Grotestadsgemeut

Waar je ooit opgetogen binnenstapte bij een etablissement met een bordje: “De koffie is klaar”, is dat precies de plek waar je vandaag de dag niet dood gevonden wilt worden. Of waar je denkt de dood te vinden, vanwege de intens smerige smaak van de soms urenoude bak pleur.

In Nederland begon volgens mij de Coffee Company als eerste met het maken van ontzettend lekkere koffie. Per kopje, terwijl je er op wachtte. Om te beginnen in Amsterdam, en daarna in een heel stel andere steden. De laatste drie, vier jaar doen steeds meer gelegenheden dat. Tot in Emmen en Goes zijn prima cappuccino of espresso te krijgen.

En dus is het opeens  een beetje modieus  om te mopperen over een tevéél aan koffietentjes. Net zoals over  een teveel aan eterettes met lokaal, puur en/of biologisch eten. Diezelfde overdaad aan horeca die we zo leuk vinden in andere landen, als we er op vakantie zijn.

Grotestadsgemeut, zou ik zeggen. Veel van het goede maakt blijkbaar in sommigen van ons de snob wakker. Toegegeven, tarwegrassap en cacaonibs zijn tamelijk vies. Maar voor de rest geniet ik met volle teugen van al die zaken waar je lekker en best gezond kunt eten en drinken. Zonder al te veel exotica, meestal gemaakt met producten uit je buurt.

Ik ben blij dat boeren hun waar in hun eigen omgeving af kunnen zetten, in plaats van het te moeten transporteren naar verre oorden. En ik vind het leuk dat veel van die kleine restaurants en koffiezaken gerund worden door mensen die vaak een loopbaan als econoom, jurist, bedrijfskundige of consultant aan de wilgen hebben gehangen. Banen met status, zeker. Alleen dikwijls behoorlijk theoretisch. Die eenzijdigheid bevalt slecht.

Dus zijn ze iets gaan doen dat veel concreter en bevredigender is. Lekkere dingen bereiden en het gezellig maken in een vaak heel persoonlijk ingericht zaakje. De wereld wordt er knusser van, want weinig doet zo goed als een liefdevol bereide maaltijd. Dus doe mij nog maar wat minder juristen en economen, en meer restaurants en koffiezaakjes. Ik noem het: vooruitgang.

IMG_3468IMG_3229408784_510963418933668_127017120_nIMG_3122

http://www.coffeecompany.nl

http://www.smakers.nl

http://www.frietwinkel.nl

http://www.gastmaalendetafel.nl

https://nl-nl.facebook.com/pages/BakBlik030/1391278631111571

http://www.bondsmolders.nl

http://www.misterkitchen.nl

 

Snelheid voor de bange muts

Een marina heet de jachthaven Muiderzand, net over het IJsselmeer ten zuiden van Almere. Dat klinkt zonnig en zuidelijk en wulps, maar in oktober is het er bewolkt en bijna stormachtig. De lijnen van de aangemeerde boten slaan met kracht tegen de masten en maken een geluid als van honderd windgongen.

Vijf heren en ik staan klaar om te gaan whiken. Dat betekent hard scheuren over het kaarsrechte deel van de IJmeerdijk in een ligfiets met een zeil eraan. De heren hebben ervaring met ligfietsen, met zeilen of zelfs met allebei. Ik met geen van de twee. Heel voorzichtig begin ik daarom met ligfietsen. Dat is verrassend comfortabel en snel en geweldig leuk. Al snel durf ik daarom het zeil in te zetten. Met het touw in de linkerhand en zweet op mijn rug loopt mijn snelheid op van vijftien kilometer per uur naar twintig.

Tot het eind van de dijk gaat het geweldig. De terugweg is lastiger, want ik heb eigenlijk geen flauw idee hoe je zo’n zeil moet bedienen. Permanent remmend en zwaar tegen de wind in leunend kruip ik met acht kilometer per uur terug naar het beginpunt. Maar zelfs mutsen zonder rijbewijs kunnen leren kicken op snelheid. Na een uurtje oefenen word ik steeds moediger. En komt het moment dat ik joelend van plezier met vijftig kilometer per uur over de dijk raas.

