Veluws sprookje

Op de gevel van een wit kasteel, de vijver ervoor een slordige rechthoek, staat het beeld van een witte pauw. Een plaatselijk sprookje wellicht, zoals van de eenhoorn of de witte wieven? Staverden heet deze plek op de noordelijke Veluwe, en overal om me heen is bos. Vanaf dit punt vlakbij Nunspeet liggen honderdduizenden hectaren geboomte tot helemaal in Arnhem. Zo’n grootschaligheid in zo’n klein land, het is adembenemend.

Her en der tussen de enorme loofbomen schitteren velden erica. Bijen vliegen af en aan. Met een borend geluidje duiken ze in de paarse bloemen om nog even de allerlekkerste wintervoorraad bij elkaar te zuigen. Af en toe is er ook een areaal weiland. Met een enkele roodbonte koe, een paar zwartbonte, maar vooral veel van die egaal zachtbruine. En, heel opvallend, witte. Als waren ze in India liggen ze met uitstekende heupbotten, vuile flanken en droevige ogen in de volle zon te kauwen. Opeens is daar in de schaduw een omgaasd terrein. Onder een eik stapt een witte pauw. En nog een. Wel twaalf of dertien zijn het er. Geen enkele wil de staartveren spreiden.

Ten noordwesten van Staverden ligt het Veluwemeer, 80 jaar geleden nog de Zuiderzee. In de schemer fiets ik naar de voormalige kust. Witte wieven zweven boven de vochtige weilanden. In de bossen zijn ze verdwenen, maar wat is het hier donker. Heel erg donker. Eigenlijk is het verschrikkelijk griezelig. Zelfs de verharde wegen waar ik ten slotte op rijd zijn onverlicht. Als de straatlantaarns van Elburg zichtbaar worden voel ik me een stuk beter op mijn gemak. Elburg is overdag al prachtig. Nu, het hart nakloppend van angst voor ingebeelde gevaren, kan ik alleen nog in superlatieven denken. Het zacht verlichte vissersstadje is een sprookje.

 

57606437_7bc2600e09_b

Foto Erich Ferdinand

http://www.vvvelburg.nl

http://www.beleefstaverden.nl/de-kleinste-stad/landgoed-staverden

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.er

 

Van bijen, bloemen en ooievaars

De smalle, diepe strook grasland, ingeklemd tussen twee sloten, tiert van leven. Bijen, vlinders, planten. Vogels, kikkers. Kinderen ook. Toch, zodra je door de achterdeur van het toegangsgebouwtje het ooievaarsdorp instapt, heerst hier rust. Langs de sloten knotwilgen, geurige bloemen, dansende koolwitjes. ‘Naar de bijen’ wijst een bordje. Het hout van het imkershuisje ruikt heerlijk zoet. Zacht en vanilleachtig, zoals alleen honing ruiken kan. In de spaarkasten en korven grote zwermen zoemende, wriemelende bijen. Ik weet het, zonder hen komt geen gewas tot vrucht en zou de wereld er kaal bij liggen. Maar ik ben blij met de glasplaat tussen mij en hun drukbevolkte binnentuintje.

Een eind verderop is een kleine tomatenkwekerij van oude rassen, bijzondere, zeldzame. 123 soorten telen we, vertelt de man trots. Bij een poeltje met een grote kluit waterlelies zit een kikker. Brrwap, zegt hij. Ik besef dat ik in geen jaren kikkers heb horen brommen. Vanuit een smoorheet hokje aan de plas die het terrein afsluit, kun je door smalle spleten vogels kijken en je waarnemingen op een schoolbord schrijven. Schijtlijster staat er. Limbomus. En ooievaar.

Achter op het terrein staan inderdaad her en der enorme ooievaarsnesten, op kleine schuurtjes en speciaal neergezette palen. Bijna alle ooievaarsbabies zijn aan de natte meikou gestorven. Ik zie één jong, dat me scherp in het oog houdt. Achter hem de weilanden van de Alblasserwaard in alle tinten groen, vol en sappig. Dit is een heel smal stukje Holland. Ik durf te zeggen: dit is Holland op zijn best.

ooievaarsdorp groot ammers

http://www.streekcentrum.nl

Stille vreugde in Den Helder

Eerst is de vreugde uitbundig, als ik het onopvallende houten hek doorga en opeens langs ruisende bomen over een modderig pad loop. Terwijl ik een minuut geleden nog op het pijnlijk lelijke station van Den Helder Zuid stond. Vanaf de eerste meters is De Nollen prachtig. Dat het binnenduingebied dicht bij zee ligt ruik je niet, maar zo’n harde wind is verder landinwaarts ongekend. Hevige novemberhagel laat me nog meer naar adem snakken.

