Ze heeft heftige levensthema´s, maar maakt hem toch vrolijk

Rein (41) en Lieke (29) zijn allebei sociaal werker. Ze helpen graag andere mensen. En elkaar.

“Lieke had overal schijt aan. Ze flapte er alles uit wat ze dacht, had altijd wat te ouwehoeren, was altijd vrolijk. Ik vond haar leuk, maar zat nog midden in een relatie. Bovendien was ze mijn stagiaire en een heel stuk jonger dan ik.

Mijn toenmalige vriendin en ik leefden voor een groot deel langs elkaar heen. Ik was ongelukkig, maar praatte liever niet over mijn eigen sores. Hoewel ik dat opkroppen helemaal niet stoer vind. Alleen: ik praatte al zoveel op mijn werk. Dan had ik daar thuis geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch naar een psycholoog gegaan, die me hielp na te denken of het verstandig was om in die relatie te blijven. Ik realiseerde me dat je steeds moet investeren in contact en communicatie. Anders raak je elkaar kwijt. Desalniettemin besloten mijn vriendin en ik dat het beter was uit elkaar te gaan.

Twee jaar later kwam ik Lieke weer tegen. We gingen een paar keer uit eten, we spraken vaker af. Ik vond het wel lastig dat ze zoveel jonger is, vroeg me af wat andere mensen daarvan zouden vinden. Maar het ging heel natuurlijk, en we werden een stel. Dat ze zulke heftige levensthema’s had, voorzag ik op dat moment niet. Al snel trok ze bij me in. In het begin ging dat hartstikke goed. Toen we een paar maanden samenwoonden werd een oom van Lieke veroordeeld wegens misbruik van Lieke en haar jongere zus. Ook al had ze zelf aangifte gedaan, het was voor haar een moeilijke tijd. Ze voelde zich schuldig omdat ze haar zusje niet had beschermd. In die tijd gingen ook nog eens haar ouders uit elkaar. Alle positiviteit die ze eerst had verdween. Ze was verdrietig en ook angstig. Soms controleerde ze wel acht keer of de voordeur op het nachtslot zat. Het duurde ruim een jaar voor ze weer was bijgekomen.

Een tijdje daarna kreeg ze ontzettende last van een ontstoken dikke darm. Ze was doodmoe, kon niet meer werken, was aan huis gekluisterd. Opnieuw waren de vrolijkheid en energie die ik zo leuk vond weg. Ik ging twee keer zo hard lopen. ’s Morgens voor haar zorgen, dan ’s middags en ’s avonds naar mijn werk. Ik maakte er keiharde grappen over: ‘Kijk mij eens, met mijn jonge vitale vriendin.’ Daar kon zij ook om lachen. Het was voor ons allebei een soort ontlading van spanning. Dankzij andere medicijnen knapte ze opeens snel op. Ze maakte haar opleiding af en werkt nu weer vier dagen in een tehuis met demente bejaarden. We gaan graag uit eten, naar concerten en op reis. We hebben het fijn.

Het lijkt misschien alsof ik de hulpverlener ben in deze relatie. Toch is dat niet zo. Lieke is er net zo goed voor mij. Mijn alcoholistische vader stierf toen ik tien was. Met mijn moeder en broer waren we jarenlang een bijstandsgezin. Ik was nogal een wilde puber, veel drinken, veel blowen, drummen in een metalband. Maar het ging goed hoor, we deden het prima met zijn drieën, al vind ik het natuurlijk jammer dat ik nooit een volwassen contact met mijn vader heb kunnen hebben. Lieke vraagt er vaak naar. Als ik zenuwachtig ben voor iets op mijn werk praat ze er over met me en stuurt tussendoor extra appjes. Zij is mijn klankbord als ik neerslachtig ben. Bij meningsverschillen blijven we in gesprek. Wij hebben het fijn in toptijden én als het niet goed gaat. Ik word gewoon heel vrolijk van haar.”

 

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 27 april 2019

https://www.huiselijkgeweld.nl/dossiers/seksueel_kindermisbruik

https://meld.nl/melding/huiselijk-geweld/kindermisbruik/

Ik zoek hulp

Hoe herken je kindermisbruik?

