Ik voel me helemaal op mijn gemak bij haar

Ed (53) liet alle voorzichtigheid varen toen hij de Vietnamese Nhung (46) ontmoette.

“Liefde op het eerste gezicht? Daar ben ik altijd sceptisch over geweest. Tot ik Nhung zag. Ik was gelijk hoteldebotel. Als door de bliksem getroffen.

Onze ontmoeting was het idee van een gezamenlijke Vietnamese kennis. Zij is heel gelukkig getrouwd met een Nederlander en gunde Nhung, die tijdens een vakantie bij haar logeerde, hetzelfde. Ze organiseerde een blind date voor ons. Op een snikhete julidag haalde ik Nhung bij die kennis op voor een uitstapje naar Scheveningen. Met de gedachte dat als het niet klikte, we in ieder geval een lekkere dag aan zee zouden hebben. Op dat moment was ik bijna twee jaar vrijgezel en vond het wel best. Mijn laatste vriendin was na acht jaar op een vervelende manier opgestapt. Ik voelde me echt op mijn hart getrapt en was voorzichtig. Maar bij de eerste blik op Nhung, op die knappe vrouw met haar verlegen en toch vastberaden oogopslag dacht ik: ‘Oké, daar ga je dan. Hier is geen houden aan.’

Zij was wat terughoudender. Eventjes. Al tijdens de rit naar Scheveningen bleken we op alle vlakken te klikken. Ze is intelligent, ze zegt wat ze denkt en vindt, we konden meteen met elkaar lachen. Binnen de kortste keren liepen we hand in hand over de boulevard. Er is eigenlijk niet één ongemakkelijk moment geweest.

Nhung zou nog twee dagen in Nederland blijven en dan verder reizen voor een vakantie in Zwitserland. In liefde op het eerste gezicht geloofde ze niet. Toch stuurde ze me die avond een bericht met de vraag of ik het leuk zou vinden haar de volgende dag weer te zien. Ik zei volmondig ja. Toen ze de deur voor me opendeed en om mijn nek sprong wist ik genoeg. Ze heeft haar vakantieplannen afgeblazen en is de rest van haar vakantietijd bij mij gebleven.

We voelden allebei dat dit zo goed was, dat we ermee verder moesten gaan. Natuurlijk is de fysieke afstand op dit moment groot. Ik vind dat geen probleem. We bellen en videobellen elke dag. Door dat intensieve contact heb ik het gevoel dat we elkaar al minstens een jaar kennen, in plaats van vier maanden. Van een cultuurverschil merk ik weinig. Ze is vrij Europees ingesteld. Haar werk en haar zelfstandigheid zijn belangrijk voor haar, en ze is geen volgzaam type. Dat past bij me, ik wil een vrouw die tegengas geeft, die geen ja en amen zegt. Trouwen is niet nodig, maar we willen het wel. In januari ga ik drie weken naar Hanoi. Dan beslissen we waar we gaan wonen.

We willen heel graag bij elkaar zijn, maar er moet voor de ander ook een leven buiten de liefde zijn. Van te lang niks doen word ik gek. Ik ben chauffeur voor bijzonder vervoer, meestal van kinderen en ouderen met een beperking, of zakelijke ritten. In Vietnam kom ik daarmee als buitenlander moeilijk aan de slag. Nhung heeft een interessante, goedbetaalde baan bij een verzekeringsmaatschappij. Zij vindt in Nederland waarschijnlijk makkelijker werk dan ik in Vietnam. We gaan hoe dan ook in januari verder waar we in augustus gestopt zijn. Ik voel me helemaal op mijn gemak bij haar, en zij bij mij. Er is geen enkele schroom, we zijn overal open over. We zijn een match made in heaven.”

 

   

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 11 januari 2019

http://www.klimt.com

https://www.bedrock.nl/bestaat-liefde-op-het-eerste-gezicht-echt/

https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/leven/125087-liefde-op-het-eerste-gezicht.html

 

Advertenties

De Werfkring – Koken als meditatie

In 1976 was De Werfkring het allereerste vegetarische restaurant in Utrecht. Het concept is sinds die tijd nauwelijks veranderd. Dezelfde gerechten, géén muziek en beperkte openingstijden. Het zijn precies de redenen dat mensen steeds terug blijven komen.

