Oud ijzer, Tata Steel en torenklokliefhebbers

Bakens in het vlakke Nederlandse land zijn het: kerktorens en hun klokken. Maar de dikwijls eeuwenoude mechanische uurwerken werden na WOII steeds vaker vervangen door punctuele elektrische modellen. Heel jammer, vond een groep techneuten bij staalbedrijf Hoogovens, en begon in zijn vrije tijd torenuurwerken te repareren.

“Een tijdlang gebruikten we een lokaal van een leegstaande school in IJmuiden als opslagplaats voor oude torenuurwerken,” vertelt vrijwilliger Nico Kroese. “Zonder dat we het wisten werd de school gesloopt en waren de uurwerken als oud ijzer op straat gegooid. We hebben er één kunnen redden. Het hele mechaniek was getordeerd, maar wij hebben het hier volledig teruggebracht in de oorspronkelijke staat.” Grinnikend: “Dat was wel wat je noemt een uitdaging.”

Kerk van Jisp

“Hier” is een werkplaats op de eerste verdieping van een oude loods in Velsen-Noord. Het pand is eigendom van wat vroeger Hoogovens heette, daarna korte tijd Corus en tegenwoordig Tata Steel. In 1978 hoorde Jan Scholtens, instrumentmaker bij Hoogovens, dat het torenuurwerk uit de kerk van zijn woonplaats Jisp zou worden weggedaan. Net zoals elders in het land zou het vervangen worden door een elektrisch uurwerk. Scholtens vond het eeuwig zonde en overlegde met technische collega’s wat ze eraan konden doen. Dat leidde tot de vorming van de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk. Hoogovens stelde een werkruimte beschikbaar, Scholtens en zijn collega’s herstelden in hun vrije tijd het uurwerk en plaatsten het terug. Het loopt nog steeds. Daan Kerkvliet, secretaris van de Stichting, schat dat het zo’n honderd tot tweehonderd jaar gaat duren voor opnieuw een reparatie nodig zal zijn.

15e eeuws uurwerk

Het verhaal van de restauratie verspreidde zich snel, en zo werd de groep vrijwillige techneuten ook betrokken bij het herstel van het torenuurwerk in het Noord-Hollandse dorpje Winkel. Koolstofonderzoek van de houten opwindtrommel dateerde het mechanisme op begin 15e eeuw. Omdat het uurwerk inmiddels al vervangen was door een moderne elektrische aandrijving staat het origineel nu museaal opgesteld in de Lucaskerk te Winkel.Tot de dag van vandaag weten talloze liefhebbers de Stichting te vinden. De vrijwilligers zijn inmiddels allemaal gepensioneerd, maar onverminderd enthousiaste en deskundige metaalbewerkers en elektrotechnici. Secretaris Daan Kerkvliet werkte als constructeur van bruggen en tunnels en is ‘gewoon’ liefhebber van klokken.

Eigen uitvindingen

Hun credo is ‘Geen wijzigingen aanbrengen in het uurwerk’. Alle verbeteringen worden daarom bevestigd met een klemverbinding. Dat betekent niet dat ze moderne technieken schuwen. Omdat er geen kosters meer zijn die gewichten ophalen, heeft de groep volledig automatische opwindsystemen ontwikkeld, inclusief de bijpassende software. Een andere uitvinding is de slingervanger. Tweemaal daags stopt die gedurende een aantal seconden een uurwerk dat per dag circa één minuut voorloopt. Daarna kan het op de exacte tijd weer verder lopen. Door deze toevoegingen lopen ook heel vroege uurwerken nu op tijd. Op hun uitvindingen heeft de Stichting geen patent. Integendeel: veel van de in de afgelopen decennia verzamelde kennis is beschikbaar via haar website. Een deel wordt opgeslagen in een aparte kennisbank. Daan: “Hoe meer ze nagemaakt worden, hoe meer klokken gerepareerd kunnen worden.”

