Twee keer vet

“Kijk nou toch eens wat handig”, zei mijn collega. Ze opende een schroefdeksel aan de onderkant van de vetketel in de gloednieuwe snackbar waar we allebei werkten. “Je laat het gebruikte vet aan het eind van de dag zo in het riool lopen. Hoef je niet meer moeizaam alles er uit te scheppen.”

Het was mijn eerste bijbaantje. Ik wist helemaal niet wat handig was. Sterker: ik moest zelfs nog leren hoe je dat doet, frituren.

Menig waterbeheerder zal stijf staan van schrik bij het lezen van dit verhaal. En ik ook, inmiddels. Afvalvet in riolen is een bron van ellende. Het verstopt de buizen en tast hun dichtheid aan, waardoor de inhoud in het grondwater gaat lekken vóór het de waterzuivering heeft bereikt. Dat stinkt niet alleen, het is ook ongezond. In de natuur bestaan geen gesloten systemen. Vroeg of laat krijg je die resten wasmiddel, ranzig vet of terpentine op je bord. Of op je hoofd, wanneer je monter loopt te zingen in de regen. Wat ook bijna niemand leuk vindt, is dat de gemeentelijke belasting omhoog gaat. De kosten van rioolherstel moeten nu eenmaal betaald worden.

Stoppen met frites eten is natuurlijk onbespreekbaar. Verse frites met echte mayonaise: weinig is lekkerder dan dat. Zeker op koude dagen verwarmend, troostrijk en zelfs gezond. En lekker veel langzaam afbrekende koolhydraten. Ik heb op een gewone portie een keer een fietstocht gemaakt van Maastricht naar Noord-Limburg. Fluitend.

Gelukkig kun je anno nu gebruikt frituurvet inleveren,  of je een grootverbruikende snackbar bent of een particulier. Van het vet wordt biobrandstof gemaakt die als extra voordeel heeft dat hij minder CO2 uitstoot. Zo vloog KLM in het najaar van 2011 al 200 keer op en neer naar Parijs op gerecycled frituurvet. Een andere toepassing is er geurkaarsen van te maken, die naar jasmijn of sinaasappels ruiken. Ongelogen! Een bedrijf doet dat voor je, maar je kunt ze ook gezellig zelf knutselen met doe-het-zelf pakketjes van Waar, de keten die vroeger de wereldwinkel heette.

Tegenwoordig frituur ik alleen nog thuis. Een kaarsenknutselaar ben ik niet, maar de olie na afkoeling teruggieten in de fles doe ik met alle plezier. En dan gelijk met glas, papier en verpakkingsplastic naar de container bij de supermarkt. Eitje!

Inzamelpunten vind je hier

http://www.hergebruikfrituurvet.nl/

Verkoopadressen van frietkaarsen

http://www.ditiswaar.nl/duurzame-waardekaart

Deeltijd-boeren in de stad

Blije Duurzamista

Afbeelding

Er was eens een schooltuin in de Utrechtse krachtwijk Lombok. Stadse bleekneusjes leerden daar dat wortels niet in de schappen van de supermarkt groeien, en dat natuur iets meer is dan een trapveldje.

Maar een aantal scholen verdween uit de buurt, en daarmee ook het verschijnsel schooltuinieren. Een brede strook land langs de spoorlijn lag braak. Eeuwig zonde in een stadsdeel dat toch al weinig groen heeft.

En toen waren daar in 2000 die buurtbewoners, die zelf geen of een heel klein tuintje hadden, maar wel zin in groenwerk. Ze namen het beheer van de strook land over van de gemeente en noemden het De Wilgenhof. Vervolgens richtten ze die opnieuw in met een cirkeltuin, een groenteveldje, een kruiden- en pompoenhoek. Kinderen die dat leuk vinden konden en kunnen er in hun vrije tijd tuinieren. Later kwamen er nog zo’n dertig tuintjes voor volwassenen, en fruitbomen en bessenstruiken.

In De…

View original post 133 woorden meer

Een walvis vreet de grachten leeg

Van kranten lezen en naar het journaal kijken kan je wel eens neerslachtig worden. Tobberig. Een gevoel krijgen van machteloosheid. Want ‘het nieuws’ vermijdt haarfijn alle verslaggeving over gebeurtenissen, die je wel eens het idee zouden kunnen geven dat er iets goeds gebeurt. Verslaggeving die je laat beseffen hoeveel beter we het in grote delen van de wereld hebben dan pakweg vijftig jaar geleden. Hoeveel mensen onzelfzuchtig bezig zijn om anderen te helpen.