Namgyal Lhamo is onder liefhebbers van Tibetaanse muziek een grote naam. Voor optredens als zangeres en instrumentaliste reisde ze de hele wereld over. Voor de liefde streek ze neer in Utrecht. Daar deed ze haar best om via cursussen dat moeilijke Nederlands te leren. Ze zocht bovendien een mogelijkheid om de taal op simpel niveau meer te gebruiken. Het werd een baan als serveerster bij De Werfkring.

Leuk en lekker

De eigenaren hadden voor hun vegetarische restaurant eigen recepten ontwikkeld. Een combinatie van granen, kruiden, peulvruchten, gestoofde groente en rauwkost, zoveel mogelijk van biologische teelt. Altijd vers, geen blik en ter plekke gesneden. Namgyal: “Ik vond die manier van eten leuk. Je kreeg veel verschillende dingen op je bord. Bovendien waren het precies de smaken die ik lekker vind.”

Rustige plek

In 1981 nam ze het restaurant en de receptuur over. De eerste drie jaar werkte ze met hulp van haar zus Chukie. Ze kregen les van de koks en schreven alle recepten nauwkeurig op. “Je kon in de Werfkring niet zomaar een kok neerzetten, omdat de recepten zo eigen waren. Ik had natuurlijk wel ideeën hoe ik het anders wilde doen, maar we begonnen met die basis. We hielden ook vast aan de relatief korte openingstijden. Daardoor hadden we weinig stress en geen vermoeide medewerkers. Verder spelen we dus geen muziek. Mensen vinden dat lekker, zo’n rustige plek midden in de stad. En ook al ben ik musicus, ik hoef mijn eigen muziek niet de hele dag te horen.”

Lieve mensen

Namgyal is tegenwoordig vooral gastvrouw, maar hoe dingen moeten bij De Werfkring leert ze iedere kok zelf. Een goede workflow is cruciaal. “Als je die niet beheerst, heb je om vijf uur ’s middags het eten niet klaar. Je mag bijvoorbeeld nooit vergeten om de avond van tevoren de bonen in de week te zetten. Je hebt genoeg tijd nodig om alles ter plekke te snijden. Steeds dezelfde gerechten maken is trouwens niet saai. Integendeel. Het is een vorm van meditatie.” Zo’n uitspraak past bij Namgyal’s boeddhistische overtuiging en bij haar gasten, waarvan ze zegt: “Lieve mensen, eerlijke mensen, die keer op keer terug komen.”

Rijke smaken

Kleine veranderingen zijn er trouwens wél. Namgyal: “Goed samenstellen is een kunst. Ik wil rijke smaken. Natuurlijk rijk. Een beetje zoals je thuis eet, ongepolijst. Soms voeg ik iets toe, of ik haal bepaalde kruiden weg. Soms maak ik een gerecht minder zoet. Als de smaak goed is, geef ik die kennis door aan de mensen in de keuken.”

Stevig poetsen

Als vegetarisch restaurant was De Werfkring altijd al duurzaam, lang voor het begrip gemeengoed werd. De inkoop van kleine hoeveelheden maakt een diepvriezer tot de dag van vandaag overbodig. Kruiden worden bewaard in verpakkingspotten van eerder gebruikte ingrediënten. Met schoonmaakmiddelen is De Werfkring zuinig: er wordt gewoon steviger gepoetst. Wel bijdetijds is de recent aangeschafte LED-verlichting.

Interessant 

Namgyal staat nog geregeld op muziekpodia. Dan neemt haar team de taken over, maar dat ze het desondanks al zo lang volhoudt komt door haar gasten. “Een restaurant gaat over veel meer dan koken alleen. Je leert ook zo ontzettend veel over mensen. Daardoor blijft het voor mij interessant..”

 

 

http://www.dewerfkring.com/

Namgyal Lhamo

Dit verhaal verscheen eerder op website http://www.FrisseMosterd.nl. Het is deel vier in de serie De Groene Garde, over de mensen die het voortouw nemen in het milieuvriendelijker/duurzamer/groener/socialer, kortom béter maken van de Utrechtse horeca.