Advies en zelf doen

Het aantal vragen om hulp was soms zo groot, dat mensen weleens langer dan een jaar op hulp moesten wachten. Begin 2000 besloot de Stichting een meer adviserende rol te gaan spelen, en het daadwerkelijke reparatiewerk grotendeels over te laten aan gespecialiseerde bedrijven als Eijsbouts en Daelmans in Brabant en Vellema in Friesland. Voor hun advieswerk vragen ze een bescheiden vergoeding. Wanneer er tijd voor is, doen ze nog steeds graag dingen zelf.

Zichtbaar

Wat torenuurwerken zo boeiend maakt? Voor Nico Kroese is de geavanceerde techniek van de eeuwenoude appraten een blijvende bron van verbazing. “Zulke ingenieuze apparaten. Hoe kregen ze dat in die tijd al voor elkaar?” Daan Kerkvliet: “Het leuke is het formaat. Je maakt zelf onderdelen op een heel andere schaal dan normaal gesproken. In principe is er geen verschil met een gewone mechanische klok. Het zijn allebei tandwielstelsels met een slinger, en meestal een slagwerk met hamer. Alleen het op tijd zetten is lastiger. Je kunt immers niet bij de wijzers. Verder kom je op heel veel verschillende plaatsen, en doe je onderzoek in archieven omdat er zoveel historie verbonden is aan deze uurwerken. En wat ook echt leuk is: je werk is heel zichtbaar.”

www.torenuurwerk.nl

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer 2019 van Vakblad Edelmetaal

 

 

 

15e eeuws torenuurwerk Lucaskerk te Winkel, N-H 

Van de Straat eten in Lombok

Biologische ingrediënten gebruiken is bij het Utrechtse restaurant Van de Straat zo vanzelfsprekend, dat ze er niet eens reclame mee maken. Ook niet nu het omgedoopt is naar The Vegan Gorilla. Mensen moeten gewoon komen om een leuke avond te hebben. Met lekker, verrassend eten en een vleugje vakantiegevoel.

In hun woonwijk Lombok ontbrak nog iets, vonden de drie mannen die nu samen eigenaar zijn van Van de Straat. Een ontmoetingsplaats waar de wijk gezelliger van zou worden. Laagdrempelig, met goed biologisch eten en drinken. Waar bewoners makkelijk binnenlopen of op het terras neerstrijken voor een drankje, een complete maaltijd of zelfs alleen een dessert. Het werd street food restaurant Van de Straat. Anderhalf jaar geleden opende het zijn deuren in een pand aan de Surinamestraat.

Avonturen

De keuken is het domein van Thijs Afink. Hij reist graag en veel en eet onderweg alles wat hij tegenkomt. Aan de Surinamestraat  maakt hij die gerechten wat toegankelijker voor de Nederlandse smaak. Hij zorgt er wél voor dat het spannend eten blijft, met smaken waar menige gast een vakantiegevoel van krijgt. Gastheer en barman Jasper Visser avonturiert met de dranken. Natuurlijk serveert hij Thijs Tea, de door Thijs ontwikkelde frisdrank van afgekeurd fruit. En verder goede koffie, interessante bieren van kleine brouwerijen en minder gangbare wijnen.

Minimale voetafdruk

Thijs, Jasper en stille vennoot Joost Scholten streven ernaar hun eigen ecologische voetafdruk minimaal te houden. Logisch dat ze elkaar vonden in een grotere bedrijfsvisie,  die ze ook in hun restaurant waar mogelijk doorvoeren. Dat alle gebruikte ingrediënten en dranken biologisch zijn  hoef je daarom volgens hen niet eens te noemen. LED-verlichting hebben ze natuurlijk, en een barkraan die af en toe aangaat, in plaats van non stop te lopen. Buiten liggen dekens, want ze zijn pertinent tegen terrasverwarmers. En voedsel wordt per definitie niet weggegooid.

Uiterlijk

Voedselverspilling raakt Thijs echt. Hartstochtelijk: “Ik kom uit een Twents dorp. Daar merk je veel meer van het boerenleven. Ik weet hoeveel moeite het kost om voedsel te produceren. Dat gooi je dus niet zomaar weg. Zeker niet om uiterlijke redenen, zoals het feit dat een appel net te klein of te groot is om op een standaard supermarktschaal te passen.” Niet voor niets is hij de bedenker van Thijs Tea. In zijn privékeuken experimenteerde hij een jaar lang om een echt lekkere frisdrank te maken van afgekeurd fruit. Inmiddels drinkt Nederland zo’n 200.000 flesjes per maand.

