Ik wil leren om trouw te blijven aan mezelf

Marlies (41) had relaties met mannen en vrouwen, maar merkte dat ze steeds meer op haar tenen ging lopen. Daarom blijft ze voorlopig liever alleen.

“Ik kan heel véél zijn als je mij voor het eerst ontmoet. Ik ben een soort orkaan van energie. Ik lach hard, ik maak platte grappen. Ik ben zorgzaam en trouw, en fel en trots en vrolijk. Voor veel mensen fungeer ik als een antidepressivum. Mijn vader noemt me wel eens een lichtbrenger. Mensen vallen op die eigenschappen. Jammer genoeg vinden ze ze later juist vervelend.

Ik viel meestal voor mannen die mij niet wilden. Op mijn beurt wees ik degenen af die mij wilden. Tot ik op mijn werk Andro leerde kennen. Hij was lief en zorgzaam, we konden geweldig lachen samen. Al na drie maanden trok ik bij hem in. Zonder eigen spullen, want die vond hij allemaal lelijk. Mijn katten moesten in een aparte kamer blijven. Ik had het allemaal over voor de liefde. Maar binnen drie maanden samenwonen was ik een schim van mezelf, doodsbang voor zijn woedeuitbarstingen over alles en niets. Over een vuiltje, want hij had smetvrees. Of als hij me onder de douche niet hoorde zingen. Ik viel tien kilo af, lag vaak uitgeput in bed en hyperventileerde. Mijn familie en vrienden zag ik nauwelijks meer. En toch geloofde ik hem, als hij zei dat ik nooit meer iemand zou tegenkomen die zo van me hield als hij. Maar op een keer zei hij op het werk iets zo denigrerends tegen me dat een collega ervan schrok. Wat precies ben ik vergeten. Ik wist opeens wel dat ik niet gek was. Ik ging terug naar mijn eigen huis.

Een tijd later ontmoette ik Maaike. Aards, vrolijk. Echt een fijn mens. Leven met een vrouw leek me gemakkelijker dan met een man, omdat we zoveel gemeen hebben. Wat gebeurde is dat we ons allebei vergaand aan elkaar aanpasten. Ik ruilde mijn kleurige jurken en bonte sieraden in voor een broek en sneakers en ging er steeds potteuzer uitzien. Maaike kroop bij mogelijke conflicten bijna over de grond om ruzie te vermijden. Ze vond haar werk niet leuk en kreeg een burn-out. Mij verweet ze dat ik mijn werk met zoveel plezier deed en van kleinigheden al gelukkig werd. Na drie jaar zette ze een punt achter onze relatie. Ik heb twee weken gehuild. Toen was het klaar.

Peter kwam onverwacht in mijn leven bij het vrijwilligerswerk dat we allebei deden. We deelden een interesse in koken en filmmaken. Hij was grappig en ontzettend slim. We hadden het gezellig samen. Hij had wel moeite om me deel te laten worden van zijn leven. Hij kon niet op één dag zijn aandacht verplaatsen van zijn werk overdag, naar mij ’s avonds. Dan raakte hij in paniek. Dus zagen we elkaar alleen in het weekeinde. Ik boette niet aan kracht en vrolijkheid in, want door de week had ik mijn eigen leven. Hij hielp me mijn angsten te relativeren, ik hielp hem bij het dempen van zijn paniek, maar we liepen allebei voortdurend op onze tenen. Ik voelde me vaak teveel, hij voelde zich nooit écht op zijn gemak. Elke seconde van elke dag kon veranderen hoe hij over de relatie dacht. We besloten uit elkaar te gaan voor we een hekel aan elkaar zouden krijgen.

Inmiddels realiseer ik me dankzij therapie dat ik liefdesrelaties altijd te belangrijk maak. Als ik een date heb denk ik bij het uitzoeken van kleding: wat zou hij mooi vinden? In plaats van: laten we eens kijken of we elkaar leuk vinden. Daarom zoek ik voorlopig bewust geen nieuwe relatie. Ik wil leren om mijn tijd alleen nog te besteden aan mensen die blij zijn met mij. En om voor alles trouw te blijven aan mezelf.”

http://www.lnbi.nl

 

Uit welke kast moeten biseksuelen komen?