Het nieuwe weggooien

Opeens zag ik ze staan: een hele toom eenden, even sterk als twee paarden. In zo’n metalen diertje maakte ik als achttienjarige mijn eerste buitenlandse reis, helemaal naar Zuid-Frankrijk.

Opgegroeid in een autoloos gezin, met een vader die vakanties oninteressant vond, was die reis met twee studiegenoten voor mij één groot feest. Voor het eerst van mijn leven zag ik echte bergen, kampeerde naast ijskoude rivieren en voelde hoe heet de mediterrane zon is. Als ik op de achterbank van de rode Deux Chevaux zat, scheen hij door het opgerolde stoffen dak vol in mijn gezicht. Diezelfde achterbank was bovendien heel gemakkelijk uit de wagen te halen. Dan stond naast de tent opeens een bankje, waarop we ons al sjekkies rokend en vin du patron drinkend verbaasden over de eigenaardige gewoontes van de Fransen.

In de decennia erna kwamen honderden, nee duizenden automodellen op de markt. Steeds comfortabeler, met steeds meer snufjes, en de laatste jaren ook steeds duurzamer door een almaar dalend brandstofverbruik, doordat ze elektrisch rijden of doordat ze vergaand demontabel zijn. Ook een soort feest.

Lelijke eenden zie je echter nauwelijks meer. Raar eigenlijk, want ze waren al extreem duurzaam voor het een groen begrip werd. Simpel te demonteren voor hergebruik van materialen en onderdelen. Met een begrijpelijke, mechanische motor, waarin je zelfs als leek gemakkelijk een bougie, accu of V-snaar kon verwisselen. En een heel bescheiden brandstofverbruik van pakweg 1 op 20.

Maar laatst zag ik ze toch weer. Een heel stel eenden stond zomaar in een weiland. Waarschijnlijk nog net zo oncomfortabel als toen vanwege de beroerde vering. Tachtig per uur rijden geeft in een lelijke eend al een sensatie van ongekende snelheid. Een ervaring biedend die de soepele, stille hedendaagse automobiel niet biedt.

Hun bijzondere uiterlijk had het blijkbaar de moeite waard gemaakt de wagens goed te onderhouden. Ze zaten mooi in de lak. Tot mijn ontroering had een ervan zelfs een heel bijdetijds zonnepaneel op het dak. De lelijke eenden worden gebruikt voor nostalgische bedrijfsuitjes en hebben dus zelfs nog economische waarde.

Daarom zeg ik: eigenzinnige vormgeving, dat betaalt zich altijd uit. Combineer het met goed onderhoud, et voilà: daar heb je het nieuwe weggooien.

Lelijke eend

http://duckcity.nl/

http://www.ducktrail.nl/lelijke-eend-huren-zuid-holland/

http://www.telegraaf.nl/autovisie/oldtimer/onder-de-hamer/24807589/__Onder_de_hamer__Peperdure__lelijke_eend___.html

http://www.eendexperience.nl/

http://www.model-space.be/be/auto/2cv-home/index.php

http://www.garageruimzicht.nl/lelijke-eend-huren

http://www.2cvgarage.nl/

 

Snelheid voor de bange muts

Een marina heet de jachthaven Muiderzand, net over het IJsselmeer ten zuiden van Almere. Dat klinkt zonnig en zuidelijk en wulps, maar in oktober is het er bewolkt en bijna stormachtig. De lijnen van de aangemeerde boten slaan met kracht tegen de masten en maken een geluid als van honderd windgongen.

Vijf heren en ik staan klaar om te gaan whiken. Dat betekent hard scheuren over het kaarsrechte deel van de IJmeerdijk in een ligfiets met een zeil eraan. De heren hebben ervaring met ligfietsen, met zeilen of zelfs met allebei. Ik met geen van de twee. Heel voorzichtig begin ik daarom met ligfietsen. Dat is verrassend comfortabel en snel en geweldig leuk. Al snel durf ik daarom het zeil in te zetten. Met het touw in de linkerhand en zweet op mijn rug loopt mijn snelheid op van vijftien kilometer per uur naar twintig.