Bewustwording

Het is een verhaal dat Jasper graag vertelt als iemand om ‘een frisje’ vraagt. Net zoals hij graag vertelt over de eerste écht lekkere biologische wijn die hij pas ontdekt heeft in het Gelderse Groesbeek. Of over LiVar varkens, Lakenvelder runderen en Canadese wilde zalm, omdat Van de Straat geen geld wil verdienen aan dierenleed. Want ook bewustwording creëren vinden de drie mannen belangrijk.

Seizoen

Een strikte keuze voor lokale en seizoensgebonden ingrediënten is er niet. Thijs: “Ik heb daar nog geen duidelijke mening over. Haricots verts verbouwen in het koude Nederland kost bijvoorbeeld meer energie dan verbouwen in Kenya, en het dan per schip hier naar toe brengen. Ik zal niet gauw een tomaat in de winter gebruiken, maar je hebt nu ook puike tomaten uit kassen op zonne-energie. Het is niet zo zwart-wit allemaal. Hoofdzaak blijft dat ons eten lekker is. We willen mensen gewoon een leuke avond geven.”

De Groene Garde is een serie over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

www.thijstea.com

http://www.thevegangorilla.nl/

 

Dit artikel verscheen eerder bij Frisse Mosterd, magazine en online platform over Utrechtse horeca

http://www.frissemosterd.nl

 

 

Verfbeest

Buiten is het fris. Koud zelfs, soms. De meteorologische winter duurt nog dik een maand, en ook daarna blijven de temperaturen vaak een hele tijd laag en de dagen kort.

Maar hoe beschaafd we ook zijn, hoe goed verwarmd onze ruimtes en hoe onbeperkt de toegang tot verlichting, we voelen aan ons water dat de lente eraan komt. En daarmee borrelt ook een oeroud instinct weer op.

Dan willen we het nest in orde maken. Schoon, fris, opgeruimd, klaar voor de nieuwe babies. Of die nu komen of niet. Een vers verfje op deze of gene muur of kozijn hoort er bij.

Veel van die verf ziet er leuk uit, maar is niet zo schoon en fris meer wanneer de resten in het milieu terecht komen. Datzelfde milieu waar we ons water uit halen, en waar ons voedsel wordt gekweekt. Daarom bedacht wateringenieur Gijs van Ginneken een manier om dat verfje wél minder schadelijk te maken. Hij produceert nieuwe, kwalitatief goede latex van resten die zijn afgegeven bij verschillende afvalinzamelaars.

Latex is zijn eerste stap. Olieverven met hun diverse samenstellingen zijn nog te ingewikkeld om te recyclen en verdwijnen in de vuilverbranding. De geproduceerde latex is volgens van Ginneken een kwaliteitsverf, en dus in prijs vergelijkbaar met nieuwe. Wel is de winst van zijn bedrijf Ecopaints lager dan gangbaar, want de kosten zijn op dit moment nog hoog door de kleine productie. Maar wellicht kan Ecopaints dit jaar al opschalen, als twee grote ketens de verf in hun assortiment gaan opnemen.

Luisteren naar je instinct en weer een beetje beest worden kan dus heel gemakkelijk. Gewoon je nest opfleuren met gerecyclede verf.

 

http://eco-paints.nl/over-eco-paints/

https://www.akzonobel.com/nl/news_center/news/nieuws_persberichten/2017/geef-verf-een-nieuw-leven.aspx

 

 

 

verf

Het nieuwe weggooien

Opeens zag ik ze staan: een hele toom eenden, even sterk als twee paarden. In zo’n metalen diertje maakte ik als achttienjarige mijn eerste buitenlandse reis, helemaal naar Zuid-Frankrijk.