Volgens mij is dit het vervoermiddel van de toekomst. Snel, schoon en je mag er gewoon mee op het fietspad. Voortaan zeg ik het tegen iedereen die zich nog beklaagt over staan in de file. Mens! Ga dan toch whiken!

IMG_1586

 

IMG_1592

http://whike.com/nl/pagina/25/over-de-whike

http://westy31.home.xs4all.nl/Whike/WoonWerkWhiken.html

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Romantiek in het veen

Romantiek is echt niet aan leeftijd gebonden. Dat zie je meteen aan de passagiers op de fluisterboot. Driekwart van de opvarenden ziet geen heil in haarverf, maar voor een tocht bij volle maan over de veenwateren komen ze graag naar Overijssel.
We zijn opgestapt bij het bezoekerscentrum van De Wieden, zo’n tien lage boerderijen aan een knus grindpaadje. Vroeger liep het pad door naar Beulake. Het dorp verdronk een paar honderd jaar geleden bij een enorme overstroming in wat nu de Beulakerwijde heet, een wijds, koel meer. Hooguit anderhalve meter diep is het. Bedrieglijk, want de zachte veenbodem zou de argeloze loper onverbiddelijk vastzuigen.

Van het meer af gaat het door ontelbare sloten en vaarten. Vredig is het, en aangenaam, al is er voor de natuurleek eigenlijk niet zo veel te zien. Eindeloos water, eindeloos gepluimd riet, hier en daar bloemen in voornamelijk blauwschakeringen. Er is wel van alles te horen, want dit is broed-en woongebied voor veel verschillende vogels. En te ruiken – de geur van moerassig water en mij onbekende planten. Wanneer de zon zakt voel ik ook de snel toenemende kou. Die ik vergeet wanneer we de sloten weer verlaten en over de uitgestrektheid van de Beulakerwijde terug fluistervaren naar de aanlegplaats. Oh, om nu in deze boot te zijn zonder medepassagiers. Met dikke kussens, warme dekens en de allerliefste. Open haarden, strandwandelingen, laat staan goede wijn – allemaal onzin. Voor echte romantiek hoef je alleen maar ’s avonds in een bootje te stappen. In een warme trui en bij volle maan.

Nationaal_Park_Weerribben-Wieden._Slootjes_in_rietvelden_ontstaan_tijdens_het_turfsteken_in_vroegere_jaren._02

 

 

 

 

 

http://www.natuurmonumenten.nl/bezoekerscentrum/bezoekerscentrum-de-wieden

 

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.

Veluws sprookje

Op de gevel van een wit kasteel, de vijver ervoor een slordige rechthoek, staat het beeld van een witte pauw. Een plaatselijk sprookje wellicht, zoals van de eenhoorn of de witte wieven? Staverden heet deze plek op de noordelijke Veluwe, en overal om me heen is bos. Vanaf dit punt vlakbij Nunspeet liggen honderdduizenden hectaren geboomte tot helemaal in Arnhem. Zo’n grootschaligheid in zo’n klein land, het is adembenemend.

Her en der tussen de enorme loofbomen schitteren velden erica. Bijen vliegen af en aan. Met een borend geluidje duiken ze in de paarse bloemen om nog even de allerlekkerste wintervoorraad bij elkaar te zuigen. Af en toe is er ook een areaal weiland. Met een enkele roodbonte koe, een paar zwartbonte, maar vooral veel van die egaal zachtbruine. En, heel opvallend, witte. Als waren ze in India liggen ze met uitstekende heupbotten, vuile flanken en droevige ogen in de volle zon te kauwen. Opeens is daar in de schaduw een omgaasd terrein. Onder een eik stapt een witte pauw. En nog een. Wel twaalf of dertien zijn het er. Geen enkele wil de staartveren spreiden.