Tot het eind van de dijk gaat het geweldig. De terugweg is lastiger, want ik heb eigenlijk geen flauw idee hoe je zo’n zeil moet bedienen. Permanent remmend en zwaar tegen de wind in leunend kruip ik met acht kilometer per uur terug naar het beginpunt. Maar zelfs mutsen zonder rijbewijs kunnen leren kicken op snelheid. Na een uurtje oefenen word ik steeds moediger. En komt het moment dat ik joelend van plezier met vijftig kilometer per uur over de dijk raas.

Volgens mij is dit het vervoermiddel van de toekomst. Snel, schoon en je mag er gewoon mee op het fietspad. Voortaan zeg ik het tegen iedereen die zich nog beklaagt over staan in de file. Mens! Ga dan toch whiken!

IMG_1586

 

IMG_1592

http://whike.com/nl/pagina/25/over-de-whike

http://westy31.home.xs4all.nl/Whike/WoonWerkWhiken.html

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Romantiek in het veen

Romantiek is echt niet aan leeftijd gebonden. Dat zie je meteen aan de passagiers op de fluisterboot. Driekwart van de opvarenden ziet geen heil in haarverf, maar voor een tocht bij volle maan over de veenwateren komen ze graag naar Overijssel.
We zijn opgestapt bij het bezoekerscentrum van De Wieden, zo’n tien lage boerderijen aan een knus grindpaadje. Vroeger liep het pad door naar Beulake. Het dorp verdronk een paar honderd jaar geleden bij een enorme overstroming in wat nu de Beulakerwijde heet, een wijds, koel meer. Hooguit anderhalve meter diep is het. Bedrieglijk, want de zachte veenbodem zou de argeloze loper onverbiddelijk vastzuigen.

Van het meer af gaat het door ontelbare sloten en vaarten. Vredig is het, en aangenaam, al is er voor de natuurleek eigenlijk niet zo veel te zien. Eindeloos water, eindeloos gepluimd riet, hier en daar bloemen in voornamelijk blauwschakeringen. Er is wel van alles te horen, want dit is broed-en woongebied voor veel verschillende vogels. En te ruiken – de geur van moerassig water en mij onbekende planten. Wanneer de zon zakt voel ik ook de snel toenemende kou. Die ik vergeet wanneer we de sloten weer verlaten en over de uitgestrektheid van de Beulakerwijde terug fluistervaren naar de aanlegplaats. Oh, om nu in deze boot te zijn zonder medepassagiers. Met dikke kussens, warme dekens en de allerliefste. Open haarden, strandwandelingen, laat staan goede wijn – allemaal onzin. Voor echte romantiek hoef je alleen maar ’s avonds in een bootje te stappen. In een warme trui en bij volle maan.

Nationaal_Park_Weerribben-Wieden._Slootjes_in_rietvelden_ontstaan_tijdens_het_turfsteken_in_vroegere_jaren._02

 

 

 

 

 

http://www.natuurmonumenten.nl/bezoekerscentrum/bezoekerscentrum-de-wieden

 

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Hete oude man

Het is zondag en de zon schijnt. De hemel boven Utrecht is helderblauw. Op de zevende dag van de week kun je in de Noordtoren van sterrenwacht Sonnenborgh door een speciale telescoop de zonnevlekken bekijken, op die ene ster die elke ochtend het licht voor ons aandoet. Alleen zie ik geen vlekken. Het oculair is gewoon rood. De sterrenkundige die uitleg geeft ziet ze wèl. Het zijn er weinig dit jaar, wat betekent dat we een koude winter hadden moeten hebben. Hij legt het verband uit, maar ik neem niets op. Ik geniet vooral van het zitten in de wonderlijk serene ronde ruimte. Alsof ik binnen in een schelp ben.

De bibliotheek is al net zo behaaglijk. Klein, de wanden wit gestuukt, de met bescheiden houtsnijwerk versierde boekenkasten grijs geschilderd. Een raam met uitzicht op de vroegere stadsgracht. En de collegezaal neemt mij alsnog in voor de wetenschap. Dezelfde serene rust, niet meer dan vijf collegebankjes. Vrijwilliger Cor paait me met zijn beeldende uitleg. “De zon, dat is net een oude man. Hij wordt steeds heter. U lacht, mevrouw? Ik zie het al, u kent de mannen!” Cor weet ook dat over 500 miljoen jaar de zon de aarde zo zal hebben opgewarmd, dat er geen leven meer mogelijk is.

