In een nieuw jasje

“Ik weet precies wat jullie, vrouwtjes, met je salaris doen”, zei de conciërge van het Provinciehuis waar ik als tikgeit de kost verdiende. “Zodra het binnen is rennen jullie naar de winkel om kleertjes te kopen.”

De conciërge was een beetje van de oude stempel. Een kostwinner. Vrouwtjes die werkten deden dat alleen voor de luuks. Zoals kleertjes en nog meer kleertjes.

De tijden veranderen. Kleding is niet langer een luxe. In westerse landen is kleding zelfs zo goedkoop dat je er nauwelijks voor hoeft te werken. Een puber kan van haar/zijn zakgeld alleen, vrijwel wekelijks een nieuw H&M shirtje kopen.

Vaak is ’t wel flutzooi, na drie keer wassen vormloos en vaal. Voor wie het vergeten was: veelal gemaakt door zwaar onderbetaalde Aziaten in kledingfabrieken die weleens instorten. H&M gaat nu echter het gebrek aan kwaliteit een klein beetje goedmaken, zodat die Aziaten niet helemààl voor joker hebben gewerkt.

Binnenkort brengt het Zweedse concern een collectie spijkerbroeken- en jassen op de markt, die gemaakt is van oude kleding. Door het bedrijf zelf ingezameld, zo’n 3.5 miljoen kilo tot nu toe. Het zou natuurlijk beter zijn om gelijk in de eerste ronde al kwaliteitskleding te laten maken, door mensen die je bovendien fatsoenlijk behandelt en betaalt.

Maar als blije duurzamista ben ik desondanks wel een béétje tevreden. Omdat de kleding in ieder geval hergebruikt wordt. Al blijft het vreemd: eerst rommel op de markt te brengen, om die vervolgens nog een keer te gebruiken en het dan duurzaam te noemen. Vrouwtjeslogica, misschien?

IMG_2200