Op zulke momenten is het een goed idee om te denken aan Marius Smit. Een jonge Nederlander, die een probleem zag en aan de slag ging om het op te lossen. Het probleem: overal ter wereld vervuilt plastic afval oceanen, zeeën, rivieren, kanalen, meren en beken.

Smit begon met het plan een boot te bouwen van plastic afvalflessen. Dat had nog niemand gedaan, en hijzelf al helemaal niet. Maar via sociale media vroeg en kreeg hij hulp. Binnen de kortste keren stond de stichting Plastic Whale in de steigers en groeide het aantal mensen dat vrijwillig meewerkte naar meer dan duizend. Honderden kilo’s plastic afval visten ze uit de Amsterdamse wateren.

Drie jaar later is de boot een feit. Gebouwd van tienduizenden gerecyclede petflessen. Met die boot gaat Plastic Whale aan de slag als de eerste professionele plasticvisserij ter wereld. Dagelijks vaart hij over de grachten van Amsterdam om zijn schone werk te doen. Van de vangst worden nieuwe designproducten gemaakt. Doel van de stichting is ook het water in de rest van de wereld aan te pakken en, uiteindelijk, zichzelf overbodig te maken.

Een jonge knul die gewoon begon. Als hij zo’n verschil kan maken, kunnen anderen het ook. Jij bijvoorbeeld. Zo groot denken nog te eng? Ruim dan op 20 maart, de wereldwijde Zwerfiedag, één stukje zwerfafval op in je eigen straat. Niet alle begin is moeilijk!

https://www.facebook.com/events/363976953743052/?source=1

http://plasticwhale.org/

<p><a href=”http://vimeo.com/88097577″>Plastic Whale. The plastic fishing co.</a> from <a href=”http://vimeo.com/user25628620″>Marius Smit</a> on <a href=”https://vimeo.com”>Vimeo</a&gt;.</p>

De Lelystadse matras

Wanneer je na pakweg tien jaar gebruik trouwhartig je matras meegeeft aan de grofvuildienst, krijgt in je bed liggen stinken een nieuwe betekenis.

Lekker liggen deed je al die tijd op een combinatie van onder andere polyurethaan, latex, vilt, katoen, kokos, kapok en stalen springveren in kunststof zakjes. Bijna niet uit elkaar te halen, al die verschillende materialen. Dus eenmaal uit je bed gaat die matras de afvalverbranding in.

Je kunt je voorstellen wat een ijzingwekkende walm dat oplevert. Nu is dat proces in Nederland gelukkig behoorlijk streng dichtgeregeld. Het afval in de verbrander verandert grotendeels in elektriciteit, en een overdaad aan filters zorgt dat de stinkende gassen worden afgevangen. In andere landen is dat lang niet altijd het geval. En 1,2 miljoen matrassen per jaar, alleen al in Nederland, zijn nog steeds goed voor schier onafzienbare hoeveelheden grondstoffen, die ieder op zich heel nuttig een tweede keer te gebruiken zijn.

Nanne Fioole en Gerrit van Werven bedachten een oplossing. Ze noemden het Retourmatras, en het is een compleet systeem van inzameling tot uit elkaar trekken tot bundelen van nieuwe grondstoffen. Zoals altijd met zulke grootse plannen duurt het een tijd voor ze gerealiseerd zijn. Maar nu staat in Lelystad een brandschone fabriek, die per jaar 400.000 matrassen demonteert en 96% van de grondstoffen opnieuw bruikbaar weet te maken. Zo gaat polyurethaan naar de tapijtindustrie, bedekken vermalen kokosmatten de bodem in paardenbakken en smelt Tata in IJmuiden de springveren om tot vers staal.

De oude matrassen komen van hotels, recreatieparken, ziekenhuizen, matrasfabrikanten, en ook vind je op steeds meer gemeentelijke milieustraten een container voor de afgedankte exemplaren van particulieren. Ik vind dat Fioole en van Werven een standbeeld verdienen. Nog meer nu ook allerlei andere landen interesse hebben in de techniek en dus ook elders op de wereld matrasrecycling de norm wordt.

En ik steek ook graag een veer in de bips van heel veel Nederlanders. Ons krenterige imago ten spijt, betalen ze probleemloos een tientje meer als de leverancier van een nieuwe matras de oude meeneemt en aflevert in Lelystad.

Verantwoord stinken in je bed, dat is pas echt lekker!

www.retourmatras.nl

En: heeft jouw gemeente al een matrascontainer?