Daar word ik héél vrolijk van. Ter plekke houd ik op met tobben. Ik zal trouw biologisch boodschappen blijven doen, mij verplaatsen per fiets en afval scheiden, want dat biedt me op de korte termijn een heleboel voordelen. Maar ik tob niet langer over hoe dat nu verder moet, met dat klimaat van ons. Over 500 miljoen jaar is het sowieso afgelopen.

http://www.sonnenborgh.nl

Vanaf_Sterrenwacht,_overzicht_-_Utrecht_-_20235978_-_RCE

Hellevuur

“De bunker” noemen ze het. Een betonnen bak van duizelingwekkende afmetingen, waarin huisvuil 30 meter hoog ligt opgetast. De damp slaat eraf, want koffiedrab, maandverband en vochtige verpakkingen broeien snel. Een waas van de weerzinwekkende stank die daar moet hangen, dringt door het centimeters dikke glas van de bedieningsruimte. De man in zijn grote comfortabele stoel laat, met onbewogen gezicht, een enorme grijper in de berg afval zakken. Met één hap pakt hij 8000 kilo huisvuil op en loost het in een trechter. Scènes uit films komen me voor ogen, waar mensen in graansilo’s vallen, of klem zitten tussen immense machinekleppen die steeds dichter naar elkaar toe bewegen. Dezelfde rilling liep me buiten al over de rug. Daar lossen vrachtwagens de inhoud van grijze zakken en kliko’s in toevoersleuven. Naast iedere sleuf een grote alarmknop en het bordje: man in bunker.

Het gevoel van spanning wordt nog groter bij een blik in de immense ovens. Temperaturen van 1000 graden maken korte metten met alles wat zo achteloos in vuilniszakken is gegooid. En als ik op de trillende vloer sta, naast de gigantische turbine die met 3000 omwentelingen per minuut elektriciteit maakt uit het verbrande afval, word ik stil van ontzag voor zoveel menselijk kunnen.
De Alkmaarse Huisvuilcentrale lijkt op een tempel. Vanaf de vloer kijk je rechtstreeks naar het 50 meter hoge plafond. Overal is het spic en span, in het hart brandt dat helse vuur. Dit is waarlijk de triomf der techniek. Ik bid: “Dank u wel God, voor de bèta’s.”

 

2015-07-05 14.04.46

http://www.hvcgroep.nl

Polderen in het paradijs

Costa Rica is een wonder van beschaving. De circa vierenhalf miljoen inwoners van het Midden-Amerikaanse land verbeteren de wereld met het wetboek, in plaats van met geweld.

Hun grondwet verbiedt al sinds 1949 het bestaan van een leger in vredestijd. Blijkbaar kun je heel prima leven zonder angst voor onbekende vijanden. Een andere bijzonderheid: bijna 30% van Costa Rica’s territorium is beschermd natuurgebied. Je vindt er 4,5% van de biodiversiteit van de hele wereld, en nergens zijn zoveel verschillende dierensoorten per vierkante kilometer. En nu heeft het land het klaargespeeld om de eerste vijfenzeventig dagen van 2015 volledig op groene energie te draaien.

De afgelopen jaren schommelde het aandeel van duurzame energie in Costa Rica al rond de 95 procent, voor een groot deel opgewekt met stromend water. De rest komt uit zon, biomassa, wind en aardwarmte. Exploitatie van olie en gas is verboden sinds 2011, zodat bedrijven zich wel op groene energie móeten richten. In 2021 wil het land volledig op duurzame energie draaien.

Volgens hun milieuminister is de truc van de Costa Ricanen er een die wij in Nederland dachten te hebben uitgevonden: het poldermodel. Zij noemen het Energie-dialogen. Industriëlen, politici en boeren zitten dan bij elkaar en maken samen een plan voor de toekomst.

Een vreedzaam en duurzaam paradijs: het kan dus. Nu. Met onze polderervaring moet het dan in Nederland ook wel lukken.

www.costarica.startpagina.nl

costa ricamil

Lekker scheuren met Stella

Als je alle aansporingen hoort om meer te bewegen zou je het niet zeggen, maar echt: de meeste mensen houden niet zo van stilstaan.  Of stil zitten. Tenminste, zolang het decor hetzelfde blijft.

