Het leven is gewoon veel leuker met zijn drieën

Paul (53), Harm (55) en Lee (48) hebben sinds zes jaar een relatie. Ze vinden het leven met zijn drieën verrassend fijn.  

“We vonden Lee allebei meteen leuk. Een heel aangenaam mens. We konden fijn met hem praten, we voelden ons op ons gemak en hij is heel knuffelbaar. Het was net zo ontspannen en vanzelfsprekend als toen Harm en ik elkaar voor het eerst ontmoetten. Dat klopte ook direct. Het was op een moment dat we wel klaar waren met beperkingen en moeilijkheden uit onze verledens, en rijp voor een frisse start. Leven met Harm is gemakkelijk, hij is een lot uit de loterij. Al vrij snel kochten we samen een appartement.

Harm en ik hadden een monogame relatie. Toen we Lee op een dansfeest ontmoetten voelden we weliswaar een sterke connectie, maar daar bleef het bij. Een paar maanden later zagen we hem weer, en toen sloeg de vlam wel over. Hij ging met ons mee naar huis. Vanaf dat moment was het aan. Daar zat een grote natuurlijkheid in. We werden verliefd, dat was niet anders dan andere relaties. Het verschil was dat we dit deelden met elkaar. Dat we samen zeiden: we gaan hier mee verder. Het was even wennen, maar vanaf dat moment maakten we niet alleen keuzes voor ons tweeën, maar met en voor ons drieën.

Lee woonde nog in zijn thuisland Engeland. We reisden vaak op en neer en facetime-den heel veel. Na drie jaar besloten we dat hij bij ons in zou trekken. We hadden er de ruimte voor, en hij had niet zoveel spullen. Voor Lee was het een enorme stap. Hij moest zijn familie nog vertellen dat hij homo was, en meteen dat hij naar Nederland zou verhuizen en gaan samenwonen. Niet met één man, maar met twee. Het betekende bovendien een breuk in zijn carrière. We snapten best dat we ons best moesten doen om het vertrouwen van zijn familie te winnen. Om hen ervan te overtuigen dat we erin geloven en eraan willen werken. Gelukkig heeft zijn familie de situatie en ons nu volledig geaccepteerd.

In onze relatie is veel gemeenschappelijkheid. We houden van een mooi interieur, van sporten en reizen en creatieve bezigheden als theater en schilderen. Er was natuurlijk ook wel eens angst of jaloezie. Als een van ons geen zin had in seks en de ander wel, leerde ik denken: het zij zo. In het begin was Lee vooral bezig om Nederlands te leren. Hij verstaat het inmiddels goed en is leraar Engels. Toch, als Harm en ik Nederlands spreken en Lee nét de nuance mist, kan hij zich buitengesloten voelen. Daarom bespreken we àlles. Als je gevoelens verzwijgt krijg je ze vroeg of laat toch op je bord.

We zijn nu drie jaar verder. Lee voelt zich lekker in Amsterdam. Wat mij verraste is dat het leven echt leuker is met zijn drieën. We doen heel veel samen. Naar de bioscoop, uit eten, op vakantie. Sommige dingen waar een van ons geen zin in heeft, vindt de derde man dan juist wel leuk. Lee en Harm winkelen graag, terwijl Lee en ik eindeloos afleveringen Game of Thrones kijken. Dat maakt ons samenleven heel relaxed.

We zijn nu bezig met een juridische puzzeltocht om te zorgen dat Lee financieel niet met lege handen achterblijft als ons iets overkomt. Harm en ik hebben een samenlevingscontract en een gezamenlijke bankrekening. Lee valt overal buiten. We willen ook op dat gebied laten zien dat we er serieus voor gaan. In de homoscene zijn open relaties niet ongebruikelijk, maar dat gaat vooral over seksueel handelen. Het voelt vrij machinaal. Daar hebben we niks mee. Voor ons gaat het in onze drie-eenheid over de liefde.”

http://www.polyamorie.nl

https://www.liefdedelen.nl/polyamorie/

https://www.bnnvara.nl/artikelen/wat-is-het-verschil-tussen-polyamorie-een-open-relatie-en-swingen

http://www.plukdeliefde.nl

 

Dit verhaal verscheen eerder in het AD Magazine van 30 november 2019

 

Ze heeft heftige levensthema´s, maar maakt hem toch vrolijk

Rein (41) en Lieke (29) zijn allebei sociaal werker. Ze helpen graag andere mensen. En elkaar.