Opgegroeid in een autoloos gezin, met een vader die vakanties oninteressant vond, was die reis met twee studiegenoten voor mij één groot feest. Voor het eerst van mijn leven zag ik echte bergen, kampeerde naast ijskoude rivieren en voelde hoe heet de mediterrane zon is. Als ik op de achterbank van de rode Deux Chevaux zat, scheen hij door het opgerolde stoffen dak vol in mijn gezicht. Diezelfde achterbank was bovendien heel gemakkelijk uit de wagen te halen. Dan stond naast de tent opeens een bankje, waarop we ons al sjekkies rokend en vin du patron drinkend verbaasden over de eigenaardige gewoontes van de Fransen.

In de decennia erna kwamen honderden, nee duizenden automodellen op de markt. Steeds comfortabeler, met steeds meer snufjes, en de laatste jaren ook steeds duurzamer door een almaar dalend brandstofverbruik, doordat ze elektrisch rijden of doordat ze vergaand demontabel zijn. Ook een soort feest.

Lelijke eenden zie je echter nauwelijks meer. Raar eigenlijk, want ze waren al extreem duurzaam voor het een groen begrip werd. Simpel te demonteren voor hergebruik van materialen en onderdelen. Met een begrijpelijke, mechanische motor, waarin je zelfs als leek gemakkelijk een bougie, accu of V-snaar kon verwisselen. En een heel bescheiden brandstofverbruik van pakweg 1 op 20.

Maar laatst zag ik ze toch weer. Een heel stel eenden stond zomaar in een weiland. Waarschijnlijk nog net zo oncomfortabel als toen vanwege de beroerde vering. Tachtig per uur rijden geeft in een lelijke eend al een sensatie van ongekende snelheid. Een ervaring biedend die de soepele, stille hedendaagse automobiel niet biedt.

Hun bijzondere uiterlijk had het blijkbaar de moeite waard gemaakt de wagens goed te onderhouden. Ze zaten mooi in de lak. Tot mijn ontroering had een ervan zelfs een heel bijdetijds zonnepaneel op het dak. De lelijke eenden worden gebruikt voor nostalgische bedrijfsuitjes en hebben dus zelfs nog economische waarde.

Daarom zeg ik: eigenzinnige vormgeving, dat betaalt zich altijd uit. Combineer het met goed onderhoud, et voilà: daar heb je het nieuwe weggooien.

Lelijke eend

http://duckcity.nl/

http://www.ducktrail.nl/lelijke-eend-huren-zuid-holland/

http://www.telegraaf.nl/autovisie/oldtimer/onder-de-hamer/24807589/__Onder_de_hamer__Peperdure__lelijke_eend___.html

http://www.eendexperience.nl/

http://www.model-space.be/be/auto/2cv-home/index.php

http://www.garageruimzicht.nl/lelijke-eend-huren

http://www.2cvgarage.nl/

 

Tweedehands fonkelen

Een minimalist of een bewoner van een tiny house wordt er stapelgek. De hoarder daarentegen vindt het aanbod waarschijnlijk nog te schraal. Maar voor al die andere stervelingen kan het een bijzonder interessante plek zijn. Of eigenlijk: plekken. Want net zoals koffiezaakjes en verantwoordeburger-tenten is hun aantal de laatste jaren fiks gegroeid. Op 1 Oktober, komende zaterdag, hebben ze zelfs een eigen nationale dag.

Tweedehandswinkels zijn van alle tijden natuurlijk. Soms heet de aangeboden waar antiek. Op dit moment heet het eerder vintage, want iets minder oud.  En dan heb je nog kringloopartikelen, te vinden in voormalige scholen, schuren en loodsen. Bij organisaties die meestal draaien zonder winstoogmerk en die werk bieden aan mensen die moeilijk aan een baan komen. Ze heten meestal ook gewoon kringloopwinkel. Hoewel, vaak zijn het eerder warenhuizen.

Want bijna alles is er te koop. Heel veel kleren, schoenen, tassen en sieraden. Veel meuk in de categorie servies, fotolijstjes, posters, kandelaars en glaswerk. En verder vrijwel alles van bedden tot wasmachines, van boeken tot dvd’s, klokken, rollators en speelgoed. De vormgeving kan wat gedateerd zijn, de kwaliteit variërend van rotzooi tot top. Ik vind de kringloopwinkels geweldig.