Aan het eind van het pad is schuilplaats in een groot atelier, een vakwerk van vierkante glasplaten in brede donkerhouten sponningen. Vanaf deze plek ademt alles harmonie. Wanneer het droog is wandelt een vriendelijke gids mee naar de beelden, allemaal ontworpen door kunstenaar Rudi van de Wint. Door hun formaat zijn ze letterlijk indrukwekkend. Toch overdonderen ze niet. Zelfs de beelden die met een oude bunker als sokkel uitgroeiden tot gebouwtjes zijn vriendelijk, en eenmaal binnen zelfs veilig.

De kleine ruimtes, met heel smalle deuren die de vorm zo min mogelijk verstoren, voelen sacraal. De wind loeit er om heen. Mijn mond houden gaat vanzelf, de vreugde is een stille geworden. Ik wil uren op de vloer van een driehoekig vertrek gaan liggen en door het glazen dak naar de lucht kijken. Of verscholen in een onderaardse gang genieten van fijnzinnige doorkijkjes.

Het gatenraster rondom een beeld laat het lijken op een biechtstoel. Maar een priester die je vertelt hoe je je zonden weg kunt bidden is op de Nollen overbodig. Of binnen of buiten, hier zijn is genoeg.

Domweg vredig in Antwerpen

“De roltrap is stuk”, zegt de kleine dame bij de ingang. “U zult de lift moeten nemen.”

Mijn hart begint te bonzen, ik voel mezelf bleek en wankel worden. Maar de lift heeft het formaat van een kleine huiskamer en plaats voor tachtig mensen. Alleen vier Belgen staren op dit uur zwijgend langs elkaar heen. Aan de loodgrijze wand laat een A-viertje weten dat de houten roltrap in reparatie is. Het gaat even duren, tot april volgend jaar. De onderdelen zijn wegens ouderdom niet meer te krijgen en moeten opnieuw gemaakt worden.

Eenendertig meter lager begint de voetgangerstunnel. Ruim een halve kilometer buis met een lambrizering van witte tegeltjes. De gladde betonplaten die het middendeel van het looppad bekleden, hebben een subtiel versierd ijzeren randje. De miljoenen kubieke meters bruingroen water boven je hoofd ruik je niet. De lucht is zelfs een beetje droog. Nergens op de wit geschilderde bovenhelft van de buis graffiti. Nergens hangende groepjes, jong of anderszins. Twee kleine meisjes fietsen samen naar de overkant. Pubers kuieren met een cola in de hand, heren keuvelen. Tussendoor rijdt een enkele mountainbiker. Op een gegeven moment zijn begin of einde van de tunnel niet meer te zien. Alleen blauwgeglazuurde lettertjes op ooghoogte geven elke honderd meter de afstand tot de andere oever aan.

Ik vind het goed. Deze ondergrondse dorpsstraat mag van mij nog kilometers doorlopen. Na 572 meter ratelt de roltrap naar boven wèl. Ik hoef niet mee. Ik mag beneden blijven en terugslenteren. Mijn hart slaat vredig.

Magisch

Nooit eerder fietste ik over het neerslachtig makende Ridderkerkse industrieterrein. Vandaag doe ik het, want vanaf de kade erachter vertrekt de waterbus naar Kinderdijk. Op dit kruispunt van Lek en Nieuwe Maas is de novemberwind sterk en koud. Ik denk te ruiken dat we vlakbij zee zijn. Wat natuurlijk ook zo is, want Rotterdam is niet ver weg. Het dorp aan de andere oever heeft poppige huisjes, de weg naar het molenpark heet de Molenstraat. Bijna aan het einde ervan is tussen de huizen aan mijn rechterhand een brede onbebouwde ruimte. Ik kijk in een weids open landschap en zie ze staan.

Opeens snap ik het. Waarom mensen van verre aanreizen om het te kunnen zien, te kunnen voelen. Dit zijn niet zomaar negentien pittoreske molens. Termen die nooit gepast hebben bij de frisheid van Hollandse polders wellen in me op. Geheimzinnig. Magisch. Een lichte mist draagt daar, eerlijk is eerlijk, wel aan bij.

In het park zelf voert een recht asfaltpad tussen twee vaarten langs alle molens, de ronde rechts en de achthoekige links. Ondanks de harde wind staan de wieken stil. Een modern elektrisch gemaal aan het begin van het asfaltpad heeft hun werk lang geleden al overgenomen. De schaarse bezoekers deert het niet. Zeemeeuwen schreeuwen, het menshoge riet ruist met overgave. Het landschap heeft ons gegrepen. We zijn met zo weinigen dat we er helemaal in opgaan. Ons eigen bestaan vergeten, welhaast. Ga naar Kinderdijk, nu. Voor het lente wordt en de hele wereld weer komt kijken.

 

IMG_0598