“Lieke had overal schijt aan. Ze flapte er alles uit wat ze dacht, had altijd wat te ouwehoeren, was altijd vrolijk. Ik vond haar leuk, maar zat nog midden in een relatie. Bovendien was ze mijn stagiaire en een heel stuk jonger dan ik.

Mijn toenmalige vriendin en ik leefden voor een groot deel langs elkaar heen. Ik was ongelukkig, maar praatte liever niet over mijn eigen sores. Hoewel ik dat opkroppen helemaal niet stoer vind. Alleen: ik praatte al zoveel op mijn werk. Dan had ik daar thuis geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch naar een psycholoog gegaan, die me hielp na te denken of het verstandig was om in die relatie te blijven. Ik realiseerde me dat je steeds moet investeren in contact en communicatie. Anders raak je elkaar kwijt. Desalniettemin besloten mijn vriendin en ik dat het beter was uit elkaar te gaan.

Twee jaar later kwam ik Lieke weer tegen. We gingen een paar keer uit eten, we spraken vaker af. Ik vond het wel lastig dat ze zoveel jonger is, vroeg me af wat andere mensen daarvan zouden vinden. Maar het ging heel natuurlijk, en we werden een stel. Dat ze zulke heftige levensthema’s had, voorzag ik op dat moment niet. Al snel trok ze bij me in. In het begin ging dat hartstikke goed. Toen we een paar maanden samenwoonden werd een oom van Lieke veroordeeld wegens misbruik van Lieke en haar jongere zus. Ook al had ze zelf aangifte gedaan, het was voor haar een moeilijke tijd. Ze voelde zich schuldig omdat ze haar zusje niet had beschermd. In die tijd gingen ook nog eens haar ouders uit elkaar. Alle positiviteit die ze eerst had verdween. Ze was verdrietig en ook angstig. Soms controleerde ze wel acht keer of de voordeur op het nachtslot zat. Het duurde ruim een jaar voor ze weer was bijgekomen.

Een tijdje daarna kreeg ze ontzettende last van een ontstoken dikke darm. Ze was doodmoe, kon niet meer werken, was aan huis gekluisterd. Opnieuw waren de vrolijkheid en energie die ik zo leuk vond weg. Ik ging twee keer zo hard lopen. ’s Morgens voor haar zorgen, dan ’s middags en ’s avonds naar mijn werk. Ik maakte er keiharde grappen over: ‘Kijk mij eens, met mijn jonge vitale vriendin.’ Daar kon zij ook om lachen. Het was voor ons allebei een soort ontlading van spanning. Dankzij andere medicijnen knapte ze opeens snel op. Ze maakte haar opleiding af en werkt nu weer vier dagen in een tehuis met demente bejaarden. We gaan graag uit eten, naar concerten en op reis. We hebben het fijn.

Het lijkt misschien alsof ik de hulpverlener ben in deze relatie. Toch is dat niet zo. Lieke is er net zo goed voor mij. Mijn alcoholistische vader stierf toen ik tien was. Met mijn moeder en broer waren we jarenlang een bijstandsgezin. Ik was nogal een wilde puber, veel drinken, veel blowen, drummen in een metalband. Maar het ging goed hoor, we deden het prima met zijn drieën, al vind ik het natuurlijk jammer dat ik nooit een volwassen contact met mijn vader heb kunnen hebben. Lieke vraagt er vaak naar. Als ik zenuwachtig ben voor iets op mijn werk praat ze er over met me en stuurt tussendoor extra appjes. Zij is mijn klankbord als ik neerslachtig ben. Bij meningsverschillen blijven we in gesprek. Wij hebben het fijn in toptijden én als het niet goed gaat. Ik word gewoon heel vrolijk van haar.”