De Japanse opruimgodin Marie Kondo publiceerde in 2014 een boek met de titel Opgeruimd!, dat uitlegt hoe fijn het is in een ordelijke omgeving te vertoeven. Het vervolg heette, veel inspirerender, Spark joy. De kern van haar boeken is, dat je leven enorm opknapt wanneer je alleen bezittingen hebt waar je plezier aan beleeft. Dus weg met alle overbodige spullen. Ze zette een trend van radicaal opruimen. In het Nederlands wordt dat nu ontspullen genoemd.

Als je passend bij de tijdsgeest ook wilt ontspullen hoef je noch de grofvuildienst in te schakelen, noch je kleinere overtollige have en goed in de vuilniszak te gooien. Het is vrijwel allemaal welkom bij de kringloopwinkel.  Ben je juist een beginnend kamerbewoner, net gescheiden man, elpee-adept, liefhebber van mechanische klokken of toe aan wat jaren zeventig servies, dan vind je het hier. Mooi toch: de een zijn meuk is de ander zijn schat .

Wat ook de reden is om naar een kringloopwinkel te gaan, ik sluit ik me aan bij Marie. Haar motto is ook een heel goed criterium bij alle andere keuzes die je in je leven maakt. Eigenlijk de enige vraag die echt telt: ‘Does it spark joy?’

 

https://kringloopdag.nl/

http://tidyingup.com/

http://www.tinyhousenederland.nl/

https://www.facebook.com/events/672675702885765/

 

kinderbed-auto kringloopwinkel-houten servies-vintage theepotten-vintage

 

De ogen van de uitvaartondernemer

De kist gebruiken waar eerder een andere dode in gelegen heeft? Of het boeket naast de baar laten staan voor de volgende uitvaart? De deeleconomie, waarbij je spullen van anderen gebruikt in plaats van alles nieuw aan te schaffen, lijkt in de uitvaartbranche lastig te implementeren. Maar oh, verrassing: eigenlijk is het al lang gemeengoed.

De Australische verpleegster Bronnie Ware vroeg aan een grote groep ouderen op hun sterfbed waar ze het meeste spijt van hadden. En zoals te verwachten was zei niemand: “Ik wou dat ik meer spullen voor mezelf had gehouden”. Of überhaupt: “Ik wou dat ik meer spullen had gehad”. Het speet hen boven alles dat ze niet geleefd hadden zoals ze zelf wilden, maar zoals van hen verwacht werd. Of dat ze te druk bezig waren geweest met geld verdienen in plaats van tijd door te brengen met familie en vrienden. Zo’n besef van de tijdelijkheid van materieel bezit is vermoedelijk sterker bij mensen die in de uitvaartbranche werken. Zij zien immers vrijwel dagelijks dat na de dood opeens niets meer van jou is. Of het nu je kleine of je grote huis is, je auto of je fiets, je kleren of je beleggingen.

Maar zolang je bij de levenden hoort, zijn allerlei spullen fijn, comfortabel, nuttig of handig. Je hoeft ze alleen niet allemaal te bezitten, want lenen of huren kan net zo goed. Dat is precies wat mensen steeds vaker doen. Het verschijnsel heet de deeleconomie, een trend die is aangezwengeld door de jongere generatie. Zij hecht meer aan ervaringen en gebruik dan aan bezit, en moderne technologie maakt delen gemakkelijk. Inmiddels duizenden mensen lenen of huren via allerlei sites de meest uiteenlopende spullen en diensten van elkaar. Auto’s, woningen, gereedschap en zelfs maaltijden. Delen is milieuvriendelijker, goedkoper en scheelt ruimte in je huis. Voor veel ouderen is het wel wennen. Vooral de eigen auto is nog steeds een puntje.

Afgelopen zomer reed ik een paar keer met een OV-fiets naar uitvaarten, op pittoreske plekken zonder noemenswaardig openbaar vervoer. De OV-fiets is een milde vorm van delen. Je wordt lid en kunt dan voortaan snel en voor een prikje op honderden plaatsen in het land een fiets huren. Toch was ik de enige die ongemotoriseerd kwam. Natuurlijk waren er mensen die met zijn vieren of vijven in één auto zaten. Het gros was echter hooguit met zijn tweeën. Waarschijnlijk weet u dat vervoer van rouwenden 70% uitmaakt van de milieubelasting van een uitvaart, omdat veel bezoekers van ver komen. Delen in plaats van hebben zou daar een prachtige oplossing voor zijn. Carpoolen dus, maar dan door mensen die naar dezelfde uitvaart gaan.