Advertenties

Liefde in tijden van mantelzorg

Ondanks de intensieve zorg voor hun gehandicapte dochter bleef de liefde tussen Suzanne (53) en Edwin (53) overeind.

“Sophie ging op haar twintigste het huis uit. Net zoals haar broer Michael een paar jaar eerder. Alleen ging hij op kamers om te studeren, en zij verhuisde naar een kleinschalig woonproject voor verstandelijk gehandicapten.

Michael was bij de geboorte een plaatje van een baby. Sophie zag er heel anders uit, vooral haar ogen. ´Het lijkt wel een mongool´, zei ik meteen tegen Edwin. Hij antwoordde vrij laconiek: ‘Dat is het ook’. Ik zei: ‘Jezus, wat een pech’. Maar ik was toch euforisch van blijdschap met mijn nieuwe kind. Edwin vond het de eerste dagen lastig, toen sloot hij haar in zijn hart en is vol liefde gegaan voor alles wat hoorde bij een kind met Down. Zo kreeg ze allerlei medisch onderzoek, en werd voor ze drie maanden oud was geopereerd omdat ze een zwak hartje bleek te hebben. Wij wisselden elkaar in die tijd af met ziekenhuisbezoek en probeerden ook Michael genoeg aandacht te geven. Aan elkaar kwamen we niet toe. We waren met onze eigen emoties bezig.

Na die operatie ging het best snel goed met haar, maar toen kwamen we erachter dat ze behalve Down ook een aan autisme verwante stoornis heeft. Ze kon en kan niets zelf. Nauwelijks praten, niet zelf eten, zich niet aankleden. Ze heeft geen tijdsbesef, ze ziet geen gevaar. Ze is wel heel beweeglijk en weg voor je het in de gaten hebt. Je kunt haar geen moment alleen laten. De eerste vijf jaar stonden we in de overleefstand. We hadden nauwelijks ruzie, maar het was ook niet erg amoureus. Ik zag ons als een bedrijf. Dat klinkt zakelijk, en dat was het ook. Edwin was goed in het verzorgende, ik regelde al het organisatorische. Ik heb toen wel eens gedacht: zijn wij bij elkaar uit liefde of vanwege de gedeelde zorg? Want als wij uit elkaar gaan, moet zij opgenomen worden in een instelling.

Wat ons bij elkaar hield was dat we gek zijn op elkaar, en enorm respecteerden en waardeerden wat de ander allemaal deed. Bovendien gunden we elkaar veel. Edwin liet mij ’s nachts slapen als Sophie hulp nodig had. Ik kon met vriendinnen een paar dagen op vakantie gaan, na een jaar weer parttime gaan werken. Ik zorgde dat hij af en toe onbezorgd een eind kon gaan fietsen of met een gerust hart naar zijn bedrijf. Toen Sophie elf was zijn we getrouwd. We zagen het als een kroon op onze relatie, op ons harde werken, dat we het volgehouden hadden. We gingen zelfs op huwelijksreis, naar Madrid. Dat was heel romantisch. Samen slenteren, lekker eten, lekker drinken.

Rond haar vijftiende kregen we een beter Persoonsgebonden Budget. Ik kon meer hulp inschakelen, en zij was af en toe een weekeinde of zelfs een hele vakantie van drie weken op een zorgboerderij. Geleidelijk leerde ze leven zonder ons. En in November 2015 ging ze het huis uit. Edwin en ik hadden een zware taak volbracht. De zorg blijft, maar niet meer dagelijks. Ineens was er genoeg tijd voor onszelf en voor elkaar. Dat was wennen. We hebben geen gedeelde hobby’s en heel verschillend werk. Wat we wel altijd deden is veel praten. Dat doen we nog steeds. We kunnen lekker uitwisselen en heel goed samen genieten. We hebben ieder een eigen leven, maar we komen telkens weer bij elkaar. En de weekenden dat Sophie bij ons logeert hebben we het heerlijk.”

https://www.oudersvannu.nl/baby/ontwikkeling/syndroom-van-down/

https://www.downsyndroom.nl/

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 23 maart 2019