Scheet

Op de middelbare school hadden wij een docent wiskunde die opviel door zijn intens bleke gelaatskleur. Het was een lieve man waar niets op viel aan te merken. Toch konden wij het als puberale ettertjes natuurlijk niet laten hem een bijnaam te geven. Omdat bleekscheet niet lekker in de mond lag, werd het Scheet.

Eigenlijk heette hij Van Veldhoven. Als ik de naam van dat Brabantse dorp wel eens tegenkwam in de media, was mijn automatische associatie: Scheet! Heel banaal als je bedenkt dat het in de slimste regio van Europa ligt en bijvoorbeeld het bedrijf ASML, waar allemaal briljante ingenieurs werken, binnen zijn grenzen heeft.

Sinds kort is mijn Pavlovreactie veranderd. Ik heb nu eenmaal mijn obsessies.

Opeens bleek Veldhoven een revolutionaire afvalambitie te hebben. Het dorp gooit de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval zodanig op de schop, dat het verwacht in 2020 nagenoeg afvalvrij te zijn. Op dit moment loopt een proef waarbij het grootste deel van het huishoudelijk afval gescheiden aan de weg kan worden gezet. In de groenbak en de gewone vuilniszak natuurlijk.

Maar revolutionair is de grondstoffenbak. Daarin gaan plastic, drankkartons, blik, andere metalen als schaaltjes en lege spuitbussen, klein hout, keramiek en huishoudelijk steen, kleine elektrische apparaten en kapot en vies textiel. Tweede revolutie: verzamelcontainers voor luiers. (van kleine en grote mensen)

Een groot deel van de inhoud van de grondstoffenbak kan hergebruikt worden. Milieuvriendelijker is dat zeker. Mocht je daar volledig lak aan hebben: het is ook goedkoper. Meneer van Veldhoven hield van cijfers, en als ik over de plannen van het dorp lees, loop ik er opeens ook warm voor.

Ik verwacht dat mijn automatische associatie met de naam voorgoed veranderd is. En ik wens het vooruitstrevende Veldhoven in ieder geval een knallend succes.

http://www.veldhoven.nl/Nieuws/Projectdossiers/Inzamelproef-afval.htm

25745_fullimage_GemeenteVeldhoven_kliko_webb

Buurtsuper

Blije Duurzamista

Ooit deed ik mee aan een consumentenonderzoek, in opdracht van een op dat moment nog anonieme wijnproducent. Hij wilde weten wat onze  overwegingen waren wanneer we wijn kochten. In een genoeglijk tafelgesprek babbelden zo’n tien mannen en vrouwen over hun keuzeproces in supermarkt of slijterij.

Zoals te verwachten was, gingen de meesten af op wat ze lekker vonden. Rood, wit of rosé. Beetje stevig of juist licht en fris. De aangeschafte fles (-sen) moest ook liefst zo goedkoop mogelijk zijn. Slechts een enkeling stond erop dat de wijn biologisch was. Ik had nog een ander criterium: hij moest uit  Europa komen. Niet uit Noord- of Zuid-Amerika, Zuid-Afrika of Australië. Omdat ik het gesleep met voedingsmiddelen over de aarde slaande waanzin vond.

Mijn tafelgenoten keken glazig, en de gespreksleidster was niet blij. Eigenlijk keek ze me bijna het zaaltje uit. Oh God, dacht ik, sta ik weer voor paal met mijn…

View original post 236 woorden meer