Het is te realiseren met een site als Blablacar, die automobilisten met uiteenlopende bestemmingen en potentiele meerijders met elkaar verbindt. Een carpoolsite voor uitvaarten zou ook helemaal passen in de deeleconomie en aansluiten bij de voorlopersrol van de branche. De voorlopersrol? Jazeker, die is er. Zeker sinds het aantal ZZP’ers in de branche zo explosief gestegen is.

Soms zetten zelfstandige uitvaartondernemers gezamenlijke voorzieningen op, zoals Anneke Beunder en Els Görtemöller. In Noordwijkerhout begonnen ze Het Uitvaarthuys, een rouwcentrum met een 24-uurs kamer, een verzorgruimte en een winkel waar de nabestaanden zaken vinden als boeken, condoleancekaarten, urnen, grafmonumenten, herinnerings- en as-sieraden. De meeste ZZP’ers  hebben echter geen eigen rouwcentra, rouwauto’s of andere faciliteiten. Die huren ze bij gespecialiseerde leveranciers  of andere, grotere uitvaartbedrijven. En zelfs die hebben niet àlles in huis. Ze maken zelf geen muziek en geen boeketten. Ze verzorgen geen maaltijden of drukwerk. Ze maken gebruik van bestaand materieel, middelen en mensen, precies zo lang als ze die nodig hebben.

Om ook nabestaanden zover te krijgen dat ze aspecten van de uitvaart realiseren door te delen is lastiger, lijkt me, en vraagt de nodige creativiteit. Kistenverhuur is een mogelijke stap, maar lastig wanneer voor wie de uitvaart een persoonlijk tintje wil geven. Door de kist te beschilderen of beschrijven bijvoorbeeld. Toch denk ik dat nabestaanden bij een uitvaart niet tot het uiterste zullen gaan om verspilling te verminderen. Ik verwacht wel steeds meer interesse voor een groene uitvaart, waarbij gelet wordt op afbreekbare materialen, minimaal vervoer en een biologische lunch.

Eén ding is zeker. De levenden hebben vaak de keuze. Tot besluiten of je je huis voor jezelf houdt of dat je onderdak biedt aan iemand die zonder zit. Kiezen om je laatste dropje zelf op te snoepen of het aan iemand anders te geven. Na de dood deel je alleen nog maar. Op voor de hand liggende manieren, omdat je bezittingen naar anderen gaan. Verdergaand wanneer je je organen beschikbaar stelt voor transplantatie, of zelfs je hele lichaam cadeau doet aan de wetenschap. Maar elk lichaam – begraven, gecremeerd, gecryomeerd, geresomeerd of gecomposteerd – valt uiteindelijk uiteen in moleculen en atomen van alle bekende en onbekende scheikundige elementen. Ze komen daarna terug in  een andere fysieke vorm. In planten, bomen, dieren en mensen. In grond, lucht en water. De atomen die nu de ogen vormen die dit verhaal lezen, kunnen over tien jaar onderdeel zijn van een tak of een rots. En misschien kijken ze wel opnieuw naar de wereld door de ogen van een uitvaartverzorger in de deeleconomie.

20100805-013_Amersfoort_-_Waterspuwer_aan_de_Langegracht

Dit essay verscheen in het Brancheblad Uitvaartzorg, editie April 2016

Berini

Hier wil je kind zijn. Je overall aantrekken en je laarzen en op onderzoek uitgaan. Op deze plek kan van alles gebeuren. De Veersedijk langs de Rietbaan, een aftakking van de Oude Maas aan de rand van Hendrik Ido Ambacht, was ooit ongetwijfeld deel van een lieflijk landschap. Dichtbij het dorp staan nog wat prachtige 19e eeuwse huizen, waar notabelen vast heel prettig woonden. Verder van het dorp af hebben zich nadien bedrijven aan het water gevestigd. De meeste niet erg keurig – sloperijen, scheepswerfjes, afvalverwerkertjes. Een omgeving door mensen gemaakt, maar met de Franse slag. Sommige terreinen zijn al weer verlaten. Lang geleden, lijkt het. Achter hun roestige hekken ligt verwilderd land.

