Eten van héél dichtbij

Fair, noemen Victor Stukker en Joyce Bielderman de filosofie achter hun restaurant Héron. Ze serveren veelvuldig wisselende gerechten en dranken, gemaakt van zo schoon mogelijke producten uit de directe omgeving. Net zo belangrijk vinden ze een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers.

Héron, in de smalle Schalkwijkstraat, ligt weliswaar in het stadscentrum, maar uit de loop van winkelend publiek en dagjesmensen. Bewust, want Victor en Joyce willen gasten die echt komen voor wat zij bieden. Die geïnteresseerd zijn in het concept en graag een hele avond tafelen.

Victor is een geboren horecaman. Van jongs af aan werkte hij in het Sallandse restaurant van zijn ouders. Toen de high school sweethearts naar Utrecht verhuisden, was hij twintig jaar lang bedrijfsleider in allerlei Utrechtse horeca. Tot hij behoefte kreeg aan een plek van zichzelf. Dat werd Héron. Partner Joyce, culinair journaliste, had geen ambities in die richting (‘Ik ben een eter, geen koker’), maar is desondanks met hem meegegroeid. “Heel organisch. Ik dacht mee over alles van inrichting tot menu, viel in toen een bedieningsmedewerker op vakantie was en bleek brood bakken heel leuk te vinden.”

Moois uit de tuin

“Met Héron wil ik andere aspecten van mezelf ontwikkelen”, legt Victor uit. “Nadat we een hond kregen kwam ik weer vaker in het bos. Dat gaf niet alleen een heerlijk vrij gevoel, ik ontdekte ook steeds meer eetbare kruiden en planten. Ons bezoek aan Noma, het Deense sterrenrestaurant dat heel veel gebruik maakt van eetbaars uit de directe omgeving, gaf de doorslag. Ik vond het geweldig wat er allemaal kon en paste het steeds vaker toe op mijn werkplek. Als vrijwilliger op biologische moestuin Maarschalkerweerd, een sociale tuinderij in Utrecht Oost, viel me nog iets op. De tuin bracht heel veel moois op. Hoe kon het dan dat geen enkel restaurant het kocht?”

Klaar

De keuze voor producten van heel dichtbij kwam dan ook van Victor. “Ik vind herkomst belangrijk. Noten, bessen, paddenstoelen en kruiden plukt hij in het wild. Weer andere kruiden en eetbare bloemen kweekt hij in zes grote bakken op de binnenplaats van de Leeuwenbergkerk, aan de overzijde van de Schalkwijkstraat. En elke week is hij op de tuinderij van zijn vaste leveranciers onder de rook van Utrecht. Koks Bobby, Jord en Taco werken met het aanbod van de leveranciers, ongeacht of dat binnen of buiten het officiële seizoen van bijvoorbeeld aardbeien, asperges of wild klaar is. Daarom kan de kaart van het ene jaar totaal verschillen van het volgende.

Zwammen

Arbeidsintensief, zeker. “Maar ook inspirerend”, zegt Joyce. “Het directe contact levert zóveel kennis op. Dat werkt door in de gerechten. Zo had een van onze boeren een partij verregende mais, waar zwammen op waren gaan groeien. Of wij iets konden met deze Mexicaanse truffel. We hebben ze verwerkt in een amuse. Gasten waren door die onbekende smaak volledig verrast.”

Lange termijn

De keuze voor lokale leveranciers betekent dat Héron bijvoorbeeld geen citroenen of chocolade gebruikt. Al doen ze wel concessies, omdat koffie, thee en specerijen nu eenmaal alleen in tropische gebieden groeien. In het interieur is gebruik gemaakt van hout uit een Zutphen’s slooppand, van door een sterrenkok geschonken borden en tweedehands bestek. Minimale verspilling is een voortdurend aandachtspunt. Joyce: “Toch noemen we onszelf eerder fair dan duurzaam. We willen een zaak voor de lange termijn, waar iedereen beter van wordt. Menselijke werktijden en een eerlijk inkomen voor leveranciers en medewerkers. Zonder onszelf te kort te doen natuurlijk!”

Dit artikel verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel drie in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.heronrestaurant.nl

Advertenties

De ziel laten schommelen

Grote hoofden, grote lichamen. Vaak te zwaar. Fysiek zijn ze behoorlijk aanwezig, onze Oosterburen. In de landelijke gebieden van Noordrijn-Westfalen en Saksen-Anhalt zelfs nog iets meer dan in de steden, lijkt het. De mannen doen me in hun geruite overhemd met korte mouwen denken aan uit de kluiten gewassen kinderen. De enorme T-shirts met ronde hals waar de vrouwen zich in hullen zijn maximaal seksloos.