Dit verhaal verscheen eerder in het AD-Magazine van 3 augustus 2019

Advertenties

Ze heeft zin om iemand écht te leren kennen

De 27-jarige Elisabeth heeft nog nooit een vaste relatie gehad, maar is daar intussen wel nieuwsgierig naar.

“Steeds single zijn heeft me veel gebracht. Het is misschien niet helemaal het einde, maar zeker ook niet erg. Ik heb kunnen onderzoeken wat ik nodig heb, ik ben onafhankelijk, ik heb geleerd goed voor mezelf te zorgen. Desalniettemin ben ik onderhand wel nieuwsgierig naar hoe het is om iemand echt te leren kennen.

Als puber was ik nogal onzeker over mijn lichaam. Ik wilde dunner zijn en was veel bezig met wat ik at. Wanneer een jongen in die tijd belangstelling toonde dacht ik al gauw: ‘Die heeft gewoon geen smaak.’ Dankzij therapie werden zulke gedachten minder en leerde ik mijn zelfvertrouwen uit meer te halen dan alleen mijn gewicht. Ik reed paard op wedstrijdniveau en deed het goed op school. Af en toe werd ik verliefd op jongens en zij op mij. Ik kuste wel eens met iemand. Maar als ik hem daarna tegenkwam durfde ik geen normaal gesprek te voeren. Te eng.

Op mijn twintigste had ik mijn eerste minnaar. Een emotionele, wereldse man die veel wist van kunst en politiek. Hij praatte gemakkelijk over zijn gevoelens en stond open voor de mijne. Ik werd losser en voelde me zekerder van mezelf. Maar hij had ook andere vrouwen. Veel andere vrouwen zelfs. Hij huilde toen dat voor mij reden was niet meer met hem naar bed te gaan. Het is een van de weinige keren dat ik een man heb zien huilen. In de periode daarna volgden een paar one night stands. Het was niet per se mijn intentie, maar vaak wilden jongens daarna niet meer afspreken. Sommigen omdat ze een vriendin bleken te hebben.

De eerste man waar ik volkomen zelfverzekerd op afstapte was Max. Het was tijdens een feest. We dansten, we kusten. Hij vond het leuk dat ik het initiatief had genomen, en hij vond mij ook leuk. Dat kon ik heel goed hebben, het maakte me niet nerveus zoals vroeger. Max was ontspannen, nonchalant, heel vriendelijk en oprecht. Jammer genoeg ging hij vlak daarna studeren in Amerika. Ons contact bloedde dood.

Natuurlijk heb ik ook online gedatet. Vaak is het saai, dat scrollen door een massa nietszeggende gezichten. Iets wat je uit verveling doet. Matches genoeg, dat wel: 435 om precies te zijn.Alleen een gesprek beginnen is lastig. Ik ben niet zo van de small talk. Het voelt alsof ik aan het liegen ben. Als iemand vraagt: ‘Hoe gaat het?’ denk ik: ‘Interesseert het je dan?’ Maar als je geen leuk gesprek op gang weet te brengen of houden, is de kans dat je met iemand afspreekt nul.

Ik ben geen vrouw die alleen maar werkt en paardrijdt. Ik hecht aan een sociaal leven, ga graag wandelen of koken en eten met vrienden. Ik plan mijn dagen zeker niet vol, ik heb echt wel tijd voor een man. Het lijkt me fijn om een relatie te hebben waarin ik me gesterkt en gesteund voel. Dat er iemand is die ik als eerste bel wanneer zich een probleem voordoet, als ik verdrietig ben, of juist iets heel leuks te vertellen heb. Die af en toe tegen me zegt dat alles wel goed komt. Een relatie waarin je op de hoogte bent van wat er gebeurt in elkaars leven. Waarin ik blij ben omdat we samen leuke en interessante dingen doen. En natuurlijk heb ik behoefte aan lichamelijke intimiteit! Aan seks, maar ook aan een arm om me heen.”

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 13 april 2019

https://broadly.vice.com/nl/article/wjk3yq/twintigers-die-nog-nooit-een-relatie-hebben-gehad-vertellen-hoe-je-met-ze-om-moet-gaan

https://www.eur.nl/nieuws/waarom-liefde-zich-zo-lastig-tinder-laat-vinden

https://vrouw.nl/artikel/verhalen-achter-het-nieuws/49797/waarom-tinder-en-ik-geen-match-zijn