Ten noordwesten van Staverden ligt het Veluwemeer, 80 jaar geleden nog de Zuiderzee. In de schemer fiets ik naar de voormalige kust. Witte wieven zweven boven de vochtige weilanden. In de bossen zijn ze verdwenen, maar wat is het hier donker. Heel erg donker. Eigenlijk is het verschrikkelijk griezelig. Zelfs de verharde wegen waar ik ten slotte op rijd zijn onverlicht. Als de straatlantaarns van Elburg zichtbaar worden voel ik me een stuk beter op mijn gemak. Elburg is overdag al prachtig. Nu, het hart nakloppend van angst voor ingebeelde gevaren, kan ik alleen nog in superlatieven denken. Het zacht verlichte vissersstadje is een sprookje.

 

57606437_7bc2600e09_b

Foto Erich Ferdinand

http://www.vvvelburg.nl

http://www.beleefstaverden.nl/de-kleinste-stad/landgoed-staverden

Dit stukje verscheen eerder in de serie Milieuvriendelijke uitjes in ledenblad Terra van de Stichting Natuur en Milieu.er

 

Van bijen, bloemen en ooievaars

De smalle, diepe strook grasland, ingeklemd tussen twee sloten, tiert van leven. Bijen, vlinders, planten. Vogels, kikkers. Kinderen ook. Toch, zodra je door de achterdeur van het toegangsgebouwtje het ooievaarsdorp instapt, heerst hier rust. Langs de sloten knotwilgen, geurige bloemen, dansende koolwitjes. ‘Naar de bijen’ wijst een bordje. Het hout van het imkershuisje ruikt heerlijk zoet. Zacht en vanilleachtig, zoals alleen honing ruiken kan. In de spaarkasten en korven grote zwermen zoemende, wriemelende bijen. Ik weet het, zonder hen komt geen gewas tot vrucht en zou de wereld er kaal bij liggen. Maar ik ben blij met de glasplaat tussen mij en hun drukbevolkte binnentuintje.

Een eind verderop is een kleine tomatenkwekerij van oude rassen, bijzondere, zeldzame. 123 soorten telen we, vertelt de man trots. Bij een poeltje met een grote kluit waterlelies zit een kikker. Brrwap, zegt hij. Ik besef dat ik in geen jaren kikkers heb horen brommen. Vanuit een smoorheet hokje aan de plas die het terrein afsluit, kun je door smalle spleten vogels kijken en je waarnemingen op een schoolbord schrijven. Schijtlijster staat er. Limbomus. En ooievaar.

Achter op het terrein staan inderdaad her en der enorme ooievaarsnesten, op kleine schuurtjes en speciaal neergezette palen. Bijna alle ooievaarsbabies zijn aan de natte meikou gestorven. Ik zie één jong, dat me scherp in het oog houdt. Achter hem de weilanden van de Alblasserwaard in alle tinten groen, vol en sappig. Dit is een heel smal stukje Holland. Ik durf te zeggen: dit is Holland op zijn best.

ooievaarsdorp groot ammers

http://www.streekcentrum.nl

Stille vreugde in Den Helder

Eerst is de vreugde uitbundig, als ik het onopvallende houten hek doorga en opeens langs ruisende bomen over een modderig pad loop. Terwijl ik een minuut geleden nog op het pijnlijk lelijke station van Den Helder Zuid stond. Vanaf de eerste meters is De Nollen prachtig. Dat het binnenduingebied dicht bij zee ligt ruik je niet, maar zo’n harde wind is verder landinwaarts ongekend. Hevige novemberhagel laat me nog meer naar adem snakken.

Aan het eind van het pad is schuilplaats in een groot atelier, een vakwerk van vierkante glasplaten in brede donkerhouten sponningen. Vanaf deze plek ademt alles harmonie. Wanneer het droog is wandelt een vriendelijke gids mee naar de beelden, allemaal ontworpen door kunstenaar Rudi van de Wint. Door hun formaat zijn ze letterlijk indrukwekkend. Toch overdonderen ze niet. Zelfs de beelden die met een oude bunker als sokkel uitgroeiden tot gebouwtjes zijn vriendelijk, en eenmaal binnen zelfs veilig.

De kleine ruimtes, met heel smalle deuren die de vorm zo min mogelijk verstoren, voelen sacraal. De wind loeit er om heen. Mijn mond houden gaat vanzelf, de vreugde is een stille geworden. Ik wil uren op de vloer van een driehoekig vertrek gaan liggen en door het glazen dak naar de lucht kijken. Of verscholen in een onderaardse gang genieten van fijnzinnige doorkijkjes.