Zonder uitzondering zijn ze beleefd. Misschien zelfs braaf. En gezagsgetrouw. Als ik op een volmaakt lege straat door rood fiets krijst een vrouw op de stoep: “Führerschein einnehmen, das sollte mann!” Bij mij zou dat niet helpen. Ik heb niet eens een rijbewijs.

Op een terras in Höxter ergert een man zich aan het geskype van twee Afrikanen en een hooliganachtige Duitser. Ik begrijp zijn ergernis. Ook ik vind het harde, krakerige geluid uit hun telefoon hinderlijk. Maar als hij hen toebijt: “De politie zal jullie wel leren om je aan de regels te houden”, vind ik zijn machteloze dreigen met een autoriteit toch irritant.

In Duitsland zijn de meeste dingen goed geregeld, en bijna iedereen houdt zich aan die regels. De keerzijde is dat het leven tamelijk voorspelbaar en weinig opwindend is. Zou dat een reden zijn om zoveel te eten en te drinken, vraag ik me af. Je hebt wat te doen en het geeft een aangenaam gevoel ten slotte. Misschien is de veilige saaiheid van het bestaan ook de reden dat ze zoveel krimi’s produceren. Iedere avond zijn er op de verschillende zenders wel een paar te zien, meestal van eigen makelij. Met fantastische acteurs, sterke dialogen, prachtig camerawerk. Daar kan je lekker wat angsten voelen, terwijl je veilig thuis zit en een koel glas bier nooit ver is.

Maar als ik naar het landschap kijk, valt me iets anders op.

De kastelen. Het zijn er veel, heel erg veel. Vaak schitterend gebouwd, omringd door fraaie tuinen en liefdevol onderhouden. Geen stoere, maar van die uitbundige met allerlei torens en versierde kozijnen en beeldhouwwerk en kleuren. De ene toeristische tekst vertelt bezoekers hoe geschikt het kasteel en zijn omgeving zijn um deine Seele baumeln zu lassen. Een andere roept op om je er met je geliefde te verpozen, om je hart te laten spreken. Omdat de liefde immers het belangrijkste is in het leven.

Het ontroert me.

In die grote koppen, in die grote lijven, daar huist een intens romantische ziel.

 

http://programm.ard.de/TV/Themenschwerpunkte/Film/Krimi/Startseite

Schloss Bevern          

Nette natuur

Als kind plukte ik wel eens bloemen langs de kant van de weg. Er stond meer dan genoeg, in veel verschillende kleuren. Zoals boterbloemen, pinksterbloemen, madeliefjes, klaver, paarse distel en klaprozen.  Wanneer het precies gebeurde weet ik niet meer, maar geleidelijk werden de bermen steeds saaier.

Flink maaien en met gif spuiten werd gebruikelijk, zodat er alleen een duf grasmatje overbleef. Want die vuige natuur probeerde overal maar een zootje van te maken, en dat kon zomaar niet.Er kwam een moment dat ik me realiseerde dat ik al jaren geen klaprozen, klaver en pinksterbloemen meer had gezien. En al helemaal geen korenbloemen.

Ook particuliere tuinen waren vaak weinig inspirerend. Een gazonnetje, stijve perken. Of nog treuriger: tegels. De enkele bioloog die een natuurlijke tuin cultiveerde werd gezien als een aso, vergelijkbaar met iemand die zijn stukje grond volplempte met oude wasmachines en andere troep. In de stad zag je in veel straten amper groen, omdat het verboden was zelf iets te planten of neer te zetten. Openbare ruimte immers, die door gemeentes onderhouden moest worden.

Gelukkig bleek het keurig houden van het land een prijzige aangelegenheid. Zo prijzig dat het aantrekkelijk werd om wat minder netjes te zijn. Natuurlijk bermbeheer, heette dat. Oude wijn in nieuwe zakken, maar dat doet er niet toe. Geleidelijk keerde er wat ruigheid terug in bermen en parken. Het bleek ook veel goedkoper om mensen toestemming te geven voor de aanleg van geveltuintjes. Het maakte straten groener en leefbaarder, en dat alles ook nog eens aangelegd en onderhouden door de bewoners zelf.