 

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 27 april 2019

https://www.huiselijkgeweld.nl/dossiers/seksueel_kindermisbruik

https://meld.nl/melding/huiselijk-geweld/kindermisbruik/

Ik zoek hulp

Hoe herken je kindermisbruik?

Ze heeft zin om iemand écht te leren kennen

De 27-jarige Elisabeth heeft nog nooit een vaste relatie gehad, maar is daar intussen wel nieuwsgierig naar.

“Steeds single zijn heeft me veel gebracht. Het is misschien niet helemaal het einde, maar zeker ook niet erg. Ik heb kunnen onderzoeken wat ik nodig heb, ik ben onafhankelijk, ik heb geleerd goed voor mezelf te zorgen. Desalniettemin ben ik onderhand wel nieuwsgierig naar hoe het is om iemand echt te leren kennen.

Als puber was ik nogal onzeker over mijn lichaam. Ik wilde dunner zijn en was veel bezig met wat ik at. Wanneer een jongen in die tijd belangstelling toonde dacht ik al gauw: ‘Die heeft gewoon geen smaak.’ Dankzij therapie werden zulke gedachten minder en leerde ik mijn zelfvertrouwen uit meer te halen dan alleen mijn gewicht. Ik reed paard op wedstrijdniveau en deed het goed op school. Af en toe werd ik verliefd op jongens en zij op mij. Ik kuste wel eens met iemand. Maar als ik hem daarna tegenkwam durfde ik geen normaal gesprek te voeren. Te eng.

Op mijn twintigste had ik mijn eerste minnaar. Een emotionele, wereldse man die veel wist van kunst en politiek. Hij praatte gemakkelijk over zijn gevoelens en stond open voor de mijne. Ik werd losser en voelde me zekerder van mezelf. Maar hij had ook andere vrouwen. Veel andere vrouwen zelfs. Hij huilde toen dat voor mij reden was niet meer met hem naar bed te gaan. Het is een van de weinige keren dat ik een man heb zien huilen. In de periode daarna volgden een paar one night stands. Het was niet per se mijn intentie, maar vaak wilden jongens daarna niet meer afspreken. Sommigen omdat ze een vriendin bleken te hebben.

De eerste man waar ik volkomen zelfverzekerd op afstapte was Max. Het was tijdens een feest. We dansten, we kusten. Hij vond het leuk dat ik het initiatief had genomen, en hij vond mij ook leuk. Dat kon ik heel goed hebben, het maakte me niet nerveus zoals vroeger. Max was ontspannen, nonchalant, heel vriendelijk en oprecht. Jammer genoeg ging hij vlak daarna studeren in Amerika. Ons contact bloedde dood.

Natuurlijk heb ik ook online gedatet. Vaak is het saai, dat scrollen door een massa nietszeggende gezichten. Iets wat je uit verveling doet. Matches genoeg, dat wel: 435 om precies te zijn.Alleen een gesprek beginnen is lastig. Ik ben niet zo van de small talk. Het voelt alsof ik aan het liegen ben. Als iemand vraagt: ‘Hoe gaat het?’ denk ik: ‘Interesseert het je dan?’ Maar als je geen leuk gesprek op gang weet te brengen of houden, is de kans dat je met iemand afspreekt nul.

Ik ben geen vrouw die alleen maar werkt en paardrijdt. Ik hecht aan een sociaal leven, ga graag wandelen of koken en eten met vrienden. Ik plan mijn dagen zeker niet vol, ik heb echt wel tijd voor een man. Het lijkt me fijn om een relatie te hebben waarin ik me gesterkt en gesteund voel. Dat er iemand is die ik als eerste bel wanneer zich een probleem voordoet, als ik verdrietig ben, of juist iets heel leuks te vertellen heb. Die af en toe tegen me zegt dat alles wel goed komt. Een relatie waarin je op de hoogte bent van wat er gebeurt in elkaars leven. Waarin ik blij ben omdat we samen leuke en interessante dingen doen. En natuurlijk heb ik behoefte aan lichamelijke intimiteit! Aan seks, maar ook aan een arm om me heen.”