Maar autorijden, scheuren op motor en brommer, of ons làten vervoeren in trams, bussen, treinen en vliegtuigen, dat doen we met grote overgave.

Onderweg zijn is gewoon leuk. Soms ook ontspannend, soms opwindend. Dus wij vreten massaal kilometers. Zelfs als het knaagt aan ons groene hart, omdat al dat gemotoriseerd vervoer zoveel viezigheid de lucht injaagt. En knaagt het niet, omdat we lekker schijt hebben aan de natuur of andermans longen, dan ademen we nog altijd zelf die gassen in. De lucht op aarde is nu eenmaal geen gesloten systeem. Er valt dus wel wat te zeggen voor schone mobiliteit.

Gelukkig zijn er nog de techneuten en de uitvinders. Ze werken aan onderweg zijn met hulp van de zon. Het begon met de Nuna, een auto bezaaid met zonnecellen. Inmiddels is het eerste prototype al zo verbeterd, dat de wagen duizenden kilometers kan rijden zonder te tanken. Weliswaar in Australië, waar de zon meer schijnt dan hier, en het is nogal krap in de eenpersoonswagen, maar je moet ergens beginnen.

De volgende stap is inmiddels gezet door Eindhovense studenten, die dit voorjaar een prototype van de eerste gezinsauto op zonne-energie lanceerden. Deze Stella is lekker ruim en ziet er geweldig futuristisch uit. En op dit moment maakt een vliegtuig vol zonnecellen, de Solar 2, zelfs een reis om de wereld van 35.000 kilometer!

Ik denk dat ik mijn favoriete vervoermiddel, de fiets, door dik en dun blijf beminnen. Maar voor langere afstanden kijk ik reikhalzend uit naar scheuren op zonne-energie!

http://www.solarimpulse.com/

http://www.nuonsolarteam.nl/nuna/

Pleur maar weg

“Wil je koffie?”, vroeg ik aan de geliefde. We waren net wakker, na een comateuze slaap volgend op een vlucht van een uur of elf plus een angstige autorit over twaalfbaanswegen. Het had wat van ons gevergd, maar daar waren we dan: in een motel op Sunset Boulevard. De bedden waren king size, de douche heet, en in de motelreceptie was alleen een frisdrankautomaat.

“Hoezo koffie?”, vroeg hij dus enigszins verward. Ik deed mijn schoenen aan, stak de straat over en haalde bij een soort supermarkt twee kartonnen bekers tamelijk slappe koffie. Met een plastic deksel erop. Geliefde vond het waanzinnig komisch, en ook een beetje belachelijk. We schudden ons hoofd over de bizarre wegwerpmaatschappij waar we in waren beland. Wat een verspillers, die Amerikanen!

Dat was in 1990.

Anno nu is koffie in een wegwerpbeker overal ter wereld zowel doodgewoon geworden, als een grondstoffen- en afvalprobleem. Of het nu slappe automatenpleur is of een baristabakkie van € 3,50.

Een Limburgs bedrijf in verpakkingen, zich scherp bewust van de milieu-effecten van haar producten, deed er wat aan. Moonen ontwikkelde een beker gemaakt van suikerrietafval. Dat wat overblijft nadat je de suiker uit de stengels hebt gehaald, dus er wordt geen extra landbouwgrond voor gebruikt. En nee, de suiker lost niet op in je koffie, want er zit aan de binnenkant nog een plastic coating gemaakt van mais. Het deksel is van hetzelfde materiaal. Het geheel lost wél op in de composthoop, waar het weer deel wordt van de grote kringloop van het leven.

Ik vind het een prachtige uitvinding. Voor de wereld en voor mezelf. Compost voor de aarde, een schoon geweten voor mij. Daarmee smaakt dat zwarte goud me nog net een tikje beter.

 

Moonen-Nutural-beker-inhoudMoonen-Nutural-beker-inhoudMoonen-Nutural-beker-inhoud

http://www.moonennatural.com/nieuwsarchief/groen-plastic-uit-suikerriet.html