De laatste jaren zijn daardoor de straten in mijn stadse arbeiderswijk vele malen aangenamer geworden. En als ik nu een eindje ga fietsen buiten de stad, is de afwisseling in begroeiing bijna weer als vanouds. Behalve klaver, zuring en wilde margrieten zie ik zelfs weer klaprozen. Nu die korenbloemen nog.

Bermbloemen 2

 

Paarse distel

 

Eenzaam

Omroep Max zond eind vorig jaar een serie uit over eenzaamheid. Ze volgde vijf mensen tussen de 55 en 81 jaar, die ruiterlijk erkenden eenzaam te zijn. Soms zelfs geen zin meer te hebben in het leven.

Van een van de vijf snapte ik wel dat ze eenzaam was. Het was een chagrijnige vrouw, die niks wilde. Behalve zeuren en klagen. Niet iemand dus om eens gezellig bij op bezoek te gaan, of om uit te nodigen voor een verzetje. Haar dochter en schoonzoon leden duidelijk onder haar zure levenshouding, maar stonden desondanks toch altijd voor haar klaar. Gewoon, vond ze.
Maar die andere vier, dat waren lieve lieden, met capaciteiten en interesses. Eenzaam geworden na scheidingen of overlijden van partner of kind.

Wat me opviel in de serie was dat geen van de vijf werk had. Ook de jongere deelnemers niet, ondanks hun talenten. Verschrikkelijk onduurzaam, vind ik.

Ik weet dat sommige mensen jammeren dat ze nog tot hun 67ste ‘moeten’. Ik weet ook dat veel ouderen na hun pensionering diep ongelukkig worden, omdat ze niet meer nodig zijn. Ze zichzelf mogen amuseren met hobby’s onder de noemer: eindelijk genieten van het leven. Maar dat niemand echt op ze zit te wachten doet vaak gemeen pijn.

Jongeren hoeven bij ons niet fulltime te werken. Hetzelfde kun je doen bij ouderen. Laat hen twee of drie dagen per week de kennis die in een heel leven is opgebouwd delen. Uiteraard betaald, want hun expertise verliest niet opeens zijn waarde als ze 65, 66 of 67 worden. En uitkeringen kosten ook geld, terwijl er geen werk tegenover staat. Het is sociaal duurzaam, want iedereen blijft meedoen. Op die manier is extra vrije tijd wél leuk, en zijn hobby’s een liefhebberij in plaats van manieren om de tijd te doden. Wat een nare uitdrukking trouwens.

Er is werk genoeg, meer  dan genoeg zelfs. Heel veel wordt nu door vrijwilligers gedaan, maar je zou er gewoon banen van kunnen maken. Dan moet je alleen wel het beschikbare belastinggeld anders besteden. Je kunt natuurlijk best miljarden wegsmijten aan zaken als gevechtsvliegtuigen, waarmee je elders in de wereld onbekenden over de kling jaagt. Je kunt het ook gebruiken om je samenleving zo mooi en gelukkig mogelijk te maken. Een samenleving waarin iedereen zich nodig voelt en het ook daadwerkelijk ís. Dat is nou duurzaamheid waar ik heel blij van word.

http://www.omroepmax.nl/nooit-meer-alleen/

https://www.ftm.nl/artikelen/keuze-jsf-geen-verrassing

https://www.utrecht.nl/nieuws/artikel/utrechtse-aanpak-eenzaamheid-bijzondere-samenwerking-tussen-bewoners-bedrijfsleven-zorg-en-welzij/

https://www.ad.nl/utrecht/utrechtse-ondernemers-voortaan-actief-in-strijd-tegen-eenzaamheid~a597036d/

https://www.actief65plus.nl/vacatures/werk-voor-gepensioneerden/?gclid=EAIaIQobChMI7u_m9ZCo4QIVbwHTCh1dVgIlEAAYASAAEgI2GPD_BwE

 

 

oudere stewardess

 

Van bijen, bloemen en ooievaars

De smalle, diepe strook grasland, ingeklemd tussen twee sloten, tiert van leven. Bijen, vlinders, planten. Vogels, kikkers. Kinderen ook. Toch, zodra je door de achterdeur van het toegangsgebouwtje het ooievaarsdorp instapt, heerst hier rust. Langs de sloten knotwilgen, geurige bloemen, dansende koolwitjes. ‘Naar de bijen’ wijst een bordje. Het hout van het imkershuisje ruikt heerlijk zoet. Zacht en vanilleachtig, zoals alleen honing ruiken kan. In de spaarkasten en korven grote zwermen zoemende, wriemelende bijen. Ik weet het, zonder hen komt geen gewas tot vrucht en zou de wereld er kaal bij liggen. Maar ik ben blij met de glasplaat tussen mij en hun drukbevolkte binnentuintje.