Dit verhaal verscheen in het AD Magazine van 13 april 2019

https://broadly.vice.com/nl/article/wjk3yq/twintigers-die-nog-nooit-een-relatie-hebben-gehad-vertellen-hoe-je-met-ze-om-moet-gaan

https://www.eur.nl/nieuws/waarom-liefde-zich-zo-lastig-tinder-laat-vinden

https://vrouw.nl/artikel/verhalen-achter-het-nieuws/49797/waarom-tinder-en-ik-geen-match-zijn

 

 

Zijn bekomst van affaires

Theo (58): Het was een heel kort gesprek. Dorine stond te strijken, en ik had haar net gevraagd wanneer we weer eens tijd voor elkaar zouden maken en vrijen. Want na ons derde kind was het al twee jaar praktisch nul. Ze antwoordde: “Ik heb er gewoon geen zin in. De hele dag zitten de kinderen aan me, ik heb geen ruimte meer. Je moet geduld hebben.” “Hoe lang dan?”, vroeg ik. “Tien jaar”, bedacht ze heel snel. “Tot ze naar de middelbare school gaan”.

Enorm afgewezen voelde ik me. Totaal de klos. Was dit de uitkomst van een gezin hebben? Toen zei ze: “Je bent niet mijn bezit. Als je wilt kun je iemand anders zoeken om het mee te doen.” En dat gaf opeens heel veel lucht. Ik wilde beslist niet weg. Ik wilde leven met haar en de kinderen. Maar het kon, het mocht met iemand anders. Niet dat ik daarna meteen het huis ben uitgerend om de buurvrouw te bespringen. Ik was ook moe, van het gezinsleven en een volle baan, en bovendien verlegen.

Zo verstreek de tijd. Geleidelijk vreeën we weer wat vaker, maar ook na tien jaar geduld bleef het een zeldzaamheid. Opeens, voor mij volkomen onverwacht, werd ik op een feestje verleid door een kennis van ons gezin. Ze kwam naast me zitten en legde haar hand op mijn been. Keek me aan, lachte, tot ik smolt. Het was een fijn gevoel om toch nog in de markt te liggen, en voor mij het moment om iets te doen met de toestemming die ik ooit gekregen had. Uiteindelijk hebben we een paar keer met elkaar in bed gelegen. Daar is het bij gebleven, omdat ze zich bezwaard voelde naar Dorine. Die wist ervan, maar voor haar was het in de eerste plaats belangrijk dat we het als gezin goed hadden. Ze zei: “Mijn gescheiden vriendinnen hebben het ook niet beter.”

Een hele poos later werd ik opnieuw verleid, dit keer door een getrouwde collega. Ook in haar huwelijk was weinig erotiek. Jarenlang deden we het vaak en op allerlei verschillende plekken. En toen kwam er nóg een vrouw bij. Een alleenstaande bekende van mijn tennisclub. Tijdens een trainingsweekend ging ze steeds heel dicht bij me staan. Vroeg of ik kinderen had. Of ik getrouwd was. “Ja”, zei ik, “en dat blijft ook zo.” Desondanks werd het een affaire. Ze heeft me nooit gevraagd om weg te gaan bij Dorine, maar eiste wel een steeds groter deel van mijn tijd. Als ik de avond en een stuk van de nacht bij haar had doorgebracht en wilde gaan zei ze: “Blijf toch, we liggen nog zo lekker.” Van een uitdaging werd het steeds meer een belasting. Op een gegeven moment trok ik het niet meer en heb het uitgemaakt.

Intussen waren de kinderen groter en werd mijn geduld beloond. De relatie met Dorine bloeide in alle opzichten op. We maakten steeds vaker leuke uitstapjes en hadden veel meer seks. Toch vond ik het jammer dat de getrouwde collega zich op een gegeven moment terugtrok als minnares. Zij blijft voor mij een erg aantrekkelijke vrouw. Maar sindsdien ben ik volledig monogaam. Tijd doorbrengen met Dorine vind ik het allerleukste. Zij is mijn thuishaven, mijn ware liefde. Ik heb mijn bekomst van affaires. Wat niet wegneemt dat als ik oud ben, ik zeker met plezier zal terugkijken op die periode met drie vrouwen. Ik heb de bloemetjes goed buitengezet.

