Hellevuur

“De bunker” noemen ze het. Een betonnen bak van duizelingwekkende afmetingen, waarin huisvuil 30 meter hoog ligt opgetast. De damp slaat eraf, want koffiedrab, maandverband en vochtige verpakkingen broeien snel. Een waas van de weerzinwekkende stank die daar moet hangen, dringt door het centimeters dikke glas van de bedieningsruimte. De man in zijn grote comfortabele stoel laat, met onbewogen gezicht, een enorme grijper in de berg afval zakken. Met één hap pakt hij 8000 kilo huisvuil op en loost het in een trechter. Scènes uit films komen me voor ogen, waar mensen in graansilo’s vallen, of klem zitten tussen immense machinekleppen die steeds dichter naar elkaar toe bewegen. Dezelfde rilling liep me buiten al over de rug. Daar lossen vrachtwagens de inhoud van grijze zakken en kliko’s in toevoersleuven. Naast iedere sleuf een grote alarmknop en het bordje: man in bunker.

Het gevoel van spanning wordt nog groter bij een blik in de immense ovens. Temperaturen van 1000 graden maken korte metten met alles wat zo achteloos in vuilniszakken is gegooid. En als ik op de trillende vloer sta, naast de gigantische turbine die met 3000 omwentelingen per minuut elektriciteit maakt uit het verbrande afval, word ik stil van ontzag voor zoveel menselijk kunnen.
De Alkmaarse Huisvuilcentrale lijkt op een tempel. Vanaf de vloer kijk je rechtstreeks naar het 50 meter hoge plafond. Overal is het spic en span, in het hart brandt dat helse vuur. Dit is waarlijk de triomf der techniek. Ik bid: “Dank u wel God, voor de bèta’s.”

 

2015-07-05 14.04.46

http://www.hvcgroep.nl

Scheet

Op de middelbare school hadden wij een docent wiskunde die opviel door zijn intens bleke gelaatskleur. Het was een lieve man waar niets op viel aan te merken. Toch konden wij het als puberale ettertjes natuurlijk niet laten hem een bijnaam te geven. Omdat bleekscheet niet lekker in de mond lag, werd het Scheet.

Eigenlijk heette hij Van Veldhoven. Als ik de naam van dat Brabantse dorp wel eens tegenkwam in de media, was mijn automatische associatie: Scheet! Heel banaal als je bedenkt dat het in de slimste regio van Europa ligt en bijvoorbeeld het bedrijf ASML, waar allemaal briljante ingenieurs werken, binnen zijn grenzen heeft.

Sinds kort is mijn Pavlovreactie veranderd. Ik heb nu eenmaal mijn obsessies.

Opeens bleek Veldhoven een revolutionaire afvalambitie te hebben. Het dorp gooit de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval zodanig op de schop, dat het verwacht in 2020 nagenoeg afvalvrij te zijn. Op dit moment loopt een proef waarbij het grootste deel van het huishoudelijk afval gescheiden aan de weg kan worden gezet. In de groenbak en de gewone vuilniszak natuurlijk.

Maar revolutionair is de grondstoffenbak. Daarin gaan plastic, drankkartons, blik, andere metalen als schaaltjes en lege spuitbussen, klein hout, keramiek en huishoudelijk steen, kleine elektrische apparaten en kapot en vies textiel. Tweede revolutie: verzamelcontainers voor luiers. (van kleine en grote mensen)

Een groot deel van de inhoud van de grondstoffenbak kan hergebruikt worden. Milieuvriendelijker is dat zeker. Mocht je daar volledig lak aan hebben: het is ook goedkoper. Meneer van Veldhoven hield van cijfers, en als ik over de plannen van het dorp lees, loop ik er opeens ook warm voor.

Ik verwacht dat mijn automatische associatie met de naam voorgoed veranderd is. En ik wens het vooruitstrevende Veldhoven in ieder geval een knallend succes.

http://www.veldhoven.nl/Nieuws/Projectdossiers/Inzamelproef-afval.htm

25745_fullimage_GemeenteVeldhoven_kliko_webb

De Lelystadse matras

Wanneer je na pakweg tien jaar gebruik trouwhartig je matras meegeeft aan de grofvuildienst, krijgt in je bed liggen stinken een nieuwe betekenis.

Lekker liggen deed je al die tijd op een combinatie van onder andere polyurethaan, latex, vilt, katoen, kokos, kapok en stalen springveren in kunststof zakjes. Bijna niet uit elkaar te halen, al die verschillende materialen. Dus eenmaal uit je bed gaat die matras de afvalverbranding in.

Je kunt je voorstellen wat een ijzingwekkende walm dat oplevert. Nu is dat proces in Nederland gelukkig behoorlijk streng dichtgeregeld. Het afval in de verbrander verandert grotendeels in elektriciteit, en een overdaad aan filters zorgt dat de stinkende gassen worden afgevangen. In andere landen is dat lang niet altijd het geval. En 1,2 miljoen matrassen per jaar, alleen al in Nederland, zijn nog steeds goed voor schier onafzienbare hoeveelheden grondstoffen, die ieder op zich heel nuttig een tweede keer te gebruiken zijn.

Nanne Fioole en Gerrit van Werven bedachten een oplossing. Ze noemden het Retourmatras, en het is een compleet systeem van inzameling tot uit elkaar trekken tot bundelen van nieuwe grondstoffen. Zoals altijd met zulke grootse plannen duurt het een tijd voor ze gerealiseerd zijn. Maar nu staat in Lelystad een brandschone fabriek, die per jaar 400.000 matrassen demonteert en 96% van de grondstoffen opnieuw bruikbaar weet te maken. Zo gaat polyurethaan naar de tapijtindustrie, bedekken vermalen kokosmatten de bodem in paardenbakken en smelt Tata in IJmuiden de springveren om tot vers staal.

De oude matrassen komen van hotels, recreatieparken, ziekenhuizen, matrasfabrikanten, en ook vind je op steeds meer gemeentelijke milieustraten een container voor de afgedankte exemplaren van particulieren. Ik vind dat Fioole en van Werven een standbeeld verdienen. Nog meer nu ook allerlei andere landen interesse hebben in de techniek en dus ook elders op de wereld matrasrecycling de norm wordt.

En ik steek ook graag een veer in de bips van heel veel Nederlanders. Ons krenterige imago ten spijt, betalen ze probleemloos een tientje meer als de leverancier van een nieuwe matras de oude meeneemt en aflevert in Lelystad.

Verantwoord stinken in je bed, dat is pas echt lekker!

www.retourmatras.nl 

https://www.bedaffair.nl/

https://www.auping.com/nl/matrassen/matras-evolve

En: heeft jouw gemeente al een matrascontainer?