Een eind verderop is een kleine tomatenkwekerij van oude rassen, bijzondere, zeldzame. 123 soorten telen we, vertelt de man trots. Bij een poeltje met een grote kluit waterlelies zit een kikker. Brrwap, zegt hij. Ik besef dat ik in geen jaren kikkers heb horen brommen. Vanuit een smoorheet hokje aan de plas die het terrein afsluit, kun je door smalle spleten vogels kijken en je waarnemingen op een schoolbord schrijven. Schijtlijster staat er. Limbomus. En ooievaar.

Achter op het terrein staan inderdaad her en der enorme ooievaarsnesten, op kleine schuurtjes en speciaal neergezette palen. Bijna alle ooievaarsbabies zijn aan de natte meikou gestorven. Ik zie één jong, dat me scherp in het oog houdt. Achter hem de weilanden van de Alblasserwaard in alle tinten groen, vol en sappig. Dit is een heel smal stukje Holland. Ik durf te zeggen: dit is Holland op zijn best.

ooievaarsdorp groot ammers

http://www.streekcentrum.nl

Stille vreugde in Den Helder

Eerst is de vreugde uitbundig, als ik het onopvallende houten hek doorga en opeens langs ruisende bomen over een modderig pad loop. Terwijl ik een minuut geleden nog op het pijnlijk lelijke station van Den Helder Zuid stond. Vanaf de eerste meters is De Nollen prachtig. Dat het binnenduingebied dicht bij zee ligt ruik je niet, maar zo’n harde wind is verder landinwaarts ongekend. Hevige novemberhagel laat me nog meer naar adem snakken.

Aan het eind van het pad is schuilplaats in een groot atelier, een vakwerk van vierkante glasplaten in brede donkerhouten sponningen. Vanaf deze plek ademt alles harmonie. Wanneer het droog is wandelt een vriendelijke gids mee naar de beelden, allemaal ontworpen door kunstenaar Rudi van de Wint. Door hun formaat zijn ze letterlijk indrukwekkend. Toch overdonderen ze niet. Zelfs de beelden die met een oude bunker als sokkel uitgroeiden tot gebouwtjes zijn vriendelijk, en eenmaal binnen zelfs veilig.

De kleine ruimtes, met heel smalle deuren die de vorm zo min mogelijk verstoren, voelen sacraal. De wind loeit er om heen. Mijn mond houden gaat vanzelf, de vreugde is een stille geworden. Ik wil uren op de vloer van een driehoekig vertrek gaan liggen en door het glazen dak naar de lucht kijken. Of verscholen in een onderaardse gang genieten van fijnzinnige doorkijkjes.

Het gatenraster rondom een beeld laat het lijken op een biechtstoel. Maar een priester die je vertelt hoe je je zonden weg kunt bidden is op de Nollen overbodig. Of binnen of buiten, hier zijn is genoeg.

Keukenhof of Kenya?

Afgelopen zondag kreeg ik geen bloemen. Heel erg was dat niet: moeders komen op vaderdag nou eenmaal niet in aanmerking voor cadeautjes.

Op andere dagen is dat natuurlijk wel het geval. Mijn verjaardag bijvoorbeeld. Of wanneer iemand mij uitzonderlijk leuk vindt. Inderdaad, weinig is romantischer dan een mooie bos bloemen.

Het nageslacht plukte vroeger soms een veldboeket voor me op kanaaloevers, of op verwilderde veldjes die lagen te wachten op een projectontwikkelaar. Soms, toen ze wat ouder waren, haalden ze weleens wat uit gemeentelijke perkjes. Het mag natuurlijk niet. Het illustreert alleen dat ze behoorlijk gericht waren op lokale producten.

De bloemen die tegenwoordig in winkels, op trein- en tankstations te koop zijn, komen echter vaak van andere continenten. Uit Oost-Afrika en Latijns-Amerika. Echt waar. Met vliegtuigen worden miljoenen bloemen hier naar toe gebracht. Je zou het niet verwachten, in een land dat bekend staat om haar bollenteelt en dat volle zalen trekt met haar Keukenhof.

