen seksuele intimidatie van hun overwegend mannelijke leidinggevenden. Gelukkig zijn er steeds meer kwekerijen die inzien dat eerlijke bloemen pas écht fijn zijn om te krijgen. Zij zorgen wél voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en houden rekening met het milieu. Werkneemsters krijgen een minimumloon en de garantie van een gezonde en veilige werkomgeving.

Hivos, een organisatie die altijd probeert bij te dragen aan oplossingen voor zulke complexe problemen, stelde een lijst samen met verkooppunten van eerlijk geproduceerde bloemen.  Een handgeschreven liefdesbrief is natuurlijk nog oneindig veel romantischer, maar bij die winkels kun je dus terecht als je kiest voor zo’n duurzaam boeketje. Een verrassing waar je ook heel prima mee voor de dag kunt komen.

http://www.powerofthefairtradeflower.nl/eerlijke-bloemengids/

http://www.hivos.nl

IMG_2075

 

 

PET-fles wordt luchtig overhemd – in China

Polyester kleding, dat was altijd een symbool van armoe. Van zweterig en slechtzittend en goedkoop. Het riep associaties op met ongelukkige huis-aan-huis verkopers en gefrustreerde huisvrouwen. Stijlvolle kleding was nooit van polyester, maar van linnen of katoen of wol.

Monique Maissan heeft dat helemaal veranderd met een textiel materiaal dat Waste2Wear heet. Gemaakt van gerecyclede PET-flessen, in allerlei kleuren en patronen. Naar believen te leveren in ademende, antibacteriële, vuilafstotende of brandwerende versie. Haar bedrijf Visions in Sjanghai verwerkt het tot schooluniformen en ‘echte’ mode. Maar Visions heeft ook klanten die er gordijnen van maken, of beddengoed, paraplu’s en tassen. In Nederland zijn dat bedrijven als Wehkamp, Claudia Sträter en Beebielove.

Maissan is een Nederlandse die in China een bedrijf heeft opgezet dat klinkt als een klok. Ze streeft naar een onderneming die op alle mogelijke fronten goed bezig is. Dat begint natuurlijk met de grondstof, gemaakt van materiaal dat anders belandt op de vuilnisbelt, of in de afvalverbranding of oceanen. Visions heeft echter ook ruime werkplekken in plaats van overvolle sweatshops. Gebruikt verven en verpakkingen die zo  milieuvriendelijk mogelijk zijn. Heeft samenwerkingen met bedrijven die hun plastic afval inleveren als grondstof. En nog zo wat dingen.

Maissan verdient een enorme veer in haar bips. Dankzij haar sta je als mode- of stijlbewust type niet langer voor gek met polyester kleding (of huishoudtextiel). En zelfs als groene consument kan je de fashionista in je de vrije teugel geven.

www.waste2wear.com

www.beebielove.com

www.claudiastrater.com

www.wehkamp.nl