Aan de andere kant van de dijk, in de diepte, een knus boerderijtje. In de weilanden groeit klaver, die koeienmelk zo lekker maakt. Alleen grazen hier al lang geen koeien meer. Het gras is groen maar hoog, en overal zijn struiken en boompjes opgeschoten. Als je het met rust laat wordt dit weer wat Holland ooit was: Holtland. Zo dicht bij Zwijndrecht en Rotterdam, waar ieder stukje grond ontwikkeld lijkt te worden, is deze vriendelijke chaos een verademing. Een plek van eindeloze ongestructureerde tijd. Je kunt zomaar ergens over een hek klimmen, geheimzinnige stukken hout of metaal vinden. Rondkijken in verlaten gebouwtjes waar oud gereedschap ligt. Onafgewassen kopjes, kapotte stoelen, lege kasten. En dan naar de rivier, iets doen met een bootje, een vlot.

Zonder de rivier en het overdadige groen was de Veersedijk desolaat geweest. Nu is het spannend, vol beloften, opwindend. Ik wil ook gaan zwerven over die rommelige terreinen. Misschien vind ik een ooievaarsnest. Of een Berini-onderdeel dat al jaren niet meer te krijgen is. Aan de rand van Hendrik Ido Ambacht is ook voor mij de wereld nieuw.

Ansichtkaart HI ambacht

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Weiger die zak

…schreef ik een keer in een pamflet, dat we als klein groen partijtje wilden uitdelen aan het winkelend publiek.

Want ook toen, eind jaren tachtig, was al lang en breed bekend dat plastic wegwerptassen milieutechnisch gezien geen echt intelligente keuze waren. Maar ja, als bedrijf kon je er mooi reclame op kwijt, en je zag meteen dat iemand betaald had voor zijn aankoop. Wanneer je als consument toch andere belangen had, kon je de plastic tas het beste afslaan. Leek ons.

Waarom weet ik niet meer, maar de pamfletten werden nooit gedrukt. Eerlijk gezegd had ik ook wel opgezien tegen het uitdelen. Veel mensen werden nu eenmaal chagrijnig als je voorstelde iets milieuvriendelijks te doen. Ongeveer zo chagrijnig als bij de discussie over Pietenkleuren.

Tot en met 31 december 2015 mochten winkeliers aankopen nog in een plastic tas stoppen. Zelfs wanneer je heel old skool en extreem dozig een boodschappentas bij je had, kwam vaak  de vraag of je een tasje wilde. Gelukkig gebeurden er ook mooie dingen. Er werd afbreekbaar plastic ontwikkeld. Supermarkten, in nare oorlogen verwikkeld, zagen de bespaarmogelijkheden en gaven niet langer automatisch tassen mee. Ze vroegen er zelfs een bescheiden bedragje voor.

Desondanks werden jaarlijks, alleen al in Europese winkels, 100 miljard plastic tasjes weggegeven. Vooral die dunne, die meestal maar één keer gebruikt worden. Zo’n acht miljard gaat zwerven, en het effect daarvan is vooral voelbaar in zee. Liefst 94 procent van alle zeevogels heeft plastic in de maag. De rommel die op de kusten van de Middellandse Zee aanspoelt, bestaat voor het merendeel uit plastic zakjes.

Omdat we dus nog steeds te weinig tasjes afsloegen, hebben we sinds 1 januari 2016 een wet die stelt dat gratis uitdelen niet meer mag. Je neemt, hoe moeilijk kan het zijn, je eigen tas mee. Of je betaalt een bedrag dat groot genoeg is om te heroverwegen of je wel een plastic exemplaar wil.

