Hellevuur

“De bunker” noemen ze het. Een betonnen bak van duizelingwekkende afmetingen, waarin huisvuil 30 meter hoog ligt opgetast. De damp slaat eraf, want koffiedrab, maandverband en vochtige verpakkingen broeien snel. Een waas van de weerzinwekkende stank die daar moet hangen, dringt door het centimeters dikke glas van de bedieningsruimte. De man in zijn grote comfortabele stoel laat, met onbewogen gezicht, een enorme grijper in de berg afval zakken. Met één hap pakt hij 8000 kilo huisvuil op en loost het in een trechter. Scènes uit films komen me voor ogen, waar mensen in graansilo’s vallen, of klem zitten tussen immense machinekleppen die steeds dichter naar elkaar toe bewegen. Dezelfde rilling liep me buiten al over de rug. Daar lossen vrachtwagens de inhoud van grijze zakken en kliko’s in toevoersleuven. Naast iedere sleuf een grote alarmknop en het bordje: man in bunker.

Het gevoel van spanning wordt nog groter bij een blik in de immense ovens. Temperaturen van 1000 graden maken korte metten met alles wat zo achteloos in vuilniszakken is gegooid. En als ik op de trillende vloer sta, naast de gigantische turbine die met 3000 omwentelingen per minuut elektriciteit maakt uit het verbrande afval, word ik stil van ontzag voor zoveel menselijk kunnen.
De Alkmaarse Huisvuilcentrale lijkt op een tempel. Vanaf de vloer kijk je rechtstreeks naar het 50 meter hoge plafond. Overal is het spic en span, in het hart brandt dat helse vuur. Dit is waarlijk de triomf der techniek. Ik bid: “Dank u wel God, voor de bèta’s.”

 

2015-07-05 14.04.46

http://www.hvcgroep.nl