Het gatenraster rondom een beeld laat het lijken op een biechtstoel. Maar een priester die je vertelt hoe je je zonden weg kunt bidden is op de Nollen overbodig. Of binnen of buiten, hier zijn is genoeg.

Domweg vredig in Antwerpen

“De roltrap is stuk”, zegt de kleine dame bij de ingang. “U zult de lift moeten nemen.”

Mijn hart begint te bonzen, ik voel mezelf bleek en wankel worden. Maar de lift heeft het formaat van een kleine huiskamer en plaats voor tachtig mensen. Alleen vier Belgen staren op dit uur zwijgend langs elkaar heen. Aan de loodgrijze wand laat een A-viertje weten dat de houten roltrap in reparatie is. Het gaat even duren, tot april volgend jaar. De onderdelen zijn wegens ouderdom niet meer te krijgen en moeten opnieuw gemaakt worden.

Eenendertig meter lager begint de voetgangerstunnel. Ruim een halve kilometer buis met een lambrizering van witte tegeltjes. De gladde betonplaten die het middendeel van het looppad bekleden, hebben een subtiel versierd ijzeren randje. De miljoenen kubieke meters bruingroen water boven je hoofd ruik je niet. De lucht is zelfs een beetje droog. Nergens op de wit geschilderde bovenhelft van de buis graffiti. Nergens hangende groepjes, jong of anderszins. Twee kleine meisjes fietsen samen naar de overkant. Pubers kuieren met een cola in de hand, heren keuvelen. Tussendoor rijdt een enkele mountainbiker. Op een gegeven moment zijn begin of einde van de tunnel niet meer te zien. Alleen blauwgeglazuurde lettertjes op ooghoogte geven elke honderd meter de afstand tot de andere oever aan.

Ik vind het goed. Deze ondergrondse dorpsstraat mag van mij nog kilometers doorlopen. Na 572 meter ratelt de roltrap naar boven wèl. Ik hoef niet mee. Ik mag beneden blijven en terugslenteren. Mijn hart slaat vredig.

Magisch

Nooit eerder fietste ik over het neerslachtig makende Ridderkerkse industrieterrein. Vandaag doe ik het, want vanaf de kade erachter vertrekt de waterbus naar Kinderdijk. Op dit kruispunt van Lek en Nieuwe Maas is de novemberwind sterk en koud. Ik denk te ruiken dat we vlakbij zee zijn. Wat natuurlijk ook zo is, want Rotterdam is niet ver weg. Het dorp aan de andere oever heeft poppige huisjes, de weg naar het molenpark heet de Molenstraat. Bijna aan het einde ervan is tussen de huizen aan mijn rechterhand een brede onbebouwde ruimte. Ik kijk in een weids open landschap en zie ze staan.

Opeens snap ik het. Waarom mensen van verre aanreizen om het te kunnen zien, te kunnen voelen. Dit zijn niet zomaar negentien pittoreske molens. Termen die nooit gepast hebben bij de frisheid van Hollandse polders wellen in me op. Geheimzinnig. Magisch. Een lichte mist draagt daar, eerlijk is eerlijk, wel aan bij.

In het park zelf voert een recht asfaltpad tussen twee vaarten langs alle molens, de ronde rechts en de achthoekige links. Ondanks de harde wind staan de wieken stil. Een modern elektrisch gemaal aan het begin van het asfaltpad heeft hun werk lang geleden al overgenomen. De schaarse bezoekers deert het niet. Zeemeeuwen schreeuwen, het menshoge riet ruist met overgave. Het landschap heeft ons gegrepen. We zijn met zo weinigen dat we er helemaal in opgaan. Ons eigen bestaan vergeten, welhaast. Ga naar Kinderdijk, nu. Voor het lente wordt en de hele wereld weer komt kijken.

 

IMG_0598

Scheidingsfeest

Naast tulpen, fotomodellen en kennis van waterwerken heeft Nederland nog een bijzonder exportproduct. Een dat niet zo sexy klinkt, maar waar we waarschijnlijk allemaal blij mee zijn.