Ik vind het eigenlijk raar, dat de Afrikaanse en Latijns Amerikaanse tuinbouw zich bezig houdt met bloemen voor het westen, terwijl er in hun directe omgeving vermoedelijk meer behoefte is aan voedsel. Maar goed, in die bloementeelt werken inmiddels honderdduizenden mensen, vooral vrouwen, en die zijn blij met hun baan.

Ze zouden nog veel blijer zijn als ze eens een vast arbeidscontract kregen, niet langer werden blootgesteld aan agressieve chemicaliën en beschermd werden tegen seksuele intimidatie van hun overwegend mannelijke leidinggevenden. Gelukkig zijn er steeds meer kwekerijen die inzien dat eerlijke bloemen pas écht fijn zijn om te krijgen. Zij zorgen wél voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en houden rekening met het milieu. Werkneemsters krijgen een minimumloon en de garantie van een gezonde en veilige werkomgeving.

Hivos, een organisatie die altijd probeert bij te dragen aan oplossingen voor zulke complexe problemen, stelde een lijst samen met verkooppunten van eerlijk geproduceerde bloemen.  Een handgeschreven liefdesbrief is natuurlijk nog oneindig veel romantischer, maar bij die winkels kun je dus terecht als je kiest voor zo’n duurzaam boeketje. Een verrassing waar je ook heel prima mee voor de dag kunt komen.

http://www.powerofthefairtradeflower.nl/eerlijke-bloemengids/

http://www.hivos.nl

IMG_2075

 

 

In bed met een onwaarschijnlijk iemand

Laatst deelde ik het bed met een onwaarschijnlijk iemand. Ik had het absoluut niet verwacht, omdat we zulke verschillende levensopvattingen hebben. Hij is in een aantal opzichten een bange Christen, ik ben… nou ja, iets anders.

Sybrand met de mooie Friese achternaam Van Haersma Buma is tweede kamerlid voor het CDA. Hij pleitte vorige week voor een zelfvoorzienende landbouw in Nederland. Niet omdat hij het idioot vindt dat wij sperziebonen uit Egypte eten en zelf paprika’s en tomaten naar Rusland exporteren, maar omdat hij bang is dat de Egyptenaren ophouden met sperziebonen sturen. Zoals de Russen nu ophouden met Nederlandse paprika’s en tomaten importeren.

Sybrand spreekt over bedreigingen in de wereld. Graan- en groentekranen die zomaar dichtgedraaid kunnen worden. Dat is niet leuk voor hem, dat hij bang is.

Maar mij gaat het om het effect, en ik begrijp dat veel boeren er ook zo over denken. Blijkbaar kunnen we in Nederland, ondanks zeventien miljoen inwoners en landbouwers die er de brui aan geven of vertrekken naar landen met minder regels, toch genoeg voedsel verbouwen om iedereen op een net gewicht te houden.

Dat is toch prachtig? Geen gesleep met onrijp voedsel, veel minder luchtvervuiling door het transport van of naar verre oorden, werkgelegenheid in de frisse lucht, en de Egyptenaren kunnen weer zélf smikkelen van eigen oogst.

Een andere opvatting van Sybrand, die ik net zo geweldig vind: hij keurt het verheerlijken van geweld af. In naam van welke god dan ook. Je kunt inderdaad zoveel leukere dingen doen met je talenten dan anderen over de kling jagen. Lekkere aardappels verbouwen bijvoorbeeld, of een restaurant runnen waar je met die aardappels iets smakelijks gemaakt hebt.

Sybrand en ik, wij waren wat de Engelsen zo fraai odd bedfellows noemen. Mensen die normaal gesproken niet dezelfde mening hebben, en dan om verschillende redenen opeens wel.

Sorry. Kinkier wordt het niet. Maar prachtig blijft het.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3727711/2014/08/28/Buma-wil-dat-Nederland-zelfvoorzienend-wordt.dhtml

https://twitter.com/sybrandbuma

koopt nederlandsche waar

 

Hennep en het hipste dorp van Limburg

Van hennep kan je high worden, en heel veel mensen vinden dat leuk. In Nederland mag het ook gewoon, net zoals je je te pletter mag zuipen. Voor een land met een grote protestantse bevolking zijn we daarin verrassend losbollig. Met hennep kan je echter ook heel veel nuttige dingen doen. Zoals touw maken, en textiel. Mijn vader gebruikte vroeger zelfs hennepzaad om mee te vissen.