Zelf ga ik altijd steigeren als iemand me iets verbiedt. In dit geval lijkt het me een zegen. De wereld is beslist gebaat bij minder zakken.

plastic tas

 

https://www.consumentenbond.nl/community/forum/consumentenzaken/consumentenzaken/gratis-plastic-tassen-verboden-1-januari

Hellevuur

“De bunker” noemen ze het. Een betonnen bak van duizelingwekkende afmetingen, waarin huisvuil 30 meter hoog ligt opgetast. De damp slaat eraf, want koffiedrab, maandverband en vochtige verpakkingen broeien snel. Een waas van de weerzinwekkende stank die daar moet hangen, dringt door het centimeters dikke glas van de bedieningsruimte. De man in zijn grote comfortabele stoel laat, met onbewogen gezicht, een enorme grijper in de berg afval zakken. Met één hap pakt hij 8000 kilo huisvuil op en loost het in een trechter. Scènes uit films komen me voor ogen, waar mensen in graansilo’s vallen, of klem zitten tussen immense machinekleppen die steeds dichter naar elkaar toe bewegen. Dezelfde rilling liep me buiten al over de rug. Daar lossen vrachtwagens de inhoud van grijze zakken en kliko’s in toevoersleuven. Naast iedere sleuf een grote alarmknop en het bordje: man in bunker.

Het gevoel van spanning wordt nog groter bij een blik in de immense ovens. Temperaturen van 1000 graden maken korte metten met alles wat zo achteloos in vuilniszakken is gegooid. En als ik op de trillende vloer sta, naast de gigantische turbine die met 3000 omwentelingen per minuut elektriciteit maakt uit het verbrande afval, word ik stil van ontzag voor zoveel menselijk kunnen.
De Alkmaarse Huisvuilcentrale lijkt op een tempel. Vanaf de vloer kijk je rechtstreeks naar het 50 meter hoge plafond. Overal is het spic en span, in het hart brandt dat helse vuur. Dit is waarlijk de triomf der techniek. Ik bid: “Dank u wel God, voor de bèta’s.”

 

2015-07-05 14.04.46

http://www.hvcgroep.nl

Scheidingsfeest

Naast tulpen, fotomodellen en kennis van waterwerken heeft Nederland nog een bijzonder exportproduct. Een dat niet zo sexy klinkt, maar waar we waarschijnlijk allemaal blij mee zijn.

Vijf jaar geleden was het nog ondenkbaar geweest. Na festivals en feesten waren Nederlandse pleinen en straten standaard één grote soep van plastic verpakkingen, blikjes en kots.

Toegegeven, het is nu nog steeds niet automatisch spic en span wanneer een grote horde mensen voor vertier bij elkaar is geweest. Maar wat ik afgelopen weekeinde zag in Utrecht – met 198 Tour de Francerijders korte tijd het centrum van het universum –  was een paar stappen in een betere richting.

Overal stonden vuilnisbakken met de geinige woordspeling We all (re)cycle. En niet zomaar vuilnisbakken. Er waren aparte containers voor plastic, papier en restafval. Het enige wat ontbrak, waren bakken voor al die lege aluminium blikjes.

Zo’n afvalscheiding aan de bron levert, zoals dat heet, een schone fractie op, die je met een gerust hart kunt recyclen. Verder stond verspreid door de stad een groot aantal kranen met gewoon leidingwater. Je kon er je eigen flesje vullen, zodat je niet telkens een nieuw hoefde te kopen.

Omdat het te weinig vuilnisbakken waren voor 425.000 bezoekers , ontstonden her en der toch landschappen van afval. Vaak rondom diezelfde vuilnisbakken, dus de Tourgangers waren beslist van goede wil.

Wat daarna indruk op me maakte, was hoe snel de reinigingsdienst de boel weer had schoongeveegd en afgevoerd naar recyclers en verbrandingsinstallaties. Nederland is in krap een halve eeuw veranderd van een land vol stortplaatsen naar een met zo’n beetje de beste infrastructuur voor afvalinzameling en –verwerking. Allerlei landen vragen of we die kennis en ervaring willen delen.  Wat dan ook vaak gebeurt. Niet sexy misschien. Wel veel beter voor het milieu, en dus voor jou, voor mij, voor iedereen.

http://www.tourdefranceutrecht.com/

2015-07-04 11.09.55

 

2015-07-05 14.05.10