Vijf jaar geleden was het nog ondenkbaar geweest. Na festivals en feesten waren Nederlandse pleinen en straten standaard één grote soep van plastic verpakkingen, blikjes en kots.

Toegegeven, het is nu nog steeds niet automatisch spic en span wanneer een grote horde mensen voor vertier bij elkaar is geweest. Maar wat ik afgelopen weekeinde zag in Utrecht – met 198 Tour de Francerijders korte tijd het centrum van het universum –  was een paar stappen in een betere richting.

Overal stonden vuilnisbakken met de geinige woordspeling We all (re)cycle. En niet zomaar vuilnisbakken. Er waren aparte containers voor plastic, papier en restafval. Het enige wat ontbrak, waren bakken voor al die lege aluminium blikjes.

Zo’n afvalscheiding aan de bron levert, zoals dat heet, een schone fractie op, die je met een gerust hart kunt recyclen. Verder stond verspreid door de stad een groot aantal kranen met gewoon leidingwater. Je kon er je eigen flesje vullen, zodat je niet telkens een nieuw hoefde te kopen.

Omdat het te weinig vuilnisbakken waren voor 425.000 bezoekers , ontstonden her en der toch landschappen van afval. Vaak rondom diezelfde vuilnisbakken, dus de Tourgangers waren beslist van goede wil.

Wat daarna indruk op me maakte, was hoe snel de reinigingsdienst de boel weer had schoongeveegd en afgevoerd naar recyclers en verbrandingsinstallaties. Nederland is in krap een halve eeuw veranderd van een land vol stortplaatsen naar een met zo’n beetje de beste infrastructuur voor afvalinzameling en –verwerking. Allerlei landen vragen of we die kennis en ervaring willen delen.  Wat dan ook vaak gebeurt. Niet sexy misschien. Wel veel beter voor het milieu, en dus voor jou, voor mij, voor iedereen.

http://www.tourdefranceutrecht.com/

2015-07-04 11.09.55

 

2015-07-05 14.05.10

 

Tijd genoeg

2015-04-26 17.33.40

Het was twee uur en een gure zondagmiddag. Overal stonden al kraampjes en lagen zeiltjes vol met…

rommel wil ik het niet noemen. Vol spullen, vooral. Honderden marktkooplieden-voor-een-dag zaten kleumend bij hun waar. Om zes uur zou de vrijmarkt beginnen, de jaarlijkse inleiding tot Koningsdag.

In de Utrechtse binnenstad is dat een groots festijn.

Bewoners van de vaak nauwe straatjes hebben zolders, kelders, kledingkasten en werkhokken nageplozen op niet langer gewenste bezittingen. Vervolgens gaan die op straat voor meestal luttele bedragen over in andere handen, van mensen die ze wél wensen te hebben.
De vrijmarkt is een feest van grondstoffenbesparing voor iedereen met een oog voor hergebruik.

De huiverende verkopers moesten officieel nog wachten tot zes uur. Daarna zou de vrijmarkt tot ook weer zes uur de volgende avond duren. Ik zag ze lijden. Ik zag ze bibberen.

Ze zullen een klein bedrag overhouden aan de spullen die ze verkopen. Spullen waarvoor ze ooit in de buidel hebben getast, misschien zelfs heel diep. Daarvoor hebben ze meestal eerst gewerkt, misschien zelfs heel hard. En nu zitten ze te blauwbekken om van de spullen af te komen waar ze ooit, misschien nog niet eens zo lang geleden, zoveel moeite voor hebben gedaan.

Ik overwoog: zou hun leven niet net zo mooi zijn met wat minder hard werken en wat minder spullen? Zodat meer tijd overbleef om lol te maken met vrienden en geliefden, om zelf een maaltijd te bereiden, om te gaan wandelen of dansen? Zodat ze op deze koude zondag lekker warm binnen hadden kunnen zitten, in een huis waar alles is wat je nodig hebt, maar verder weinig ballast?

Het zou zo maar kunnen.

2015-04-26 17.34.04 2015-04-26 17.35.27