Dat was van eigen teelt, of van kennissen in de buurt die wat planten hadden. Niet om te gebruiken als roesmiddel, want de meeste dorpsgenoten dronken liever bier en konden dat ook heel goed. Mijn eigen vader was in ieder geval mordicus tegen al die smerige verdovende drugs die in het westen van het land in zwang waren.

Ik vermoed wel dat hennep het dorp waar we woonden zijn naam heeft gegeven, want het heette (en heet) Gennep. Misschien een erfenis van Vlamingen die de h vaak uitspreken als een g. In Gennep is ook een straat die Touwslagersgroes heet.

Van touwproductie was na de tweede wereldoorlog al weinig meer te merken. Heel lang waren de grootste werkgevers een fabriek die WC-papier maakte en twee enorme instellingen voor geestelijk gehandicapten. De grappen over waar de economie van het dorp op draaide waren regelrechte inkoppertjes.

Maar een aantal jaren geleden is de papierfabriek verhuisd naar Frankrijk. De instellingen zijn er nog wel.

En nu is hennep hip. Het groeit gemakkelijk en het aantal eco-vriendelijke toepassingen is enorm. Behalve touw en kleding kun je er bouwmaterialen van maken, brandstof, scheepszeilen en zelfs hyper-efficiënte koolstofelektroden om energie in op te slaan. En bier en papier. Foodies zijn blij met alle onverzadigde vetzuren in de zaden en de olie die ervan gemaakt wordt, kankerpatiënten met de pijnstillende werking van medicinale cannabis.

Mij lijkt het voor Gennep een kans uit duizenden. Als het dorp terugkeert naar de teelt van het oude landbouwgewas, voorzie ik een explosie van duurzame werkgelegenheid. De naam heeft het in ieder geval al mee.

nl.wikipedia.org/wiki/Hennep

www.gennep.nl

Cannabis_sativa

https://sensiseeds.com/nl/hennep
https://houhetwarm.nl/isolatiematerialen/hennep/

Over bloemetjes, bijtjes en bloedvaten

Je stukje speltbrood eten zonder het eerst te dopen in koudgeperste olijfolie en Himalayazout? Nou nou. Dat is een wel heel ongenadig harde trap op de ziel van elke zichzelf respecterende culisnob.

Dan is het leuk om te weten dat nog maar kort geleden, in de jaren tachtig, vakantiegangers naar mediterrane landen het advies kregen op te passen met olijfolie. Omdat wij daar niet aan gewend waren, kon slechts één eetlepel over zo’n zuidelijke salade al genoeg zijn om met de hand voor de bips naar het dichtstbijzijnde toilet te rennen.

Inmiddels is ons spijsverteringsstelsel volledig gewend aan olijven. Sterker, menig gezond-eten-kerk predikt dat we elke dag olijfolie móeten. Zonder hoeven we eigenlijk niet te verwachten dat ons lichaam gezond blijft. Dat Nederland in de eeuwen hiervoor gewoon een bevolking had die soms kort, maar soms ook heel lang leefde, mag gerust een wonder heten.

Het aardige van levende organismen, zoals mensen, is dat ze zich aanpassen aan wat hun omgeving te bieden heeft. Een eskimo zal niet snel dichtslibbende vaten krijgen, al eet hij zelden of nooit groente. In de woestijn zijn zuivelproducten een bederfelijk en schaars goed, en toch wonen er behoorlijk robuuste lieden.

En in Nederland blijk je dus prima koolzaad te kunnen telen en daar een lekkere spijsolie van maken. Koudgeperst, vol onverzadigde vetzuren en helemaal culi. Goed nieuws, want het betekent meer variatie op de akkers en minder voedselkilometers. De zoetig ruikende gele bloemen op een koolzaadveld zijn bovendien heerlijk voor bijen. Die hebben we weer hard nodig om het gros van onze levensmiddelen te bestuiven.  Op dit moment is de oogst in volle gang.

Doe dus gerust eens iets lokaals met wat trots Hollands Goud genoemd wordt.  En laat vooral de olijfolie niet staan. Daar is hij veel te lekker voor.

www.hollands-goud.nl

https://www.facebook.com/hollandsgoud.koolzaadolie?fref=ts

Koolzaad