 

Beeld Tomasz Mikolajczyk

Dit verhaal werd eerder geplaatst in AD Magazine van 10 november 2018

Zij wil toch een plek voor zichzelf

Over gemak en ongemak in een relatie. Na 29 jaar gingen Cees (60) en Magda (53) eindelijk écht met elkaar praten. Nu veranderen ze hun huwelijk in een latrelatie. Dat wordt wennen, beseft Cees.

“Als ik de helft van ons huwelijk thuis ben geweest is het veel. Een beroepsmilitair is nu eenmaal veel op pad. Magda wist dat vanaf het moment dat we elkaar ontmoetten. Ik werd voor het eerst uitgezonden vlak nadat we gingen samenwonen. Zes maanden naar de Sinaï. Voor mij was het een unieke kans op avontuur, en helemaal niet gevaarlijk. Twee keer kwam ze over voor een vakantie. Het gevoel dat we bij elkaar hoorden was zo sterk, dat we besloten na mijn terugkeer te trouwen.

We verhuisden naar een saai dorp in het westen van het land. Onze oudste is er geboren, maar we waren om meerdere redenen niet gelukkig. Achteraf denk ik zelfs dat Magda een postnatale depressie had. We praatten er alleen niet over. Ze is een binnenvetter, ze kropt dingen op, en ik werkte in een organisatie waar je niet zeurt. In die tijd ging ik op missie naar Joegoslavië. Dat heeft op mij een grote impact gehad. Het was een echte oorlog. Er gebeurden gruwelijke dingen, waar wij als militairen getuige van waren. Bij terugkomst deed je kort je verhaal op de kazerne, en daarna was het over tot de orde van de dag.

Maar ik was mijn onbevangenheid, mijn onschuld kwijt. Ik kreeg een korter lontje. Ik voelde me niet gewaardeerd, noch door mijn omgeving, noch door mijn vrouw. Soms knalde mijn boosheid eruit, daarna was ik het snel vergeten. Magda niet. Toen ik overgeplaatst werd naar een andere stad waar we het wel naar onze zin hadden, kon ik die boosheid achter me laten. We woonden in een jonge buurt, Magda had er vriendinnen, onze tweede is er geboren. Het was een fantastische tijd.

De uitzendingen volgden elkaar op.  Bosnië, het Midden-Oosten, Cyprus, de VS. Afghanistan. De laatste acht jaar van mijn loopbaan woonde ik in Italië en Frankrijk en vloog een paar keer per maand naar Nederland. Magda regelde de hele toko thuis, want ze is behalve lief ook pittig en zelfstandig. We leidden parallelle levens. Geen vier handen op één buik, geen samen. Ik werd steeds meer een voorbijganger in het leven van mijn gezin. Bij ergernissen dachten ze: laat maar, hij gaat zo toch weer weg.

Tot ik op mijn 57ste met functioneel leeftijdsontslag moest en wél bleef. Ik was te jong en energiek om niets te doen. Ik liep met mijn ziel onder de arm en bemoeide me met het leven van Magda en de kinderen. Met de beste bedoelingen, maar dat wilden zij natuurlijk helemaal niet. Er waren irritaties en ruzies. Ik ging niet meer ‘zo weg’.

Magda’s idee om uit elkaar te gaan was zó’n schok voor me. Toen zijn we eindelijk écht met elkaar gaan praten. Ik ging in therapie om mijn oorlogservaringen als militair te verwerken en we deden relatietherapie. De scherpe kantjes verdwenen. Toch wil Magda nu een plek voor zichzelf, omdat ze vindt dat onze relatie een vriendschap is geworden. Binnenkort vertrekt ze naar haar eigen woning. Ik blijf in ons oude huis.

Het is niet echt mijn beslissing. Ik houd zielsveel van haar. Ik moet er niet aan denken iemand anders te hebben, en voor haar is het net zo. Daarom hoop ik dat dit goed gaat werken voor ons. We geven het in ieder geval de tijd.”

Dit verhaal werd eerder geplaatst in AD Magazine van 29 juli 2018